Uitgelicht

Racisme bestrijden door het te tolereren?

Schiet mij maar lek. Ik begrijp het niet meer’. Dat dacht ik toen ik een artikel van de Keniaans-Nigeriaanse schrijfster Valerie Ntinu bij OneWorld las. Dat dacht ik bij het lezen van de zin: “Desondanks weiger ik de uitingen van scepsis en twijfel van een achterdochtig zwart publiek, dat hoogstwaarschijnlijk door witte suprematie is benadeeld, te bekritiseren.”  Ntinu heeft een blanke vriend en krijgt van zwarte mensen hierover vaak te horen: “Hoe kon je?” Of: “Hij zal je leven verwoesten.”

circular reasoning works because
Bron: https://freesvg.org/circular-reasoning-works-because

Racisme en discriminatie staan vol in de aandacht en je kunt geen scheet meer laten of de kleur (of bij een scheet liever de geur) ervan wordt besproken. In de gesprekken, discussie en debatten erover moet vooral het licht gekleurde (blanke) deel van de bevolking het ontgelden. Zij houden een ‘institutioneel racistisch’ systeem in stand dat is gebaseerd op een ‘cultureel archief’ dat iedereen met racisme indoctrineert. Dit om het ietwat overdreven maar scherp te stellen. Bij dit vertoog heb ik in verschillende Prikkers al de nodige kanttekeningen geplaatst. Dat heb ik ook op diverse sites in discussies gedaan. Omdat mijn kanttekeningen niet in het vertoog van velen die zich ‘activist’ noemen passen, krijg je het nodige naar je hoofd geslingerd. Van cirkelredeneringen zoals: ‘door je ontkenning van je ‘witte privilege laat je zien dat je dat privilege hebt, want door het te ontkennen heb je het’ tot verwijten van ‘xenofobie’.

Blanke mensen die Ntinu en haar vriend verkeerd behandelen, krijgen een veeg uit de pan. Immers: “De schaamteloze staarders en ongevraagde commentators zijn meestal oudere witte stellen, achterdochtige winkelbedienden of baldadige dronkaards. Ik weet nog goed hoe een witte man in een Berlijnse metro ‘ebola’ tegen me schreeuwde en tegen mijn vriend, toen hij zich erin mengde, zei: “Waarom verdedig je haar? Ben je een jood?” Wij reageren met onverschilligheid, rollende ogen of, in dit geval, mijn middelvinger vergezeld door een aantal krachtige woorden van zowel mijn vriend als mijzelf.” Of de manager in de brillenwinkel waar u het over heeft: “Terwijl we door de winkel liepen, merkte ik dat de manager ons zonder iets te zeggen volgde. Als zwart persoon groei je op met dergelijke verhalen, die soms worden gebracht als een soort inwijdingsritueel, waar je desondanks nooit echt op voorbereid bent wanneer het je uiteindelijk zelf overkomt. Ik gaf mijn partner de opdracht een paar stappen bij me vandaan te zetten om te beoordelen wie ze precies volgde, hem of mij. Toen hij wegliep, bleef ze bij mij in de buurt, wat voor mij genoeg aanleiding was om haar te confronteren. Hierop beweerde ze heel zelfverzekerd dat ze dit deed omdat ze niet wilde dat haar winkel werd beroofd. We beschuldigden haar ervan onwetend, dwaas en racistisch te zijn. Zulke mensen zijn, net als de meeste witte racisten, onnadenkend en slecht geïnformeerd. Ze bewijzen dat een gevoel van onzekerheid vaak samengaat met een witte-superioriteitscomplex.” Terecht dat Ntinu daar wat van zegt en zich hierover uitspreekt. Al zou ik dat niet op een beschuldigende manier doen, maar op een vragende manier. Behalve dan die baldadige dronkaards, die zou ik negeren.

Maar vanwaar dat begrip voor zwarten die een blanke vriend racistisch benaderen? Als racisme moet worden bestreden, en dat moet het, dan moet alle racisme worden bestreden. Dus ook racisme door zwarte mensen jegens blanken. Het argument dat het: “een achterdochtig zwart publiek, dat hoogstwaarschijnlijk door witte suprematie (…) benadeeld (is),” mag geen reden om dergelijk racisme te tolereren. Immers, als het echt zo is als de theorie van ‘witte suprematie, onschuld’ et cetera beweert, dan zijn ook die ‘blanke racisten’ slachtoffer van die theorie. Waar komt de idee vandaan dat door het bestrijden van zwart racisme: “het trauma dat zwarte mensen in Nederland, Europa en Afrika door toedoen van witte elites en instellingen ervaren, zou bagatelliseren of zelfs ontkennen?” Dus om het trauma dat zwarte mensen ervaren te erkennen, moeten we racisme tolereren? Om de uitspraak gedaan door een Amerikaanse officier tijdens de Vietnamoorlog over het vernietigen van het dorp om het te redden, te parafraseren: ‘om racisme te bestrijden moeten we racisme tolereren.’

Uitgelicht

Cultureel archief

Tegenwoordig is de biografie een populair genre in de boekenwereld. Een boek over het leven van een bekende persoon. Daarbij maakt het niet veel uit of die persoon nog leeft of het tijdige al heeft verruild voor het eeuwige. Van veel bekende (oud)voetballers zijn er een of meerdere verschenen, Cruijf, Kieft, Van der Gijp om er een paar te noemen. Maar ook van politici en topmensen in het bedrijfsleven, Churchill, Drees Steve Jobs. Als je deze boeken leest dan krijg je een indruk van hun leven en de tijd waarin zij leven. Echter, wel een zeer eenzijdige indruk. Ik moest hieraan denken toen ik Witte Onschuld van Gloria Wekker herlas.

Bron: Needpix

In haar boek baseert Gloria Wekker zich op het begrip cultureel archief van Edward Said. Een cultureel archief is: “een speciaal soort kennis en structuren van houding en referentie (en) structuren van gevoel,” zo citeert Wekker Said. In dit cultureel archief  van het westen, zo citeert zij verder, werd er: “nagenoeg unaniem verondersteld dat onderworpen rassen moesten worden overheerst, dat er zoiets bestond als onderworpen rassen, en dat één ras het recht verdiende en voortdurend had verdiend te worden beschouwd als het ras waarvan de voornaamste missie was zich uit te breiden tot buiten zijn eigen domein.”  Dan neemt Wekker zelf het woord: “Het is belangrijk dat Said hier verwijst naar het gegeven dat er in de negentiende-eeuwse Europese imperiale bevolkingen een raciale grammatica ingeplant is, een diepe structuur van ongelijkheid in gedachten en gevoelens gebaseerd op ras, en dat vanuit dit diepe reservoir het culturele archief- onder meer een gevoel over het zelf- gevormd en gefabriceerd werd.” Wekker spreekt hier over ‘Europese imperiale bevolkingen’.

Bij het bestuderen van het verleden zijn bronnen belangrijk. Bronnen zoals uit een bepaalde tijd bewaard gebleven voorwerpen en bouwwerken, sinds de uitvinding van het schrift geschreven documenten en recentelijk geluids- en beeldfragmenten. Alleen kon, tot voor kort, het overgrote deel van de bevolking van welk land dan ook, niet lezen of schrijven. Dat was voorbehouden aan enkelen. In de Middeleeuwen in Europa vooral monniken. En net zoals de biografieën van de bekende voetballers het beeld van de voetbalwereld vertekenen, is de kans groot dat de geschriften van de monniken ons beeld van de Middeleeuwen vertekenen en er een veel te religieuze voorstelling van geven. Voor een goed beeld van de voetbalwereld zijn biografieën over de rechtsachter van het derde elftal van deze of gene amateurclub nodig. En voor een evenwicht beeld, zouden dat er veel meer moeten zijn dan van profs. Er zijn immers veel meer amateurvoetballers. Voor een goed beeld van de Middeleeuwen zouden we ook geschriften over het dagelijkse leven van een horige of lijfeigene moeten beschikken. De mensen waarover in de geschiedenisboeken als groep wordt gesproken en niet, zoals over Karel de Grote, als individu.

Zoals ik in mijn vorige Prikker I’ve got the power al liet zien, leefde het overgrote deel van die bevolking in ellende. Ellende die vergelijkbaar was met de situatie van slaven op plantages. Als we ons dat realiseren, hoe kijken we dan naar die ‘Europese imperiale bevolkingen’? Zou bij die in ellende levende bevolking werkelijk een ‘raciale grammatica’ zijn  ‘ingeplant’? Laten we die vraag eens wat nader bekijken.

Dat ‘inplanten’ moet ergens gebeuren. Een eerste plek waar dat kan gebeuren is in het gezin. Nu weten we onder andere uit Het Kapitaal van Karl Marx, dat het gros van de kinderen al vroeg aan het werk werd gezet.  “Zo blijkt uit de statistieken dat in 1859 maar liefst 450.000 Nederlandse kinderen hele dagen werkten,” zo is te lezen op de site geschiedenis.nl. Nederland kende in dat jaar zo’n 3,3 miljoen inwoners. De stand van het gros van de bevolking stond op ‘overleven’ daarvoor moest alles wijken. Tijd voor ‘inplanten’ was er niet.

Een tweede plek waar ‘ingeplant’ kan worden, is het onderwijs. Maar ja, wie volgde er onderwijs? Op dezelfde pagina op de hierboven aangehaalde site is te lezen:  “Gedurende een groot deel van de 19e eeuw was het voor veel kinderen nog gebruikelijk om vrijwel geen onderwijs te volgen. De meesten moesten namelijk thuis bijdragen aan de inkomsten en werden daarom ingezet als arbeider op het land of in de fabriek.” Die kinderarbeid werd pas aangepakt door het beroemde kinderwetje van Van Houten in 1874. Toen werd kinderarbeid in fabrieken voor kinderen onder de 12 jaar verboden. Let wel in fabrieken, de meeste kinderen werkten toen nog in de landbouw en daar bleef het nog steeds toegestaan. Pas in 1901 werd de leerplicht ingevoerd. Met 50 tegen 49 stemmen werd de eerste leerplichtwet aangenomen. Dit met dank aan het paard van kamerlid en tegenstander van de leerplicht wet Francis David Schimmelpennick. Het geachte kamerlid was namelijk van zijn paard gevallen en kon daarom de stemming niet bijwonen waardoor er een nipte meerderheid was voor de invoering van de leerplicht. Het gros van de negentiende-eeuwse kinderen ging niet naar school en kan daar dus ook niets ingeplant krijgen.

Als laatste kun je je afvragen welk belang de toenmalige ‘kapitalistische elite’ erbij zou hebben om die ‘racistische superioriteit’ in te planten bij de kinderen van de arbeiders en boeren. ‘Implanten’ zou inhouden dat ook de omstandigheden waarin de slaven leefden en werkten aan bod moesten komen. Zou dan de kans niet groot zijn dat die boeren- en  arbeiderskinderen tijdens dat ‘inplanten’ zouden denken: ‘maar wacht eens, waarin verschilt mijn ‘superieure’ situatie van die van de slaaf?’ Dat ‘inplanten’ zou het klassenbewustzijn wel eens flink kunnen bevorderen. Zou de toenmalige ‘kapitalistische elite’ daarop hebben zitten te wachten?

The unbearable whiteness of being

“De witheid van linkse politiek vernauwt antiracisme uiteindelijk tot een bevoogdend emancipatiedenken.” Dit schrijft universiteit docent Rogier van Reekum in een artikel op de site Oneworld. Gevaarlijk volgens Van Reekum: “Juist voor ecologische politiek is de witheid van linkse politiek dodelijk.” ‘Witheid van politiek’?

Bron: PxHere

Van Reekum: “Ecologische politiek laat namelijk zien hoe ons leven gebaseerd is op extractie, op het toe-eigenen, exploiteren en onder dwang gebruiken van wat ‘de natuur’ genoemd wordt.”  Vervolgens trekt hij een parallel: “Mensen leven zelf ook onder extractie, ook zij worden toegeëigend, uitgebuit en onder dwang gebruikt, beschikbaar gemaakt om te werken.” Van Reekum noemt dit, in navolging van een zwarte feministische denker ‘white-supremacist-capitalist-patriarchy’. Vervolgens concludeert Van Reekum: “De extractie van de aarde, waar ecologische politiek tegen strijdt, is dan ook geheel afhankelijk van de manier waarop racisme werkt en mensenlevens inricht.”Want: “Voor uitbuiting zijn namelijk de verschillen in menselijke waardigheid nodig die racisme tussen ons creëert.” Dit is onhoudbaar want: “Europa, witte mensen en witheid zelf zullen niet ontastbaar blijken voor de destructieve gevolgen van een orde die gebouwd is op extractie.”

Daar sta je dan als blanke, in de ogen van Van Reekum witte man van middelbare leeftijd. Alle ellende in de wereld is jouw schuld. Jouw schuld en je ‘witheid’ verhindert het werken aan oplossingen. Hindert en zelfs nog erger, je maakt fascisme mogelijk: “Fascisme drijft op de belofte van witte bescherming en gedijt bij linkse schuilkelderpolitiek die weigert te breken met die belofte. Witte onaantastbaarheid zal moeten worden overwonnen.” Maar je kunt er iets aan doen: “naar buiten (komen) en (je aan)sluiten bij iedereen voor wie de schuilkelders van witheid überhaupt nooit een veilige schuilplaats waren.” Grote woorden en  ronkende termen om jou een schuldcomplex aan te praten.

Zou het kunnen, beste meneer Van Reekum, dat de muren van die ‘schuilkelder’ door u en de uwen wordt opgetrokken? Ondoordringbare muren gebouwd van grote woorden en redeneringen zoals u in uw artikel gebruikt? Ondoordringbaar omdat u met dergelijke woorden en redeneringen mensen afstoot. Afstoot door  mensen zoals mij tot boeman te benoemen? Een boeman die moet smeken om vergiffenis en die moet bekennen dat hij leidt aan die enge ziekte van ‘witte onschuld’. Dat denkkader dat zowel door bevestiging als ontkenning wordt bevestigd.  Jammer, want in de strijd voor een eerlijkere en minder vervuilende samenleving zouden we best kunnen samenwerken.

Als we Van Reekum moeten geloven, leidt de hele wereld, om de titel van het bekende boek van Milan Kundera wat te verhaspelen, aan ‘the unbearable witheness of being’

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die: “zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.” Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Onwetendheid is macht!?

‘Het is nooit goed of het deugd niet’, een uitspraak die mijn moeder vaker bezigde, maar dan in het Veldense dialect uitgesproken. Aan die uitspraak moest ik denken tijdens het lezen van de column van Asha ten Broeke in de Volkskrant. Ten Broeke schrijft over de reacties in de media op de bijdrage van Arjen Lubach aan de zwarte-pietendiscussie. Aan de ene kant bijval en aan de andere kant krijgt hij het verwijt dat hij zich op het schild hijst ten koste van ‘zwarte activisten’ die worden bedreigd. Het woord culturele toe-eigening wordt nog niet genoemd, maar daar lijkt het wel op.

Wekker

Wat moet je als blanke, al mag ik dat woord niet gebruiken omdat ik me dan een neutrale positie toedeel, dan doen? Ten Broeke geeft advies en dat advies haalt ze bij Gloria Wekker: “… het zich teweerstellen tegen witte onschuld, het zichzelf positioneren als wit, als een machtige raciale/etnische positie bezettend, het cognitief en emotioneel kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis van imperialisme, van de vele vormen van wit privilege en dat privilege gebruiken om machtsverschillen te doorbreken…”  Kennis nemen van de geschiedenis, welke dan ook, is altijd goed. Ook ben ik me er terdege van bewust dat er machtsverschillen zijn die doorbroken moeten worden. Dat kost tijd en gezamenlijke strijd en inzet.

Meer moeite heb ik met de term witte onschuld. Die komt er volgens Wekker (pagina 31 van haar boek Witte Onschuld) op neer: “dat de epistemologie van de onwetendheid deel uitmaakt van een witte superieure staat waarbij het menselijk ras raciaal is verdeeld in volledige en onvolledige personen. Hoewel- of beter gezegd: juist doordat – ze de neiging hebben de racistische wereld waarin ze leven niet te begrijpen, zijn witte mensen in staat volledig te profiteren van deze raciale hiërarchieën , ontologieën en economieën.” Ja, er zijn mensen die zich superieur achten aan anderen, die anderen ‘onvolledig’ vinden. Die heb je echter in alle kleuren en religies. Om dit iedere blanke te verwijten, gaat mij veel te ver.

Meestal leidt kennis tot inzicht en tot een positie waarin de bezitter van die kennis de mogelijkheid heeft om te profiteren van het inzetten van die kennis. Vandaar de uitspraak kennis is macht. Wekker beweert het omgekeerde, onwetendheid is macht. Zou dat werkelijk zo zijn? Zou het werkelijk zo zijn dat de ‘witte’ het ‘spel winnen’ omdat ze het niet begrijpen?

Als je een hamer hebt …

Beste meneer Vanenburg, met veel belangstelling las ik uw artikel bij Joop. Alleen vraag ik, blanke Nederlander, mij af wat u van mij verwacht? Wanneer bent u tevreden? En veel belangrijker, realiseer u zich dat u het grote risico loopt dat op te roepen wat u probeert te bestrijden?

hamer en spijker

foto: Pixabay

Als ik het einde van uw stuk mag geloven, dan bent u tevreden als: “de mentaliteit van de ‘ik ben geen racist, maar-Nederlander’ verandert.” Begrijp ik het goed dat u pas tevreden bent als ik zeg dat ik een racist ben? Want dat is volgens mij het enige dat die ‘mentaliteit’ kan veranderen. Wel beste meneer Vanenburg, dan kunt u lang wachten, dat zal ik nooit zeggen, dan zou ik namelijk iets beweren wat niet klopt. Ik zal u dus blijven teleurstellen en daarom, zo beweert u: kunnen echte veranderingen (niet) in gang gezet worden,”.  Echte veranderingen kunnen volgens u immers pas ingang worden gezet, als ik zou zeggen dat ik een racist ben.

Jammer meneer Vanenburg, want ik denk dat als wij met elkaar in gesprek gaan, zal blijken dat we veel voor elkaar kunnen betekenen. Ook ik zie dat er groepen in de samenleving zijn die het moeilijk hebben. Voor die groepen wil ik mij liefst samen met u, inzetten. U wijt die moeilijkheden aan racisme, ik zie het eerder als gewenning aan elkaar. Het is mensen, van welke kleur, religie of welk ander onderscheid je ook kunt maken, immers eigen om zich eerder verwant te voelen met hen die op hen lijken. Die gewenning kost tijd, veel tijd. Dat gezegd hebbende, wil het niet zeggen dat we dan maar moeten afwachten. verre van dat zelf, je kunt die tijd namelijk verkorten door een handje te helpen. Natuurlijk zullen er ook mensen zijn die echt racistisch zijn, die moeten we samen en met hulp van de rechter, bestrijden. Met eenieder die dit ook wil, werk ik graag samen. Alleen moet mij niet worden gevraagd, zoals u doet, eerst iets te verklaren.

Realiseert u zich dat u het risico loopt juist dat op te roepen wat u bestrijdt? Door uw manier van opereren, en u staat hierin niet alleen zoals ik al aan Anoucha Nzume schreef. Door steeds te blijven roepen dat de ‘witte Nederlander racistisch is en dat er in Nederland een: “racistische beerput is (die) een paar jaar geleden al wijd (is) opengetrokken en die (…) voorlopig ook niet meer dicht (gaat),” loopt u het risico dat u mensen zo van u gaat vervreemden. Dat zij het gedrag dat u aan hen toeschrijft gaan vertonen.

“Als je een hamer hebt, gaat alles op een spijker te lijken.” Beste meneer Vanenburg, kent u dit gezegde. Zou het kunnen dat u een hamer in handen hebt? Misschien is het dan verstandig om die hamer eens neer te leggen. Wellicht bestaat de wereld dan uit meer dan alleen spijkers.

Verkeerde vijand

Op Joop een artikel van Anousha Nzume waarin zij het ‘witte culturele superioriteitsgevoel’ aan de kaak stelt. Overdreven gezegd komt het erop neer dat alle ellende in de wereld een gevolg is van de ‘witte mensen’. In haar artikel waarin het denken over  ‘witte onschuld’ en ‘witte superioriteit’ waarover ik al eerder schreef op de achtergrond een belangrijke rol speelt, viel mij één passage op. Nzume: “Ik zie het in de ogen van journalisten tijdens interviews over mijn boek. “Hoe durf je de vrijspraak van OJ Simpson te omschrijven als een overwinning op het systeem?” Omdat het waar is. Een zwarte man wint terecht of onterecht van een corrupt en racistisch systeem omdat hij rijk genoeg en populair genoeg is. Naar goed westers gebruik.”

SimpsonIllustratie: Daily Mail

OJ Simpson ‘versloeg een corrupt en racistisch systeem en werd vrijgesproken terwijl alles erop wees dat hij schuldig was aan de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend. In een latere civiele procedure werd Simpson wel verantwoordelijk gehouden voor die moorden. Nzume is blij dat iemand niet wordt veroordeeld voor moorden die hij heeft gepleegd. Zij is blij omdat de ‘zwarte’ Simpson zoveel geld had, dat hij zijn ‘onschuld’ kon kopen en zo als ‘zwarte’ het ‘corrupte, racistische, witte systeem’ versloeg.

Toont de casus Simpson aan dat het systeem racistisch is? Dat: “Wij allen (…) nog steeds (praten) in dezelfde witte ruimtes waar diezelfde culturele aannames en codes leidend zijn,” dat:  Racisme (…) een tool (was) in de koloniale tijd en het (…) nog steeds een tool (is) in het huidige kapitalistische neoliberale systeem,” of dat: “witte westerse dominantie,” in stand wordt gehouden zoals Nzume schrijft?

Laat de de casus niet juist zien dat in het ‘kapitalistische neoliberale systeem’ vrouwe Justitia kleurenblind’ is? ‘Kleurenblind’ maar wel ‘te koop’ met geld en macht? Want won met OJ Simpson niet het geld en de macht? Is dergelijk machtsmisbruik niet iets van alle tijden, alle culturen en alle ‘kleuren’?  Hoe beoordeelt Nzume het Zuid-Afrika van Zuma, het Zimbabwe van Mugabe, het Egypte van Al Sisi, het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan, het Saoedi-Arabië van Salman en zo zijn er veel meer te noemen? Hoe beoordeeld zij de manier waarop multinationals invloed kopen in Den Haag, Brussel, Washington, Lagos of Johannesburg? De manier waarop China invloed koopt in Afrika, maar ook in Europa, denk bijvoorbeeld aan de haven van Piraeus?

Allemaal praktijken waar mensen van alle kleuren de dupe van zijn. Mensen die het aan geld en macht ontbreekt om tegenwicht te bieden. Is het niet jammer dat Nzumes strijd juist verdeeldheid zaait tussen mensen die alleen tegenwicht kunnen bieden als ze eensgezind optrekken? Bestrijdt Nzume niet de verkeerde vijand?

Verdeel en verlies

Als het over twerken of blubbling gaat, dan sla ik een artikel over. Dat zegt vast iets over mij. Soms mis je dan een interessant artikel. Zo stuitte ik dit weekend bij de Correspondent op een artikel met de titel Waarom je Kendrick Lamar serieus moet nemen en niet zomaar kunt twerken op Byoncé, geschreven door Anoucha Nzume. Aanleiding voor dit artikel was het verschijnen van Nzume’s boek Hallo witte mensen. Nzume schreef over culturele toe-eigening, een begrip waarover ik al eerder schreef.

Een interessant artikel omdat het in vier stappen uitlegt hoe culturele toe-eigening werkt:

  • Eerst vat hebben op privilege. Als je niet snapt dat er machtsverhoudingen zijn in onze maatschappij, dan zal je culturele toe-eigening nooit begrijpen. Zonder machtsverhoudingen zou er namelijk ook geen sprake zijn van culturele toe-eigening, maar van culturele uitwisseling. 
  • Vervolgens moeten de machtsverhoudingen gespecificeerd worden: je moet begrijpen dat er in een land als Nederland heel veel niet-westerse culturen gemarginaliseerd zijn. Als je op een mondiaal niveau kijkt, zie je hetzelfde.
  • Dan kun je zien dat witte Nederlanders culturele gebruiken, symbolen, eten, et cetera, klakkeloos overnemen, badend in hun machtspositie en enorme verlangen naar de exotische supermarkt van cultuur. Voordat het culturele aspect zich door witte mensen was toegeëigend, werd het vaak als een beetje infantiel, ridicuul, extreem, te etnisch, of inferieur beschouwd. Maar als witte mensen gebruik gaan maken van zo’n aspect, is het opeens oké, cool, gezellig of spannend.
  • Vervolgens wordt er status, eer of geld mee verdiend door die witte mensen.”

Een interessante theorie die niet onweersproken kan blijven omdat het een grote ballon lijkt met gebakken lucht. Met iedere stap wordt er meer van die lucht in geblazen.

twerkenFoto: qmusic.nl

De eerste stap, de machtsverhoudingen, ik weet dat die er zijn. Die zijn er in iedere samenleving en tussen alle mensen. Als ik het goed begrijp is er alleen sprake van culturele uitwisseling als er geen machtsverhouding is. Als je het zo stelt, kan er dan ooit sprake zijn van culturele uitwisseling? Want is er niet altijd sprake van machtsverhoudingen tussen mensen?

Dan de tweede stap, de gemarginaliseerde niet-westerse culturen tegenover, ja tegenover wat eigenlijk? De dominante westerse cultuur? Of de dominante Nederlandse cultuur? “De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse,” las ik zo’n anderhalf jaar geleden in het commentaar van een Limburgse krant. Commentaar dat me verleidde tot een reactie. Waaruit bestaat die ‘dominante cultuur’? Zijn er niet ook gemarginaliseerde ‘westerse culturen’? Nzume schets een beeld van een grote homogene westerse of Nederlandse cultuur en zo’n homogeen blok is er nu niet, is nooit geweest en zal er ook nooit zijn.

De derde stap, het overnemen van, gebruiken, symbolen, eten etcetera. Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die zich om een voorbeeld van Nzume aan te halen, tooien met Samoaanse tatoeages zonder te weten waar Samoa ligt? Zijn het alleen ‘witte Nederlanders’ die ‘zomaar twerken op Byoncé. Daarmee zijn we er nog niet. Deze stap is de kern van de theorie van culturele toe-eigening en er zijn veel vragen bij te stellen.

Om te beginnen zijn het alleen ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen? Rijden alleen witte mensen auto? Zijn er geen ‘gekleurde mensen’ die gebruik maken van de trein van elektriciteit? Die weleens naar een verre bestemming vliegen? Zijn het alleen ‘witte mensen die gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting en de democratische rechten? Allemaal resultaten van de ‘witte westerse cultuur’. Ook deze culturele uitingen worden gebruikt binnen machtsverhoudingen en niet alleen machtsverhoudingen tussen ‘witte’ en ‘niet witte’ mensen, ook machtsverhoudingen tussen ‘witte mensen’ die deel uitmaken van ‘gemarginaliseerde westerse culturen’.

Neem de titel van Nzume’s artikel. Ik geloof best dat ik Kendrick Lamar serieus moet nemen, ik neem iedereen serieus totdat de persoon er blijk van heeft gegeven dat dit niet nodig is. Lamar is, net als Nzume, ‘niet wit’, alleen komt Lamar uit Compton, een heel andere ‘cultuur’ dan Nzume’s. Dan Byoncé Knowles, waar we niet zomaar op mogen twerken, afkomstig uit Texas, weer een heel andere cultuur dan die van Lamar en Nzume. Maakt de overeenkomstige huidskleur van Nzume, Lamar en Knowles dat ze een zelfde ‘culturele achtergrond’ hebben?  Maakt de uitvinding van de verbrandingsmotor door de Duitser Benz, dit tot een ‘witte’ uitvinding, een ‘Europese’ een ‘Duitse’ of was het een uitvinding van het individu Benz? Is Twerken ‘zwart’ of is het van … (geen idee wie het heeft uitgevonden). Vindt een cultuur uit of een individu? Wie eigent zich iets toe en dan niet van cultuur, maar van iemands prestaties?

Hangt het dagelijkse leven niet aan elkaar van het gebruik van ‘uitvindingen’ van anderen. Ontwikkelt de mens zich niet juist omdat hij of zij gebruik maakt van wat anderen die hen voorgingen hebben verzonnen en ontwikkelt hij of zij dit zo verder? Zo heeft Benz voortgebouwd op hen die aan hem vooraf gingen. Wil Nzume dit stopzetten? Of moeten we ons bij alles waar we over praten, wat we doen en gebruiken realiseren van wie het afkomstig is en vooral tot welke ‘cultuur’ de persoon behoorde? Dan kunnen we het autorijden wel vergeten. Niet omdat we Benz niet meer kennen, maar omdat de naam en de cultuur van de uitvinder van het wiel geheel onbekend is, net als de eerste ijzersmelter.

Of zijn het alleen mensen van eenzelfde kleur als de ‘uitvinder’ die er iets mee mogen doen? Als dat zo is, hoe bepaal je dan iemands kleur? Wat is dan de kleur van iemand met een blanke en een zwarte ouder? Is die blank of zwart? En als we dan enkele generaties verder zijn en er zijn verder alleen nog maar witte partners in het spel, welke kleur heeft de verre nazaat met éénvierenzestigste zwart in zich? Lijkt dit niet ook een doodlopende weg?

Is het werkelijk zo dat iets pas cool en hip wordt als ‘witten’ er iets mee doen? Nzume noemt het voorbeeld: “Döner bij Donnies. Twee witte Nederlanders die döner zo hebben ‘verwit’ dat ook Het Parool vindt dat döner nu eindelijk noemenswaardig is. Of, zoals het in de recensie werd beschreven, eindelijk meer is dan ‘ordinair katervoedsel.’ De recensie opent met een quote van de witte eigenaar van het restaurant: ‘We komen een beetje uit het verdomhoekje.” Döner is nu pas salonfähig? Wat een onzin, zonder al die ‘witte Nederlanders’ waren er nooit zoveel dönerzaken in Nederland. Ja, nu zijn er twee ‘hipsters’ met goede journalistieke contacten en gevoel voor marketing die er wat geitenkaas, kikkererwten en pompoenpitten en vooral veel gebakken lucht aan toevoegen en zich op een ‘andere markt’ richten. Döner wordt er niet anders door en blijf van eenzelfde categorie als de gyros en de shoarma die eraan vooraf gingen. Trouwens, een flinke stap boven de ‘witte’ hamburger van de bekende keten.

Daarmee zijn we bij de laatste stap van Nzume aanbeland: wie verdient ergens geld mee. Volgens Nzume zijn dat ‘witte mensen’ die zich iets toe-eigenen. Ja, Miley Cyrus vond twerken niet uit, deed het twintig jaar na dato en het werd hip. Kun je dat haar verwijten? Werd twerken bekend door Cyrus of Cyrus door twerken? Was het wel oké geweest als Byoncé ervoor had gezorgd dat twerken bekend werd? Byoncé zat en zit in eenzelfde machtspositie als Miley Cyrus. Zou dat voor Nzume verschil uitmaken? Zou dat voor de uitvinder verschil uitmaken? Ja, het komt helaas heel vaak voor dat de werkelijke uitvinder niet de credits krijgt, die krijgen uitvinders zelden. Net zoals ze de grootste verdiensten aan hun neus voorbij zien gaan. Dat is niet iets waar alleen ‘gekleurde’ mensen tegenaan lopen. Dat gebeurt ‘witte mensen’ net zo veel en vaak. Want ook het overgrote deel van de ‘witte mensen’ ontbeert de vaardigheid, de mogelijkheid en de middelen om iets tot een succes te maken. Geld is immers het enige in de wereld dat zich niet aan de zwaartekracht houdt, het valt niet naar de ‘have not’s’ beneden, maar naar de ‘have’s’ boven. Of zoals mijn moeder altijd zei: ‘den duvel schiet altied op de groeëtste haup’. 

Daarmee kom ik op het belangrijkste punt. Een punt waar Nzume en de Ballonnendoorprikker elkaar vinden zoals ik al concludeerde naar aanleiding van een interview met Nzume in de Volkskrant. De machts- en middelenverdeling in Nederland en de wereld. Die is behoorlijk scheef en is extra in het nadeel van mensen met een kleurtje omdat er weinig ‘kleur’ te bekennen is in de ‘powers that be’. Het kost tijd en dan moeten we niet in jaren maar in generaties denken, om tot dat ‘machtscentrum’ door te dringen.

Een proces dat kan worden versneld, door dat ‘machtscentrum’ onder druk te zetten en daarvoor hebben we elkaar nodig. Die strijd wil ik graag samen met Nzume aangaan, maar dan hindert een slordige ‘culturele toe-eigeningstheorie, of die van de ‘witte onschuld’ waarover ik al eerder schreef in een brief aan Sunny Bergman. Deze theorieën hinderen omdat ze niet onweersproken mogen blijven. Dat weerspreken kost energie en tijd die anders kon worden ingezet. Belangrijker is echter dat er zo verdeeldheid ontstaat en als het ‘machtscentrum’ ergens van profiteert, dan is het wel verdeeldheid. Of om een bekend Nederlands gezegde (verdeel en heers) wat te verhaspelen: ‘verdeel en verlies’.