Democratische legitimiteit

Tevens wil hij afstand doen van de wensdroom van een ‘almaar hechtere unie’, een lagere EU-begroting en de invoering van een ‘rode kaart’-systeem, waarmee nationale parlementen onwelgevallige EU-wetgeving kunnen tegenhouden,” zo schrijft Patrick van IJzendoorn over de Britse premier Cameron. De ideeën van Cameron zijn niet zo gek en veel EU burgers zullen instemmend knikken, aldus Van IJzendoorn.

rode kaart

(foto: www.bloggen.be)

Het lijkt sympathiek om de nationale parlementen de ’rode kaart’ bevoegdheid te geven. Dit voorkomt immers dat een land wordt opgezadeld met wetgeving, waaraan het geen behoefte heeft of die nadelige gevolgen heeft. Er is veel op de EU aan te merken en het belangrijkste punt is wel het gebrek aan democratische legitimiteit. Door de nationale parlementen het vetorecht te geven, wordt iets gedaan aan dat democratische tekort.

Toch wringt er iets. Je pakt alleen dat wat je wilt of wat je goed uitkomt. Het maakt de EU tot een keuzemenu en waarom moet je daarvoor een Unie hebben?

Er wringt meer. Als we toch met rode kaarten gaan werken, waarom dan niet ook op nationaal niveau. Geef de ‘rode kaart’ bevoegdheid aan provincies en  gemeenten. En waarom op gemeentelijk niveau niet aan de inwoners? Want ook nationale regeringen doen wel eens iets waar provincies of gemeenten niet op zitten te wachten. Ook acties van gemeenten vallen niet altijd even goed bij inwoners. Lijkt dat niet verdacht veel op regeren per referendum?

Het wringt vooral dat het gebrek aan democratische legitimiteit op het Unie-niveau zo op het nationale niveau wordt opgelost. Zou de EU niet gebaat zijn bij een democratische hervorming met een heldere bevoegdheidsverdeling? Met een EU-regering en -parlement die over de Europese bevoegdheden beslissen?

Prikker, vrijdag 26 juni 2015

Kosten medicijnen

“We moeten het probleem van schaarste in financiële middelen voor de zorg weghalen bij individuele artsen en ziekenhuizen. Dit is de kern van de oplossing die drie gezondheidseconomen van de Erasmus Universiteit voorstellen om de medicijnkosten structureel te beheersen. Zo moeten op politiek niveau grenzen worden gesteld aan welke prijs voor welke behandeling nog acceptabel is. De economen willen de zorgkosten beheersen door de vraag naar zorg te beheersen en te reguleren. Dit is een mogelijkheid. Gevolg hiervan blijft echter nog steeds dat specifieke behandelingen te duur gevonden zullen worden. Hiervan zijn patiënten de dupe.  Zijn er ook andere mogelijkheden?

kosten medicijnen

(foto: www.z24.nl)

Ja, die zijn er. Een mogelijkheid die al wordt toegepast is scherper onderhandelen met de producenten. Er zijn nog andere mogelijkheden om naar dit probleem te kijken. Volgens de producenten moeten de medicijnen zo duur zijn om de gigantische ontwikkelkosten eruit te halen. Dit speelt vooral bij een middel waar maar een paar patiënten gebruik van maken. Nu dragen overheden ook al voor een belangrijk, zo niet het belangrijkste, deel bij aan deze onderzoekskosten. De overheid krijgt hier nu bijna niets voor terug. Sterker, ze moet flink betalen voor de ontwikkelde medicijnen. Geld dat vooral bijdraagt aan de winst van de producenten. Wat als we de productontwikkeling scheiden van de productie?

Wat bedoel ik hiermee? De overheid neemt de ontwikkelkosten helemaal voor haar rekening en krijgt daarmee ook de patenten. Is een medicijn rijp voor gebruik, dan wordt de productie ervan aanbesteed. De overheid verkoopt het medicijn vervolgens tegen de productiekosten met een kleine opslag ter vergoeding van de onderzoekskosten. Die opslag wordt vervolgens weer in onderzoek gestopt.

Zou dat geen alternatief kunnen zijn, waarmee de medicijnkosten beheerst kunnen worden?

Prikker, dinsdag  23 juni 2015

Overheid als gezin

Door flink te bezuinigen en door de lasten te verhogen, probeerde de Nederlandse regering vanaf het begin van dit decennium het begrotingstekort te bestrijden. Hierbij maakten de regerende partijen vaak de vergelijking met een gezin. Een gezin kan niet onbeperkt meer uitgeven dan er binnenkomt, het moet de uitgaven aanpassen op de nieuwe inkomsten. Dat zou een overheid ook moeten doen.

gezin

(illustratie: www.janjans.nl.nu)

We zijn een paar jaar verder. Nu luidt de voorspelling (hoe betrouwbaar is die?) dat de Nederlandse economie iets meer groeit dan verwacht. Op basis van die voorspelling stijgen de overheidsinkomsten structureel met € 5 miljard. De regeringspartijen hebben deze week aangegeven hoe ze dit ‘voorspelde’ geld gaan uitgeven: verlaging van de belastingen.

Terug naar de analogie met het gezin. De ‘voorspelde’ extra belastinginkomsten zorgen er nog steeds niet voor, dat de overheidsfinanciën in evenwicht zijn. Er blijft een tekort. Een gezin zou dus nog verder moeten besparen op uitgaven of op zoek gaan naar extra inkomsten. De regering, het hoofd van het ‘gezin Nederland’, wijkt af van deze eerder gekozen lijn en geeft ‘voorspeld’ geld uit terwijl de ‘gezinsbeurs’ nog steeds een gat vertoont. Als een staat nu geen gezin meer is, was ze het dan eerder ook niet? En waren er toen ook andere keuzes mogelijk?

De antwoorden op deze vragen zijn nee, een staat is geen gezin en ja, er waren ander keuzes mogelijk. Inhoudelijke standvastigheid en consequent beargumenteren lijken ver te zoeken.

Zou die consequentheid en standvastigheid niet op een ander, veel banaler niveau liggen? ‘Regeren is vooruitzien’ zo luidt het spreekwoord, maar hoever vooruit? Tot de volgende verkiezingen? Wordt daaraan alles ondergeschikt gemaakt?

Prikker, zondag 21 juni 2015

Elektrische auto’s en statistiek

“Mensen rijden gemiddeld maar 22 kilometer per dag.” Met deze onderbouwing leggen onderzoekers Hilke Rösler en Hein de Wilde uit waarom de beperkte actieradius van een elektrische auto voor de meeste ritten ruim voldoende is (de Volkskrant, 16 juni 2015, pagina 26).

Dit klinkt logisch, maar is het wel zo logisch als het klinkt?

De gemiddelde rit wordt berekend door de afstand van alle, op een dag gemaakte ritten, bij elkaar op te tellen en dit te delen door het aantal auto’s. Dan komt er 22 kilometer uit en die afstand kan gemakkelijk worden gereden op één accu. Die 22 kilometer wel, maar dat zegt niets over individuele gevallen. En juist vanuit de situatie van het individu kan het heel anders zijn en kan die accu te klein zijn.

gemiddelde(Informatie: hulpbijonderzoek.nl)

Wat als 75% van de auto’s stilstaat? De 25% die rijden, rijden 550 km op een dag en de volgende dag rijden andere auto’s. Daarvoor is de accu te klein. En omdat iedere dag andere mensen met hun auto die 550 km moeten maken, hebben ze allemaal niets aan een elektrische auto.

Deze manier van onderbouwen met cijfers komt vaker voor. Om de ontwikkeling van een land te beschrijven en beleid te onderbouwen, wordt bijvoorbeeld het inkomen per hoofd van de bevolking gebruikt. Als dit stijgt dan gaat het beter met een land en haar inwoners. Maar als 25% van de inwoners 100% van het inkomen heeft, heeft 75% niets. Beleid gericht op stijging van het gemiddelde inkomen betekent niets voor die 75% als de scheve verdeling niet wordt aangepakt.

Een gemiddelde is een maatstaf, maar zegt onvoldoende. Om gefundeerde uitspraken te kunnen doen over de passendheid van accu’s of de toestand in een land, is meer informatie nodig. Om een bekend gezegde te parafraseren: Je hebt leugens, grote leugens en statistiek!

Prikker, dinsdag 16 juni 2015

Perversiteit in onderwijsland

IQ

(Grafiek: www.wilderdom.com)

In de Volkskrant van zaterdag 6 juni 2015 stoort minister Bussemaker van Onderwijs zich eraan, dat iedereen alleen maar hogerop wil. Met een VWO diploma wil iedereen naar de universiteit.

Vreemd dat dit de minister stoort. VWO is een voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs, ze zou blij moeten zijn dat deze investering rendement oplevert.

Even een slag dieper. Zou dit geen gevolg kunnen zijn van jarenlang overheidsbeleid? Nederland wil, om Europese doelstellingen te halen, een concurrerende kenniseconomie zijn. Dit heeft zich vertaald in het streven om per 2020 meer dan 40% hoger opgeleiden te hebben. In 2013 was al 42% van de Nederlanders hoger opgeleid. Nu is er iets vreemds met deze doelstelling.

Opleidingsniveau correleert met intelligentie (IQ). Hoe intelligenter iemand is, hoe groter de kans dat hij hoger opgeleid is. Een IQ van honderd is gemiddeld. Dit betekent dat de helft van de bevolking er boven zit en de andere helft eronder. Van een gemiddeld IQ is sprake tussen 90 en 110. In deze categorie valt ongeveer de helft van de bevolking. Als we dan aannemen dat je IQ voor hoger onderwijs bovengemiddeld moet zijn, dan hebben we het over een IQ van 110 en hoger en in die categorie bevindt zich slechts 25% van de bevolking. Dit is fors minder dan de doelstelling.

Worden we intelligenter of is het niveau verlaagd? Ik hoop het eerste, maar vrees het laatste. Als we terugkijken naar de jaren negentig van de vorige eeuw dan valt op dat het opleidingsniveau toen de verdeling van het IQ weerspiegelde. Zou het gedaalde niveau van de opleidingen de oorzaak ervan kunnen zijn, dat universitair onderwijs voor steeds meer jeugdigen haalbaar is?

Stoort de minister zich, met andere woorden, niet aan een doelstelling die tot pervers beleid met perverse prikkels heeft geleid? Een doelstelling die mooi klinkt maar vloekt met de werkelijkheid.

Prikker, zaterdag 6 juni 2015

Griekse vakantie voor minima

vakantie minima

(Cartoon: www.tomcartoon.be)

De problematiek rond de Griekse schulden lijkt een strijd tussen landen. Het zijn echter mensen die winnen of verliezen. Griekse winnaars lijken op onze winnaars en Griekse verliezers op onze verliezers.

De winnaars, hedgefondsen, zakenbanken, blijven door dit landenframe mooi buitenschot. Zij hebben gegokt en gewonnen. Gewonnen in goede tijden door consumenten op te zadelen met schulden en ze te plukken via rentes en provisies. Gewonnen in slechte tijden door de rekening via de overheden bij de burgers neer te leggen. Diezelfde winnaars moedigen nu onze regeringen aan om streng te zijn, te hervormen, te bezuinigen, te flexibiliseren, te globaliseren, te desolidariseren enzovoort. Na ons eerst als consument en vervolgens als burger in het pak te hebben genaaid, willen ze ons nu als werknemer in het pak naaien.

Een alternatieve oplossing die mensen helpt. Griekenland kan nog aanspraak maken op ruim 7 miljard vanuit een steunpakket. We zoeken 3,5 miljoen niet Griekse Europeanen die dit jaar op vakantie willen naar Griekenland. Mensen die nu zelf niet op vakantie kunnen omdat ze het niet kunnen betalen, onze minima bijvoorbeeld. Die krijgen allemaal € 2.000 per persoon met de opdracht dit bedrag op te maken in Griekenland.

Ik zie vele voordelen. De levensvreugde van deze mensen zorgen voor lagere gezondheidskosten. Eén euro zo geïnvesteerd leidt tot meer dan één euro groei in Griekenland. Dit levert werk op voor de Grieken wat leidt tot minder uitgaven aan sociale zekerheid en gezondheidszorg. Extra belastinginkomsten voor de Griekse overheid (wel goed innen). Die kunnen gebruikt worden om schulden af te betalen.

De Griekse schuld als percentage van het inkomen zal dalen door de groei van de economie met meer dan 7 miljard en de aflossing van die schuld. Maar als belangrijkste, mensen helpen mensen en dat brengt hen tot elkaar.

Prikker, vrijdag 5 juni 2015

Werken en leven of leven en werken?

“Minder cv-pimpcursussen, meer Deltawerken,” met die woorden sluit Jesse Frederik zijn artikel op De Correspondent af. In dit artikel pleit hij ervoor om het oude Keynesiaanse conjunctuurbeleid weer van stal te halen. Beleid waarbij de overheid in tijden van crisis investeert om werkgelegenheid te behouden en minder in te zetten op het nu in de mode zijnde ‘employability’.

werken en leven

(Foto: hetbeterewerken.nl)

Werk, en dan vooral betaald werk, is de afgelopen decennia heilig verklaard. Werk is, of beter gezegd wordt gezien, als de hoogste vorm van maatschappelijke participatie (Participatiewet) en de beste manier om in te burgeren. Zonder werk neem je niet deel aan de samenleving. Werk zorgt voor structuur in het leven van mensen. En zo kan ik doorgaan met het benoemen van eigenschappen die we verbinden aan het hebben van werk. We stemmen het onderwijs erop af, kinderen voorbereiden op hun plek op de arbeidsmarkt, dus op werk. Volwassenen moeten een leven lang leren om hun employability te vergroten.

Door al deze zaken exclusief te verbinden aan betaald werk, lijkt werk onmisbaar te worden voor het goede leven van een mens. Inderdaad werk zorgt voor structuur, kan sociale contacten opleveren, kan je eigenwaarde een boost geven, kan bijdragen aan het veroveren van je plek in de samenleving. Dat kan allemaal. Participeren, inburgeren, deelnemen aan de samenleving, structuur hebben in je leven, het kan allemaal ook zonder werk.

Leven we om te werken, zoals het nu wordt uitgelegd, of werken we om te leven?

In een tijd waar volledige werkgelegenheid, door steeds verdergaande automatisering in toenemende mate buiten bereik raakt en groepen mensen al bijvoorbaat kansloos zijn op de arbeidsmarkt, is deze vraag een maatschappelijke discussie waard.

Prikker, woensdag 27 mei 2015

Gehoorschade en Verantwoordelijkheid

De gemeente Venlo is een actie begonnen om jongeren te wijzen op het risico op gehoorschade. In de stad hangen posters van deze actie en er is een speciale website (neettuuutdouf.nl)  waar mensen worden geïnformeerd over dit risico en waar ook te lezen is hoe deze schade kan worden voorkomen. Deze posters en de achterliggende actie roepen wat vragen op. Spreekt de gemeente wel de juiste mensen aan?

oordopjes

(foto: eventplanner.be)

Ik begrijp dat gehoorschade opgelopen bij de vele feesten met zeer hard staande muziek een probleem is. Je hebt er immers de rest van je leven last van. Nu willen we dat iedereen zijn gehoor beschermt tegen die luide muziek. Stel dit is een succes en iedereen doet het. Dan betekent het dat bij deze feesten iedereen naar de harde muziek staat te luisteren, maar deze minder hard hoort door de bescherming. Waarom zetten we de muziek dan niet zachter, zodat het effect hetzelfde is?

Met deze actie wordt iedereen op zijn eigen verantwoordelijkheid aangesproken en dat past in het huidige tijdsbeeld, waarin de nadruk ligt op eigen verantwoordelijkheid. De belangrijkste persoon die moet worden aangesproken is echter de organisator van het feest of evenement. Die is ervoor verantwoordelijk en dat is zijn ‘eigen verantwoordelijkheid’, dat zijn evenement veilig voor de bezoekers en de omgeving verloopt. Bij het zorgen voor die veiligheid horen ook de oren van de bezoekers.

Als organisatoren die verantwoordelijkheid niet zelf willen nemen, dan kan de overheid vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid optreden. Zij kan dit doen door bij de vergunningverlening voor een feest, maar ook voor bijvoorbeeld een ouderwetse disco, eisen te stellen en een maximaal aantal decibel op te leggen.

Prikker, zondag 24 mei 2015

Emigranten en smokkelaars

“Om smokkelaars daar te treffen waar het pijn doet en migratiestromen dicht bij de bron op te vangen, moeten militaire acties in de eerste plaats gericht zijn op de bestrijding van smokkelaars, hun routes en criminele netwerken,” aldus VVD kamerlid Han ten Broeke in De Volkskrant. Bestrijden van mensensmokkel is een goede zaak, niets dan lof voor dit streven. Toch wringt er iets.

smokkelaars

(Foto: www.welingelichtekringen.nl)

De smokkelaars zijn eigenlijk een bijzonder soort ‘reisbureau’. De relevante vraag is of deze ‘reisbureaus’ voorzien in een behoefte of een behoefte creëren? Als ze een behoefte creëren dan kan bestrijden een optie zijn. De behoefte wordt dan immers niet meer gecreëerd en dat zou kunnen betekenen dat er niet meer gemigreerd wordt.

Als deze smokkelaars in een markt zijn gesprongen omdat er een behoefte is, dan is het maar de vraag of deze behoefte verdwijnt als er geen smokkel meer is. Ook als de smokkelaars de behoefte hebben gecreëerd is dit de vraag. Ervaringen in andere markten leren dat het zeer lastig is een eenmaal opgewekte behoefte te laten verdwijnen. Een smokkelaar, is niet meer dan een tussenpersoon. En zoals in elke andere branche kun je de tussenpersoon overslaan. Ook kunnen er nieuwe ‘reisdiensten’ worden ontwikkeld.

Bestrijden van de smokkelaar zal de migrant niet stoppen. Daarvoor moeten we iets doen aan de beweegredenen. Die kunnen gevonden worden in de politieke -, de veiligheids-, de economische – en de sociale situatie in het land van vertrek. Dat is de bron. Met name als het om de economische situatie gaat, is werken aan de bron ook werken aan onszelf, bijvoorbeeld door rechtvaardige handelsvoorwaarden. Voorwaarden die de landen van herkomst de mogelijkheid bieden om hun bedrijvigheid te beschermen.

Prikker, maandag 18 mei 2015

Islamwet

“De fundamenten van de Nederlandse maatschappelijke orde – vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor allen, non-discriminatie – staan op het spel.zo schrijft Herman Blom in zijn betoog voor een ‘islamwet’.  Blom stelt hierbij de Oostenrijkse ‘islamwet’ ten voorbeeld. Hij beargumenteert dat een dergelijk wet nodig is, omdat de helft van de moslims religieuze wetten belangrijker vindt dan wereldlijke en dit het startpunt is voor intolerantie en terreur. Dus moet er een wet komen waarmee Islamieten worden verplicht zich aan de Nederlandse wet te houden.

Islamwet

(Foto:  www.arbocatalogus-bloemenveilingen.nl)

Dit roept de vraag op of Islamieten zich nu dan niet aan de wet hoeven te houden. Natuurlijk wel. Iedereen in Nederland dient zich aan de wet te houden. Sterker nog. Iedere Nederlander (ook Islamitisch) wordt geacht de wet te kennen. Onze vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten en non-discriminatie zijn al bij wet geregeld. Moet er nu een wet komen om deze wet kracht bij te zetten?

Dat gelovigen de regels van hun geloof belangrijker vinden dan de wet, is niets bijzonders. Het is juist vreemd dat het andere deel dat niet vindt. Geloven in iets betekent immers dat je dat als waarheid aanhoudt. En iedereen is vrij zijn eigen waarheid aan te houden en ernaar te leven. Tenminste, zolang dit niet strijdig is met de wet.

Blom wil ‘beïnvloeding’ vanuit Turkije of Saudi-Arabië verhinderen. Daarbij gaat een wet niet helpen. Een gelovige bepaalt namelijk zelf waar hij zijn inspiratie haalt. Dit bij wet regelen betekent juist inmenging in de vrijheid van meningsuiting. Die bestaat ook uit de vrijheid om zelf je inspiratiebronnen uit te kiezen.

Een ‘islamwet’ is daarmee overbodig en een pleidooi ervoor draagt bij aan onnodige polarisatie en ondermijnt onze rechtstaat, omdat het stigmatiseert.

Prikker, donderdag 30 april 2015