Irritatie

“Wat zou het toch fijn zijn als, zodra het over dit thema gaat, mensen éven bewust hun irritatieknop zouden uitzetten. Wat zou het fijn zijn als zij niet onmiddellijk in verweer zouden komen, maar zouden luisteren en lezen.” Want: “Vergeleken met de winsten die de Nederlandse Staat uit de slavernij heeft gehaald, is die 200 miljoen euro voor het bewustwordingsfonds nog een schijntje. Dat zullen toekomstige onderzoeken nog meeren duidelijker aantonen.” Aldus Marisa Monsanto in een opiniërend artikel in de Volkskrant. Nu vraag ik me af of ik ook tot degenen behoor die de irritatieknop uit moeten zetten.

Eigen foto

Waarom ik me dat afvraag? “Er wordt gepleit voor herstelbetalingen voor het aangedane leed van de slavernij en slavenhandel en hup: daar zijn de verongelijkte reacties. Wat te denken van de kinderarbeid en andere vreselijke arbeidsomstandigheden in de negentiende eeuw, zoals de uitgebuite Drentse veenarbeiders, Groningse landarbeiders en fabrieks- en havenarbeiders. Laten wij er nog de Limburgse mijnwerkers, de Scheveningse vissers en de aardappelrooiers van Van Gogh aan toevoegen.” Monsanto schrijft dit naar aanleiding van reactie op een eerder, in haar woorden genuanceerd, opiniestuk van Peter M. Wolff dat centraal stond in mijn vorige prikker. Nu kwam mijn ‘irritatie’ niet voort uit Wolffs pleidooi voor ‘herstelbetalingen’ maar uit zijn bijzondere versie van de geschiedenis van Nederland.

Nee ik ga mijn vorige prikker niet herhalen. Sterker nog als ik niet juist een interessant boek had gelezen dan had ik Monsanto’s bijdrage waarschijnlijk gewoon laten passeren. Een boek van de filosoof Susan Neiman met als titel Left Is Not Woke.  En ik schrijf bewust filosoof en niet filosofe omdat dit Neimans keus is: “Als autochtone Engelse spreker verafschuw ik het huidige Duitse voorstel dat door een regeringsdecreet wordt ondersteund, dat iedereen die zich verzet tegen woorden als ‘burgers en burgeressen’ onverbeterlijk seksistisch is. (schrijvers en schrijveressen. Bakkers en bakkeressen. Ad infinitum). Mijn eigen taalkundige intuïties vallen de andere kant op: als beroepen genderneutraal zijn, laat het afdwingen van iemands beroep een seksistische noot achter.[1]

Neiman over woke: “wakker blijven voor onrecht, op zoek zijn naar tekenen van discriminatie- wat kan daar verkeerd aan zijn?[2] Daar is niets mis mee  maar wel de kant waarop het is gegaan: “Het begint met de zorg voor gemarginaliseerde personen en eindigt met het reduceren van elk tot het prisma van haar marginalisatie. Het idee van intersectionaliteit zou de nadruk hebben gelegd op de manier waarop we allemaal meer dan één identiteit hebben. In plaats daarvan leidde het de focus op die delen van identiteiten die het meest gemarginaliseerd zijn, en vermenigvuldigt ze tot een woud van trauma’s.”  Dit leidt er toe dat Woke: “benadrukt de manieren waarop bepaalde groepen geen recht hebben gekregen en probeert de schade te herstellen en te herstellen. In de focus op ongelijkwaardigheid van macht wordt het concept van rechtvaardigheid vaak aan de kant gelaten.” En voor deze prikker belangrijker, woke: “eist dat naties en volkeren hun criminele geschiedenis onder ogen zien. Daarbij komt vaak tot de conclusie dat de hele geschiedenis crimineel is.[3]

De hele geschiedenis en dan vooral de hele Westerse geschiedenis. Als die hele geschiedenis crimineel is, dan kan er ook geen sprake zijn van vooruitgang. Dit terwijl vooral de geschiedenis van het Westen vooruitgang laat zien. En nee, dat maakt niet dat alles in het westen goed is. Dat iemand met een donkere huidskleur vaker uit de rij wordt gepikt bij het vliegveld of staande wordt gehouden door de politie is niet goed te praten. Het is echter een hele vooruitgang in vergelijking met de situatie van voor de afschaffing van de slavernij.

Dat de slavernij überhaupt bijna wereldwijd is afgeschaft is überhaupt een gevolg van westerse vooruitgang. Het is een gevolg van wat we nu de Verlichting noemen. Denken dat de bestaande, toen als goddelijk en dus onveranderbare orde, ter discussie begonnen te stellen. Die ‘orde’ was die van de zondeval, de verleiding van Eva door de slang waardoor ze van  appels van de boom plukte en die samen met Adam opat.  Voor de protestantse christenen is die zonde zo groot en de macht van god zo enorm: dat Hij ieder van ons tot de eeuwige verdoemenis kan veroordelen voordat we iets hebben gedaan om te suggereren dat we het verdienen.”  Voor de katholieke konden hieraan ontsnappen via boetedoening: “Maar of verlossing uiteindelijk mogelijk was of niet, kon alleen van de hand van God komen.[4] Een wereld waarin menselijk handelen er niet toe deed. Dit ter discussie stellen betekende dat je inging tegen de door god gegeven orden. Twijfelen aan orde en zeker aan de almacht van god was voldoende om na een flinke foltering op de brandstapel te belanden. Dat kunnen we ons tegenwoordig met het in de Grondwet verankerde recht op vrije meningsuiting en godsdienstkeuze niet meer voorstellen, maar dat waren wel de omstandigheden waarmee de Verlichte denkers te maken hadden en waarbinnen ze moesten opereren. We kunnen hen met de onze huidige normen en waarden beoordelen en dan vinden we voldoende zaken om hen te beoordelen.

Of zoals Neiman het schrijft: “Misschien ligt het probleem met het herkennen van vooruitgang in het concept van vooruitgang zelf. Per definitie vooruitgang is niet wat we hebben. Het is niet iets dat al is bereikt, maar iets dat in de toekomst moet worden bereikt – liefst morgenochtend. Het is moeilijk om de prestaties van de vorige generatie als vooruitgang te erkennen, juist omdat de vorige generatie ernaar streefde om die prestaties er net zo normaal uit te laten zien als ze altijd hadden moeten zijn.[5] met deze passage beschrijft Neiman precies waar mijn frustratie bij artikelen als die van Wolff en Monsanto. De impliciete verwijten aan voorouders. Impliciete verwijten die verpakt liggen in vragen als: ‘waarom duurde het zolang voordat Nederland slavernij verbood? Én ‘waarom was het verzet tegen slavernij niet veel massaler?’ Het verwijt aan de huidige generatie waarom die niet massaal de beurs trekt om alle onrecht uit het verleden te compenseren.

Ja slavernij was verschrikkelijk maar dat slavernijverleden moet niet de reden zijn dat er nu iets specifiek voor een bepaalde groep, in dit geval nazaten van slaven, moet gebeuren. Rechtvaardigheid verlangt van ons dat we mensen die nu leven rechtvaardig behandelen. Als daarbij iets niet goed gaat en dan moeten we daar iets aan doen. Een slavernijmonument of -museum of herstelbetaling helpt een kind dat wordt onder geadviseerd niet vooruit. Het helpt niemand aan een stage, behalve dan misschien een enkeling die stage kan lopen bij dat museum. Niet de nazaten van slaven maar ook niet anderen die te maken hebben met onder advisering  en moeite hebben met het vinden van een stageplek. Dat wil niet zeggen dat een slavernijmuseum of -monument een verkeerd idee is. Het is geen oplossing voor onze huidige problemen met rechtvaardigheid.


[1] Susan Neiman, Left Is Not Woke, pagina 139. Eigen vertaling.

[2] Idem, pagina 4. Eigen vertaling

[3] Idem, pagina 5. Eigen vertaling

[4] Idem, pagina 104. Eigen vertaling.

[5] Idem, pagina 124. Eigen vertaling

Busting the mythbuster

 “Nergens staat dat vluchtelingen in Europa moeten worden opgevangen. Evenmin staat in een verdrag dat de opvangende landen keurige democratieën moeten zijn. Vluchtelingen moeten veilig zijn, adequate zorg, huisvesting en onderwijs krijgen. Dat staat in de verdragen en kan in Tunesië of Rwanda.” Aldus Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. In die column ‘prikt’ hij vier mythen rond het migratie en asiel door met het boek Asielloterij van Ruud Koopmans als leidraad. Dit citaat is het antwoord op de derde mythe dat asielaanvraag afwachten in zo’n ‘hotspot’ in bijvoorbeeld Tunesië, onmenselijk is en in strijd met de verdragen. Als ‘mythbuster’ begeeft Sommer zich op mijn terrein dus laat ik eens kijken of hij goed ‘bust’.

De eerste mythe die Sommer aanstipt is dat de doden die vallen allemaal te wijten zijn aan ‘fort Europa’. Dat fort dwingt vluchtelingen om grote risico’s te nemen. Dat ‘fort’ is volgens Sommer de helft van de waarheid: “de andere helft van die waarheid is dat wie eenmaal Europa heeft bereikt, feitelijk niet meer teruggaat. Vluchteling of migrant, uiteindelijk zal het overgrote deel een status bemachtigen.”  Dit zorgt ervoor dat vluchtelingen blijven komen. “De progressieve denkfout die Koopmans bestrijdt, is dat het recht op asiel in Europa zelf moet worden uitgeoefend. Dat is ogenschijnlijk barmhartig en hoogstaand, maar komt neer op de bestendiging van de huidige, perverse gang van zaken. De boten zullen blijven komen zolang één voet op Europese grond inderdaad betekent: blijven.”

De tweede mythe is dat maatregelen om boten tegen te houden niet werken en open grenzen de enige remedie zijn. Sommer: “Als de Turkijedeal van 2016 één ding heeft geleerd, is dat het goed mogelijk is om ongewenste migratie tegen te gaan. Nadat duidelijk werd dat migranten niet zouden worden toegelaten, was het van de ene dag op de andere afgelopen met de bootjes naar Lesbos. Het huidige plan om aan de randen van Europa Ter Apel-achtige centra in te richten, lijkt inderdaad op het idee van de ‘hotspots’ van jaren geleden, dat niets opleverde. Dat kwam doordat Italië asielzoekers meteen doorstuurde. Beslissend voor succes is of het lukt om kansloze asielzoekers linea recta terug te sturen, in dit geval naar Tunesië. Als migranten weten dat ze meteen teruggaan, verdwijnt de lust om op de rubberboot naar Lampedusa te stappen.”

De vierde en laatste mythe: “we hebben migranten nodig als arbeidskrachten; tegenhouden is niet alleen slecht maar ook dom.” Sommer hierover: “Dat erkende vluchtelingen de premies voor de pensioenen gaan betalen is een sprookje. Van hen werkt een laag tot zeer laag percentage, om de simpele reden dat zij niet zijn uitgezocht op hun bekwaamheid. Daar komt bij dat de meesten afkomstig zijn uit patriarchale samenlevingen, met als gevolg dat de overgrote meerderheid van de vrouwen helemaal niet aan werken toekomt.”

Dat weinig statushouders betaald werk hebben en dus premies betalen, klopt. Bij een deel ervan zal dat best te maken hebben met de patriarchale samenlevingen vanwaar ze zijn gevlucht. Al kan ik me ook zomaar voorstellen dat juist dat patriarchale voor vrouwen een reden is om te vluchten. Vluchten omdat ze hun eigen leven willen vormgeven. Dat weinig statushouders betaald werk hebben, zou wel eens meer een gevolg kunnen zijn van de lange procedures tot een status. De eerste zes maanden dat zijn aanvraag in behandeling is mag een asielzoeker niet werken en daarna maximaal 24 weken per jaar. Niet echt uitnodigend voor een werkgever om iemand aan te nemen. Dat het anders kan, laat de omgang met Oekraïense vluchtelingen, door het Rijk eufemistisch ‘ontheemden’ genoemd, zien. Die mochten meteen werken en dan blijkt het percentage werkenden ineens flink hoger.  

Inderdaad kwamen er na het ingaan van de ‘Turkije-deal’  ineens geen bootjes meer. Zou dat het resultaat zijn geweest van de ‘dreiging’ dat je meteen werd teruggestuurd of zou het een gevolg zijn van de gekochte Turkse inspanningen om ze het vluchten te belemmeren? Toen de Turkse president Erdogan de Europese Unie onder druk wilde zetten om steun te verwerven voor zijn ‘Syriëpolitiek’, stopte hij met het tegenhouden, kwamen veel vluchtelingen vast te zitten in het niemandsland tussen de Turkse en de Griekse grens. De Turkije-deal laat zien dat dergelijke maatregelen kunnen helpen. De deal laat ook zien dat de Europese Unie zich hiermee chantabel maakt als ze haar grensbewaking uitbesteed aan andere landen. Ook de ‘hotspots’ in derde landen waar asielzoekers de uitslag van hun aanvraag moeten afwachten, maakt de Europese Unie chantabel. Dergelijke deals ‘nationaliseren‘ de mensensmokkel.

Daarmee kom ik op mijn belangrijkste prik in Sommers mythen en kom ik terug bij het citaat waarmee ik begon. Het internationaal vluchtelingenverdrag: “is both a status and rights-based instrument and is underpinned by a number of fundamental principles, most notably non-discrimmination, non-penalization and non-refoulement. Convention provisions, for example, are to be applied without discrimination as to race, religion or country of origin.” Het regelt dat: “no one shall expel or return (“refouler”) a refugee against his or her will, in any manner whatsoever, to a territory where he or she fears threats to life or freedom.” Het legt ook: “ basic minimum standards for the treatment of refugees, without prejudice to States granting more favourable treatment. Such rights include access to the courts, to primary education, to work, and the provision for documentation, including a refugee travel document in passport form.” Inderdaad staat nergens in dat verdrag dat vluchtelingen in Europa moeten worden opgevangen. Er staat ook niet dat de opvangende landen keurige democratieën moeten zijn. In de praktijk wordt de overgrote meerderheid van de vluchtelingen niet opgevangen in Europa noch in een ‘keurige democratie’. Ze worden opgevangen in wat ‘de regio’ wordt genoemd, direct aan het probleemgebied grenzende landen maar daar gaat het me nu niet om. Het gaat mij om ‘niet in Europa’. Er staat ook in geen enkel verdrag dat vluchtelingen ‘in de regio’ moeten worden opgevangen. Sterker nog, er ‘staat nergens’ wie vluchtelingen op moet vangen. Maar wat gebeurt er als alle ondertekenaars van het verdrag zich er, net zoals Sommer doet, op beroepen dat nergens staat dat zij vluchtelingen moeten opvangen?  Dan wordt het een dode letter en is het verdrag waardeloos. Dan wordt vluchten onmogelijk. Dan wordt dat wat het verdrag wel regelt, de veiligheid, adequate zorg, huisvesting en onderwijs onmogelijk. Dat is het cynische gevolg van Sommers ‘het staat nergens’.

Grijze cellen

Op de verschillende sociale media sturen mensen berichten de wereld in die zij belangrijk vinden. Zo bereikte mij via LinkedIn een bericht van iemand die een artikel van De Correspondent deelde. Een artikel met als titel Als de BBB haar stikstofplannen doorduwt, zullen de meeste boeren verdwijnen. Een artikel waar de auteur, Thomas Oudman, betoogt dat de ‘technische aanpak’ van het stikstofprobleem waar ook de BBB voor pleit, leidt tot verdere schaalvergroting en het verdwijnen van ongeveer een derde van de huidige boeren. Nu gaat het mij niet om dit artikel, maar om de reactie van iemand onder het bericht.

Bron: Flickr

“We blijven geloven dat het draait om de terugdringing van stikstof deposities maar dat is een jingle …..ze willen je grond en veranderen er direct de bestemmingsplannen op….agrarisch eraf en bouw of industrie erop…..grondprijs x 4 waarde toename minstens ……”  Op de vraag wie de ‘we’ zijn komt het antwoord: “Alles wat om EU en WHO hangt als vliegen om een koeien vlaai en dram fransje heeft dat absurde kasteel ook vast van zijn minister salaris gekocht.
Het is 1 grote beerput en het wordt elke dag gekker als je dat echt niet ziet of wil zien blijf dan vooral tukken dat hebben ze het liefste!”
  Een bijzonder betoog omdat ‘dram fransje’ Timmermans  nu juist de grootste moeite heeft om een Europese natuurherstelwet aangenomen te krijgen. Een wet die (economische) activiteiten in de buurt van natuurgebieden lastig tot onmogelijk maakt. Als het ‘dram fransje en de EU’ werkelijk te doen was om grond in waarde te vermeerderen en dan te verkopen, dan is zo’n wet in mijn ogen niet de beste manier om dit te bereiken.

Het kan aan mijn grijze cellen liggen dat ik het niet zie. Het kan echter ook dat het aan de grijze cellen van de persoon die deze reactie plaatste liggen. Wellicht ziet die spoken die er niet zijn. Ik denk dat dit laatste het geval is. Dat maakt dan wel meteen dat ik me zorgen maak of die aantasting van de grijze cellen ook invloed hebben in het dagelijkse werk van deze persoon. De persoon geeft aan dat hij hogere veiligheidskundige is en werkt aan ‘Safety at the highest level’. Dat geeft me dan toch een beetje een unheimisch gevoel, om een germanisme te gebruiken.

Trouwens germanisme. Van een ander, aanverwant iets voel ik me nog unheimischer. In een interview met de Volkskrant betoogt fractieleider Manfred Weber van de Europese Volkspartij, dat de Europese Natuurherstelwet waaraan Eurocommissaris Frans Timmermans werkt, naar de prullenbak moet. Een bijzonder interview. Bijzonder vanwege de logica, of beter het gebrek eraan in de redeneringen van Weber. “Het idee voor de natuurherstelwet – alsook de halvering van het gebruik van pesticiden – stamt uit het begin van deze Commissie. Dat was een andere wereld. We hebben inmiddels een pandemie gehad en een recessie en nu zitten we met de grootste oorlog sinds 1945 aan onze buitengrens. Inflatie is de grootste zorg van de burger en die inflatie wordt aangejaagd door hoge voedselprijzen, niet langer door dure energie. Daarom zeggen wij ‘nee’ tegen alle wetten die leiden tot minder voedselproductie in Europa en daardoor hogere prijzen.”  Ja, er was een pandemie en een recessie al viel die laatste behoorlijk mee. De economische coronadip is inmiddels al meer dan goed gemaakt. En ja, er is een oorlog aan onze buitengrens.

Wat niet is veranderd, is de achteruitgang van ecosystemen en de biodiversiteit. “De natuur in de EU gaat hard achteruit: meer dan 80% van de habitats verkeert in een slechte staat. Veengebieden, graslanden en duinen zijn het zwaarst getroffen. In West-, Centraal- en Oost-Europa is het aantal wetlands sinds 1970 met 50% verminderd. Tot 70% van de EU-bodems verkeert in een ongezonde toestand. Ernstig geërodeerde akkers dragen naar schatting bij tot een verlies aan landbouwproductiviteit van 1,25 miljard euro per jaar in de EU. In de afgelopen tien jaar is 71% van de vispopulaties en 60% van de amfibieënpopulaties achteruitgegaan. Er is een afname van een op de drie bijen- en vlindersoorten, en een op de tien soorten staat op het punt uit te sterven.”  Zo is te lezen op de Nederlandse EU-site. Daar wil de Natuurherstelwet iets aan doen. Herstellen van de biodiversiteit en de ecosystemen. Dit om de voedselvoorziening voor onze kinderen en kleinkinderen veilig te stellen.

Weber heeft een heilig vertrouwen in boeren: “Wij luisteren naar de boeren. Die weten wat ze doen. Zij vertellen ons: deze wet dwingt ons 10 procent minder land te gebruiken. Dat betekent 10 procent minder voedselproductie – of je moet de overige 90 procent grond intensiever gebruiken, maar dat gaat niet samen met een halvering van het pesticidengebruik.”  Zijn vertrouwen in de EU-ambtenaren is een stuk kleiner en zelfs afwezig: de EU-ambtenaren die deze wet schrijven hebben geen flauw benul van wat biodiversiteit is.” De boer als alwetende. Maar als die boeren weten wat ze doen, hoe zijn we dan in de huidige ellende terecht gekomen? Waarom verkeert dan 70% van de bodem in de Europese Unie in een ongezonde toestand? Vreemd trouwens dat bedrijven waar boeren aan leveren, bedrijven zoals Nestlé, Danone en Rémy Cointreau de wet aanbevelen met de woorden: “ The EU Nature Restoration law is a generation’s opportunity to take concrete and effective action to reverse the biodiversity and climate crises by restoring EU land and sea areas at large scale.” Zij en nog meer dan zestig andere bedrijven. Of zouden die uit zijn op die 10% grond?

Even ervan afziend dat 10% minder land niet meteen 10% minder voedsel betekent. In de Europese Unie gooien we jaarlijks 88 miljoen ton voedsel in de afvalbak. Wereldwijd is dat trouwens 1,3  miljard ton en dat is een derde van het geproduceerde voedsel. Als Weber zich zorgen maakt over de voedselzekerheid en -prijs laat hem zich daar dan op richten. Alleen zal dat aan Weber niet besteed zijn. “Ik ga niet steggelen over de precieze percentages, maar deze wet leidt tot minder voedselproductie.” Reageert hij op de constatering van de interviewer dat: “Ondanks de pandemie, de oorlog, andere keuzes van de consument en klimaatverandering, zal de voedselproductie blijven toenemen in Europa. De groei is alleen wat minder groot.”

“Ik ken die rapportage maar ze schiet tekort. Ik tast nog steeds in het duister wat de precieze gevolgen zijn.” Zo reageert Weber op de constatering dat er een effectrapportage ligt waaruit blijkt, zo geeft de interviewer aan dat: “de opbrengsten van de wet vele malen groter zijn dan de kosten. Niets doen, zoals u voorstelt, kost 1.700 miljard euro.”  Natuurlijk heeft hij een punt dat de precieze gevolgen niet bekend zijn. Precieze gevolgen zijn in geen enkele rapportage of onderzoek te vangen. Met dit argument zal de partij ook tegen het nieuwe Europese asielakkoord zijn. Over de ‘precieze gevolgen’ ervan tasten we immers in het duister. Nu zijn er goede redenen om hier tegen te zijn. We kennen de precieze gevolgen niet, wat we wel weten is dat het geen antwoord is op de vraag van de vluchteling of migrant.

“‘Eerlijk gezegd, en dat wil ik hier graag benadrukken: ik heb niet het idee dat de Commissie beseft dat we in een nieuwe wereld leven. De EVP vraagt om een realitycheck.” Het lijkt mij dat de grijze massa van Weber en zijn partijgenoten en de partijen, waaronder het Nederlandse CDA, die samen de EVP vormen, een realitycheck nodig hebben. In de zesde aflevering van Marcel en Gijs complimenteerde Marcel van Roosmalen BBB-leider Van der Plas dat het haar was gelukt om de sores van de boeren (en dan nog niet eens alle boeren), een heel klein groepje Nederlanders, te verheffen tot een nationaal probleem. Het lijkt erop dat Weber dit kunstje op Europees niveau probeert te herhalen. En nu maar hopen dat de grijze massa van de overgrote meerderheid van de Europeanen dit doorziet. Als de reactie op de LinkedIn post hiervoor maatgevend is, dan moeten we ons zorgen maken

How do you ‘earn’ what you ‘give’?

Het lijkt welhaast een plaag te worden. Het kan natuurlijk aan mijn ‘overgevoelige’ antenne voor ‘effectief altruïsme’ liggen maar toch. Het lijkt alsof er steeds meer aandacht wordt besteed aan het  fenomeen en ja het klinkt mooi. Geef een deel van je inkomen aan goede doelen en zoek daarbij vooral naar die doelen die het meest effectief zijn. En dat levert, aldus de kop boven een artikel over het fenomeen ‘pittige dilemma’s’ op. Een van de voor het artikel geïnterviewde personen doneerde zelfs een nier: “Een nierdonatie levert de ontvanger namelijk tussen de 7 en de 20 Qaly’s op, blijkt uit de kosten-batenanalysen van het effectief altruïsme.” Twee dilemma blijven onbesproken.

Bron: eigen foto

Eerste even voor degenen die het niet weten. Een Qaly is een ‘Quality adjusted Life year, een levensjaar in goede gezondheid en het streven van het Effectief Altruïsme is om te geven aan doelen die per euro de meeste qaly’s opleveren. Als altruïst in de dop kun je voor ondersteuning terecht bij bijvoorbeeld de tien procent club. Een club van mensen die tien procent van hun inkomen aan goede doelen geeft.

Voor anderen gaat dat nog niet ver genoeg: “Op lange termijn wil ik 100 procent van mijn inkomen aan goede doelen geven, nu zit ik op 20 procent,” aldus een van de door de Volkskrant geïnterviewde personen. Deze 27 jarige in De Volkskrant verdient een “zescijferig salaris.”  Het eerste onbesproken dilemma is dat jij en ik meebetalen aan de giften van deze tienprocenters. De goede doelen waaraan wordt gegeven hebben veelal een ANBI status en als ze die niet hebben dan zorgen ze er wel voor dat ze die krijgen. ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Alles wat je meer dan één procent van je inkomen geeft aan goede doelen met een ANBI status, kun je van je inkomstenbelasting aftrekken. Laten we eens uitgaan van het laagste zescijferige salaris van € 100.000. Deze persoon geeft dan € 20.000 aan goede doelen. € 19.000 hiervan kan hij aftrekken van zijn aangifte inkomstenbelasting. Van deze € 19.000 betalen jij en ik als trouwe belastingbetaler € 9.405 (het hoogste inkomstenbelasting tarief van 49,5% maal € 19.000).

 “De 27-jarige vereenzelvigt zich qua carrièrepad met het inmiddels controversiële earning to give, net als ongeveer één op de acht effectieve altruïsten.” Hij geeft invulling aan het advies van de site 80.000 hours. “Verdienen om te geven is het idee dat je in plaats van direct te werken aan het aanpakken van een dringend probleem, een baan aanneemt waarmee je meer geld verdient dan anders het geval zou zijn en een groot deel van het extra bedrag doneert om anderen te financieren die effectief aan die problemen werken.” En met ‘earning to give’ kom ik bij een dilemma dat in alle juichverhalen over deze beweging die is opgestart door William MacAskill,  onderbelicht blijft.

In zijn boek Doing good Better geeft MacAskill raad: zoek werk waar je zoveel mogelijk verdient want dan kun je zoveel mogelijk geven. De 27 jarige in De Volkskrant verdient een “zescijferig salaris” bij handelshuis Optiver. En met Optiver kom ik daar waar ik wil zijn: How do you ‘earn’ what you ‘give’?  

“Als een van de oudste marktmakende bedrijven ter wereld verbetert Optiver sinds 1986 de financiële markten. Door liquiditeit te bieden aan markten over de hele wereld, maken we markten efficiënter, transparanter en stabieler. Aangedreven door technologische innovatie bieden we continu concurrerende, tweezijdige prijzen voor duizenden financiële instrumenten op alle belangrijke beurzen wereldwijd.”  Aldus de openingspagina van hun website. De belangrijkste aandachtsgebieden voor het bedrijf zijn: “bedrijven in de handels- en grondstoffensector, maar ook technologieën die verband houden met de kapitaalmarkten, beurzen, handelsplatforms, clearing & settlement en brokerage. Bedrijven die geavanceerde IT-infrastructuur bouwen, zijn een ander aandachtsgebied voor ons. Dit kan cyberbeveiliging, cloud-ecosystemen, gegevensverwerking en -opslag, analysetools, ontwikkelingstools en meer omvatten.”  Kort gezegd komt het neer op geld verdienen met geld in het algemeen en flitshandel in het bijzonder.

Dit is allemaal volkomen legaal en als het de 27 jarige een zescijferig salaris oplevert, dan is dat leuk voor de persoon. ‘Volkomen legaal’ wil echter niet zeggen dat het onschadelijk is. Roundup is ook volkomen legaal, het gebruik ervan is weldegelijk schadelijk. Hetzelfde gaat ook op voor veel van die ‘duizenden financiële instrumenten’ waar Optiver ‘tweezijdige prijzen’ voor aanbiedt. De crisis van 2007-2008  werd veroorzaakt door twee van dergelijke producten, de Collaterized Debt Obligations (CDO) en de Credit Default Swaps (CDS). Schade die, om in termen van het Effectief Altruïsme te spreken, verantwoordelijk was voor het verlies van miljoenen Qaly’s. Neem de grondstoffenhandel. Iedereen die de kranten een beetje leest en het nieuws volgt, weet dat de winning van grondstoffen zoals kobalt, nikkel, teerzandolie en vele anderen, de natuur maar ook de mens veel schade toebrengt en dus vele Qaly’s kost. Neemt deze 27 jarige door het werk wat hij doet niet mogelijk meer dan hij met doneren kan geven?

De toekomsten

“Wie bepaalt voor toekomstige generaties hoe hun wereld eruit komt te zien? Moeten die daar zelf niet over meebeslissen? En hoe dan? Want als je nog niet geboren bent, is het lastig meepraten.” Die vragen staan centraal in een interview dat Eva Rovers bij De Correspondent heeft met Roman Krznaric. Een interview met bijzondere redeneringen.

Neem bijvoorbeeld de volgende passage: “Die miljoenen en miljoenen mensen hebben nog geen stem en kunnen dus niet zelf voor hun rechten opkomen, maar zullen wel de gevolgen ervaren van de keuzes die wij vandaag maken.” Die ‘miljoenen en miljoenen mensen’ dat zijn de nog ongeborenen. Logisch dat ze geen stem hebben. Ze zijn er niet, nog niet, net zoals de ‘miljoenen en miljoenen’ die ons vooraf gingen er ook niet meer zijn. Rechten zijn vooral bedoeld om de omgang tussen de levenden te organiseren. Bij rechten in het nu voor iemand die over honderd jaar geboren wordt, kan ik me niets voorstellen. Zij die er nog niet zijn mee laten beslissen, is onmogelijk. Je weet immers niet wie het zijn en hoe ze eventueel denken. Bovendien leidt dit ertoe dat de belangen van de werkelijk levenden ondergesneeuwd raken. De huidige inwoners van het gebied dat nu Nederland heet, zijn waarschijnlijk grof in de minderheid.

Echt bijzonder wordt het als Krznaric het heeft over een denkoefening: “Ik nam ze mee in een denkoefening: doe je ogen dicht en neem een kind in gedachten dat je dierbaar is. Doe een stap naar voren en probeer je dat kind voor te stellen als het 20 jaar oud is. Nog een stap, stel het kind voor als het 40 is, misschien inmiddels zelf kinderen heeft. Bij de laatste stap is dat kind 90 jaar oud. Toen vroeg ik ze om aan een landschap te denken dat hen dierbaar was. Een rivier waar ze als kind in gezwommen hadden, de weilanden waar ze opgegroeid zijn. Mijn laatste vraag is om dan in gedachten naast die 90-jarige persoon te gaan staan en samen uit het raam te kijken. Hoe ziet dat geliefde landschap er dan uit? In welke staat bevindt het zich? Het was ongelooflijk om te zien wat dat deed met mensen, hoeveel mensen moesten huilen.’”  Dat wil ik best aannemen. Ook wil ik best aannemen dat die oefening bij het gros van de mensen eenzelfde soort beeld oproept. Maar wat leert ons de antwoorden op die ene vraag en de beelden die het oproept? Een toekomstbeeld bestaat uit veel meer dan het antwoord op die ene vraag. Het bestaat uit antwoorden op heel veel vragen en al die vragen roepen beelden op en dan wordt het lastig want die antwoorden en beelden kunnen zelfs voor een individu al met elkaar schuren laat staan voor alle mensen.

Vraag een zeventigjarig eens naar dat landschap en die rivier waarin werd gezwommen ( (als die persoon dat al durfde omdat open water in die tijd erg vervuild was). Vraag hem vervolgens ook eens wat hij zou willen missen van hetgeen er sindsdien is veranderd hij had willen inleveren om dat landschap te behouden? Laat ik mijn eigen voorbeeld geven. Ik ben nog geen zeventig dit even terzijde. Mijn jeugd viel samen met schaalvergroting van de landbouw. Het gemengd bedrijf van mijn vader was acht hectare groot met maximaal zestien melkkoeien en ongeveer tien stuks jongvee, zestien varkens en een kip of vierhonderd. Die laatsten gingen er als eerste uit want met fl. 0,12 per ei kon je niets verdienen. Voor de jongere generaties onder de lezers dat is € 0,05 en dat is ongeveer de prijs die de boer nu ook voor z’n ei krijgt. In mijn jonge jaren eind jaren zestig, gaf het gemiddelde gezin 25% van de inkomsten uit een voedsel. Bijna niemand ging op vakantie en als men ging dan naar de camping drie dorpen verderop. De tv begon net aan zijn opmars waarbij we het moesten doen met een handvol zenders. Een handvol omdat we aan de Duitse grens woonden en België niet ver weg was. Van Internet en een computer hadden we nog nooit gehoord en de telefoon van bakeliet hing in de gang en die was niet voor mij als kind bedoeld. Gestookt werd er op kolen want het gas zat nog in de Groningse bodem. Gestookt werd er trouwens alleen maar in de keuken want daar stond het kolengestookt fornuis, en in de woonkamer. Nu naar dat mooie uitzicht in mijn hoofd. Dat uitzicht bestond uit twee boerderijen in een open landschap. Daar ligt nu een woonwijk waar zo’n duizend mensen wonen. Mijn idylle behouden had betekend dat er elders woningen gebouwd hadden moeten worden wat waarschijnlijk ten koste van de idylle van iemand anders was gegaan. Of ten kosten van die duizend mensen die er kwamen te wonen. Maar behoud van die idylle zal waarschijnlijk ook hebben betekend dat we nu veel meer dan de huidige gemiddelde 11% van ons inkomen aan voedsel uit zouden geven. Als je dit gedachte-experiment tot in het uiterste doorvoert, dan ga je uiteindelijk ‘Lucy’ verwijten dat haar generatie of laten we het makkelijk maken haar soort de Australopithecus afarensis uit de boom kwam en rechtop is gaan lopen.

  Net zoals de generaties voor ons, moeten huidige en toekomstige generaties een afweging maken tussen de mensen die nu leven en ‘mogelijke toekomstige mensen’. En net zoals de jonge generaties van nu, zullen de toekomstige jonge generaties de vorige generaties bekritiseren om de gemaakte keuzes. Dit omdat ze met de kennis van dan, in het huidige nu andere keuzes hadden moeten maken. De toekomst is per definitie onkenbaar want vanuit het heden zijn er zeer vele toekomsten mogelijk. Welke het is geworden beschrijven historici achteraf in hun boeken.

Eén en één is twee

“De complexe aard van het probleem vereist actie en leiderschap van individuen en organisaties in alle sectoren van de samenleving. Deze cursus zou op maat worden gemaakt voor elk studieprogramma, met ten minste de basiswetenschap over de opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan, en het bespreken van haalbare mitigatietrajecten en vragen over wereldwijde rechtvaardigheid.” Een passage uit een open brief van Scientist Rebelion Nederland en Scientist for Future Nederland aan de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs. Een bijzondere brief.

Bron: Flickr

In de open brief pleiten ze om: “verplicht klimaatonderwijs op te nemen in alle curricula om studenten vertrouwd te maken met de systemische aard van de klimaat- en ecologische crisis en hen in staat te stellen actie te ondernemen.”  En ze zijn niet de eersten: “Universiteiten in Frankrijk en Spanje hebben al de nodige stappen gezet om een ​​verplichte klimaatcursus in te voeren. Het Nederlandse hoger onderwijs mag niet achterblijven. Studenten in Nederland en de rest van de wereld eisen verandering en het is tijd voor een doortastende reactie.” Ze: “benadrukken dat dit onderwijsvoorstel niet gaat over het promoten van een politieke agenda. De wetenschappelijke consensus over de ernst en de oorzaken van de klimaat- en ecologische crisis is goed ingeburgerd, zoals gedocumenteerd in het IPCC-rapport.”  Geen politieke agenda?

De hele brief is het ‘promoten van een politieke agenda’. Het woordgebruik is politiek geladen. Woorden als klimaat- en ecologische crisis en rechtvaardigheid zijn door en door politiek. Wat rechtvaardig is, hoe een rechtvaardige samenleving eruit ziet en hoe je die moet bevorderen is bij uitstek politiek. Daar zijn, ondanks alle pogingen van filosofen door de eeuwen heen, geen objectieve maatstaven voor. Het woord ‘crisis’ is een waardeoordeel en waardeoordelen zijn bij uitstek politiek. En nee, dit is geen ontkenning van het opwarmen van de aarde noch van de menselijke hand hierin. Hoe anderhalve graad opwarming wordt beoordeeld, of dat een bedreiging is en wat daaraan gedaan moet worden, is bij uitstek politiek. Of daarvoor alle fossiele brandstof moet worden verboden en ingezet op ‘wind en zon’, of er ‘nucleair’ gegaan moet of wat dan ook en of er überhaupt iets moet gebeuren, zijn bij uitstek politieke keuzes.  

Bijzonder is dat de ondertekenaars hetzelfde lijken te willen als de BBB, namelijk iets uit onze democratie halen, zoals ik recentelijk betoogde. Voor BBB hoort landbouw niet op de politieke agenda, dat moet je overlaten aan boeren en agrarische belangenbehartigers want die weten wat goed is. Het is, zoals de partij in haar programma schrijft: onwenselijk om alleen politieke agenda’s te laten beslissen over voedselproductie en waterbeheer. Inhoudelijke (hydrologische) kennis en verstand van zaken is van groot belang. Burgers moeten op de kennis van eigenaren van gronden kunnen vertrouwen.” Deze studenten lijken hetzelfde. Ze: “eisen verandering en het is tijd voor een doortastende reactie.” Ze willen het klimaat uit de politiek halen en overlaten aan de wetenschappers. Die cursus moet namelijk tot die doortastende reactie leiden. Hoe? Nou die komt via die verplichte cursus vanzelf, zo lijken de studenten te denken. Die: “moet een uitgebreid overzicht bieden van de systemische oorzaken en gevolgen van de klimaat- en ecologische crisis en mogelijke oplossingen.” Dit op basis van: De wetenschappelijke consensus over de ernst en de oorzaken van de klimaat- en ecologische crisis”,” want die: “is goed ingeburgerd, zoals gedocumenteerd in het IPCC-rapport.”  Dan is het promoten van een politieke agenda overbodig want op basis van dat IPCC rapport moet iedereen op basis van dezelfde logica wel tot dezelfde conclusie komen. Eén en één is immers twee.

Wellicht is het aan te bevelen om in alle curricula een verplicht deel over de werking van politiek in verschillende samenlevingsvormen op te nemen? Dan wordt duidelijk dat politiek geen natuurwetenschap is en dat in de politiek één plus één tot verschillende tweeën leidt. Dit afhankelijk van de opvattingen van degene die de som maakt.

Umwertung der Werte

In mijn jeugd in het toen nog katholieke zuiden van Nederland ging ik naar de sint. Andreasschool. In mijn geboortedorp werd dit de ‘jongensschool’ genoemd omdat op de school tot een paar jaar ervoor alleen maar jongens zaten. Voor de meisjes was er in die jaren een andere school. Die school heette in mijn tijd de sint Sebastianusschool. Het sint maakt al duidelijk dat het beide katholieke scholen waren en andere keus was er niet in het dorp. De enige sint die ook door niet-katholieken wordt aanbeden in Sint Nicolaas. Katholiek was toen echt katholiek met een pastoor die de godsdienstles kwam geven en ons onder schooltijd voorbereidde op de belangrijke stappen in het leven van een katholiek zoals de eerste communie, het vormsel en de grote communie. Die laatste was bij iedereen de favoriete want dan kreeg je cadeaus. Wat het precies inhield, wist ik toen nog niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Shawintala Banwarie en Kamel Essabane bij De Kanttekening. Een bijzonder betoog.

Bron: Wikipedia

“De afgelopen weken was er veel media-aandacht voor gebedsruimten op openbare scholen en moslimleerlingen die daarom zouden vragen. Openbare scholen zijn – zo oordeelde de Commissie Gelijke Behandeling in 2000 – niet verplicht om een gebedsruimte of stilteruimte in te richten.” Zo beginnen ze hun betoog waarin ze openbare scholen oproepen om gehoor te geven aan de vraag van moslimleerlingen om een stilteruimte waarin ze kunnen bidden.Want: “In feite, is het verzoek van deze moslimleerlingen niet anders dan het verzoek van leerlingen om een voetbalveld te hebben, of een spelruimte.”  Het eerste wat ik dacht toen ik die vergelijking met het voetbalveld las was:  ‘eindelijk mensen die voetbal gelijk stellen aan religie’. Nu even zonder gekheid.

Maar eerst even vooraf. Een openbare school is een school die niet uitgaat van een godsdienst of levensbeschouwing. Naast openbare scholen kent Nederland ook bijzondere scholen. Een bijzondere school gaat uit van en geeft les op basis van een godsdienst of levensbeschouwing.

Dat zoals de auteurs beweren: “het openbaar onderwijs in Nederland zich niet profileert als ‘neutraal’ of ‘religievrij’, maar als ‘actief pluriform’”, houdt nietautomatisch in dat de openbare school zich: “Daarmee committeert (…) aan ruimte bieden aan diversiteit, en dus ook aan levensbeschouwing,” in de vorm van een stilteruimte. ‘Actief pluriform’ betekent dat de school open staat voor iedereen, precies zoals de wetgever van haar vraagt. Een openbare school is toegankelijk voor ieder kind. De enige reden waarom een school een kind kan weigeren is als er geen plek meer is. Dit in tegenstelling tot een bijzondere school. Die kunnen van ouders eisen dat zij de ‘grondslag’ waarop de school is gebaseerd, onderschrijven.

Dit is niet de enig, om Nietsche te parafraseren, Unmwertung der Werte, die de beide auteurs hanteren. “Heeft het wel of niet kunnen bidden of mediteren op school effect op het welzijn van leerlingen die daar behoefte aan hebben? Heeft het beperken van religieuze expressie effect op de persoonlijke ontwikkeling en burgerschapsvorming van leerlingen? Heeft het beperken van zelfexpressie effect op hun leerprestaties? Ervaren leerlingen die willen bidden religie als een keuze, of als een essentieel onderdeel van hun identiteit? Zouden sommige leerlingen liever op school bidden dan in de buurtmoskee? De vragen stellen is hen beantwoorden.” Toch vreemd om scholen die duidelijk aangeven waar ze voor staan, namelijk open voor iedereen en niemand een bijzondere behandeling, te verwijten, want dat doen de auteurs, de leerprestaties en burgerschapsvorming van kinderen te belemmeren door stilteruimtes te weigeren. De vraag om een stilteruimte is een vraag om een voorkeursbehandeling en daaraan doet het openbaar onderwijs niet.

Ze gaan verder: “dat openbare scholen vooral met goed onderwijs bezig moeten zijn en niet met religieuze behoeften, negeert de pedagogische en burgerschapsopdracht van het onderwijs.” Een volgende bijzondere verdraaiing. De pedagogische en burgerschapsopdracht van het onderwijs is verwoord in de kerndoelen en dan vooral kerndoel 43: “De leerling leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing in Nederland, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.” Dus om leerlingen bij te brengen dat er verschillende manieren zijn om naar de wereld te kijken en te respecteren dat niet iedereen dezelfde opvattingen heeft. Doel van het Nederlandse onderwijs is niet de ‘religieuze behoefte van een leerling te bevredigen. Net zoals het ook geen doel van het onderwijs is om de sportieve of muzikale behoefte van een leerling te bevredigen.

Echt lachwekkend wordt het in de laatste alinea van hun pleidooi. Als de auteurs de volgende vraag stellen: “Willen openbare scholen een verlengstuk zijn van het neoliberalisme dat enkel gericht is op presteren en economische bijdrage, of willen ze staan voor persoonlijke vorming en burgerschapsvorming?” Dat is nogal een verwijt. Openbare scholen hangen dus toch een ‘ideologie’ aan, het neoliberalisme, en leiden kinderen op tot ‘werkslaven’.  

De meest bijzonder Umwertung der Werte is dat de auteurs de bijzondere scholen spiegelen. Daar waar bijzondere scholen van ouders en leerlingen kunnen vragen om de grondslag van de school te onderschrijven, verwachten zij dat een openbare school de ‘grondslag’ van ouders en kinderen onderschrijft. Dat is iets wat het openbaar onderwijs bij wet niet kan en mag.

Hulde aan Redouan El Yaakoubi

Groepsdruk: “sociale dwang binnen een groep waardoor iemand tot bepaald gedrag kan vervallen.” We hebben er allemaal wel eens mee te maken. We geven er vast ook allemaal wel eens aan toe. Soms met tegenzin andere keren omdat het onderwerp de ellende van het niet toegeven niet waard is. Soms geven we er niet aan toe en verzetten we ons. De voetballer Redouan El Yaakoubi, tot voorkort aanvoerder van eredivisieclub Excelsior gaf recentelijk een mooi voorbeeld hiervan.

De Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB) voert sinds enkele jaren onder de vlag van OneLove een: “campagne van het voetbal vóór verbinding en (dus) tegen elke vorm van discriminatie.” Onderdeel van die campagne is een actie waarbij in een bepaalde speelronde de spelers van beide teams voor de start van de wedstrijd achter een spandoek gaan staan en alle aanvoerders wordt gevraagd om met een ‘Onlove-aanvoerdersband’ te spelen. En in het weekend van 18 en 19 maart was het weer zover. In stadion De Koel zag ik er 19 maart alle spelers en ook de eerste tot en met vierde man plaatsnemen achter zo’n spandoek. Een dag eerder, op een ander veld, gebeurde iets bijzonders. Bij de wedstrijd van Excelsior tegen Cambuur weigerden twee spelers achter het dok plaats te nemen. Een ervan was aanvoerder Redouan El Yaakoubi. En niet alleen ging hij niet achter het doek staan, hij speelde ook niet met de speciale OneLove-aanvoerdersband maar met een band met het woord respect op. Dit alles was voor zijn club Excelsior aanleiding om met hem in gesprek te gaan en resultaat van dat gesprek is dat hij niet langer aanvoerder is.

Met een eerste, vluchtige blik denk je: wie is er nu tegen verbinding en discriminatie? Dus waarom doe je niet mee aan die actie? Ja, waarom niet? Hoe goed een actie ook is, het is aan ieder persoon zelf om af te wegen eraan deel te nemen. Bijzonder aan deze actie is dat degenen die de actie bedenken en die vinden dat ze gevoerd moet worden, de actie niet voeren. Het zijn niet de bestuurders van de KNVB die de actie moeten dragen. Nee, zij besteden de ‘hete kolen’ uit aan anderen. Ze besteden het via de clubs, uit aan voetballers van de clubs en de aanvoerders in het bijzonder. De bond zegt daarmee: ‘wij willen via jullie goede sier maken’. Of zoals El Yaakoubi het in een interview zegt: “Nu lijkt het voor mij meer op een marketing stunt.”

Bij dat uitbesteden komt groepsdruk om de hoek. Want hoe vrij ben je als speler in het algemeen en als aanvoerder in het bijzonder om te kiezen of je al of niet deelneemt? Je werkgever, want dat is een club, wil dat jij als werknemer actie gaat voeren voor iets. Hoe vrij is je keuze als degene die je salaris betaalt je ‘vraagt’ om actie te vooern? Maar dat is nog niet alles. Als speler van een profclub sta je voor tv camera’s. Hoe vrij voel jij je als speler om nee te zeggen en niet achter zo’n doek te gaan staan als het gevolg daarvan is dat jij moet uitleggen waarom je niet deelneemt? Bij normale acties zijn het de actievoerders die moeten uitleggen waarom ze actievoeren. Dat is hier niet het geval. Een dergelijke manier van actievoeren legt, in mijn ogen, ontoelaatbare druk op iemand. Dit is niet de manier om actie te voeren hoe goed je doel ook is.

Gelukkig is er dan iemand als Redouan El Yaakoubi die in het al aangehaalde interview helder uitlegt waar de schoen wringt. Hulde.

Grondrechten, meningen en fatsoensnormen?

In een artikel bij De Kanttekening stelt Mariska Jansen de vraag of het verbranden of verscheuren van de koran verboden moet worden. In het artikel doet, hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging de volgende uitspraak: “Bij het verscheuren en verbranden van de koran raken twee grondrechten in botsing. De vrijheid van meningsuiting om te kunnen zeggen wat je wil, versus de vrijheid van godsdienst.” Botsen er twee grondrechten bij het verbranden van een koran of welk heilig boek dan ook?

Artikel 6 van onze grondwet regelt dat ieder in ons land het recht heeft: “zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Het volgende, zevende, artikel regelt de vrijheid van meningsuiting. In het eerste lid de vrijheid van drukpers, het tweede de inhoudelijke vrijheid voor het uiten van meningen via tv of radio en het derde via welk ander middel dan ook. Het vierde lid regelt dat de eerste drie niet van toepassing zijn op het maken van handelsreclame[1].

Als iemand een bijbel of een koran verscheurt en verbrandt omdat die persoon vindt dat deze boeken mensen bedriegen of niet deugen of wat dan ook, dan uit de persoon zijn mening. Dit verscheuren en verbranden belet niemand om christen of islamiet te zijn en dat geloof te belijden. Beide artikelen geven het individu rechten. Van een botsing van grondrechten is, naar mijn opvatting, geen sprake. Ze zouden botsen als ze een individu voor het blok zetten. Niet als twee individuen met elkaar botsen. Beide individuen hebben immers dezelfde rechten. In dit geval worden de grondrechten van beide personen gerespecteerd. De vrijheid van meningsuiting van een persoon kunnen niet botsen met de vrijheid van godsdienst van een ander. Net zoals mijn vrijheid van meningsuiting niet kan botsen met die van jou. Er botsen geen grondrechten.

Wat er wel botsen, zijn meningen. De mening van de een dat een boek heilig is met de mening van een ander dat het mensen bedriegt. Beide meningen mogen er zijn en mogen worden geuit. Wat er ook botst, zijn fatsoensnormen. Fatsoensnormen over hoe we met elkaar en elkaars meningen en met boeken omgaan.  


[1] https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/2023-02-22

It’s the ambtenaar, stupid!

Bij De Correspondent besteedt Rutger Bregman een artikel aan Rob Mather. Rob wie? Was ook het eerste wat ik dacht. Mather is de man achter de Against Malaria Foundation. Een organisatie die geld ophaalt om er muskietennetten van te kopen en die in malariagebieden uit te delen. Het artikel past in Bregmans pleidooi voor altruïsme maar dan wel van het ‘effectieve’ soort zoals dat wordt verkondigd door William Macaskill in zijn boek Doing Good Better.  Nu is er op dat denken het nodige af te dingen zoals ik in een bespreking van dat boek liet zien. Mathers organisatie is transparant want, aldus Bregman: “vertrouwen is goed, maar data zijn beter.” Logisch toch?

Die netten zijn een eenvoudige manier om je te beschermen tegen malaria. De muggen die de ziekte overbrengen passen niet door de gaatjes in de netten dus kun je er veilig onder slapen. Natuurlijk kun je ook malaria oplopen als je niet slaapt. Muggen steken immers niet alleen als je ligt te slapen. Maar de netten helpen wel om het aantal ziekte- en sterftegevallen te verminderen. Maar daar gaat het me niet om. Het gaat mij om ‘vertrouwen is goed, data zijn beter.’

Data zijn tegenwoordig ‘big business. Zo big dat ook overheden zich er met enthousiasme op storten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft zelfs een boekwerk met als titel Data gedreven werken. Wat is er voor nodig?  Waarom data gedreven werken? “ Voor een veiliger en rechtvaardigere samenleving doordat data gedreven werken het ministerie in staat stelt gerichter te reageren, beter beleid te ontwikkelen en efficiënter te werken.[1]   Wat is het data gedreven werken? “Data gedreven werken is werken op basis van feiten uit de samenleving, die verzameld worden in de vorm van data, geanalyseerd worden naar informatie, samen met domeinkennis op de juiste manier geïnterpreteerd worden naar bruikbare inzichten, en om op basis van deze inzichten een zo geïnformeerd mogelijk besluit te nemen wat een hogere waarde geeft voor de samenleving.[2] Dit: “Om meer doelgericht, vollediger en adequaat beslissingen te nemen op alle niveaus.[3]” De plaatjes bij de tekst (zie de afbeelding hierboven) maken duidelijk hoe dat zou moeten werken: Vanuit de samenleving worden data verzameld. De data worden geanalyseerd en dat levert informatie op. De informatie interpreteer je en dat leidt tot inzicht en op basis daarvan wordt dan een ‘rechtvaardig’ besluit genomen. De rol van kennis, ervaring en inzicht van de erbij betrokken mens, elementen die nu een belangrijke rol spelen, worden minder belangrijk. De data spreken immers[4]. Logisch toch?

Nou nee. Data spreken niet. Ze spreken pas na een goede analyse die leidt tot een theorie. Een theorie die samenhang tussen de data veronderstelt en die vervolgens proefondervindelijk getest kan worden waarbij ze geldig is totdat ze wordt weerlegd. Daarbij is het, volgens de filosoof Karl Popper, de opdracht van de wetenschapper om de theorie te falsificeren, haar ongeldigheid aan te tonen. Wat ik in die plaatjes mis, is dat die analyse staat of valt met de kennis, ervaring en het inzicht van degene die de analyse uitvoert. Het is de mens die de verklarende theorie opstelt. Een computer, zelfs de meest slimme artificiële intelligentie, kan dat niet. Die komt niet verder dan correlatie tussen reeksen data. Die kan hooguit laten zien dat er correlatie is tussen het aantal verdrinkingsdoden en de ijsjesconsumptie. Die kan zelfs laten zien dat er correlatie is tussen de buitentemperatuur, de ijsjesconsumptie en het aantal verdrinkingsdoden. Die zal op basis van deze reeksen concluderen dat er geen ijsjes meer mogen worden verkocht, dat er maatregelen moeten worden genomen om het kouder te laten worden of dat mensen niet meer in water mogen. Die zal nooit tot de conclusie komen dat zwemles de oplossing is voor het aantal verdrinkingsdoden. Een recent voorbeeld dat laat zien hoe ‘data gedreven werken’ gruwelijk fout kan gaan, is ‘de toeslagenaffaire’. Op basis van correlatie werd een grote groep mensen weggezet als fraudeur. Er was geen causaal verband tussen ‘huidskleur’ of ‘huisje in het buitenland’ en misbruik maken van de kinderopvangtoeslag.

“Meer inzichten komen vanuit data. Hierdoor zijn de inzichten beter onderbouwd. Dit leidt tot meer doelgerichte, volledige en adequate beslissingen waardoor de beoogde waarde beter wordt behaald.[5] zo lees ik in het boekwerk. En dan maak ik me echt zorgen. Data geven geen inzicht. Mensen brengen door middel van analyse inzicht. Er is geen causaal verband tussen meer ‘waarde in de vorm van rechtvaardige besluiten’ en de hoeveelheid data die je ontsluit. Er is wel een causaal verband tussen de meer ‘waarde in de vorm van rechtvaardige besluiten’ en ‘door rechtvaardigheid gedreven ambtenaren die de analyse uitvoeren en de informatie interpreteren.’ Meer Sandra Palmens, de jurist bij de Belastingdienst die al in 2017 een memo schreef en daarmee de kat de bel aanhing. Maar met wiens advies niets werd gedaan.

Bij de overheid zouden waarden centraal moeten staan en niet de data. Om de uitspraak waarmee Bill Clinton de oudere versloeg Bush, te verhaspelen: ‘it’s the ambtenaar stupid! Die zorgt voor waarden gedreven en rechtvaardige besluiten. Niet data.


[1] https://open.overheid.nl/documenten/ronl-7cdd61bf-c43c-4cf8-a054-86dfe1a49951/pdf pagina 8.

[2] Idem pagina 9

[3] Idem pagina 10

[4] Idem, zie figuur op pagina 10 of de afbeelding in dit bericht

[5] Idem pagina 10