Uitgelicht

Aanleiding en oorzaak

Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip, een lid van de Servisch nationalistische groep Zwarte Hand, de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie. Die moord wordt alom gezien als de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Een maand later, op 28 juli 1914 begon het vechten met de Oostenrijkse invasie van Servië. Die moord was echter niet de oorzaak voor het uitbreken van die oorlog. Aanleiding en oorzaak kunnen hetzelfde zijn, dat hoeft echter niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Een artikel over de reden waarom mensen op radicaal en extreem rechtse partijen stemmen.

“Omstandigheden die iets onmiddellijk teweegbrengen of ten gevolge hebben,” de definitie die de Van Dale geeft voor aanleiding. Dezelfde Van Dale geeft:”datgene wat noodzakelijk een zeker gevolg met zich meebrengt (voor zover iets anders dit niet belet), met betrekking tot dat gevolg” als definitie voor oorzaak. Princips daad was de omstandigheid die onmiddellijk tot oorlog leidde. De oorzaak van de oorlog moet veeleer gezocht worden in de rivaliteit tussen de imperialistische Europese grootmachten. Grootmachten die zich via overeenkomsten in twee blokken hadden verenigd. Het Duitse keizerrijk dat zijn plek onder de ‘koloniale’ zon wilde en de rivaliteit met de Britten op zee wilde aangaan. De Britten die de Duitse ambities vreesden en zagen dat ze industrieel door de Duitsers waren overvleugeld. De Duitsers die de Russen vreesden. Dat veel grotere en volkrijkere land was zich aan het industrialiseren en zou in de nabije toekomst de Duitsers voorbij streven, zo vreesden de Duitsers. De Fransen die op wraak zinden voor de nederlaag van 1870 en de toen verloren gebieden Elzas en Lotharingen terug wilden. Het nationalisme van verschillende volkeren op de Balkan, de Serven voorop, bedreigden de Oostenrijk-Hongaarse veelvolkerenstaat. Om maar een paar van de oorzaken te noemen. Nu terug naar Frederiks artikel.

Een artikel waarin Frederik de verklaring voor de groei van radicaal en extreem rechts zoekt in migratie. Hij gebruikt hierbij het boek De Symfonie van onvrede van Catherine de Vries als contrapunt. De Vries houdt een pleidooi voor een nabije overheid. “Er is ,” zo betoogt De Vries, “geen tekort aan staat maar aan nabijheid van de staat.”1 Want:“Een nabije overheid is geen luxe, het is een productiefactor, net zo essentieel voor een gezonde economie als kapitaal en arbeid,”2 aldus De Vries: “Nabijheid is dus geen verlangen naar vroeger tijden maar een strategische voorwaarde voor een samenleving die wil groeien, wil vernieuwen en zichzelf opnieuw wil uitvinden.”3 En de overheid is niet meer nabij: “ door de politieke keuzes van middenpartijen het afschudden van ideologische veren, de uitverkoop van de staat aan de markt en het herdefiniëren van de kiezer als consument,”4 drijft mensen in de armen van radicaal rechts. Zo betoogt De Vries. Frederik hierover: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?”

Inderdaad als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst’ en dat als reden aandragen voor een stem op een radicaal of extreem rechtse partij, dan geloof ik meteen dat ze op die partij stemmen vanwege het immigratieonvriendelijke standpunt van die partij. Dus Frederik heeft gelijk? Ja, hij heeft gelijk.

Maar, om Frederiks collega Simon van Teutem aan te halen: ‘Vraag mensen of het een slecht jaar was voor hen en hun familie, en slechts een minderheid knikt instemmend. Vraag diezelfde mensen of het een slecht jaar was voor hun land, en de meerderheid antwoordt met een somber ja, zoals de grafiek hieronder laat zien.” ‘Met mij gaat het goed met ons slecht.’ Dit ondersteunt het betoog van De Vries. De overheid is immes ‘onze’ vertegenwoordiger. Dus De Vries heeft gelijk? Ja, ook zij heeft gelijk.

En daarmee ben ik bij de reden waarom ik aan Princip en de Eerste Wereldoorlog moest denken. Geeft Frederik niet de aanleiding voor de groei van radicaal en extreem rechts en De Vries de oorzaak? Frederik:“In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.” Een kleine groei, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom dat dit standpunt in 1994 niet leidde tot meer dan veertig zetels voor extreem en radicaal rechtse partijen. De extreem rechtse Centrum Democraten van Janmaat die een antimigratiestandpunt verkondigden (‘als wij aan de macht komen dan schaffen we de multiculturele samenleving af’) haalden in dat jaar wel geteld drie hele Kamerzetels. Waarom toen drie en nu meer dan veertig. Waarom, en daar komt het tweede cijfers, baseerde: ‘Maar liefst 35 procent van de kiezers (…)bij de verkiezingen in 2023 (…)hun stem vooral (…)op het onderwerp migratie,” en was dat in 1994 niet het geval?

Volgens Frederik:”hoeft (het) niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.”Dat hoeft inderdaad niet te verbazen. Het roept echter wel vragen op. Hoe komt het dat politici zich vooral op dit thema focussen? Is het thema dominant geworden omdat er kiezers te halen waren, of werd het thema dominant gemaakt en stroomden daarna de kiezers toe? Maar vooral waarom werd dit thema dominant?

De ‘vreemdeling’ of ‘de ander’ is altijd een welkome schuldige in tijden van onzekerheid. Hitler behaalde pas resultaat na de economische crisis van 1928. Pas toen vele Duitsers alles kwijtraakten en de regering machteloos naar de ‘markt’ keek vond zijn retoriek met de joodse medemens als zondebok ingang bij een groot deel van het volk. Pas toen duidelijk werd dat de Weimar Republiek geen mogelijkheden had en zag om de gewone Duitser te helpen en ondersteunen werd het ‘niet nabij zijn’ een probleem.

Van ‘alles verloren hebben’ is nu geen sprake. Met ‘mij’ gaat het immers goed, met ‘ons’ niet zo. Maar die ‘ik’ is wel bang om ‘te verliezen wat ‘ik’ heb’ en ‘ik’ twijfel eraan dat ‘wij’, de overheid er dan is om mij te helpen. ‘Ik’ twijfel eraan omdat die ‘ik’ al vier decennia van ‘ons’, de overheid, te horen krijg dat ‘ik’ verantwoordelijk ben voor mijn eigen geluk en succes en dus ook voor mijn eigen ongeluk en succesloosheid. Ik schrijf bewust succesloosheid en niet falen omdat het niet hebben van succes iets anders is dan falen. En ‘ik’ zie al vier decennia dat multinationale – en later techbedrijven niets in de weg wordt gelegd om ‘mij’ uit te buiten. ‘Ik’ zie, tenminste een deel van de ‘ikken’, dat het klimaat verandert en dat ‘ik’ daarvoor verantwoordelijk wordt gemaakt terwijl de grote vervuilende bedrijven buiten schot blijven. ‘Ik’ zie, net als de Duitser van eind jaren twintig van de vorige eeuw, een regering die machteloos is omdat ze zichzelf machteloos laat maken door mensen die denken dat alle zegeningen van de markt komen. Dit terwijl een sterke markt niet zonder een sterke overheid kan.

‘Ik’ zie dit alles. En ‘Ik’ hoor ook al bijna vijftig jaar dat er politici zijn die ‘anderen’ de schuld geven. Politici zoals Janmaat en Frits Bolkestein die terecht constateren dat: “Het ontstaan van zwarte scholen (…) te betreuren,” omdat: “Gescheiden scholen (…) immers voorbodes van een gescheiden samenleving,” zijn. Maar die er vervolgens niets aan doen behalve dan ‘de ander’ de schuld te geven: “Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Politici die, te beginnen met Pim Fortuyn, navolgers hebben gekregen die ervoor hebben gezorgd dat dit het onderwerp was dat alle andere overschaduwde en er alles aan deden om het niet op te lossen. Sterker nog, er alles aan doen om het te verergeren. Dit om af te leiden van de zelf gekozen hulpeloosheid om problemen echt op te lossen. Om bijvoorbeeld de door Bolkestein al gesignaleerde segregatie op te lossen door artikel 23 van de Grondwet aan te passen en ieder kind hetzelfde openbaar onderwijs aan te bieden. Om het stikstof probleem op te lossen door de landbouw echt te hervormen en milieu- en dus toekomst bestendig te maken. Om het woningprobleem op te lossen door als overheid zelf woningen te bouwen. Om het probleem van de toenemende ongelijkheid in vooral vermogen recht te trekken door het belastingstelsel te hervormen en rendement uit en het doorgeven van vermogenveel zwaarder te belasten. Om de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech op te lossen door als overheid een eigen informatietechnologie infrastructuur te bouwen. Dit liefst in Europees verband. En nu ik het toch over Europees verband heb, door vol voor Europese samenwerking te gaan en samen met de landen van de Unie te bepalen welke zaken gezamenlijk worden opgepakt. Maar dan wel een gemoderniseerde veel democratischere Unie die deze taken uitvoert zonder dat raden van ministers van landen zich daar nog tegenaan bemoeien.

Dit alles geschreven hebbend, denk ik dat Frederik gelijk heeft en dat mensen werkelijk op radicaal en extreem rechts stemmen vanwege het migratiestandpunt van die partijen. Voor wat betreft de oorzaak waarom dit thema het belangrijkste thema in hun overweging werd, daar zou, denk ik, De Vries wel eens een belangrijk punt kunnen hebben.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 133

2Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 172

3Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 176-177

4Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 23

Uitgelicht

Appels en peren en knollen voor citroenen

Het linker smaldeel weigerde alle geweld van wie dan ook te veroordelen, en zelfs alleen rechts geweld afkeuren ging hen te ver vanwege andere ondertekenaars.” De tweede zin uit een artikel van Ines van Bokhoven bij Opiniez. Volgens Van Bokhoven maken, om de titel aan te halen: “Linkse politici (…) zich alleen druk over rechts geweld,” en: “Rechts geweld heet nu ‘afglijden naar fascisme’”. Dit terwijl we over: “het veel frequentere en veel ernstiger linkse geweld (…) niet (mogen) zeuren, ook al kan dat soms zelfs als terrorisme worden bestempeld.” Een bijzonder betoog.

Als eerste de weigering van links om alle geweld te veroordelen. Van Bokhoven refereert hier aan de motie ingediend door Wilders en de nieuwe Forum voor Democratie leider De Vos. Een motie met de volgende tekst: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, spreekt uit al het geweld, zowel uit extreemrechtse, extreemlinkse, jihadistische hoek, of waar dan ook vandaan, te veroordelen.” Eerst even de logica, dan de inhoud. De conclusie van Van Bokhoven dat links weigert om alle geweld te veroordelen, kan niet getrokken worden uit het niet instemmen met deze motie. Tegen een motie stemmen dat alle geweld veroordeelt, betekent niet automatisch dat je weigert om alle geweld te veroordelen, dat je geweld een legitiem middel vindt om je politieke zin te krijgen. Het zegt alleen dat je deze motie niet steunt. En daarvoor kunnen goede redenen zijn. En daarmee kom ik bij de inhoud.

Instemmen met die motie betekent dat je alle geweld veroordeeld, dus waarom zou je dat niet doen? Een wedervraag. Waarom zou een partij die de principes van de democratische rechtsstaat verdedigt, in moeten stemmen met een motie die geweld veroordeeld? Een van de belangrijke principes van een democratische rechtsstaat is dat je geen geweld gebruikt om je zin te krijgen, maar dat je dat doet via de daarover afgesproken procedures. Sterker nog. Een van de principes van een democratische rechtsstaat is dat je geen geweld gebruikt om je doelen te bereiken. Maar als je dat toch al vindt, dan kun je toch gewoon voor een motie stemmen die jou opvattingen bevestigt? Weer een wedervraag: wat bevestig je als je instemt met deze motie? Expliciet bevestig je dat je alle politiek geweld veroordeeld. Tot zover niets bijzonders. Je bevestigt echt ook impliciet iets. Door met deze motie in te stemmen bevestig je impliciet dat geweld een legitiem politiek middel is om je doel te bereiken. Als politiek geweld illegitiem is, dan is zo’n motie overbodig. Illegitieme middelen mogen niet worden gebruikt. Daarom is stemmen over, en zelfs het indienen van deze motie, schadelijk voor onze democratische rechtsstaat. De motie wekt de suggestie dat geweld een legitiem politiek middel is.

Dan de indieners van de motie. Zij, en dan vooral Wilders, hebben een geschiedenis van het wijten van geweld aan specifieke kenmerken van groepen. Aan de cultuur of de religie van groepen. “Het veroordelen van de jodenjacht in Amsterdam is niet genoeg. De daders moeten het land uit. Ik waarschuw al ruim twintig jaar voor de groeiende jodenhaat in NL door de voortdurende massaimmigratie en islamisering van ons land,” twitterde Wilders na de ‘Maccabi-rellen’ om maar één voorbeeld te noemen. Nu het geweld uit een door hem geïnspireerde hoek komt, verdwijnt de dader naar de achtergrond en probeert hij de aandacht te verleggen naar het geweld. Deze motie is niets anders dan een manier om zijn eigen mogelijke rol als indirecte inspirator te verhullen. Dat zou voor mij een goede reden zijn om niet in te stemmen met deze motie.

Dan het frequentere en ernstigere ‘links’ geweld. Van Bokhoven: “Want laten we voor de zoveelste keer een koe eens een koe noemen: er is oneindig veel meer extreemlinks geweld in ons land dan extreemrechts. Dat is met gemak aan te tonen: duik de kranten van de afgelopen jaren eens in. Graaf uw eigen geheugen even af. Zeker sinds de oorlog in Gaza is het extreemlinkse geweld volledig aan het ontsporen. Om dan, na een geweldsoprisping tijdens een rechtse demo, direct te spreken van “oprukkend fascisme uit de rechterhoek” is al knap hilarisch, een pamflet uitbrengen en laten ondertekenen door politici tegen enkel en alleen extreemrechts geweld is, in het licht van wat we de afgelopen jaren zagen – herinnert u zich BLM nog? – ronduit absurd. En de moord op Fortuyn zijn we ook nog lang niet vergeten. …In een land waarin elke week wel een gebouw wordt beklad en beschadigd, waar zelfs kunstwerken niet veilig zijn voor activisten, waar snelwegen wel mogen worden bezet door linkse activisten maar niet door rechtse, waar onderhand geen enkele bijeenkomst, demonstratie of zelfs maar theatershow kan plaatsvinden zonder dat extreemlinks de boel komt verstoren en verkloten, is een keertje een rechtse demo die uit de hand loopt blijkbaar op slag een signaal van het afglijden naar fascisme.”

Oke, laat ik eens in de kranten duiken en in mijn geheugen graven. Laat ik beginnen met het bezetten van die ‘snelwegen’. Die werden enkele jaren geleden bezet door protesterende boeren. Ze blokkeerden verschillende wegen, gooiden er rommel op en staken er brandjes. Nu zal Van Bokhoven dit niet bedoelen. Ze bedoelt de bezetting van de A12 door actievoerders van Extinction Rebellion (XR). Hinderlijk voor het verkeer, maar een demonstratie met toestemming van de burgemeester. De bezetters gebruikten geen geweld. Het enige wat ze deden was weigeren om weg te gaan als de in de vergunning opgenomen tijd om te demonstreren was verlopen. Dan greep de politie in en verwijderde de demonstranten. Die demonstranten gebruikten geen geweld tegen de politie. Zelfs bij actie waarvoor geen vergunning was, zoals die op vliegvelden, gebruikten de demonstranten geen geweld tegen de politie. De ‘rechtse activisten’ hadden op die 20e september 2025 geen vergunning om op de A12 te mogen demonstreren. Net zoals de boeren jaren eerder hier geen vergunning voor hadden. Een ander verschil met de XR-demonstranten is dat de ‘rechtse vrienden’ van Van Bokhoven, het gevecht met de politie bewust opzochten.

Wellicht is het Van Bockhoven ontgaan, maar voor al deze demonstraties werden, net zoals demonstratie in het kader van Black Lives Matter, keurig vergunningen aangevraagd. En ja, die vragen om inzet van de politie. Bij deze demonstraties werd geen geweld tegen de politie gebruikt. Het bekladden van gebouwen is vervelend voor de eigenaar, het is echter geweldloos. Net zoals protesten bij ‘theatershows’. Die zijn hinderlijk voor de theaterbezoekers en en de artiest. Hinderlijk maar geweldloos en zeker geen terrorisme. Dit vergelijken met de gebeurtenissen van de 20ste september in Dan Haag is het vergelijken van appels met peren.

Als laatste het geweld dat gebruikt werd bij de actie op de universiteiten vanwege het Israëlische optreden in Gaza en de inactiviteit van de Nederlandse regering en bij deze acties in het bijzonder de universiteitsbesturen. De door een klein deel van deze demonstranten veroorzaakte vernielingen zijn niet goed te praten. Net zoals het geweld dat werd gebruikt toen de politie een einde maakte aan de bezetting van gebouwen en terreinen van de universiteit niet goed te praten is. In een democratische rechtsstaat is geweld, zoals gezegd geen legitieme manier om je zin te krijgen. Toch is dit van een andere orde van het extreem rechtse geweld van 20 september jongstleden. De bezetters van de onderwijsgebouwen waren niet op zoek naar geweld, maar toen het op hun pad kwam, gingen ze het niet uit de weg. De extreem rechtse demonstranten daarentegen waren op zoek naar geweld en dat kregen ze. Ze waren op zoek naar geweld en naar politieke symbolen om zich op te botvieren. Symbolen zoals het partijkantoor van D66 en vooral het Binnenhof, het politieke hart van ons land.

Als we het toch over ‘in de kranten duiken en in het geheugen graven’ hebben, dan moet het Van Bokhoven ook zijn opgevallen dat er bij veel protesten tegen de komst van een AZC geweld werd gebruikt. Zo werden politieagenten geregeld bestookt met vuurwerk. De bezetters van de universiteiten gooiden met ander spullen maar het geweld was van de zelfde orde. Wat de protesten tegen AZC’s anders maakt is dat er naast geweld sprake van was intimidatie van volksvertegenwoordigers en bestuurder en verstoring van vergaderingen van gemeenteraden. Dan moet het ook zijn opgevallen dat de heer Wilders bij enkele van die bijeenkomsten de zaak stond op te hitsen door te verkondigen dat de ‘demonstranten beslisten wat er ging gebeuren en niet de gemeente raad, colleges of burgers’. Raden en colleges die een wettelijke taak uitvoerden werden zo gehinderd door een vertegenwoordiger van de Nederlandse wetgevende macht. Als volksvertegenwoordiger kun je een wet anders willen. Als je dat wilt, dan moet je een voorstel tot wijziging indienen. Die mogelijkheid heb je als volksvertegenwoordiger. Dat doet Wilders niet. Wat hij wel doet, is oproepen om de wet te negeren. Daarmee ondermijnt hij de wet, de wetgevende macht waarvan hij zelf deel van uitmaakt en onze democratische rechtsstaat. Je mag vinden dat er 130 kilometer per uur gereden moet kunnen worden. Je mag een wetsvoorstel indienen dat dit mogelijk maakt. Maar totdat het voorstel kracht van wet heeft, geldt de oude maximumsnelheid. Net zo geldt de huidige Spreidingswet totdat er een andere is.

Er is meer. In navolging van FvD leider De Vos vraagt Van Bokhoven zich af waar de verontwaardiging was toen: “het partijkantoor van FvD weer eens (werd) aangevallen?” Of toen: “het kantoor van BBB (werd) bedreigd met brandstichting?” Toen gebeurde er niets, geen verontwaardiging. Toen was het , zo betoogt Van Bokhoven: “dat moet toch gewoon kunnen? Dat is toch geen aanslag op onze democratie, zoals een aanval op het D66-kantoor dat wel schijnt te zijn? “ Nu bestond de ‘aanval’ op het FvD-kantoor uit een met ‘fascist’ bekladde deur en een spandoek met daarop ‘Baudet hartje Poetin’. Een bedreiging met brandstichting is niet goed te praten en vraagt actie van ons allemaal. Dit lijkt mij toch van een heel andere orde dan een meute die de straatstenen uit de stoep rukt en die door de ramen van een kantoor mikt, die optrekt naar het binnenhof en bewust en bedoeld het gevecht met de politie aangaat.

En Van Bokhoven: “zag geen verbolgen pamflet voorbij komen met ‘Handen af van onze politici’ of ‘Aanval op onze democratie’ – ik zag helemaal niks, hoorde niks, het zwijgen was verpletterend. Blijkbaar is dat geweld dan weer prima aanvaardbaar,” toen Baudet met een bierflesje werd geslagen. Nu meen ik me van dat bierflesjesincident te herinneren dat iedere politicus dat veroordeelde. Links verwijten dat er toen ‘geen pamflet’ was en nu wel, is vrij bijzonder. Bijzonder omdat links het pamflet van de ChristenUnie juist niet onderschreef en ook niet instemde met de motie Wilders-De Vos. Als er dan toch al sprake is van hypocrisie, dan niet bij links dat consequent handelt.

Mijn vermoeden is veel eerder dat ze helemaal niet willen dat extreemrechts geweld verdwijnt: zoals we deze week – en aan dit pamflet – al kunnen merken leidt het geweldig af van hun eigen, nog veel ergere geweld,” betoogt Van Bokhoven na de weigering van SP, PvdD, Volt, GL-PvdA, DENK en D66 om het pamflet van de ChristenUnie te ondertekenen. Laat dat D66 al links wordt genoemd niet zien dat voor Van Bokhoven het politieke centrum ver naar rechts is geschoven? Dit terzijde. Beweert ze hier werkelijk dat deze partijen zich bedienen van geweld? Ik denk niet dat ze dat bedoelt. Ze zegt het wel. Net zoals het geweld van 20 september geen PVV geweld was, was het geweld van de bezetters van de universiteiten geen SP, PvdD of welke andere linkse partij dan ook. Echter, in tegenstelling tot die linkse partijen ondermijnt Wilders wel de positie van gemeenteraden en colleges die gewoon de wet uitvoeren. Ondermijnt Wilders de positie van de volksvertegenwoordiging waar hij onderdeel van uitmaakt en dus onze democratische rechtsstaat.

Van Bokhoven bagatelliseert geheel in lijn met Wilders, het extreem rechtse geweld van 20 september en de rol die Wilders en, in het verlengde van Wilders, het Forum voor Democratie hierin spelen. Dat bagatelliseert en ze blaast het gevaar van de ‘linkerkant’ op tot extreme proporties. Ze vergelijkt, zoals ik al schreef, appels met peren en probeert ons al doende knollen voor citroenen te verkopen.

Uitgelicht

Het rokje van Dilan Yeşilgöz

“ Op dit soort momenten heb je politici nodig die verbinden. We moeten het geweld afkeuren en achter de daders aan, maar om het gelijk politiek te maken is heftig en onnodig. Je gaat dingen politiek maken die niets met politiek te maken hebben.” Woorden van minister Eelco Heinen van de VVD naar aanleiding van het extreem rechts terreur in Den Haag van zaterdag 20 september 2025. Een bijzondere redenering van minister Heinen. Heinen reageerde op de uitspraak van D66-leider Rob Jetten dat: “andere politici en partijen deze extremisten in het centrum van de macht hebben gebracht”.

Heinen was niet de enige. Zijn partijgenoot Christianne van der Wal viel hem in de uitzending van EVA van maandag 21 september bij. Net zoals VVD-leider Dilan Yeşilgöz bij Pauw & De Wit. Daar betoogde zij dat: “we als politiek één front moeten vormen,” dat, “vanuit de Kamer moet zeggen: dit accepteren we niet.” Ze kregen zelfs bijval van politiek verslaggever Elodie Verweij die Yeşilgöz complimenteerde met haar eerste inhoudelijke reactie en die vond dat de rest weer: “Den Haag being Den Haag,” was namelijk weer heel erg met zichzelf bezig. Yeşilgöz had getweet dat het ‘tuig was dat je gewoon moet oppakken. Zeer bijzonder.

bron: Flickr

Maar nu toch even voor de dames en heren politici en politiek journalisten het onderscheid tussen de politiek en het politieke. De politiek dat zijn de formele structuren en processen die bij het besturen horen, dat wat de volksvertegenwoordigers in Den Haag met elkaar uitspoken. Het politieke is de manier waarop macht in een samenleving wordt uitgeoefend en verdeeld. Hier behoort ‘ de politiek’ als in de besluitvormingsstructuren toe maar het omvat veel meer. Het omvat zo ongeveer elk aspect van het sociale leven.

Een demonstratie is een:“betoging: een demonstratie tegen het beleid van de regering.” Een betoging een: “optocht om bepaalde gevoelens kenbaar te maken,” is per definitie politiek. De terreur die een deel van de demonstranten verspreidde, is net zo politiek. Ook dat is een aspect van net sociale leven. Het geweld gericht tegen de politie, een kantoor van een politieke partij, het parlementsgebouw maar ook tegen de horeca-ondernemers en hun personeel is politiek. En ja, het is ook bedoeld om ‘de politiek’, het besluitvormingsproces van de samenleving te beïnvloeden. Er hoeft niets politiek gemaakt te worden want het is een en al politiek.

Het is nog om een andere reden bijzonder. De roep van de VVD om dit te ‘depolitiseren’ en ‘schouder aan schouder’ te staan klinkt op het eerste gezicht sympathiek. Wat Yeşilgöz en de rest van de VVD van D66 vraagt is om ‘schouder aan schouder te staan met politieke partijen zoals de PVV, die nu hard roepen dat dit ‘tuig’ hard gestraft moet worden, maar die al jaren de woorden en het gedachtegoed leveren waarmee deze extreemrechtse terreurzaaiers hun daden verdedigen zoals Lubach in zijn uitzending liet zien. Meest recent nog tijdens de algemene politieke beschouwingen na Prinsjesdag. Partijen die de haat zaaiden met hun woorden en nu afstand doen van de oogst van hun zaaiwerk. Daar moet je nu ‘ schouder aan schouder’ mee gaan staan. Dat is hetzelfde als van een verkrachte vrouw vragen om samen op te trekken met iemand die haar verweet dat ‘dat rokje’ wel erg uitdagend is en dat je er dan wel een beetje om vraagt.

Bijzonder is ook dat deze oproep komt van een partij en partijleider die de zaaier, de ondemocratisch georganiseerde en ondemocratisch en anti-rechtsstatelijk handelde PVV, in het centrum van de macht heeft gebracht. Van een partijleider die zich de afgelopen week stil hield, toen Wilders tijdens die algemene politieke beschouwingen verdeeldheid en haat stond te zaaien. Een partijleider van een partij die een motie van een andere extreem rechtse partij, het Forum voor Democratie om antifa als een terroristische organisatie te bestempelen, ondersteunde. Nu is antifa een vlag en geen organisatie en constateert de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid dat er vanuit die hoek geen gevaar dreigt voor de democratie en de rechtsstaat. Dezelfde partij die instemde met een boerkaverbod. Een partij die instemde met het discrimineren van statushouders. Een partij die er geen been in ziet om het grondrecht om je mening te uiten in een demonstratie aan banden wil leggen.

Met de roep om te ‘depolitiseren’ proberen Yeşilgöz en de VVD hun rol en verantwoordelijkheid weg te schuiven en te ontlopen. En de VVD en verantwoordelijkheid staan, zoals ik bij de bespreking van het verkiezingsprogramma van de partij al liet zien, op gespannen voet met elkaar. De roep om de depolitiseren is daarmee politiseren in optima forma.

De drie B’s van Van der Galien

Het is nu alweer bijna dertig jaar geleden dat ik door een vriend en een toen voor mij onbekende persoon werd benaderd met de vraag of ik me wilde inzetten voor het behoud van een markant gebouw in Venlo. Dit sloop mijn gedachten binnen bij het lezen van de eerste zin van een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard: Het is ongelooflijk, helaas, maar we staan tegenwoordig voor een enorme strijd in ons land.” ‘Een bijzonder artikel.

Nedinsco gebouw eind jaren twintig van de 20ste een. Bron: Wikimedia.Commons

Voor degenen die de Rotterdamse Van Nelle fabriek kennen, het Venlose gebouw dat gered moest worden, is in dezelfde stijl, nieuwe bouwen genaamd, gebouwd. Het is tussen 1920 en 1929 gebouwd en daarmee ouder dan de  op de Unesco werelderfgoedlijst staande Van Nelle Fabriek. Een bouwstijl waarbij het gebouw werd gemodelleerd naar de functie die het moest gaan vervullen. Het Venlose gebouw, bekend als het Nedisncogebouw is specifiek ontworpen voor de productie van persicopen voor duikboten en daarmee komen we bij de bijzondere geschiedenis. Die geschiedenis begon met vrede van Versailles en de beperkingen die deze vrede de Duitsers oplegde. Hun leger werd ingekrompen en verschillende soorten fabrieken mocht het land niet meer hebben. Het mocht ook geen optische apparatuur voor wapensystemen meer bouwen. Een van de bedrijven die hierdoor werden beperkt was Carl Zeiss uit Jena, een bedrijf dat tegenwoordig nog steeds een grootmacht is in optische apparatuur. Om de beperkingen die het bedrijf waren opgelegd te omzeilen, werd in Nederland een bedrijf opgezet, de Nederlandsche Instrumenten Compagnie (Nedinsco). Maar ik dwaal af. Het pand staat er nog, is opgeknapt en is herbestemd mede dankzij onze inzet. Ik moest denken aan dat gesprek omdat ik tijdens een kleine reünie met bezoek aan Jena vorig jaar een boek op de kop heb getik. Een boek van de Duitse journalist Christian Jakob met als titel Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft. Aan dat boek moest ik denken toen ik dat van die ‘enorme strijd in ons land’.

Terug naar die ‘enorme strijd’. Van der Galien:“Ja, het is duidelijk dat we in een bijzonder belangrijke situatie verkeren in ons land. We moeten nu opstaan – met elkaar – of het gaat helemaal mis.” Maar je kunt er wat aan doen en dat is De Dagelijkse Standaard steunen want die gaat voorop in de strijd. Daar voeren ze:  “ELKE DAG WEER de goede strijd. De strijd voor Nederland, voor onze cultuur, voor onze waarden… kortom, voor ons volk. Net als jij zijn wij patriotten. Liefhebbers van ons vaderland. En ja, net als wij hebben wij een hekel aan het boeren-hatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.”

In zijn boek onderzoekt Jakob het ondergangsdenken dat tegenwoordig velen in hun greep heeft: “Waar ooit het geloof in vooruitgang overheerste, zien steeds meer jongeren nu een toekomst vol somberheid.[1] Angst voor een kernoorlog, pandemieën, kunstmatige intelligentie, instorting van de economie, stroomuitval, financiële ineenstorting,  een klimaatramp, het einde van de mensheid of een deel ervan en met dat deel ervan kom ik bij Van der Galien en zijn strijd voor ‘onze cultuur, waarden en volk. “Niet iedereen vreest het einde van de beschaving als geheel. Sommigen zijn alleen bezorgd over de ondergang van dat deel van de mensheid waartoe ze zichzelf rekenen: het uitsterven van de blanke man.[2]” Met die woorden begin Jakob zijn vijftiende hoofdstuk. Een hoofdstuk met als titel Laatste generatie voor de dood van het volk: het omslagpunt van de migratie. Jakob over die angst: “De enige mensen die hier wakker van kunnen liggen, zijn degenen die geloven dat blanken recht hebben op een natuurlijke suprematie – die ze mogen verdedigen.”  Maar dat is, zoals Jakob terecht schrijft: “Maar dit is een feilloos extreemrechts argument dat al vele jaren in een of andere vorm naar voren wordt gebracht door eenzijdige kringen.[3]

Een ‘volk’  dat moet strijden tegen een ‘zij’: ’het boerenhatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.’ Nu vraag ik me af wie er tot die ‘wij’ van ‘het volk’ behoren en wie tot de ‘zij’. Ik voel me in ieder geval bij allebei niet thuis. Tot de ‘zij’ behoor ik niet en voel ik me al niet aangetrokken.  Van der Galiens ‘volk’ walmt de overdrachtelijke spruitjeslucht van de drie B: benauwd, bekrompen en burgerlijk van het hele kleine soort.


[1] Christian Jakob, Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft, pagina 8 (eigen vertaling)

[2]Idem, pagina 167 (eigen vertaling)

[3] Idem, pagina 168

Precies

In zijn wekelijkse Week van de hoofdredacteur geeft Pieter Klok, de hoofdredacteur van de Volkskrant, antwoorden op vragen van lezers. Vragen zoals: “Waarom spreken jullie van een ‘rechts’ en niet van een ‘uiterst rechts’ kabinet.” Klok geeft aan dat de Volkskrant vooral precies probeert te zijn, maar dat het grote probleem is dat er nog veel onduidelijk is. Kloks schrijven laat vooral zien hoe normaal het tot voor kort abnormale al wordt gevonden. Zelfs bij een medium als de Volkskrant.

“Als je de partijen op een links-rechtsschaal plaatst, dan is de VVD rechts, de PVV radicaal-rechts en komt de derde grootste partij, NSC, ongeveer in het midden uit. Het gemiddelde van die drie partijen is rechts, is tot nu toe de redenering. Een kabinet met alleen NSC en VVD zouden we als centrum-rechts omschrijven.” En omdat: “er vooral nog veel onduidelijk is. Er is nog geen begin van een inhoudelijk ‘program’.” Is de omschrijving ‘rechts’ op dit moment het meest passend. Maar dat zou anders, uiterst rechts worden: “als de PVV weinig concessies hoeft te doen en bijna onverkort haar eigen verkiezingsprogramma kan doordrukken. Daarvan is vooralsnog geen sprake.”

Vervolgens legt Klok uit waarom de links-rechtsschaal niet meer zo bruikbaar is: “De PVV is radicaal-rechts op het terrein van migratie en cultuur, maar links als het gaat om sociaal-economische kwesties zoals de AOW en het eigen risico in de zorg. De NSC is links als het gaat om het beschermen van het bestaansminimum, maar heeft een rechts migratiestandpunt. BBB heeft een geheel eigen mix van linkse en rechtse standpunten.” Bruikbaarder is, aldus Klok: “Een onderscheid tussen progressief en conservatief, nationalistisch en globalistisch of tussen bestuurlijk en populistisch.” Met dit als referentiekader: “ conservatief-nationalistisch-populistisch in ieder geval een adequate beschrijving.” Een betoog dat goed is te volgen. Nationalistisch-populistisch dus.

Maar waar wordt dan het abnormale normaal? Klok: “Wel hebben de deelnemers vastgelegd dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie. Extreem-rechts’ is dus sowieso geen goede omschrijving, want die bewaren we voor partijen die de democratie en rechtsstaat willen slopen.” Nu bevat het programma van één van die partijen, de PVV, vele plannen die de bijl zetten aan de wortel van onze rechtsstaat en democratie. Volgens Kloks eigen woorden is die partij daarmee extreem rechts en niet radicaal rechts. Het extreme wordt hier al wat genormaliseerd. Maar niet alleen de PVV. Als je de VVD, NSC en BBB  hoort spreken over hoe zij het recht op het vrij uiten van een mening middels een demonstratie willen beperken, dan baart dat zorgen. Dan kun je vraagtekens zetten bij dat ‘houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie’.

Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Het wordt blijkbaar al zo ‘normaal’ gevonden dat door ons verkozen volksvertegenwoordigers ‘afspreken’ dat ze zich aan de basisregels van de rechtsstaat en de democratie houden, dat de hoofdredacteur van een van onze toonaangevende kranten het achteloos opschrijft. Laat ik voorop stellen, het is normaal dat partijen zich eraan houden. Het is NIET normaal dat partijen die een regering willen vormen, hierover in gesprek gaan. Het is NIET normaal dat een ‘kabinetsverkenner’, in dit geval Plassterk, adviseert: “Te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.” Dit adviseren is een hellend vlak. Hierover in een formatie in gesprek gaan, is een hellend, zoals ik al eerder schreef. Het lijkt erop dat inmiddels al niet meer door hebben dat dit een hellend vlak is. Dat ze niet meer in de gaten hebben dat ze van het vlak aan het vallen zijn. Het abnormale is al zo normaal geworden dat de hoofdredacteur van de Volkskrant bijna juichend constateert dat: “de deelnemers vastgelegd (hebben) dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie.” Om precies te zijn.

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, …

Gaaaaap! Dat dacht ik toen ik in de Volkskrant een interview las met Rob Roos, de leider van Forum voor Democratie in Zuid Holland. Waarom? Om een wel erg grijsgedraaide plaat. Een plaat die bestaat uit uitspraken die een beeld oproepen dat dan wel populair is maar nergens op slaat. 

“Onze kiezers zijn mensen die ’s morgens in de file staan, hardwerkende Nederlanders die bij de NPO worden uitgemaakt voor idioten. Voor hen komen we op. Al twintig jaar is het debat in Nederland door politieke correctheid platgeslagen. Dat moet stoppen. De PVV wordt al jarenlang uitgesloten, en ook wij hebben een stempel op ons voorhoofd gekregen.” 

Bron: Wikimedia Commons

Beste meneer Roos, zijn het alleen uw kiezers die hard werken en in de file staan? Stemmen er werklozen of arbeidsongeschikten op uw partij? Dat is het beeld dat u hier schetst. Ik heb niet en zal nooit op uw partij stemmen, wil dat zeggen dat ik niet hard werk? Kunt u mij drie, twee, één voorbeeld noemen van een NPO programma dat hard werkende Nederlanders uitmaakt voor idioten?

De PVV wordt uitgesloten? Ik meen me het kabinet Rutte 1 te herinneren, dat sloot die partij in. Dat was niet zo’n succes. Als het over uitsluiten gaat, dan heeft de SP meer reden tot klagen. Deze partij is in haar langere bestaansgeschiedenis dan de PVV zelfs nog nooit gevraagd om te gedogen. Uw partij komt net kijken en nu al beklaagt u zich dat u wordt ‘buitengesloten’. Vreemd voor een partij die in verschillende provincies de grootste is en het initiatief heeft. Het is makkelijk om de schuld van dat buitensluiten bij de ander te leggen. Het kan echter ook dat je jezelf buiten sluit door je eigen opstelling? Is u klacht over buitensluiten misschien een eerste opzetje om u zelf buiten te sluiten.

Ik lees dat het u emotioneert om te worden uitgemaakt voor: “populisten, extreem-rechts of zelf voor fascisten. Dat vind ik verschrikkelijk, echt waar. Het doet me pijn. Je mag andere meningen hebben, maar praat met elkaar en heb respect voor elkaars mening.” Van hoeveel respect getuigt het om te pleiten voor het ontslag van weermannen en leraren die iets zeggen wat niet in het straatje van uw partij past? Van hoeveel respect getuigt een meldpunt voor leraren die ‘links indoctrineren’? Zou het de mensen die u voor “extreemlinkse activisten,” uitmaakt niet ook pijn kunnen doen?

Als laatste die politieke correctheid die het debat, volgens u, al twintig jaar platslaat. Waarover heeft u het? Als de afgelopen twintig jaar ergens door worden gekenmerkt dan is het dat iedereen alles maar gewoon zegt en roept. Iets beweert zonder dat het enige relatie heeft met de werkelijkheid. Eigenlijk zoiets als u hier doet. Het politieke en publieke klimaat zou wel varen bij minder schreeuwen en meer correctheid. 

Beste meneer Roos, gooi die grijze plaat weg. En voordat u uzelf beklaagt, denk dan aan de gulden leefregel: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’  

Nederland gidsland

Nederland als gidsland en dus voorbeeld voor de wereld. Nederland het meest progressieve land van de wereld dat zich altijd en overal druk maakte om de mensenrechten, om abortus, euthanasie. Het land met het meest liberale softdrugsbeleid en zo zijn er vast nog meer voorbeelden te noemen. Dat is, sinds het begin van deze eeuw, iets van het verleden. Of niet?

De TegenpartijIllustratie: tweedekamer.blog.nl

De Duitse deelstaatverkiezingen hielden de journalistieke gemoederen flink bezig. Zo ook die van Afshin Ellian. In Elsevier schrijft hij over de titanenstrijd tussen twee Duitse vrouwen. Aan de ene kant bondskanselier Angela Merkel en aan de andere kant Frauke Petry van de AfD. Hij vergeet voor het gemak dat het Duitse politieke spectrum ook nog andere partijen bevat. Partijen die ook verkiezingen wonnen en verloren. Al houdt Ellian een slag om de arm omdat de AfD eerst maar eens moet bewijzen een blijvertje te zijn.

Eén zin in zijn column viel op: “De Duitse media moeten nog veel leren van wat in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn is gebeurd.” Dit naar aanleiding van de oproep van Petry aan de Duitse media om etiketten ‘rechts-nationalistisch’ of ‘rechts-populistisch’ niet meer voor haar partij te gebruiken, omdat de AfD een gewone volkspartij is net als alle andere. Hij adviseert de Duitse media om ‘te leren’ van Nederland na Fortuyn. Stelt Ellian hier Nederland ten voorbeeld aan Duitsland? Nederland weer als gidsland?

Wat moeten de Duitse media, en in het verlengde van de media, de Duitsers leren? Dat dergelijke etiketten niet geplakt moeten worden? Dan is Nederland een erg slecht voorbeeld. Want is Nederland vrij van het plakken van deze en andere etiketten? Populist, extreem rechts, fascist ze vallen geregeld.

Moeten ze de gespeelde verontwaardiging die er vaak op volgt, onder de knie krijgen? De oproep om de uitspreker van de f-woord te ontslaan? Of moeten ze aan de slag met de vertaling van woorden als nep-parlement, demoniseren, theedrinkende knuffelaar of minder, minder, minder? Moeten ze op zoek naar ministers die niet links, niet rechts, maar recht door zee zijn?

Of moeten ze hiervan leren dat dit een heilloze weg is? Dat ze alles moeten doen om de Nederlandse weg niet in te slaan en om te keren als dat nog kan? Dus Nederland als gidsland hoe het niet moet? Wat moeten de Duitse media en de Duitsers leren van Nederland?