Politieke partijen, wat moeten we ermee?

“Partijen zijn nog steeds de belangrijkste kanalen voor vorming en verspreiding van politieke ideeën. …Gezien hun cruciale functie is het opmerkelijk dat er weinig over is geregeld in de wet.”  Dit schrijft Marc Chavannes bij de Correspondent. En dat kan niet: “Tijd voor actie. En beter laat dan te laat. Politieke partijen vervullen essentiële taken in een vertegenwoordigende democratie en daarom mogen aan die verenigingen extra eisen worden gesteld.” Eisen op het gebied van de interne partijdemocratie. Een idee, maar.…

Bron: Picryl

Politieke partijen selecteren de volksvertegenwoordigers waaruit de kiezer kan kiezen. Zij selecteren ze uit de 289.276 Nederlanders die, volgens Chavannes, nu nog lid zijn van een politieke partij. Die partijen maken verkiezingsprogramma’s waarmee zij richting proberen te geven aan het debat. Hierbij worden zij beïnvloed door een heel circus aan lobbyisten. Op basis van die programma’s wordt een ‘regeerakkoord’ opgesteld dat vervolgens wordt uitgevoerd. En, zoals er wordt gezegd, het debat moet in het parlement worden gevoerd.

Zouden we het politieke primaat niet weg moeten halen bij het parlement en haar leden? Is het beperken van ‘politiek’ tot de activiteiten in het parlement, niet een erg beperkte uitleg van politiek. Is politiek niet alles wat wij als inwoners van een bepaald gebied met elkaar bespreken en doen? Zou het debat, over welk onderwerp dan ook, niet in de samenleving gevoerd moeten worden? Zouden de parlementsleden dat debat niet goed moeten volgen en vragen stellen aan de samenleving? Zouden zij niet veel meer moeten luisteren in tegenstelling tot praten? Luisteren, verduidelijkende vragen stellen en vooral gaan praten met mensen die zich minder laten horen. Zouden zij vervolgens niet een keuze moeten maken waarbij ze alles wat ze hebben gehoord, afwegen? Een keuze zonder er in de kamer nog een debat over te voeren? Dat debat is immers in de samenleving gevoerd. En zouden zij vervolgens niet hun keuze moeten verklaren?

Zou dit, kijkend naar onze Grondwet, niet een alternatieve invulling van onze democratie kunnen zijn?  Een alternatief waarbij de Kamer de rol van ‘beslisfabriek’ vervult en het politieke primaat terug gaat naar de samenleving. Een variant die zonder politieke partijen kan. Ja, zelfs zonder verkiezingen want die kamerleden kunnen ook worden geloot voor een bepaalde periode. Waarna weer nieuwe worden geloot.

De eigen schaduw

Deze week stelde een wethouder mij de volgende vraag: “Wat wordt de uitslag op 15 maart?” Aangezien ik geen glazen bol heb en er ook niet in geloof, kon ik daar weinig zinnigs op zeggen. Ik antwoordde: “Ik denk dat er veel partijen zullen zijn die tussen de vijftien en de vijfentwintig zetels zullen krijgen.” Als je de laatste peilingen bekijkt, dan lijkt het die kant op te gaan. Een kabinet zal dan uit vier misschien wel vijf partijen moeten bestaan om te kunnen steunen op een meerderheid in de Tweede Kamer en dan laat ik de Eerste Kamer voor het gemak maar even buiten beschouwing.

schaduw

Foto: Dagboek van een fotogek

Vervolgens vertelde ik hem iets wat al langer in mijn hoofd speelt. “Zou het dan niet goed zijn als er vervolgens een niet aan een partij gebonden persoon wordt gezocht die wordt benoemd tot minister-president?” Een persoon die vervolgens een kabinet samenstelt dat zonder regeerakkoord aan de slag gaat met de problemen en vraagstukken die er liggen en zich aandienen. Een kabinet dat samen met alle partijen in de kamer naar meerderheden voor beleid zoekt. En die meerderheden kunnen per vraagstuk verschillen. Zou dat een manier zijn om uit de huidige gepolariseerde situatie te komen?

Een dergelijk kabinet is niet gebonden aan een knellend regeerakkoord, een compromis waar zelden iemand echt blij van wordt. Partijen hoeven dan geen water bij de wijn te doen. Ze kunnen vasthouden aan hun eigen programma, steunen wat bij hen past en oppositievoeren tegen dat waar ze niet achter staan.

Een dergelijk kabinet hoeft geen rekening te houden met herverkiezing. Het hoeft geen verantwoording aan de kiezer af te leggen, dat moeten de partijen doen die de voorstellen van het kabinet wel of niet hebben gesteund. Zou zo’n kabinet daardoor los van de waan van de dag kunnen opereren? Het hoeft immers geen rekening te houden met peilingen, verkiezingen voor andere bestuursorganen en allerlei andere zaken die nu voor onrust in regering en parlement veroorzaken. Zou dit ervoor kunnen zorgen dat de almaar verder gaande polarisatie in de politiek en de samenleving een halt wordt toegeroepen?

Dan moeten de politieke partijen en politici wel over hun eigen schaduw stappen en zo’n persoon benoemen (wie kent er iemand die dit zou kunnen en boven de partijen staat?). Zouden de ego’s dat kunnen?

Is dit beleid of is hier over nagedacht?

In NRC een interview met hoogleraar rechtsfilosofie Wouter Veraart. Veraart is voorzitter van een commissie die de verkiezingsprogramma’s van dertien partijen heeft doorgenomen op het ‘rechtstatelijke gehalte’. Veraart legt uit wat ze hebben onderzocht: “We hebben een minimale toetsing gedaan, met drie minimumeisen waarvan iedereen zegt: ja, dit hóórt bij een rechtsstaat. Eerste eis is dat de overheid voorspelbaar moet zijn en zichzelf ook aan de regels houdt. Tweede eis is dat de fundamentele mensenrechten niet worden geschonden en eis drie is de vraag of iedereen toegang tot de onafhankelijke rechter houdt.”

150217bin_partijplannen

Van de resultaten werd hij niet vrolijk, vijf van de dertien partijen doen voorstellen die in strijd zijn met de rechtstaat. Vier jaar geleden waren dat nog maar twee van de tien partijen. Als u wilt weten welke dat zijn, in een andere artikel  zijn ze opgenomen. het varieert van het sluiten van de grenzen voor moslims, het afnemen van de nationaliteit van terroristen, die zouden dan statenloos worden en ook het verbieden van de financiering van moskeeën en islamitische organisaties door buitenlandse overheden. Discriminerend omdat het alleen islamitische organisaties betreft. De reden: “Partijen proberen zorgen over terrorisme, jihadisme en slecht controleerbare vluchtelingenstromen serieus te nemen en ze komen met plannen om daar iets aan te doen. Alleen sommige van die voorstellen zijn zo drastisch dat ze onze eigen vrijheden op het spel zetten.”

Veraart en zijn collega’s willen de ogen openen van kiezers: “We willen kiezers bewust maken. Het lijkt leuk, om mee te gaan met de onvrede en een proteststem uit te brengen. Maar je doet dan wel iets met ons land, je zet vrijheden waar je zelf van profiteert op het spel door op één van de partijen te stemmen die nu de rechtsstaat willen ontmantelen. Want dat is in feite wat ze voorstellen. En uit niets blijkt dat het een grap is.” Een mooi streven dat aansluit bij de doelstelling van de Ballonnendoorprikker, vandaar dat ik er aandacht aan besteed.

Na het lezen van het artikel en het rapport moest ik denken aan oud-kamerlid Jan Schaefer. Schaefer is beroemd om de uitspraak ‘ in geouwehoer kun je niet wonen’. Een tweede legendarische uitspraak van Schaefer is: ’is dit beleid of is hier over nagedacht?’ Denkend aan Schaefer hebben de betreffende partijen veel beleid.

Debat, partijen en parlement

In de Volkskrant stelt Willem van Ewijk een bijzondere vraag naar aanleiding van het Oekraïnereferendum. Een referendum waardoor er eindelijk een debat over de inhoud en niet over ‘poppetjes’ werd gevoerd. Eindelijk een debat tussen mensen die het niet met elkaar eens zijn. Eindelijk een debat over concreet beleid, zo constateert Van Ewijk, alleen jammer dat het was over een verdrag dat al getekend was.

debat

Foto: dspace.library.uu.nl

Zo’n debat smaakt naar meer, want dat is: “waar een gezonde democratie op draait: het voortdurende debat”, zoals Van Ewijk terecht constateert.  Alleen: “Het is een ideaal natuurlijk, maar iets waar de Tweede Kamer al lang niet meer in uitblinkt”  Het debat wordt, aldus Van Ewijk, nu beheerst door het kleine groepje Nederlanders dat lid is van een politieke partij. En dan stelt hij de vraag: “Als burgers niet meer debatteren via politieke partijen, waarom houden we dan zo krampachtig vast aan die parlementaire democratie?” Op de vraag wat er dan voor in de plaats moet komen, geeft hij geen antwoord, maar daar gaat het nu niet om.

Een bijzondere vraag, omdat er een relatie wordt gelegd tussen het publieke debat, politieke partijen en het parlement. Eerst de relatie tussen het publieke debat en politieke partijen. Van Ewijk lijkt het publieke debat te beperken tot de het debat in de Tweede Kamer. Is dat niet heel erg beperkt? Die partijen zouden het debat moeten voeren en dat doen ze niet. Is het publieke debat niet het gesprek tussen burgers op straat, in kranten, via Facebook en Twitter, via sites als www.ballonnendoorprikker.nl? Zijn politieke partijen hierbij onmisbaar?

Dan de relatie tussen politieke partijen en de parlementaire democratie. Van Ewijk lijkt te suggereren dat partijen cruciaal zijn in een parlementaire democratie. De Grondwet kent geen politieke partijen. Die kent parlementsleden die: “stemmen zonder last (artikel 67 lid 3). Zij zijn vrij om naar eigen oordeel en goeddunken te stemmen. Zou een parlementaire democratie kunnen functioneren zonder politieke partijen? Gewoon 150 landgenoten die we kiezen en die ons representeren, of ze representatief kunnen uitloten naar de ideeën van David van Reybrouck?

En daarmee zijn we aanbeland bij de relatie tussen parlement en publiek debat.  Parlementsleden moeten het publieke debat volgen, vragen stellen en op basis van de argumenten voor en tegen en hun eigen opvattingen, een keuze maken. Een keuze die niet overeen hoeft te komen met de ideeën en wensen van de meerderheid. Want het publieke debat kan eeuwig doorgaan, op enig moment moet er echter worden besloten en daarvoor worden die 150 mensen gekozen. Zou onze parlementaire democratie zo kunnen werken?

Zoek eigen wind

In zijn wekelijkse column in De Volkskrant geeft Martin Sommer zijn analyse van de problemen van de traditionele politieke partijen. Deze partijen richten zich, op wat Sommer de ‘normale’ kiezer noemt. Deze kiezer bevindt zich op de mediaan van een normaalverdeling: “De mediaan heeft aan zijn linkerkant precies evenveel mensen als aan zijn rechterkant.   Maar de ‘normale’ kiezer bestaat niet meer volgens Sommer. Die is gespleten: “Jan Normaal is gescheurd langs de lijn tussen hoger en lager opgeleiden. Ze verdienen dus ongeveer hetzelfde, maar hoogopgeleid kiest voor 15 procent PVV, terwijl dat bij lager opgeleid 35 procent is. Bij de laatste groep staat de SP op de tweede plaats, maar die partij komt niet verder dan 12 procent. De Partij van de Arbeid vist overigens bij beide groepen achter het net met 5 procent.”

zijlenFoto: www.clubracer.be

Een interessante analyse. Bij De Correspondent geeft Rob Wijnberg een even interessante analyse van de Amerikaanse situatie. Volgens die analyse heeft met name het gedrag van de republikeinen ervoor gezorgd dat de partij feitelijk niet meer bestaat. Door hun keuze om de democratische president Obama tegen te werken en tegen bijna alle voorstellen van de democraten te stemmen, is de positie van de republikeinen extreem ideologisch geworden. En ideologie met pragmatisme beantwoorden, zoals Obama en de democraten tot nu toe probeerden, werkte niet. Daarom doet nu de ideologische Bernie Sanders het goed, aldus Wijnberg.

Voor de Nederlandse situatie schetst Sommer een beeld van partijen die naar een midden (‘normaal’) zoeken dat niet meer bestaat. Voor de VS schetst Wijnberg een beeld van politici en in hun kielzog partijen, die ideologisch extreme posities innemen. Verschillende analyses voor verschillende landen, maar wel eenzelfde resultaat. Politici als Wilders, maar ook Le Pen en Trump die zich extreem uiten, trekken veel volk. En ‘gematigde’ politici die zich aanpassen om als ‘light’ versie het extreme voorbeeld, de wind uit de zeilen te nemen en kiezers terug te winnen. Zou dat aanpassen niet de oorzaak van de misere van onze traditionele partijen kunnen verklaren? Leg je het als ‘aanpasser’ niet altijd af tegen de geloofwaardigheid van het origineel?

Kan een politicus of een partij niet beter een eigen ideologisch profiel opbouwen? Ervoor zorgen dat de partij of politicus het eigen geloofwaardige ‘orgineel’ is, in plaats van een afgeleide ‘light’ versie? Zou dat de oorzaak kunnen zijn van het succes van Wilders, maar ook van Sanders in de VS? Dus in plaats van wind uit de zeilen, een eigen koers bepalen en zoeken naar je eigen wind.