Het nieuwe normaal

In het leven is maar één ding zeker en dat is dat het eindigt met de dood. Tenzij …. Tenzij de dood een overgang is naar een nieuwe staat van zijn, de opname in de hemel, de poort naar een nieuw leven via reïncarnatie. Wat mij betreft komt die nieuwe staat van ‘zijn’ het dichtstbij mijn beeld. Namelijk als meststof voor nieuw leven. In de kist onder de grond langzaam vergaand en opgegeten worden door allerlei insecten. Of na crematie onbrandbare mineralen die, als ze worden uitgestrooid en niet in een pot worden bewaard, weer aan de bodem worden toegevoegd. Op allebei de manieren wordt ‘The Circle of Life’, om de titel van die Disneyklassieker te gebruiken, in stand gehouden. Waarom begin ik hierover?

Bron: Pixabay

De aanleiding hiervoor is te vinden in een bericht van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard. Volgens Van der Galien is er: “iets heel aparts aan de hand in Nederland. In oktober is de oversterfte serieus hoog geweest. Er werd melding gemaakt van 1.250 meer overlijdens dan verwacht. Voor iemand roept dat dit natuurlijk door corona moet komen: het RIVM meldde in diezelfde maand maar 233 corona-sterfgevallen. Hmm.” Want, zo redeneert Van der Galien: “ het RIVM zegt dat 1 mens overleden is aan corona (dan) maakt het CBS daar zeg maar 2 van. Maar als we de 233 coronadoden verdubbelen komen we alsnog maar uit op 466 sterftegevallen door Covid-19. Dan zijn er nog steeds 800 extra overlijdens in oktober die niet verklaard kunnen worden.” Nou ja niet, Van der Galien: Thierry Baudet heeft wel een suggestie of twee,” en verwijst naar een twitterbericht waarin Baudet de volgende verklaring geeft: “Oversterfte schiet omhoog. Niet door corona, maar hoogstwaarschijnlijk door de vaccins. De staatsgezinde media wringen zich in alle bochten om het tóch op corona te gooien, terwijl daar nul basis voor is. En geen woord over de enge gentherapie!”

Nu zijn Baudet en statistieken geen goede combinatie. Zo dook wetenschapsjournalist Maarten Keulenmans in de cijfers achter een tabel waarmee Baudet in de Kamer stond te zwaaien. Uit die grafiek moest blijken dat je je beter niet kon laten vaccineren want in het Verenigd Koninkrijk betrof 75% van alle ziekhuisopnamen vanwege corona van alle sterfgevallen was 85% gevaccineerd. Niet vaccineren dus! Cijfers die kloppen volgens Keulemans. Alleen is dat maar het halve verhaal. Van de niet gevaccineerde mensen belande in de betreffende periode zo’n 37 van de 100.000 niet gevaccineerde mensen in het ziekenhuis en stierven er zo’n 23 van de 100.000 tegenover respectievelijk 14 en 8 van de mensen die zich wel hebben laten vaccineren.

Maar terug naar de oversterfte in oktober. Het Centraal Bureau voor Statistiek houdt nauwkeurig bij hoeveel mensen er sterven en inderdaad stierven er dit jaar, net als vorig jaar veel meer mensen dan in eerdere jaren. 2021 is nog niet voorbij, maar in 2020 waren er bijna 17.000 meer sterfgevallen te betreuren dan in 2019. An als je de cijfers vanaf 1995 bekijkt dan zien we dat er zo vanaf 2015 iets bijzonders aan de hand is. In dat jaar waren er zo’n 7.000 sterfgevallen meer te betreuren dan gemiddeld in de jaren ervoor. Die stijging is niet te danken aan mensen tot 65 jaar. De sterfte onder deze groep toont een langjarig dalende lijn met alleen in 2020 ene kleine stijging van zo’n 700 sterfgevallen. Dit zou het coronaeffect kunnen zijn. De sterfte onder 65 tot 80 jarigen daalde van 1995 van ongeveer 48.000 tot bijna 40.000 in 2009 om daarna weer te stijgen tot bijna 46.000 in 2019 en ruim 51.000 in 2020. Ook dit zou het gevolg kunnen zijn van corona. De sterfte van mensen van 80 jaar en ouder stijgt al jaren van bijna 62.000 in 1995 tot ongeveer 85.000 in 2019 en in 2020 ruim 95.000. Ook die forse stijging zou voor een deel door corona verklaard kunnen worden.

Er is echter nog een veel logische reden voor de ‘oversterfte’. We zagen dat de sterfte onder de groep van 65 tot 80 in 2009 omsloeg in een stijging en de sterfte onder 80 plussers stijgt als sinds 1995. Die omslag bij de 65 tot 80 jarigen is interessant. Die valt namelijk zo goed als samen met het 65 jaar worden van de mensen die na 1940 werden geboren. Nu kennen we allemaal het begrip babyboomer. Mensen geboren direct na de Tweede Wereldoorlog. En hoewel babyboomers geboren zijn tussen 1946 en 1955 hield die geboortegolf nog aan tot begin jaren zeventig. Minder bekend is dat die golf al zo rond 1940 begon. Ja, jullie lezen het goed, in de oorlogsjaren werden er meer kinderen geboren dan in de voorafgaande periode. Zo werden er in 1944 220.000 kinderen geboren tegenover 181.000 in 1939. En laat nu net die mensen zo in 2009 toetreden tot die groep 65 plussers en daarmee werd die groep flink uitgebreid. Dat verklaart de stijgende sterfte onder die groep. Zou die ‘oversterfte’ niet veeleer het ‘nieuwe normaal’ zijn in plaats van een afwijking van het normaal? Dit omdat, zoals ik begon, er in het leven één zekerheid is en dat is dat het eindigt met de dood. En hoe ouder je wordt, hoe groter de kans dat Magere Hein met zijn zeis je komt halen. En hoe meer ouderen, hoe meer werk hij heeft.

Een unieke eenheidsworst

“Ga dat je personal coach en je stijladviseur maar wijsmaken! Meer eenheidsworst dan in deze tijd heb ik de hele 20ste eeuw niet gezien.” Deze woorden legt Olaf Tempelman in zijn wekelijkse humoristische column Op het tweede gezicht in de mond van de Engelse koningin Elisabeth II. Tempelman fingeert een gesprek tussen de koningin en haar schoondochter Kate Middleton die in dat gefingeerde gesprek aangaf dat tegenwoordig: “authenticiteit juist veel belangrijker dan vroeger,” is. Bij het lezen van deze passage moest ik denken aan het boek The Society of Singularities van Andreas Reckwitz. In twee eerdere Prikkers schreef ik al over dit boek. Een boek waarin Reckwitz de laat-moderne tijd waarin we nu leven beschrijft als een streven naar het unieke en bijzondere: unieke en bijzondere producten, gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Reckwitz schrijft precies over die  authenticiteit die ‘juist veel belangrijker is dan vroeger’. Hoe is dit te rijmen met de ‘eenheidsworst’?

Bron: Pixabay

Het simpele antwoord. Als iedereen streeft naar authenticiteit dan is dat streven de eenheidsworst. Dat is een te makkelijke verklaring. Volgens Reckwitz streven we, ten minste een deel van ons en daar kom ik later nog op terug, naar uniciteit door die unieke spullen, door deel te nemen aan unieke gebeurtenissen en unieke plekken te bezoeken, door op unieke plekken te gaan wonen, in unieke huizen en die uniek in te richten en door al die unieke zaken met unieke verhalen aan elkaar te praten. Alles wat we doen moet bijzonder zijn en zo proberen we een unieke identiteit op te bouwen. Reckwitz noemt dit de nieuwe middenklasse. Die we is een middenklasse van hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen.

En daarmee kom ik bij de betekenis die Van Dale geeft aan het woord authentiek en dat is “betrouwbaar, geloofwaardig.” Als anderen je authenticiteit geloofwaardig vinden dan ben je authentiek. En daar komen we bij de ‘eenheidsworst’. Als je authenticiteit niet wordt gezien, dan behoor je met je ‘bijzondere en unieke’ huis, ervaringen, vakanties, verhalen enzovoorts tot de eenheidsworst. Authentiek is echter alleen authentiek als anderen het als uniek waarderen. Of jij een authentieke persoon bent, hangt dus van anderen af. Bovendien kan je authentieke van de ene op de andere dag verdwijnen en dan blijf je achter met de gebakken peren. Dan lig je eruit, dan word je gecanceld om die term maar eens te gebruiken. Hoe dat werkt kan de Amerikaanse komiek David Chapelle je waarschijnlijk wel vertellen. Die nu van gevierd naar gevierendeeld komiek gaat.

Omdat mensen verschillende opvattingen hebben, hangt het van de persoon af hoe het authentieke eruit ziet en hoe de eenheidsworst. Een fervent aanhanger van Forum voor Democratie ziet in Baudet waarschijnlijk een groot intellectueel en een unieke persoonlijkheid. Anderen, zien een over het paard getilde dandy die zichzelf wel erg geweldig en belangrijk lijkt te vinden waarvan er meer zijn. Dat laatste lijkt dan te worden bevestigd door zijn mede-Kamerleden en aanhangers, allemaal in eenzelfde soort pak, eenzelfde manier van spreken, betogen en overdrijven.

Dat streven naar authenticiteit is, zoals Tempelman Middlton laat zeggen, tegenwoordig heel belangrijk. Er is echter alleen één groot probleem. Voor een groot deel van de mensen ligt het buiten bereik en daarmee kom ik terug bij het andere deel van de we. Het deel dat behoort tot de verliezers van de laat-moderne tijd. Zij behoren tot de onderklasse van mensen voor wie werk, als ze dat al hebben, niet bijdraagt aan hun gevoel van eigenwaarde en dus identiteit. Zij werken om te kunnen leven en het salaris voor dat werk is vaak te weinig om van te kunnen leven. Zeker om te kunnen leven op een manier die in de buurt komt van die nieuwe middenklasse. Of ze behoren tot de oude middenklasse. De geschoolde fabrieks- en witte boordenwerkers met een redelijk inkomen. Geschoold maar niet hoogopgeleid en niet kosmopolitisch want gebonden aan een plek door het werk en de familie. Een groep die, volgens Reckwitz uit twee delen bestaat. Het bovenste deel dat hoopt op een of andere manier tot die nieuwe middenklasse te gaan behoren door bijvoorbeeld studie of opklimmen via het werk. Het andere deel probeert te voorkomen dat het tot de onderklasse gaat behoren en dan vooral niet bij de onderkant van die onderklassen.

Zou het laat-moderne streven naar authenticiteit voor die onderklasse en zeker ook voor het onderste deel van de oude middenklasse niet funest zijn omdat zij nooit tot uniciteit en authenticiteit kunnen komen? Nooit, behalve dan wellicht als profsporter of crimineel. Maar dan moeten ze wel tot de absolute top van de sport of het criminele circuit behoren. Hoe zou het voelen als iets wat als cruciaal wordt gezien al bij voorbaat buiten je bereik ligt? Zeker als je te horen krijgt dat het aan jezelf ligt omdat je niet goed genoeg ‘je best hebt gedaan.’ Want in het wereldbeeld van die nieuwe middenklasse kun je alles bereiken als je er maar in geloofd en je uiterste best doet.

Zijn ze er nog?

Er zijn mensen die niet geloven dat Neil Armstrong op de maan heeft gelopen. Dat zou een hoax zijn, een complot. Dat kan, ik geloof het echter niet. Want de kans dat geen van al die betrokkenen bij NASA zich ooit een keer verspreekt, is erg klein. De natuurkundige David Robert Grimes maakte er een berekening van en kwam tot de conclusie dat dit complot maar 3,7 jaar geheim zou zijn gebleven. Dat zou betekenen dat al in februari 1973 bekend zou moeten zijn dat Armstrong niet op de maan heeft gelopen. En waarschijnlijk al eerder omdat dan ook al eerder bekend zou zijn dat de raket die  juli 1969 opsteeg, niet naar de maan zou gaan. Toch zijn er geheimen die het veel langer uithouden. Eén geheim zelfs al een jaar of 40.000. Als de debuutroman Ze zijn er nog van Venlonaar Fons Wijers op waarheid berust.

Eigen foto

“In een bos bij München ligt een corpulente man wiens schedel met een scherpe steen is gespleten. Vijftien maanden eerder raken twee Nederlandse toeristen verzeild in een afgelegen dorp in de Karpaten. De mensen daar zien er wat vreemd uit. Een jaar later keren zij terug naar het dorp met een Duitse amateurarcheoloog. Ze vinden aanwijzingen dat de inwoners nazaten zijn van neanderthalers, die zich gelijkwaardig aan de Homo sapiens hebben ontwikkeld. Door list en bedrog loopt het uit de hand.” Aldus de tekst op de achterkant van Wijers’ roman. Zou het echt zo kunnen zijn?

 Ik ben onvoldoende onderlegd in de wiskunde om de formule die Grimes hanteert, goed uit te kunnen leggen. Daarom maar de simpele verklarende versie van de formule die Sanne Blauw bij De Correspondent geeft. Blauw noemt het een ‘vrij simpel statistisch model’ en beschrijft de drie belangrijkste ingrediënten voor de formule. “Allereerst, de jaarlijkse kans dat een persoon het geheim onthult, ofwel per ongeluk.”  Volgens Grimes is de kans dat er iemand uit de school klapt 4 op één miljoen.

En daarmee wordt het tweede element belangrijk: “het aantal mensen dat van de samenzwering weet.” Nu wordt uit Wijers’ roman niet duidelijk hoeveel Neanderthalers er nog rondlopen. In de roman wordt gesproken over nog twee groepen, een in Roemenië en één in de Kaukasus. Daarnaast worden twee andere groepen genoemd die inmiddels niet meer bestaan. Eentje bij Gibraltar en een andere in de Ardennen. In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid slaat Yuval Noah Harari er een onderbouwde slag naar. Hij haakt aan bij het onderzoek naar groepsgrootte bij chimpansees en komt uit op een groepsgrootte van tussen de twintig en vijftig. Als het er meer worden dan “raakt de sociale orde uit balans, wat uiteindelijk leidt tot een breuk en de vorming van een nieuwe troep door een deel van de dieren. Het is maar een paar keer voorgekomen dat zoölogen groepen van meer dan honderd chimps hebben kunnen observeren.[1] Als we rekenen met vijftig per groep, vier groepen en vier generaties per eeuw, dan zijn dat 80.000 individuen per groep. Voor vier groepen komt dat neer op 320.000 neanderthalers.

Met Grimes 4 op de miljoen, betekent dat er in die 40.000 jaar ongeveer 1,3 individuen zijn die uit de school klappen. Dat is niet veel. Zeker niet als je je realiseert dat die kletskous de eerste pakweg 35.000 jaar weinig kans had om te kletsen. De kans om een homo sapiens tegen het lijf te lopen was klein want zoveel waren er niet. In enig jaar is de kans 0,0008 dat het geheim uitkomt en in het heden nog maar 0,0004 omdat er nog maar twee groepen zijn. Een kans wordt uitgedrukt in een getal tussen de 0 en 1. Daarbij is 0 kansloos en bij 1 dan gebeurt het zeker. Die 0,0008 valt in de categorie behoorlijk kansloos en 0,0004 eveneens. En daarmee hebben we het laatste element uit Grimes kansberekening: “de groei dan wel krimp van die betrokken groep mensen.” In het geval van de neanderthalers is het dus krimp. Het aantal groepen is gekrompen van vier naar twee en het verhaal lezend moet je concluderen dat het die twee groepen zeer veel moeite kost om zich in stand te houden. Dus als er ‘er nog zijn’ en ze willen dat geheim houden, dan wordt dat steeds makkelijker. Maar met het makkelijker worden, wordt de kans ook groter dat ze er opeens niet meer zijn.

Echter onwaarschijnlijke dingen gebeuren. In Wijers’ roman zijn ‘ze’ er dus nog en worden ze per ongeluk ‘ontdekt’. In die ontdekking spelen twee Nederlanders en dus die Duitse amateurarcheoloog een belangrijke rol. Op meeslepende wijze neemt Wijers de lezer mee door het verhaal van de ontdekking of toch niet? Een verhaal waarin het liep zoals beschreven maar het had net zo goed anders kunnen lopen. Had het niet zo hard geregend of was het plaatsnaambord wat groter, dan was er geen verhaal geweest. Was de vriend van de Duitser meegegaan, dan was het een heel ander verhaal. Was die onbekende jonge vrouw niet verkracht en vermoord, dan ….


[1] Yuval Noah Harari, Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid,  pagina 35

Ik werk dus in ben!

“Working 9 to 5, what a way to make a living. Barely gettin’ by, it’s all taking and no giving. They just use your mind and they never give you credit. It’s enough to drive you crazy if you let it.” Het refrein uit 9 to 5, de hit waarmee Dolly Parton in 1980 de hitlijsten bestormde. Een lied over een eenvoudige arbeidster die probeert wat van haar leven te maken maar niet echt vooruit komt. Working 9 to 5, een beperkt deel van dag werken om zo geld te verdienen om te leven. Werken om te kunnen leven. De motivatie om te werken lag in de mogelijkheid die het bood om te leven. Tegenwoordig is dat anders, zo betoogt Andreas Reckwitz in zijn boek The Society of Singularities waarover ik in een recente Prikker ook al schreef. Toen over het enige wat tegenwoordig schaars lijkt, namelijk aandacht. Werken is tegenwoordig veel meer.

coaching text decor, coaching, business, success, coaching business, business coaching, business coach, inspire, motivation, coach
Bron: pxfuel

Werk: “has turned (…) into one of the main sources of a meaningful life.” Het: “not only increases our satisfaction on the job but also tends to encourage self-exploitation in a typically late modern way.” Gevolg hiervan is dat werk kwantitatief en kwalitatief steeds meer plek inneemt in ons leven. Daar waar de werklui in de tijd dat Parton de hitlijsten bestormde hun motivatie haalden uit de financiële beloning, is dat tegenwoordig heel anders. Als werk je doel in het leven is, dan is alleen financiële beloning erg mager. En omgekeerd, dan is alleen die financiële beloning geen goede motivatie om te gaan werken. Die motivatie moet dan uit jezelf komen. Dan moet je intrinsiek gemotiveerd zijn en dat houdt het risico in, zo betoogt Reckwitz: “that the work itself will no longer have any limits and that working subjects will have nowhere to retreat on account of the dissapearing distance between professional self-actualization and personal identity.[1] Om het kort samen te vatten en Descartes te parafraseren: ‘‘ik werk dus ik ben!”

En ik ‘ben’ alleen als ik succesvol optreed, want volgens Reckwitz is werk steeds meer te vergelijken met een toneelvoorstelling: “the praxis of of late-modern working culture has been reorienting itself more and more toward the format of performance and away from objective achievement.[2] Daar waar de arbeider in de oude 9 to 5 tijden werd afgerekend op zijn productie in een bepaalde tijdseenheid, is het succes nu afhankelijk van de waardering van ‘het publiek’ dat de ‘voorstelling’ bijwoont. Dat begint al bij de selectie van medewerkers. Diploma’s en andere redelijk objectieve maatstaven doen er veel minder toe, dit ten faveure van competenties die niet objectief te meten zijn. Aan de hand van de ‘voorstelling’ die je geeft tijdens het sollicitatiegesprek, wordt ingeschat of je de gewenste competenties bezit. Ben je al wat verder in je loopbaan, dan zijn eerdere ervaringen belangrijk.

Kijken met Reckwitz bril dan zijn er twee zaken die goed kunnen worden verklaard. Zo hoeft het grote aantal mensen dat overwerkt met een burn-out thuiszitten niet te verbazen. Als je voor je eigenwaarde afhankelijk bent van de subjectieve beoordeling door anderen, en die beoordeling vooral afhankelijk is van je laatste voorstelling, dan ligt een burn-out op de loer. Als tweede de wildgroei aan ‘personal coaches’. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig meer coaches zijn dan gecoachte mensen. Reckwitz over coaching: “This is no langer just a matter of providing general recipes for self-management; rather, it involves analyzing the complex capabilities and desires of individual personalities in order to discover untapped potential, to refine and develop personal visions, and to figure out alternatives, opportunities and risks within the aim of developing career strategies.[3]

Nu is dit niet het hele verhaal. In een wereld waarin je bent wat je werkt, ben je niet veel als je een baan hebt zoals de persoon in Dolly Partons 9 to 5. En dat is wat we ook in onze huidige samenleving zien. Veel werk is nog steeds van het 9 to 5 soort en is onmisbaar om de samenleving goed te laten draaien. Schoonmaken, vuilophalen, het verplegen en verzorgen van mensen, de post en pakketten bezorgen, de winkelschappen vullen, allemaal onmisbaar, maar waar je in een wereld die, zoals Reckwitz het noemt : “Massively desires the uniqueness of working personalities,[4]” niet mee scoort. Dan rest als enige motivatie (en waardering) je salaris en laat het daaraan nu ontbreken. Moet het dan verbazen dat we kampen met een tekort aan personeel in de zorg, het onderwijs, bij de politie enzovoorts?


[1] Adreas Reckwitz, The society of singularities, pagina 157

[2] Idem, pagina 150

[3] Idem, pagina 155

[4] Idem, pagina 160

Windmolens

Wie kent Don Quichot niet? De hoofdrolspeler en naamgever van het beroemde boek van Cervantes. Het verhaal van een de dolende ridder Don Quichot die, om het plat te zeggen, de weg kwijt is. Hij ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken, al moet je hem met de kennis van nu over de vele schandalen van kindermisbruik door priesters op dit punt wel gelijk geven, en windmolens voor reuzen. Ik moest aan Don Quichot denken toen ik bij De Dagelijkse Standaard las over een afgewezen motie van Forum voor Democratie Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Aan Don Quichot en aan Gloria Wekker.

Bron: Pixabay

Wat is er aan de hand? Van Houwelingen wil voorkomen dat er in Nederland ooit een sociaalkredietsysteem ontstaat. Een wat? Een systeem waar in China aan gewerkt wordt waarbij de overheid je ‘punten’ toekent voor goed gedrag en je punten afneemt als je je niet goed gedraagt. En die ‘punten’ heb je nodig om te kunnen reizen of naar het theater te gaan. Dat moeten we niet willen. Dat ben ik meteen met Van Houwelingen eens. Toch heeft de Kamer de motie van Van Houwelingen verworpen en dus moeten we er, volgens Michael van der Galien van De Dagelijkse standaard: “ernstig rekening mee (..)houden (…) dat dit systeem er wél komt.” En sluit zijn betoog af met: “Zo. Dit is nog eens een ontmaskering van het kartel.

Laten we eens kijken of Van der Galiens zorgen terecht zijn en we de Kamermeerderheid die de motie verwierp iets moeten verwijten. Daarvoor even de tekst van de motie: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat China als eerste land in de wereld een sociaalkredietsysteem heeft ingevoerd; constaterende dat een dergelijk systeem een grove inbreuk maakt op privacy, lichamelijke integriteit en vrijheid; overwegende dat er door de coronacrisis steeds verdergaande inbreuken op bovengenoemde punten plaatsvinden; verzoekt de regering, om uit te sluiten dat er ooit een sociaalkredietsysteem of soortgelijk systeem in Nederland wordt ingevoerd, en gaat over tot de orde van de dag.”

Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik ook niet kunnen instemmen met een dergelijke motie. De crux van de motie zit de ene tussenzin waarin wordt verwezen naar de coronacrisis. Deze motie suggereert dat de coronamaatregelen een stap zijn in de richting van de ontwikkeling van zo’n systeem en dat daar bewust op aan wordt gestuurd. Dat is ook wat Van Houwelingen toelichtend in het artikel beweert: “Natuurlijk is het partijkartel voor invoering van een sociaalkredietsysteem, want dat is precies wat ze met u van plan zijn. En dat hebben ze al bewezen door de invoering van die misdadige Apartheidspas.” Door nu deze motie aan te nemen stem je in met Van Houwelingens redenering. Je beweert daarmee dat de overheid welbewust aan zo’n systeem werkt. Zo worden dergelijke  hersenspinsel geloofwaardig. Zo probeert Van Houwelingen de complottheorie waar hij en zijn partijleider Baudet tegen vechten, geloofwaardig te maken. Hij probeert ons als een moderne Don Quichot mee te laten vechten tegen windmolens die niets anders zijn dan ‘hersenspinselige reuzen in zijn hoofd’.

Maar er is meer en daarmee kom ik bij Gloria Wekker. Nu zal je je afvragen wat heeft Gloria Wekker hiermee te maken? Van Houwelingen gebruikt dezelfde methode die Wekker gebruikt. Van Houwelingens motie is zo geformuleerd dat voor of tegen de motie zijn, niets uitmaakt. In beide gevallen stem je in met zijn ‘hersenspinsels’. Nu heeft een meerderheid van de Kamer NEE gezegd en kan hij zeggen dat die meerderheid zo’n sociaal kredietsysteem niet uitsluit. Dat is wat Van der Galien nu suggereert. Was de motie aangenomen, dan had Van Houwelingen staan orakelen dat was bewezen dat de overheid werkte aan zo’n sociaal krediet systeem en dat hij dat heeft verijdeld. En daarmee kom ik bij Wekker en haar theorie rond ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een theorie die je, net als Van Houwelingens motie, zowel in de bevestiging als in de ontkenning bevestigt. Vraagtekens plaatsen bij Wekkers theorie of ze verwerpen, wordt gezien als een bevestiging van de theorie. Dan getuig je van ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een dergelijke manier van denken is gevaarlijk.

Kastenmatroesjka

Bij OneWorld een goed artikel van Babet te Winkel over ‘uit de kast komen’. “Waarom zou ik mijn seksualiteit vast willen leggen in een identiteit, met het gevaar in die identiteit te worden opgesloten? Het wordt me steeds duidelijker waarom ik zo’n moeite heb met de vraag ‘wat ik nou eigenlijk ben’. Die vraag beperkt me in mijn handelingsvrijheid. Het zet mijn seksualiteit vast in een seksuele identiteit – wat je bént – terwijl seks toch vooral iets is wat je dóet.” Zo vraagt Te Winkel zich af. Interessante vragen. Na het lezen van het artikel vroeg ik me af of de reactie van OneWorld in de gaten heeft wat Te Winkel schrijft?

Ornament Matroesjka Baboesjka - Gratis foto op Pixabay
Bron: Pixabay

Voordat ik hierop inga eerst de metafoor van de kast waar iemand uit moet komen. Te Winkel: “Waarom zijn er geen kasten waar hetero’s uit komen?” Het is inderdaad een bijzondere metafoor. Alleen mensen met een andere geaardheid dan de heteroseksuele komen uit de kast. Als je de metafoor letterlijk neemt dan zitten de heteroseksuelen dus met z’n allen in die kast. Ik weet niet of ik als heteroseksuele man zo blij ben met een leven in een kast. Maar nog even verder doordenken. Is er maar één kast waar mensen uit komen of zijn er kasten in kasten een beetje zoals een Russische Matroesjka waarin in iedere pop een kleiner poppetje zit? Als lesbienne stap je uit die ‘hetero-kast’ maar als je je vervolgens ook nog identificeert als een man, dan moet je uit de ‘Lesbo-kast komen’. Als heteroseksuele man begin ik me dan ernstig claustrofobisch te voelen. De grootste groep mensen, zit dan immers in de kleinste kast en omgekeerd, de kleinste groep heeft de grootste kast ter beschikking of is de enige groep die in geen enkele kast zit? Wat zo gebeurt is dat we onszelf en elkaar vast gaan leggen in ‘verondersteld gedrag’. En daar maakt, als ik haar goed begrijp, Te Winkel bezwaar tegen. Als  je het zo beziet, dan is die kast voor iedereen een slechte metafoor. Niemand zit in een kast en we zijn allemaal op reis in ons leven en gedurende die reis leren we onszelf en anderen kennen. Of zoals Te Winkel schrijft: “Seksualiteit vraagt om onderzoek en om het verzetten van innerlijk werk. Het betekent jezelf onder de loep nemen, verantwoordelijkheid nemen, omgaan met moeilijke emoties, moed tonen en groeien als mens. Het betekent niet het gebaande pad lopen, maar je eigen pad banen. Daarin ben je dan weer niet alleen, want dat doen we allemaal.”

En met die individuele reis in het betoog van Te Winkel, kom ik bij de vraag of de redactie van OneWorld in de gaten heeft wat Te Winkel schrijft. Te Winkel slaat in dit artikel het intersectioneel- of in beter Nederlands, kruispuntdenken aan gort. “Intersectionaliteit erkent de macht of onmacht die de verschillende assen van identiteit met zich meebrengen.” Zo omschreef Seada Nourhussen, hoofdredacteur van OneWorld, het in een artikel in 2019. Volgens Nourhussen: “is kruispuntdenken ook cruciaal voor progressieve bewegingen. Wanneer je vecht tegen klimaatverandering, maar geen oog hebt voor racisme is je strijd niet inclusief en dus ook niet effectief. En als je strijdt tegen seksisme, maar geen oog hebt voor validisme (discriminatie van mensen met een functiebeperking) doe je alsnog aan uitsluiting. Een gebrek aan kruispuntdenken kan onderdrukking zo bestendigen bínnen bewegingen die vooruitgang pretenderen.”

Voor kruispuntdenkers wordt de identiteit van iemand bepaald door zijn samenstellende delen. Delen zoals het zijn van man, hetero, cis-gender, zwart, universitair geschoold enzovoorts. Je identiteit wordt vervolgens bepaald door de respectievelijke ‘machtspositie’ van de verschillende delen. Man heeft meer macht dan vrouw en die weer meer dan een trans persoon. Hetero heeft meer macht dan homo, blank meer dan zwart enzovoorts. Het intersectionele denken zorgt ervoor dat wat Te Winkel op seksueel gebied bezwaarlijk vindt, op al die gebieden gebeurt: het wordt gepresenteerd als iets onveranderlijks. Mensen worden vastgezet in verwachtingen die door de onderdelen van hun identiteit worden verondersteld. Het maakt, identiteit onnodig zwaar. Het mag dan wel: “ordelijk en gemakkelijk om in hokjes te denken” zijn, zo schrijft Te Winkel: “maar door onszelf en anderen in hokjes in te delen, creëren we een schijnveiligheid.”  

Zou Nourhussen in de gaten hebben dat het mooie betoog van Te Winkel verder gaat dan het artikel waarvoor Amanda Govers iets meer dan een jaar geleden door OneWorld voor de trein werd gegooid? Govers kreeg de wind van voren en werd gecanceld door OneWorld omdat in haar artikel over voeding de ‘intersectionele blik’ ontbrak[1]. Te Winkel gaat veel verder. Zij legt met goede argumenten de bijl aan de wortels van de, volgens Nourhussen, voor de progressieve beweging cruciale boom van het kruispuntdenken.


[1] Ik schreef er een Prikker over met als titel Intersectionele Blik

Schaarste

Een boek dat me altijd bij is gebleven is Het rijk van de schaarste van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Nu heb ik dat met meer boeken van Achterhuis. “Schaarste wordt nog altijd aanwezig geacht in onontwikkelde en onderontwikkelde gebieden, zij wordt in verband gebracht met honger in de Sahel of armoede in India. Met technische middelen zou ze in de toekomst overwonnen kunnen worden,” schreef Achterhuis in 1988. Hij zag het echter anders: “In dit boek zal ik precies het tegenovergestelde trachten aan te tonen. De moderne maatschappij heeft de schaarste niet overwonnen maar juist gecreëerd. Mondiaal gezien zijn we niet op weg naar overvloed of zelfs naar een ‘genoeg’, maar breidt de schaarste zich steeds verder uit. Juist de Westerse ‘overvloedsmaatschappijen’ worden gekenmerkt door een zich tot op alle gebieden uitbreidende schaarste …. Alles is schaars geworden, welzijn, gezondheid, schoon water, schone lucht, ja zelfs tijd.[1] Die beschrijving uit het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw, leek mij nog steeds een adequate beschrijving van het nu.

Leek, omdat een de Duitser Andreas Reckwitz in zijn boek The society of singularities beweert dat er in de laat moderne tijd, zoals hij het noemt, eigenlijk maar aan één ding echt schaarste is. En nee, dat is niet aan frisse lucht, schoon water, welzijn, gezondheidszorg of zelfs tijd. Volgens Reckwitz was de moderne tijd een tijd van gestandaardiseerde producten gemaakt door verschillende fabrikanten en bedoeld voor alle consumenten. Die fabrikanten verdeelden de buit waarbij hun winst afhing van hun productiekosten. De prijs van standaardproducten wordt immers bepaalde door vraag en aanbod waarbij de vraag stabiel is.

In de laat-moderne economie is dat, zo betoogt Reckwitz, anders. Die wordt gedomineerd door het unieke en bijzondere: unieke en bijzondere producten, gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Reckwitz noemt dit singulariteit en de markt hiervoor singulariteitsmarkten. Dat bijzondere kan op verschillende gebieden betrekking hebben: op de esthetiek, het verhaal, het ontwerp, het originele en ludieke van iets. Alleen is niet van tevoren bekend wat ‘uniek’ gaat worden. Reckwitz vergelijkt het met de kunst, waar al sinds eind achttiende eeuw het unieke wordt beloond. Dat is nu het ‘model’ voor de hele economie en dat zorgt voor een overvloed aan, zoals Reckwitz ze noemt, ‘culturele goederen’. Goederen die niet worden gekocht om hun gebruikswaarde maar om dat ‘unieke’. Producten die de ‘unieke’ status bereiken, maken hun producent rijk, die heeft op dat gebied het grootste deel van de markt. Tenminste zolang als het product ‘uniek’ blijft. Culturele producten die deze status niet bereiken, rest de vergetelheid en hun makers een fors verlies. Alleen is niet van tevoren bekend welk cultureel product die ‘unieke’ status gaat bereiken. Een voorbeeld uit de kunstwereld maakt het duidelijk. Er worden per jaar honderden films gemaakt, waarvan er slechts een paar de bioscoop halen, nog minder enkele weken worden vertoond en slechts enkele worden kassuccessen. De rest verdwijnt in de vergetelheid. Waaruit ze ooit weer kunnen worden gehaald als ze onverhoopt toch weer iets ‘unieks’ krijgen.

Al die producten maar ook personen, plaatsen, evenementen zijn op zoek naar de status ‘uniek’ en vragen om juist dat ene iets wat volgens Reckwitz in de laat-moderne economie echt schaars is en dat is aandacht: “What caracterizes today’s singularity markets is the historically unprecedented dynamization and dispersion of attention, whose exact distribution is unpredictable on a case-by-case basis. In this case, the attention of the public has become a scarce resource. In general, if there is any sort of scarcety in late modernity, this is no langer a scarcety of goods but rather an scarcety of attention (and appreciation).[2] 

Een heel andere manier om naar de huidige samenleving te kijken. Een manier die een goede verklaring biedt voor de grote afvalstromen die we met z’n allen produceren. Wat niet ‘uniek’ wordt, wordt immers afval. En wat de status ‘uniek’ verliest, maakt ook grote kans om op die hoop terecht te komen. De productie van al dat naar de status ‘uniek’ strevende spul vraagt energie en kostbare grondstoffen die vervolgens op de vuilnisbelt belanden of, met een beetje geluk, gerecycled worden. Zou het helpen als we dit in ons achterhoofd houden als we weer worden verleid om die nieuwe iPhone 14 of 16 (waar zijn we inmiddels) aan te schaffen met die ‘unieke features’?


[1] Hans Achterhuis Het rijk van de schaarste, pagina 13

[2] Andreas Reckwitz, the society of singularities, pagina 113

Hood, James en Hoekstra

Jesse James vocht samen met zijn broer Frank als vrijschutter, een soort burgermilitie, in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen hij na de oorlog naar huis ging, bleek dat zijn moeder dat huis onder dwang had moeten verkopen aan investeerders in de zich toen ontwikkelende spoorwegen. James was ontzet door dit onrecht en legde zich, samen met zijn broer Frank en zijn twee neven de broers Younger, toe op het beroven van die investeerders. Zo begon het tenminste. Alras werd het gewoon het beroven van treinen en banken. Ik moest hieraan denken toen ik las dat CDA-leider Wopke Hoekstra de verdiensten van zijn belegging in een schimmige brievenbusinvesteringsmaatschappij aan een goed doel heeft gegeven.

De eerste keer dat ik de naam van Jesse James tegenkwam, was als titel van een album van Lucky Luke. Een stripserie geschreven door de bekende Franse stripschrijver René Goscinny. Naast Lucky  Luke schreef hij ook de verhalen van Asterix. En als iets het werk van Goscinny kenmerkt dan is het dat de verhalen vaak een kern van de historische werkelijkheid bevatten. Om Jesse te arresteren huren de detectives van bureau Pinkerton Lucky Luke in. Na veel verwikkelingen slaagt Luke erin de bende uit het stadje Nothing Gulch te jagen en drijft ze in de armen van de politie. Helaas blundert de politie en weet James en zijn bende te ontsnappen. “Jesse James we understand. Has killed many a man. He robbed the Union trains. He stole from the rich and gave to the poor He’d a hand and a heart and a brain.” Zo begint de song Jesse James van The Poques. Dit na een vrolijke solo op de Ierse fluit. Een van de nummers die niet worden gezongen door frontman en bekend drankorgel Shane Macgowan. Jesse James wordt in dit lied afgeschilderd als een goede dief die de armen hielp door van de rijken te stelen. De misdadiger die steeds meer een heldenstatus krijgt. James heeft hiermee voor elkaar gekregen waar Robin Hood wat langer over deed, namelijk een ‘goede bandiet’ worden. Ten minste, als de in het lied van The Pogues bezongen versie door iedereen aanvaard wordt.

Waar er tot nu toe maar één film is verschenen over Jesse James, en die handelt over zijn dood door de hand van Robert Ford, is er over Robin Hood al een hele kast vol gemaakt. In 1908 werd Hoods verhaal voor het eerst verfilmd. Wie toen de rol van Robin Hood speelde, weet ik niet. In de versie van 1922 was het Douglas Fairbanks en 16 jaar later, in 1938, Errol Flynn, in 1991 Kevin Costner en in 2010 viel de rol toe aan Russel Crowe en daarmee heb ik alleen maar de bekendste vertolkers van de rol van Robin Hood genoemd. Of Robin Hood werkelijk heeft geleefd is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de figuur een mix van het levensverhaal van verschillende personen. Verhalen die met het verstrijken van de tijd meer en meer met elkaar verknoopt zijn geraakt. Van Jesse James weten we zeker dat hij heeft geleefd. In die ene film, The assassination of Jesse Jame by the Coward Robert Ford speelt Brad Pitt trouwens de rol van Jesse James. De titel van de film over de dood van James sluit dan weer wel goed aan bij de versie die The Pogues bezingen: “Well the people held their breath. When they heard of Jesse’s death. They wondered how he came to fall. Well it was Robert Ford in fact who shot him in the back. While he hung a picture on the wall.”  Maar ik dwaal af, al is iedere reden goed om aandacht te besteden aan zowel Lucky Luke als The Pogues.

Terug naar de reden waarom ik aan Jesse James, Lucky Luke, The Pogues en Robin Hood moest denken en dat is de uitspraak van Wopke Hoekstra dat hij: “de waardevermeerdering van ca. 4800 euro overgemaakt (heeft) naar een Nederlands goed doel t.b.v. wetenschappelijk onderzoek naar kanker.” En dat hij die investering altijd in zijn belastingaangifte heeft meegenomen. Wat zegt Hoekstra met deze uitspraak? Wil hij hier beweren dat belastingontwijking moreel dan wellicht niet geheel of geheel niet door de beugel kan, maar dat dat morele gebrek ruimschoots is goed gemaakt door de opbrengsten ervan aan een goed doel te schenken? Wil hij hier zeggen: ‘Ik heb slecht gedaan maar met het goede als doel’? Of om een spreekwoord over de hel te verhemelen: ‘de weg naar de hemel ligt geplaveid met slechte bedoelingen’.

Als we de legende over Robin Hood mogen geloven, dan stal hij van de rijken om dit aan de armen te geven. Bij James lag dat wat anders, die stal van de rijken en het stukje geven aan de armen ontbrak. Hoe zit het dan met Hoekstra? Hoekstra investeerde in 2009 in een start-up voor ecotoerisme in Afrika. Een investering die liep via een brievenbusconstructie waarbij het de bedoeling is om zo min mogelijk belasting te betalen. In dit geval liep die constructie via de Britse Maagdeneilanden. Bijzonder hierbij is dat Hoekstra, toen hij in 2017 minister van Financiën werd, de investering verkocht met rendement en schonk, naar hij nu zegt, aan een goed doel. Investeren doe je met het doel om er rijker van te worden en dat mag, daar is niets verkeerds aan. Het wordt dubieus als er een constructie wordt gebruikt om belasting te ontwijken. Ontwijken mag dan niet verboden zijn, het is moreel wel laakbaar, zeker voor een politicus die van 2011 tot 2017 in een commissie van de Eerste Kamer zat om juist belastingontwijking via dergelijke brievenbusconstructies aan te pakken. Constructies die je kunt betitelen als ‘stelen van de armen en geven aan de rijken’. En dat is precies het omgekeerde wat van Robin Hood wordt beweerd. En in tegenstelling tot James die van de rijken stal en het zelf hield, onthoudt Hoekstra’s investering geld van de armen door geen belastingen te betalen. Zijn Hoekstra’s ‘gift aan de armen’, de schenking aan het goede doel, kan wellicht deels ook nog als ‘stelen van de armen’ worden gezien. Als Hoekstra die gift van € 4.800 aan onderzoek naar kanker netjes als zodanig heeft opgevoerd op zijn belastingaangifte over 2017, dan betalen de armen in hun rol als belastingbetalers hieraan een bijna even groot bedrag mee.

Naam, nummer en code

In 1988 kreeg ik mijn eerste brief van de Belastingdienst. Niet dat ik iets hoefde te betalen of iets terugkreeg. Nee, ik kreeg een brief die ik, zo stond erin, zeer goed moest bewaren want die brief bevatte iets belangrijks. Wat? Dat lezen jullie dadelijk. Ik moest denken aan deze brief na het lezen van een artikel van Raymond Taams bij Joop. “Dingen hebben een QR-code, niet mensen’, gromde ik inwendig.” Dit schrijft Raymond Taams. Hij gromde dit toen hij een fastfood restaurant binnen ging en er werd gevraagd naar zijn ‘coronastatus’. “Een QR-code is een embleem, een onderscheidingsteken, zoals reeds besprongen ooien gekleurde stippen op hun achterste dragen van het stempelkussen dat de boer de dekram omdeed. Wanneer je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich uiteindelijk als beesten. Mijn gele vaccinatiepaspoort met stempels van de GGD wil ik best laten zien, maar ik wil niet met een digitale sticker in mijn broekzak rondlopen.” Zo eindigt Taams zijn artikel.

Ik moest denken aan die brief waarmee ik begon. ‘Een mens is geen nummer’, werd er in die tijd geroepen en vervolgens werd ook verteld dat een nummer je zou ontmenselijken. Hierbij werd verwezen naar de concentratiekampen uit Nazi-Duitsland want iedereen in zo’n kamp kreeg een nummer op de arm getatoeëerd. En voor de Nazi’s was dit nummer echt bedoeld om je te ontmenselijken. Die discussie werd in de jaren tachtig twee keer gevoerd. Als eerste voor 1985 want in dat jaar voerde de Belastingdienst het fiscaalnummer in. Iedere belastingbetaler kreeg zo’n nummer want dat maakte het voor de Belastingdienst makkelijk om alle belastingzaken rond een persoon te bundelen. De discussie werd een paar jaar later nog eens dunnetjes over gedaan want per 1 januari 1989 werd het SoFi-nummer ingevoerd, het Sociaal Fiscaal nummer. Dit SoFi-nummer was de opvolger van het fiscaalnummer en dit nummer kreeg iedere Nederlander. Vanaf 1989 tot 7 januari 2014 kreeg iedere pasgeborene een brief met SoFi-nummer. Ook als je geen belasting betaalde. En dat SoFi-nummer was het belangrijks in de brief waarmee ik begon. Tot begin 2014 dus. Niet dat we sindsdien geen ‘nummer’ meer hebben. Nee, voor de overheid hebben we nog steeds een nummer. Het nummer leek de overheid niet alleen handig voor financiële zaken maar voor alle zaken tussen burger en overheid. Het SoFi-nummer werd opgewaardeerd. Sinds die zevende januari 2014 is dat SoFi-nummer namelijk Burger Service Nummer (BSN) geworden en is de verantwoordelijkheid ervoor verhuisd van het ministerie van Financiën naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Ik ben toch geen nummer’, werd er in de jaren tachtig geroepen. En ‘ik heb een naam, als ze willen weten wie ik ben, dan vragen ze maar naar mijn naam’. Over ‘naam’ gesproken. Als we terug gaan naar het begin van de negentiende eeuw, dan komen we bij de Code Civil of in goed Nederlands de Burgerlijke stand. Die werd in 1811 ingevoerd door Napoleon Bonaparte. In die Burgerlijke Stand werd iedereen geregistreerd met voornaam en, nieuw voor die tijd, achternaam. Ook dat viel niet bij iedereen in goede aarde want niet iedereen meldde zich en soms meldden mensen zich met grappige namen om het systeem te saboteren. Helaas voor hen, bleef die naam aan hen en hun nakomelingen plakken. Dat ‘verzet’ stierf pas in de jaren twintig van de negentiende eeuw uit. Net zoals het ‘verzet’ tegen het SoFi-nummer uitstierf.

De Burgerlijke stand was, net als het SoFi-nummer en het Burger Service Nummer bedoeld om iedereen te registeren en te weten wie iemand was. En nu, zo’n tweehonderd jaar verder, is het de QR-code die verzet oproept. En je hoeft geen ‘complotaanhanger’ te zijn om te voorspellen dat die QR-code langzaam het Burger Service Nummer gaat vervangen. In deze ontwikkeling zie je de technologische voortgang in de overheidsadministratie. In de ‘voor computertijd’ moest de mens zelf zoeken en dat gaat makkelijker met letters en woorden. En de achternaam was de belangrijkste zoekterm in een gegevensbestand. In de jaren tachtig deed de computer zijn intrede en in digitale gegevensbestanden zoeken gaat sneller met unieke nummers. Met je naam alleen ging dat ook, maar was het lastiger. Een typefout in je naam in een bestand en informatie werd niet gevonden. Een nummer maakte dat makkelijker en de QR-code is niets meer en niets minder dan een op een andere manier vormgegeven nummer aan de hand waarvan je snel gegevens uit bestanden kunt halen.

Nu zijn we er zo aan gewend dat we een achternaam hebben, dat niemand zich er meer druk om maakt. Ja, soms om die naam maar niet om het gegeven dat we een achternaam hebben en dat die geregistreerd staat in de Burgerlijke stand. Ook maakt niemand zich meer er druk om dat we een ‘nummer’ hebben. Behalve als de overheid je, zoals bij de toeslagenaffaire, als een ‘nummer’ behandelt, dan wordt het een probleem. Dan is het makkelijk om alles wat de overheid van je weet te koppelen. Dat kon echter ook al met de Burgerlijke stand. Zo maakte Nazi-Duitsland grif gebruik van de Burgerlijke stand bij het vervolgen van joden. Daarin stond immers ook iemands religie geregistreerd.

Niet de ‘naam’, ‘nummers’ of QR-codes zijn hierbij het probleem. Problematisch zijn de intenties en het denken van de mensen die ‘het nummer’ oneigenlijk gebruiken.

Lusten, lasten en liefde

Volgens politiek filosoof Josette Daemen is het mensen erop wijzen dat een keuze om je niet te laten vaccineren gevolgen heeft, een product van neoliberaal denken. “De kern van de neoliberale ideologie is het principe van “eigen verantwoordelijkheid”: mensen zijn machers van hun eigen leven, dat geven ze vorm door hun individuele keuzes, en daarvan moeten ze dan ook zelf de consequenties dragen, hoe hard die ook zijn.” Nu heb ik in mijn recente Prikker Moral high ground mensen er ook op gewezen dat niet vaccineren een keuze is met gevolgen. Zou ik dan neoliberaal zijn?

Eigen foto

Daemen constateert terecht dat: “De afgelopen decennia (…) de obsessie met eigen verantwoordelijkheid zich diep (heeft) geworteld in ons economische systeem, in onze overheid, in onze cultuur.”  Want: “normaal zo alert op neoliberale rookwolken en systeemfouten,” verwijt ik ongevaccineerden dat ze de sociale uitsluiting: “helemaal aan zichzelf te danken (hebben). Sterker nog, ze zijn niet alleen schuldig aan hun eigen buitensluiting, maar ook aan alle mogelijke lockdowns die ons nog zullen treffen.” En nu ben ik er dus ‘ingetrapt’, in de neoliberale valkuil?

Een mooi voorbeeld van die obsessie met ‘eigen verantwoordelijkheid gaf een van de leden van de Nederlandse 400 meter estafetteploeg na het behalen van de zilveren Olympische medaille. “Alles is mogelijk, geloof dat. … Het begint hier (hij wijst naar zijn hoofd) en je moet het uitvoeren,” aldus Terrence Agard. Met andere woorden: als je wilt en erin gelooft, dan kun je alles bereiken. Als ‘geloven dat alles mogelijk is’ voldoende zou zijn, dan was ik geslaagd als profvoetballer en had ik deel uitgemaakt van het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Spiegel van het geloof is dat je falen ook een gevolg is van je eigen keuze. Dat het mij niet is gelukt om geslaagd profvoetballer te worden, kwam dus omdat ik er niet genoeg in geloofde. Of zou het ontbreken van iets dat toch wel belangrijk is voor het realiseren van dat geloof en dat is talent, daarbij niet ook een rol hebben gespeeld? En als je iets niet bij elkaar kunt ‘geloven’ dan is het talent. Daarmee word je geboren. Dit even terzijde.

Terug naar de vaccinatiekeuze. Vaccineren of niet betekent geen belemmering in je sociale leven. De maatregel is er niet opgericht om het jou te belemmeren in je vrijheid. Beide groepen kunnen naar het theater, de kroeg of zoals ik naar de thuiswedstrijden van VVV. Dit als ze tenminste een kaartje kunnen betalen, want als je dat niet kunt, dan ben je ervan uitgesloten en dat is een echte belemmering. Om deze zaken te bezoeken, moet je aantonen dat je of gevaccineerd bent, of recent hersteld van een Covid 19 infectie of een recente negatieve testuitslag kunnen overleggen, dat zijn de ‘toegangscodes’ die voor iedereen gelden. Het gaat mij erom dat met deze maatregel niemand wordt belemmerd kroeg, theater of De Koel te bezoeken. Dus als niet-gevaccineerde laat je je testen en als de test negatief is, dan kun je gewoon naar de kroeg, theater of De Koel. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Als je je niet wilt laten testen, dan kun je er niet naartoe en dat is toch echt een individuele keuze. En ook zonder mobieltje met App kun je naar binnen maar ook daarvoor moet je meer moeite doen.

De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt en in het verlengde daarvan maatregelen nodig zijn die de samenleving en dus ons als mensen verder schade toebrengen. Vaccineren is daarbij de beste manier om dit doel te bereiken. Daarom wordt dit aan iedereen aangeboden. Of je het aanbod aanvaart, is een eigen keuze. Niet kiezen voor vaccinatie maakt dat je een grotere kans loopt om Covid 19 op te lopen en als je het oploopt een grotere kans om in het ziekenhuis en vervolgens de IC te belanden. Of deze maatregel de beste manier is om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt met Covid 19 patiënten, daarover kun je twisten, maar daar gaat het mij niet om.

Is dat ‘meer moeite’ als drang om mensen zich te laten vaccineren een aanvaardbare strategie? Laten we eens op andere gebieden kijken. Neem roken.  Niemand dwingt je om niet te roken. Dat wordt anders als jouw gedrag anderen schade toebrengt. Bij roken kan dat door ongewenst meeroken. Om die reden is roken in de openbare ruimtes verboden. Daarom is roken in de kroeg, het theater en sinds kort ook in stadion De Koel verboden. Niet om de roker dwars te zitten, maar om de niet-roker te beschermen. Dat verbod kun je zien als drang, maar je mag blijven roken. Ook een prijs betalen voor een test past in die lijn. Immers ook bij het roken wordt er drang uitgeoefend, dat gebeurt via accijnzen op tabak maar ook het reclameverbod en de plaatjes op de pakjes. Dit omdat het beter voor de gezondheid is van de roker maar vooral omdat gezond gedrag uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt. Zo ook bij alcohol. Dat mag je gerust nuttigen, dat is een eigen keuze. Daarna autorijden is verboden niet om jou te beschermen maar om anderen tegen jou te beschermen. En ook hier wordt drang gebruikt tot het goede gedrag via onder andere ook weer accijnzen. ‘Meer moeite’ is daarmee een methode die vaker wordt toegepast.

En ja, de keuzes die mensen hierin uiteindelijk maken, hebben gevolgen en met die gevolgen moeten zij leven. Daarvan moeten ze de gevolgen dragen. Vaccin of niet, roken of niet, drinken of niet die keuze moet iedereen zelf maken. Net zoals we moeten leven met alle keuzes die we dagelijks maken. Want als het leven ergens uit bestaat, dan is het uit het maken van keuzes. Als je wilt roken in de kroeg, dan wordt je eruit gezet. En nu kom je zonder een van de drie ‘toegangscodes’ de kroeg, het theater of het De Koel niet meer in.

Is dit ‘neoliberaal’? Is het neoliberaal dat een samenleving als geheel (via de daartoe bevoegde organen) een besluit neemt om juist die samenleving te beschermen tegen keuzes van het individu? Is dit een typisch voorbeeld van ‘als je maar genoeg wilt, dan kun je het’? En nu we het toch over neoliberaal hebben, dat eigen verantwoordelijkheidsdenken, zoals Damen het noemt. Zit dat niet precies bij de mensen die zich bewust niet laten vaccineren om welke redenen dan ook? Of zoals ik het in mijn vorige Prikker schreef: “dat je niet vaccineren voor jezelf doet”? En vaccineren ook voor de ander, je neemt de last en de lusten deel je met anderen. En als er iets niet neoliberaal is, dan is het denken aan de ander?

Via LinkedIn bereikte mij een bericht van Miriam van der Hoek. Fotograaf Van der Hoek was gevraagd om deel te nemen aan een expositie en haar deelname ging niet door omdat ze niet gevaccineerd was en zich niet wilde laten testen: “omdat het ingaat tegen alles waar ik in geloof,” aldus Van der Hoek. Waarin ze dan gelooft? “(I)n  verantwoordelijkheid nemen voor je eigen, niet alleen fysieke, maar ook emotionele, mentale en spirituele gezondheid. Luisteren naar de signalen die je lichaam je geeft. Gevoel aangaan en uiten. Je hart en eigen wijsheid volgen. Angsten aankijken (voor afwijzing, voor uitsluiting, voor uitgelachen worden, voor ziekte en zelfs voor de dood want ja, we zijn sterfelijk) om onvoorwaardelijk te kiezen voor liefde.” Geeft dit voorbeeld niet precies aan waar het fout gaat? Is er voor een prettige samenleving om in te leven niet meer nodig dan alleen verantwoordelijkheid nemen voor jezelf? Leef je niet juist samen met anderen en vraagt dat niet ook dat je verantwoordelijkheid voor de anderen neemt? Is Van der Hoeks geloof niet een schoolvoorbeeld van neoliberaal denken? Neoliberaal omdat de lusten worden geprivatiseerd en de lasten gesocialiseerd? Als dit onvoorwaardelijk kiezen voor liefde is, dan hebben we toch een heel ander definitie van liefde.