Uitgelicht

Risicoslavernij

                “Na jarenlang debat in de Tweede Kamer en onder meer een pleidooi van Albrecht Frederik Insinger voor een zo gunstig mogelijke financiële compensatie voor het bedrijf, keerde de Nederlandse overheid in 1863 300 gulden uit per ‘vrijgemaakte slaaf’ aan alle slavenbezitters.” Schrijft Karin Lurvink bij OneWorld over een gebeurtenis zo’n 150 jaar geleden. En die slaven moesten ook nog zo’n tien jaar doorwerken voor hun oude ‘eigenaar’. In haar artikel geeft Lurvink aan dat Nederlandse banken en verzekeringsmaatschappijen flink hebben verdiend aan de slavernij en daar moet voor haar meer aandacht voor zijn. Want door die aandacht: wordt de reikwijdte van de betrokkenheid bij en impact van slavernij pas echt duidelijk.”  Een andere vraag is echter veel interessanter: hoe komt het dat de slavendrijvers werden gecompenseerd en de voormalige slaven daarvan de schade nog tien jaar moesten betalen?

Bron: Pixabay

                Nu hebben die slaven nog geluk als je het vergelijkt met de Russische lijfeigenen. Lijf, leden en leven van een lijfeigenen stonden, net als dat van een slaaf, geheel ter beschikking van de eigenaar van het land. De lijfeigene was gebonden aan de grond. Werd de grond verkocht, dan werden de lijfeigenen mee verkocht. Aan dat lijfeigenschap kwam in 1861 een einde, twee jaar voordat Nederland de slavernij afschafte. Daarmee was de ellende van de lijfeigene echter nog niet voorbij. Zoals de historicus Michael Lynch het schrijft: “Impressive though these freedoms first looked, it soon became apparent that they had come at a heavy price for the peasants. It was not they, but the landlords, who were the beneficiaries. …  The compensation that the landowners received was far in advance of the market value of their property. They were also entitled to decide which part of their holdings they would give up. Unsurprisingly, they kept the best land for themselves. The serfs got the leftovers. The data shows that the landlords retained two-thirds of the land while the peasants received only one-third. So limited was the supply of affordable quality land to the peasants that they were reduced to buying narrow strips that proved difficult to maintain and which yielded little food or profit. Moreover, while the landowners were granted financial compensation for what they gave up, the peasants had to pay for their new property. Since they had no savings, they were advanced 100 per cent mortgages, 80 per cent provided by the State bank and the remaining 20 by the landlords. This appeared a generous offer, but as in any loan transaction the catch was in the repayments. The peasants found themselves saddled with redemption payments that became a lifelong burden that then had to be handed on to their children.”  Van overerfbaar lijfeigenschap naar overerfbaar schuldenaarschap.

                Terug naar de vraag. Hoe komt het dat de veroorzakers van schade een vergoeding krijgen? Een vergoeding betaald door degenen die er de meeste schade van ondervonden? Dat is een interessante vraag. Een vraag die we ons ook tegenwoordig nog steeds kunnen stellen. Zo werden na 2008 de banken en financiële instellingen die de crisis hadden veroorzaakt, gered. De rekening ervan werd afgewenteld op de burgers in de vorm van belastingen en bezuinigingen.

Een vraag die je ook kunt stellen bij het beperken van de maatschappelijke schade door de coronacrisis. Zo schrijft Jelmer Mommers bij De Correspondent over de eerste maanden na de uitbraak van de corona-pandemie: “De regering was ondertussen de oude, oneerlijke economie in zijn geheel aan het redden. Belastingontwijkers, grote vervuilers, luchtvaartmaatschappijen – iedereen kreeg steun.”  Niet dat het coronavirus een gevolg is van acties van die ‘belastingontwijker en vervuilers’. Nee, dat niet. Het zijn echter wel die ‘belastingontwijkers en vervuilers’ die de maatschappij grote schade toebrengen, die nu worden gecompenseerd.

                Het antwoord op de vraag waarom de schadeveroorzakers worden beloond en degenen die de schade ondergaan worden bestraft, is even logisch als simpel: ‘omdat ze het kunnen!’ En waarom kunnen ze het? ‘Omdat ze de macht hebben.’ De macht om zaken in een voor hen gunstige richting te sturen. De oude slavenhouders bevolkten de parlementen die de slavernij moesten afschaffen. De vervuilende en belastingontwijkende bedrijven van tegenwoordig zitten niet in de parlementen. Alhoewel niet? Hoeveel parlements- en kabinetsleden hebben niet een verleden bij grote bedrijven. En vooral, hoeveel van hen hopen niet op een toekomst bij een van die bedrijven? De huidige premier van Nederland heeft een verleden bij Unilever, oud-ministers zitten nu in de top bij banken. Een voormalig staatssecretaris is topman bij Schiphol. Bouwend Nederland wordt al decennia geleid door voormalig ministers. Om een paar voorbeelden te noemen.

                “Veel rechtsvoorgangers van oude Nederlandse bedrijven zijn betrokken geweest bij slavernij; het was onderdeel van business as usual. Als deze bedrijven hun lange geschiedenis belichten, zouden zij zich niet alleen moeten richten op het ‘glorieuze’ deel. Door hun slavernijgeschiedenis te benoemen kan in Nederland het besef toenemen dat verschillende bedrijfstakken bij slavernij betrokken waren en dat dit een grotere impact heeft gehad op de samenleving en economie dan tot nu toe wordt verondersteld.” Zo concludeert Lurvink. Als historicus juich ik het toe dat het verleden tegenwoordig veel aandacht krijgt. Alleen lijkt er hierbij geen aandacht te worden besteed aan het belangrijkste dat de bestudering van het verleden laat zien. Dat is dat het altijd om macht draaide en draait. Dat zij die de macht hebben, de zaken naar hun hand zetten. Daarbij heeft het weinig toegevoegde waarde om ‘de strijd tegen de vroegere slavenhouders’ nogmaals over te doen. Dan heeft het meer effect om te strijden tegen huidige ‘slavenhouders’. Echte slavenhouders maar ook ‘vervuilende en belastingontwijkende’ bedrijven die ons als hun ‘slaven’ gebruiken voor de risico’s die zij nemen.

‘Solidariteit en wederkerigheid’

Overal ter wereld proberen regeringen de ‘economie’ van hun land te redden. De Nederlandse regering heeft er, net als de regeringen van vele andere landen, voor gekozen om bedrijven te redden. De Ballonnendoorprikker zou, zoals hij betoogde in De ezel en de steen, een andere insteek hebben gekozen. De eerste regeling die hiervoor werd opgesteld, loopt bijna op z’n einde en er wordt nagedacht over een nieuwe. Vanuit allerlei hoeken krijgt de regering nu adviezen over wat er wel en niet in de regeling moet. Een van die ‘adviseurs’ is Jacco Vonhof, de voorzitter van MKB-Nederland. Vonhof pleit in een gesprek met de Volkskrant voor ‘solidariteit en wederkerigheid’. Volgens Vonhof past een loonoffer hierin.

Vonhof: “een deel van de kosten van de 100 procent doorbetaling aan de werknemer belandt bij de werkgever en dat kunnen veel ondernemers niet nog maanden volhouden.” Op de vraag of daar ook een (loon)offer van de werknemer bij past antwoordt hij: “In onze ogen wel.” Vonhofs MKB-Nederland heeft één doel: “Nederland uit de crisis helpen. Dat is belangrijk voor werkgevers, werknemers en het kabinet.” Daarvoor is solidariteit belangrijk en: “Als je met mensen praat over solidariteit weten ze heel goed dat anderen solidair met hen moeten zijn, maar dat solidariteit wederkerigheid inhoudt, dat vergeten de meesten al snel.” Een offer van de werknemers is, zo betoogt Vonhof, een manier om die wederkerigheid in te vullen. Dat klinkt logisch. We schikken allemaal wat in en dan komen we er samen uit. Of niet?

Laten we eens meegaan in de redenering van Vonhof. De werknemer levert bijvoorbeeld tijdelijk 10% van zijn salaris in. In plaats van 100 krijgt de werknemer maar 90. Nu heeft deze werknemer bijvoorbeeld 97 nodig om al zijn kosten te betalen. De overige 3 reserveert hij voor onvoorziene uitgaven zoals een kapotte wasmachine. Die 90 is te weinig om alle kosten te betalen. De reservering kan als buffer worden ingezet en zo kan de werknemer het wellicht even een maand of twee drie uitzingen. Behalve natuurlijk als die wasmachine net is vervangen. Na die twee of drie maanden loopt het voor de werknemer spaak. Dan duikt de werknemer in de schulden. Dan kan hij zijn rekeningen niet meer betalen. Hoe lossen we dat op?

Gelukkig is Vonhof en zijn club MKB-Nederland van de solidariteit en  wederkerigheid. Dat biedt mogelijkheden. Vonhof en zijn achterban zijn dan vast bereid om de solidariteit van de werknemer ‘wederkerig’ tegemoet te treden. Tegemoet te treden door de prijzen van hun producten, het brood de groenten, de knipbeurt, het kopje koffie op het anderhalve-meter-terras en zeker ook de bij premier Rutte populaire nagelstudio met bijvoorbeeld diezelfde 10% te verlagen. Dit om te voorkomen dat de werknemer ‘failliet’ gaat.

Maar wacht eens even? “We verhogen de prijzen met drie euro per behandeling. Dat lijkt ons schappelijk,” aldus een kapper in de Volkskrant van 7 mei. Schappelijk omdat: “Normaal gesproken knippen we een klant per halfuur, dat wordt nu een klant per uur. We nemen de tijd om de salon te desinfecteren en gaan terug van drie kappers in de salon naar twee.” In hetzelfde artikel figureert ook een Amsterdamse kroegbaas met twintig kroegen: “Met dertig procent bezetting, zou je voor een biertje meer dan tien euro moeten rekenen. Maar daar zit natuurlijk niemand op te wachten.” Hij sluit prijsverhogingen echter niet uit. Hoe wederkerig is dan de MKB’er die Vonhof vertegenwoordigt? Aan de ene kant moet het personeel een salarisoffer brengen om solidair te zijn met de werkgever en aan de andere kant moet hij de prijsverhoging betalen? 

We zijn er echter nog niet. Theaters en reisbureaus verwachten dat die werknemer geen geld terug vraagt voor afgelaste voorstellingen en geboekte reizen. Dan gaat het die werknemer wel erg smal. Daar komt nog bij dat al die miljarden waarmee het kabinet strooit ooit door iemand betaald moeten worden. Miljarden naar bedrijven zoals booking.com die er een sport van maken om zo min mogelijk belasting te betalen. Want die bedrijven steun weigeren of er aan strikte voorwaarden aan verbinden daar heeft: “Het kabinet (…) naar gekeken, maar de uitvoering blijkt te lastig,” zo is bij nos.nl te lezen. Het blijft bij een: “moreel appèl (…) op bedrijven die belasting ontwijken om geen steun aan te vragen.” Hoeveel vertrouwen moeten we hebben in de moraliteit van bedrijven die belastingen ontwijken? Ook die miljarden zal de ‘werknemer’ via de belastingen moeten betalen. ’Ja maar,’ zo zal Vonhof zeggen, ‘dat zijn niet de bedrijven die ik vertegenwoordig. Het MKB zal ook die kosten via de belasting mee moeten betalen’. En dat zou best wel kunnen kloppen. Alleen zal die extra belasting weer worden doorvertaald in de prijs van de ‘knipbeurt’ voor de werknemer. 

Zo wordt solidariteit en wederkerigheid wel erg eenzijdig ingevuld.

De ezel en de steen

Deze week, zo las ik in de Volkskrant, klopte booking.com bij de Nederlandse overheid aan voor steun. Steun om de banen van de medewerkers te beschermen. Die lopen gevaar omdat de site draait op reizen en wat daarvoor nodig is. En reizen zit er nu even niet in. Het bedrijf is niet het eerste of enige dat voor steun bij de overheid aanklopt. Het bedrijf wil gebruikmaken van de regeling waarbij de overheid 90% van de lonen betaald. Gelukkig heeft het bedrijf nog even 4 miljard kunnen lenen want: “Als we die 4 miljard niet hadden, zou het er slecht uitzien, o mijn God.” Aldus de CEO Glenn Fogel. Ik moest denken aan een ezel en een steen. Laten we deze casus eens wat uitdiepen en vervolgens de vraag stellen of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis van 2008.

Eerst even deze casus. Het bedrijf is een van de paradepaardjes van de ‘tech-bedrijven’. En net als de meeste van die bedrijven verkoopt het bedrijf geen product. Het heeft geen vliegtuigen, hotels of auto’s die het kan verhuren. Het is eigenlijk niets anders dan een in een nieuw jasje gegoten ‘reisbureau’. Voor de jeugdigen onder mijn lezers, als je vroeger alles rond je vakantie wilde regelen, dan ging je naar een reisbureau. Daar besprak je met de medewerker je wensen: zon of toch actief? Spanje, Griekenland of …? Op basis daarvan pakte de medewerker enkele gidsen uit de kast en liet je wat foto’s zien van mogelijke vakantieadressen. Daaruit maakte je een keuze en dan ging de medewerker van het reisbureau alles regelen. Van alles wat er werd geregeld kreeg je een rekening van het reisbureau. In die rekening zaten de kosten van het reisbureau verwerkt. Dat kon op grofweg twee manieren. Aan de ene kant als een opslag voor de gemaakte kosten. Aan de andere kant omdat het bureau minder betaalde voor campingplaats dan jij aan het bureau moest betalen. 

Tegenwoordig doe je dat zoeken zelf, achter je computer. Heb je gevonden wat je wilt, dan ga je boeken. En dat kan via booking.com. Het bedrijf wordt betaald door campings, hoteleigenaren et cetera. Die betalen een commissie van tussen de 10% en 30% aan het bedrijf. Hoe meer commissie je betaalt, hoe hoger je ‘hotel’ in de zoeklijst komt. Die vrolijke meid, want ja het waren meestal jonge vrouwen, is vervangen door een IT-nerd uit India en de schaal is de wereld geworden. En die nerd kan meer reizen per seconde verkopen dan die meid. Simpel omdat die nerd het eigenlijke werk aan jou, de reiziger, heeft uitbesteed. Hij ‘verzint’ alleen een algoritme dat dit mogelijk maakt. Dit bedrijfsmodel, het uitbesteden van het werk aan de gebruiker, komt trouwens zeer veel voor onder die hippe en vernieuwende ‘tech-bedrijven’. 

  Een zeer succesvol bedrijfsmodel omdat het bedrijf in 2019 zo’n € 4,6 miljard winst maakte. En als je bedenkt dat het bedrijf 5.500 medewerkers heeft, die gemiddeld € 47.000 verdienen, dan zou het bedrijf die salarissen makkelijk nog enkele jaren zelf moeten kunnen betalen. In totaal ontvangen de medewerkers namelijk een kleine € 260 miljoen aan salaris. Die winst van vorig jaar is daarmee voldoende om bij geen inkomsten nog 18 jaar alle salarissen te betalen. Ook van die pas geleende 4 miljard kunnen die salarissen aardig wat jaren worden betaald. Dus waarom staatssteun? 

Waar is dat geld gebleven? Dat geld is verdwenen in de zakken van de aandeelhouders. Sinds 2018, dat zijn dus twee jaar, heeft het bedrijf voor een totaal bedrag van € 12,9 miljard aan eigen aandelen teruggekocht. Dit opkopen zorgt er daarnaast voor dat de overgebleven aandelen in waarde stijgen waardoor het vermogen van de aandeelhouders nog verder toeneemt. Wat dit opkopen bijzonder maakt, is dat het bedrijf ook nog een schuld heeft van € 7 miljard. Je zou zeggen dat het geld voor die aandelenopkoop beter gebruikt had kunnen worden om die schuld af te lossen. Die schuld is nu dus ‘gelukkig’ nog vergroot met 4 miljard. Nu is booking.com niet het enige bedrijf dat eigen aandelen terugkoopt. Ook onder andere Shell doet dit voor miljarden. Ook is het niet het enige bedrijf dat vol wordt gehangen met ‘leningen’, dat zien we ook bij bijvoorbeeld de HEMA. Bedrijven vol met schulden hangen en eigen aandelen opkopen zijn twee manieren om de belastingbetaler te ‘tillen’. De belastingbetaler wordt ook nog op een andere manier benadeeld. Het bedrijf heeft tussen 2010 en 2018 ook nog eens € 1,8 miljard aan belasting niet betaald door gebruik te maken van de ‘innovatiebox’. Bovendien werd de fiscussen van andere Europese landen via allerlei constructies nog eens voor € 715 miljoen ‘benadeeld’. En nu het even tegenzit, klopt deze ‘geldcreatie- en belastingontduikingsmachine’ voor steun aan bij de overheid, de belastingbetaler en dus bij mij. Als zelfstandige zonder personeel gebruik ik mijn ‘winst’ als reserve voor slechte tijden en pensioenvoorziening. Als ik dat kan, waarom kan booking.com dat dan niet?

Waarom zou ik als belastingbetaler hieraan mee moeten betalen? Alleen is die vraag al door de Nederlandse overheid beantwoord. Onder het mom van het ‘behoud van werkgelegenheid’ is er een regeling bedacht die NEE niet lijkt te kennen als antwoord. Die regeling roept herinneringen op aan de redding van de banken in 2008 op kosten van de belastingbetaler. Toen werd alles op alles gezet om de banken te redden. Dit heeft de belastingbetaler flink geld gekost en de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen flink geld opgeleverd. Toen had de overheid zich moeten houden bij het redden van de mensen (garantie op een rekening tot € 100.000 en het redden van het betalingsverkeer door dit te nationaliseren. Daardoor zouden banken zijn omgevallen en hadden de aandeelhouders en investeringsmaatschappijen de klappen gekregen die ze verdienden. Zij hadden dan betaald voor de risico’s die ze namen. De baten van die risico’s waren daarmee privé, de lasten publiek. Diezelfde banken en investeringsmaatschappijen werden tijdens de euro-crisis nogmaals gered. Dit keer vooral ten kosten van de Zuid-Europese belastingbetaler.

Is nu niet precies dezelfde fout gemaakt? Is de overheid niet bedrijven gaan redden onder het mom van ‘werkgelegenheid’? Dat begon al met de KLM en daarna was er geen houden meer aan en moeten alle bedrijven worden gered. Ook Booking.com dat overduidelijk lak heeft aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het ontduikt en ontwijkt belastingen en laat de winsten vloeien in de zakken van de aandeelhouders. Iets waaraan veel ‘techbedrijven’ en trouwens ook Shell andere zich schuldig maken. Op deze manier vloeit het geld, net als tijdens de bankencrisis, van arm naar rijk. Om de vraag ‘dus waarom staatssteun’ te beantwoorden: omdat het kan en een mogelijkheid is om nog meer geld in de zakken van de aandeelhouders te laten vloeien.

Moet de overheid zich niet alleen richten op het ‘redden’ van mensen? Zorgen dat iedereen voldoende heeft om te kunnen leven? Dat kan via een basisinkomen. Een basisinkomen mede gefinancierd uit een progressieve belasting op vermogens. Ook de directeur, de kleine zelfstandige ondernemer met of zonder personeel krijgt dat basisinkomen. Dat er vervolgens bedrijven als Booking.com en KLM omvallen, is jammer maar helaas. Het zijn toch maar, om een begrip uit een recente Prikker aan te halen, imaginaire constructen. Er zijn vast wel weer nieuwe te verzinnen. Voor die zelfstandige ondernemers is wel een randvoorwaarde dat ze na faillissement ook van alle schulden af zijn. Daardoor wordt het voor een kroegbaas mogelijk om nu failliet te gaan en straks een snelle nieuwe start te maken. 

Het antwoord op de centrale vraag in deze Prikker of de overheid heeft geleerd van de bankencrisis is NEE. En helaas kost dat mij als belastingbetaler een flinke duit. En jammer genoeg levert dat mensen als Fogel en zijn aandeelhouders een nog veel flinkere duit op. 

Ondermijning

Bestuurlijk Nederland maakt zich erg druk om ondermijning. Vooral burgemeesters zijn erg actief op dit vlak en hebben zelfs een ‘Proeve van wetgeving’ geschreven. Een advies aan de wetgever hoe verschillende wetten aan te passen om die ondermijning aan te pakken. 

Foto: Wikipedia

Wat is het probleem? “Er is grote zorg over de ontwikkeling van de aard en omvang van georganiseerde criminaliteit en de ondermijnende werking daarvan voor de samenleving en de rechtstaat.” Wat moeten we ons daarbij voorstellen? “Ondermijnende criminaliteit nestelt zich bij voorkeur in zwakke buurten van steden, in tal van kleine bedrijven zoals belwinkels, ijssalons, kapperszaken, maar breidt zich ook steeds verder uit tot het platteland en is te vinden bij noodlijdende vakantieparken, boerenbedrijven etc.” Het speelt dus vooral op plekken waar mensen het niet al te breed hebben. Die activiteiten zijn verleidelijk: “De georganiseerde criminaliteit biedt een “alternatieve kansenstructuur”; waarom zou je je inzetten voor een lang niet zekere respectabele en productieve carrière, wanneer je buurjongen met betrekkelijk geringe inspanningen over een mooie auto en dito vriendin beschikt?” Maar … .

Er zijn meer activiteiten die als ondermijnend gezien kunnen worden. Activiteiten waarbij met: “betrekkelijk geringe inspanningen” beschikt over veel meer dan die mooie auto en vriendin. Activiteiten waarbij: : “Mensen zien dat er veel geld wordt verdiend, zonder dat daar belasting over wordt betaald.” Die activiteiten spelen zich af in de ‘sterke buurten’ van steden met name in de zaken- en financiële centra. Activiteiten die zichtbaar worden tijdens formaties als ineens wordt besloten om een belasting af te schaffen. Activiteiten die zichtbaar worden als er zwarte busjes bij het Catshuis voorrijden en mannen in onberispelijk strakke pakken uitstappen. Activiteiten die zichtbaar worden als er een politicus zijn stekje verlaat voor een ‘carrièreperspectief’ bij Uber of een bank.  

Zouden die activiteiten wellicht nog ‘ondermijnender’ zijn dan die ondermijnende criminaliteit? Ondermijnender omdat ze het gevoel van rechtvaardigheid aantasten? Ondermijnender omdat de schade daarvan vooral landt in de ‘zwakke buurten’ van steden, bij al die kleine bedrijven, bij die noodlijdende vakantieparken en boerenbedrijven? Wie schrijft hiervoor een ‘Proeve van wetgeving’?

‘Verlanglijstje’

“Misschien was ik naïef, zegt behangfabrikant Coen Klawer. Maar zo kun je dus de boot in gaan als accountants je via een zonnig eiland een fiscale structuur aansmeren.” De opening van een uitgebreid artikel in de Volkskrant met schimmige belastingconstructies als onderwerp. Centraal in het artikel staat de strijd van ‘behangman’ Coen Klawer tegen accountantskantoor Baker Tilly Berk. De accountants hadden voor Klawer een ‘prachtige constructie’ bedacht om minder belasting te betalen. Een constructie via Cyprus en de Maagdeneilanden. Alles ging goed totdat de Belastingdienst erin dook. Toen trokken de accountants hun handen er vanaf en stond Klawer vol in de wind. Hij werd onderwerp van een strafrechtelijk onderzoek. 

Foto: Flickr

In het artikel positioneert Klawer zich als slachtoffer van de accountants. Klawer wordt strafrechtelijk vervolgd en de accountants worden ‘vrijgesproken’. Aangezien de andere partijen niet willen reageren is het lastig om te bepalen wat er werkelijk is gebeurd. 

Het artikel geeft een inkijkje in de wereld van deze schimmige constructies en de rol die accountants hierin spelen. Tenminste, als het allemaal klopt en trouwens ook als het niet allemaal klopt. Een voorbeeld: de ‘Letter of wishes’. “Het idee erachter is dat Klawer formeel niets te maken mag hebben met de trustmaatschappij op Cyprus waar uiteindelijk zijn geld belandt. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel de bedoeling dat die trust het geld weer aan hem uitkeert. En daarvoor is die letter of wishes. Klawer doet daarin een suggestie aan de trust: mochten jullie geld willen uitkeren, dan is het misschien een idee om dat aan mij te doen.” Een ‘verlanglijstje’ geschreven door ouders om voor de kinderen te verbergen dat zij ‘Sinterklaas’ zijn. Toen het fout ging beweerde de accountants dat Klawer dat ‘zelf had verzonnen’. 

In het artikel zegt Klawer dat hij zich altijd had voorgenomen om verre te blijven van de fiscus en van advocaten: “Want van de fiscus kun je niet winnen en advocaten kosten handenvol geld.” Die uitspraak roept bij mij een belangrijke vraag op die niet wordt gesteld. Waarom begin je aan ingewikkelde constructies om zo min mogelijk belasting te betalen, als je verre wilt blijven van de fiscus? Vestig je dan niet juist de aandacht op je? 

Oorlog en Vrede

“Behalve dat de handelsblokken elkaar dwars gaan zitten door hun valutakoersen te manipuleren, zullen ze elkaar nu ook blijven bestrijden met tarifaire (importheffingen) en non-tarifaire (regelgeving) handelsbarrières. En daar kwam gisteren nog een andere oorlog bij zodat in economische zin de totale oorlog bijna een feit is.” Aldus Peter de Waard in de Volkskrant. Die andere oorlog is gestart met de naheffing van dertien miljard die de EU gisteren aan Apple op heeft gelegd. En dat allemaal omdat TTIP niet doorgaat.

oorlog en vredeIllustratie: www.geschiedenis.nl

Dus omdat TTIP er niet komt, breekt er een volledige, totale economische oorlog uit. Economische anarchie en dat is slecht voor iedereen behalve het internationale bedrijfsleven: “Zij hebben de wereld als hun speelveld en gedijen bij oorlogen. Zo lang de grootmachten ruziën, zit het wel snor met hun voornemen zo weinig mogelijk belasting te betalen en zo veel mogelijk winst op te potten voor de aandeelhouders.” De Waard legt een verband tussen handelsverdragen en belastinginning. “ Als mondiaal afspraken worden gemaakt over uniforme handels- en belastingregels kunnen ze niet langer de machtsblokken tegen elkaar uitspelen,” aldus De Waard. Zonder verdragen als TTIP wordt belastingontwijking nog makkelijker.

Daar wordt ook anders over gedacht. Op de site RTLZ schetst Hella Hueck een heel ander beeld. De titel vat het kernachtig samen: “Belasting ontwijken wordt makkelijker door TTIP.”  Hueck: “Het heffen van belasting wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de soevereiniteit van een land. Daarom maken de meeste landen bij het afsluiten van internationale handelsverdragen een uitzondering (‘carve-out’) : bedrijven mogen staten niet voor een arbitragehof slepen als het om belasting gerelateerde zaken gaat. Onderzoekers namen honderden ISDS-zaken onder de loep en nu blijkt dat in 24 gevallen landen toch gedaagd zijn over belastingwetgeving. Daar zijn ook gevallen bij waarbij het bedrijven is gelukt hun belastingaanslagen aan te vechten en te verlagen.” Nederland speelt hierbij een belangrijke rol vanwege de vele ‘brievenbussen op de Zuidas’. Met TTIP wordt belastingontwijking makkelijker. Dus ook zonder ruzie, met ‘vrede’ via verdragen ‘gedijt belastingontwijking door het bedrijfsleven’.

Handels- en belastingregels of niet, het bedrijfsleven gedijt bij economische Oorlog en Vrede? Of zouden de Apples van deze wereld in de problemen komen in een ‘oorlogssituatie’? Want wat als ze zich, gelokt door lage belastingen, vestigen op Barbados en de VS en de rest van de wereld, verhogen het importtatrief op de iPhone? Of als belastingontwijkers door een boycot getroffen worden vanwege ‘on Amerikaans’ gedrag?

Poen, poen, poen, poen …

‘Geld maakt niet gelukkig’, een bekend gezegde. Gelukkig niet, maar wel hebberig zou je eraan toe kunnen voegen. Die hebberigheid wordt door de uitgelekte ‘Panama-papers’ weer goed blootgelegd. Veel hebben is niets, veel houden is de kunst. Veel houden en vooral niet willen delen door belastingen te betalen. Die centen heb je immers verdiend. Verdiend door hard te werken, door je unieke talent in te zetten of gewoon door ‘kind van’ te zijn.

kaaimanIllustratie: www.catawiki.nl

Het klinkt zo logisch, Bill Gates vindt een stukje software uit en bouwt daarop eigenhandig met hard werken een enorm bedrijf. Je bent immers  Lionel Messi, de beste voetballer van de wereld; iedereen wil je zien en je vervoert velen met je spel. Het geld dat je verdient, komt je toe vanwege je talent en je werkt er hard voor. Bovendien moet je het als speler voor je vijfendertigste verdienen. Logisch toch, dus ze moeten niet zeuren.

Wat is hierbij je eigen verdienste, afgezien van hard werken? Je intellect of talent heb je bij je geboorte meegekregen, daar heb je niets voor hoeven te doen. Bovendien zijn er veel meer mensen met een goede bovenkamer of specifieke talenten. Velen daarvan doen heel nuttige zaken. Zaken die echter veel minder goed worden beloond. Neem docenten, die werken hard en vervullen een heel belangrijke rol, zonder hen was Gates niets geweest.

Wat zou er van Messi met al zijn voetbaltalent zijn geworden als voetbal niet bestond? Of als voetbal eenzelfde status zou hebben als handboogschieten? Dan zou hij op een houtje moeten bijten. Het is niet je eigen verdienste dat de samenleving jouw talent zo belangrijk vindt. Heb je niet geluk als dat toevallig zo is? Wat zouden al die belastingontwijkende bedrijven en individuen zijn, zonder de samenleving? Wie betaalt de opleiding van de medewerkers van die bedrijven? Wie zorgt er voor de infrastructuur? Voor orde en veiligheid?

Zonder het geheel zouden individuen als Gates, Zuckerberg, Messi of wie er dan verder nog in de ‘papers’ wordt genoemd, niets zijn geweest. Natuurlijk hebben ze er hard voor gewerkt, maar dat doet bijna iedereen. Veel mensen met een talent en passie voor iets, moeten op een houtje bijten of het als hobby zien. Zouden talenten die het geluk aan hun zijde hebben hier niet blij mee moeten zijn?

Sterker, want ze zijn waarschijnlijk blij, zouden zij niet dankbaar moeten zijn? Zouden zij die dankbaarheid niet moeten uiten door gewoon belasting te betalen in het land waar ze hun geld verdienen? Zou dat niet hun belangrijkste bijdrage aan de samenleving moeten zijn waaraan zij hun toevallige geluk te danken hebben?

 

Weapons of Mass destruction

In de Volkskrant valt te lezen dat de Verenigde Naties (VN) zeer strenge sancties tegen Noord-Korea hebben uitgevaardigd. Het land wordt gestraft voor een kernproef van begin januari 2016. Nu zou geen enkel land naar het bezit van kernwapens en andere massa-vernietigingswapens moeten streven of ze moeten bezitten. Laat er nu veel meer landen zijn die dergelijke wapens hebben en ernaar streven. Zoals de Verenigde Staten, zij bezitten dergelijke wapens en hebben in het verleden dergelijke proeven gehouden. Net als trouwens Rusland, China, India, Pakistan en nog enkele andere landen. Dit zonder dat de VN sancties aan deze landen hebben opgelegd. Over deze ongelijke behandeling schreef ik al eerder.

belastingontwijkingIllustratie: antioligarch.wordpress.com

De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Samantha Powers, rechtvaardigt de strenge sancties omdat het land: “nagenoeg alle hulpbronnen van Noord-Korea worden aangewend voor zijn roekeloze en niet aflatende zucht naar massa-vernietigingswapens.” Dit roept vragen op. Mag het ene land oordelen over de manier waarop het andere land zijn hulpbronnen inzet? Of is dit aan de regering van het betreffende land? In hoeverre mag het ene land zich met de binnenlandse aangelegenheden in het andere land bemoeien?

Als een dergelijke bemoeienis is toegestaan, zou op basis van een dergelijke redenering niet ook Rusland kunnen worden veroordeeld? Dit land zet hulpbronnen in voor ‘een roekeloze en niet aflatende zucht naar macht en invloed’ en schuwt geweld hierbij niet. Zouden trouwens ook de VS niet met een soortgelijk redenering worden veroordeeld vanwege hun zucht naar grondstoffen van andere landen? Een zucht waarbij geweld en oorlog niet wordt geschuwd. Iets wat nog schadelijker is dan het inzetten van eigen hulpbronnen.En zouden zo niet aan vele landen sancties opgelegd kunnen worden?

Wie bepaalt dan waarvoor hulpbronnen wel mogen worden gebruikt? Mogen ze wel worden gebruikt voor een roekeloze en niet aflatende zucht’ naar winst? Zeker als die winst in de zakken van slechts enkelen verdwijnt? Zeker als die winst vervolgens met behulp van schimmige belastingconstructies via van de Kaaiman-eilanden en een dubbele sandwich tussen Ierland en de Amsterdamse Zuidas, aan de belastingbetaling worden onttrokken? Is dit geen ‘weapon of mass destruction’ dat wellicht nog schadelijker is dan een atoombom in een schuur in Noord-Korea?