Koffiequota

Op het gemengd bedrijf van mijn vader liepen kippen. Tenminste toen ik een jaar of vijf was. De eieren werden verkocht voor ongeveer fl 0,12. Voor de jeugd van tegenwoordig, dat is ongeveer € 0,05. Dit is ruim 45 jaar geleden. Mijn vader stopte met eieren. Dit was te weinig om er iets aan te verdienen. Tegenwoordig krijgt de kippenboer, als hij geluk heeft, nog steeds die vijf cent. In de winkel liggen ze voor het drie tot zesvoudige. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant een artikel over Afrikaanse koffieboeren las. Die zitten een een crisis, ze krijgen te weinig voor hun koffiebonen. De koffieboer krijgt maar 10% van de winkelprijs van koffie. Iets minder dan de kippenboer. 

Foto:  Flickr

Wat voor het ei geldt, gaat voor bijna alle agrarische producten op. De prijs ervan is de afgelopen veertig jaar amper gestegen. De gemiddelde Nederlander besteedt nu iets meer dan tien cent van iedere Euro aan voedsel. Begin jaren zeventig was dat bijna 25 cent. Ter vergelijking. Mijn eerste pilsje in de kroeg kostte mij fl 1,00,= oftewel € 0,45. Als ik er nu eentje bestel, moet ik al snel € 2,50 aftikken.

De oplossing voor de koffieboer: “Het is echt aan de grote retailers om met elkaar een minimumprijs af te spreken. Er hoeft maar één grote speler op te staan om de echte verandering in gang te zetten,” aldus hoogleraar Ruben in het artikel. Een goed idee, een minimumprijs zodat de koffieboer er nog iets aan overhoudt? De kippenboer zou dat ook wel willen. Net als trouwens de varkenshouder, de tomatenteler en zijn collega’s die paprika’s en komkommers telen. Ook zij gaan geregeld gebukt onder prijzen waarmee zij niet uit de kosten komen.

Even terug naar mijn vader. Van de Boerenleenbank kreeg hij te horen dat hij moest groeien en zij konden hem wel een lening verschaffen. Vele boeren en tuinders kregen dit verhaal te horen en gingen erin mee, groeiden groter. Zou de bankier dan niet ook de koffieboer verleiden met zo’n verhaal? Ze liepen ook naar de Nederlandse veehouders toen er een minimumprijs voor melk was. Lopen we dan niet immers het risico dat de minimumprijs tot een forse overproductie gaat leiden? Die leidt immers niet tot een prijsdaling, maar tot inkomensstijging. Zou die overproductie vervolgens leiden tot de roep om de productie te beperken? Tot ‘koffiequota’ die vervolgens weer verhandeld worden net zoals de vroegere melkquota? 

Mijn vader deed trouwens het tegenovergestelde. In plaats van lenen om te groeien, betaalde hij zijn lening in een keer af. Dit tot grote verontwaardiging van de plaatselijk bankdirecteur. Mijn vader richtte zich op zijn zestien melkkoeien, teelde per jaar een hectare graan en evenveel suikerbieten. Hij bleef klein en verdiende door zijn lage kosten, hard werken en wat ‘kinderarbeid’ van zijn kinderen, een fatsoenlijke boterham.

Criminaliteit, koeienvlaai en de ‘mensenstapel’

“Er is meer mestproductie dan het land aankan. Ik ben niet politiek verantwoordelijk, maar gedacht vanuit het strafrecht is de enige manier om mestfraude werkelijk tegen te gaan een verminderde productie van mest. De veestapel zal kleiner moeten worden.” Een uitspraak van Rob de Rijck, de landelijk coördinerend milieuofficier van justitie, zo las ik bij NOS.nl.

cow-1469678_960_720

Foto: Pixabay

Nu zou je ervoor kunnen kiezen om de inzet van politie en justitie te vergroten zodat de pakkans groter wordt. Ook zou je de straffen kunnen verhogen. Je kunt zelfs die twee maatregelen combineren. Dat zijn oplossingen die voor de hand liggen. De Rijk denkt anders en pleit voor minder vee. Minder vee betekent minder mest en dus minder kans op, of noodzaak tot fraude. Een bijzondere en creatieve oplossing. Laten we die oplossingsrichting eens wat breder bekijken.

Belastingfraude wordt vooral door mensen gepleegd. Net zoals trouwens drugscriminaliteit, mensenhandel, afpersing en eigenlijk alle criminele handelingen. Zelfs de mestfraude is een gevolg van menselijk handelen. De koeien frauderen niet met hun vlaai. Die laten ze gewoon vallen en doen er geregeld nog een flinke plas bij. Koeien kunnen veel, ze kunnen gras verwerken tot melk en die vlaai. Samenwerken met transporteurs en verwerkers kunnen ze niet. Dat komt niet bij hen op. Dat komt op in hoofden van mensen.

Minder mensen, betekent minder hoofden die frauduleuze en criminele activiteiten kunnen verzinnen. Minder hoofden betekent trouwens ook minder magen en minder magen betekent minder vraag naar melk, kaas en vlees. Minder vraag naar melk, kaas en vlees betekent minder behoefte aan koeien. Minder behoefte aan koeien, betekent minder mest. Minder mest betekent minder kans op en noodzaak tot fraude. 

Precies dat wat er ook wordt bereikt met minder koeien. Alleen biedt een krimp van de ‘mensenstapel’ nog meer voordelen boven minder koeien. Niet alleen de mestfraude neemt af, ook de belastingfraude, drugscriminaliteit, mensenhandel en afpersing. 

‘Wet fijn dat je er bent’

Deze week was het het ‘finest hour’ van minster Koolmees van Sociale Zaken. Wellicht is dat geheel aan jullie voorbij gegaan, maar hij gepresenteerd zijn ‘ Wet arbeidsmarkt in balans’. Een wet is het nog niet, maar als het aan Koolmees ligt, wordt het dat wel. Volgens Peter de Waard is de wet bedoeld om: “de uitwassen van Asschers ‘Wet werk en zekerheid’ (te) repareren. In werkelijkheid is het een pakket maatregelen dat andere maatregelen weer ongedaan moet maken.” Doel van de wet is, net als bij Asschers ‘Wet werk en zekerheid’: “om vast werk minder vast, en flexibel werk minder flexibel te maken.” Iedereen lijkt tegen de wet en daaruit constateert de minister dat het een goede wet is. Immers: “Als iedereen tegen is, moet het wel goed in balans zijn.”  Dat is ook een manier om ernaar te kijken. Zou een andere insteek tot andere oplossingen kunnen leiden? 

Laat ik eens een poging wagen. Net als Asscher en trouwens bijna iedereen, redeneert Koolmees vanuit werk. Flexibel werk leidt tot onzekerheid en daaruit concludeert Koolmees dat werk ‘zekerder’ moet worden. Alleen als het te ‘zeker’ wordt piepen de werkgevers. Die kunnen dan niet meer af van werknemers. Een onmogelijke puzzel om op te lossen. Arme Koolmees of toch niet: “Niemand hoeft Koolmees te benijden. Hervorming van de arbeidsmarkt is een onmogelijk dossier. Wie slim is, slaat geen mijlpalen, maar zorgt ervoor zijn vingers niet te branden,” zo schrijft De Waard.

Wat als we een stapje verder denken. Flexibel werk leidt tot onzekerheid, dat klopt. Maar wat als dat geen onzekerheid over werk is maar over inkomen? Onzekerheid over de mogelijkheid om de rekeningen nog wel te kunnen betalen en je kinderen te eten te geven? Onzekerheid omdat de ww is uitgekleed en de bijstand geen pretje is.Zou het bieden van fatsoenlijke zekerheid, zonder al die bureaucratische fratsen en het leveren van een ‘tegenprestatie’, een oplossing kunnen bieden voor de ‘onmogelijke’ opgaven van Koolmees?

Zou zekerheid van bestaan de onzekerheid van het hebben van betaald werk draaglijk maken? Een uitkering voor iedereen met de ‘Wet fijn dat je er bent’ als basis? 

Tomaten en CO2-heffing

In de Volkskrant een artikel waarin wordt uitgelegd dat de klimaatkwestie in één enkele belasting kan worden geregeld. Die belasting moeten we zien als een soort BTW op broeikasgas, aldus het artikel. Die belasting wordt de Vergoeding Externe Kosten, afgekort VEK, genoemd. Stoot je veel CO2 uit, dan betaal je veel VEK en wordt je product duurder. Een goed idee om schade te verhalen. “Klimaatbedervers krijgen het daardoor flink zwaarder op de markt. Gaat het niet hard genoeg? Dan omhoog die belasting” De ondernemer moet opgeven hoeveel CO2 hij uitstoot en betaalt daarover VEK. Die VEK kan hij weer doorberekenen in de prijs van zijn product en zo is het uiteindelijk de consument die het merkt in de gestegen kosten van het product. Een goed idee omdat zo milieubesparende productie loont, die levert een lagere prijs op.

1280px-Tomato_P5260299b

Foto: Wikipedia, de vrije encyclopedie

Tocht wringt er iets. Niet met het voorstel, maar met een voorbeeld bij het artikel. In een schema wordt een pond tomaten als voorbeeld genomen en wordt duidelijk gemaakt waarover VEK wordt geheven. Dat zijn nogal wat zaken in de keten van struik naar supermarkt. VEK over de elektriciteit, het gas, de folie (plastic) die wordt gebruikt, de kunstmest, de substraatbodem, het plastic voor de verpakking, het transport en zo zijn er vast nog wat zaken vergeten. Al die VEK-kosten worden doorberekend in de prijs van het pond tomaten dat u en ik in de winkel kopen. Dat is tenminste de theorie en zo zal het best werken bij een auto, een boek en vele andere producten. Daar berekent de producent al zijn kosten door, zet er een marge op voor zichzelf en dat levert dan een prijs op het etiket. 

De tomatenteler zou willen dat dit ook voor hem zou gelden, dat zou zijn leven een stuk minder stressvol maken. Helaas gaat dat niet op voor tomaten en vele andere landbouwproducten. Daar wordt de prijs van het product bepaald in het spel tussen vraag en aanbod. Een spel waar veel aanbieders staan tegenover enkele vragers, de supermarktketen. Die laatsten staan het sterkst in dit spel. Dat spel levert een prijs op en daarvan worden alle kosten betaald Hierbij krijgt de transporteur altijd betaald en neemt ook de tussenhandel zijn deel. Zo blijft er iets over voor de tomatenteler en die mag vervolgens hopen dat de prijs die hij krijgt, voldoende is om al zijn kosten, dus ook de VEK van te betalen.

Trouwens. Zou die tomatenteler de CO2 die zijn planten verbruiken af kunnen trekken van de CO2 die hij gebruikt? Misschien krijgt hij dan wel VEK uitbetaald. 

De keuze van de kiezer

Volgens Willem Melching houden politici niet echt van democratie. De reden: “De kiezers doen maar wat! En wat zo mogelijk nog erger is: ze hebben ook nog overal een eigen mening over. Vooral over cruciale vraagstukken hebben ze opvattingen gekregen die niet meer stroken met de overtuiging van de ‘boven ons geplaatsten’.”  Gelukkig heeft Melching de oplossing: “Het zou zomaar kunnen dat het zinvol is om eens naar de kiezer te luisteren. Dat was oorspronkelijk namelijk de bedoeling van dit prachtige politieke systeem.”  Zou het werkelijk zo makkelijk zijn? Melching waarschuwt: “wie de angsten van de kiezers negeert, verliest vroeger of later het vertrouwen van hen.”

verkiezingen.jpg

Foto: Flickr

Melching noemt drie beleidsterreinen  waar: “diepe verschillen tussen de opvattingen van de beroepspolitici enerzijds en hun ondankbare kiezersvolk anderzijds.”  Zo hebben: “De kiezers (…) niet alleen twijfels over het nut van het Europees project, maar ze vertikken het ook nog om de grenzen te openen voor massa-immigratie. Ook weigeren ze hardnekkig hun spaarcentjes in de bodemloze put van het klimaatbeleid te storten.” Dat Europese project heeft: “Economische voorspoed gebracht. Maar waarom moeten de Noord-Europese spaarders hun spaarcentjes laten verdampen om de Zuid-Europese economie op de been te houden?” Het asielbeleid is nog van voor de Koude oorlog en: “dat beleid is geen passend antwoord op een massa-immigratie van ongeschoolde landverhuizers uit Afrika en het Midden-Oosten.” En: “Waarom moet Nederland het voortouw nemen met het klimaatbeleid terwijl opkomende economieën hun prijzen laag houden dankzij kolen- en kerncentrales?”  Luisteren naar ‘de kiezer’ betekent dus geen cent naar Zuid-Europa. De grenzen potdicht en niets doen aan de klimaatproblemen.

Toch zie en spreek ik ‘kiezers’ die er heel ander over denken. Sterker nog, ik ben er zelf eentje. Is het wel zo dat we onze ‘zuur verdiende’ spaarcenten aan de Italianen en Grieken geven? Als er bijvoorbeeld in Griekenland iets niet op de been is gehouden, dan is het de economie. De gemiddelde Griek is uitgeknepen als een citroen. Zijn het niet veeleer onze eigen banken die we zo voor een tweede keer hebben gered? Dezelfde banken die grof verdienden aan alle constructies die ze verzonnen?

Dan die potdichte grenzen. Veel dichter dan nu kunnen ze bijna niet. Alleen de ‘hoog opgeleide kenniswerkende migrant’ is welkom. Dit terwijl arbeidsmigratie zowel ons als ook het land van herkomst helpt.

En ja, Nederland moet het voortouw nemen omdat Nederland het probleem mee heeft veroorzaakt. Al is het maar om de stroom vluchtelingen te voorkomen. Dat ‘voortouw’ kan trouwens lucratief zijn. Goede oplossingen kun je immers ‘verkopen’ waardoor die opkomende economieën geen kolencentrales hoeven te bouwen. Het is trouwens maar zeer de vraag of die opkomende economieën nog wel kolencentrales gaan bouwen terwijl er zonnecellen zijn. Trouwens kan Nederland het voortouw nog wel nemen? Heeft China dat niet genomen omdat wij het lieten liggen?

Ja meneer Melching, dé kiezer bestaat niet. Er zijn kiezers. Daarnaar luisteren levert een veelheid aan opvattingen, ideeën en meningen op, niet slechts de uwe. Naar wie moeten ze luisteren?

Doe uw werk!

“Een fatsoenlijke bank, ik heb daar wel behoefte aan. Ik wil voor mijn geldzaken niet meer afhankelijk zijn van bankiers zonder moreel besef.”  De laatste twee zinnen van een column van SP Tweede Kamerlid Ronald van Raak. Van Raak beklaagt zich over het immorele gedrag van bankiers. “Tien jaar geleden veroorzaakten bankiers door hun immorele gedrag een grote economische crisis en moesten overheden met miljarden belastinggeld de banken redden.” En: “55 miljard euro hebben ze van ons gestolen, de banken in Europa. Door middel van frauduleuze financiële constructies,” zo schrijft Van Raak en hij concludeert: “Ze gaan gewoon door met hun immorele gedrag, het interesseert ze niet. Omdat ze zien dat ze er mee weg komen” Daarom wil Van Raak van Volksbank (de voormalige SNS Bank) een fatsoenlijke bank maken die zicht wel aan de regels houdt. Een populair betoog. Maar … .

Mazzucato.png

Inderdaad komen de banken ongestraft weg met ongeveer alles wat ze doen. Straffen zijn lager dan de gemaakte winsten. Omvallen zit er niet in want “too big to fail’. Ja, dan kun je alles maken. Slaat Van Raak dan de spijker op de kop en moeten  we hem steunen in zijn pleidooi om van de Volksbank een fatsoenlijke bank te maken? De eerste vraag die dat bij mij oproept is, hoe lang blijft die bank ‘fatsoenlijk’? 

Belangrijker dan die vraag is de vraag of dit het enige is wat er kan worden gedaan? Als we die vraag stellen, richt de blik zich dan niet op Van Raak en zijn collega Kamerleden? Dat banken er een puinhoop van maken als ze de ruimte krijgen, is niet iets van de laatste jaren. In de aanloop naar de crisis van eind jaren twintig van de vorige eeuw gebeurde dit ook al. Dit resulteerde in een sterke regulering van het bankwezen. Zo was er een onderscheid tussen investerings- en zakenbanken aan de ene kant en algemene, spaar- en betalingsbanken aan de andere kant. Dat onderscheid en al die beperkende regels zijn sinds de jaren zeventig successievelijk afgeschaft. Afgeschaft vanwege vervagende herinneringen aan de vorige crisis en onder druk van een ‘bankenlobby’. De econome Mariana Mazzucato beschrijft dit heel goed in haar boek  De waarde van alles. Onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie. Ze stelt trouwens ook enkele interessante vragen maar daarover later wellicht meer.

Beste meneer Van Raak. U bent volksvertegenwoordiger en de volksvertegenwoordiging kan wetten uitvaardigen. Wetten die zorgen voor fatsoenlijk gedrag. Kunt u niet beter uw werk doen en voor dergelijke wetten zorgen in plaats van u te beklagen in een column?

 

Asterix en de economen

“Rare jongens, die Romeinen,” een uitspraak die Obelix geregeld doet in de strips genoemd naar zijn vriend Asterix. Het is ook de titel van de column van Frank Kalshoven in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Volgens Kalshoven zijn die Romeinen raar omdat ze: “slecht, welvaartsvernietigend, beleid voor (…) stellen en uit te voeren.” Kalshoven heeft het over de Italiaanse begroting voor het komende jaar. Volgens Kalshoven is: “De Italiaanse staatsschuld (…) al hoog, net als het begrotingstekort, en er heerst hoogconjunctuur. Italië moet sparen als het meezit, en de Italiaanse begroting voor 2019 moet daarom een lager tekort laten zien. En geen hoger.” De Italiaanse begroting voor het komende jaar doet het tegendeel. Kalshoven formuleert een viertal hypotheses die: “helpen verklaren waarom en hoe het rationeel kan zijn.” De vier zouden ook in combinaties kunnen optreden aldus Kalshoven. Zou er nog een andere hypothese mogelijk zijn?

asterix___asterix_and_obelix_by_theeyzmaster-d9ipp3i

Illustratie: DeviantArt

Eerst de vier van Kalshoven in een notendop. Als eerste: “het loont op de kiezersmarkt om radicaal te zijn, tegen de dominante logica in.”  En als je dan aan de macht komt moet je wel. Als tweede de beperkte tijdshorizon van politici: “slecht beleid kan op lange termijn een land in de schaduw zetten, maar op korte termijn zien kiezers alleen de zonnige kant.” Als derde: “Een gok zonder kans op verlies.  … Het idee is dat een grote groep kiezers in de veronderstelling leeft (al dan niet abusievelijk) dat hun positie niet slechter kan.”  En de vierde: “We krijgen hulp als het fout gaat. Politici met afwijkende ideeën vertrouwen erop dat als hun kiezersbelofte uiteenspat op de realiteit, andere landen te hulp zullen schieten.” 

Vier plausibele hypotheses die er allemaal vanuit gaan dat de Italiaanse begroting slechts is voor de economie en dus voor het land. Dat is de veronderstelling van Kalshoven, van zo ongeveer de gehele gemeenschap van economen, politici en financieel specialisten. En ook de veronderstelling van de andere Europese leiders, want zoals Kalshoven opent: “Het was achttien tegen één, () Die achttien waren regeringsleiders van eurolanden, en die negentiende ook, maar de Italiaanse premier Conte stond moederziel alleen.” 

Wat als de veronderstelling dat wat goed is voor de economie ook goed is voor een land niet klopt? Neem de hoge Italiaanse jeugdwerkloosheid van bijna 35%, de lage salarissen, die is ook niet goed voor het land. Daar konden begrotingen die wel de goedkeuring konden dragen, niets aan veranderen. Laat de Italianen experimenteren met een soort basisinkomen, want dat willen ze. 

Laten we dat met interesse volgen en ervan leren. Mocht het goed gaan, dan nemen we het over. Gaat het fout, dan redden we ze maar wel op een alternatieve manier waar de Italiaanse samenleving en dus de Italiaan, beter van wordt. Een ‘toverdrank’ voor de zwakkeren, niet de banken, speculanten en beleggers. Bijvoorbeeld een Italiaanse vakantie voor onze minima.

In het zweet des aanschijns

Tja, het leven van een belegger is zwaar, als ik tenminste Janneke Willemse bij RTLZ mag geloven. Willemse belegt haar spaargeld, dat is haar keuze en dat mag ze gelukkig zelf bepalen. Wel heeft ze daarbij soms last van paniek. Zo ook afgelopen week: “mijn jaarrendement naar beneden, van bijna 14 naar bijna 10 procent.” En dat viel haar zwaar. Ja ze realiseert zich dat de beurs ook kan dalen: “Maar die gedachten kalmeren je niet hoor, als je je eigen zuurverdiende geld voor je ogen ziet verdampen.” Natuurlijk is het niet leuk als je ziet dat de veertien cent die je op iedere Euro erbij kreeg, er maar tien blijken te zijn. Ik zeg bewust ‘erbij kreeg’ want daar gaat het mij om het om het woord ‘zuurverdiend’.

zweet

Foto: Flickr

Hoe ‘zuurverdiend’ zijn die veertien of tien cent op iedere Euro die Willemse belegt? Zijn die centen een verdienste van Willemse? Om even terug te gaan naar de bijbel (Genesis 3:19) waar, zo leert het geloof als je erin gelooft, god Adam en Eva uit het paradijs verjaagt vanwege het eten van de appel. God veroordeelt hen tot werken voor de kost met de woorden: “In het zweet des aanschijns zult gij uw brood eten.” Heeft Willemse moeten zweten voor de centen die ze erbij krijgt? Die initiële Euro die ze inlegde heeft ze wellicht ‘ in het zweet des aanschijns’ verdiend. Voor de centen die ze erbij krijgt, heeft ze geen zweet druppel hoeven laten. Ja, misschien druppels ‘angstzweet’ als gevolg zijn haar ‘beleggerspaniek’ maar geen ‘zweet’ waar deze bijbelpassage het over heeft.

Laten we de zaak eens van een andere kant bekijken. Als die extra centen werkelijk ‘verdiend’ zijn, zijn het dan niet gewoon inkomsten? Als dat zo is, moet er dan niet gewoon inkomstenbelasting over worden betaald? Die bedraagt al snel 41% van die tien of veertien cent en wellicht zelfs bijna 52%. Dan betaalt zij vier of vijf cent belasting over deze inkomsten. Nu betaalt Willemse belasting van 30% in Box 3 over het ‘gemiddelde rendement’ van haar vermogen. Dat gemiddelde is fors lager dan de veertien of tien procent rendement die Willemse maakt. Dat gemiddelde bedraagt maximaal 5,39% maar dan moet ze wel een vermogen van bijna één miljoen hebben anders is het nog lager. Ze betaalt nu maximaal 1,8 cent belasting over die tien cent.

Hoeveel medelijden moeten we nu werkelijk hebben met het ‘beleggerspaniek’ van Willemse en haar eventuele angstzweet?

Onbetaalbare zorgkosten

Volgens oud PvdA leider Wouter Bos ontkomen we niet aan pijnlijke keuzes in de zorg, zo betoogt hij in de Volkskrant. Bos: “Laat ik een voorbeeld geven. In Nederland stijgen de uitgaven aan de zorg elk jaar harder dan andere uitgaven, harder dan het nationaal inkomen en veel van die stijging wordt bij voorbaat ingeboekt omdat artsen zelf bepalen welke zorg de stand der wetenschap en techniek vraagt.”  Waarop hij concludeert: “de huidige stijging van de uitgaven is al onhoudbaar en politici doen er nog een schepje bovenop door elke verkiezing weer ervoor te pleiten dat er nog meer geld naar de zorg gaat.” Logisch als de kosten van de zorg harder stijgen dan je inkomen, dan wordt het een keer onbetaalbaar. Als?

COLLECTIE_TROPENMUSEUM_De_mannen_ziekenzaal_van_het_zendings_hospitaal_Immanuel_in_Bandoeng,_West-Java,_circa_1920._TMnr_60014720

Foto: Wikimedia Commons

Als, want het begint met die eerste constatering. Nu heeft een naamgenoot van Bos, Frits, in 2006 onderzoek gedaan naar de collectieve uitgaven in Nederland in historisch perspectief.  Op pagina 39 een mooie grafiek met de totale zorg- en welzijnsuitgaven als percentage van het nationaal inkomen vanaf 1950. Een interessante grafiek waarin te zien is (de stippellijn) dat de zorgkosten van 3% in  1952 naar ruim 10% in 2002 zijn gestegen. Een vergelijkbare CBS-reeks vanaf 1998 laat zien dat de stijging zich doorzet tot  bijna 14% in 2016. Bos heeft een punt?

Bij een nadere bestudering van de reeks van naamgenoot Frits blijkt het toch wat genuanceerder te liggen. De grote stijging vond plaats tussen 1952 en 1982. “Belangrijkste verklarende factoren zijn hierbij de vooruitgang in de medische technologie en het luxe goed karakter van zorg,”  aldus Frist Bos. Vanaf dat jaar bleef het percentage hangen op bijna 10% om pas vanaf 2000 fors te stijgen. Wat is er aan het begin van dit millennium gebeurd dat de stijging van het percentage kan verklaren? 

Kijken we naar de CBS-reeks dan zien we sinds 2000 twee sprongen tussen 2000 en 2003, van ruim 10 naar ruim 12%. In die jaren waren er wachtlijsten in de zorg en dat werd als maatschappelijk onaanvaardbaar gezien. Wachtlijsten wegwerken kost geld. 

Tussen 2006 en 2009 van die ruim twaalf naar 13,6% van het nationaal inkomen. In 2006 werd besloten het ziekenfonds op te heffen en werd marktwerking geïntroduceerd. De introductie van de marktwerking was een ideologische keuze die de zorg betaalbaar moest houden, maar kostenverhogend lijkt te werken. 

Daarna steeg het percentage verder naar 14,4% in 2012. Een stijging die niet zozeer het gevolg is van excessief stijgende zorguitgaven maar eerder van een krimpend of slechts matig groeiend nationaal inkomen. Dat blijkt omdat sinds 2012 het percentage weer daalt naar 13,3% in 2017. 

Wouter Bos pleit voor keuzes in de zorg, zou hij niet beter kunnen pleiten voor keuzes over organisatie en financiering van de zorg?

Eieren en de omelet

Wat zou u doen als u voorzitter was van een sportvereniging en een lid wil geen contributie meer betalen, niet meer trainen, maar wel als het uitkomt wedstrijden meespelen en meedelen in de feestvreugde bij een kampioenschap? Ik zou hem de deur wijzen. Immers om de club te laten draaien, moet iedereen commitment aangaan en dat betekent contributie betalen, trainen en wedstrijden spelen, ook als dat eens niet zo goed uitkomt. Ik moest hieraan denken toen ik Martin Sommers bespreking van de ‘Brexit-chaos’ in de Volkskrant las.

kitchen-775746_960_720

Foto: Pixabay

Sommer lijkt zich vooral te storen aan de ‘onbuigzame houding’ aan Europese kant. Een onbuigzame houding die, als ik Sommer goed begrijp, vooral is ingegeven door angst: “Ook andere landen, lees Denemarken, mogen niet in de verleiding ­komen om op te stappen. Vandaar het gehamer op de EU als één combinatiemenu waar geen gerecht apart mag worden besteld.” Zou angst werkelijk een van de motieven zijn om streng te zijn? Als ‘strengheid’ moet voorkomen dat anderen ook uitstappen, waarom verzetten die anderen zich dan niet tegen die strengheid? Waarom horen we dan niet luid geschreeuw uit bijvoorbeeld het Deense regeringskamp? 

Sommer vindt die angst vreemd: “Je mag toch veronderstellen dat landen lid zijn van de EU omdat ze dat willen, er voordeel in zien en erin geloven. Kennelijk is men daar in de omgeving van onderhandelaar Barnier en EU-president Tusk zo weinig van overtuigd, dat twijfelaars met dreigementen binnenboord gehouden moeten worden.” Laten we eens meegaan in de redenering. Alle andere EU-landen weten dat ze ‘contributie’ moeten betalen en soms een ‘wedstrijd moeten spelen’ die hen niet uitkomt. Ze doen dat omdat het hen groot voordeel brengt. Zij zijn bereid om soms wat lasten te nemen wetende dat die lasten in het niet vallen bij de lusten. 

Mag je dan niet ook concluderen dat de Britten de voordelen van het lidmaatschap kennelijk niet meer zien? Dat ze er niet meer in geloven? Een legitieme houding, maar die heeft wel gevolgen. Is de logische consequentie daarvan dan niet dat je de nadelen van het eruit stappen neemt omdat je die kleiner vindt dan de voordelen van het lidmaatschap?  Of is het eigenlijke probleem dat de Britten wel de omelet willen maar niet bereid zijn om de eieren te breken?  Is een deurwijzing daarop niet de enige en logische reactie van de ‘club’? 

“Nog afgezien van onze handelsbelangen: willen we over vijf jaar een verarmd, rancuneus, door en door anti-Europees Verenigd Koninkrijk, op een paar uur varen van Rotterdam? Ik dacht toch van niet.” zo sluit Sommer zijn artikel af. Rancuneus lijkt een groot deel van de Britten nu al en veel Britten zijn al verarmd. Of dat over vijf jaar nog erger is, daar gaan vooral de Britten zelf over. Niemand verplicht hen de EU te verlaten, dat willen ze zelf. En ‘Actions have consequences.’ zoals de Britten zeggen.