Zomerschool

“Slechts de helft van de zittenblijvers slaagt erin om later een diploma te halen op zijn schoolniveau. Daarmee is zittenblijven niet erg effectief, oordeelt de Onderwijsinspectie. Staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) denkt dat zomerscholen uitkomst kunnen bieden”, zo valt te lezen in een bijzonder artikel in De Volkskrant. Bijzonder omdat het vol staat met dubieuze bewering en redeneringen.

De kinderen zelf geven aan dat persoonlijke begeleiding zou kunnen helpen. Maar die moet er alleen zijn voor de unieke leerling (is niet ieder kind uniek?) en volgens minister Dekker voor toptalent. Lezen we hier een pleidooi voor ongelijke behandeling?

Zomerschool

(Foto: strabrecht.nl)

Minister Dekker denkt het op te kunnen lossen met zomerscholen. Hij weet dit al voordat ze er zijn.  Hoe zit het met zaterdagscholen, meer leraren voor de klas en andere mogelijkheden? Halen de kinderen trouwens wel een diploma als ze niet blijven zitten?

Ah, daar is al naar gekeken. Iets verderop valt te lezen dat zomerscholen de goedkoopste oplossing zijn. Kleinere klassen zijn te duur en ‘vaardigere’ docenten komen pas als de salarissen stijgen. Dus de zittenblijvers gaan naar zomerscholen en worden daar door minder vaardige docenten begeleid? Vervolgens hopen we dat dit werkt. Zouden vaardigere docenten niet meer opleveren? Die zijn dan immers voor alle leerlingen beschikbaar.

Dan heeft het Centraal Planbureau berekend dat zittenblijven 500 miljoen kost en 900 miljoen minder belastinginkomsten oplevert. En daarmee kom ik bij het belangrijkste punt: wat is het doel van onderwijs? Is dat de ontwikkeling van kinderen tot zelfstandige burgers? Of is dat het zo goedkoop mogelijk leveren van loonslaven. Is het onderwijs er voor het kind en de samenleving of voor de economie? Daar moeten we het over hebben. Want als het is om loonslaven op te leiden, dan kunnen we daar beter mee stoppen en de kinderen onwetend laten.

Prikker, woensdag 15 april 2015

Opvang in de regio

Het VVD-kamerlid Azmani verdedigt in De Volkskrant van 24 maart 2015 het VVD plan om de grenzen van de EU te sluiten voor vluchtelingen van buiten Europa. Deze moeten maar ‘in de regio’ worden opgevangen.

Azmani

 (foto: vvd.nl)

Hij gebruikt hierbij een zeer bijzondere redenering. Hij zegt: “Als er een grote hausse aan migranten komt, wat doet dat met een samenleving?” en iets verder: “Er is nog geen ontwrichting maar ik zie wel spanning.” Even niet vallend over het verschil tussen vluchtelingen en migranten, maar kijken naar de feiten. De cijfers bij het interview laten zien dat van alle vluchtelingen in 2015 slechts 1/3 (16,5 miljoen) naar het buitenland gaan en daarvan kwamen er 626.000 naar de EU. Zelf geeft Azmani aan dat Turkije alleen al 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen opvangt. Turkije heeft 75 miljoen inwoners, de EU heeft er 507 miljoen. In de EU leveren 626.000 vluchtelingen, 1 vluchteling per 1.000 inwoners, spanningen op. Hoe zou dat dan in Turkije zijn met bijna 23 vluchteling per 1.000 inwoners?  Azmani verwacht van alle landen eenzelfde inzet als Turkije. Van alle landen behalve de Europese want daar levert het spanning op.

Dat brengt mij bij de vraag wie bepaalt welk land bij welke regio hoort? Waar begint of eindigt een regio? Wat als Turkije inbrengt niet tot eenzelfde regio als Syrië te behoren? Behoren buurlanden altijd tot eenzelfde regio? Tot welke regio behoort Nederland? Met onze eilandjes in het Caribisch gebied horen we ook tot de regio aldaar. Dus iedereen op de vlucht uit Venezuela is welkom? En via Frans Guyana is half Zuid-Amerika welkom. Opvang in de regio is een opportunistisch argument met als doel om in ieder geval nooit bij de regio te horen als het om vluchtelingen gaat.

Wat nog het meeste opvalt is dat een partij die de vrijheid van het individu hoog in het vaandel zegt te hebben staan, het vluchtende individu het recht ontzegt om zelf te kiezen. Een rechtgeaarde liberaal zou de keuze juist bij het individu laten. Blijkbaar zijn de liberale principes niet op vluchtelingen van toepassing.

Prikker, woensdag 25 maart 2015

Ingehaald door de geschiedenis

“Na de opstand van de Griekse kiezers die vorige week Syriza aan de macht hielpen, was het dit weekend de beurt aan Podemos,” aldus het Commentaar in De Volkskrant van dinsdag 3 februari 2015.  Een korte zin, waarmee Hans Wansink het commentaar opent. Kort, maar wel een bijzonder zin.

Griekse crisie

(Foto: wonenwerkengriekenland.com)

Bijzonder, omdat er in Griekenland gewoon verkiezingen zijn gehouden op een manier zoals ze dat daar altijd doen. En verkiezingen vormen het enige moment in de democratie dat het volk, tenminste het deel dat mag en gaat stemmen, zich uitspreekt. De rest van de tijd is het volk vertegenwoordigd door het parlement en afwezig. Het volk doet dat als kiezer en heeft gewoon gekozen. Vanwaar dan opstand?

Het woord opstand suggereert een volgend soort redenering: ‘Wij (maar wie die wij zijn is niet duidelijk) hebben voor jullie arme Grieken bepaald wat goed voor jullie is. Kom ons nu maar bedanken voor wat wij voor jullie hebben bedacht door allemaal het kruisje op de juiste plaats te zetten.’ In het kort: wij zijn de baas en jullie ons stemvee. Een nogal paternalistische manier van denken. Wellicht is het wel dit paternalisme dat de Griekse kiezer heeft doen besluiten om anders te kiezen. En dat is het goed recht van de Grieken. Een opstand is het echter niet. Dat zou het zijn als Syriza een staatsgreep had gepleegd.

Dat de kiezer de traditionele partijen vaarwel zegt, zal er zeker mee te maken hebben dat zij allemaal dezelfde oplossing bieden. De door Wansink genoemde bezuinigingspolitiek, geformuleerd vanuit eenzelfde neoliberale denken dat de problemen heeft veroorzaakt.

Zou het zijn dat het probleem niet wordt gevormd door de kiezers, maar de traditionele partijen zonder alternatieve ideologie, ideeën en oplossingen. Partijen die Thatcher parafraseren als ze zeggen dat er geen andere oplossing is dan bezuinigen. Dat deze partijen zijn ingehaald door de kiezer en door de geschiedenis en dus overbodig zijn?

Prikker, dinsdag 3 februari 2015

Waartoe zijn wij op aarde?

“Volgens een onderzoeksrapport van het CPB dat zaterdag verscheen, kost zittenblijven de schatkist jaarlijks 500 miljoen euro aan directe kosten. Dit komt naast de geschatte 900 miljoen aan indirecte kosten door het later betreden van de arbeidsmarkt.” Dit valt te lezen in de Volkskrant en is afkomstig uit een onderzoeksrapport van het CPB. In dit artikel geeft de leraar van het jaar 2014, Jasper Rijpma, zijn visie op hoe het beter kan.

zitten blijven

(illustratie: Joris Snaet)

Het gaat mij hier niet over de ideeën van Rijpma. Het gaat mij om wat we hier zeggen. En met zeggen bedoel ik niet de letterlijke boodschap over de miljoenen, maar het wereldbeeld achter een dergelijke formulering. Wat hier wordt gezegd komt erop neer dat de economie het allerbelangrijkste en dat de mens een productiemiddel is. In de ogen van neoliberalen in deze wereld zal dit heel normaal zijn. Voor hen is de markt heilig en moet alles hieraan ondergeschikt worden gemaakt. In hun wereld moet onderwijs jeugdigen voorbereiden op hun  plek op de arbeidsmarkt, klaarstomen tot productiemiddel.

Laat ik altijd gedacht hebben dat we onze kinderen naar school laten gaan om hen kennis van de samenleving bij te brengen en vaardigheden die zij nodig hebben om deel te kunnen nemen aan deze samenleving. Laat ik altijd gedacht hebben dat de samenleving uit meer bestond dan alleen de economie. Laat ik altijd gedacht hebben dat het onderwijs onze kinderen moest ondersteunen bij het ontdekken en ontplooien van hun talenten. Laat ik altijd gedacht hebben dat onderwijs, net als kunst, een eigen intrinsieke waarde heeft.

Helaas, ik blijk ernaast te zitten. Om de catechismus te parafraseren: Waartoe zijn wij op aarde? Om de economie te laten groeien en daarvoor als grondstof te dienen. Tijd voor een nieuwe ‘ontkerkelijking’!

Prikker, woensdag 21 januari 2015