De Euro(pese unie) en belastingen

“Geef de Zuid-Europese landen hun eigen monetaire instrumenten om hun zwakke economieën concurrerend te maken met behulp van een eigen munt. Zodat ze zelf hun economische problemen via koersaanpassingen van een eigen munteenheid kunnen oplossen. ” Aldus econoom en jurist Antonie Kerstholt bij Joop. Daarom moet Europa een belangrijk onderwerp in de formatie zijn, aldus Kerstholt. Met andere woorden: kieper Zuid-Europa uit de Euro. Volgens hem is dat de enige oplossing want: “Eenzelfde munteenheid in meerdere landen is feitelijk alleen geschikt voor economieën die min of meer gelijkwaardig aan elkaar zijn.” Dat hoor je vaker en het klinkt logisch. Een eigen munt en: “meer op maat gesneden financiële steun van andere meer welvarende EU-lidstaten.” Klopt het ook?

Currency signs | Currency signs | Nicolas Nova | Flickr
Bron: Flickr

Laten we eens wat verder kijken dan de Europese neus lang is. Neem China, een land waar de economie fors groeit. Dat land heeft de Renminbi als munt. Als we kijken naar het land dan zien we dat de verschillende delen van het land zich economisch zeer onderscheidend ontwikkelen. Als we kijken naar het Bruto Regionaal Product per hoofd van de bevolking van de verschillende regio’s dan bedroeg dat van de armste regio Gansu in 2018 minder dat een kwart van dat van Beijing, de rijkste regio. Het CBS omschrijft de Chinese situatie in het rapport waaruit deze cijfers komen als volgt: “Voor de vijf meest welvarende regio’s wordt het overgrote deel van het brp gerealiseerd buiten de primaire sector. In de minst welvarende regio’s daarentegen wordt een aanmerkelijk groter deel van het brp gerealiseerd door landbouw, bosbouw, veeteelt en visserij. De rijke kustregio’s van China zijn de meest gediversifieerde en innovatieve delen van het land. Ook zijn sommige rijk aan grondstoffen; Jiangsu heeft bijvoorbeeld grote voorraden steenkool, olie, gas, zout, zwavel, fosfor en marmer. Sinds de oprichting van de Volksrepubliek heeft veel chemische en zware industrie zich hier gevestigd. Belangrijke sectoren in Zhejiang zijn de elektromechanische, chemische, technische en textielindustrie. Zhejiang is bijvoorbeeld de thuisbasis van een aantal van China’s meest innovatieve internetbedrijven, met name de e-commerce gigant Alibaba. Beijing heeft een geavanceerde dienstensector en innovatieve technologie-industrie. In Fujian is naast de aanwezige industrie ook de landbouwsector van groot belang.” Dat kwart is groter dan het verschil tussen het euroland met het hoogste BBP (Luxemburg) en dat met het laagste Letland. Een omschrijving van de economie van de Eurolanden zal niet zoveel afwijken van die het CBS van China geeft. Met een verschil en dat is de rol die het toerisme in de Europese economie.

‘Maar dat is geen democratie maar een dictatuur van een partij die zich nergens aan hoeft te houden,’ kun je tegen werpen. Oké, dan een ander land: India met als munteenheid de Rupee. Vergelijken we daar het Bruto regionaal product van Goa, de economisch sterkste regio, met de zwakste, Bihar, dan is die van de laatste nog geen 10% van de eerste. En een beschrijving van de economische situatie van het land zal lijken op de Chinese. Toch kan het land vooruit met één munt.

Of neem de Verenigde Staten. Het land heeft één munt, de dollar. Het inkomen per hoofd van Puerto Rico is iets meer dan 16% van dat met het hoogste, het District of Columbia. En dan zien we er nog maar vanaf dat het inkomen per hoofd van Amerikaans Samoa maar 35% bedraagt van dat van Puerto Rico. Een omschrijving van de economie van de Verenigde Staten zou ook niet afwijken van die van China.

Allemaal landen met grote economische ongelijkheid tussen verschillende gebieden in het land en toch kunnen die landen prima functioneren met één gezamenlijke munt. Waarom zouden de eurolanden dat dan niet kunnen? Als er ook zonder euro, zoals Kerstholt schrijft: “meer op maat gesneden financiële steun van andere meer welvarende EU-lidstaten,” nodig is, waarom moeten die landen dan eerst uit de Euro? Waarom dan niet gekeken naar wat maakt dat het in China, India en de Verenigde Staten wel kan? Misschien biedt dat een oplossing die mee naar de formatietafel kan? Dat ‘wat’ is een centrale overheid die geld via de belastingen herverdeelt van rijke naar arme gebieden. En dan het liefst herverdelen door het te investeren in zaken die de economie in de zwakkere gebieden versterken.

Die centrale overheid is er al, de Europese Unie. Al hebben nog niet alle landen van die Unie de euro ingevoerd. Het gebied waarop de Unie belasting kan heffen, ligt ook voor de hand: op bedrijfswinsten, vennootschapsbelasting en dividend voor aandeelhouders. Precies die terreinen waarop de landen nu met elkaar concurreren waarvan het multinationale bedrijfsleven profiteert. Van de opbrengsten bekostigt de Unie vervolgens alle activiteiten waarvoor zij aan de lat staat en investeert zij waar dat nodig is in versterking van de economie. De contributie van landen aan de Unie kan dan vervallen net als de uitgaven van de landen op die terreinen. Op deze manier wordt er geld overgedragen van landen met een sterke economie naar landen met een zwakke zonder dat het ‘landen’ zijn die de pijn voelen. Precies zoals nu in Nederland via de belastingen geld van ‘Brainport Eindhoven’ wordt herverdeeld naar Oost-Groningen.

Hulpverlener, medeplichtige of toerist

Sinds ik in 2014 voor het eerst het Griekse eiland Lesbos bezocht voor een vakantie, heb ik een zwak voor het eiland en haar bewoners. Dat zwak is een gevolg van de afwisselende schoonheid van het eiland maar vooral van de vriendelijkheid van de mensen. Iedere keer als er iets over Lesbos op televisie is of in kranten of sites wordt geschreven, dan lees ik dat met grote belangstelling. Dus toen ik op de site Oneworld een artikel zag over het eiland, moest ik het lezen. Ik werd extra getriggerd omdat de auteur, Vonne Hemels, zeer kritisch was over de non-gouvernementele organisaties (NGO). Die staan, zo betoogt hemels, de verandering op het eiland in de weg.

Kasteel Mithyllini. Eigen foto

Hemels is vooral begaan met de vluchtelingen op het eiland. Hemels: “Ik weet het niet, maar ik weet wél dat de situatie voor vluchtelingen op Lesbos de afgelopen jaren alleen maar erger is geworden, ondanks de vele miljarden aan humanitaire hulp.” De NGO’s spelen hierin, zo betoogt Hemels, een negatieve rol Ze hebben: “het concept van solidariteit op Lesbos veranderd in een handelsartikel dat goed verkoopt op de markt van internationale humanitaire business.” Gelukkig ziet Hemels een alternatief: medeplichtig worden. “Medeplichtigheid (…) betekent aanvaarden dat de wetten en regels oneerlijk zijn. Het betekent oprecht luisteren naar degenen die systematisch onderdrukt worden, en bereid zijn om risico’s te nemen. Het betekent géén carrière maken van het lijden van vluchtelingen. Medeplichtigheid is vriendschap, en de eindeloze strijd tegen grenzen en voor de vrijheid van iedereen.” Hemels sluit af met de woorden: “Ik nodig je ook van harte uit om Lesbos eens te komen bezoeken. Maar dan wel als medeplichtige, en niet als humanitaire hulpverlener.”

Over de dubbele rol van de NGO’s hoeven we niet verbaasd te zijn. Als je een doel wilt bereiken en daarvoor richt je een organisatie op, dan heb je ineens al twee doelen, namelijk het oorspronkelijke doel en het doel om de organisatie draaiende te houden. Als de oprichter van de organisatie een ‘bekende Nederlander’ is zoals Johnny de Mol met zijn Movement on the Ground, dan heb je zomaar nog meer doelen. Neem je vervolgens mensen aan om het werk te doen, dan groeit het aantal doelen exponentieel. Een term die ik sinds het uitbreken van de corona-pandemie als bekend veronderstel.

Dat de NGO’s een bijdrage leveren aan het in stand houden van hardvochtig migratiebeleid, daarin kan ik Hemels een heel eind volgen. Na mijn laatste bezoek aan het eiland schreef ik ook al over: “Vrijwilligers die even twee of drie weken hun eigen ego komen strelen en wat ‘sokken’ uitdelen aan vluchtelingen die pas aankomen.” Vrijwilligers die, als ze weer thuis zijn, vertellen over: “hun ‘nuttige’ werk en de ellende op Lesbos.” Waardoor ze weer een steentje bijdragen aan de ellende op het eiland. Niet de ellende van de vluchtelingen, maar de ellende van de eilandbewoners. Want al die ‘ellendeverhalen’ maken dat er steeds minder vakantiegangers het eiland bezoeken en dat raakt de eilandbewoners hard.

Terug naar Hemels’ betoog: “Sinds de rechtse partij Nea Dimokratia in Griekenland aan de macht is worden anti-migratiewetten in rap tempo ingevoerd, ondanks veelvuldig kritiek van mensenrechtenorganisaties.” Zo schrijft ze terecht. Het eiland bezoeken als ‘humanitair hulpverlener’ voor aan maand, gaat daar inderdaad niets aan veranderen. Eilandbewoners kunnen die ‘hulpverleners’ wel schieten. Ik vrees echter dat het eiland bezoeken als ‘medeplichtige’ dat ook niet gaat verhelpen.

Ja, de vele vluchtelingen op het eiland zijn een probleem. Geen Grieks probleem, maar een Europees en dus ook een Nederlands probleem. Een Europees probleem waar we Lesbos en enkele ander Griekse en Italiaans eilanden mee hebben opgezadeld. Een probleem dat een gevolg is van de in politiek Nederland door velen bejubelde ‘Turkije deal’ Van Europees vluchtelingenbeleid dat alle ellende afwentelt op ‘landen in de regio’. Beleid dat je kunt betitelen als rationele irrationaliteit zoals ik al eens betoogde. Maar helaas ziet, op de inwoners van Lesbos en die andere eilanden na, niemand het zo. Ze zien het niet zo omdat het buiten hun blikveld gebeurt. Het loopt het land en haar inwoners over de schoenen. Eerst moesten ze de broekriem aanhalen om de Euro, maar vooral de West-Europese banken te redden en vervolgens werd het land overspoeld door mensen die naar Duitsland, Nederland, Zweden of Frankrijk wilde en op weg daar naartoe vast kwamen te zitten in Griekenland en vooral op enkele eilanden waaronder Lesbos. Het enige wat de overige landen van de Europese Unie deden, was beschuldigend naar de Grieken wijzen, terwijl ze hun deel van de afspraken zelden nakwamen. Dat is de belangrijkste reden dat Nea Dimokratia nu regeert en anti-migratiewetten invoert. Het eerdere meer progressieve alternatief, de regering Tsipras, werd door de rest van de Europese Unie door de mangel gehaald en zo liet de rest van Europa de Grieken in de steek. Daarop hebben de Grieken voor het conservatieve alternatief gekozen en daarvan zijn de vluchtelingen de dupe. Trouwens niet alleen de vluchtelingen, ook de bewoners van eilanden als Lesbos.

Als ‘medeplichtige’ naar Lesbos gaan zal daar niets aan veranderen. Het enige wat je ermee bereikt is dat je wordt opgepakt en het land uitgezet of misschien zelfs gevangen wordt gezet. Dat is dan weer iets waarmee je in Nederland kunt pronken en verwijzen naar de ellende van de vluchteling op het eiland terwijl het niemand op Lesbos helpt. Niet gestrande vluchtelingen en migranten, want wat hebben die aan een ‘tijdelijke medeplichtige’ die, door zijn juiste paspoort, gewoon weer terug kan reizen naar een land waar zij naar toe zouden willen. Maar ook niet de bewoners van het eiland omdat die ‘medeplichtige’ hen alleen maar negatieve publiciteit oplevert en belastingcenten kost.

Wat wel kan helpen, is in maart bij de Kamerverkiezingen stemmen op een partij die een ander vluchtelingen en migratiebeleid wil. Een partij die ziet dat wij hier een verantwoordelijkheid hebben. Een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het ‘benutten van ontwikkelingsgeld’ om vluchtelingen in de regio op te vangen. Verder dan het uitruilen van de ene groep in ellende tegen de andere. Een verantwoordelijkheid om ook in Nederland ruimhartig plek te bieden aan vluchtelingen. Een partij die echt vorm wil geven aan migratiebeleid dat mensen, anders dat de ‘hoogopgeleide it-specialist’, van elders de gelegenheid geeft om hier legaal te werken. Een partij die zich realiseert dat afschuiven van het vluchtelingen probleem op het eerste land van aankomst, volgens het Dublinprotocol, niet de manier is waarop we in de Europese Unie met elkaar moeten omgaan. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat in de toekomst Nederland dat land is. Sinds een paar dagen ligt Nederland immers ook op aan de grens van de Europese Unie. Dat is de beste hulp die we de vluchteling en migrant kunnen geven omdat we dan eindelijk het probleem van de vluchteling en migrant centraal stellen en niet het vluchtelingen- en migrantenprobleem.

En als je dan toch echt iets in het buitenland wilt doen, zo adviseerde ik al in de Prikker na mijn laatste bezoek die ik hierboven al aanhaalde: “ga vooral op vakantie naar Lesbos.” Het doet niets voor je CV en ego, maar des te meer voor de bewoners van het eiland. Want als het goed gaat met de bewoners zal dan de aanwezigheid van de vluchtelingen niet als een probleem worden gezien?

Fantasierijke fictie en de feiten

“2,7 miljard om #AOW op 65 jaar te houden was veel te duur en niet houdbaar, maar 21 miljard #Belastinggeld gratis naar Zuid #Europa overmaken, zodat de #Fransen, #Italianen en #Spanjaarden rond hun 60ste met  #Pensioen kunnen kan wel, volgens de #VVD.” Dit bericht kwam in mijn LinkedIn tijdlijn voorbij. Duidelijk van iemand die niet blij was met het akkoord dat de regeringsleiders over de begroting en het ‘corona-noodfonds’ hebben gesloten. Maken we werkelijk 21 miljard over naar Zuid -Europa?

Vergrootglas, Feiten, Onderzoeken, Onderzoek
Bron: Pixabay

Nu kun veel vinden van de het begrotingsakkoord, zo lijkt het mij interessant om de mogelijkheden voor een Europese belasting op bedrijfswinsten geheven door de EU te onderzoeken. Dit omdat iedere overheid haar eigen belastinggebied moet hebben waarmee zij in haar inkomsten voorziet. Nu is de EU daarvoor van de landen afhankelijk. Maar daar gaat het mij nu niet om. Het gaat mij om die 21 miljard en volgens een reactie op het bericht zelfs om 30 miljard.

Waar alle regeringsleiders het over eens waren is dat er een noodfonds komt van € 750 miljard. Dat lijkt veel, maar even voor het perspectief. Het binnenlands product van alle EU landen samen is ongeveer € 15.000 miljard. Dan bedraagt het fonds zo’n 5 procent van het jaarlijkse Europese bbp. Het fonds kent echter een looptijd van drie jaar en bij een evenredige verdeling over die drie jaar is er per jaar een bedrag ter grootte van 1,67% van het Europese bbp beschikbaar.

Alle landen kunnen aanspraak maken op het fonds, ook Nederland. Alleen is, zo is op europa.nu te lezen: “De verdeling van alle subsidies en leningen (…) opgehangen aan een aantal criteria zoals de werkloosheidscijfers in de jaren voor de crisis, de verwachte daling van het BNP en het gemiddelde inkomen per inwoner. Zo krijgen hard getroffen lidstaten en lidstaten die het economisch moeilijker hebben het meeste geld, en welvarende landen juist minder.”  

Om een beroep te kunnen doen op het fonds, moet een aanvraag worden ingediend: “Een lidstaat die gebruik wil maken van geld uit het Herstelfonds moet een plan inleveren bij de Commissie. De Commissie beoordeelt de plannen en legt haar bevindingen voor aan de lidstaten. Voorwaarde voor een positief oordeel is dat plannen moeten bijdragen aan de klimaatdoelen en de digitale transitie. … Uitbetaling van de gelden hangen niet alleen af van de plannen, maar ook van wat er van terecht is gekomen.” Een deel van het fonds € 390 miljard komt beschikbaar als subsidie. Als de resultaten worden bereikt, dan hoeft het bedrag niet terug te worden betaald. Als het via een lening, het andere deel van het fonds, gebeurt, dan moet die wel worden terugbetaald. Dit terugbetalen moet uiterlijk in 2058 gebeuren.

Waar het geld vandaan komt?. “Het Herstelfonds zal worden gefinancierd door de Europese Commissie zelf. De Commissie mag geld ophalen op de kapitaalmarkten. De Europese begroting, gefinancierd door de lidstaten, is het onderpand.” Om die leningen die daarvoor worden afgesloten te kunnen betalen krijgt de Europese Unie een eigen belastinggebied: “In 2021 komt er een belasting op plastic afval, in 2023 volgen er een belasting op digitale activiteiten, inkomsten uit het – mogelijk verder uitgebreide – emissiehandelssysteem én nog verder uit te werken plannen.” Mocht de Europese Unie uiteindelijk die leningen niet terug kunnen betalen, dan staan de landen van de Europese Unie daarvoor garant. Pas dan komt Nederland in beeld en dan gaat het geld niet naar Zuid-Europa en zelfs niet naar de Europese Unie maar naar de financiers van die leningen, de banken en (institutionele) beleggers. Dan komt niet alleen Nederland in beeld, maar dan komen alle landen van de Unie in beeld. Die staan namelijk allemaal garant. Voor hoeveel wordt berekend door het aandeel van het bbp van het betreffende land in het totale Europese bbp. Het Nederlandse bbp is ongeveer € 800 miljard of te wel zo’n 5,33% van het Europese bbp. Dit betekent dat Nederland garant staat voor zo’n 5,33% van het fonds en dat is zo’n € 40 miljard. Dat bedrag is Nederland kwijt als alles fout loopt. Dat is veel. Alleen niet zoveel als dat Italië dan verliest. Het Italiaanse bbp is ongeveer twee keer zo hoog, de Italianen moeten in dat geval dus zo’n € 80 miljard ophoesten en Duitsland zo’n € 160 miljard.

Er gaan dus geen Nederlandse miljarden naar Zuid-Europa zodat men daar vroeg met pensioen kan. Het LinkedIn-bericht is daarmee een ‘fantasierijke fictie’ die het heel goed zal doen aan de borreltafel. Feitelijk klopt er niets van.

Sigaar uit eigen doos

  “Wij kunnen geen instrumenten of maatregelen accepteren die leiden tot het opbouwen van gezamenlijke schulden of een wezenlijke verhoging van de EU-begroting.” Dit, zo is in de Volkskrant te lezen, schrijven de ‘vrekkige vier’ landen van de Europese Unie. Nederland is een van deze vier, de andere drie zijn Denemarken, Oostenrijk en Zweden. De vier landen hebben een eigen plan ontwikkeld waarmee de Europese Unie de economische ellende als gevolg van corona moet overwinnen.

Bron: Wikipedia

Wat houdt dat plan in? (D)e vier (willen) de nieuwe Europese meerjarenbegroting vooral aan economisch herstel besteden. Dat zou ten koste gaan van de subsidies voor boeren en armere regio’s.” De vier willen namelijk niet dat de Europese begroting wordt verhoogd. Daarnaast moet er: “een tijdelijk (maximaal 2 jaar) herstelfonds,” komen dat: “is gebaseerd op leningen (tegen lage rente, lange looptijd) aan de getroffen landen.” Deze: “leningen worden ingezet voor economische vernieuwing en een steviger zorgsector. De lenende landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Ook mogen ze de rechtsstaat niet ondermijnen.” Laten we het plan eens doorlopen.

Dat de rechtsstaat niet mag worden ondermijnd lijkt mij evident. Alhoewel? De afgelopen tien weken is er flink geknibbeld aan de rechtsstaat. Vrijheden van inwoners zijn dramatisch ingeperkt. Pleidooien voor technieken die ons doen en laten volgen, kunnen op bijval rekenen. Als dit onderdelen van de nieuwe rechtsstaat worden, pleit ik voor ondermijning van die rechtsstaat.

De landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Tijdens de ‘Griekse crisis’ van enkele jaren geleden, werd hier ook om geroepen. Sterker nog, het land kreeg het opgelegd. De publieke sector werd in de uitverkoop gedaan en delen, zoals de gezondheidszorg, die niet werd verkocht, werden uitgeknepen. Gelukkig moet die gezondheidszorg nu buiten schot blijven. Sterker nog, die moet steviger worden. Een advies dat ook Nederland zich ter harte kan nemen. Alleen is dat niet gratis. Met het geld van een tijdelijke lening kun je een ziekenhuis bouwen. De exploitatie zal toch met belastinggeld moeten worden opgebracht. 

Vreemd wordt het bij het inzetten voor economische vernieuwing. Niet het aandringen op die vernieuwingen is vreemd. Vreemd is dat een deel van het herstel betaald moet worden door het afbouwen van subsidies aan de armere regio’s. Deze subsidies zijn juist bedoeld om de economische activiteit in die armere regio’s te stimuleren. Dus om bijvoorbeeld het welvarende Noord-Italië er bovenop te helpen, moet het arme zuidelijke deel van het land bloeden? 

Met dat ‘schuiven’ van geld van ‘landbouw en arm’ naar corona herstel kom ik bij het punt waarmee de vier het bijvoeglijk naamwoord ‘vrekkig’ eer aan doen. De inkomsten van, en dus de bijdragen van de landen aan de Unie veranderen niet. Wat er wel verandert, zijn de doelen waaraan het wordt uitgegeven. Die doelen liggen met name in de andere Europese landen. De ‘vrekkige vier’ ontvingen in 2018 samen zo’n 5% van de totale EU uitgaven. Dat is minder dan Italië (6,6%), Spanje (7,8%), Duitsland (7,6%) of koploper Polen (10,4%). De ‘last’ van de herverdeling wordt vooral door anderen gedragen. En als het ‘tijdelijke herstelfonds’ op z’n Europees wordt gevuld, dan zal ieder land naar grootte van van het bruto binnenlands product een bedrag in het fonds stoppen. Het Nederlands aandeel hierin is gering en het storten van dat bedrag in het fonds kost niets. Sterker nog, het levert geld op. Nederland kan haar deel tegen 0% lenen en de landen die aanspraak maken op het geld moeten rente betalen. De Italianen en Spanjaarden zullen dubbel rente moeten betalen. Eerst om het bedrag te lenen dat ze in het fonds moeten storten en vervolgens moeten ze rente betalen op de leningen die vanuit het fonds worden gefinancierd. Het plan van de ‘vrekkige vier’ lijkt verdacht veel op de welbekende sigaar uit eigen doos. 

Pinautomaten

“Een grote sprong richting een Federale Staat van Europa zou tot opstand leiden in de noordelijke landen, omdat we dan de pinautomaat voor de rest van Europa worden, en in de zuidelijke landen omdat ze niet aan de daarbij horende strenge eisen aan hun staatsuitgaven en werkethos zullen willen voldoen.” Dit is, volgens Theo Wolters bij Opiniez een van de drie kwaden zoals hij ze noemt voor de “opdoemende volgende eurocrisis.” De andere twee zijn ‘voortmodderen’ en de ‘muntunie ontvlechten’. Gelukkig is er volgens Wolters ook een vierde mogelijkheid: “De beste oplossing is niet het ontvlechten van de euro-muntunie (alle landen terug naar een eigen munt), maar het flexibiliseren ervan (de euro behouden maar devalueren en revalueren per land weer mogelijk maken). Hierdoor wordt het weer mogelijk om per land de juiste waarde van de euro te bepalen.” Een bijzondere oplossing. 

Even terug naar 1998 voordat de euro werd ingevoerd. Toen hadden we in Nederland de gulden, in Duitsland de mark , in Italië de lire enzovoorts. Die zijn per 1 januari 1999 opgegaan in de euro. Op dat moment werden deze munten aan elkaar vastgeklonken. Dat gebeurde door voor iedere deelnemende munt te bepalen hoeveel van die nationale munten er in een euro gingen. Dat gebeurde op basis van de toenmalige wisselkoersen. Zo werd bepaald dat er 2,20371 gulden in één euro pasten en 1936,27 Italiaanse lires. Daarmee werden de toenmalige economische verhoudingen in de munt ‘vereeuwigd’. Wat er niet veranderde, was dat de economische verhoudingen schommelen. Dat het ene gebied zich sterker ontwikkelt dan het andere. Tussen landen met verschillende munten worden die schommelingen opgevangen door de munt te de- of revalueren waardoor het speelveld weer gelijk werd getrokken. 

Dit laatste kan sinds 1 januari 1999 niet meer en dat zorgt nu voor problemen. Want zoals Wolters terecht schrijft: “Onze exporterende bedrijven worden slapende rijk met producten die door de te goedkope euro al gauw 30% te goedkoop zijn.” En als je het vanuit Italië bekijkt dan is die euro waarschijnlijk al gauw 30% te duur waardoor het land niets kan maken wat kan concurreren met de noordelijke landen. Wolters’ voorstel komt erop neer dat we moeten doen alsof die oude munten er nog zijn en moeten bepalen hoeveel van die oude munten er met de huidige economische verhoudingen in de euro passen. Dan zouden er nu bijvoorbeeld nog maar anderhalve gulden in de euro passen en ongeveer 2600 lires. Dat zou de verhoudingen weer rechttrekken.

Dat klinkt mooi alleen krijg ik maar niet bedacht welk voordeel dit heeft. Die oude munten bestaan niet meer dus wat schiet een Italiaan ermee op dat er meer niet meer bestaande lires in zijn euro gaan? Hij krijgt zijn salaris in euros en alles wat hij betaalt moet hij in euro’s betalen. Zijn espresso van € 1,50 wordt er niet goedkoper door. Die zal niet ineens maar €1 kosten. De Nederlandse machine die de Italiaanse industrieel koopt, zal ook niet ineens  60% duurder worden waardoor de Italiaanse producent ineens goedkoper is. Dat kan alleen als de salarissen van de Italianen met 30% dalen en de Nederlandse met 30% stijgen. Dat zal allebei niet gebeuren. Blijven de drie ‘kwaden’ over. “Voortmodderen kan niet meer, de toch al wanhopige toestand in Italië is onhoudbaar geworden door de Corona-crisis,” zo schrijft Wolters en daar heeft hij een punt. Dus blijven er nog twee opties over.

Als eerste het ontvlechten van de euro. Dan worden de ‘oude munten’ opnieuw ingevoerd en kan het oude de- en revaluatie-mechanisme zijn werk doen. Wolters: “Nadeel is dat de zwakke landen in een zeer ingrijpende crisis terecht dreigen te komen.” Niet alleen die zwakke landen, ook de ‘sterke’. De export vanuit de ‘sterke’ naar de ‘zwakke’ landen zal fors afnemen.  Het ‘slapend rijk worden’ zit er dan niet meer in voor de noordelijke landen. Trouwens niet alleen de export naar de zuidelijke landen. Ook de export naar de rest van de wereld zal een fikse dreun krijgen omdat de de nieuwe Nederlandse gulden in waarde zal stijgen ten opzichte van de dollar, het pond en de Chinese yuan. Minder export betekent minder werkgelegenheid en meer werkloosheid. Die kant van de medaille vergeet Wolters te schetsen.

Dan de optie waarmee ik begon: de sprong naar een federaal Europa. Het noorden wordt dan, als we Wolters mogen geloven, de ‘pinautomaat’ voor het zuiden. Daar kunnen we tegenover zetten dat ‘onze exporterende bedrijven’ nog steeds ‘slapend rijk’ worden. Dat ‘slapend rijk worden’ plaatst die ‘pinautomaat’ in een heel ander daglicht: het noorden ‘pint’ in het zuiden. En met die ‘pinautomaten’ metafoor komen we waar we moeten zijn. Volgens Wolters is: “Een muntunie tussen landen met verschillende groei (…) rampzalig voor alle betrokken landen: de producten uit landen met hoge groei (Nederland) worden steeds goedkoper ten opzichte van die met lage groei (Italië) en zo concurreren we al twintig jaar Zuid-Europa steeds verder kapot.”  Dit plaats dan weer het ‘zuiniger’ moeten zij en ‘harder moeten werken’ van het zuiden in een ander perspectief. Als de wereld na de kredietcrisis iets laat zien dan is dat je nog zo hard kunt werken en zuinig zijn, tegen die ongelijkheid kun je niet op besparen en werken. Dit plaatst de ‘kwade’ federale oplossing in een ander perspectief. Wellicht is die optie toch niet zo ‘kwaad’? Misschien zelfs wel ‘goed’.

Dat een muntunie tussen staten met verschillende groei niet rampzalig hoeft te zijn laten de Verenigde Staten zien. Een federatie bestaande uit 52 staten die allemaal verschillend zijn. Toch betalen ze allemaal met dezelfde dollar. Of het nu het economisch zeer sterke Californië is of het economisch zwakkere Tennessee. Trouwens ook India kent deelstaten met verschillende economische ontwikkeling en toch eenzelfde munt. Wat maakt dat het daar wel werkt? Het antwoord op deze vraag zou wel eens heel eenvoudig kunnen zijn: herverdeling via belastingen. Via een Europese belasting op bedrijfswinsten,- waarvoor ik in een recentelijke Prikker pleitte, romen we geld af te van de ‘slapend rijk’ wordende noordelijke exporteurs. Dat geld wordt geïnvesteerd in het versterken van de economische structuur van het ‘zwakke’ zuiden. Dat kan dan laten zien dat het niet ‘lui en verspillend’ is. 

‘Grootste Europeaan ooit’

In een interview met de Volkskrant geeft minister Hoekstra aan wat hij wil: “We willen solidair en verstandig zijn.” Daar kan niemand tegen zijn. Hoekstra legt uit wat hij verkeerd vindt aan Eurobonds: “Met eurobonds ga je toe naar een schuldenunie en dat vinden wij niet verstandig. Euro-obligaties, waarbij alle eurolanden garant staan voor elkaars staatsschulden, passen niet bij een unie waarin de lidstaten allemaal over hun eigen begroting gaan. Eurolanden beslissen zelf hoeveel schulden ze maken en waar ze hun geld aan uitgeven. Dat ze die budgettaire vrijheid hebben is terecht, want elke regering in Europa legt verantwoording af aan haar eigen, nationale parlement.” Een bijzondere redenering: een schuldenunie is niet oké, een schuldenland wel? Toch ben ik het voor een belangrijk deel met hem eens dat schulden maken niet oké is. Niet voor de Unie en ook niet voor een land.

“De eurozone verkeert in een fundamenteel andere situatie dan de Verenigde Staten. Europa heeft geen centrale overheid. En wij zijn ook geen voorstander van zo’n centraal Europees gezag.” Met die zinnen vervolgt Hoekstra zijn  betoog tegen de Eurobonds. Heel bijzonder om te horen dat de Unie geen gezag heeft, terwijl de afgelopen jaren zo ongeveer alle ellende vanuit de ‘moloch Brussel’ kwam. Dat even terzijde. Nog niet zo lang geleden, bijna een jaar, pleitte Hoekstra voor de EU als machtsblok dat zich op het gebied van buitenlands politiek en defensie veel meer als eenheid moet opstellen. Een week of twee geleden pleitte hij voor: “een flinke pot geld …om toekomstige pandemieën het hoofd te bieden.” En wie moet die pot creëren? De Europese Unie! Voor iemand die geen ‘voorstander is van ‘centraal Europees gezag’ pleit hij wel vaak voor ‘centraal Europees gezag’. ‘Centraal Europees gezag’ dat er op verschillende terreinen trouwens al is. Het enige waaraan het dat ‘centraal Europese gezag’ mankeert, is slagkracht en democratische controle. En nog iets, namelijk middelen om dat gezag kracht bij te zetten.

Met het schrijven van Prikkers verdien ik, tot mijn verdriet, geen droog brood. Toch doe ik het omdat het mij energie geeft en het houdt mijn gedachten scherp. Om toch ‘droog brood’ en liefst iets meer te kunnen eten, werk ik als beleidsadviseur, veelal voor gemeenten. Daar gaat het mij nu even niet om. Maar dat werk leerde me wel dat Nederlandse gemeenten, dat klinkt misschien vreemd, iets gemeen hebben met de Europese Unie.  Gemeenten kunnen net als de EU niet voorzien in al hun eigen inkomsten.

Het gros van het geld, ongeveer tweederde waarop gemeenten draaien komt van de rijksoverheid. Een deel als algemene uitkering en een kleiner deel als doeluitkering. Het deel algemene uitkering mogen gemeenten vrij aanwenden. Een doeluitkering moet worden besteed aan het doel waarvoor het geld wordt gegeven. De gemeente is daarmee afhankelijk van de Rijksoverheid. Dit maakt haar kwetsbaar en dat blijkt. Sinds de gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdzorg en de zorg voor ouderen, kampt een toenemend aantal gemeenten met tekort aan geld. Aan de ene kant hebben ze de plicht om die zorg te bieden. Aan de andere kant hebben ze geen mogelijkheid om die stijgende kosten te dekken via belastinginkomsten. Het eigen belastinggebied, de onroerende zaakbelasting, honden-, pecario- en toeristenbelasting is te gering. Bovendien begrenst de rijksoverheid de mogelijke stijging van de onroerende zaakbelasting, de belangrijkste van de gemeentelijke belastingen. De totale uitgaven van alle gemeenten bedragen zo’n 60 miljard per jaar. Dit is ongeveer 8% van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp).

Voor de Europese Unie geldt eigenlijk hetzelfde. Ruim tweederde is afkomstig uit de afdrachten van de landen. De ‘contributie’ om het zo maar te zeggen. Deze bedraagt zo ongeveer 1% van het bbp. Daarnaast zijn er de ‘traditioneel eigen middelen’, dat zijn invoerrechten. Deze worden, vanwege het steeds maar verlagen van deze rechten, steeds minder. Als laatste dragen landen een deel van de BTW af aan de Unie. De totale begroting van de Europese Unie bedraagt zo’n 160 miljard. Een fors bedrag maar het is net iets meer dan 1% van het Europees bbp. Voor het grootste deel van dat geld, de ‘contributie’ is de Unie afhankelijk van de landen en dat gaat de laatste jaren niet van harte. Het is al snel te veel.

Historische ervaring, zo leert mij Kapitaal en Ideologie van Thomas Piketty, laten zien dat defensie, grensbewaking en buitenlandse politiek gemiddeld anderhalf tot twee procent van het bbp kosten. Als je een ‘machtsblok’ wilt zijn, is er meer nodig laat Piketty zien. Die twee procent waren voor China, India en andere gekoloniseerde staten niet voldoende om ‘het Westen’ buiten de deur te houden. Volgens Piketty was de Westerse dominantie niet zozeer het gevolg van onze wapens en technisch vernuft. Die hebben zeker wel geholpen. Nee, ze was veeleer een gevolg van financieel vernuft. Vernuft dat eruit bestond om, vanaf ongeveer het jaar 1500 meer dan die twee procent ‘belasting’ bij de bevolking op te halen. Dat meerdere werd gestoken in legers. Legers die binnen Europa elkaar bevochten en die in toenemende mate werden gebruikt om de wereld te domineren en zo rijkdom van elders naar Europa te laten stromen. Rijkdom in de vorm van goud en zilver en later in de vorm van grondstoffen voor de productie van goederen. Goederen die vervolgens in de koloniën werden afgezet. Goederen waarvan de productie in de koloniën werd gesaboteerd en verboden.

Een overheid is zo sterk als haar zeggenschap over haar inkomsten. De Europese Unie staat er op dat gebied net zo slecht voor als de Nederlandse gemeenten. Ze moet ‘bedelen’ om geld. Mijn vorige, als bewerking van Dickens’ A Christmas Carol vormgegeven, Prikker sloot ik af met de zin: “Zou Wopke ‘de beste Europeaan ooit’ worden?” Wellicht dat het Hoekstra lukt om ‘beste Europeaan’ te worden, als hij zijn pleidooi voor Europa als machtsblok kracht bijzet. Kracht bijzet door te pleiten voor een sterk democratisch gecontroleerd centraal Europees gezag. Een gezag met duidelijke bevoegdheden, waarvan Hoekstra er in het verleden een paar heeft genoemd, en een stevig eigen belastinggebied. 

Wat zou dan dat eigen belastinggebied moeten zijn? Ook daarvoor biedt Piketty aanknopingspunten: de belasting op bedrijfswinsten, de vennootschapsbelasting. Een terrein waarop Europese landen met elkaar concurreren en waar vooral de grote multinationals van profiteren. Profiteren omdat ze landen tegen elkaar uitspelen en, zoals Shell volgens Trouw, afspraken maken, zogenaamde rulings, met overheden waardoor ze nog minder betalen. Door deze belasting naar Europees niveau te centraliseren, wordt dit een stuk lastiger en vervalt in ieder geval de concurrentie tussen de landen van de Unie.

Van de revenuen van deze belasting moet de Europese Unie vervolgens alle taken vervullen die haar zijn toebedeeld, defensie, buitenlandse politiek, grensbewaking, versterken van de economische structuur en ook optreden in geval van crisis. De contributie kan dan vervallen, net als de uitgaven van de landen op de terreinen waar de Unie verantwoordelijk voor wordt. Als dat defensie is, dan vervallen de Nederlandse defensie-uitgaven. Net zoals de Nederlandse douane dan een onderdeel wordt van de Europese. Als het Hoekstra lukt om dit te bereiken dan komt hij in aanmerking voor de titel ‘beste Europeaan ooit’.

‘A Corona Carol’

Op een avond zit Wopke thuis na te genieten van een overleg met Europese ministers van Financiën. Hij heeft vooral die Zuidelijke collega’s goed op hun nummer gezet. Die willen profiteren van ‘corona’ en ‘feesten’ op ‘zijn’ kosten. Nou over zijn lijk. Plotseling wordt er op de deur geklopt. Hij opent de deur en staat oog in oog met Hendrikus Colijn, minister van Financiën van 1923 tot 1926 en minister-president van 1933 tot 1939. In zijn tijd de minister die strenge bezuinigingen doorvoerde. Iets waar ook de kabinetten onder zijn leiding om bekend stonden. Aan zijn been een ketting met een zware bol die hem belet eeuwige rust te vinden. Aan die ketting de uitspraken waarmee hij de ernst van situaties probeerde te bagatelliseren. Uitspraken zoals: “Wacht nu maar rustig af en laat uw vakantie – voor zover u die in een of andere vorm genieten kunt – vooral niet in de war sturen door een nieuwe zenuwachtigheid.”  Een uitspraak uit het crisisjaar 1935. Maar ook de bekende uitspraak: “Ik verzoek den luisteraars dan ook om, wanneer zij straks hun legersteden opzoeken, even rustig te gaan slapen als zij dat ook andere nachten doen. Er is voorhands geen enkele reden om ongerust te zijn.” Gedaan nadat Hitler tegen de afspraken in zijn troepen het Rijnland liet bezetten. Colijn waarschuwt Wopke dat hem hetzelfde kan overkomen vanwege zijn krasse uitspraken en onderschatting van de ernst van de situatie.  ‘En oh ja Wopke’, zo zegt Colijn: “er komen nog drie andere geesten.”

Zo net na middernacht schrikt Wopke zich een hoedje. De geest van het Verleden staat ineens in zijn slaapkamer en neemt hem mee terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Geest laat hem zien hoe mensen zoals Robert Schuman en Jean Monet werkten aan de oprichting van iets nieuws: Europese samenwerking. Daarbij vonden ze een partner in de Duitse christendemocraat Konrad Adenauer. Iets nieuws om dat ze met hun voeten in de puinhopen van het enge nationalisme stonden. De Geest regelt een gesprek tussen Wopke en de drie. Tijdens dat gesprek verhelderen de drie welk een ellende er komt van eng vasthouden aan het ‘landsbelang’ en het ‘eigen gelijk’.

Zo rond een uur of twee meldt de Geest van het Heden zich. Die Geest voerde Wopke naar de uitpuilende ziekenhuizen in Italië en Spanje en liet hem zien dat corona die landen een enorme klap toebracht. Vervolgens voerde de Geest Wopke mee naar de verblijven van vluchtelingen in Italië en de Griekse eilanden. Wopke kreeg de ellende van de vluchtelingen te zien en de wanhoop van de bewoners van die Griekse eilanden. Zo kon hij zich een goed beeld vormen van het ‘succes’ van de vluchtelingen deals. En nu ze toch in Griekenland waren, kreeg hij de gevolgen te zien van de Euro-crisis. De werkloosheid onder de Grieken die, om de woorden van Wopkes voorganger te gebruiken, ‘hun geld aan drank en vrouwen uitgeven om vervolgens bij mij bijstand te vragen.’ Als laatste kreeg Wopke een inkijkje in de wereld van financiële markten, de bankiers en beleggers. Die sloegen zich op de benen van het lachen. Toen Wopke hen vroeg waarom ze lachten, vertelde ze hem dat ze wel erg makkelijk geld konden verdienen. ‘Hoe dan?’, vroeg Wopke. ‘Ach stommeling’, zei een van hen. ‘Wij kunnen onbeperkt risico’s nemen. Als het fout gaat, laten jullie de belastingbetaler ervoor opdraaien. Dat is pas win-win. Zeker omdat wij geen belasting betalen dankzij belastingparadijs Nederland.’ 

Om vieren komt de Geest van de Toekomst op bezoek. ‘Kom Wopke, dan laat ik je zien hoe je toekomst eruit ziet.’ De Geest nam Wopke mee naar de Rotterdamse Haven. Wopke schrok: een troosteloze bedoeling. Roestende havenkranen, lege containerhavens. ‘Wat is er gebeurd?’, vroeg Wopke. ‘Straks’, zei de Geest. Eerst even nog wat plaatsen bezoeken. Via de overwoekerde gebouwen van ‘Brainport Eindhoven’, het bijna Middeleeuws aandoende Venlo, kwamen ze uiteindelijk op de Zuidas. Een grote watervlakte, net als trouwens de rest van Amsterdam. ‘Zo nu zal ik je zeggen wat er is gebeurd’, zei de Geest en hij begon zijn verhaal. In het kort kwam dit erop neer dat de Europese Gemeenschap door het vrekkige gedrag van Wopke definitief in een neerwaardse spiraal was gekomen. In 2022, zo vertelde de Geest, was de Unie uit elkaar gevallen en hadden alle landen hun grenzen weer potdicht gemaakt. ‘Maar onze handelsgeest maakt ons toch onkwetsbaar?’, vroeg Wopke. ‘Dat dacht je maar’, zei de Geest. ‘Alle internationale handel van Duitsland gaat via Hamburg. Italië, Griekenland en Spanje zijn een soort kolonie van China en leveren grondstoffen voor de Chinezen. Vervolgens krijgen ze die als product terug.’ Zo vertelde de Geest. En toen de armoede echt had toegeslagen, sloeg ook het noodlot toe. Tijdens een zware storm brak de Hondsbosse Zeewering en liep een groot gedeelte van Nederland onder. Op de vlucht voor het wassende water, liepen de Hollanders zich ‘dood’ op de Duitse en Belgische grens. Vluchtelingen waren niet welkom. Die moesten maar in ‘de regio’ worden opgevangen. Daarmee werden de hoger gelegen gebieden van Nederland bedoeld. Die zaten echter ook niet te wachten op de ‘Hollanders’ omdat ze zelf het hoofd maar net boven water konden houden. Daarop brak een burgeroorlog uit die het land terugwierp naar iets wat vergelijkbaar is met de Middeleeuwen.

Iedereen van mijn leeftijd en wellicht ook veel jongeren, zal de film wel eens hebben gezien. Scrooge de verfilming van Dickens’ A Christmas Caroll. Het verhaal van de oude vrek Ebenezer Scrooge die geen kerst viert en iedereen om zich heen het vel over de oren trekt zonder te kijken naar de situatie waarin iemand verkeert. Kerstnacht krijgt Scrooge ‘bezoek’. Eerst komt de geest van zijn overleden zakenpartner Marley. Marley zit vastgeketend aan zijn slechte daden uit het verleden en waarschuwt Scrooge dat hem hetzelfde zal overkomen als hij zijn leven niet betert. Marleys geest kondigt nog drie andere geesten aan die hem die nacht zullen komen bezoeken. Als eerste komt de Geest van de Voorbije Kerst bij hem op bezoek. Die laat hem zijn verleden zien en welke invloed zijn daden of het nalaten ervan hadden op de mensen in zijn omgeving. Dan komt de Geest van de Huidige Kerst. Die laat hem zien hoe mensen om hem heen het feest vieren. Of eigenlijk, hoe ze er in al hun ellende het beste van proberen te maken. Als laatste de Geest van de Toekomstige Kerst. Die laat hem zien hoe mensen ‘feestvieren’ na zijn overlijden en dus hoe hij herinnerd wordt. Al die geesten bewerken Scrooge zodanig dat hij als een heel ander mens wakker wordt. Uiteindelijk wordt hij de ‘beste inwoner die de stad ooit heeft gekend’.

Zou Wopke ‘de beste Europeaan ooit’ worden?

‘Koopt Nederlandsche waar…’

“Een fundamentele discussie is geboden over hoe Nederland verder wil als de Corona-epidemie voorbij is” Dit schrijft Johannes Vervloed aan het einde van een artikel bij Opiniez. Dit artikel haalde ik in mijn vorige Prikker ook al aan. Vervloed vraagt zich af: “hoe we onze samenleving kunnen beschermen tegen deze en een volgende pandemie.” Waaraan hij dan denkt: “We zouden meer zelfvoorzienend moeten worden waar het essentiële producten en diensten betreft.” Zoals ik mijn Prikker van gisteren eindigde, is het een: “goed idee om (…) actief te zoeken naar die meerdere wegen.” Dus hulde aan Vervloed. Toch knelt er iets.

Nadat hij zich afvraagt hoe we ons kunnen beschermen tegen een volgende pandemie, stelt hij de volgende vragen: “Moet Nederland niet weer baas in eigen huis worden en de grenzen kunnen sluiten als dat nodig is? En is het wel verstandig volledig afhankelijk te blijven van globale productieketens? Zijn sommige producten en diensten zo vitaal dat deze in ieder geval als back-up in eigen land geproduceerd en geleverd moeten kunnen worden?”  Deze vragen knellen. Hoe open zijn deze vragen? Laten we ze eens doorlopen.

Baas in eigen huis. “Als doordringt dat we in tijden van een crisis als de huidige van de EU geen antwoord hoeven te verwachten en de lidstaten op zichzelf worden teruggeworpen, verdient nationaal beleid een herwaardering.” Laat nu de gezondheidszorg juist een terrein zijn waar de landen van de Europese Unie volledig ‘baas’ zijn in het ‘eigen huis’. Dat maakt het niet meer dan logisch dat er geen EU antwoord komt. De EU heeft geen rol en dat maakt het cru om haar te verwijten dat zij geen ‘antwoord’ geeft. Behalve als je vindt dat de EU moet worden afgebroken. En dat is wat Vervloed vindt: “Wat mij betreft beperkt de EU zich tot de interne markt en de douane-unie, nodig voor een handelsland als Nederland.”

Dan die afhankelijkheid. Vervloed: “Sommige producten en diensten zijn zo vitaal dat je je niet volledig van buitenlandse toevoer afhankelijk moet willen maken. Voedselvoorziening is cruciaal voor ieder land.”  Vervloed trekt daaruit de volgende conclusie: “De Nederlandse boer zal dan ook weer in ere moeten worden hersteld en gepraat over halvering van de veestapel en verkoop van landbouwbedrijven moet ophouden.” Wacht eens. Die Nederlandse boeren en tuinders produceren vooral voor de buitenlandse markt. Nederland is een van de grootste exporteurs van landbouwproducten. Die boeren en tuinders varen wel bij de gratie van het buitenland. Voor eigen Nederlands gebruik kan die veestapel best worden gehalveerd. Kan best een fors deel van de tuinbouwbedrijven worden gesaneerd. Ook hier gebruikt Vervloed ‘corona’ op een zeer bijzondere manier om zijn eigen opvattingen kracht bij te zetten. 

Nog meer afhankelijkheid. “De eigen maakindustrie zal weer meer aandacht en ruimte moeten krijgen. We mogen het sprookje van Nederland als pure diensteneconomie die de meeste levensbehoeften uit het buitenland invoert niet meer blijven vertellen. We moeten onze eigen staal-, chemische en andere basisindustrie koesteren en voor lief nemen dat de CO2-uitstoot dan maar weer oploopt.” Wat Vervloed er niet bij vertelt, is dat de producten van die Nederlandse staal- en chemische industrie dan flink duurder worden. Of, en dan betalen we als inwoner de prijs op een andere manier, dat die fabrieken stevig gesubsidieerd moeten worden. ‘Koopt Nederlandsche waar, dan helpen we elkaar’, zo lijkt Vervloed te betogen.

Met de CO2- uitstoot komen bij de werkelijke vijand; “Wat de energievoorziening betreft houden we kerncentrale Borsele voor de zekerheid maar langer open.” Nu produceren alle elektriciteitscentrales in Nederland bij elkaar, volgens wikipedia, ruim 20.500 Mega Watt. Dit is zonder de zonnepanelen en windmolens. Daarvan neemt de kerncentrale in Borsele er 435 voor rekening. Dat is zo’n 2%. Ook hier lijkt Vervloed ‘corona’ te gebruiken voor andere doeleinden. Die doeleinden worden in de zin erna duidelijk: “Megalomane en geldverslindende klimaat- en energieplannen zoals de Green Deal van EU-commissaris Timmermans moeten in de la verdwijnen.” 

Vervloed beziet, om het citaat uit het boek Kapitalisme en Ideologie van Thomas Piketty dat in die vorige Prikker centraal stond te gebruiken, de corona-crisis deterministisch. Determinisme is een leer die stelt dat dingen niet willekeurig gebeuren. Ze gebeuren met een reden. Die reden kan in het verleden of in de toekomst liggen. Bij Vervloed ligt die reden in het verleden. Hij wil terug naar, ja naar welke periode eigenlijk? In ieder geval een periode zonder de EU. Want die lijkt voor Vervloed, net als voor president Trump, de schuldig te zijn aan ‘corona’.

Een fundamentele discussie voeren over de periode na ‘corona’ is belangrijk. Belangrijk omdat we nu ervaren hoe de samenleving (op wereldschaal) wordt ontwricht en ervaren welke nadelen onze economische en politieke organisaties kennen in de aanpak van een grenzenloos virus. Maar dan wel een open fundamentele discussie op basis van grondige analyse waarbij de conclusies pas aan het eind komen en niet al aan het begin zoals bij Vervloed.

Logica van de koude grond

“Je zou verwachten dat als een van de grootste nettobetalende leden van een vereniging vertrekt, de contributie aan het bestaande budget ook omlaag gaat.” Een zin uit een schrijven van Derk Jan Eppink op de site van Forum voor Democratie. De vereniging waarover Eppink schrijft is de Europese Unie en het nettobetalende lid dat vertrekt is Groot Brittannië. Ik moest toch even achter mij oren krabbelen toen ik dit las. Het vertrek van een lid moet ertoe leiden dat de contributie voor de andere leden omlaag gaat. Hoe zou de penningmeester van een amateurvoetbalclub dit zien?

De club heeft een aantal velden, kleedlokalen en een kantine die moeten worden onderhouden. Wellicht moet er nog een lening op die gebouwen worden afgelost. Ze moet betalen voor gas, water en licht, maar ook voor ballen en andere materialen. Dit alles wordt betaald uit de contributie die de leden betalen. Zouden die kosten dalen en dus de contributie kunnen worden verlaagd als er een lid vertrekt? Ik vrees eerder dat het omgekeerde het geval is. 

Nu is de Europese Unie een bijzondere vereniging. Zij probeert iedereen, ieder land en iedere streek binnen haar vereniging ‘op te stoten in de vaart der volkeren’ om het zo te noemen. De totale uitgaven voor dat ‘opstoten’, moeten worden betaald door alle leden. Dat gebeurt, door ieder land te laten bijdragen. Het ene gebied, Nederland bijvoorbeeld, is al verder ‘opgestoten’ dan het andere, bijvoorbeeld Roemenië. Dit betekent dat de Unie meer investeert in Roemenië dan in Nederland. Roemenië krijgt dan meer geld dan het bijdraagt en Nederland minder. Nederland is, zoals dat wordt genoemd, een ‘netto-betaler’, Roemenië een ‘netto-ontvanger’. Groot-Brittannië was ook zo’n ‘netto-betaler’ en die verlaat de club. Daarmee vervallen alle ‘investeringen’ van de Unie in Groot-Brittannië en ook de bijdrage van de Britten aan de Unie. Omdat de Britten een ‘netto-betaler’ zijn, ontstaat er een gat in de begroting van de Europese Unie. De vraag die Eppink helemaal buiten beschouwing laat, is de vraag achter het ‘netto-betalerschap’ Als ‘opstoten in de vaart der volkeren’ het doel is van de Unie, moeten we in Nederland dan niet blij zijn dat we ‘netto-betaler’ zijn? Dat betekent immers dat we het verst zijn ‘opgestoten’. 

Zou dat gat opgevuld kunnen worden door een verlaging van de contributie  voor de overige leden? Zoals iedere penningmeester van een vereniging weet, is het erg lastig om een tekort te dekken door de inkomsten te verlagen. Het enige wat er dan gebeurt is dat het tekort verder oploopt.

Het gat kan op drie manieren worden gedicht. Als eerste door in de uitgaven te snijden en de inkomsten gelijk te houden. Een eenvoudige en pijnloze manier van ‘snijden’ heeft de Unie al laten liggen. Namelijk het snijden in parlementsleden. De ‘stoeltjes’ die de Britten verlaten, worden verdeeld over de andere landen. Eppinks partij profiteert hiervan, ze krijgen er een stoeltje bij. Ware het niet dat die toevalt aan een aanhanger van ‘ketter’ Otten. Hierover heb ik geen partij gehoord. Snijden betekent dat er minder ‘opgestoten kan worden in de vaart der volkeren’. Als je dat rechtvaardig wilt doen dan snijd je in steun aan gebieden die het verst zijn ‘opgestoten’, bijvoorbeeld Nederland en ontzie je gebieden, zoals Roemenië die nog wel wat ‘opstoting’ kunnen gebruiken. Gevolg hiervan zal zijn dat de ‘netto-betalers’ nog grotere ‘netto-betalers’ zullen worden. De uitgaven aan de Unie blijven immers gelijk en de inkomsten uit de Unie dalen. De Roemenen zullen er niets van merken. Hun inkomsten en uitgaven blijven gelijk. 

De tweede manier om het gat te dichten is door, bij gelijkblijvende uitgaven, de inkomsten te verhogen. Ieder land betaalt dan meer contributie bij gelijkblijvende bijdragen uit de Unie. Nederland wordt ook dan een grotere ‘netto-betaler’. Roemenië betaalt meer contributie bij gelijkblijvende inkomsten uit de Unie. De pijn wordt op deze manier verdeeld over alle leden. De derde manier om uitgaven en inkomsten weer in evenwicht te brengen, is een combinatie van de eerste twee manieren. Ook in dat geval zal ‘netto-betaler’ Nederland meer gaan bijdragen. Welke variant het meest eerlijk en rechtvaardig is, laat ik graag aan anderen over. Helder mag zijn dat Nederland in alle drie de scenario’s meer moet betalen. Hoeveel meer, geen idee. 

Laten we blij zijn dat Eppink geen ‘penningmeester’ is. Wat meer zorgen baart, is dat dergelijke ‘logica van de koude grond’ er bij het Forum voor Democratie in lijkt te gaan als gods woord in een ouderling. 

NEXIT? De verkeerde strijd.

Het is genoeg. Nederland moet uit de EU. En daarom gaan wij een denktank opzetten om dit proces van uittreding te versnellen. We gaan de zaak promoten van een vrij en onafhankelijk Nederland. Wij maken samen met u een vuist tegen de macht van Brussel. Wij hebben uw ideeën en uw inzet hard nodig. U hoort snel van ons.” De laatste woorden van het visiedocument van de ‘Nexit-denktank’ van Rutger van den Noort. In een schrijven bij Opiniez geeft hij aan waarom die ‘danktank’ nodig is: Natuurlijk zijn er een hele hoop nadelen aan een Nexit en deze zijn voldoende bekend. Toch is er geen goed beeld van de Nederlandse toekomst zonder EU. Welke randvoorwaarden zijn er nodig voor een soeverein land dat op een goede manier handel kan drijven met zijn buurlanden?” Ik moest denken aan het boek The Globalization Paradox van Dani Rodrik. Op het waarom kom ik later terug. Eerst het visiedocument.

Bron: Flickr

“Jarenlang onderdeel uitmaken van de Europese Unie heeft Nederland lui gemaakt,” lezen we in de eerste alinea. Een stelling die niet wordt onderbouwd. Geen al te sterk begin voor een visiedocument.

Die zin wordt gevolgd door: “Door de EURO is het makkelijk om te betalen als je op reis bent, maar de kracht van de eurozone is laag. Uitwassen in Brussel en Straatsburg leiden tot voortdurende frustratie. De waardeoverdrachten vanuit Nederland naar Zuid/Oost-Europa maken ons arm.” Eerst die makkelijke euro. Die valt bij een Nexit weg en dan wordt het lastiger op reis. Dan moet de Nederlander zijn gulden, want ik neem aan dat Van den Noort die dan terug wil, inwisselen voor de valuta van het land waarnaar wordt gereisd. Als midvijftiger weet ik maar al te goed wat dat betekent. Nee, ik begin niet over de volle beurs met veel vreemde munten want we leven immers in het digitale tijdperk. Nou ja, niet overal, zelfs niet in Europa. Wat het wel betekent: extra kosten voor het wisselen, steeds prijzen moeten omrekenen: ‘hoeveel guldens gaan er in een pond, euro of dollar? 

Dan het tweede deel, het populaire verhaal dat het ‘Noorden’ wordt uitgemolken door het ‘Zuiden’. Wat wordt vergeten is dat tegenover die ‘waardeoverdrachten’ een positieve Nederlandse handelsbalans staat naar die landen. Die landen gebruiken dat geld om onze producten te kopen en ons zo aan het werk te houden. Hoe zou dat na een Nexit zijn? Dan moet er een wisselkoers worden vastgesteld tussen die nieuwe gulden en de euro. Wat die koers ook wordt, het kost Nederland ergens export. Of export naar Duitsland, het land waarmee we het meeste handel voeren. Of export naar die Zuid Europese landen. De ‘waardeoverdrachten’ vallen weg, maar ook het handelsoverschot en dus banen van mensen die de betreffende producten maken.

Over naar de tweede alinea: “Nederland staat bekend om zijn handel. Met onze handelsgeest, een belangrijke haven en een strategische agrarische ligging zijn we goed voorgesorteerd om internationaal zaken te doen. Veel van onze handel gaat naar andere EU landen, maar de toekomst van de handel ligt vooral in Noord Amerika, Azië (Belt & Road) en Afrika. Honderden jaren doen we al zaken wereldwijd en met of zonder de EU zullen we zaken blijven doen. We zijn een handelsnatie!”  De ligging van Nederland, in een rivierendelta, zal niet veranderen bij het verlaten van de Europese Unie. De Rotterdamse haven zal blijven liggen waar ze nu ligt. Maar zal die haven net zo belangrijk blijven? Van den Noort noemt in zijn opsomming van de toekomst van de handel ‘Belt & Road’. Laat dat Chinese initiatief nu net bedoeld zijn om de goederen via verschillende routes te laten stromen. Een vorm van Chinees kolonialisme’, divide et impera’ om een Latijnse spreuk te gebruiken. De Spaanse havenstad Algeciras, op dit moment de vijfde haven van Europa, zou een Nexit kunnen aangrijpen om haar positie op de Afrikaanse markt te versterken. Ook Antwerpen en Hamburg, respectievelijk de tweede en derde Europese havens, zouden flink van een Nexit profiteren. Een Nexit betekent immers één extra grens en dus een extra barrière voor Rotterdam.

Bij een ‘agrarische ligging’ kan ik me niet zoveel voorstellen. Maar als Van den Noort bedoelt dat de agrarische sector het makkelijker krijgt op de wereldmarkt, dan is daar nog wel wat over te zeggen. Het afzetgebied voor agrarische producten uit Nederland bevindt zich vooral in de Europese Unie. 72% van alle agrarische handel gaat naar tien landen waarvan er zeven (ik tel de Britten al niet meer mee) in de Europese Unie liggen. Een kwart gaat naar Duitsland gevolgd door onze zuiderburen met 11%, de Britten met 10% en de Fransen met 9%. Zouden grenzen de export makkelijker maken? Oh maar wacht eens, iets verderop lees ik dat het wel mee zal vallen want ‘we’ worden: “een Nederland met slimme technologisch georganiseerde grenscontroles, hoogwaardige handel met nieuwe handelspartners, maar bovenal een open houding naar andere Europese landen.” Even terzijde, hoe open is je houding als je de deur voor de ander sluit? Want dat is wat er gebeurt bij een Nexit. De techniek gaat dus oplossen wat we nu, omdat we deel uitmaken van de Europese Unie, al hebben opgelost. Als die ‘slimme techniek’ er is, waarom wordt die nu dan niet ingezet voor de bewaking van de grenzen? Hoe kan het dat Nederland dan wordt ‘overspoeld’ met drugs? Drugs die via onze havens het land binnenstromen en vervolgens ook het land weer verlaten.

Algeciras. Bron: Wikipedia

Hoe komt de boer en vooral de tuinder aan zijn arbeidskrachten? Die komen nu veelal uit andere, met name Oost Europese landen. “In de agrarische sector is, door de vele seizoensarbeid, de afhankelijkheid van werknemers uit Oost-Europa het grootst. Van de MOE-landers in Nederland werkt 26,4% in de land- en tuinbouw, gevolgd door de uitzendbranche met 20,8% (waar het ook vaak om agrarische werkplekken gaat),” zo is te lezen in een artikel op de site boerenbusiness. Een artikel waarin wordt gesproken over een tekort aan arbeidsmigranten omdat: “Door de sterke economische groei in Oost-Europa (…) minder Oost-Europeanen werk (zoeken) in West-Europa. Daarnaast gaan de hier reeds gevestigde arbeidsmigranten er sneller voor kiezen om terug te keren.” De agrarische sector staat hierin niet alleen. In de vele ‘logistieke blokkendozen’ die Nederland en vooral Venlo en omgeving telt, werken veel arbeidsmigranten. Die ‘dozen’ staan hier vanwege een goede ligging ten opzichte van het, Duitse en Europese achterland. Goed want zonder belemmeringen ontsloten via weg, rail en water. Wie gaat er na een Nexit werken? Maar wacht eens? Zou dat probleem in de logistiek zich niet vanzelf oplossen? Een Nexit zorgt immers voor belemmeringen, een grens. Dan zou onbelemmerd vervoer via Antwerpen en Hamburg wel eens aantrekkelijker kunnen zijn.

In de derde alinea van het visiedocument lezen we het volgende: “Lang is er hoop geweest dat de EU hervormbaar zou zijn. Dat met genoeg tegenkracht de megalomane projecten zoals de Green Deal kunnen worden afgezwakt. Dat het gebrek aan slagkracht rondom de bewaking van de buitengrenzen van de EU wel zou worden opgelost. Maar deze wens tot hervorming, tot rationalisatie van het Europees beleid blijkt ijdele hoop. De Brusselse bureaucratie wil maar één kant op: verdere integratie en verdere eenwording.”  Bijzonder. Aan de ene kant (green deal) wordt de Europese Unie verweten dat ze alleen maar verder wil integreren en meer macht naar zich toe wil trekken. Iets wat schijnbaar niet afgeremd kan worden. Aan de andere kant (bewaken van de buitengrenzen) dat ze te weinig centraliseert of in de termen van het document, ‘te weinig slagkracht ontwikkelt’. Daar is er blijkbaar toch ‘iets’ wat de zaak kan afremmen. 

Als we even afzien van deze ‘kronkel’, hoe zou dat zijn in een Nederland na de Nexit? Zou Nederland dan voldoende ‘slagkracht’ hebben om de eigen grenzen te bewaken? In de huidige situatie met slechts een deel van de grenzen die er bewaakt moeten worden, zee- en luchthavens, blijken de grenzen, zie het hiervoor genoemde voorbeeld van de drugs, voor goederen al een redelijk lek mandje. Uit mijn eigen jeugdervaringen, weet ik dat het vóór ‘Schengen’ ook al niet lukte om de grenzen voor mensen potdicht te houden. Als jeugdigen ondervonden we weinig problemen bij het illegaal de grens over te steken om in Walbeck te gaan zwemmen. En als dat wel lukt door, net als Trump en Israel, een soort muur te bouwen, dan weet ik niet of we daar in Venlo heel gelukkig van worden. Dat betekent namelijk dat wij zelf ook ingesloten zitten. Eventjes naar de Krickenbecker Seen wandelen en een kopje koffie drinken in het ouderwetse kroegje in Leuth of een wedstrijd van in de Bundesliga Borussia Mönchengladbach bezoeken, wordt dan onmogelijk.

Ietsjes verderop is te lezen:“Wij willen geen machtsconcentratie in een centraal geleide, ondemocratisch bestuurde EU. Wij willen weer onze eigen baas zijn.”  Het is tegenwoordig populair om je af te zetten tegen de Europese Unie en die overal de schuld van te geven. Iets wat in dit visiedocument ook gebeurt. In dat afzetten doen woorden als ‘centraal geleid, ondemocratisch en machtsconcentratie’ het bijzonder goed.  Net als: “Steeds verder sluit het net van Europese regelgeving zich rondom de nationale besluitvorming. 70% van de wetgeving in Nederland heeft een Europese component. Ons eigen parlement staat buitenspel en onze eigen regering tekent bij het kruisje. We kiezen een Europees parlement dat in de praktijk weinig te vertellen heeft en niet kan opboksen tegen ongekozen Brusselse bestuurders.” Hoe is het in de praktijk?

Als de Europese Unie al ‘centraal geleid’ wordt, dan wordt het ‘politbureau’, om die oude Sovjet term maar eens te gebruiken, toch echt gevormd door de Europese Raad, de vergadering van de regeringsleiders. Die zitten aan de knoppen en bepalen wat er gebeurt. Namens Nederland zit premier Rutte daar ieder kwartaal aan tafel en bepaalt mee welke kant het op gaat. Er gebeurt niets zonder instemming van de Europese Raad. De regeringsleiders in de Raad willen de macht die ze hebben natuurlijk niet kwijt. Net zoals de parlementen van de landen ook geen machtig Europees parlement boven, of naast zich willen. Dan zouden ze een soort ‘provinciale staten’ worden. Zou dat de reden kunnen zijn dat het niet wil vlotten met dat democratische gehalte van de Europese Unie? Is de belangrijkste makke van de Europese Unie niet juist een gebrek aan macht en centrale leiding? Neem die grensbewaking als voorbeeld. Als de landen van de Unie werkelijk zouden kiezen voor slagkracht bij het bewaken van die buitengrens, dan zouden ze hun huidige douanecapaciteiten bundelen en onderbrengen in Frontex. Dan zou die organisatie uitgroeien tot de enige Europese douanedienst. Dat dit niet gebeurt, laat zien dat er niet ‘centraal’ wordt geleid. Alle macht die Brussel’ heeft, is macht die haar door de landen is gegeven. Gegeven door de regeringen en parlementen van de deelnemende landen. Door landen die ‘eigen baas’ zijn. Als ‘we’ iets van ‘Brussel’ moeten, dan is dat omdat ‘we’ daar zelf voor hebben gekozen. Het beperkte democratische gehalte van de Unie is een gevolg van besluiten in ‘Den Haag’, ‘Berlijn’, ‘Parijs’ en ook ’Brussel’, maar dan als hoofdstad van België. Een visiedocument dat de werkelijkheid wat geweld aandoet. Dat geeft te denken.

De passage hierboven wordt afgesloten met de zin: “Hoewel we op veel thema’s verschillen van de grote landen, wordt er veelal bij meerderheid besloten.” Hierboven hebben we gezien dat besluiten worden genomen in de Europese Raad. En, zo is te lezen op de site van de Europese Unie: “Besluiten worden gewoonlijk genomen bij consensus, maar soms ook bij unanimiteit of gekwalificeerde meerderheid. Alleen de staatshoofden en regeringsleiders kunnen stemmen.” Gewoonlijk dus bij consensus en dat: “wil zeggen dat een voorstel alleen aangenomen kan worden wanneer alle lidstaten het eens zijn. Er wordt niet gestemd, maar overlegd tot iedereen het met het voorstel eens is.” Alleen als in een verdrag is geregeld dat een besluit op een andere manier moet worden genomen, wordt hiervan afgeweken. Dan wordt er bij ‘unanimiteit’, of zoals het ook wordt genoemd, eenparigheid van stemmen besloten. Dit houdt in dat: “een voorstel alleen kan worden aangenomen als alle EU-landen, in het kader van de Raad bijeen, het eens zijn.” Of via een ‘gekwalificeerde meerderheid’. Dit betekent dat: “55% van de EU-landen (…) voor (is) – d.w.z. 16  van de 28” het voorstel steunen en die landen: “minstens 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen.”  Een ‘versterkt gekwalificeerde meerderheid’ kan ook. Dan moet 72% van de landen vóór stemmen en die landen moeten minstens 65% van de bevolking vertegenwoordigen. Een visiedocument dat de werkelijkheid nog wat meer geweld aandoet. Dat geeft nog meer te denken. 

Europees Parlement Brussel. Bron: WikimediaCommons

(W)e zijn ook niet bang om samenwerkingsverbanden die niet werken te ontmantelen. En misschien worden we wel de founding father van de nieuwe EU.” Iedereen die zijn huis wel eens heeft verbouwd weet dat het veel moeilijker is en veel meer tijd kost om iets op te bouwen. Afbreken is makkelijk. Pak de sloophamer en binnen een paar uur is ‘dat muurtje’ weg. Een nieuwe muur optrekken, stuken en texen is een ander verhaal. Natuurlijk kan de huidige Europese samenwerking beter en vooral democratischer. En dan kom ik bij Dani Rodrik en het echte probleem. Het echte probleem is er een van schaalverschillen. Volgens Rodrik zijn markten (economie) en overheden complementair. Overheden, zo schrijft hij op pagina 19: “are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage the macroeconomy. It is also because they are needed to reserve the legitemacy of markets by protecting people from risks and insecurities markets bring with them.” Overheden moeten de markt in toom houden. Alleen is er de afgelopen decennia iets veranderd. De markt is steeds meer en sneller geglobaliseerd. Ze heeft een andere schaal gekregen dan de overheid. De markt is de wereld geworden en dat betekent dat marktpartijen (bedrijven) die plek in de wereld zoeken waar ze het meeste winst kunnen behalen of het meeste van hun winst kunnen behouden. De markt overheerst de overheid. Rodrik noemt dit ‘the golden straijacket’, de gouden dwangbuis. Op pagina 201 beschrijft hij die wereld als volgt: “governments persue policies that they believe will earn them market confidence and attract trade and capital inflows: light money, small government, low taxes, flexibel labor markets, deregulations, privatization, and openness all arround.” Dit lijkt verdacht veel op onze huidige samenleving. 

In ons huidige tijdsgewricht is de markt te dominant. De markt heeft de overheden, om het plat te zeggen, in de achterzak. De ‘dividendbelasting’ is een goed voorbeeld hoe bedrijven proberen landen tegen elkaar uit te spelen. De winnaars bij dit uitspelen zijn die multinationale bedrijven. De landen en hun inwoners verliezen. De enige manier om macht van de markt te beteugelen en te voorkomen dat we tegen de Belgen en Duitsers worden uitgespeeld, is door de Europese overheid te versterken. Versterken van de overheid kan in onze contreien alleen door het versterken van de democratie. Sterke democratische Europese instellingen van en voor de inwoners. Kunnen we onze energie niet beter hierin steken dan samen met ‘Don Quichot’ Van den Noort en zijn rammelende visie te vechten tegen windmolens?