Deeleconomie

In de laatste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw stonden de kranten vol van de ‘nieuwe economie’. Door de ‘technologische ontwikkeling’ zoals de telecom en vooral het internet, toen nog met een hoofdletter I geschreven, zou het Walhalla bereikt zijn. Een Walhalla van eeuwig durende economische groei en rijkdom en geluk voor iedereen. Nou ja iedereen, vooral de ‘gelukkigen’ die een internetbedrijfje hadden opgezet en dat naar de beurs brachten. ‘Iets’ doen met internet was al voldoende om lyrische commentaren te krijgen waarna het geld vanzelf naar je toe rolde. Een kritische blik ontbrak. In 2000 knapte de zeepbel. De geschiedenis van internetprovider World Online, het bedrijf van Nina Brink, is tekenend voor deze hype.

LoesjeIllustratie: Loesje

Sinds een paar jaar wordt er veel gepraat en geschreven over de ‘deeleconomie’ een amalgaam van sociale initiatieven die een bijdrage moeten leveren aan een beter leven in wijken, dorpen en buurten, het delen van spullen met anderen, het een tweede leven geven van spullen en het verzamelen van geld ter financiering van die initiatieven mogelijk gemaakt via internet-platforms. Wat is er nieuw aan buurtinitiatieven? Of aan het delen, uitlenen  van spullen of er een tweede leven aan geven, dat gebeurde vóór het internet-tijdperk ook. Dat gebeurde vroeger via het prikbord bij de supermarkt of de kringloopwinkel en geld lenen van anderen is ook niet nieuw. Het internet maakt het wellicht iets makkelijker.

Wat ook niet nieuw is, zijn de commerciële initiatieven onder de vlag van de ‘deeleconomie’. Wat is er nieuw aan een een ‘tussenpersoon’ die vraag en aanbod bij elkaar brengt er daarvoor een vergoeding vraagt? Wat maakt Uber, behalve de schaal en het PR-offensief, anders dan Taxicentrale Amsterdam? Is Airbnb niet gewoon een reisbureau dat vraag en aanbod al het werk laat doen tegen een vorstelijke vergoeding, ook vergezeld van een massaal mediaoffensief?

Doen de oprichters van deze bedrijven dat niet met hetzelfde doel als Nina Brink met haar World Online, namelijk zo veel mogelijk geld uit de zakken kloppen van argeloze investeerders zonder kritische blik? Wordt in deze deeleconomie niet alles gedeeld behalve de verdiensten?

Destructie van creativiteit

Creatieve destructie, de continue innovatie waarbij nieuwe technieken oude vernietigen. Nieuwe efficiëntere technieken waardoor er steeds minder arbeid nodig is om een product te produceren. Het kapitalisme draait erop. De auto vervangt paard en wagen. De wasmachine die de wastijd met uren bekort.

PolluxIllustratie: http://www.sounds-venlo.nl

Tegenwoordig worden veel internet-bedrijven en diensten gezien als voorbeelden van creatieve destructie. Denk aan Uber en de taxi, Amazon en winkelen, en diensten als Spotify bij het luisteren naar muziek. Deze internetbedrijven kunnen over het algemeen rekenen op een positieve pers. Ze zorgen ervoor dat markten worden opengegooid en producten in prijs dalen. Ze worden gezien als vernieuwend en creatief.

Toch kent deze creativiteit en vernieuwingsdrang ook een keerzijde. “Van een miljoen streams houd ik 20 dollar over, ik vind dat misdadig.” Een uitspraak van de Amerikaans singer-songwriter Dayna Kurtz in een interview met de Volkskrant. In dit interview beschrijft Kurtz de situatie van vele goede en talentvolle muzikanten. CD’s verkopen niet meer door de streaming diensten als Spotify waar de artiest dus niets aan verdiend en ook zalen betalen steeds minder voor een optreden. Voor de meeste muzikanten is het sappelen voor weinig geld. Kurtz: “Ik verdien niet meer dan iemand in de McDonalds.” In de VS is muzikant worden alleen nog weggelegd voor rijkeluiskinderen met ouders die alles betalen, aldus Kurtz.

Dit kun je afdoen als gezeur van verliezers. Net als de paardenverkoper en de wagenmaker verloren met de uitvinding van de auto. Zo zijn er ook nu mensen die hun baan verliezen of waarvoor hun baan veranderd. Veel administratief werk vervalt door automatisering. De taxichauffeur moet maar wennen aan de nieuwe mores. Of niet?

Gebeurt er met de muzikant niet iets wat Uber bij de taxichauffeurs doet? Het werk van de chauffeur is niet verandert met de komst van Uber, net als het werk van Kurtz niet is veranderd door de komst van Spotify. Spotify maakt zelf geen muziek, het biedt muziek van anderen aan. Het vervangt de rol van de plantenmaatschappij als distributeur van muziek. Alleen die andere rol van de platenbaas, het financieren van muzikanten zodat ze een nieuwe cd kunnen maken, neemt het niet over. Spotify verdient veel geld via abonnementen en de artiest krijgt een habbekrats De internetbedrijven zijn miljoenen en vaak zelfs miljarden waard, de artiest is vogelvrij.

De Venlose muzikant Frans Pollux maakte zijn cd Neet vergaete de bloome water te gaeve via crowdfunding. Een creatief voorbeeld om te voorkomen dat de creatieve destructie leidt tot destructie van creativiteit? In ieder geval tot een mooie CD.

Taleb-wet

Een politicus moet vrij zijn en vrij betekent: “niet gedwongen kunnen worden om te doen wat hij anders nooit gedaan zou hebben,” zoals Nassim Nicholas Taleb het omschrijf in zijn boek Antifragiel. Daar moest ik aan denken toen het VVD-Kamerlid Bart de Liefde bekend maakte het Kamerlidmaatschap in te ruilen voor een bestaan als lobbyist bij Uber. De Liefde is de laatste maar zeker niet de eerste en enige politicus die de Kamer verlaat voor een lobby en/of bestuursfunctie. Kamerleden weten hoe de politieke en ambtelijke hazen lopen, hebben de juiste connecties en dat maakt hen gewild voor deze functies. Zijn bestuurders niet ook lobbyisten? Dat even terzijde.

Taleb

Illustratie: verraes.net

In de Binnenhofse kringen wordt met onbegrip gereageerd op de overstap van De Liefde. Maar is jobhoppen tegenwoordig niet de norm? En wordt het Kamerlidmaatschap niet gezien als werk, als een baan? Is het dan niet logisch dat een Kamerlid hiervan gebruik maakt? Juist om de overeenkomst met andere banen te benadrukken is de wachtgeldregeling aangepast en meer in lijn gebracht met de reguliere ww. Moeten we dan niet blij zijn dat De Liefde nu overstapt omdat het zo wachtgeld bespaart?

Het kamerlidmaatschap of een ministerschap, is niet altijd een baan of werk geweest. Bij de oude Atheners was politiek iets voor vrije mensen. Want alleen een vrij man kon zijn eigen standpunten bepalen en was van niemand afhankelijk voor zijn levensonderhoud. Een afgeleide hiervan was het kiesrecht op basis van de hoogte van het inkomen, zoals het tot het einde van de negentiende eeuw dominant was. Politiek was iets voor de rijken en de armen moesten maar afwachten

De twintigste eeuw kende de politicus met een ‘roeping’. Na een korte carrière in het bedrijfsleven of de (semi)overheid, het bestuur in en nooit meer onder ‘de stolp’ uit. En nu kennen we de politiek als carrièrestap. Met als nadeel dat niet bekend is hoe ‘vrij’ de politicus is. Want wat is zijn vorige of volgende job en hoe beïnvloedt dit zijn handelen? Past hij, om Taleb te parafraseren ‘zijn overtuigingen aan zijn daden aan, in plaats van zijn daden aan zijn overtuigingen’?

Maar ja, hoe voorkom je dat het Kamerlidmaatschap als opstapje wordt gebruikt en de overtuigingen worden aangepast? Taleb doet de volgende suggestie: “Iedereen die een openbaar ambt bekleedt, zou verboden moeten worden daarna in een commerciële functie meer te verdienen dan de meestverdienende ambtenaar.” 

Zou dit helpen en moeten we een ‘Taleb-wet’ invoeren?