Tegen polarisatie of voor tolerantie?

De Stichting Ideële Reclame (SIRE) start een campagne. “75% van de Nederlanders is van mening dat polarisatie de laatste jaren sterk is toegenomen in onze maatschappij. Aanleiding voor SIRE om vandaag een nieuwe campagne te starten met als thema: ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt’. Temeer omdat maar liefst 1,4 miljoen Nederlanders het contact met vrienden, familie en collega’s heeft verminderd of zelfs beëindigd omwille van meningsverschillen over actuele maatschappelijke onderwerpen. De campagne laat zien dat verbondenheid met elkaar een groot goed is en dat je samen in staat bent problematische tegenstellingen te overwinnen.” Zo is te lezen op de website van SIRE. Je kunt er ook de spotjes die voor de campagne zijn gemaakt, bekijken. Een goede zaak?

Bron: Pixabay

Voordat ik verder ga, eerst betekenis geven aan het woord polarisatie. Mijn ervaring is dat veel meningsverschillen tussen mensen ontstaan omdat ze dezelfde woorden gebruiken maar die woorden een andere betekenis geven. Of sterker nog, geen betekenis geven. Een kleine twee jaar geleden schreef ik een prikker over zo’n misverstand rond het woord racisme. Van Dale, onze officiële woordenlijst, geeft de volgende betekenis: “de vorming van tegenstellingen, van uitersten, van tegengestelde polen.  

Terug naar de vraag of zo’n campagne een goede zaak is. Seada Nourhussen, de hoofdredacteur van OneWorld, denkt daar anders over, zo lees ik in een herplaatst artikel van haar op de site. Volgens haar wordt de term misbruikt door wat zij het ‘redelijke midden’ noemt. Het is: “het magische woord waarmee je elk kritisch debat tot moes slaat: ‘Niet zo polariseren’.” Ze concludeert dat: “Geen enkele sociale vooruitgang – vrouwenkiesrecht, arbeidsrechten – (er is) gekomen door de lieve vrede te bewaren.” En daar heeft ze een punt. Polarisatie, het vormen van uitersten, is eigen aan een gezonde democratie. Zonder polarisatie verandert er niets. Zonder de inhoudelijke vrede ter discussie te stellen verandert er niets. Niets aan de hand dus en daarmee gooit SIRE haar geld weg aan een nutteloze campagne?

Dat er ‘niets aan de hand is’ gaat mij iets te snel. Als een meningsverschil over bijvoorbeeld al dan niet vaccineren, de omgang met het klimaat en het asielbeleid, om de drie thema’s die figureren in de SIRE campagne te noemen, aanleiding zijn om een vriendschap te beëindigen dan is er toch echt iets aan de hand. Als ik mijn vriendenkring bekijk, dan zou ik alleen al voor wat betreft deze drie onderwerpen weinig vrienden meer over hebben en naast deze drie onderwerpen zijn er nog zoveel andere belangrijke en minder belangrijke zaken waarover je van mening kunt verschillen. Ik vrees dat ik geen vrienden en zelfs geen familie die met me wil praten meer overhoud als ze het op alle gebieden met mij eens moeten zijn. En ik vrees dat voor jullie, mijn lezers, en voor iedere andere bewoner van deze aardkloot hetzelfde geldt. Er is niemand te vinden die op alle punten hetzelfde denkt als jij. Bij het ene onderwerp zit je in het ‘redelijke midden’ van Nourhussen, bij een ander er flink links of rechts van.

Het probleem is de manier waarop het gesprek over de onderwerpen wordt gevoerd. Of beter gezegd, hoe het debat wordt gevoerd, want van een gesprek is zelden sprake. De SIRE spotjes laten zien wat de gevolgen zijn van dertig jaar Talkshows alwaar in een paar minuten voor en tegenstanders hun standpunt debiteren. Die laten zien hoe een debat in de Tweede Kamer is verworden tot een grote talkshowtafel waarbij de ‘grootste clown’ het meeste aandacht krijgt, ook weer aan die vele talkshowtafels. Tafels waar, als het gaat over vaccinatie, de Gordons en Jack van Gelders van deze wereld net zo serieus worden genomen als wetenschappers als Marion Koopmans. Maar ook van de werking van de ‘asociale media’ die extremiteiten belonen. Van ‘150 tekens op Twitter’.

Het eigen gelijk wordt verkondigd en de ander wordt verketterd en in toenemende mate ontmenselijkt. Die is een fascist, racist, leidt aan ‘witte onschuld’ is een ‘wokie’, cultureel marxist of behoort niet tot ‘het volk’ en om die reden niet het serieus nemen waard. Die wordt buiten de groep geplaatst, de vriendschap wordt beëindigd. Er wordt niet met elkaar gesproken maar tegen elkaar geschreeuwd. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat het gros van ons denkt dat dit de manier is waarop je heikele onderwerpen bespreekt. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat mensen vriendschappen opzeggen en elkaar verketteren.

Meningsverschillen zijn niet het probleem, zelfs niet als ze gepolariseerd worden. Sociale vooruitgang komt er immers niet, zoals Nourhussen terecht schrijft, door het ‘bewaren van de lieve vrede’ op inhoudelijk gebied. Om verandering te bewerkstelligen, is polarisatie nodig. Wat hierbij niet helpt is, en dat is denk ik het werkelijke probleem, intolerantie, “onverdraagzaamheid” aldus de Van Dale. Zou de campagne van SIRE zich niet moeten richten tegen onverdraagzaamheid? Of omdat ons brein moeite heeft met het woord niet, immers waar denk je aan als ik zeg dat je niet aan een olifant moet denken, een campagne voor tolerantie, verdraagzaamheid? Al denk ik dat ander gedrag van onze volksvertegenwoordigers meer impact heeft. Net zoals andere tv-formats. Formats niet gericht op debat en reuring maar op een gesprek waarin elkaar begrijpen en zoeken naar gemeenschappelijkheid centraal staan.

Openbare dronkenschap

In mijn vorige prikker besteedde ik aandacht aan BIJ1 en haar voorzitter Rebekka Timmer omdat ze tegen de liberale democratie zijn, terwijl een partij als BIJ1 alleen kan ontstaan in juist een liberale democratie. Timmer en haar partij zijn niet de enigen die een ander politiek systeem willen. Ook Thomas Oudman vindt dat ons politieke systeem moet veranderen. Schrijvend over de veeteelt schrijft hij: “als het politieke systeem niet fundamenteel verandert, dan zullen dergelijke fabrieken de positie van Cargill en consorten alleen maar verstevigen, en zo het mondiale voedselsysteem verder verzwakken.” Hij schrijft dit na het lezen van het boek Regenesis van George Monbiot. Bijzonder.

Monbiot pleit in zijn boek, als ik Oudman mag geloven want ik heb het zelf niet gelezen, voor: “veel efficiëntere manieren (…) om eiwitten en vetten te produceren,”  dan de huidige landbouw en vooral veeteelt. Namelijk: “met bacteriën. Hij gaat langs bij wetenschappers die bacteriën in fermentatietanks aan het werk zetten met het produceren van eiwitten en vetten. En wel op basis van waterstof; een goedje dat je met een flinke dot elektriciteit kan maken van water. De wetenschappers hopen in de toekomst alle aminozuren (de bouwstenen voor eiwitten) op deze manier te kunnen maken, vrijwel zonder andere grondstoffen te verbruiken dan lucht, water en zonlicht.  Eureka!” Oudman heeft twijfels bij die ‘bacteriële landbouw’: “Ik stoor me eraan dat Monbiot een technologisch toekomstvisioen vol haken en ogen centraal stelt als oplossing, in plaats van het veranderen van een politiek systeem waarin een overvloed aan voedsel samengaat met honderden miljoenen ondervoede mensen.  Want zoals hij zelf zegt: dat systeem moet sowieso veranderen.”

Ik vraag me vervolgens af welk alternatief systeem Oudman dan voor ogen heeft? Wil hij een naar een niet-liberale democratie naar het model Hongarije, Turkije of in nog extremere mate Rusland? Of naar het niet-liberale autocratische Chinese Xiïstische  model als dat de juiste benaming ervan is? Of naar dictatuur? Ik vraag me dat af omdat het niet nodig is om onze liberale democratie in te ruilen om de positie van Cargill en consorten te verzwakken, en zo het mondiale voedselsysteem te versterken. Daarvoor moeten we binnen het huidige systeem andere keuzes maken. Het is niet het systeem dat keuzes maakt, maar mensen binnen dat systeem. En wij zijn die mensen binnen dat systeem. Als we klimaat en milieu centraal willen stellen bij al ons handelen, dan is dat het enige wat we moeten doen. Daarvoor hoeft onze Grondwet niet te worden aangepast. Daarvoor hoeft de rechterlijke macht niet te veranderen. Daarvoor zijn geen ‘burgerberaden’ nodig. Het enige wat we moeten doen is conform de procedures van onze liberale democratie dat te besluiten. Het zijn namelijk niet de Cargills van deze wereld die ons regeren, maar wij zijn het zelf via de door ons gekozen volksvertegenwoordigers. De huidige lage belastingtarieven en geringe regulering van kapitaalstromen zijn via ons liberaal democratische systeem tot stand gekomen. De strenge regulering van kapitaalstromen direct na de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige hoge belastingtarieven ook.

Onze liberale democratie is een middel waarmee we alle doelen kunnen bereiken. Het is als het ware een auto waarmee je naar elke gewenste bestemming kunt. Naar welke bestemming er wordt gereden is aan de chauffeur. Om die metafoor nog wat verder door te trekken. Volgens Oudman rijdt die auto nu gevaarlijk slingerend over de weg en daarom moet er een nieuwe auto komen die niet meer slingert. Die auto slingert echter omdat de chauffeur een glaasje teveel op heeft. Niet omdat de auto defect is.

Pleidooien zoals die van Oudman zijn gevaarlijk omdat ze de suggestie wekken dat onze liberale democratie er de oorzaak van is dat er slechte besluiten worden genomen. Dit ondermijnt het vertrouwen van mensen in die liberale democratie en haar instellingen terwijl we die juist moeten koesteren. Die twijfel komt bovenop de hoop van twijfel en regelrechte minachting die anderen zoals Baudet ,Wilders en consorten aan de ene kant, en Rebekka Timmer, waarover mijn vorige prikker handelde, en BIJ1 de club die zij voorzit aan de andere kant, ook al zaaien. De liberale democratie is namelijk het enige politieke systeem dat zichzelf kan corrigeren binnen haar regels. Andere systemen moeten omver geworpen worden om zaken te veranderen. Om bij die dronken bestuurder te blijven. Beneveld door de alcohol klaagt Oudman dat zijn auto niet doet wat hij wil en in plaats van zijn roes uit te slapen, vraagt hij om een andere auto. Het is openbaar dronkenschap.

“Timmertje, Timmertje wat ga je doen?”

“We zijn niet tegen de parlementaire democratie, wel tegen liberale democratie,” aldus Rebekka Timmer de voorzitter van BIJ1 in een interview bij De Kanttekening. Want: “De liberale democratie is een fopdemocratie. Het grootkapitaal regeert de westerse wereld.” Bijzondere uitspraken.

Bron Wikipedia

De partij gelooft: “dat er meerdere vormen van kennis bestaan dan alleen wetenschappelijke. Zo is onze partij bijvoorbeeld bij uitstek gebouwd op ervaringskennis.” De wetenschappelijke methode houdt in dat kennis is gebaseerd op empirisch bewijs, bewijs dat reproduceerbaar is. Op Aarde valt een bal altijd naar beneden. Ervaringskennis is dat niet. Mijn ervaringen met iets zijn niet reproduceerbaar voor een ander. Laat ik eens met wat kennis gebaseerd op empirisch bewijs, naar de uitspraak met betrekking tot de liberale democratie kijken.

BIJ1 is een partij die, zoals Timmer het noemt, staat voor: “pragmatisch intersectioneel socialisme.  Op haar site omschrijft de partij het als volgt: “We zijn ook een partij die intersectioneel denkt. Dat betekent dat we inzien dat racisme niet op zichzelf staat, maar dat alle problematiek in onze maatschappij met elkaar samenhangt. Armoede, discriminatie, LHBTQI+-haat, de klimaatcrisis, de crisis op de woningmarkt, in de gezondheidszorg en het onderwijs: niets staat op zichzelf. We kúnnen dus niet anders dan naast racisme ook andere onderwerpen aansnijden, omdat alles invloed op elkaar heeft. Niemand wordt vergeten en iedereen heeft het recht op een goed leven. We pakken dus alle onderwerpen aan. Gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en solidariteit is waar we ons sterk voor maken.”  

Dat de behandeling van LHBTQI+ mensen in liberale landen beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar de LHBTQI+ rechten zijn gegarandeerd?  

Dat de omgang met de leefomgeving in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar een rechter de regering terugfluit omdat ze niet voldoet aan de eigen wetten?

Dat racisme bestreden moet worden en dat dit in liberale landen aandacht vraagt, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen dat op dit gebied betere papieren weet te overleggen?

“Vanaf het moment dat BIJ1 werd verkozen tot de Tweede Kamer, hebben we niet alleen gepleit voor excuses voor het koloniale en slavernijverleden, maar ook voor herstelmaatregelen in het kader van reparatory justice (of herstelrechtvaardigheid).” Aldus de partij in haar reactie op de recente door het kabinet gemaakte excuses voor het slavernijverleden. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar kritisch naar het eigen verleden wordt gekeken en een regering excuses voor daden begaan in dat verleden, aanbiedt?

Dat de armoedebestrijding en de verdeling van de welvaart in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Sterker nog er waren periodes dat de liberale landen het veel beter deden en een flinke economische groei realiseerden zonder al te drastische inkomensverschillen omdat de hoogste inkomens werden belast met percentages van 72% in Nederland tot meer dan 90% in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en toch zeer innovatief waren. Mocht de BIJ1 aan de macht komen dan worden: “de productiemiddelen gecollectiviseerd en het privébezit afschaft, zoals Marx dat in de negentiende eeuw al voor ogen zag? ‘Jazeker, ‘(w)ij staan voor radicale democratisering van de economie,’” aldus Timmer. Nu zijn er landen, zoals Noord-Korea die dat hebben gedaan en in het verleden was de economie in de Oostbloklanden op die leest geschoeid. Qua inkomen en vermogen zeer gelijke samenlevingen. Helaas bleken ze wat minder goed in het voorzien in basisbehoeften van mensen. En nu we het toch over productiemiddelen hebben. Kan Timmer mij een niet-liberaal land noemen dat bekend staat om haar innovatiekracht en het uitvinden van nieuwe zaken?

En nu even terug naar dat intersectionele. Intersectioneel denken is denken over macht. Wie heeft macht en wie niet en dat denken wil vervolgens de macht evenwichtiger verdelen. Het richt zich daarbij vooral op degenen met de minste macht. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar denken wordt getolereerd dat de macht in het land anders wil verdelen en de zittende macht ondermijnt?

Timmer lijkt zich niet te realiseren dat ze het kind met het badwater weg wil gooien. Bij het lezen van het interview moest ik terugdenken aan de 1.000 meter vrouwenschaatsen tijdens de Olympische Spelen van Nagano in 1998 toen commentator Frank Snoeks na de Olympische titel van Marianne Timmer uitriep: “Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?”

How to end the war?

Binnenkort is het een jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. Een jaar van gevechten. Voor de spanningsboog van de zappende moderne burger is dat lang. Als we het in historisch perspectief bezien dan valt dat reuze mee. Maar hoe moet het eindigen?

De Tweede Wereldoorlog duurde afhankelijk van waar je woonde tussen de drieënhalf (de VS) tot acht jaar (China). De eerste van august 1914 tot en met november 1918. En dat zijn dan nog korte vergeleken met de Dertigjarige oorlog, die voor een deel weer samenviel met de Tachtigjarige oorlog.  De kroon werd wel gespannen door de 118 jaar durende Honderdjarige oorlog om de Franse troon die met relatief rustige tussenposen woedde van 1337 tot 1453 tussen aan de ene kant het Franse huis Anjou en aan de andere kant het huis Plantagenet dat het koningschap van Engeland combineerde met bezittingen in Frankrijk. Of je moet de drie Punische oorlogen tussen het Romeinse rijk en Carthago als een oorlog zien met twee relatief lange rustige tussenposen. Dan duurde die oorlog namelijk ook 118 jaar, van 264 tot 146 voor de start van onze jaartelling.

Slag bij Nieuwpoort van Jacob de Vos. Bron: WikimediaCommons.

Als we naar de ‘vroegere voorbeelden’ kijken, dan zijn er twee mogelijkheden: na jaren strijden komen de partijen tot een vergelijk waarin ze zich kunnen vinden en dat aantrekkelijker is dan de strijd voortzetten. Dat is de manier waarop de Dertig- en Tachtigjarige oorlog en de Eerste Wereldoorlog werden beëindigd. Iedereen wint en verliest wat. In het geval van de Eerste Wereldoorlog verloor de ene partij, Duitsland, meer dan ze wilde maar haar onderhandelingspositie was door de revolutionaire sfeer in het land dermate verzwakt dat wapenstilstand verwerd tot een nederlaag. De tweede mogelijkheid is een nederlaag van een van de partijen. Zo eindigden de Tweede Wereldoorlog, de Honderdjarige oorlog en de drie Punische oorlogen. Tenminste als je ze als één oorlog ziet want de laatste van de drie eindigde met de totale vernietiging van de stad Carthago en de overlevenden, zo’n 50.000 mensen, werden als slaaf verkocht.

De huidige oorlog via het tweede scenario beëindiging, door de totale nederlaag van een van de twee partijen, dat kan er wel eens iets worden van heel lange adem. Oekraïne is niet bij machte om Rusland op de knieën te dwingen en te bezetten. Zelfs met Amerikaanse en Europese steun is dat een onmogelijkheid. Daarvoor is Rusland te groot. Net zoals Rusland Oekraïne niet op de knieën kan dwingen en succesvol bezetten. Iets waaraan ik vorig jaar al, voor aanvang van de oorlog, twijfelde. Zeker niet als je de oorlog ziet als een oorlog tussen Rusland en de NAVO en de VS, zoals Van Russische kant met goede argumenten wordt betoogd. Als je met dat frame naar de oorlog kijkt, dan kun je ook beweren dat we in het 77ste jaar zitten van de oorlog tussen het Westen en Rusland. Geen bemoedigende gedachte maar ik kan niet uitsluiten dat historici uit komende eeuwen het in perspectief zien. Of, en dat kan ook, dat Poetins inval in Oekraïne wordt vergeleken met het schot van Gavrilo Princip dat de aanleiding vormde tot de Eerste Wereldoorlog en die inval zien als de aanleiding voor de Amerikaans-Chinese oorlog. Ook geen bemoedigend scenario.

Voor bemoedigender scenario’s moeten we naar het eerste einde van oorlogen, het vergelijk tussen partijen. Echter voordat we te enthousiast worden ook oorlogen die eindigden met een totale nederlaag kenden momenten van rust en aan die rust lag vaak een overeenkomst ten grondslag. Maar geen overeenkomst die permanent soelaas bood. Op die manier kun je ook de vrede van Versailles waarmee de Eerste Wereldoorlog eindigde bezien. Als je de Tweede tenminste als een voorzetting van de Eerste ziet en daar zijn argumenten voor te vinden.

Met die Eerste – en Tweede Wereldoorlog ben ik wel waar ik wezen wil. Die twee oorlogen maakten namelijk een einde aan de langdurige machtsstrijd in Europa tussen Frankrijk en Duitsland. Na de Eerste lukte dat niet omdat wraak en revanche voor de vernedering bij zowel de Duitsers als de Fransen overheerste. De Fransen wilden wraak en revanche voor de vernietigingen van die oorlog maar vooral voor de nederlaag een oorlog eerder, de verloren oorlog tegen de Duitsers van 1871. Bij een groot deel van de Duitsers lag het dictaat van Versailles zwaar en flinke delen van de bevolking riepen om wraak.

Na de Tweede lukte het wel. Niet omdat er toen geen roep om wraak, vernedering, vergelding en herstelbetalingen waren. Die waren er zeker, ook in Nederland waren er ideeën en plannen om de Duitsers uit te kleden. Het meest megalomane idee was het Bakker Schut-plan. Dat behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. De machtsstrijd werd beëindigd door Europese samenwerking. Door in structuren gegoten ‘Handel durch Wandel’ die de twee grote rivalen inkapselde en met elkaar verbond. En vervolgens door mensen naast Duitser, Fransman of Nederlander ook onderdeel te laten zijn van een groter verband. Door, om dat moderne woord te gebruiken, de mensen een Europese identiteit naast de nationale aan te meten. De Europese voor de wereldpolitiek en de nationale, om het wat cru te formuleren, voor de sport en cultuur. Of oorlog tussen de landen in de  Europese samenwerking daarmee definitief tot het verleden behoort, moet de toekomst uitwijzen. Helaas zijn er tegenwoordig partijen, zoals de FvD van Baudet, die aan dat verband, aan die Europese samenwerking op liberale en democratische grondslag, een einde aan willen maken. Liberaal zoals Fukuyama het definieert: ‘de  doctrine … waarin werd gepleit voor de beperking van de regeringsmacht door middel van wetten en uiteindelijk ook grondwetten en waarbij instituties in het leven werden geroepen waarmee de rechten van  burgers werden beschermd .[1]Maar nog bedreigender, landen zoals Polen en Hongarije, die de grondslagen onder die samenwerking, de liberale democratie, met voeten treden en zo het geheel ondermijnen.

Aangezien complete vernietiging en verkoop van de overlevenden als slaven geen realistisch scenario meer is, moet er een manier worden gevonden waarop alle betrokken partijen met elkaar samen kunnen en willen leven. Daarbij helpt het niet om de ander te ontmenselijken en te verketteren zoals nu vooral gebeurt. Daarbij helpt het wel om een beeld van de samenleving en de samenwerking na de oorlog te schetsen. Hoe zou die samenleving eruit moeten zien? Daarvoor biedt de Europese samenwerking een interessant voorbeeld. Zo’n soort samenwerking tussen de huidige EU samen met Rusland en Oekraïne met een liberale en democratische basis. Een  uitbreiding van de Duitse Handel durch Wandel politiek die nu wordt verketterd als ‘een tweede München’ met overheidsstructuren. Dat zou een win-win zijn voor alle betrokken partijen, een Euro-Russisch blok.Nu zal dat veel weerstand oproepen bij de Europese lidstaten die onder de Sovjet heerschappij vielen.

Op die manier wordt de Russen die van Poetin en zijn kliek af willen, een alternatief geboden dat er nu niet is. Want wat, behalve ‘wij willen niets met jullie te maken hebben’ heeft de EU de Russen nu te bieden? Zo’n samenwerking zou het tweede langjarige Europese conflict beëindigen. Het conflict met Rusland en haar voorgangers. Bovendien kan dit wel eens de manier zijn om te voorkomen dat de Russische inval in Oekraïne het ‘Pricip-moment’ wordt van een Amerikaans-Chinees conflict. Het alternatief zou wel eens een antiliberaal, autocratisch Chinees-Russisch blok aan onze grenzen kunnen zijn.


[1] Francis Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, pagina7

Herstelbetalingen

Met een boekwerk van 1.300 bladzijden als ‘Unterlagen’, plaatst de Poolse regering, bij monde van staatssecretaris Arkadiusz Mularczyk, een verzoek of eis om Duitse herstelbetalingen voor de door de Duitsers aangerichte schade in de periode 1939-1945 weer op de agenda. De staatssecretaris denkt aan een bedrag van € 1,3 biljoen dat is € 1.300.000.000.000. En dit is, zo betoogt hij: “Een conservatieve schatting.” Dit om de: “Poolse verliezen in de Tweede Wereldoorlog: vernietigde steden, geroofde kostbaarheden en vooral onvoorstelbaar veel verloren mensenlevens. Meer dan vijf miljoen mensen (bijna een vijfde van de bevolking) werden gedood, onder wie drie miljoen Poolse Joden,” te dekken. Een bijzonder betoog met een behoorlijke kronkel dat is te lezen in de Volkskrant.

Een afbeelding van de slag bij Zama waar Chartago onder leiding van Hannibal werd verslagen door de Romeinen onder leiding van Publius Cornelius Scipio. Na die slag voegde deze Africanus toe aan zijn naam. Bron: flickr  

Centraal in het betoog van Mularczyk, al wordt het in het krantenartikel niet genoemd, staat de redenering die ook onder de excuses door premier Rutte voor het slavernijverleden ligt. Rutte zei het als volgt: “het klopt ook dat de Nederlandse Staat in al zijn historische verschijningsvormen verantwoordelijkheid draagt voor het grote leed dat tot slaaf gemaakten en hun nazaten is aangedaan.” De redenering dat de huidige regering, als opvolger van die eerdere, de verantwoordelijkheid draagt voor de acties van die vorige regeringen. De huidige Duitse regering draagt de verantwoordelijkheid voor de misdaden begaan door nazi-Duitsland. De herstelbetalingen zijn dan een manier om die verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven.

Bijzonder is dat Mularczyk die historische verantwoordelijkheid wel voor de huidige Duitse regering ziet en niet voor zijn eigen Poolse regering. De Poolse regering heeft in 1953 afgezien van eventuele herstelbetalingen, een standpunt dat in 2004 nog eens is bevestigd door de toenmalige premier Marek Belka. Mularczyk vind echter dat zijn regering niet verantwoordelijk is voor de daden van die eerdere regeringen: “Als je opnieuw iets bevestigt wat ongeldig is, wat is dat dan waard?”  Daarmee zegt hij dat er in 1953 geen rechtmatige Poolse regering zat en daarbij geeft hij de volgende vergelijking: “Toen ik onlangs in Berlijn was, vroeg ik aan de Duitse staatssecretaris: ‘Erkennen jullie soms ook het referendum op de Krim? Of in Cherson? Waarom erkennen jullie dit Poolse nepakkoord dan wel?’” Een nepakkoord omdat, zo betoogt de huidige Poolse regering, dit akkoord onder druk van de Sovjet Unie tot stand kwam. Een recente voorganger, de regering onder leiding van premier Belka, zag dat in 2004 kennelijk anders.

Als de Poolse regering een breuk in die verantwoordelijkheidsketen ziet, waarom zou de Duitse regering zich daar dan niet ook op kunnen beroepen? Zoiets van: Hitler mag dan volgens de regels van het spel Rijkskanselier zijn geworden, wat hij daarna deed was echter volledig in strijd met de spelregels en dus ongeldig. Die ongeldigheid maakt dat wij (de huidige Duitse regering) geen verantwoordelijkheid dragen voor alle acties die na die ongeldigheid door Nazi-Duitsland zijn ondernomen en dus ook niet aansprakelijk zijn voor de schade als gevolg van deze acties.

Voor Mularczyk stopt het niet bij Duitsland: “Overigens willen we na de oorlog ook herstelbetalingen van Rusland eisen voor de misdaden van de Sovjet-Unie in Polen.” De Poolse staatssecretaris is optimistisch: “het is een kwestie van tijd. De Duitse positie is moeilijk vol te houden, de regering heeft geen enkel goed argument om het niet te doen. Namibië krijgt wel herstelbetalingen voor het Duitse kolonialisme. En in Nederland praten jullie nu over excuses en herstelbetalingen voor de slavernij, een debat dat ik met grote interesse volg. De Tweede Wereldoorlog is korter geleden. Dit is een wereldwijde discussie. Duitsland moet inzien hoe belangrijk deze zaak is in internationaal opzicht, het gaat niet alleen om Polen. Ik hoop dat de Duitsers de dialoog willen aangaan.” Dit allemaal omdat Polen: “nog steeds de gevolgen, in demografisch en economisch opzicht,” voelt.

En daarmee zijn we beland in een oneindige keten van eisen voor herstelbetalingen. Dan zal de discussie over hoe Chinees de Mongools de veroveraar Dzjengis Khan is, een heel andere wending krijgen omdat er vanuit Oezbekistan een verzoek om herstelbetaling komt vanwege de vernietiging van Urgench, de hoofdstad van het Chorasmische rijk waaraan Dzjengis een einde maakte. Daarna werd de stad wel weer opgebouwd maar het ‘demografische en economische verlies’ was toch aanzienlijk en dat moet hersteld worden. En niet alleen vanuit Oezbekistan want er zijn nog veel meer huidige landen die ‘demografische en economische schade’ hebben geleden tijdens de Mongoolse kolonisatie van de wereld. Dan kan de Italiaanse regering een Tunesisch verzoek om herstelbetalingen verwachten vanwege de vernietiging van Carthago in 146 voor onze jaartelling door de Romeinse troepen onder leiding van Scipio Aemilianus. Inderdaad een nakomeling van Scipio Africanus die Hannibal versloeg in de slag bij Zama. Voor de filmliefhebbers, die slag bij Zama wordt nagespeeld in een gladiatorgevecht in de film Gladiator. Alleen winnen in dat gladiatorgevecht de ‘barbarians’, de Carthagers, en niet de Romeinen. Italië kan er trouwens ook eentje vanuit Griekenland voor de vernietiging van de stad Corinthe door Romeinse troepen onder Mummius in datzelfde jaar, verwachten. De gevolgen van die vernietigingen werken in demografisch en economisch opzicht nog steeds door. Al die gesneuvelde en vermoorde inwoners van die welvarende steden hebben zich immers niet meer kunnen voorplanten.

Het lijkt mij een vruchteloze exercitie om alle historisch leed via herstelbetalingen te ‘vergoeden’.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Premier Rutte: “wees met name op 1 juli 2023, als het officieel 150 jaar geleden is dat de slavernij in het koninkrijk werd afgeschaft. ‘Maar het proces is pas echt klaar als de discriminatie van mensen vanwege hun huidskleur is gestopt,” zo lees ik in de Volkskrant. Een bijzondere soap rond excuses voor het slavernijverleden. Dat bijzondere is gelegen in het oorzakelijk verband dat er wordt gelegd tussen verschillende feitelijke constateringen.

De eerste feitelijke constatering is dat het begrip racisme een steeds ruimer wordt ingevuld. Volgens de Van Dale is racisme de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Racisme is daarmee een handeling, een actie op basis van een bewuste gedachte. Hier schreef ik al eens een prikker over naar aanleiding van een bijzonder gesprek onder een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent met als titel Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één. Een gesprek waarin ik Mulder vroeg naar haar definitie van racisme en die niet kwam, want: voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan” Zonder een duidelijke definitie van is een zinvol gesprek onmogelijk omdat iedereen dan iets anders bedoeld. Dan wordt het zoiets als het partijtje ‘bunkertrefbal’ dat mijn aspiranten honkballers laatst speelden. Op mijn vraag wat ze het laatste half uur wilden doen, kwam het antwoord bunkertrefbal. Ik had geen idee wat het was, maar zij wisten precies wat er werd bedoeld. Totdat ze gingen spelen en er boze gezichten kwamen. Wat bleek, ze speelden met verschillende regels.

Feitelijke constatering twee: als jezelf, je ouders of grootouders van elders naar Nederland gekomen zijn, dan heb je niet dezelfde mogelijkheden als iemand bij wie dat wel het geval is. Als nieuwkomer mis ontbreekt het je aan kennis van de samenleving waar te naartoe migreert. Maar belangrijker dan het ontbreken van die kennis is het ontbreken van kennissen. Je mist een netwerk waardoor het zeer lastig wordt om een plek te vinden die bij je capaciteiten past. Dat laatste heb ik in een eerdere prikker ‘nieuwkomers nadeel’ genoemd. Het gebrek aan kennis is daarbij makkelijker op te lossen dan het gebrek aan die kennissen. Het ‘opklimmen in de rangen’ na migratie kost meerdere generaties tijd

Dan de vierde feitelijke constatering het feit dat Nederland koloniën had. Een feit dat niet is te ontkennen. Het woord kolonie kent een oud Griekse geschiedenis. Werd het te druk in een stad of gebied, dan trok een deel van de inwoners weg naar een leeg stuk land en stichtte daar een onafhankelijke ‘zusterstad’. Als er tegenwoordig over koloniaal verleden wordt gesproken, dan wordt vooral de periode na 1500 waarin Europa economisch en militair de wereld steeds meer ging overheersen[1]. Het streven naar een zo groot mogelijk rijk, was echter niets nieuws. Het enige nieuwe eraan was dat het op wereldschaal gebeurde. De diverse Chinese dynastieën, de Perzen, het Egypte van de farao’s, de Romein, de Magadha, de Olmeken, Inca’s, Azteken, het Islamitische rijk, de Mongoolse horden, allemaal streefden ze naar ‘werelddominantie’ in de hun bekende wereld. Dat Mongoolse rijk wordt qua omvang in de geschiedenis trouwens alleen overtroffen door het Britse Rijk. Tot de Russische inval in Oekraïne waren velen ervan overtuigd dat het veroveren van gebieden tot het verleden behoorde. Wat niet wil zeggen dat het streven naar ‘werelddominantie’ en als je die hebt het behoud ervan, tot het verleden behoort.

Als vijfde het feit dat slavernij is eeuwenlang een algemeen aanvaard maatschappelijk gebruik was. Wat hierbij onder invloed van het christendom en de islam ook geleidelijk algemeen gebruik werd, was dat je geloofsgenoten niet tot slaaf mocht maken. Algemeen aanvaard maar niet door iedereen. Vanaf het midden van de achttiende en versneld in de negentiende eeuw komt daar verandering in. Een bijzondere periode in de West-Europese geschiedenis. Bijzonder omdat heel veel zaken die tot de mores in vroeger eeuwen behoorden, ter discussie werden gesteld. Het is de periode dat Adam Smith zijn Theory of Moral Sentiment waarin hij de emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden onderzocht en het beroemdste The Wealth of Nations waarin hij de economische ontwikkeling beschrijft. Met daarin de beroemde passage van de onzichtbare hand. De tijd waarin Immanuel Kant zijn drie ‘kritieken’ schreef[2] en Zum ewigen Frieden. Het tijdperk van de Verlichting, door diezelfde Kant omschreven als: “het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.[3] De leiding van de ander waar de mens het zonder zou moeten doen, betrof vooral de religieuze dogma’s.

Dat ‘gebruik maken van het eigen verstand’ bleef niet zonder gevolgen. Smith, Kant en vele anderen schreven daardoor hun boeken. Het ‘door god gegeven recht’ van heersers werd ter discussie gesteld. Sterker nog, ze konden worden afgezet. Democratie’ werd onderdeel van het gesprek. Nadenken leidde tot de ‘stoommachine’ en ander uitvinding en via Smith tot het nadenken over en proberen te verklaren van iets wat we nu ‘de economie’ noemen. De verlichting leidde ertoe dat er zoiets als een ‘publieke ruimte’ ontstond alwaar over van alles en nog wat gedebatteerd kon worden, dat er kranten ontstonden. De Verlichting leidde tot het ter discussie stellen van god en de godsdienst. De Verlichting leidde er toe dat er allerlei emancipatie- en burgerrechtenbewegingen ontstonden en dus ook een beweging die de slavernij wilde beëindigen. Aan de andere kant leidde de Verlichting ook tot het nadenken over overeenkomsten en verschillen tussen mensen. Ze stond daarmee ook aan de wieg van wat we nu racisme noemen. Want zelf nadenken en willen weten, wil niet automatisch zeggen dat er hetzelfde wordt gedacht en dat voor fenomenen eenzelfde verklaring ‘gedacht’.

De Verlichting was een westers verschijnsel. Het deed zich niet voor in China, India of het Perzische Rijk. Dat slavernij nu in theorie overal is afgeschaft, is daarmee te danken het westen. Slavernij was geen ‘westerse’ uitvinding al zijn er mensen die lijken te geloven dat Europeanen slavernij uitvonden. Sterker nog, als je via google zoekt, kun je de bevestiging zien van die feitelijk onjuiste opvattingen zoals ik een klein half jaar geleden al schreef. Afrikanen, Arabieren, Chinzeen, Indiërs, authentieke Amerikanen, slavernij kwam overal voor. Het oudste ‘wetboek’ de Codex Hammurabi van zo’n 38 eeuwen geleden, spreekt op verschillende plekken over slaven. In de periode van 800 tot 1900 vonden minstens zoveel tot slaaf gemaakte Afrikanen hun weg naar de Arabische wereld. En nee, met die Codex werd slavernij niet ingevoerd. De Codex reguleerde de bestaande praktijk en gaf aan welke straf er op overtreding van die praktijk stond. De afschaffing ervan begon in Europa door het in wetboeken te verbieden en door het verbod ervan vervolgens ook in andere delen van de wereld af te dwingen.

Het wordt bijzonder als deze feitelijke constateringen worden gecombineerd tot een alles verklarende theorie. Die combinatie werd in 2021 beschreven door Fati Benkaddour in een artikel bij Joop: “Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging, aldus Bendakkour. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Toch zijn er velen die deze tang toch in meer of mindere mate op een varken vinden lijken. Die noemen ‘racisme’ als verklaring voor het eerder behandelde nieuwkomers nadeel. Die zien slavernij doorwerken in de huidige sociale ongelijkheid in Nederland. Die zien overal racisme en institutioneel racisme en zien daarin een voorzetting van de ‘koloniale verhoudingen’. Die zijn als de welbekende hamer die in alles een spijker ziet. Die beweren in navolging van Gloria Wekker dat: West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.”  Die betogen zoals Angélique Duindam in de Volkskrant dat er een: “systeem bedacht (is) waarin we andere mensen konden ontmenselijken.” Het ‘Risk- kaartje met Saids opdracht’ waar Wekker het overheeft en Duindams ‘bedenken’ verwijzen naar een ‘voorbedachte rade’ waarover mijn vorige prikker handelde. De feiten laten zien dat Europeanen zich over de wereld verspreidden, zich dus buiten hun ‘gebied’ begaven en daarbij volkeren aan zich onderwierpen. Wat Wekker hier doet, is vanuit het heden een ‘voorbedachte rade’ opleggen aan voorouders: ze bezitten koloniën en hebben de daar aanwezige mensen onderworpen dus dat zal dan wel de reden zijn dat ze de wijde wereld introkken. Een ‘voorbedachte rade’ waarvoor elk bewijs ontbreekt. Ze bevoeren de zeeën om de ‘tussenpersoon’ in de handel uit te schakelen en zoveel mogelijk rechtstreeks met de Chinese en Indische bron te handelen, niet omdat ze wilden ‘veroveren’. Dat veroveren en onderwerpen kwam er later bij en was in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de ‘West-Europese concurrent’. Het bedachte ‘systeem’ van Duindam is een achterafverhaal om iets te beschrijven. Een achteraf verhaal waarin gebeurtenissen en keuzes van verschillende van onze voorouders op verschillende momenten in de tijd met elkaar in verband gebracht worden en worden gepresenteerd als een logische beschrijving en verklaring van iets. Deze verhalen zijn, om Tom Phillips aan te halen, het gevolg van problemen die ontstaan door short cuts in onze hersenen en dan vooral van de heen short cut  die altijd zoekt naar patronen. “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.[4]


[1] Bij ‘Europa’ hoorden, na de onafhankelijkheid van Engeland, ook de Verenigde Staten

[2] Kritik der reinen Vernunft (1781), Kritik der praktischen Vernunft (1788) en Kritik der Urteilskraft (1790).

[3] Uit Immanuel Kant, Was ist Aufklärung. Geciteerd bij Historiek.net.

[4] Tom Phillips, De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups, pagina29

Onvergelijkbaar onvergelijkbaar

In zijn column in de Volkskrant schrijft Ari Elshout over de strijd tussen universalisten en multiculturalisten in Europa. Volgens Elshout vinden universalisten dat rechten, plichten en wetten voor iedereen gelden. De multiculturalisten vinden dat er: “rekening (moet worden) gehouden met andere culturen, ook al accepteren die het gelijkheidsbeginsel voor vrouwen en homo’s niet. Hameren op de universele rechten leidt tot uitsluiting van bevolkingsgroepen met andere waarden, is het argument.” Hij ziet dat vooral ‘links’ het hier lastig mee heeft: “zo streng als links is voor een steenrijk emiraat ver weg, zo voorzichtig opereert het doorgaans in de omgang met minderheden thuis die vanuit hun geloof niet veel anders denken over vrouwen en lhbti-plus dan de Qatarezen.” Een bijzonder betoog.

Bijzonder omdat ‘minderheden thuis’ van een hele andere orde zijn dan ‘de Qatarezen’. De ‘minderheden’ thuis die ‘anders denken’ hebben in Nederland de vrijheid om te mogen denken wat ze willen. Er is geen wet in Nederland die zegt ‘gij moet zus en zo denken over vrouwen of lhbti+’. Gelukkig is die er niet. In Nederland hebben we de vrijheid om ergens anders over te denken dan alle anderen. Het staat al die anderen ook vrij om jouw manier van denken verwerpelijk te vinden. De ‘strengheid’ naar de Qatarezen is gericht tegen de Qatarese overheid en haar wetgeving. Niet tegen wat de inwoners van Qatar vinden. De Qatarese overheid en wetgeving probeert mensen juist wel op te dringen wat ze moeten denken en vinden. De Qatarese wetgeving beperkt de vrijheid van haar inwoners.

Bijna aan het einde van zijn column geeft hij een advies aan links: “Ik zou zeggen: wees consequent, veroordeel achterstelling van bepaalde groepen niet alleen daar maar ook hier. Protesteren tegen de hoofddoekplicht in Iran gaat moeilijk samen met het verdedigen van de hoofddoek hier.” Het probleem in Iran is niet dat vrouwen hoofddoeken dragen. Het probleem is dat de overheid hen dwingt tot iets. De Iraanse overheid decreteert: ‘gij zult een hoofddoek dragen.’ Het probleem met Nederlandse partijen die de hoofddoek willen verbieden, is dat ze willen dat de Nederlandse overheid hetzelfde doet als de Iraanse, namelijk mensen dwingen tot iets: ‘gij zult geen hoofddoek dragen’. Het recht van de Iraanse vrouw om geen hoofddoek te dragen en het recht van de Nederlandse vrouw om er wel een te dragen, baseren zich op dezelfde vrijheid, namelijk de vrijheid van het individu om zonder dwang van wie dan ook en zeker zonder overheidsdwang, te bepalen welke kleren de persoon draagt. Het probleem van ‘links’ is dat het meegaat in een discussie over onvergelijkbare onvergelijkbaarheden. Hameren op universele rechten laat zich prima combineren met andere waarden. Problemen ontstaan pas als ‘waarden’ worden opgedrongen via wettelijke ge- en verboden. Als de vrijheid van het individu wordt aangetast om bepaalde normen op te dringen.

Politiek correcte politieke incorrectheid

“Ook de linkse media weten er niet goed raad mee. Soms druipt de politieke correctheid er vanaf. In een tweekolommetje besteedt De Volkskrant op de binnenpagina aandacht aan de voetbalrellen, terwijl er dagenlang aandacht en verontwaardiging was voor de Sinterklaasrellen in de gemeente Staphorst.” Dit schrijft criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder in een artikel op de site Wynia’s Week. Een artikel naar aanleiding van de rellen die uitbraken na de winst op de Belgen van het Marokkaanse voetbalelftal.

Bron: Flickr

Volgens Werdmölder waren die rellen een gevolg van ‘botsende culturen’: “de feminiene Nederlandse c.q. Belgische christelijke cultuur, de macho Riffijns-islamitische cultuur en de hedendaagse straatcultuur.” Dit leidt tot: “onzekerheid, geweld en criminaliteit,” bij de jeugdigen. Of dat zo is, weet ik niet en daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om de uitspraak waarmee ik deze prikker begon.

De manier waarop media met de voetbal- en sinterklaasrellen omgingen en de ‘politieke correctheid’ die daarvan afdruipt. Dagenlange verontwaardiging over de ene rel, de Sinterklaasrellen, en twee kolommetje op de binnenpagina voor de andere, de voetbalrellen. Een bijzondere vergelijking van twee ongelijke gebeurtenissen. Bij beide gebeurtenissen werd de openbare orde geschonden en speelde de politie een belangrijke rol, dat hebben ze gemeen. Dat is dan ook de enige overeenkomst.

Aan de ene kant, al dan niet door ‘botsende culturen’ en daardoor ‘onzekere jongeren’ veroorzaakt geweld en crimineel gedrag met geen ander doel dan rotzooitrappen. Aan de andere kant intimidatie en geweld om te voorkomen dat een andere groep gebruik kan maken van het democratisch recht om via een demonstratie je mening ergens over te uiten.

Bij beide rellen speelde de politie een belangrijke, zij het niet gelijke rol. Bij de voetbalrellen speelde de politie de rol die we van haar mogen verwachten. De rol van handhaver van de openbare orde. Een handhaver die optreedt als die orde wordt geschonden en dat was het geval toen de blijdschap na de overwinning van het Marokkaanse elftal uitliep op vernielingen en geweld tegen de politie die hiertegen optrad. Bij de Sinterklaasrellen was die rol de rol van ‘toeschouwer aan de zijlijn’. Een toeschouwer die toekeek en niet ingreep bij intimidatie en geweld van de ene groep tegen de andere. Een toeschouwer die haar plicht, het garanderen van het recht om te demonstreren maar vooral het beschermen van burgers tegen intimidatie en geweld door anderen, verzaakte.

Dat verschil in doel tussen de doelloze voetbalrellen en de doelbewuste aantasting van het democratische recht van burgers maakt, de vergelijkbaarheid die Werdmölder suggereert, onhoudbaar. Onhoudbaarheid die nog wordt versterkt door de rol van de politie, handhaver van de openbare orde en veiligheid in het ene geval en plichtsverzaker in het andere. Dit maakt Werdmölders vergelijking een gotspe.

Dit maakt het verschil in media-aandacht niet meer dan terecht en laat zien dat ‘de linkse media’ juist goed raad weten met dergelijke rellen. Dat er niets ‘politiek corrects’ afdruipt van dat verschil in media-aandacht. Sterker nog, de politieke correcte  politieke incorrectheid van Werdmölder door deze twee ongelijke gebeurtenissen gelijk te verklaren, is stuitend.

Bregmans glazen bol

Wat zou het fijn zijn als we nu al wisten dat we in de ogen van onze verre nazaten iets doen wat barbaars of moreel verwerpelijks is. Dan zouden we kunnen ‘handelen met voorkennis’. Op de beurs is dat verboden maar als het gaat om het toekomstig rapportcijfer voor goed gedrag dan zou het heel mooi zijn als we zouden weten wat in de toekomst als goed gedrag wordt gezien. Gelukkig voorziet Rutger Bregman ons van een morele glazen bol in de vorm van, om de titel van zijn artikel bij De Correspondent aan te halen: “Zes tekenen dat je aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat.”  

Je hoeft geen specialist te zijn want die zes tekenen zijn voor iedereen die ze wil zien, makkelijk te herkennen. Laten we ze eens na lopen. Als eerste hebben we de signalen dat iets verkeerd is allang gehoord. Bregman: “ Het is niet dat een stelletje activisten aan het einde van de achttiende eeuw ineens, voor het eerst in de geschiedenis, bedacht dat er misschien iets mis kon zijn met de slavernij. Die geluiden klonken al eeuwen, maar waren nooit uitgegroeid tot een beweging.” Als tweede omdat we het: “normaal, natuurlijk en noodzakelijk vinden” Slavernij was er al altijd en: “sommige mensen waren ‘van nature’ slaaf, en als je de slavernij verbood dan zou de economie instorten.” Als derde als: “mensen wegduiken voor onprettige feiten.” Feiten zoals: “Wie een goedkoop T-shirt aanschaft denkt liever niet aan een sweatshop in Bangladesh, en wie naar Ibiza vliegt denkt liever niet aan de stijgende zeespiegel, brandende oerbossen en miljoenen klimaatvluchtelingen.” Een vierde teken zijn: “de boze reacties die morele pioniers oproepen.” Als vijfde als we moeite hebben om het aan onze kinderen uit te leggen. Want kinderen hebben: “Juist omdat ze nog niet ‘volwassen’ zijn (…) een uniek talent om onze hypocrisie bloot te leggen.” Het zesde en laatste teken omdat: “We vermoeden dat toekomstige generaties het barbaars zullen vinden.”

Bregman gebruikt die zes tekenen om aan te tonen dat het eten van vlees moreel verwerpelijk is. Daar gaat het mij nu niet om. Het gaat mij er ook niet om dat Bregman zijn betoog onderbouwt door het ‘morele gezag’ dat hij aan voorouders toekent vanwege hun strijd tegen iets anders, laat afstralen op zijn betoog om geen vlees te eten. Zo aten enkele van zijn helden in de strijd tegen slavernij geen vlees. Als het moreel kompas in het ene geval goed stond, dan zal dat ook wel voor dat andere geval gelden. Maar als moreel goed in het ene ook tot moreel goed in het andere leidt, dan zou dat ook de andere kant op werken. Moreel fout in het ene en dus ook in het andere.  

Het gaat mij om die zes tekenen. Met die tekenen kun je alle kanten op. Je kunt er alles wat we nu doen als barbaars mee betitelen. Je kunt ermee bijvoorbeeld zowel abortus als ook een abortusverbod moreel barbaars noemen. Je kunt ermee verdedigen dat het enige recht van vrouwen het aanrecht is maar ook dat iedereen gelijke rechten heeft. En maakt bij nadere beschouwing het zesde teken de andere vijf niet overbodig? Immers als we nu al ‘vermoeden’ dat onze verre nazaten het barbaars zullen vinden, vinden we dat dan nu niet ook al barbaars? Zouden we er dan nu niet ook meteen iets aan doen? Het voelt immers niet goed om jezelf als barbaar te zien. Barbaren dat zijn altijd anderen. Voor de Grieken was iedere niet Griek een barbaar. De Romeinen zagen het min of meer hetzelfde. Wat uiteindelijk ‘de goede kant van de geschiedenis’ is, hangt daarmee helemaal af van je wereldbeeld.

Ook Bregmans glazen bol biedt geen garantie op een goed rapportcijfer voor ‘goed gedrag’ in de toekomst.

Giroblauw past bij jou

Je moet al een bepaalde leeftijd hebben om ze op televisie te hebben gezien. De ‘Giro blauw past bij jou’ reclamespotjes van de Postgiro met de Britse komiek John Cleese in de hoofdrol. De Postgiro, de opvolger van de in de jaren twintig van de vorige eeuw opgerichte Postcheque- en Girodienst. Die dienst speelde een belangrijke en cruciale rol in het moderniseren van het betalingsverkeer. In 1923 opgezet met als doel om de administratie van girorekeningen te centraliseren en met ponskaarten te mechaniseren. De dienst was bijzonder succesvol en was de eerste volledig geautomatiseerde girodienst ter wereld. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Yvonne Hofs over de ‘digitale euro’ in de Volkskrant.

Bron: Flickr

“De Europese Centrale Bank (ECB) wil in 2026 een digitale euro in het leven roepen als alternatief voor de chartale euro (bankbiljetten en munten). Europeanen (en later waarschijnlijk ook niet-EU-burgers en -bedrijven) kunnen dan een betaalrekening openen bij de ECB zelf. Nu kan dat alleen bij gewone banken, die betaalrekeningen in girale euro’s aanbieden. Digitale euro’s kunnen concurreren met girale euro’s, omdat ze op dezelfde manier gebruikt worden: voor elektronische betalingen via een app, betaalrekening of betaalpas”  En: “Girale euro’s zijn een vorm van privaat geld, omdat ze door private instellingen (commerciële banken) worden beheerd en uitgegeven. Contant geld is publiek geld, want alleen de ECB (een overheidsinstantie) heeft het recht eurobankbiljetten te drukken. Digitale euro’s zijn ook publiek geld, want de ECB krijgt straks het monopolie op de uitgifte ervan.” Zo lees ik in het artikel. Euro’s die concurreren met de girale euro’s bij gewone banken? Een concurrent van het ‘private girale geld’? Een rekening bij de ECB openen voor digitale euro’s?

Bij dat laatste kan ik me iets voorstellen. Iedereen een betaalrekening bij de ECB of voor Nederlanders bij de De Nederlandsche Bank (DNB), daar kan ik me iets bij voorstellen. Het komt in de basis neer op het creëren van een door de overheid gegarandeerd betalingsverkeer. Nationaliseren van het betalingsverkeer en dat voorkomt dat de overheid, zoals in 2008, banken moet overnemen of overeind houden puur en alleen om te voorkomen dat het betalingsverkeer instort. Dat lijkt me een goed idee. Dit gewoon naast de betaalrekeningen bij private banken. Daarmee zouden we op een moderne manier weer 100 jaar teruggaan in de tijd en een nieuwe Rijkspost- en Girodienst oprichten. Ook de DNB denkt in die richting: “De digitale euro kan ook dienen als back-up betaalsysteem, zodat iedereen kan blijven betalen als andere betaalsystemen tijdelijk niet werken.

Alleen wordt het wazig als die digitale euro erbij komt. Voor welk probleem is die een oplossing? Dat girale geld is nu het probleem, zo lees ik. Want: “Door de digitalisering van de maatschappij gebruiken burgers en bedrijven steeds minder contant geld. Tegelijkertijd groeit het ‘marktaandeel’ van de girale euro’s die commerciële banken onder hun hoede hebben.” De overheid (ECB) verliest de controle op de in omloop zijnde hoeveelheid geld. Bijzonder dat dit nu als een probleem wordt gezien omdat de centrale banken er sinds 2008 alles aan hebben gedaan om die hoeveelheid geld zo groot mogelijk te maken. In plaats van de banken op de blaren van hun slecht gedrag te laten zitten door ze leningen te laten afschrijven, kochten centrale banken massaal waardeloze schuldpapieren en leningen op van die private banken en overheden wat zorgde voor een forse toename van de hoeveelheid geld.

Als die hoeveelheid giraal geld een probleem is, zou een nieuwe digitale munt dat probleem dan oplossen? Als ik die nieuwe digitale euro moet kopen met mijn girale euro’s dan verandert de totale geldvoorraad niet, wel neemt het aandeel girale euro’s af en dus neemt de hoeveelheid euro’s onder overheidscontrole toe. Dus ja, het kan een oplossing zijn, Maar …, is daar een digitale munt voor nodig? Daarvoor even terug naar die moderne versie van de Postcheque- en Girodienst, de privé bankrekening bij de ECB of een andere daarvoor op te richten bank voor het betalingsverkeer. Belangrijke vraag bij zo’n rekening is waarom iemand die rekening zou gebruiken en niet de betaalrekening bij de private bank? Een goede vraag. Als het alleen om betalen gaat, dan voegt zo’n rekening niets toe. Maar wat als de overheid alleen de euro’s op die ‘betaalbank’ garandeert en die op de rekening bij een private bank niet? Dit en een goede rente over het geld op de rekening? Zo zal als vanzelf een flink deel van het geld op die rekening worden gestald. Dan is de digitale euro overbodig.

Op de radio hoorde ik iemand zeggen dat je zo’n digitale euro kan ‘programmeren’. Daarmee kun je dan, zo werd verteld, voorkomen dat je kind er sigaretten of drugs van koopt als jij dat niet wilt. Dat lijkt leuk maar of het effectief is? Dan koop je dat spul toch gewoon van een andere euro, girale, fysieke of niet zo geprogrammeerde digitale euro? En hoe ziet dat er van de ontvangende kant uit? Hoe weet ik als ontvanger van een digitale euro wat voorgaande gebruikers er allemaal aan hebben zitten programmeren? Dan krijg ik als salaris een digitale euro waarmee ik geen sigaretten kan kopen, geen benzine kan tanken, geen boeken van Susan Nijman kan kopen enzovoort. Dergelijk geld lijkt me niet erg functioneel.

Maar, zo lees ik: “vooral Amerikaanse techbedrijven als Facebook hebben bovendien plannen voor eigen digitale munten gelanceerd.” En als die zo’n ding invoeren, moeten we dan niet volgen? De DNB haalt dit ook aan: “En verder vraagt de mondialisering van ons betalingsverkeer om meer zekerheid. We willen in Europa monetair onafhankelijk blijven van het buitenland en grote techbedrijven.” Want stel dat Facebook het betalingsverkeer overneemt? Zoals ik al eerder schreef, heb ik het niet zo op bedrijven en hun eigen munt. De enige reden voor Facebook om een  eigen ‘Libra’ in te voeren, is om jou en mij nog meer euro’s uit de zakken te kloppen en die te verdelen onder de aandeelhouders. Dat is geen goede reden om een digitale euro invoeren. Om dit te voorkomen is geen digitale euro nodig. De boodschap ‘het gebruik van de libra is op eigen risico’ is daarvoor voldoende.

De digitale munt, een oplossing op zoek naar een probleem!