La politique est comme l’oiseau de Twitter

In de Volkskrant schrijft student entrepreneurship Lex Cornelissen over onze representatieve democratie. “Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen,” aldus Cornelissen en hij is niet de enige die met dit soort analyse komt. Verouderd omdat eens in de vier jaar stemmen wel erg weinig is, politieke partijen hun aantrekkingskracht verliezen en de kloof tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden maar blijft groeien. Een stelsel dat verrijkt zou moeten worden met referenda.

StromaeIllustratie: www.a113animation.com

In Kloof en Tautologie met gevolgen heb ik al vragen gesteld bij het dichten van de kloof tussen volksvertegenwoordigers en de vertegenwoordigden. In Kater stond de vraag centraal hoe we voorkomen dat besturen per het feest van het referendum uitdraait op een maatschappelijke kater. Nu nog meer vragen.

“Pap ik wil later een carrière bij de  georganiseerde misdaad,” zo viel te horen in een sketch van Komt een man bij de doktor. Waarop de vader vroeg:”Wil je dan bij een bank werken of in de politiek? Humor maar met een kern van waarheid omdat er wordt gerefereerd aan de veronderstelde onbetrouwbaarheid  van politici en bestuurders.

Politiek is verworden tot het verkopen van wasmiddel. Het is een reclamespot geworden waarbij het kleine beetje eventuele inhoud naar de achtergrond is verdwenen. Dus lijkt Cornelissen gelijk te hebben. Lijkt, want is dat gebrek aan vertrouwen wel het gevolg van het politieke systeem, van onze representatieve parlementaire democratie? We hebben het systeem al sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917. Als het aan het systeem zou liggen, had dat wantrouwen dan niet eerder naar boven moeten komen?

Zou het wantrouwen niet een gevolg zijn van het verdwijnen van de grote verhalen waardoor politiek is verworden tot een onsje economische groei? Zijn de werkelijke beginselen als leidraad voor het handelen niet verdreven door de verkiezingsprogramma’s en vooral  hun doorrekening door het CPB? Zou een structuuraanpassing dit cultuurprobleem oplossen?

Zou het verschil in snelheid tussen de media en de bedachtzaamheid die goede politieke besluiten vragen niet het echte probleem zijn? Vraagt politiek niet meer tijd dan een halve minuut of 140 tekens? Vloekt de parlementaire democratie niet met de Twittercratie?

 

Voor de liefhebbers Carmen van Stromae

Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?

De ezel en de steen

“Geschiedenis herhaalt zich op de keper beschouwd nooit, zo simpel is dat. Wie dat denkt, gaat ervan uit dat je nieuwe ziekten het best met oude medicijnen kunt bestrijden.” Woorden van toekomstonderzoeker en econoom Patrick van der Duim in de Volkskrant. Van der Duim pleit voor veel minder aandacht voor de geschiedenis bij het nemen van beslissingen die onze toekomst moeten bepalen. Volgens Van der Duim is er een automatische nadruk op historische continuïteit en wordt het nieuwe, dat vaak ongrijpbaar is, genegeerd en hebben lessen uit het verleden daarom beperkte waarde.

 

verleden heden toekomstIllustratie:www.spirithunters.nl

Veel mensen gaan er inderdaad van uit dat de geschiedenis veel op het verleden lijkt. Daar heeft Van der Duim een punt. Om bij Van der Duims vakgebied te blijven, groeit de economie, dan zal dat zo blijven en zijn ze verbaasd als er plotseling een teruggang is. De geschiedenis leert echter dat economieën ook kunnen krimpen, dat rijke gebieden kunnen verarmen. Democratie lijkt nu heel natuurlijk en gewoon, maar of dat zo blijft? Hebben we hierover zekerheid? De mens heeft langer geleefd zonder dan met. Leert de geschiedenis ons niet dat perioden van relatieve vrede worden afgewisseld met perioden van oorlog? Dat perioden van nadruk op het individu worden afgewisseld met perioden waarbij het collectief centraal staat?

‘Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.’ Om te voorkomen dat hij zich geen tweede keer stoot, moet de ezel wel leren van zijn fouten uit het verleden. Inderdaad herhaalt de geschiedenis zich nooit precies, de uitkomst is altijd iets anders. Maar het blijven mensen die erbij betrokken zijn. Door het bestuderen van de handelingen, het denken van de erbij betrokken voorvaderen en de uitkomsten ervan, kunnen we inzicht krijgen in hoe mensen in bepaalde omstandigheden reageren. Zou die informatie niet nuttig kunnen zijn bij besluiten die we nu moeten nemen? Wellicht kun je de nieuwe ziekte niet met oude medicijnen bestrijden, maar zouden die medicijnen niet een goed aanknopingspunt bieden bij het zoeken naar het nieuwe medicijn? Moet je anders niet steeds opnieuw beginnen? En kost het dan niet veel tijd om weer tegen dezelfde problemen aan te lopen?

Heeft de Amerikaanse filosoof George Santayana niet een punt toen hij schreef: “ Those who do not know history’s mistakes are doomed to repeat them”?

246 soorten kaas

In gesprek met een medelezer van de Correspondent stelde deze de volgende vraag: “Wat ik mij hierbij dan wel altijd afvraag is, waarom het al die Arabische landen in de periode van de dekolonisatie nooit gelukt is een goed en sociaal onderling samenwerkingsverband te organiseren. 

KaasIllustratie: petersekaas.nl

Een interessante vraag en dan is een woordenboek soms verhelderend. Je kunt de betekenis van een woord opzoeken. Land leverde niet veel op dus toen maar een equivalent, staat, opgezocht: “door een geordend gezag geregeerde en bestuurde volksgemeenschap. Belangrijk woord in deze verklaring is volksgemeenschap en dus het woord volk. Dit woord kent meerdere verklaringen waarvan de eerste luidt: “historisch gegroeide gemeenschap van erfelijk verwante mensen met min of meer gelijke taal en gewoonten.”  Vooral het ‘historisch gegroeid’ is interessant.

Na de val van het Ottomaanse rijk in 1914, verdeelden Engeland en Frankrijk wat wij het Midden Oosten noemen, onder elkaar. De grenzen zijn behoorlijk willekeurig. Je kunt dit zien aan de rechte lijnen die lengte en breedte graden volgen. Daarom wonen er zoveel verschillende stammen in een land en is een stam vaak verdeeld over meerdere landen. Na de kolonisator, de gemeenschappelijke vijand, eruit te hebben gegooid, moesten ze plotseling een land zijn en dat waren ze nooit geweest.

Na dit stukje geschiedenis terug naar de vraag waarom deze landen niet goed onderling kunnen samenwerken. Land of natie is een Westerse uitvinding. De rest van de wereld had stammen die soms rijkjes en rijken vormden. Maar het leven speelde zich vooral af in de eigen stam. Zou het niet kunnen zijn dat de stap van stam naar volk en land niet is gezet? Zou het misschien kunnen zijn dat er geen ‘historisch gegroeide gemeenschap’ is in wat wij zien als een land? Wat bond hen behalve de vrees voor een dictator? Of zoals Generaal De Gaulle het ooit gezegd schijnt te hebben toen hij over Frankrijk sprak: “Het is moeilijk een land te regeren dat 246 soorten kaas heeft.”

In West Europa hebben we er enkele eeuwen over gedaan om een land of natie te worden. En vervolgens kostte het ons ongeveer een eeuw en twee wereldoorlogen om tot samenwerking tussen landen te komen. En gaat die samenwerking niet nog steeds met horten en stoten?

Kijken en gebruiken we misschien het verkeerde frame? Zou het kunnen zijn dat zij zich zien als lid van een stam en niet als ‘Syriër, Libiër of Irakees?  Zou het kunnen dat land, natie en staat niet in hun denken voorkomen? Zouden we ook nu kunnen leven zondere begrippen als land en staat?

Leef vanuit je verbeelding

“Christopher Columbus, ontdekkingsreiziger of massamoordenaar?” De kop boven een artikel op de opiniesite Joop. En: “Er klinkt zelfs de roep om een standbeeld voor Nathuram Godse, de man die op 30 januari 1948 Mahatma Gandhi doodschoot,” uit een artikel van de Correspondent over hindoenationalisme. Twee heel verschillende onderwerpen uit verschillende landen, met toch overeenkomsten. Welke?

verbeeldingIllustratie: www.ontwikkelzin.nl

De hindoesnationalisten willen een andere ‘officiele’ geschiedenis van India. Een geschiedenis waarin zij de hoofdrol spelen.  Hetzelfde kan gezegd worden met betrekking tot Columbus. De geschiedenis moet worden veranderd in de richting die past in een bepaald straatje.

Is het passend om het verleden en personen uit het verleden te beoordelen met de normen en waarden van het heden? Neem Columbus, de man zal beslist zijn goede en slechte kanten hebben gehad. Er zullen tijdens zijn expedities best doden zijn gevallen. Maar dat was vroeger redelijk gewoon. Niet alleen in Europa, maar overal ter wereld was het een stuk gewelddadiger dan nu. Daar maalde men toen niet om. Niet in Spanje, maar ook niet op de Noord Amerikaanse vlaktes. Dat was de wereld waarin Columbus moest overleven. Moeten we personen en gebeurtenissen uit het verleden niet in hun tijd zien en beoordelen?

Wordt Columbus niet gebruikt om in een huidige discussie mensen een schuldcomplex aan te praten en monddood te maken? En geldt dit ook niet voor de hindoenationalisten die via een ‘nieuwe’ geschiedenis aan willen tonen dat zij de echte rechtmatige Indiërs zijn?  Willen deze partijen het verleden veranderen en zo nu hun ‘almacht’ vestigen? Willen ze, om dat te bereiken, aantonen dat zij altijd al ‘gelijk’ hadden? Dat zij altijd al de ‘goeden’ waren? De goeden die door de anderen slecht werden behandeld? Of sterker, dat de anderen de slechten waren en zijn, en zich moeten verexcuseren voor een verre voorvader? Of erger nog, aangepakt mogen worden? Zou het niet gevaarlijk kunnen zijn om de geschiedenis zo te gebruiken?

Een goed advies van zelfhulpgoeroe Stephen Covey voor al deze geschiedveranderaars: “Leef vanuit je verbeelding, niet vanuit je geschiedenis.”

Geschiedmisbruik

De democratie deels opheffen van landen die EU-hulp krijgen. Daarvoor pleit Harry Verbon, hoogleraar in de economie. Hij heeft hierbij Griekenland op het oog en beargumenteert dit met de Griekse monetaire geschiedenis, waarbij vooral democratische periodes een stijging van de staatsschuld lieten zien.

Harry Verbon(foto: www.tilburguniversity.edu)

Over de negentiende eeuw schrijft hij: “Uit (…) verzamelde gegevens blijkt dat in de 19de eeuw de Griekse schuld vrijwel voortdurend hoger was dan het nationaal inkomen, op de top zelfs vier keer zo hoog.” Griekenland stond daarin niet alleen. Nederland had die eeuw bijna altijd een staatsschuld die boven het nationaal inkomen lag. Met als topper de 245% van het jaar 1834. Zie hiervoor het CBS-rapport: De naakte feiten over de Nederlandse staatsschuld. Net als in Nederland werd in Griekenland in die tijd strijd geleverd voor meer democratie en de democratie was hierbij aan de winnende hand en ook in Nederland fluctueerde de staatsschuld.

Iets verder in de tijd verwijt Verbon de Grieken dat ze tijdens de crisis van de jaren dertig de drachme lang aan het goud gekoppeld lieten, wat tot grote economische ellende leidde. Griekenland stond hierin niet alleen. Neem Nederland dat in 1925 de goudkoppeling herstelde. Dit, omdat deze tijdens de Eerste Wereldoorlog was losgelaten. Pas in 1936, als een van de laatste landen in de wereld, werd de gulden weer losgekoppeld.

En tijdens het Kolonelsregime bleef de staatsschuld ‘ongrieks’ constant, aldus Verbon. Om vervolgens onder de democratie vanaf 1974 weer te stijgen. Nederland kende geen ‘kolonels’ maar de staatsschuld laat dit patroon ook voor Nederland zien.

Verbon maakt misbruik van de geschiedenis door er selectief en zonder context in te winkelen. Hij zal met betere of liever echte argumenten moeten komen.

Prikker, donderdag 27 augustus 2015

Historisch onderzoek

“Op een allesomvattend historisch onderzoek naar de militaire acties in Indonesië is door historici meermalen aangedrongen, maar tot dusver tevergeefs. Het wordt tijd dat de belemmeringen voor grootschalig onderzoek worden weggenomen, zodat Nederland met zijn onverwerkte koloniale verleden in het reine kan komen,” zo schrijft Hans Wansink in De Volkskrant. Als historicus juich ik het toe als collega’s onderzoek doen naar gebeurtenissen uit het verleden en zo proberen te achterhalen wat er is gebeurd en waarom. Ik vrees echter, dat dit in het reine komen er nooit van zal komen. Waarom niet?

Geschiedenis(foto: nl.wikipedia.org)

Historici proberen een gebeurtenis zo goed en kwaad mogelijk te beoordelen op hun eigen merites. Dus in hun eigen tijd met de waarden en opvattingen van toen, niet met de waarden en opvattingen vanuit een heden. Probleem is echter dat er iedere dag ‘nieuw verleden’ ontstaat. Het ‘oude verleden’ wordt gezien als een stap of voorfase die leidde tot dit ‘nieuwe’ verleden.

Onze kijk op vroegere gebeurtenissen is daarmee geen vaststaand iets. Deze verandert door de jaren. Zo leidde andere opvattingen over slavernij, tot een andere kijk op het verleden. De acties van bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Coen (VOC gouverneur-generaal voor onder andere Indië), werden jarenlang ‘bejubeld en beloond’ met straatnamen en beelden. Nu wordt er schande van gesproken. Kijken we bijvoorbeeld naar de natiestaat. Nu staat de natiestaat centraal in ons denken en in de manier waarop we naar het verleden kijken. Alles wordt nu met een nationale bril bekeken en beschreven. Tot eind 18e eeuw bestond hij nog niet. In Afghanistan en wat we nu het Midden-Oosten noemen, lijkt de natiestaat te verdwijnen. Als dat zich doorzet, dan zal de natiestaat een voorstadium worden van het nieuwe. Hoe zou dan naar de militaire acties in Indonesië worden gekeken?

Het verleden mag dan wel voorbij zijn, het zal nooit ‘verwerkt’ zijn.

Prikker, dinsdag 18 augustus 2015