Stilstand is voorachteruitgang

Vooruitgang. “Het steeds beter worden van de toestand,” volgens Van Dale. Eeuwenlang speelde vooruitgang geen rol in het leven van mensen. Sterker nog, men dacht dat de zaak er alleen maar slechter op werd.

Voor de Griekse filosoof Plato die leefde in de vierde eeuw voor het begin van onze jaartelling was verandering slecht en rust goddelijk. Hij stond hierin niet alleen en borduurde voort op zijn vier eeuwen oudere voorganger Hesiodus. In zijn boek Werken en Dagen beschreef hij de geschiedenis van de mensheid in vijf geslachten. Als eerste het Gouden geslacht. Die leefden in luxe zonder al te veel te hoeven werken en waren geliefd bij de Olympische goden. Als laatste het IJzeren geslacht dat hard moest werken en verdriet kende. Ook de bijbel gaat uit van achteruitgang. Adam en Eva woonden immers in het paradijs alwaar het hen aan niets ontbrak. Dat viel allemaal weg na het eten van een appel. Vanaf dat moment moest de mens werken voor zijn levensonderhoud. Dan was je er als Boeddhist iets beter aan toe. Die gelooft in een oneindige keten van schepping en vernietiging waarbij alles zich naar verloop van tijd herhaalt. Een denken dat ook aan de film The Lion King ten grondslag ligt: ‘The cirkel of life’. Pas vanaf de zestiende eeuw, het begin van de moderne tijd, begonnen mensen te denken in termen van vooruitgang. Niet alle mensen, het denken in vooruitgang was typisch iets West Europees en met name voor de meer geletterden en die ook weer niet allemaal.

Stilstand was eeuwenlang vooruitgang. Tenminste als je het voorkomen van achteruitgang, vooruitgang noemt. Voor de conservatieve stromingen in de politiek geldt dat nog steeds. Baudet wil het liefst terug naar de negentiende eeuw, Wilders lijkt de jaren vijftig te idealiseren. Al weet ik niet of hun beeld van het leven in die tijd overeenkomt met het werkelijke leven in die tijd. Nadeel van vooruitgang is immers dat het heden steeds minder op het verleden lijkt.

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid redeneert  de historicus Yuval Noah Harari ook op z’n Plato’s om het zo te zeggen. Hij beschrijft de uitvinding van de landbouw ook in termen van achteruitgang. Hij noemt het: “De grootste zwendel van de geschiedenis.” Een zwendel omdat de mens, volgens Harari, als landbouwer veel harder moest werken, voor een veel minder gevarieerd voedselpatroon en met grotere risico’s op hongersnood.

Voor mezelf sprekend, ik zou niet willen ruilen met die jager-verzamelaar. Je hele leven rondtrekken. Wonen in hutjes en grotten. Niets voor mij, ik hou niet van kamperen. Geef mij maar de geneugten van de vooruitgang. Een huis, gezondheidszorg, technisch hulpmiddelen, een auto waarmee ik grotere afstanden kan overbruggen, alle kennis over het ontstaan van het leven. We weten nu veel meer. Maar toch. Zou ik bepakt met al die kennis overleven in de prehistorie? Ik denk dat de overlevingskansen van de prehistorische jager-verzamelaar in het heden, groter zijn.

Westerbork en de vluchteling

  “SCHANDALIG.” Dit woord twitterde Forum voor Democratie opperhoofd Baudet, zo lees ik bij Elsevier. Wat is er zo schandalig? Wel dat kamp Westerbork van 15 op 16 juni de start van de Nacht van de Vluchteling plaatsvindt. Ook Eddo Verdoner, de voorzitter van het Centraal Joods Overleg vindt dat geen goed idee: “Vooropgesteld, ik heb sympathie voor de Stichting Nacht van de Vluchteling, maar de nagedachtenis aan de Holocaust hoort niet te worden ingezet voor andere zaken.” een sponsor vindt hij ongepast omdat: ‘In de jaren veertig zijn Joden vergast, vermoord, terwijl veel vluchtelingen juist met open armen worden binnengehaald.” Elsevier wil graag weten wat wij ervan vinden. Bij deze.

Bron: Flickr

In het artikel komt ook Dirk Mulder aan het woord, de directeur van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Mulder haalt aan dat het kamp in 1939 is geopend als opvangplek voor joodse vluchtelingen die het Deutsches Reich van Hitler ontvluchtten. Sterker nog, de bouw is betaald door joodse Nederlanders. De eerste bewoners waren dus vluchtelingen uit Duitsland en dit jaar is het zeventig jaar geleden. Maakt dat alleen al het gebruiken van het kamp om aandacht te besteden aan vluchtelingen niet een zeer goede te verdedigen keus?

Als we vervolgens de naoorlogse periode bezien dan werd het kamp direct na de oorlog gebruikt om collaborateurs met de Duitse bezetters in op te sluiten. Toen dat besluit werd genomen, zaten de joodse gevangen nog in het kamp. Daarna werd het een kamp voor militairen op doorgang naar en terugkomend uit de koloniale oorlog in Nederlands Indië. Een oorlog die in Nederland eufemistisch met ‘politionele acties’ werd aangeduid. In 1950, werd het kamp gebruikt als repatriëringkamp voor Indische Nederlanders en werd het omgedoopt tot woonoord Schattenberg. Een jaar later moesten die Indische Nederlanders gedwongen het kamp alweer verlaten voor een nieuwe groep bewoners, de Molukkers die in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) hadden gediend. Tijdelijk, zo was de idee van Nederland en de Molukkers, want ze zouden teruggaan naar een vrije Molukse staat. Alleen kwam die er niet en tot begin jaren zeventig hebben er Molukkers in het kamp gewoond. 

Maakt deze hele geschiedenis van het kamp niet het juist de uitgelezen plek om aandacht te besteden aan vluchtelingen? Op de collaborateurs en de militairen na, heeft het kamp de gehele naoorlogse periode tot de sloop gediend als kamp voor vluchtelingen. Maakt zelfs de functie als concentratie en doorgangskamp in de Tweede Wereldoorlog het niet juist de geschikte plek om de Nacht van de Vluchteling te houden? Beste meneer Baudet en andere. Laat die periode immers niet zien welke SCHANDALIGE zaken er kunnen gebeuren als je niet kunt vluchten? Als grenzen ondoordringbaar worden? Als vluchtelingen niet meer welkom worden geheten? 

De schaduw van Baudet

Het Forum voor Democratie vertelt een ‘prachtige versie’ van de geschiedenis van Nederland. Je moet het Baudet nageven, op een bombastische wijze weet hij dat verhaal te vertellen. Een verhaal van ‘grootsheid’ dat bedoeld lijkt om mensen ‘trots’ te laten zijn op Nederland. Omdat verhalen mensen binden en het leven zin geven zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, is het goed om dat verhaal eens te bestuderen. Zeker omdat de vertellers van verhalen over een verleden van ‘grootsheid’ en ‘trots’ vaak een bedoeling in het heden hebben. 

Baudet vertelt een prachtig verhaal waaraan toch enkele paragrafen en zelfs complete hoofdstukken ontbreken. Slavenhandel bijvoorbeeld en de moordpartijen van Coen in de Oost. Die zouden toch zeker een plekje mogen krijgen. Want als je de VOC en Coen noemt, dan moet je het complete verhaal vertellen. Niet dat Nederland hierin afweek van de mores in die tijd. Neem de Mongolen van Dzjengis, die stonden erom bekend dat zij hen die verzet boden uitmoordden. Werkte je mee dan kon je op hun welwillendheid rekenen. Nee, het uitmoorden van mensen die zich tegen je verzetten, was redelijk gebruikelijk in die tijd. Oorlogen waren voor de overwonnenen geen pretje. Plunderen, roven en het ondertussen verkrachten en vermoorden leverde het soldij voor de soldaten. Die leefden van het veroverde land. Dat iets gebruikelijk was, wil echter niet zeggen dat we het bij de beschrijving van de geschiedenis niet hoeven te vermelden. Wat hij er ook bij vergeet te vertellen is dat die ‘grootse geschiedenis van die Gouden Eeuw’ het resultaat is van immigratie vanuit het huidige België, vanuit Frankrijk en Spanje en op ‘seizoensarbeiders’ voor de landbouw en scheepvaart vanuit de Duitse landen.

Foto: Pixabay

Wat Baudet voor het gemak vergeet, is dat het ‘trotse’ Nederland na de nederlaag van Napoleon bij Leipzig alleen op de kaart verscheen omdat de toenmalige ‘Powers that Be’ Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen zochten naar een machtsevenwicht dat Frankrijk in toom moest houden. In de ‘herschikking’ die daarop volgende, werden de grenzen in Europa flink veranderd. Zo ontstond er een compleet nieuw land: het koninkrijk der Nederlanden. De oude Republiek uitgebreid met de Oostenrijkse Nederlanden. Oostenrijk kreeg als ‘compensatie’ wat gebieden in Italië. Weg waren ongeveer 200 jaar republikeins bewind omdat die ‘Powers that Be’ alleen vertrouwden in de oude adel. 

Die hertekening van ‘grenzen’ was niet de eerste en zeker ook niet de laatste wijziging van grenzen. In kaart en animatie is te zien hoe grenzen in Europa door de tijd veranderden. Voor Baudet en andere ‘trotse’ Nederlanders er is zelfs een animatie die zo’n vierduizend jaar teruggaat. Dit is trouwens niet iets wat specifiek Europees is, ook in Azië, en zelfs in Afrika en Amerika schoven grenzen. 

Als we het over schuivende grenzen hebben dan is Baudets nationale geschiedenis van Coen en de VOC, maar één van de verhalen die je kunt vertellen. Een verhaal met een sterk Hollandse inslag. Voor de toenmalige inwoners van bijvoorbeeld de huidige gemeente Venlo zag dat verhaal er heel anders uit. De Oost en zelfs Amsterdam en de VOC waren ver weg. Sterker nog, voor een groot deel van het grondgebied van de huidige gemeente Venlo gold dat het tot een heel ander land, of eigenlijk landen, behoorde. Zo hoorde Tegelen en Steyl bij het Graafschap Gulick en sloten zij pas in 1817 aan bij het koninkrijk der Nederlanden. Juist ja, toen de “Powers that Be’ daartoe besloten. Een van die ‘Powers’ de Pruisen moest daar een veer laten want ook zij wilden de plaats erbij hebben. Dit gebeurde met het Traktaat van Aken. Hierin werd de grens tussen het koninkrijk en Pruisen bepaald door een kanonschot vanaf de oever van de Maas. Nederland zou dus een stuk groter zijn geweest als de kanonnen in die tijd wat verder hadden geschoten dan ongeveer 2,5 kilometer. Voor Arcen, Lomm en Velden ligt dat weer anders. Die behoorde eerst bij Spaans Gelre, na de Spaanse successieoorlog vielen ze toe aan Pruisen en sinds dat beruchte ‘kanonschot’ tot het koninkrijk der Nederlanden. 

Illustratie: Wikipedia

Wat voor alle dorpen gold, was dat er geregeld legers voorbij trokken. Legers op weg naar de ‘hoofdprijs’ de stad Venlo. Die stad wisselde gedurende de Tachtigjarige Oorlog geregeld van eigenaar. Dan weer  was het Spaans, dan weer republikeins. Aan de Spanjaarden heeft de stad de restanten van het Spaanse fort Sint Michiel ten westen van de Maas te danken. Dat fort moest de stad beschermen tegen aanvallen vanaf de overkant (de westelijke kant) van de Maas. Met de Vrede van Utrecht in 1713 werd Venlo aan de Republiek toebedeeld, werd het een onderdeel van de Generaliteitslanden en zo min of meer een kolonie van de Republiek. Een kolonie omdat die Generaliteitslanden werden bestuurd door de Raad van State, een raad waarin ze zelf geen zeggenschap hadden.  

Sinds 1817 hoort het volledige grondgebied van de gemeente Venlo dus bij het Koninkrijk der Nederlanden en ging het op in de provincie Limburg. Of toch niet? Nee inderdaad toch niet. In 1830 stonden de Zuidelijke Nederlanden op tegen het Koninkrijk en scheidden zich af. Limburg, exclusief de stad Maastricht, sloot zich aan bij de opstandelingen. Een afscheiding die pas in 1839 formeel werd maar dan zonder het huidige Nederlands-Limburg. Dat werd afgesplitst en viel toe aan het huidige Nederland. Viel toe want het werd niet veroverd of terugveroverd op de Belgen. Nee, ook hier beslisten weer de ‘Powers that Be’. De Fransen, die toen weer bij die ‘Powers’ hoorden, trokken hun steun aan de Belgen in en daarop werd Limburg gesplitst. De inwoners werd niets gevraagd. Als die zouden mogen stemmen, dan zou Venlo, nu waarschijnlijk Belgisch zijn. Limburg was dan wel, een provincie, voor de Hollandse koning, bleef het, net als de overige Zuidelijke Nederlanden, toch een soort generaliteitsland, een soort kolonie.  

Dat Baudet dit er niet bij vertelt is logisch. Het past niet in het verhaal dat hij wil vertellen. Het verhaal van die trotse koppige Nederlander die zijn mannetje staat in de wereld en die niet met zich laat sollen. Want met die trotse Nederlander werd wel degelijk gesold. Ook de laatste keren dat er werd gesold, komt in het trotste verhaal van Baudet niet naar voren. Aan de Duitse bezetting na een oorlog van vijf dagen, de jodenvervolging en de dekolonisatie besteedt hij geen aandacht.

Sollen dat is wat de ‘Powers that Be’ doen met degenen die niet bij die Powers horen. Dat is een constante in de geschiedenis. Alleen wie die ‘Powers’ zijn, verandert door de jaren heen. In 1815 waren dat Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen. Dat laatste land hoorde er voor het eerst bij. Terwijl ze toen op het toppunt van hun macht stonden, zouden de Oostenrijkers nu willen dat ze erbij hoorden. In één eeuw schopten de Oostenrijkers het van hero naar zero. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd het land opgedeeld, gedecimeerd en gedegradeerd tot niet eens een B-land. Die status had het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden al in 1815.

Illustratie: Pixabay

Sollen daar helpt het vertellen van verhalen over je trotse verleden niet tegen. Die ‘rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ om de waarschuwing bij beleggingsproducten aan te halen. Dat ‘trotse’ verleden is hooguit een schaduw en een schaduw wordt groter als de zon ondergaat. Tegenwoordig lijken we anders te denken over het verschuiven van grenzen. Voor onze huidige politici zijn landsgrenzen heilig. Die mogen niet ter discussie worden gesteld en het ene land mag zeker geen stukje van het andere inpikken. Zie bijvoorbeeld de Russische annexatie van de Krim. Die wordt niet getolereerd. Alhoewel heilige grenzen? Zijn die niet alleen heilig als het de huidige ‘Powers that Be’ uitkomt? Want hoe heilig waren de Servische landsgrenzen of een paar jaar eerder de Joegoslavische en de grenzen van de Sovjet Unie? Die landen mochten zomaar uit elkaar vallen en er mochten nieuwe landen ontstaan. De oude grenzen waren niet zo heilig. Je zou kunnen tegenwerpen dat er hier geen sprake is van het ene land, dat grondgebied van een andere land bezet omdat er ‘nieuwe’ landen ontstonden. De Rus kan dan weer tegenwerpen dat die inwoners van de Krim per referendum kozen voor aansluiting bij Rusland. Een keuze die de Venlonaren in 1839 niet kregen. 

Wat nu is zegt niets over de toekomst. Dat is ook wat de verschuivende grenzen uit het verleden laten zien. Is het nu ‘voor eeuwig’ vaststellen van grenzen niet een poging om ons ‘heden’ voor de toekomst vast te leggen? Een manier om het heden te vereeuwigen? Erger nog, zijn trotste verhalen, zoals dat van Baudet, niet pogingen om het verleden ook de toekomst te laten zijn? Een verleden dat bij nadere bestudering helemaal niet zo ‘groots en geweldig’ was als Baudet het laat klinken. Is ‘terug naar het verleden’  geen motie van wantrouwen aan de broek van onze kinderen en kleinkinderen? Ontzeggen wij hen daarmee niet het recht op hun eigen ‘verhalen’?

Wij geven de wereld door aan onze kinderen en kleinkinderen. Dat doorgeven doen we met ons verhaal. Zou dat verhaal er niet een van mogelijkheden moeten zijn? Een verhaal waarin het verleden een belangrijke maar duidelijk andere rol moet spelen dan het verhaal van Baudet. Geen verhaal van ‘trots op’ of ‘grootsheid’ van het verleden, maar een verhaal waarin we leren van het verleden door er patronen in het menselijk gedrag in te herkennen. Patronen zoals het sollen door de ‘Powers that Be’, het misbruiken van het verleden voor politiek gewin. 

Of over de rol van migratie in de geschiedenis. Immers zonder migratie had Baudet zijn trotse verhaal niet kunnen vertellen. Sterker nog, dan hadden we nog steeds rondgelopen op de vlakten van het huidige Oost-Afrika. Nou ja we, hooguit een heel klein deel van de huidige mensheid want veel plek was er niet naast alle andere dieren. Heeft juist die migratie de mens gemaakt tot wat hij is? Een wezen dat grenzen verlegt? 

Illustratie: Wikipedia

Wat zeker niet mag ontbreken zijn verhalen over de rol die macht speelt en wat macht met mensen doet. Verhalen over mensen die macht moeten ondergaan. Mensen waarmee wordt gesold. Verhalen over economische macht van het ene land over het andere. Dus verhalen over de rol van imperialisme en kolonialisme van de oude Egyptenaren tot nu. Want imperialisme en kolonialisme zijn er zo ongeveer sinds de mens zich voor het eerst vestigde in steden. 

Maar vooral ook verhalen over de economische macht van de ene mens over anderen. Dus verhalen over de rol van slavernij en feodalisme vroeger en nu en de manieren waarop onze voorvaderen zich hiertegen teweer stelden. Welke manieren succes hadden en welke niet. manieren zoals de meent. Commons in het Engels en vooral bekend door het artikel The Tragedy of the Commons van Gareth Hardin. Gronden, bos of wateren nabij een dorp waarvan iedereen gebruik mocht maken. Een ouderwets systeem dat ervoor zorgde dat de keuterboeren konden overleven. Een systeem waarbij ieder zijn deel kreeg en dat onderhevig was aan regels die ook door de eigenaar van de grond, de landheer, werden gerespecteerd. 

Een interessante casus over wat mensen samen kunnen bereiken en ook hoe dat teloor kan gaan. Hardin redeneerde als volgt. Het inkomen van de herders wordt bepaald door de omvang van hun kudde. Eén schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Dat ene schaap verhoogt immers zijn inkomen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus zijn een schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Herder A en met hem de andere herders zitten vast in een systeem dat hen langzaam maar zeker naar de ondergang dringt. Hardin zag onze voorvaderen met een huidige economische bril. Een bril van concurrentie en streven naar winst en die winst kan al zijn dat je iets meer hebt dan je buurman. In werkelijkheid heeft het systeem van de meent eeuwenlang zeer goed gefunctioneerd zonder dat het tot uitputting van die gronden leidde. De keuterboeren, onze voorvaderen dachten helemaal niet aan winst en groei. Zij dachten aan samen overleven. 

Hardin heeft gelijk dat hebzucht de meent vernietigde, alleen niet de hebzucht van de keuterboertjes, maar de hebzucht van de landheren. Het systeem van de meent functioneerde eeuwenlang omdat niemand het kon veranderen, de keuterboeren niet en ook de landheer niet. Dat veranderde met het steeds democratischer worden van het landsbestuur. Het parlement kreeg wetgevende macht en kon het gewoonterecht van de meent wel wijzigen. En wie zaten er in het parlement? De landheren en die grepen in de 18e en begin 19e eeuw hun kans. Vooral de Engelse situatie is zeer goed gedocumenteerd. In Engeland nam het parlement ‘Acts of Enclosure’ aan. Wetten die de landheer het recht gaven om zijn land te omheinen en zo af te schermen voor gebruik door anderen. Zo’n omheinde meent betekende het einde voor de keuterboeren. Die konden niet meer overleven.

Illustratie: Flickr

Met het verhaal van de meent kunnen we nu en in de toekomst naar de wereld kijken. Je zou de meent kunnen zien als een ‘basisinkomen’ avant la lettre. Als een manier om naar patenten te kijken of naar (belasting)wetgeving voor het bedrijfsleven. Maar ook een manier om naar de rol van belangengroepen en parlementen te kijken en vooral als waarschuwing dat niet alle belangen een ‘groep’ hebben die gehoord en vertegenwoordigd is. 

Hardin met zijn Tragedy of the Commons, maar ook Baudet met zijn verhaal over het ‘grootse en trotse Nederland’ zien, geven een voorbeeld van de rol die verhalen spelen in het denken van mensen. Verhalen die mensen binden. Maar laten ze niet ook zien dat het goed is om die verhalen te onderzoeken, ter discussie te stellen en er andere verhalen tegenover te stellen? Verhalen die ook weer onderzocht en bediscussieerd moeten worden? Dat het voor de huidige mens, net als zijn Afrikaanse voorvaderen, goed is om zijn grenzen te verleggen, nieuwsgierig tet zijn en ‘migrant’ in denken te zijn?


Klimaat en klimaat

Ik schrijf al een paar jaar ‘Prikkers’ om mensen aan het denken te zetten. Prikkers die je kunt zien als kritiek op iets of iemand. Na het lezen van een artikel van Tim Engelbart bij DDS vraag ik me af of dat eigenlijk wel mag. Waarom? Wie ben ik om iemand de maat te nemen?

Illustratie: Pixabay

Volgens Engelbart mag ‘weerman’ Gerrit Hiemstra geen kritiek leveren op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Engelbart: “klimaatverandering bestaat en wordt door de mens een weinig opbeurend handje geholpen. Dat zijn gewoon de feiten, en het is inderdaad onverantwoordelijk van Thierry Baudet dat hij zich tegen deze wetenschappelijke consensus keert.” Maar, zo beweert Engelbart: “het is niet de taak van de NOS om hele politieke partijen door het slijk te halen. Daarvoor zijn weer andere politieke partijen, maar niet de weermannen van het Achtuurjournaal. Schoenmaker, blijf bij je leest!” Gelukkig ben ik Ballonnendoorprikker die zichzelf de opdracht heeft gegeven om rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak te stellen. Dus bij deze.

Hiemstra mag geen kritiek leveren op de ‘klimaat en milieuanalyse’ van Baudet want hij is geen politieke partij. Sterker nog, hij is ‘de NOS’ en dat moet een ‘bolwerk van politieke neutraliteit zijn. Een vreemde redenering om drie redenen.

Als eerste wordt Hiemstra vereenzelvigd met de NOS. Dus iemand die voor een bedrijf werkt is dat bedrijf. Iemand die twee baantjes heeft is dus twee bedrijven. Een bijzondere redenering. Dit zou betekenen dat onze premier Nederland is. Onze koning trouwens ook, net als de koningin. 

Als tweede, omdat Hiemstra ‘de NOS’ is, moet hij zijn mond houden. De NOS moet immers neutraal zijn en dat betekent, als ik Engelbart goed begrijp, dat de mensen die er werken geen mening mogen uiten. Als zij hun mening uiten dan schenden ze de neutraliteit van de NOS. Neutraliteit is het hebben van geen mening? Zou neutraliteit niet ook kunnen betekenen dat je verschillende ‘meningen’ een platform geeft om met elkaar in gesprek te gaan? 

Dan het derde en belangrijkste punt. Volgens Engelbart mogen alleen politici andere politici de maat nemen en aanspreken op eventuele ‘onzin’ die ze uitkramen. Laten we het eens omdraaien. Mag Baudet zich dan wel uitspreken over klimaatverandering? Is klimaatverandering dan niet het exclusieve terrein van klimaatwetenschappers? De geschiedenis het exclusieve terrein van historici en stukadoren van stukadoors? Daarom vroeg ik mij af of ik eigenlijk wel stukjes mag schrijven.

Zijn de samenleving, het maatschappelijk klimaat, de wetenschap, het klimaat en vooral de politici er niet juist bij gebaat dat mensen van divers pluimage met elkaar in gesprek gaan? Dat een klimaatdeskundige, historicus of natuurkundige een politicus aanspreekt? Dat zij zich in het debat mengen en dit voorzien van de wetenschappelijke inzichten?

Realisme

Volgens Geerten Waling worden we doodgegooid met ‘ismen’. Tenminste als we de titel boven zijn bijdrage bij Elsevier mogen geloven. ’Ismen’ die je niet zelf voert, maar die je door anderen worden opgeplakt.

exchange-of-ideas-222788_960_720

Illustratie: Pixabay

In zijn artikel haalt hij drie ‘ismen’ aan. Als eerste neoliberalisme: “een term die moet verwijzen naar een ongebreideld marktdenken door grootkapitalisten die zich niet bekommeren om de arme burger die het slachtoffer wordt van hun privatiseringen, handelsverdragen en marktliberalisatie.” Kritiek op die marktwerking snijdt best hout, maar het woord is: “een etiket dat we graag plakken op beleid dat ons niet bevalt (of dat anders uitpakt dan we hadden gehoopt).” Ook een ander ‘isme’, het populisme vertroebelt het debat. Het is: “een scheldwoord, dat bedenkelijke motieven suggereert bij je tegenstander, zoals volksmennerij, simplisme en opportunisme,” aldus Waling. Als laatste het ‘islamisme’. Waling: “Hoewel zo’n ‘islamist’ zichzelf eerder zal kwalificeren als ‘goede moslim’, niet als aparte categorie binnen de islam, helpt het onderscheid om een militant deel van de gelovigen te onderscheiden, zonder de andere moslims van de samenleving te vervreemden.” Om die reden heeft dat woord nog enig nut, volgens Waling.

Inderdaad worden er veel ‘isme’-etiketten geplakt. Zo wordt racisme te pas en te onpas gebruikt om iemand te diskwalificeren. Of neem Sid Lukkassen, die heeft het vaak over cultuurmarxisme. Een plakkertje dat hij, en met hem Paul Cliteur en Thierry Baudet, graag op andersdenkenden plakt. Een vasthoudend iemand met een uitgesproken mening is al snel een ‘fundamentalist’. Een woord waar je weer allerlei woorden voor kunt zetten zoals milieu of islam. Allemaal ‘ismen’ die je door anderen opgeplakt krijgt om je in een hoek te zetten. In een hoek te zetten zodat de ‘plakker’ niet op je argumenten hoeft in te gaan. 

Eén ‘isme’ past niet in deze rij, het ‘realisme’. Het past niet omdat je het niet opgeplakt krijgt, maar het jezelf opplakt. Het woord wordt door velen gebruikt om hun eigen standpunten kracht bij te zetten. Kracht bij te zetten omdat het suggereert dat iemand die het niet met je eens is, irreëel is. Irreëel of nog erger, een idealist. Een zwever of dromer en op diens argumenten hoef je ook niet te reageren. Moeten we niet juist oppassen voor mensen die zichzelf de stikker ‘realisme’ opplakken? 

Baove alles Venlonaer!

“Dat wordt gecontrasteerd met een flatbouw uit Polen, waar aan zo’n beetje alle gevels een Poolse vlag hangt. De boodschap is duidelijk: Polen is een land dat geen grote massa-immigratie gekend heeft de afgelopen tientallen jaren, maar Duitsland wel. En dat heeft ervoor gezorgd dat de nationale identiteit van Duitsland wordt aangetast, waar tegenover die van Polen gewoon intact is gebleven.” Een passage uit een artikel van Tim Engelbart bij De Dagelijkse Standaard. Engelbart schreef dit artikel naar aanleiding van een tweet van Thierry Baudet. De Poolse identiteit is in tact gebleven, de Duitse niet en, zo bedoelen Baudet en Engelbart, de Nederlandse ook niet. 

vlaggen

Illustratie: Pixabay

Identiteit, het “eigen karakter”. Een persoon heeft een eigen karakter en daarmee een eigen identiteit. Zou het werkelijk zo zijn dat alle Polen, Duitsers of Nederlanders hetzelfde ‘eigen karakter’ hebben? Al kun je je dan wel afvragen hoe ‘eigen’ dat eigen karakter dan is. 

Laat ik het eens op mezelf betrekken. Ik ken redelijk wat mensen, ik ben echter nog niemand tegen gekomen met een ‘eigen karakter’ dat precies gelijk is aan het mijne. Geen Nederlander en ook geen Duitser, Pool, Turk, Marokkaan of persoon van welke nationaliteit dan ook. Nu kan het dat ik een uitzondering ben op de regel en dat alle andere Nederlanders wel eenzelfde ‘eigen karakter’ hebben. Zou ik daarmee de Nederlandse identiteit aantasten? 

Nu woon ik, zoals jullie wellicht al weten, in Venlo en door Venlo stroomt de Maas. En aan de andere kant ligt Blerick dat ook tot de gemeente Venlo behoort. Een ‘echte Venlonaer’ zal zeggen dat ‘die van Blierick’ heel anders zijn. Of zoals ze met Vastelaovend zingen: “ik bin zoë gaer, baove alles Venlonaer.” Wellicht zal hij zelfs zeggen dat hij er nog niet begraven zou willen liggen. Andersom kan ook en beiden zullen zich afzetten tegen de inwoners van Tegelen, de Tegelse, die ook bij de gemeente horen. Als je vervolgens alleen naar Venlonaeren kijkt, dan zal iemand van Op Stalberg zich helemaal niet kunnen ‘ identificeren’ met iemand uit Geneuj. En zo kunnen we doorgaan. 

Zou er dan werkelijk een Poolse, Duitse of Nederlandse identiteit’ bestaan die aangetast kan worden? Of zou juist het groepsdenken dat ten grondslag ligt aan het ‘identiteitsdenken’ onze samenleving aantasten? Of, zoals ik vorig jaar al eens schreef: “ Leidt een discussie over wat wel en wat niet tot de ‘Nederlandse identiteit’ hoort er niet juist toe dat mensen tegen elkaar worden opgezet? Immers door te bepalen wat ‘erbij’ hoort, bepaal je ook wat er niet bij hoort.” 

Baudet en gelijkwaardigheid

“Precies wat Gerard Joling zegt in dit interview met @Playboy: mensen die hierheen komen moeten zich houden aan ons rechtssysteem en onze normen en waarden respecteren. Zo simpel is het! “ Een tweet van Thierry Baudet die te lezen is bij ThePostOnline. Inderdaad moet iedereen in dit land zich aan de wet houden. En ja, ook normen en waarden dienen te worden gerespecteerd, niet alleen de ‘onze’ (wie dat ook mogen zijn) van Baudet maar ook die van anderen dan die ‘onze’. Zou Baudet dat ook bedoelen? 

gelijk

foto: Wikimedia Commons

Vijf minuten na deze tweet, gooide Baudet er een volgende tegenaan: “Om daarop ook daadwerkelijk te handhaven heeft #FVD de “tolerantiewet” gepresenteerd: vijf Nederlandse kernwaarden waarmee niet gemarchandeerd mag worden en die ook de islamitische gemeenschap nu moet gaan onderschrijven in dit land.” Nu gaat het bij die vijf kernwaarden om zaken die allang bij wet zijn geregeld en waar dus iedereen zich al aan moet houden. Een wet om andere wetten te bevestigen een overbodige actie? Hoe verhoudt deze tweet zich tot de vierde van de vijf kernwaarden: “Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele geaardheid?”

Het venijn van deze tweet zit hem in het laatste stukje van die tweede tweet: de islamitische gemeenschap die iets moet gaan onderschrijven. Nu kun je je afvragen wie dat dan namens die islamitische gemeenschap zou moeten gaan doen? Zou er iemand zijn die hiertoe het mandaat heeft of krijgt? Je kunt je zelfs de vraag stellen of dé islamitische gemeenschap wel bestaat. Belangrijker is de vraag welke gemeenschappen die kernwaarden nog meer moeten gaan onderschrijven. Zou dat ook aan de christenen, hindoes, joden of aanhangers van de wicca worden gevraagd? 

Ik kan me niet herinneren dat ik ze ooit heb moeten onderschrijven terwijl het niet zeker is dat iemand die in Nederland wordt geboren zich automatisch aan deze ‘waarden’ houdt. De enigen die zoiets moeten onderschrijven, zijn nieuwkomers als ze de ‘participatieverklaring’ ondertekenen. Iets wat ik als geboren Nederlander niet hoef terwijl het niet zo hoeft te zijn dat ik me houdt aan wat daarin wordt genoemd en wat dus als ‘Nederlands’ wordt gezien. Sterker nog, onze eigen overheid houdt zich er niet aan, zij wil immers mensen met een beperking minder dan het minimumloon betalen terwijl de verklaring toch aangeeft dat er bij werk tenminste minimumloon hoort. 

Hoe fundamenteel gelijkwaardig zijn mensen in Baudets Wereld?