Eenheid in variatie, variatie in eenheid

Bij Elsevier las ik een artikel over een motie die de Tweede Kamer vorige week aangenomen heeft. Een motie die de regering verzoekt om: “Zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen, strekkende tot het schrappen van de zinssnede ‘een steeds hechter verbond’ uit het VEU en het VWEU.”  Die afkortingen hebben betrekking op de verdragen waarop de Europese Unie is gebaseerd.

Bron: Pixabay

Vijf overwegingen brachten de Kamermeerderheid rekening tot het aannemen van deze motie. Waarvan er twee heel bijzonder zijn, de tweede en derde overweging in de motie. Laten we ze eens even onder de loep nemen. Als eerste de tweede overweging: “talloze burgers binnen de Europese Unie die zich niet thuis voelen in een EU als ‘steeds hechter verbond tussen volkeren’ omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van de lidstaten.” Bijzonder omdat binnen Europa soevereiniteit alleen kan worden beperkt als de landen haar overdragen naar de EU. De geachte Kamerleden zijn het die soevereiniteit overdragen en dat kunnen met en zonder die de woorden ‘een steeds hechter verbond’ in die verdragen. Deze motie voegt daar niets aan toe en doet er ook niets aan af. Er verandert niets met deze motie ‘voor de bühne’.

Dan de derde overweging die luidt dat: “de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU.” De EU is nu juist gebouwd om dingen samen en hetzelfde te doen. Dus als de lidstaten denken en verwachten dat samenwerking tot een beter resultaat voor allen leidt, dan dragen zij bevoegdheden over. Dan gaan ze het op dat betreffende punt samen en dus op eenzelfde manier doen. Dan is er ruimte voor slechts één variant. Dat is nu juist de bedoeling van samenwerking en dus ook van de Europese. Neem een douane-unie, die heeft alleen zin als voor alle landen dezelfde regels gelden. Pas dan kunnen de grenzen tussen landen worden geslecht.

De ruimte voor variatie ligt precies op die terreinen waar de landen denken dat ze het beter zelf kunnen doen. Daar dragen ze geen bevoegdheden over en wordt de variatie behouden.

Pubers en politiek

‘Ut is ok noejt good of ut deug neet.’ Zo zei mijn moeder vaak als iemand weer eens iets deed waarop anderen flinke kritiek hadden. Aan die uitspraak moest ik denken toen ik allerlei berichten las over Greta Thunberg.

Voor degenen die nog nooit van Thunberg hebben gehoord. Thunberg is een scholier van nu een jaar of zestien. Ze werd beroemd toen ze besloot om na de zomervakantie van 2018 tot aan de Zweedse verkiezingen niet meer naar school te gaan omdat ze zich zorgen maakte om het klimaat. Thunberg ging met een zelfgemaakt bord met daarop de tekst ‘Skolsjtrejk för klimatet’ voor het Zweedse parlement zitten. Die actie leverde haar zeer veel publiciteit op en leidde ertoe dat ze veel is geïnterviewd en wordt gevraagd om  toespraken te houden. Zo mocht ze een paar dagen geleden het Europees Parlement toespreken. 

Maar zoals dat gaat als je ‘beroemd of bekend’ wordt, zijn er mensen die je voor jou karretje proberen te spannen maar ook mensen die zich vervolgens tegen je af zetten. In het geval Thunberg ligt die scheiding vrij duidelijk. Mensen die vinden dat het klimaat in gevaar is, zien in haar een kleine held. Mensen die de klimaatverandering of het aandeel van er mens erin een hoax vinden, maken haar belachelijk. Zo ook Forum voor Democratie leider Baudet. Hij twitterde: “Haha. Dat dit vroegrijpe Alice Miller-syndroom mag “speechen” in het Europees Parlement is de ultieme illustratie v/h failliet van de huidige elites. Laten we de kneuzen die meejanken met dit narcistisch pubertijdsperikel vervangen en verslaan.” ‘Vroegrijpe Alice-Miller syndroom’ en ‘narcistisch pubertijdsperikel’, stevige taal richting een zestienjarige door een kamerlid met, zo is mijn inschatting, zeer veel kennis van narcisme. 

Nu wordt er in politiek, bestuurlijke kringen in diverse gemeenten verwoed gepoogd om kinderen en jeugdigen kennis te laten maken met het gemeente bestuur, de politiek en zo met onze democratie. Onze jeugd moet immers leren hoe dat democratie een belangrijk goed is waaraan we samen moeten werken. Trouwens niet alleen gemeenten, ook de Tweede Kamer zet zich daarvoor in. Zo organiseerde de Kamer vorig jaar voor het eerst het Kindervragenuur. Leuk zo’n groepje kinderen dat wat vragen komt stellen. Maar o wee als ze een mening hebben en vooral een mening die Baudet niet aanstaat. Dan volgt een scheldpartij die deze hele investering weer teniet doet. Zeggen die scheldwoorden trouwens niet meer over degene die ze bezigt? 

Beste meneer Baudet. U mag best vinden dat er collega-politici zijn die Thunberg misbruiken voor hun gewin en zich tegen hen afzetten. Het is daarvoor niet nodig Thunberg te beledigen. Het zou u sieren als u uw excuses maakt. Mocht dat in uw brein niet opkomen, dien dan een motie in om al die pogingen om kinderen bij de politiek te betrekken, te staken. Dan bent u tenminste consequent in uw gedrag. De keuze is aan u.

Doe uw werk!

“Een fatsoenlijke bank, ik heb daar wel behoefte aan. Ik wil voor mijn geldzaken niet meer afhankelijk zijn van bankiers zonder moreel besef.”  De laatste twee zinnen van een column van SP Tweede Kamerlid Ronald van Raak. Van Raak beklaagt zich over het immorele gedrag van bankiers. “Tien jaar geleden veroorzaakten bankiers door hun immorele gedrag een grote economische crisis en moesten overheden met miljarden belastinggeld de banken redden.” En: “55 miljard euro hebben ze van ons gestolen, de banken in Europa. Door middel van frauduleuze financiële constructies,” zo schrijft Van Raak en hij concludeert: “Ze gaan gewoon door met hun immorele gedrag, het interesseert ze niet. Omdat ze zien dat ze er mee weg komen” Daarom wil Van Raak van Volksbank (de voormalige SNS Bank) een fatsoenlijke bank maken die zicht wel aan de regels houdt. Een populair betoog. Maar … .

Mazzucato.png

Inderdaad komen de banken ongestraft weg met ongeveer alles wat ze doen. Straffen zijn lager dan de gemaakte winsten. Omvallen zit er niet in want “too big to fail’. Ja, dan kun je alles maken. Slaat Van Raak dan de spijker op de kop en moeten  we hem steunen in zijn pleidooi om van de Volksbank een fatsoenlijke bank te maken? De eerste vraag die dat bij mij oproept is, hoe lang blijft die bank ‘fatsoenlijk’? 

Belangrijker dan die vraag is de vraag of dit het enige is wat er kan worden gedaan? Als we die vraag stellen, richt de blik zich dan niet op Van Raak en zijn collega Kamerleden? Dat banken er een puinhoop van maken als ze de ruimte krijgen, is niet iets van de laatste jaren. In de aanloop naar de crisis van eind jaren twintig van de vorige eeuw gebeurde dit ook al. Dit resulteerde in een sterke regulering van het bankwezen. Zo was er een onderscheid tussen investerings- en zakenbanken aan de ene kant en algemene, spaar- en betalingsbanken aan de andere kant. Dat onderscheid en al die beperkende regels zijn sinds de jaren zeventig successievelijk afgeschaft. Afgeschaft vanwege vervagende herinneringen aan de vorige crisis en onder druk van een ‘bankenlobby’. De econome Mariana Mazzucato beschrijft dit heel goed in haar boek  De waarde van alles. Onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie. Ze stelt trouwens ook enkele interessante vragen maar daarover later wellicht meer.

Beste meneer Van Raak. U bent volksvertegenwoordiger en de volksvertegenwoordiging kan wetten uitvaardigen. Wetten die zorgen voor fatsoenlijk gedrag. Kunt u niet beter uw werk doen en voor dergelijke wetten zorgen in plaats van u te beklagen in een column?

 

Raad van Raadgevende Adviseurs

In de Volkskrant pleit Dave Ensberg-Kleijkers voor de herintroductie van de Raad voor Economische Adviseurs. Herintroductie omdat deze raad, die bestond uit hoogleraren economie en (overheids)financiën en de Kamer gevraagd en ongevraagd advies gaf, al eerder bestond. De raad hief zichzelf op omdat haar adviezen werden gezien als: “‘te columnachtig’, ‘borrelpraat’ en ‘te politiek’.” En haar werk: “de rapporten matig onderbouwd of ‘technocratisch’,”  Ensbergen-Kleijkers wil de raad weer ‘heroprichten’ omdat de Kamer voor haar werk leunt op: “enkele beleidsmedewerkers, sta­giaires en de Algemene Rekenkamer. De beleidsmedewerkers zijn doorgaans jonge, pas afgestudeerde mensen met een te brede portefeuille en (te) veel politieke ambities.” Niet voldoende aldus Ensbergen-Kleijkers. 

Aanbieding_koffertje_Tweede_Kamer_Prinsjesdag_2015_07

Foto: Wikimedia Commons

Zou zo’n raad uitkomst bieden als Kamerleden geen verstand van economie hebben? Nu is er iets vreemds met economen, ze kunnen alle besluiten onderbouwen. Hun ‘advies’ hangt af van hun ‘kijk’ op de samenleving. De ene econoom zal je haarfijn, vanuit zijn ‘kijk’ op de wereld, kunnen uitleggen waarom de afschaffing van de dividendbelasting slecht is. Zijn collega met een andere ‘kijk’ waarom je het juist zou moeten doen. Nu zijn er ook economen, zoals Ha-Joon Chang, die je zullen zeggen dat; “Economie voor 95 procent gezond verstand’” is, “dat ingewikkeld is gemaakt.” En dat: “zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering in eenvoudige termen kan worden uitgelegd.” 

Dat zouden zelfs ‘eenvoudige’ Kamerleden moeten kunnen begrijpen. Daar zou geen aparte Raad voor nodig moeten zijn. Waarin verschilt economie trouwens van andere zaken die ‘ingewikkeld en lastig’ zijn? Zou er dan niet ook een Raad van Ethici moeten komen om de Kamerleden te adviseren over ethische kwesties? Een Raad van Historici om te adviseren over historische kwesties? De zaken in het regeerakkoord over ‘Wilhelmuskunde’ tonen de noodzaak daartoe wel aan en dan zat er met Rutte nog wel een historicus aan tafel. Of waarom geen Raad van Informatiedeskundigen om te adviseren over ‘internettrollen’, of een Raad van Automonteurs, Bakkers enzovoorts?    

Vervolgens zou je ook nog de ‘metavraag’ kunnen stellen. Zou er dan niet ook een Raad van Raadgevende Adviseurs moeten komen?

Crisis? What crisis?

Crisis? What crisis? Aan deze titel van een plaat van Supertramp moest ik vandaag denken. En dan vooral aan het nummer Poor Boy op die plaat.

“Why can’t we all afford to live like you? This simple life is simply not enough. We have appearances we must keep up?”

Ik moest hieraan denken toen ik vandaag (dus gisteren voor jullie lezers) iets bijzonders hoorde op de radio. De Tweede en Eerste Kamer bespreken op dezelfde dag een wetsvoorstel en dat gebeurde voor het laatst in 1917 met toen de uitgebroken oorlog die wij nu de Eerste Wereldoorlog noemen, als belangrijke aanleiding. Toen een belangrijke gebeurtenis, de veiligheid van het land was immers in het geding.

Keeping up appearances

Foto: Flickr

Wat is dan nu, honderd jaar later, de aanleiding om de beide Kamers op eenzelfde dag over een voorstel te laten stemmen? Dat moet ook wel iets van gelijk belang zijn. Nou …, dat valt eigenlijk een klein beetje, of eigenlijk heel flink, tegen. Het gaat over een verhoging van de eigen bijdrage in de zorg van € 385 naar € 400. Een verhoging van vijftien euro per jaar, één Euro en vijfentwintig cent per maand. Iets waar de kranten trouwens ook al meer dan een week mee vol staan.

Natuurlijk is vijftien Euro veel geld als je ze niet hebt en toch zorg nodig hebt, dat wil ik niet bagataliseren. Zeker niet omdat die vijftien Euro bovenop de huidige eigen bijdrage van € 385 komt zodat het samen om € 33,33 per maand gaat. Zeker als dat niet het enige is en dat is het niet wat je moet betalen. Nee, er komt ook nog de premie bij om me te beperken tot de ziektekosten.

Natuurlijk is de zorg een debat waard en misschien wel een debat van beide kamers op één dag, maar een debat over vijftien Euro? Zou dat debat niet beter kunnen gaan over het al dan niet werken met een eigen risico? Over de manier waarop medicijnen-fabrikanten goud geld verdienen met hun patenten? Over de gemeenten verantwoordelijk maken voor zorgtaken op basis van aannamen? Of misschien wel over marktwerking in de zorg? Dat zou een goede reden kunnen zijn. Maar ja, geldt voor velen in Den Haag niet: We have appearances to keep up?’

Oorzaak, gevolg en Fred Teeven

Voormalig staatssecretaris van Justitie Fred Teeven, is ervan overtuigd dat criminelen zijn val als staatssecretaris hebben veroorzaakt. “Nieuwsuur kreeg het aangereikt vanuit de misdaad. Het is getrapt gegaan: eerst naar een halve journalist, daarna naar een echte. Die laatste heeft zijn werk gedaan.” Dit zegt hij over de affaire die hem de bestuurlijke kop kostte.

pinokkioIllustratie: www.mysterie-wetenschapsforum.nl

Even de feiten over de deal met crimineel Cees H. Teeven meldde de Tweede Kamer dat die deal de staat twee miljoen gulden kostte. Dit bleek onjuist en na veel dralen, omdat bonnetjes waren verdwenen, werd duidelijk dat H. 4,7 miljoen gulden had ontvangen. Vanwege dit verkeerde informeren moest Teeven opstappen en in zijn kielzog ook de minister Ivo Opstelten. Deze laatste omdat het niet de eerste keer was dat hij de kamer verkeerd, te laat en warrig informeerde.

Omdat Nieuwsuur de juiste informatie had, ontstond de verwarring en werd duidelijk dat Teeven de verkeerde informatie had gegeven. Teeven legt hierbij de schuld bij de crimineel die deze informatie aan Nieuwsuur gaf. Verwisselt hij hier niet oorzaak en gevolg?

Was de oorzaak van zijn val niet dat de Kamer de verkeerde informatie kreeg? Wie gaf de Kamer de verkeerde informatie? Was dat een crimineel of de staatssecretaris? Uiteindelijk kwam de juiste informatie boven tafel. Is dat niet een gevolg van de eerder verstrekte verkeerde informatie? Doet het ertoe hoe die informatie nu boven tafel kwam? Of dit kwam door goed speurwerk van een journalist, of door een rancuneuze ambtenaar of door een crimineel aan Nieuwsuur werd verstrekt, doet dat terzake? Ja, in die zin dat hierdoor de ‘leugen’ van Teeven boven tafel kwam. Maar dat gebeurde toch na de leugen?

Is dat verkeerde informeren, of liegen, door Teeven niet de oorzaak van zijn aftreden? Is dat niet zijn eigen schuld? Gedraagt Teeven zich niet als een klein kind? Een klein kind dat zijn eigen fouten in de schoenen van anderen wil schuiven?