Uitgelicht

Vreedzaam en veilig in Baudets Nederland

Soms lees je iets en dan denk je in deze ‘hittegolftijd: zou die een zonnesteek hebben opgelopen? “Ons Nederland was ooit zo veilig en vreedzaam. Het doet me pijn om te zien dat er in Nederland nu buurten zijn die onveilig zijn, buurten waar het tuig de politie zelfs kan wegjagen. En het had allemaal niet gehoeven; het is volledig zinloos.” Woorden van Thierry Baudet in een interview op de site De Dagelijkse Standaard. Dat vreedzame en veilige land is nu verleden tijd en dat is, aldus Baudet de schuld van: “allochtone jongeren die al drie of vier generaties in Nederland wonen, maar op geen enkele manier onderdeel van de Nederlandse samenleving willen zijn.”

Jantjes vegen de Dam schoon. Bron: Wikimedia

De eerste wedstrijd in het betaald voetbal die ik ooit bezocht was die tussen Fc VVV (zo heette VVV in de jaren zeventig en tachtig) en Fc Utrecht. Het was denk ik in 1978 of 1979. Vreedzaam was het in ieder geval niet. De fans uit Utrecht stonden bekend om hun gewelddadigheid en gingen flink te keer. Ik heb nog nooit zoveel ME gezien als toen. Nu was supportersgeweld in die tijd heel normaal en niet alleen in die tijd. Zo was er in 1997 de slag van Beverwijk tussen supporters van Ajax en Feijenoord. En ook menig kampioenschapsfeest werd ontsierd door geweld.

Een paar jaar later, begin jaren tachtig, begon ik met uitgaan. In mijn geboortedorp kende het jaar op dat gebied twee hoogtepunten: de Gekke maondaag en de kermis. Beide hoogtepunten werden door heethoofden uit andere dorpen aangegrepen om te komen vechten. En ja, daar waren ook Molukkers bij, maar het waren toch vooral ‘boerenkinkels’. En onder mijn dorpsgenoten waren er ook wel die van een knokpartijtje hielden, dus daar kwam het dan ook geregeld van. Dezelfde ‘heethoofdige’ dorpsgenoten trokken tijdens kermissen ook naar die andere dorpen met soortgelijke intenties. Aan mij was dit niet besteed. Wel werd ik geconfronteerd met de gevolgen ervan. De uitbater van mijn stamcafé De Bascule, wilde de rotzooi niet in zijn kroeg en daarom stonden er twee hele brede mannen in de deur.

Ook herinner ik me de berichtgeving over de jaarwisselingen. Steevast ging het over rellende en vechtende mensen. De stad Den Haag kwam altijd in de berichten voor. Daar liep het altijd uit de hand, maar niet alleen daar. Ook ‘boerengaten’ waarvan ik niet wist dat ze bestonden, kwamen in het nieuws vanwege ‘ongeregeldheden’. Of de ‘krakersrellen’ waarbij flink geweld werd gebruikt. En wie herinnert zich nog de kroning van Beatrix tot koningin?

De al wat ouderen onder ons, of degenen met iets meer kennis van de geschiedenis, weten vast nog wel van de hippies die ‘sit-ins’ hielden en op de Dam sliepen. Nadat het eerst oogluikend was toegestaan, verbood de Amsterdamse burgemeester het. Dit leidde tot heftige rellen. Daarop namen zo’n tachtig ‘Jantjes’, de populaire naam voor marinepersoneel, het recht in eigen handen en sloegen met knuppels en koppelriemen in op de ‘hippies’. En dit was niet de eerste keer dat de ‘Jantjes’ op deze manier van zich lieten horen. In 1967 veegden ze een groep Nozems uit het Amsterdamse Centraal Station. Of weer een jaar eerder, de rellen tijdens het huwelijk van Beatrix met Claus en de rellen bij het Telegraafgebouw in Amsterdam. Het optreden van de Stones in het Scheveningse Kurhaus. Of tien jaar eerder de bestorming van het gebouw van de Communistische Partij. En als we nog wat verder terug kijken, komen we onder andere het Jordaan-, het Aardappel- en het Palingoproer tegen. En wat te denken van Troelstra’s revolutiepoging in 1918? Diverse arbeidersoproeren en -twisten in de negentiende eeuw en zo kunnen we wel doorgaan tot de Bataafse Opstand tegen de Romeinen in de jaren 69 en 70.

Ik vraag me af hoe ver we moeten teruggaan voordat we ooit aankomen in dat ‘vreedzame en veilige’ land van Baudet. Hat land dat ruw is verstoord door die: “allochtone jongeren die al drie of vier generaties in Nederland wonen, maar op geen enkele manier onderdeel van de Nederlandse samenleving willen zijn.”

NEXIT? De verkeerde strijd.

Het is genoeg. Nederland moet uit de EU. En daarom gaan wij een denktank opzetten om dit proces van uittreding te versnellen. We gaan de zaak promoten van een vrij en onafhankelijk Nederland. Wij maken samen met u een vuist tegen de macht van Brussel. Wij hebben uw ideeën en uw inzet hard nodig. U hoort snel van ons.” De laatste woorden van het visiedocument van de ‘Nexit-denktank’ van Rutger van den Noort. In een schrijven bij Opiniez geeft hij aan waarom die ‘danktank’ nodig is: Natuurlijk zijn er een hele hoop nadelen aan een Nexit en deze zijn voldoende bekend. Toch is er geen goed beeld van de Nederlandse toekomst zonder EU. Welke randvoorwaarden zijn er nodig voor een soeverein land dat op een goede manier handel kan drijven met zijn buurlanden?” Ik moest denken aan het boek The Globalization Paradox van Dani Rodrik. Op het waarom kom ik later terug. Eerst het visiedocument.

Bron: Flickr

“Jarenlang onderdeel uitmaken van de Europese Unie heeft Nederland lui gemaakt,” lezen we in de eerste alinea. Een stelling die niet wordt onderbouwd. Geen al te sterk begin voor een visiedocument.

Die zin wordt gevolgd door: “Door de EURO is het makkelijk om te betalen als je op reis bent, maar de kracht van de eurozone is laag. Uitwassen in Brussel en Straatsburg leiden tot voortdurende frustratie. De waardeoverdrachten vanuit Nederland naar Zuid/Oost-Europa maken ons arm.” Eerst die makkelijke euro. Die valt bij een Nexit weg en dan wordt het lastiger op reis. Dan moet de Nederlander zijn gulden, want ik neem aan dat Van den Noort die dan terug wil, inwisselen voor de valuta van het land waarnaar wordt gereisd. Als midvijftiger weet ik maar al te goed wat dat betekent. Nee, ik begin niet over de volle beurs met veel vreemde munten want we leven immers in het digitale tijdperk. Nou ja, niet overal, zelfs niet in Europa. Wat het wel betekent: extra kosten voor het wisselen, steeds prijzen moeten omrekenen: ‘hoeveel guldens gaan er in een pond, euro of dollar? 

Dan het tweede deel, het populaire verhaal dat het ‘Noorden’ wordt uitgemolken door het ‘Zuiden’. Wat wordt vergeten is dat tegenover die ‘waardeoverdrachten’ een positieve Nederlandse handelsbalans staat naar die landen. Die landen gebruiken dat geld om onze producten te kopen en ons zo aan het werk te houden. Hoe zou dat na een Nexit zijn? Dan moet er een wisselkoers worden vastgesteld tussen die nieuwe gulden en de euro. Wat die koers ook wordt, het kost Nederland ergens export. Of export naar Duitsland, het land waarmee we het meeste handel voeren. Of export naar die Zuid Europese landen. De ‘waardeoverdrachten’ vallen weg, maar ook het handelsoverschot en dus banen van mensen die de betreffende producten maken.

Over naar de tweede alinea: “Nederland staat bekend om zijn handel. Met onze handelsgeest, een belangrijke haven en een strategische agrarische ligging zijn we goed voorgesorteerd om internationaal zaken te doen. Veel van onze handel gaat naar andere EU landen, maar de toekomst van de handel ligt vooral in Noord Amerika, Azië (Belt & Road) en Afrika. Honderden jaren doen we al zaken wereldwijd en met of zonder de EU zullen we zaken blijven doen. We zijn een handelsnatie!”  De ligging van Nederland, in een rivierendelta, zal niet veranderen bij het verlaten van de Europese Unie. De Rotterdamse haven zal blijven liggen waar ze nu ligt. Maar zal die haven net zo belangrijk blijven? Van den Noort noemt in zijn opsomming van de toekomst van de handel ‘Belt & Road’. Laat dat Chinese initiatief nu net bedoeld zijn om de goederen via verschillende routes te laten stromen. Een vorm van Chinees kolonialisme’, divide et impera’ om een Latijnse spreuk te gebruiken. De Spaanse havenstad Algeciras, op dit moment de vijfde haven van Europa, zou een Nexit kunnen aangrijpen om haar positie op de Afrikaanse markt te versterken. Ook Antwerpen en Hamburg, respectievelijk de tweede en derde Europese havens, zouden flink van een Nexit profiteren. Een Nexit betekent immers één extra grens en dus een extra barrière voor Rotterdam.

Bij een ‘agrarische ligging’ kan ik me niet zoveel voorstellen. Maar als Van den Noort bedoelt dat de agrarische sector het makkelijker krijgt op de wereldmarkt, dan is daar nog wel wat over te zeggen. Het afzetgebied voor agrarische producten uit Nederland bevindt zich vooral in de Europese Unie. 72% van alle agrarische handel gaat naar tien landen waarvan er zeven (ik tel de Britten al niet meer mee) in de Europese Unie liggen. Een kwart gaat naar Duitsland gevolgd door onze zuiderburen met 11%, de Britten met 10% en de Fransen met 9%. Zouden grenzen de export makkelijker maken? Oh maar wacht eens, iets verderop lees ik dat het wel mee zal vallen want ‘we’ worden: “een Nederland met slimme technologisch georganiseerde grenscontroles, hoogwaardige handel met nieuwe handelspartners, maar bovenal een open houding naar andere Europese landen.” Even terzijde, hoe open is je houding als je de deur voor de ander sluit? Want dat is wat er gebeurt bij een Nexit. De techniek gaat dus oplossen wat we nu, omdat we deel uitmaken van de Europese Unie, al hebben opgelost. Als die ‘slimme techniek’ er is, waarom wordt die nu dan niet ingezet voor de bewaking van de grenzen? Hoe kan het dat Nederland dan wordt ‘overspoeld’ met drugs? Drugs die via onze havens het land binnenstromen en vervolgens ook het land weer verlaten.

Algeciras. Bron: Wikipedia

Hoe komt de boer en vooral de tuinder aan zijn arbeidskrachten? Die komen nu veelal uit andere, met name Oost Europese landen. “In de agrarische sector is, door de vele seizoensarbeid, de afhankelijkheid van werknemers uit Oost-Europa het grootst. Van de MOE-landers in Nederland werkt 26,4% in de land- en tuinbouw, gevolgd door de uitzendbranche met 20,8% (waar het ook vaak om agrarische werkplekken gaat),” zo is te lezen in een artikel op de site boerenbusiness. Een artikel waarin wordt gesproken over een tekort aan arbeidsmigranten omdat: “Door de sterke economische groei in Oost-Europa (…) minder Oost-Europeanen werk (zoeken) in West-Europa. Daarnaast gaan de hier reeds gevestigde arbeidsmigranten er sneller voor kiezen om terug te keren.” De agrarische sector staat hierin niet alleen. In de vele ‘logistieke blokkendozen’ die Nederland en vooral Venlo en omgeving telt, werken veel arbeidsmigranten. Die ‘dozen’ staan hier vanwege een goede ligging ten opzichte van het, Duitse en Europese achterland. Goed want zonder belemmeringen ontsloten via weg, rail en water. Wie gaat er na een Nexit werken? Maar wacht eens? Zou dat probleem in de logistiek zich niet vanzelf oplossen? Een Nexit zorgt immers voor belemmeringen, een grens. Dan zou onbelemmerd vervoer via Antwerpen en Hamburg wel eens aantrekkelijker kunnen zijn.

In de derde alinea van het visiedocument lezen we het volgende: “Lang is er hoop geweest dat de EU hervormbaar zou zijn. Dat met genoeg tegenkracht de megalomane projecten zoals de Green Deal kunnen worden afgezwakt. Dat het gebrek aan slagkracht rondom de bewaking van de buitengrenzen van de EU wel zou worden opgelost. Maar deze wens tot hervorming, tot rationalisatie van het Europees beleid blijkt ijdele hoop. De Brusselse bureaucratie wil maar één kant op: verdere integratie en verdere eenwording.”  Bijzonder. Aan de ene kant (green deal) wordt de Europese Unie verweten dat ze alleen maar verder wil integreren en meer macht naar zich toe wil trekken. Iets wat schijnbaar niet afgeremd kan worden. Aan de andere kant (bewaken van de buitengrenzen) dat ze te weinig centraliseert of in de termen van het document, ‘te weinig slagkracht ontwikkelt’. Daar is er blijkbaar toch ‘iets’ wat de zaak kan afremmen. 

Als we even afzien van deze ‘kronkel’, hoe zou dat zijn in een Nederland na de Nexit? Zou Nederland dan voldoende ‘slagkracht’ hebben om de eigen grenzen te bewaken? In de huidige situatie met slechts een deel van de grenzen die er bewaakt moeten worden, zee- en luchthavens, blijken de grenzen, zie het hiervoor genoemde voorbeeld van de drugs, voor goederen al een redelijk lek mandje. Uit mijn eigen jeugdervaringen, weet ik dat het vóór ‘Schengen’ ook al niet lukte om de grenzen voor mensen potdicht te houden. Als jeugdigen ondervonden we weinig problemen bij het illegaal de grens over te steken om in Walbeck te gaan zwemmen. En als dat wel lukt door, net als Trump en Israel, een soort muur te bouwen, dan weet ik niet of we daar in Venlo heel gelukkig van worden. Dat betekent namelijk dat wij zelf ook ingesloten zitten. Eventjes naar de Krickenbecker Seen wandelen en een kopje koffie drinken in het ouderwetse kroegje in Leuth of een wedstrijd van in de Bundesliga Borussia Mönchengladbach bezoeken, wordt dan onmogelijk.

Ietsjes verderop is te lezen:“Wij willen geen machtsconcentratie in een centraal geleide, ondemocratisch bestuurde EU. Wij willen weer onze eigen baas zijn.”  Het is tegenwoordig populair om je af te zetten tegen de Europese Unie en die overal de schuld van te geven. Iets wat in dit visiedocument ook gebeurt. In dat afzetten doen woorden als ‘centraal geleid, ondemocratisch en machtsconcentratie’ het bijzonder goed.  Net als: “Steeds verder sluit het net van Europese regelgeving zich rondom de nationale besluitvorming. 70% van de wetgeving in Nederland heeft een Europese component. Ons eigen parlement staat buitenspel en onze eigen regering tekent bij het kruisje. We kiezen een Europees parlement dat in de praktijk weinig te vertellen heeft en niet kan opboksen tegen ongekozen Brusselse bestuurders.” Hoe is het in de praktijk?

Als de Europese Unie al ‘centraal geleid’ wordt, dan wordt het ‘politbureau’, om die oude Sovjet term maar eens te gebruiken, toch echt gevormd door de Europese Raad, de vergadering van de regeringsleiders. Die zitten aan de knoppen en bepalen wat er gebeurt. Namens Nederland zit premier Rutte daar ieder kwartaal aan tafel en bepaalt mee welke kant het op gaat. Er gebeurt niets zonder instemming van de Europese Raad. De regeringsleiders in de Raad willen de macht die ze hebben natuurlijk niet kwijt. Net zoals de parlementen van de landen ook geen machtig Europees parlement boven, of naast zich willen. Dan zouden ze een soort ‘provinciale staten’ worden. Zou dat de reden kunnen zijn dat het niet wil vlotten met dat democratische gehalte van de Europese Unie? Is de belangrijkste makke van de Europese Unie niet juist een gebrek aan macht en centrale leiding? Neem die grensbewaking als voorbeeld. Als de landen van de Unie werkelijk zouden kiezen voor slagkracht bij het bewaken van die buitengrens, dan zouden ze hun huidige douanecapaciteiten bundelen en onderbrengen in Frontex. Dan zou die organisatie uitgroeien tot de enige Europese douanedienst. Dat dit niet gebeurt, laat zien dat er niet ‘centraal’ wordt geleid. Alle macht die Brussel’ heeft, is macht die haar door de landen is gegeven. Gegeven door de regeringen en parlementen van de deelnemende landen. Door landen die ‘eigen baas’ zijn. Als ‘we’ iets van ‘Brussel’ moeten, dan is dat omdat ‘we’ daar zelf voor hebben gekozen. Het beperkte democratische gehalte van de Unie is een gevolg van besluiten in ‘Den Haag’, ‘Berlijn’, ‘Parijs’ en ook ’Brussel’, maar dan als hoofdstad van België. Een visiedocument dat de werkelijkheid wat geweld aandoet. Dat geeft te denken.

De passage hierboven wordt afgesloten met de zin: “Hoewel we op veel thema’s verschillen van de grote landen, wordt er veelal bij meerderheid besloten.” Hierboven hebben we gezien dat besluiten worden genomen in de Europese Raad. En, zo is te lezen op de site van de Europese Unie: “Besluiten worden gewoonlijk genomen bij consensus, maar soms ook bij unanimiteit of gekwalificeerde meerderheid. Alleen de staatshoofden en regeringsleiders kunnen stemmen.” Gewoonlijk dus bij consensus en dat: “wil zeggen dat een voorstel alleen aangenomen kan worden wanneer alle lidstaten het eens zijn. Er wordt niet gestemd, maar overlegd tot iedereen het met het voorstel eens is.” Alleen als in een verdrag is geregeld dat een besluit op een andere manier moet worden genomen, wordt hiervan afgeweken. Dan wordt er bij ‘unanimiteit’, of zoals het ook wordt genoemd, eenparigheid van stemmen besloten. Dit houdt in dat: “een voorstel alleen kan worden aangenomen als alle EU-landen, in het kader van de Raad bijeen, het eens zijn.” Of via een ‘gekwalificeerde meerderheid’. Dit betekent dat: “55% van de EU-landen (…) voor (is) – d.w.z. 16  van de 28” het voorstel steunen en die landen: “minstens 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen.”  Een ‘versterkt gekwalificeerde meerderheid’ kan ook. Dan moet 72% van de landen vóór stemmen en die landen moeten minstens 65% van de bevolking vertegenwoordigen. Een visiedocument dat de werkelijkheid nog wat meer geweld aandoet. Dat geeft nog meer te denken. 

Europees Parlement Brussel. Bron: WikimediaCommons

(W)e zijn ook niet bang om samenwerkingsverbanden die niet werken te ontmantelen. En misschien worden we wel de founding father van de nieuwe EU.” Iedereen die zijn huis wel eens heeft verbouwd weet dat het veel moeilijker is en veel meer tijd kost om iets op te bouwen. Afbreken is makkelijk. Pak de sloophamer en binnen een paar uur is ‘dat muurtje’ weg. Een nieuwe muur optrekken, stuken en texen is een ander verhaal. Natuurlijk kan de huidige Europese samenwerking beter en vooral democratischer. En dan kom ik bij Dani Rodrik en het echte probleem. Het echte probleem is er een van schaalverschillen. Volgens Rodrik zijn markten (economie) en overheden complementair. Overheden, zo schrijft hij op pagina 19: “are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage the macroeconomy. It is also because they are needed to reserve the legitemacy of markets by protecting people from risks and insecurities markets bring with them.” Overheden moeten de markt in toom houden. Alleen is er de afgelopen decennia iets veranderd. De markt is steeds meer en sneller geglobaliseerd. Ze heeft een andere schaal gekregen dan de overheid. De markt is de wereld geworden en dat betekent dat marktpartijen (bedrijven) die plek in de wereld zoeken waar ze het meeste winst kunnen behalen of het meeste van hun winst kunnen behouden. De markt overheerst de overheid. Rodrik noemt dit ‘the golden straijacket’, de gouden dwangbuis. Op pagina 201 beschrijft hij die wereld als volgt: “governments persue policies that they believe will earn them market confidence and attract trade and capital inflows: light money, small government, low taxes, flexibel labor markets, deregulations, privatization, and openness all arround.” Dit lijkt verdacht veel op onze huidige samenleving. 

In ons huidige tijdsgewricht is de markt te dominant. De markt heeft de overheden, om het plat te zeggen, in de achterzak. De ‘dividendbelasting’ is een goed voorbeeld hoe bedrijven proberen landen tegen elkaar uit te spelen. De winnaars bij dit uitspelen zijn die multinationale bedrijven. De landen en hun inwoners verliezen. De enige manier om macht van de markt te beteugelen en te voorkomen dat we tegen de Belgen en Duitsers worden uitgespeeld, is door de Europese overheid te versterken. Versterken van de overheid kan in onze contreien alleen door het versterken van de democratie. Sterke democratische Europese instellingen van en voor de inwoners. Kunnen we onze energie niet beter hierin steken dan samen met ‘Don Quichot’ Van den Noort en zijn rammelende visie te vechten tegen windmolens?

Het gaat om ons!?

Beste heer Van Erven Dorens, ik zag uw gesprek met AD-columniste Ajari en de andere ‘tafelgenoten’. Ajari schreef in haar column in het AD dat de ramp met MH17 haar niets deed, dit in tegenstelling tot het ongeluk dat Ajax-voetballer Nouri trof. Zij vroeg zich af hoe het kon dat het ene haar raakte en het andere niet.

rouw

Foto: Pixabay

Een interessante vraag die best gesteld mag worden. Natuurlijk kan het stellen van de vraag via de vergelijking die Ajari maakt, mensen pijn doen. Dat maakt het nog niet verboden om die vraag te stellen. Het antwoord op die vraag is waarschijnlijk eenvoudiger dan menigeen denkt en heeft waarschijnlijk met nabijheid te maken. Waarom doen dertig dode Irakezen na een aanslag de gemiddelde Nederlander minder dan dertig dode westerlingen? Waarom wordt er na een aardbeving op het Griekse eiland Kos bij vermeld dat er geen Nederlanders onder de slachtoffers zijn? Zijn Nederlandse doden erger dan Belgen, Duitsers of Grieken? En ik moet eerlijk bekennen dat de ramp met het vliegtuig mij ook niet in diepe rouw dompelde. Ik vond het erg voor de direct betrokkenen, veel meer ook niet. Net zoals ik een dode bij een auto-ongeluk erg vind voor de nabestaanden. Ik werd niet overmand door diepe gevoelens van rouw. Ben ik dan harteloos? Als dat zo is, dan vraag ik me af waarom ik steevast moeite heb om mijn tranen te onderdrukken als ik een uitvaart bijwoon en ik hoor een van de nabestaanden over de overleden persoon spreken en wat die persoon voor hem of haar heeft betekend.

Om deze vraag en het antwoord gaat het mij echter niet. het gaat mij om een uitspraak die u in dit gesprek doet en wel de volgende: “Het gaat niet alleen om nabestaanden, het gaat ook om ons, een heel land.”  Beste meneer Van Erven Dorens, beweert u, door dit zo te formuleren, dat mevrouw Ajari niet bij die ‘ons’ hoort, dat zij niet bij ‘het hele land’ hoort? Dat zij niet bij Nederland hoort? Sluit u haar uit?

Wilt u in het vervolg namens uzelf spreken en misschien ook nog namens mensen die u hebben gemachtigd om namens hen te spreken. Nu doet u het voorkomen alsof u ook namens mij spreekt en dat doet u niet. Ik hoor niet bij uw ‘ons’.

Grensland

Bij de Correspondent doet Rob Wijnberg een interessante exercitie. Hij stelt de vraag wat er overblijft van Nederland als er geen buitenland zou zijn. De top veertig zou een groot deel van de liedjes verliezen. We hadden geen tulpen. Van het Nederlands elftal zouden maar vier spelers overblijven. En zo gaat hij nog even door. Nederland is, zoals hij terecht constateert, een: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen.”

BelgieIllustratie: stamboombernaards.nl

Dit riep bij mij de vraag op of er zonder buitenland wel een landsgrens zou zijn? Een grens is immers een duidelijke afbakening van ‘binnen’- en ‘buiten’land. Bestaat het binnenland daarmee niet juist bij de gratie van het buitenland? Ontstaan grenzen niet juist door botsingen? Botsingen waarbij vreedzaam of met geweld (oorlog) tot een overeenkomst wordt gekomen. Een overeenkomst met een tijdelijk karakter: immers tot het conflict weer oplaait.

Geboren in het Limburgse Velden en wonend in Venlo ben ik Nederlander. Als het iets anders was gelopen was ik Belg geweest. Als de eisen van de Belgen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren ingewilligd, dan was Limburg naar België gegaan. En als in 1839 de werkelijke situatie was bestendigd, dan had Limburg (op Maastricht na) toen al bij België gehoord.

Met hetzelfde gemak, was ik Duitser geweest. De grens tussen het koninkrijk der Nederlanden en Pruisen (dat toen de baas was in het Duitse Rijnland) is bepaald met de kanonskogel. Met een kanon mocht je de boten op de Maas niet kunnen raken. Waren de kanonnen iets minder ontwikkeld, dan was ik wellicht in Duitsland geboren. Hadden ze iets verder geschoten, dan was Nederland groter geweest. Had Nederland na de Tweede Wereldoorlog zijn zin gekregen, dan was dat zeker het geval geweest. Dan lag Venlo nu redelijk centraal in het land. Nederland wilde immers het gebied tot aan de Rijn als herstelbetaling.

En wie weet wat de toekomst brengt. Het lijkt absurd, maar waarom zou een Lexit (Limburg dat zich van Nederland afscheidt) niet ooit werkelijkheid kunnen worden? En wellicht gevolgd door een Vexit, Venlo dat zich van Limburg afscheidt? Want is ook een land zelf niet, om Wijnberg weer aan te halen, het: “resultaat van een immer voortdurende uitwisseling met de wereld om ons heen”?

Oorlog met België

We moeten ons echt zorgen gaan maken en onze militairen, helikopters en vliegtuigen terughalen uit Mali, Syrië, Irak en eventueel andere plekken waar ze actief zijn. Waarom? De situatie in België is zeer zorgelijk en om te voorkomen dat het Belgische leger ons land binnenvalt, moeten we onze militairen aan de zuidgrens posteren. Dat was het eerste waar ik aan dacht toen ik op de digitale voorpagina van Elsevier keek: “Leger België zit vol met geradicaliseerde moslims.”

UniversalSodlrie2Foto: cineville.nl

Om de dreiging goed in te kunnen schatten, ben ik maar eens gaan kijken hoe groot het Belgische leger is. Dat levert nog meer zorgen op. Zoekend naar meer informatie las ik dat het Belgische leger in de top 50 van sterkste legers staat. Hoger dan Nederland, de lijst bevat de 55 sterkste legers en Nederland staat er niet eens in. Iets verder zoekend een beter bericht, maar dat is al wat ouder, uit 2011, met als kop: “We krijgen een soort Belgisch leger.” Alhoewel beter, het bericht spreekt van bezuinigingen en het ontstaan van een soort tweederangs krijgsmacht. Zou het Belgische leger dan toch wat zwakker zijn dan die 49ste plek doet vermoeden? Trouwens een goede prestatie om via bezuinigingen toch beter te worden dan de Belgen. Zouden die nog meer bezuinigen of zijn Nederlanders slimmer? Dat zou mooi zijn want luidt het spreekwoord niet ‘wie niet sterk is, moet slim zijn’? En slimheid hebben we wel nodig tegen de sterkere Belgen. Zullen we toch maar het zekere voor het onzekere nemen en de opschorting van de dienstplicht opheffen?

Gealarmeerd door deze kop, las ik het artikel. “De Belgische militaire inlichtingendienst houdt zestig extremistische militairen in de gaten, schrijft de Waalse krant La Libre op basis van Kamerstukken. Het zou gaan om 55 soldaten en vijf onderofficieren.” Een hele geruststelling, het Belgische leger bestaat maar uit iets meer dan zestig man. Nou ja geruststelling, dat moeten dan wel heel sterke mannen en vrouwen zijn. Wellicht in allerlei gevechtstechnieken getraind door actieheld en ‘Universal Soldier’ Jean Claude Vandamme.

Het lijkt mij sterk dat het Belgische leger uit minder dan honderd man bestaat. Hoe dan ook, het probleem, als religieus fundamentalistische soldaten al een probleem zijn, is niet zo dramatisch als Elsevier in de kop suggereert. Nu is een kop in een krant altijd een wat krassere uitspraak. Deze kop is wel erg kras, sterker nog, het is een schromelijke overdrijving. Wat wil Elsevier bereiken met die digitale kop?

Nederland gidsland

Nederland als gidsland en dus voorbeeld voor de wereld. Nederland het meest progressieve land van de wereld dat zich altijd en overal druk maakte om de mensenrechten, om abortus, euthanasie. Het land met het meest liberale softdrugsbeleid en zo zijn er vast nog meer voorbeelden te noemen. Dat is, sinds het begin van deze eeuw, iets van het verleden. Of niet?

De TegenpartijIllustratie: tweedekamer.blog.nl

De Duitse deelstaatverkiezingen hielden de journalistieke gemoederen flink bezig. Zo ook die van Afshin Ellian. In Elsevier schrijft hij over de titanenstrijd tussen twee Duitse vrouwen. Aan de ene kant bondskanselier Angela Merkel en aan de andere kant Frauke Petry van de AfD. Hij vergeet voor het gemak dat het Duitse politieke spectrum ook nog andere partijen bevat. Partijen die ook verkiezingen wonnen en verloren. Al houdt Ellian een slag om de arm omdat de AfD eerst maar eens moet bewijzen een blijvertje te zijn.

Eén zin in zijn column viel op: “De Duitse media moeten nog veel leren van wat in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn is gebeurd.” Dit naar aanleiding van de oproep van Petry aan de Duitse media om etiketten ‘rechts-nationalistisch’ of ‘rechts-populistisch’ niet meer voor haar partij te gebruiken, omdat de AfD een gewone volkspartij is net als alle andere. Hij adviseert de Duitse media om ‘te leren’ van Nederland na Fortuyn. Stelt Ellian hier Nederland ten voorbeeld aan Duitsland? Nederland weer als gidsland?

Wat moeten de Duitse media, en in het verlengde van de media, de Duitsers leren? Dat dergelijke etiketten niet geplakt moeten worden? Dan is Nederland een erg slecht voorbeeld. Want is Nederland vrij van het plakken van deze en andere etiketten? Populist, extreem rechts, fascist ze vallen geregeld.

Moeten ze de gespeelde verontwaardiging die er vaak op volgt, onder de knie krijgen? De oproep om de uitspreker van de f-woord te ontslaan? Of moeten ze aan de slag met de vertaling van woorden als nep-parlement, demoniseren, theedrinkende knuffelaar of minder, minder, minder? Moeten ze op zoek naar ministers die niet links, niet rechts, maar recht door zee zijn?

Of moeten ze hiervan leren dat dit een heilloze weg is? Dat ze alles moeten doen om de Nederlandse weg niet in te slaan en om te keren als dat nog kan? Dus Nederland als gidsland hoe het niet moet? Wat moeten de Duitse media en de Duitsers leren van Nederland?

Oorlog der parlementen

Het  D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven maakt zich in het AD druk over de verouderde Belgische kerncentrales. Deze staan in het spotlicht omdat er de laatste tijd steeds meer storingen zijn. Het kamerlid staat niet alleen in haar zorgen. Die leven niet alleen bij Nederlandse politici en bestuurders, ook Belgische en Duitse politici maken zich zorgen. Van Veldhoven doet een vergaand voorstel: Als de belangen zo groot zijn, is het niet meer dan logisch dat Nederland ook mee beslist over de vraag of die centrales open of dicht moeten.” 

Opposition lawmakers clash with pro-presidential majority

Terechte zorgen. Natuurlijk heeft Nederland net als de Belgen zelf belang bij veilige Belgische kerncentrales. Vrijkomende straling trekt zich bij een ongeluk immers niets aan van een landsgrens. Maar waarom dan alleen kerncentrales dicht bij de grens? Liet de ramp bij Tsjernobyl niet zien dat gevolgen ook duizenden kilometers verder nog te voelen waren? Waarom geen beslissingsrecht bij alle Europese kerncentrales? En dan ook gespiegeld, beslissingsrecht van die andere landen op onze kerncentrales?

Hoe groot moeten de belangen zijn alvorens een buurland mee mag beslissen? En bij welke onderwerpen? Zou de in het artikel genoemde milieuminister van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zich met de Chemelot-campus in Limburg mogen bemoeien? Zou België bijvoorbeeld de uitbreiding van Schiphol kunnen tegenhouden vanwege de wellicht grote economische gevolgen voor de luchthaven van Zaventem? Mag bijvoorbeeld Polen zich bemoeien met eventuele Nederlandse bezuinigingen op defensie? We zitten immers samen in een bondgenootschap. Mogen andere landen zich ook met het Nederlandse belastingbeleid bemoeien? Beleid waardoor Duitse, Franse en Belgische bedrijven via de Amsterdamse Zuidas belasting in eigen land ontwijken?

Of en dat zou wel heel erg zijn, heeft Van Veldhoven geen vertrouwen in haar Belgische collega’s? En moeten daarvoor de bevoegdheden van de nationale parlementen worden vergroot? Hoe bestuurbaar worden landen dan? Zou er dan ‘oorlog’ tussen de parlementen kunnen uitbreken? Zou Van Veldhoven er, ter voorkoming van de ‘oorlog’ tussen parlementen, niet beter voor kunnen pleiten om het- Europees Parlement verantwoordelijk te maken voor het toezicht op de veiligheid van kerncentrales?

Een Glazen bol

In een artikel in Trouw betoogt JOVD-voorzitter Matthijs van de Burgwal dat Turkije op vele punten niet voldoet aan de eisen voor toetreding. Zo is het slecht gesteld met de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en weigert Turkije om Cyprus te erkennen. Het land is duidelijk niet klaar om lid van de EU te worden, aldus Van de Burgwal.

Glazen bolFoto: grenswetenschap.nl

Van de Burgwal heeft gelijk dat Turkije niet klaar is om lid te worden als het niet voldoet aan de voorwaarden. Dat andere landen, die ook niet aan de huidige eisen voldoen, wel al lid zijn doet nu niet terzake. Als je eisen stelt moet je ze handhaven. Landen die er niet aan voldoen en wel al lid zijn, zouden onder druk moeten worden gezet om er wel aan te gaan voldoen zodat uiteindelijk ieder land aan de eisen voldoet.

“Het is aan de Nederlandse regering om van 14 december 2015 écht een historisch moment te maken en een definitief veto uit te spreken tegen Turkse toetreding tot de Europese Unie,” aldus Van de Burgwal. Wordt het dan niet een ander verhaal? Een ander verhaal omdat definitief een definitieve uitspraak is?

Heeft Van de Burgwal een glazen bol waarin hij kan zien dat Turkije nooit en te nimmer aan de toelatingseisen zal voldoen? Want dan kan definitief worden bepaald dat Turkije nooit kan toetreden.

Zonder deze ‘glazen bol’ wekt zo’n uitspraak bevreemding. Wat als Turkije aan alle eisen voldoet? Sterker nog, als beste van alle landen op de lijstjes scoort? Mag het land dan nog steeds geen lid worden van de EU? Als dat niet het geval is, dan zijn er nog andere toelatingseisen of criteria, maar welke zijn dat dan?

Als Turkije voldoet aan de eisen, wil worden toegelaten en het niet wordt, dan is het een ander verhaal. Dan wil de EU Turkije niet als lid. In dat geval maakt het niet uit wat Turkije doet en hoe goed het op welke ranglijst dan ook scoort. Als dat het geval is, dan kan het beter meteen worden gezegd. Liefst met redenen waarom niet. Dat scheelt veel geld en energie.

Is er bij Van de Burgwal sprake van een glazen bol of wil hij Turkije om welke reden dan ook, er niet bij?