Geschiedenis maar dan anders

Het is niet dat ik iets tegen OneWorld heb. Het is gewoon toeval dat ik drie dagen achter elkaar iets op de site lees waarbij ik grote vraagtekens zet. In een artikel met als titel Mens ken je plek staat speciësisme centraal. Na intersectionaliteit en validisme alweer een bijzondere term. Speciësisme is de, zoals auteur Emma L. Meelker het omschrijft: “overtuiging dat dierenlevens minder waard zijn dan die van mensen.  Voor haar artikel spreekt Meelker met onder andere Emma-Lee Amponsah. Die heeft een bijzondere kijk op de geschiedenis.

Columbus ontdekt de ‘nieuwe wereld’. Of ontdekt de nieuwe wereld Columbus? Bron: WikimediaCommons

Volgens Amponsah is het: “belangrijk (…) om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen. Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme.” Amponsah: “Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan.” Laten we dit eens wat nader bekijken.

Het onderscheid tussen mens en dier is dus iets wat is ‘verzonnen’ door de blanke mens. Iemand met een groene huidskleur zou immers een ander onderscheid maken. Die zou de wereld verdelen in ‘groene mensen’ en ‘niet groene mensen’. Die blanke mens heeft dat verzonnen ergens in de zeventiende of achttiende eeuw, want dat was de periode van de Verlichting. Alhoewel het misschien ook aan het einde van de negentiende eeuw zou kunnen zijn, want dat is de periode dat de rassenleer ontstond. Nu heeft de verhouding tussen mens en dier een heel lange geschiedenis. Onze voorvaderen hebben eeuwen, wat zeg ik, millennia lang geleefd als jager- verzamelaars. Het lijkt mij dat daarvoor een onderscheid tussen de eigen soort en andere soorten van groot belang is. Zo’n tienduizend jaar geleden zetten onze voorvaderen hierin een volgende stap. Groepjes vestigden zich op een vaste plek en begonnen met het domesticeren van planten en dieren.  Of, en dat is een andere manier om ernaar te kijken, die planten en dieren begonnen de mens te ‘domesticeren’. Vanuit evolutionair perspectief bekeken zijn die gedomesticeerde planten en dieren immers de meest succesvolle. Als we, en dat doet Amponsah, redeneren vanuit het menselijk perspectief, dan is ook hiervoor onderscheid maken tussen mens en dier van belang. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de blanke mens in de achttiende eeuw de eerste was die onderscheid maakte tussen mens en dier.

Dat ‘verzinsel’  tijdens die Verlichting heeft ook slavernij vergoelijkt en het ‘normaal’ gemaakt dat mensen als slaven werden verhandeld. De zwarte Afrikaan was immers buiten de ‘menselijke wereld’ geplaatst. Excusez? Wordt hier de geschiedenis van de slavernij niet ernstig geweld aangedaan? Geweld aangedaan door deze te beperken tot de gruwelijke trans-Atlantische slavenhandel? Slavernij is echter veel ouder en trof niet alleen zwarte Afrikanen. Sterker nog. Slavernij is van alle tijden en ook van alle kleuren mensen.

Een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis. Een kijk waarbij het doel, alle ellende in de schoenen schuiven van de blanke man, centraal staat. Een doel waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt. Bij deze manier van denken moet ik denken aan een passage uit het boek Het Kristalpaleis van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ”Men is intussen zo vrij om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

‘Terreurorganisaties’

Bij de Correspondent een gesprek dat Thomas Vanheste voerde met de Belgische Hoogleraar Dries Lesage. Een gesprek over het boek Wat u niet mag weten over Turkije van Lesage waarin hij ervoor pleit om op een andere manier naar Turkije te kijken, “Want door al onze pijlen op Erdogan te richten en zijn tegenstanders wit te wassen, voeden we het Turkse ressentiment jegens het Westen en zorgen we dat Turkije van ons afdrijft.” In dit artikel wordt ook gesproken over ‘terreurorganisaties’ als de PKK.

Terreurorganisatie, dat stempel krijg je en dan mag je met alle geweld en middelen worden bestreden. Is iets als terrorisme bestempelen niet afhankelijk van je perspectief? Zo woedde er in de jaren tachtig in Nicaragua een strijd tussen de Sandinistische regering en de Contra’s. Met de woorden van nu zou de Sandinistische regering de Contra’s terroristen noemen. ‘The Great Communicator’, de Amerikaanse president Reagan, noemde ze ‘freedom fighters’. Dezelfde mensen vanuit twee invalshoeken op een tegengestelde manier geframed.

sloterdijk

Het boek Sferen. Schuim van Peter Sloterdijk dat ik recent las, bood een andere kijk op terrorisme. Volgens Sloterdijk is de grondgedachte van terreur: “dat niet meer op het lichaam van de vijand werd gemikt maar op zijn omgeving, zijn milieu.”  Terrorisme is: “geen tegenstander, maar een modus operandi, een strijdmethode is, die in de regel door beide partijen in een conflict wordt gehanteerd.” Terrorisme maakt “… een einde aan het onderscheid tussen geweld tegen personen en geweld tegen zaken in de omgeving van die personen: het is geweld tegen die mensen-omgevende ‘zaken’ zonder welke de personen geen personen kunnen blijven.” Terrorisme begint niet met een aanslag: “maar veeleer met de bereidheid en de wil ven de strijdende partijen om op een groter slagveld te opereren.” Slagveld is hierbij niet alleen geografisch bedoeld, het bevat alles wat voor het leven noodzakelijk is.

Heeft Sloterdijk niet een punt? En wordt dat slagveld waarop wordt geterroriseerd niet steeds groter? Wat is ‘digitale oorlogsvoering’ anders dan ‘geweld tegen ‘mensen omgevende zaken’? De cyberaanval op op Amerikaanse kiesregisters en mailboxen een daad van terrorisme, net als digitale aanvallen op nucleaire installaties in Iran?

Bedienen landen zich in de ‘War on Terror’ die ik al eerder dwaasheid noemde, niet van terroristische methoden? Behoren zij daarmee niet ook tot de terreurorganisaties?

 

Europese ‘Risk opdracht’

“West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek. Lees hier Edward Saids boek. Culture and Imperialism (1993) – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Een zin uit een artikel van Gloria Wekker bij de Correspondent van begin dit jaar, waaraan ik een artikel wijdde. ‘Oud nieuws’ dat weer actueel werd toen ik voor het schrijven van mijn brief aan Sunny Bergman Wekkers artikel nog eens las.

riskFoto: eBay

Begin dit jaar legde ik hier de link naar het imperialisme, het bouwen van grote rijken. Iets wat niet specifiek Europees is. Nu viel me iets anders op in deze zin. Europese landen ‘die de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en volkeren te onderwerpen’. Waaruit blijkt dat dit ‘een plicht’ was?

Dat West-Europeanen de wereldzeeën bevoeren, valt niet te ontkennen. Dat hierbij gebieden onder Spaanse, Portugese, Hollandse, Engelse, Franse controle werden gebracht evenmin. Avonturiers en handelslieden uit de genoemde landen, gingen op zoek naar de bron van ‘Oosterse’ producten. Dat deden zij waarschijnlijk om minder afhankelijk te zijn van Italiaanse steden die de handel tot die tijd domineerden als laatste schakel in de ‘zijderoute’. Zij wilden de ‘tussenpersoon’ uitschakelen en zelf meer winst maken.

Belangrijke voorwaarde voor dit zoeken van een andere route naar Indië en China, was het geloof (dat een feit is geworden) dat de aarde rond was, zo beweert de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in zijn boek Het kristalpaleis. Een filosofie van de globalisering. Volgens Sloterdijk ligt de periode van globalisering achter ons. Voor Sloterdijk is globalisering het in kaart brengen en verbinden van de gehele wereld. Een proces onder Europese dominantie. Die periode begon met de tocht van Columbus in 1492 en eindigde in 1945. De hele wereld was immers ontsloten en de Europese dominantie beëindigd.

Redenerend vanuit het heden, zou je, zoals Wekker doet, kunnen beweren dat de Europeanen een op een plan gebaseerde plicht hadden om de volkeren te onderwerpen. Wil er werkelijk sprake zijn van plan en plicht, dan moet er ergens een bijna zeshonderdjarig ‘Risk-opdrachtkaartje’ opduiken dat ondertekend is door alle toenmalige Europese heersers met een verhaal dat alle Europeanen moest inspireren. Sloterdijk hierover: “op geen enkel moment is er zoiets geweest als een gemeenschappelijk plan voor een Europese verovering van de wereld, zodat er in actu ook nooit behoefte is geweest aan een gecentraliseerd inspirerend verhaal over het handelen van een veroverend collectief.” 

Wekker lijkt de geschiedenis aan te willen passen aan haar huidige mening over het heden. Totdat het ‘risk opdrachtkaartje er is, hou ik me vast aan Sloterdijk.

Oei, ik groei!

Zou ‘evenwichtige groei in balans met de wereld om ons heen’ mogelijk zijn? De econoom Tim Jackson denkt in zijn boek Prosperity without Growth van niet: “To resist growth is to risk economic and social collaps. To persue it relentlessly  is to endanger the ecosystems om which we depend for long-term survival.”

groene-groei

Foto: ESB

D66 denkt daar in haar  verkiezingsprogramma anders over. De partij wil naar een ‘toekomstbestendige’ economie en die: “is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.” De partij is niet tevreden met de verwachte economische groei: “Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik.” Want: “Wij (D66) zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan.” 

Economische groei is belangrijk, volgens D66: “Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.”

Inderdaad, in onze op schulden gebaseerde economie is groei van essentieel belang. Die groei zorgt er namelijk voor dat de aangegane schulden betaalbaar blijven. Op de in de toekomst te verwachten groei kun je vooruitlopen door te lenen. Een lening waarvan je de rente en aflossing betaalt, uit die te verwachten groei. De economische crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar dit een samenleving maakt. Valt de groei weg, dan moet de lening even goed worden betaald en het geld dat daarvoor nodig is, moet ergens anders vandaan komen. Er moet dan worden bezuinigd. Bezuinigingen remmen vervolgens de groeimogelijkheden en zo raak je van de regen in de drup.

Volgens de filosoof Peter Sloterdijk (in zijn boek Sferen band 2 III Schuim) is onze samenleving de schaarste voorbij en is groeien om schaarste tegen te gaan en armoede te bestrijden, niet nodig. Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Producten als een manier om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen.

Ons wereldbeeld is echter gebaseerd op schaarste en: “bedient zich van scherp ingestelde schaarste-optieken om zichzelf te observeren,” aldus Sloterdijk. Met andere woorden, we zien de wereld door een ‘schaarste-bril’ en de enige schaarste die we niet zien is de schaarste aan schaarste. Zou hij gelijk hebben?

Een fundamentele vraag aan D66: met welk doel moet de economie groeien?

 

Schuimende samenleving

Er komt een Kleurijke Top 100, zo valt te lezen bij Joop. Een lijst van honderd mensen die, zoals de initiatiefnemers Raja Felgata en Khalid Ouaziz het uitdrukken, goed is voor diversiteit: “wij laten Nederlanders zien die al dan niet met een culturele achtergrond, het verschil maken. Die geloven in de kracht van diversiteit en verbinding. Rolmodellen. Helden.” Dit is nodig: “Onze samenleving staat in brand en bestaat uit parallelle samenlevingen. Ooit begonnen met kleine haardvuurtjes door politici als Hans Janmaat en Pim Fortuyn, om aangewakkerd te worden door Geert Wilders en opiniemakers die vrijheid van meningsuiting misbruiken om rechtse en racistische geluiden mainstream te maken.” En daarover maken de initiatiefnemers zich zorgen.

schuimFoto: vanmeeuwen.com

Dat er tegengas wordt gegeven tegen racistische geluiden is een goede zaak en als deze lijst daarbij kan helpen, stel ze dan op. Of het lukt om de parallelle samenlevingen de nek om te draaien en te komen tot één samenleving? De filosoof Peter Sloterdijk beschrijft in zijn boek Sferen. Band II – Schuim  het geloof in die eenheidsamenleving als volgt: “Ze presenteren zichzelf als betoverde ruimten die profiteren van imaginaire immuniteit en magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” een geloof in sprookje dus.

Volgens Sloterdijk moet, wie serieus over een samenleving wil spreken: “zich buiten het terrein van de wij-beneveling begeven. Pas als men daarin geslaagd is, zal men inzien dat ‘samenlevingen’ of volken zelf veel vlottender, tweeslachtiger, poreuzer en promiscuer zijn dan hun homogene namen suggereren,” Bestaat niet iedere samenleving uit ‘parallelle samenlevingen’? Is niet ieder gezin, bedrijf, vereniging, vriendenclub een samenleving op zichzelf? Samenlevingen met eigen kenmerken, woorden en gebruiken die parallel naast en met elkaar functioneren, of ‘microsferen’ zoals Sloterdijk ze noemt. Een sameneleving is: “een aggregaat van microsferen … van verschillend formaat, die net als afzonderlijke bellen in een schuimberg aan elkaar grenzen en in lagen op of onder elkaar liggen, zonder dat ze echt voor elkaar bereikbaar of effectief van elkaar gescheiden zijn.”

De samenleving als schuim, een mooie metafoor omdat schuim niet kan branden. Sterker, het wordt door de brandweer gebruikt om branden te blussen. Zou het bestaan van juist die parallelle samenlevingen, microsferen of schuimbellen en -belletjes er niet voor zorgen dat een samenleving leefbaar blijft? Zou een mens niet juist verdwalen of verwezen zonder die ‘microsferen’? Verdwalen in samenlevingen die zich zien als een grote eenheid of eenheidsworst?

Beste Raja Felgata en Khalid Ouaziz, zouden we niet juist die ‘parallelle samenlevingen moeten koesteren? Is het echte probleem niet juist het denken in eenheid, het geloof in die “magisch gekleurde wezens- en keuzegemeenschap” ? Ligt dat niet juist aan de basis van het ‘racistisch’ denken? Moeten we de schuimbellen niet koesteren om een brand te voorkomen?

De dood van de ‘links -rechtsschaal’

“Extreemlinkse Jeremy Corbyn herkozen als Labour-leider,” de kop boven een artikeltje bij ThePostOnline waarin melding wordt gemaakt van de herverkiezing van Jeremy Corbyn als leider van de Britse Labour Party. Extreem links, links, centrum links, centrum rechts, rechts, extreem rechts, allemaal woorden waarmee de spreker iemand wil duiden.

links-rechtsIllustratie: www.slideshare.net

Wanneer is iets links en wanneer rechts? Volgens TPO is Corbyn extreem links, zouden anderen hem links kunnen noemen en weer anderen zelfs rechts? Wat zeggen dergelijke woorden dan en over wie zeggen ze wat?

Even een uitstapje naar de filosofie. In zijn boek Globes. Macrosferologie schrijft Peter Sloterdijk over de rol van een god. Een belangrijke functie van een god is, volgens hem, het onderscheid tussen binnen en buiten bewaken: wie hoort er wel bij en wie niet? God als grensbewaker, de alomvattende. Een tweede rol van god is die van ‘verlichter’: hij laat zijn licht schijnen op zijn volgelingen. Bij beide rollen moet Sloterdijk aan een bol denken. God is dan de buitenkant die alles omvat, maar ook het centrum van waaruit het licht alle kanten op straalt. Dit beeld paste goed bij het wereldbeeld waarbij de aarde het centrum van het universum vormde. Toen dit wegviel, moesten religieuze denkers god opnieuw definieren en ze kwamen onder andere met: ‘god is een oneindige bol, waarvan het centrum overal en de omtrek nergens is.’ Sloterdijk laat duidelijk zien dat dit onmogelijk te combineren is met de twee rollen (grensbewaker en centrum) van god. Uiteindelijk verklaarde Nietzsche het ‘model god’ voor dood.

Waarom dit uitstapje? Als we nu naar de politiek kijken en het model van de links-rechtsschaal: een lijn met duidelijke uitersten en een middelpunt. Door anderen werd die lijn gebogen tot een hoefijzer. Wordt dit model niet onbruikbaar als het niet eenduidig is wat centrum, links en rechts is? Ontstaat er zo niet een oneindige lijn zonder duidelijk middelpunt met hetzelfde probleem als de oneindige godbol zonder duidelijk middelpunt? Zullen we de diverse modellen van de links-rechtsschaal ook dood verklaren?