Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?

Etnisch profileren

Op de de site JOOP is een interessante bijdrage te lezen van Mitchell Esajas in het racisme-debat. Esajas vraagt terecht aandacht voor de nadelen die gekleurde mensen ondervinden in Nederland. Schade niet alleen door: “PVV-klootjesvolk’ en extreemrechtse gekken,” maar ook door: “goedbedoelende witte mensen.” 

Die laatste bagatelliseren de ernst van het racisme in Nederland door bijvoorbeeld zwarte piet te vergoelijken ondanks de pijn die ‘piet’ bij gekleurde mensen veroorzaakt. “Het wordt tijd dat ‘goedbedoelende keurige witte mensen’ als van der Horst zich meer gaan verdiepen in het koloniale verleden en de betekenis van institutioneel racisme en minder whitesplainen. Dat is een term dat gebruikt worden om aan te duiden wanneer, wellicht goed bedoelende, witte mensen op een paternalistische manier aan een zwart persoon uitleggen wat wel en wat niet als racisme beschouwd dient te worden. Alsof zwarte mensen, na 400 jaar slavernij, kolonialisme en discriminatie, niet weten wat racisme is en hoe ze er tegen moeten vechten,” aldus Esajas. Daarom pleit hij voor: “een publieke campagne over het koloniale verleden en migratiegeschiedenis in combinatie met verandering van het curriculum zodat er van het basis- tot het hoger onderwijs meer aandacht komt voor de relatie tussen het koloniale verleden en het heden.” Als historicus kan ik die extra aandacht voor de geschiedenis alleen maar toejuichen want een mens is een product van zijn verleden.

RacismeIllustratie: personanongrata.nl

Alleen zit ik met een probleem. Ik weet niet wat Esajas van mij verwacht. Ik ben redelijk op de hoogte van het koloniale verleden, de migratiegeschiedenis, de effecten van twee wereldoorlogen, de ontstaansgeschiedenis van Nederland, de kruistochten, de veroveringstochten van de Mongolen, de invloed van het Romeinse rijk en de Griekse beschaving.  Alles weet ik er niet van, maar wie wel? Ik ga me er niet voor verontschuldigen, want ik heb er geen schuld aan. Ik moet het ook maar doen met de gevolgen ervan en voor wat ik ermee doe, daarvoor ben ik verantwoordelijk.

Ik stoorde me enorm aan het aanroepen van de VOC-mentaliteit door toenmalig premier Balkenende. Ik erger me rot als ik Wilders over moslims hoor praten. Als wordt ‘vergeten’ welke rol het Westen in het Midden-Oosten speelde en speelt. Net zoals ik me rot erger aan ‘gekleurde jongeren’ die een witte vrouw in een rokje hoer noemen.

Ik voel me niet aangesproken als er over racisme wordt gesproken al weet ik dat de Nederlandse maatschappij wel dergelijke trekken heeft. Die stel ik aan de kaak. Zo schreef ik over de uitsluitende werking van taal. Dat mensen liever ‘klonen van zichzelf’ aannemen weet ik, daar kan iedereen het slachtoffer van worden alleen met een kleurtje ben je dat sneller.

Ik weet dat je tegenwoordig alleen maar aandacht krijgt, als je schreeuwt en overdrijft. Dat maakt het echter wel heel lastig om na te gaan of iets gemeend is of alleen zwaar aangezet. Zo voel ik me ‘etnisch geprofileerd’ door zinnen als: “Het omvat een dominante manier waarop de Nederlanders over zichzelf denken, als een klein doch rechtvaardig, ethisch, kleurenblind, vrij van racisme, dus een baken van licht voor andere volkeren en naties,” die Esajas van professor Gloria Wekker heeft overgenomen als er wordt geschreven over het Nederlandse zelfbeeld. Ik voel me in een hoek gezet, waarin ik me niet thuis voel en waarin ik niet thuis hoor. Alleen weet ik niet hoe ik uit die hoek kan komen. Want wie weet schaad ik, als ‘goed bedoelende witte mens’, dan wel iemand door mijn ‘paternalisme’ en dat wil ik ook niet.

Beste meneer Esajas, al maak ik het niet zelf mee, ik kan met u meevoelen en wil eraan meewerken dat die gevoelens verdwijnen. Voelt u ook met mij mee als ik me in de hoek gezet voel door de manier waarop u en de uwen het debat voeren?

Invictus

Race can be erased,” is de conclusie van Mark van Vugt in Trouw. Hij haalt hiervoor een onderzoek aan waarbij mensen zich moesten herinneren wie wat zei over een basketbalwedstrijd. Het antwoord: ja, mensen wisten of het een man of vrouw was en welke huidskleur de persoon had. Toen de sprekers een shirt aantrokken van een van de twee clubs, wisten zij alleen nog van welke club de persoon was, het geslacht of de huidskleur was niet meer relevant. “Trek een oranje shirt aan en je huidskleur doet er niet meer toe, aldus Van Vugt: “Sport verbroedert, letterlijk. Jammer dat we er niet bij zijn op het EK voetbal!”

Jonah Lomu

Foto: www.1eyedeel.com

Toen ik dit las moest ik denken aan de documentaire The Sixteenth Man. Een documentaire over Zuid-Afrika dat bij het aantreden van Nelson Mandela als president in 1994, dreigde te vervallen in een bloedige burgeroorlog. Mandela zag het wereldkampioenschap rugby van 1995, dat in Zuid-Afrika werd gehouden, als een grote kans om blank en zwart te verzoenen en te verbroederen.

Rugby was in die jaren de sport van de blanken. Zwarten waren bij wedstrijden van de Springboks (de nationale ploeg) altijd voor de tegenstander. De ‘Bokken’ waren immers van de blanke vijand. Een vrijwel hopeloze uitgangssituatie die nog werd verergerd door de staat van het rugbyteam dat in de aanloop naar het WK een hopeloze indruk maakte. Toch werden de Springboks in 1995 wereldkampioen en het land schaarde zich als één man achter het team en de president. Die eenheid werd goed verwoord door aanvoerder Francois Pienaar toen hij direct na de wedstrijd antwoord gaf op de vraag: ‘Was dit onmogelijk geweest zonder de steun van de 63.000 fans?’ Pienaar antwoordde: “we werden niet gesteund door 63.000 Zuid-Afrikanen, maar door 43 miljoen.’  Voor de filmliefhebbers, de film Invictus geeft een iets geromantiseerd beeld van dezelfde gebeurtenis. De voice-over van de documentaire, Morgan Freeman, speelt Mandela.

En nu we het over die film hebben. Als Mandela te horen heeft gekregen dat de sportraad heeft besloten om het shirt en de naam Springboks af te schaffen, komt hij in actie. Zijn politiek assistente waarschuwt hem dat het volk (het zwarte deel) de Springboks haat en dat dit besluit goed zal vallen bij de achterban. Daarop antwoordt hij: “In this instance the people are wrong. And it is my duty as their elected leader to show them that.”  Waarop zijn assistente hem eraan herinnert dat hij zo het vertrouwen van zijn achterban verliest en zijn toekomst als leider op het spel zet. Waarop hij haar antwoordt: “The day that I‘m afraid to do that, is the day that I’m no longer fit to lead.”  Missen we dergelijk leiderschap? Zou de rassendiscussie dan anders verlopen?

Enige minpunt aan film en documentaire, is dat mijn favoriete rugby-speler de wedstrijd verloor en nooit wereldkampioen werd. De legendarische, helaas te vroeg overleden Nieuw-Zeelander Jonah Lomu. Vandaar zijn foto als eerbetoon.

 

De vorige oorlog

Op de site JOOP pleit journalist Clarice Gargard ervoor om blanke mensen wit te noemen. Door het woord ‘blank’ worden witte mensen: “… neutraal, de standaard, het beginpunt, de oerknal, het baken van waaruit het licht der objectiviteit stroomt. En zo worden ‘blanke’ mensen in de taal als superieur gesteld tegenover ‘anderen.”  Door ‘wit’ te gebruiken wordt deze bevoorrechte positie verlaten. Zij wil via het taalgebruik een historische scheefheid recht zetten. Dat kan maar is er niet iets anders om je druk over te maken? In haar betoog schrijft zij iets opmerkelijks als het gaat over kolonialisme. Zij schrijft: “ in principe is het wereldwijd vrij not done om een gebied binnen te vallen en te stellen dat het nu van jou is (tenzij je Rusland bent). Maar zouden we daarom de nasleep van die eeuwenlange onderdrukking niet meer voelen?”

neokolonialisme

Illustratie: www.siliconafrica.com

Bij kolonialisme wordt al snel aan de Europese ‘verovering’ van de wereld gedacht. Was niet juist een belangrijk kenmerk van kolonialisme dat je een gebied binnenwandelde en vervolgens verklaarde dat het vanaf dat moment van jou was? Was dat in vroeger eeuwen niet gewoon ‘business as usual’? En niet alleen moderne westerse landen zoals Engeland, Frankrijk en Nederland. Hoeveel oorlogen zijn er in de geschiedenis niet gevoerd tussen koninkrijken en vorstendommen? Oorlogen met als doel het grondgebied van de ander te bezitten, er een kolonie van te maken. Hoeveel grote beschavingen en wereldrijken zijn niet ten onder gegaan, omdat ze werden bezet, gekoloniseerd, door anderen die na de strijd verklaarden: dit is van ons? Wat te denken van het Sumierische rijk, het Perzische rijk? De Griekse stadstaten die ‘kolonie’ werden van het Romeinse rijk. Een rijk dat ook weer ten onder ging omdat Germaanse volkeren Rome bezetten? Wat te denken van de kolonisatie van China door de Mongolen? En niet alleen China, half Eurazië werd door de Mongolen ‘gekoloniseerd’.

Tegenwoordig lijkt het inderdaad ‘not done’ om gebieden binnen te trekken en te zeggen: dit is van ons. Behalve dan voor Poetin. Gargard gaat uit van de stabiliteit en integriteit van landsgrenzen. Het internationaal recht gaat daar ook van uit.  Zou het kunnen dat de tegenwoordige tijd een tijdelijke uitzondering is op de normale situatie?

Of een neokoloniale modernisering van de oude situatie? Neem de invallen in Irak en Afghanistan. Inderdaad, er werd niet gezegd: ‘en dit is nu van ons!’ Eerder een indirecte manier van overheersing, waarbij er op papier sprake is van zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Is dit niet gewoon neokolonialisme?

Wacht nog eens. Hoe zit het met economisch kolonialisme? Het opkopen van onder andere grond en mijnrechten door grote bedrijven en niet alleen westerse? Opkopen voor een veel te lage prijs, verkocht door corrupte bestuurders ten koste van de bevolking? Is dat niet een nieuwe manier om te stellen ‘dit is van mij’? Is dit niet gewoon kolonialisme met andere middelen? Kolonialisme waarbij de slachtoffers alle kleuren hebben en in ieder land wonen.

Zou Gargard haar energie niet beter kunnen richten op deze huidige neokoloniale oorlog?

Maar in de kleur van je hart

In een artikel bij de Correspondent schrijft Gloria Wekker over de ‘witte onschuld’. Het fenomeen dat het zelfbeeld van ‘Nederland’ en de ‘Nederlanders’ anders wordt gezien dan de werkelijkheid. Dat ‘witte Nederlanders’ dit niet weten en van de andere kant ook niet willen weten dat de voorvaderen imperialistisch en racistisch waren en dat dit nog steeds in de huidige ‘witte’ Nederlanders sluimert. Zij wil de ogen van die ‘witte Nederlanders’ hiervoor openen. Dit artikel roept bij mij wat vragen op.

In dit artikel valt de volgende passage te lezen: “Nederland heeft bijna vierhonderd jaar een imposant koloniaal rijk gehad. … Dat rijk strekte zich ooit uit van Nieuw-Amsterdam, Indië, Formosa, Ceylon, Zuid-Afrika en allerlei forten aan de westkust van Afrika tot delen van Noord-Brazilië, Suriname en de Antillen. Het zette Nederland op de kaart als een belangrijke wereldspeler en bezorgde diens inwoners gevoelens van superioriteit.”

Nederland bestaat toch pas sinds 1815? Daarvoor bestond er geen Nederland. Werd dat koloniale rijk niet gesticht door kooplui uit Holland en Zeeland? Is mijn eigen woonplaats en omgeving, Venlo, in die vierhonderd jaar niet wingewest geweest van Holland, Spanje, Oostenrijk en Frankrijk? Werd het niet pas in 1815 een onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden? Deed het vervolgens in de opstand tegen koning Willem I niet mee aan de Belgische kant? Werd het niet pas in 1839 weer een onderdeel van het verkleinde koninkrijk der Nederlanden? En was het als hertogdom Limburg niet ook nog lid van de Duitse bond waarvan het pas in 1866 afscheid nam? Werd het niet pas toen eenduidig en definitief een onderdeel van het koninkrijk der Nederland?

Vertoont Venlo zo niet meer overeenkomsten met Formosa, Ceylon en Indië dan met Holland? Holland was immers een van ‘kolonisatoren’ die het gebied als een wingewest behandelden. Heeft dat niet ook het denken over Limburgers flink beïnvloed en werkt dat niet nog steeds door? Zullen er in de Gouden Eeuw niet ook Hollanders zijn geweest die helemaal niets vandoen hadden met het bouwen van dat wereldrijk? Die alleen maar bezig waren met het dagelijkse overleven? En dat zouden er wel eens heel veel kunnen zijn.  Zijn er zo niet meerdere geschiedenissen, of is eenzelfde gebeurtenis niet vanuit meerdere invalshoeken te bekijken?

Iets verder schrijft Wekker over:”… een algemeen Europees ethos waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Met een andere woord imperialisme, een proces waarbij landen hun macht, invloed en cultuur in andere delen van de wereld willen laten gelden. Is imperialisme een typisch West-Europees iets? Deden de Maya’s, Inca’s, het Chinese rijk en  Djengis Khan niet ook aan imperialisme? En het Ottomaanse Rijk? En wat deed het oude Egypte? Wat je wel kunt constateren is dat de West-Europese landen vanaf 1500 het meest succesvol waren door hun superieure (wapen)techniek. Vertonen landen, en niet alleen westerse, nu niet nog steeds imperialistische neigingen? Vertoont het conflict in Syrië niet sterk imperialistische trekken en dus lastig om op te lossen? Hoe moet het gekrakeel tussen Iran en Saoedi Arabië van de afgelopen dagen anders worden beoordeeld? En is het handelen van Kagama van Ruanda niet ook imperialistisch geïnspireerd? En wat te denken van China, Japan, Vietnam en de Filippijnen in de Zuid-Chinese zee? En het robbertje met de Oekraïne als inzet?

Is dit een ‘ethos van landen’ of van heersers en machtigen, de mensen die de koers van landen bepalen dus? Zeker als die machtigen (koningen, stadhouders etcetera) niet door het totale volk worden gekozen. Want kent Nederland niet pas sinds de Grondwetswijziging van 1917 algemeen kiesrecht? En kun je zelfs in een democratie niet macht kopen en zo je zin doordrukken? Zijn er zo niet weer vele geschiedenissen mogelijk?

Is het superioriteitsdenken dat ten grondslag ligt aan racisme, niet ook iets waar niet-westerse landen zich schuldig aan maken? En niet alleen landen. Maakt bijvoorbeeld een beweging als IS, die uitgaat van de superioriteit van haar ideologie en eenieder die deze niet onderschrijft als minderwaardig ziet, zich niet ook hieraan schuldig? Net zoals iedere godsdienst of deel ervan dat zich als de ware ziet? Is dit niet een manier  van denken waaraan iedereen zich schuldig kan maken? En begint het aanpakken ervan niet juist ermee dat we dit ons realiseren?

Kunnen wij niet alleen iets in het hier en nu doen? Het verleden kunnen we immers niet meer veranderen. Kunnen we dat niet alleen maar vanuit de positie waarin we per toeval terecht zijn gekomen?  Heb jezelf invloed gehad op de plaats en de situatie waarin je bent geboren? Kan ik er iets aan doen dat ik uit blanke ouders in Velden ben geboren of is dat voor mij een feit waarmee ik het moet doen? Spelen toeval en geluk daarbij geen belangrijke rol?

Kunnen we niet pas dan wat aan racisme doen, als we ons realiseren en erkennen dat wij niet voor onze eigen ‘kleur’ hebben gekozen? En dat het een menselijke neiging is om zich af te zetten tegen anderen, om welke redenen die dan ook anders mag zijn? Maar vooral als we ieder mens als individu en doel op zich zien? Of om Frank Boeijen aan te halen: “Denk niet wit, denk niet zwart. Denk niet zwart-wit. Maar in de kleur van je hart.”