Si vis pacem, para bellum?

Si vis pacem, para bellum’Ofwel: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Die spreuk heb ik de afgelopen weken al verschillende keren voorbij zien komen. Ik moest hierbij denken aan het vak polemologie dat ik tijdens mijn studie geschiedenis volgde. Polemologie is de studie naar de oorzaken van oorlog en vrede. Ik moest vooral denken aan de docent die het vak gaf, Leon Wecke. Die trok tijdens een van de colleges een pistool, richtte het op de zaal en zei iets als: ‘als je dreigt moet je ook geloofwaardig overkomen, dan moet je je dreigement ook waar durven maken.’ Waarna hij de trekker overhaalde en een losse flodder afvuurde. Hij deed dat ieder jaar weer en gelukkig is het nooit fout gegaan. Dat zoiets fout kan gaan, laat het incident rond Alec Baldwin zien.

‘Si vis pacem, para bellum’ dus, als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. En nog weer wat anders geformuleerd: er is geen vrede zonder effectieve afschrikking. Zo is hij tegenwoordig bekend. Flavius Vegetius Renatus schreef de spreuk in het jaar 390 net iets anders: ‘Qui desiderat pacem, bellum praeparet.’Een Latijnse spreuk die terug gaat op De Wetten van de Athener Plato. ‘Si vis pacem, para bellum’ en dan steeds gevolgd door zoiets als ‘Europa (of Nederland) is naïef geweest door haar defensie te verwaarlozen. Daarom zijn we nu een speelbal van de grote machten die zich wel op oorlog voorbereiden’. Het was ook het motto van de in 1896 opgerichtte Deutsche Waffen und Munitionsfabriken zo is te lezen op Wikipedia.

Een oude Latijnse spreuk met Antiek Atheense wortels heeft al snel iets waars. En inderdaad komt het geregeld voor dat landen (vroeger rijken) zich door een oorlog lieten verrassen. Dus voorbeelden genoeg van ‘naïeve landen’. Neem Nederland in de jaren dertig. Voorbereiden op een oorlog was niet nodig want we waren een neutraal land. Die gebrekkige voorbereiding maakte dat de Duitsers maar vijf dagen nodig hadden om de zaak onder de voet te lopen. En nu heeft bijna heel West-Europa zich laten verrassen door het Rusland van Poetin. Er is teveel ‘vredesdividend’ genoten. Dus als je vrede wilt, moet je je op oorlog voorbereiden zodat je eventuele aanvallers afschrikt. Als je de stappen rond een oorlog beziet, voorbereiden, beginnen, winnen en de naoorlogse vrede, dan richt de Romeinse spreuk zich in de basis op die voorbereiding, die moet voorkomen dat je wordt getroffen door stap twee. Mocht je dan toch worden getroffen dan betreed je goed voorbereid het slagveld.

Als de Romeinen ergens goed in waren, dan was het om zich voor te bereiden op oorlog. Alleen leidde die voorbereidingen pas tot vrede na een oorlog. Dan werd het veroverde gebied onder de Pax Romana, de Romeinse orde gebracht. Afgezien wellicht van de Mongoolse horden onder de grote Khan Dzjengis en zijn opvolgers, heeft de wereld geen oorlogszuchtiger volk gekend dan de Romeinen. Je werd geen groot rijk omdat anderen bij je wilden horen maar door anderen te veroveren en de veroverden in slavernij af te voeren. Ik ken maar één rijk waar anderen graag bij willen horen en dat noemt zichzelf geen rijk. Een rijk waar je zelfs uit kunt treden en waar inwoners van de onderdelen daar ook hartstochtelijk voor pleiten. Dat rijk is de Europese Unie. De geschiedenis laat zien dat landen en rijken die zich voorbereiden op oorlog krijgen waarop ze zich voorbereiden en dat is oorlog. Neem de hegemoniale macht van de afgelopen dertig jaar, de VS. Dat land was en is zo machtig dat geen enkel ander land het in het hoofd zal halen er een oorlog tegen te beginnen. De VS bereiden zich nog steeds voor op oorlog en voeren die ook met grote regelmaat. Vooral tegen landen die een bedreiging vormen voor de Pax Americana. Dat maakt het twijfelachtig of de strategie om vrede na te streven door je voor te bereiden op oorlog een goede is. Je gaat immers al snel op iemands tenen staan.

Op dezelfde Wikipedia-pagina is ook te lezen dat als Napoleon een kenner van het Latijn was geweest, hij er ‘si vis bellum, para pacem’ van zou hebben gemaakt zo schreef zijn biograaf De Bourienne. Of te wel ‘als je oorlog wilt, bereid je voor op vrede.’ Nu kun je hier op twee manieren naar kijken. Als eerste als een ironische versie van het origineel: zoiets als een naïeveling die vrede wil en zich ontwapent of niet bewapent, krijgt oorlog.

Interessanter is de tweede manier: bereid je voor op de wereld na de oorlog. Die voorbereiding kent twee kanten en daarvoor weer even terug naar de stappen in een oorlog en dan vooral de derde stap. De tweede stap is niet interessant in deze. Een oorlog beginnen is makkelijk. Je valt een ander aan en je hebt oorlog. De derde stap, de oorlog winnen is wat moeilijker. Beste voorbeeld hiervan is de Eerste Wereldoorlog. Alle strijdende partijen dachten dat ze een makkelijke en snelle overwinning zouden halen. In alle betrokken landen werd afscheid genomen van de soldaten die naar het front moesten in de veronderstelling dat ze voor de Kerst weer thuis zouden zijn met de overwinning op zak. En bij die Kerst werd niet gedacht aan de Kerst 1918, maar die van 1914. Bovendien kwam niet iedereen als winnaar uit het strijdperk. Je voorbereiden op de vrede na de oorlog betekent dat je voorbereid moet zijn op winst maar ook op verlies.

Dat laatste zal zelden (ik denk zelfs nooit) gebeuren, dat staat immers gelijk aan defaitisme en daarvan wil je niet worden beschuldigd. Bovendien stond in het grootste deel van de geschiedenis vast wat er met je gebeurde als je verloor, dan werd je gebied geplunderd en werden de overlevenden in slavernij afgevoerd en als het vrouwen waren vaak ook nog verkracht. Het veroverde gebied werd eigendom van de winnaar en die gaf zijn getrouwen er delen van voor hun bewezen en in de toekomst nog te leveren diensten. Zo betaalden de overwonnenen de kosten van de oorlog. Tegenwoordig ligt dat wat gecompliceerder. Slavernij is afgeschaft en bevolkingen zijn zo talrijk dat het afvoeren naar andere delen van je gebied een lastige optie is. Waar vind je ruimte om ze te hervestigen? Dat betekent dat je je moet voorbereiden op bezetting van het gebied dat je verovert.

De recente geschiedenis laat zien dat bezetting geen stabiele situatie oplevert. Sterker nog, de verloren oorlog en het opgelegde bezettende regime leiden onder de bevolking van het overwonnen gebied al snel tot haat tegen de bezetter en/of diens vertegenwoordigers. Haat die zich uit in tegenwerking en al dan niet gewapend verzet. De Israëliërs kunnen erover meepraten en ook de ervaringen van de Amerikanen in Vietnam, Irak en Afghanistan en de Sovjets in hetzelfde Afghanistan spreken voor zich. Trouwens ook de Nederlandse koloniale ervaring laat, net als die van andere voormalige koloniale mogendheden, zien dat bezetten geen garantie is voor stabiliteit en rust.

Wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog in Oekraïne zal een gigantische opgave zijn. Ik hoop dat de leiders in Rusland, maar ook in het Westen zich realiseren dat het winnen van vrede na de oorlog lastiger is dan het winnen van een oorlog. Ik hoop dat ze zich hierbij niet laten leiden door een Latijnse spreuk die teruggaat op het denken van een oude Athener en zelfs niet van de Napoleontische variatie erop. Ik hoop dat ze duurzame vrede willen en zich daar ook op voorbereiden. Oftewel: si vis pacem, para pacem.

Moraalridder in z’n hemd

Twee jaar later. Een stralende zon. Dezelfde band, Minsekinder. Met zelfs dezelfde jonge gastmuzikant op haar speelgoedtrompetje. Dezelfde mooie liedjes die iedereen uit volle borst meezingt. Voor een groot deel dezelfde mensen, al miste ik een goede vriendin die vanwege ziekte niet aanwezig kon zijn. Oh ja, ook de vriendin van de zoon van mijn buurjongen van vroeger en een oud collega als moeder, miste ik. Ze was al naar het huis van zijn ouders vertelde hij. Omdat het voor hun tweeling lang genoeg had geduurd. De tweeling waarvan zij tijdens onze laatste ontmoeting twee jaar geleden zwanger was. Veel hetzelfde alleen een andere kroeg omdat die van twee jaar geleden nu restaurant is.

“Het mocht een stevig contrast heten: terwijl dit weekend op diverse plekken in Nederland protestbijeenkomsten, vredesmarsen en kerkmissen werden gehouden uit woede en verdriet over het nietsontziende geweld van Vladimir Poetin, kwamen beneden de rivieren massa’s mensen op de been om zich over te geven aan verkleedpartijen, vrolijk gezang en meters bier,” zo lees ik in de Volkskrant. Het antwoord op de vraag of je wel ‘carnaval’ kunt vieren terwijl het oorlog is in Oekraïne, is ja, dat kan en dat doen we. Dat kan omdat je met vastelaovend het leven viert. Het leven met alle mooie en lelijke kanten. De mooie kanten zijn de ontmoetingen met mensen zoals die ‘zoon van mijn buurjongen van vroeger en een oud collega als moeder’ die vol trots foto’s van zijn tweeling laat zien. De lelijke kanten zoals die vriendin die ik mis. Maar ook een oorlog en het bericht dat Poetin de eenheden met kernwapens in verhoogde staat van paraatheid brengt. Nu zal de ‘moralist’ tegenwerpen dat het kunnen vieren niet wil zeggen dat het moreel verantwoord is. En daar heeft de moralist een punt. Dat iets kan wil niet zeggen dat je ook moet doen.

Als een oorlog ergens op de wereld een reden zou zijn om geen Vastelaovend te vieren, dan zou er nooit gevierd kunnen worden. Laat ik de periode sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog eens nemen. Dan hebben we eerst die Tweede Wereldoorlog. Die liep naadloos over in een hele reeks oorlogen. Zoals de Nederlandse dekolonisatieoorlog in De Oost, de Eerste Indochinese Oorlog, de Griekse burgeroorlog en de Eerste Kashmiroorlog, de Arabisch-Israëlische oorlog, de Korea-oorlog, de Algerijnse oorlog en de Mau Mau opstand. Maar ook de Suez oorlog die eufemistisch Suez crisis wordt genoemd, de Vietnamoorlog. De Eritrese onafhankelijkheidsoorlog, de Chinees-Indiase oorlog, de Biafra-oorlog, de Indiaas-Pakistaanse oorlog en de Chinees-Vietnamese oorlog. De jaren zeventig sloten af met de Afghaanse oorlog die tot 1989 duurde waarna er daar een burgeroorlog uitbrak die bijna naadloos overging in de Amerikaanse aanval op het land waaraan pas verleden jaar een einde werd gemaakt. Daarnaast was er ook nog de oorlog tussen Irak en Iran, de Falklandoorlog. En oh ja, de inval in Koeweit door Irak en de erop volgende Golfoorlog. De jaren negentig werden getekend door het gewelddadig uit elkaar vallen van Joegoslavië en de Eerste Tjetsjeense oorlog en een oorlog wordt alleen maar eerste genoemd als er ook een tweede is. En oh, ja ook nog de Irakoorlog en de burgeroorlog in Syrië. Als je die niet eens complete opsomming ziet dan zou je er ‘de mismood aan hebbe’ om het in goed Venloos te zeggen. Maar zoals ik al schreef, met Vastelaovend vieren we het leven. Vieren om die ‘mismood’ van je af te zetten. Vieren om die ‘mismood’ dragelijk te maken.

In dezelfde editie besteedt de Volkskrant aandacht aan de nachtclubs die: “Na 102 weken coronasluiting (…) vrijdag voor het eerst weer (…) voluit open,” mochten. De krant vroeg: “clubbers bij de uitgang van twee clubs in Amsterdam en Rotterdam: hoe was het? En wat had je ongemerkt gemist?” Bijzonder dat de morele vraag of ‘clubben’ wel kan terwijl er bommen op Kiev vallen, niet wordt gesteld. Een moraalridder in z’n hemd!

Practice what you preach

De ‘nucleaire sanctie-optie’ zo wordt het genoemd. Daarmee wordt bedoeld een land, in dit geval Rusland, afsluiten van het SWIFT systeem. “Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication, kortweg SWIFT, is een in 1973 opgerichte internationale coöperatieve organisatie voor het verzenden van financiële berichten. Meer dan 8.000 financiële instellingen uit circa 200 landen zijn bij SWIFT aangesloten. Middels het zogenaamde SWIFT-adres, tegenwoordig beter bekend als de Business Identifier Code (BIC), wordt onder andere grensoverschrijdend betalingsverkeer gefaciliteerd.” Zo is te lezen op Wikipedia. Een goed idee? Deze keer hoeven jullie niet te wachten op een antwoord. Nee, ik denk dat het geen goed idee is.

En nee, dat zeg ik niet omdat ik een Poetinaanhanger ben. Ja, ik heb een voorliefde voor Rusland maar dat is niet vanwege het leiderschap van dat land. Dat heeft me nooit kunnen bekoren. Niet gedurende de Tsarentijd, niet tijdens de communistische periode, niet tijdens het presidentschap van ‘drankorgel’ Jeltsin en ook de afgelopen 23 jaar Poetin hebben mij niet kunnen bekoren. Verre van dat zelfs.

Ik zeg dat omdat ik denk dat het een slecht idee is. Rusland van SWIFT koppelen maakt handelen lastiger. Lastiger maar niet onmogelijk. Het land kan nog steeds producten verkopen en zo geld verdienen aan de export van vooral olie en gas. Poetins geldkraan blijft nog steeds geopend. Om het land te treffen zijn er andere, doeltreffendere manieren. Rusland, kan de gas- en oliekraan dichtdraaien, maar daarin is hij niet de enige. Dat kunnen wij ook. Wij kunnen per direct besluiten om geen Russische producten meer te kopen. Aangezien het overgrote deel van de Russische export naar de Europese Unie gaat, wordt Poetins geldkraan een flink eind dicht gedraaid. Nu heeft het land flinke reserves waarmee het een flinke tijd vooruit kan. Een veel effectievere sanctie dan betalen moeilijker maken. Je zegt er immers mee: wij hoeven jullie spullen niet en dat zeggen we niet met de afkoppeling van het land van SWIFT.

Ook kunnen we alle bezittingen van het land en haar inwoners in de landen van de Europese Unie confisqueren. Eigendommen zoals de dure Londense huizen, de brievenbusbedrijven op de Amsterdamse Zuidas, de jachten in de havens, de voetbalclubs zoals Chelsea en Vitesse. Ook de verstrekte westerse paspoorten van de eigenaren kunnen worden ingetrokken. Als vervolgens de vrede weer is uitgebroken en de onafhankelijkheid van Oekraïne is hersteld, dan kan het worden teruggegeven mits de voormalig eigenaar zich in woord en daad heeft verzet tegen de oorlog. Is dat niet het geval dan wordt het verkocht en worden de opbrengsten gebruikt om Oekraïne weer op te bouwen.  

Mijn belangrijkste bezwaar is echter een ander. Sindsdien zijn er andere landen die werken aan hun macht en invloedssfeer om juist die westerse en vooral Amerikaanse macht en raketten op afstand te houden.” Schreef ik in Een westerse droom, een Prikker van net voor de Russische inval in Oekraïne. Een Prikker waarin ik het opportuinisme van het Westen in de omgang met de rest van de wereld aankaartte aan de hand van de begrippen zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit. SWIFT presenteert zich als een neutraal systeem dat door alle financiële instellingen gebruikt kan worden voor het doen van internationale betalingen. Met het woord neutraal, kom ik bij mijn belangrijkste bezwaar. Door zich SWIFT toe te eigenen zal het vertrouwen in dat systeem verloren gaan. En niet alleen het vertrouwen in SWIFT. Andere landen, zoals China, zullen hieruit concluderen dat er geen neutrale systemen zijn. Dat er alleen systemen zijn die ten dienste staan van de eigen macht. En dus dat je zo machtig wordt dat je anderen kunt dwingen om met jou systeem te werken. Dat lijkt mij een niet wenselijke situatie. Als deze optie nucleair is, dan is ze nucleair voor de internationale samenwerking en niet alleen voor de samenwerking met Rusland.

In de hierboven genoemde Prikker citeerde ik Jonathan Holslag: “Het buitenlands beleid van het Westen was een en al tegenstrijdigheid.[1] Het afkoppelen van Rusland van SWIFT is een voorbeeld van tegenstrijdig handelen. Aan de ene kant wordt er een beroep gedaan op het internationale recht dat is geschonden, een terechte constatering en verwijt aan Rusland. Zo’n verwijt maakt minder indruk als je vervolgens je macht gebruikt om het internationale recht naar je hand te zetten. Want dat is wat er gebeurt als SWIFT als sanctie wordt gebruikt. Dan gebruikt het Westen een neutraal iets voor haar doelen. Als je het internationale recht werkelijk centraal stelt, dan leg je een verzoek om afsluiting van een land, in dit geval Rusland, voor aan de algemene vergadering van Verenigde Naties.

Een langer en omslachtiger traject maar wel een waarmee je in woorden en daden hetzelfde zegt. Namelijk dat je de internationale samenwerking en het internationale recht echt centraal stelt. Voor de korte termijn (en ook voor de langere) is het stoppen van import uit Rusland veel efficiënter. Het is bovendien iets waarmee je de internationale (rechts)orde niet verstoort.  


[1] Jonathan Holslag, Van Muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989, pagina 133-134.

Een westerse droom

In de Volkskrant een interessante ingezonden brief van Armand Leenaers naar aanleiding van een artikel van Arie Elshout in dezelfde krant. Volgens Leenaers constateert Elshout terecht : “dat door toedoen van de Russische president Poetin de geschiedenis terug is in Europa.” Hij verhaalt vervolgens van neutrale bufferstaten die na de val van Napoleon in 1815 door de toenmalige grootmachten in het leven werden geroepen. Als eerste het Verenigd koninkrijk der Nederlanden: “Door toedoen van een autoritaire vorst ging dat niet lang goed (1815-1830).” Als tweede het bufferstaatje Moresnet: “een ministaatje met kaarsrechte grenzen ten zuiden van Vaals, gelegen rond een rijke zinkgroeve waar zowel koning Willem I als zijn Pruisische evenknie op aasden. België trok uiteindelijk in 1920 aan het langste eind.” Daarom geen gekonkel immers: “Als Europa zijn eigen waarden serieus neemt, moet het erop aansturen dat de Oekraïners hun eigen toekomst kunnen bepalen.” Dit verwijst naar het zelfbeschikkingsrecht. Naast ‘zelfbeschikkingsrecht’ is ‘territoriale integriteit’ een tweede argument dat wordt gebruikt. De territoriale integriteit van Oekraïne mag niet worden aangetast aldus premier Rutte.

Het voormalige Joegoslavië en haar deelrepublieken. Kosovo en Vojvodina waren autonome gebieden binnen de deelrepubliek Servië. Bron: WikimediaCommons

Iets meer en recentere geschiedenis. 1992, het jaar van het Deense voetbalzomersprookje. In de halve finale van het Europees kampioenschap versloegen de Denen het Nederlands elftal. Dit gebeurde na verlenging met strafschoppen. De grote Marco van Basten, de held van het Nederlandse voetbalzomersprookje van vier jaar eerder, miste een strafschop. In de finale werd wereldkampioen Duitsland met 2-0 verslagen waarmee de Denen Europees kampioen werden. Wat het sprookje nog sprookjesachtiger maakte, was dat de Deense spelers vlak voor de start van het toernooi van ‘het strand werden geplukt’ omdat ze pas een week voor de start van het toernooi in Zweden wisten dat ze mee mochten doen. In 1991 plaatste de waarschijnlijk talentvolste generatie Joegoslavische voetballers zich namelijk ten kosten van de Denen voor dat Europees kampioenschap. De Joegoslaven, met in hun midden Zvonimir Boban en Robert Prosinečki die zes jaar later ten kosten van het Nederlands elftal derde werden op het Wereld Kampioenschap van 1998 en Dragan Stojković de Maradonna van de Balkan en nog meer bijzondere voetbaltalenten, werden uitgesloten van deelname en vervangen door de Denen. In het jaar voor dat kampioenschap, op 25 juni 1991, scheidden twee opstandige deelrepublieken, Slovenië en Kroatië zich zeer tegen de zin van de centrale regering in Belgrado af van Joegoslavië. Op 23 december 1991 erkende de Duitse regering als eerste de twee landen, in januari 1992 gevolgd door de andere landen van de Europese Gemeenschap. De Duitsers beriepen zich hierbij op het zelfbeschikkingsrecht van landen[1]. Een bijzondere redenering omdat Slovenië en Kroatië pas ‘ land’ werden nadat ze door andere landen werden erkend. De afscheiding van Slovenië en Kroatië tastte de territoriale integriteit van Joegoslavië aan. In dit geval werd zelfbeschikking van deelrepublieken van een land belangrijker gevonden dan de territoriale integriteit van het hele land. Het geweld waarmee de federale Joegoslavische regering het uiteenvallen van het land wilde voorkomen, was aanleiding om de Joegoslavische voetballers te weren van het Europees Kampioenschap.

Het voormalige Joegoslavië viel daarop met veel geweld steeds verder uit elkaar. De tot nu toe laatste ‘splinter’ die onafhankelijk werd, was Kosovo, een deel van de voormalig Joegoslavische republiek Servië. De Albanese UÇK militie onder leiding van Ibrahim Rugova verzette zich tegen de centrale Servische regering. Dat verzet ging gepaard met geweld en dat werd door de Servische regering onder leiding van Slobodan Milošević beantwoord met keihard geweld. Die harde aanpak was een doorn in het oog van de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten. De VS haalden de UÇK van de ‘terreurlijst’ en uiteindelijk greep de NAVO in en bombardeerde doelen in Servië. Dit ondanks dat geen van de landen van deze defensieve verdragsorganisatie werd aangevallen of bedreigd, zonder instemming van de Verenigde Naties en zeer tegen het zere been van Rusland. Dit leidde ertoe dat Kosovo uiteindelijk onder beheer van de Verenigde Naties kwam. Op 17 februari 2008 riep het Kosovaarse parlement vervolgens de onafhankelijkheid uit. Die is door ongeveer de helft van de landen erkend[2]. Zelfs een viertal landen binnen de Europese Unie hebben de onafhankelijkheid niet erkend. Ook in dit geval tastte de afscheiding van Kosovo de territoriale integriteit van Servië aan. Die integriteit werd ook door de NAVO bombardementen geweld aangedaan. Ook hier vonden de VS en het gros van de landen van de Europese Unie de zelfbeschikking van de bewoners van het gebied Kosovo belangrijker dan de territoriale integriteit van Servië. Rusland maakte in deze precies de omgekeerde afweging en woog de territoriale integriteit van Servië zwaarder dan de zelfbeschikking van de Kosovaren. Rusland bezat echter niet de macht om dit te voorkomen.

Spanje was en is een van de landen van de Europese Unie die de onafhankelijkheid van Kosovo niet heeft erkend. En daarmee zijn we in 2017 aanbeland. In 2017 hield de regionale overheid van de Catalonië een referendum over het uitroepen van de onafhankelijke Catalaanse Republiek. De Spaanse overheid verzette zich fel tegen dit referendum en verbood het. Van de 42% van de stemmers die op kwamen dagen, stemde 90% voor onafhankelijkheid. Op 27 oktober 2017 werd de Catalaanse Republiek uitgeroepen waarop de Spaanse regering reageerde door het zelfbestuur van de regio op te schorten en een arrestatiebevel uit te vaardigen tegen de voltallige Catalaanse regioregering en andere actief bij het referendum betrokken personen. Tot op heden is die ‘Catalaanse Republiek’ door geen enkel land erkend, zelfs niet door Duitsland dat in 1991 het zelfbeschikkingsrecht van landen zo belangrijk vond. Hier woog de territoriale integriteit zwaarder dan het zelfbeschikkingsrecht van de Catalanen. Het niet erkennen van Kosovo door Spanje zou zomaar eens als reden kunnen hebben dat de Spaanse overheid vreesde dat erkenning voor Spaanse regio’s zoals Catalonië maar ook het Baskenland aanleiding zou kunnen zijn om hun vinger op te steken en te zeggen: als zij, dan wij ook!

Nu hebben twee gebieden hun onafhankelijkheid uitgeroepen en die worden door Rusland erkend. En daarmee kom ik bij de uitspraak van Leenaers dat: Als Europa zijn eigen waarden serieus neemt, (…) het erop (moet) aansturen dat de Oekraïners hun eigen toekomst kunnen bepalen.” Een redenering geheel in lijn met de Duitse regering in 1991 die ook het zelfbeschikkingsrecht van landen zo belangrijk vond. Rusland beoordeelt nu dat het zelfbeschikkingsrecht van de veelal Russische bewoners van deze gebieden zwaarder weegt dan de territoriale integriteit van Oekraïne. Het Westen weegt nu juist de territoriale integriteit van Oekraïne zwaarder dan het zelfbeschikkingsrecht van een deelgebied.  

‘Zelfbeschikkingsrecht’ en ‘territoriale integriteit’ zijn gelegenheidsargumenten die al naar gelang het eigen inzicht en vooral het eigen belang worden gebruikt om dat inzicht en belang goed te praten. En dat belang en inzicht draait om macht. “Wij zijn niet bereid om weer a la negentiende eeuw te gaan spreken over invloedssferen en de soevereiniteit van landen niet meer te respecteren,” sprak PvdA-Kamerlid Kati Piri bij Buitenhof. Daarmee zegt ze in feite dat Rusland ouderwets is en het Westen modern. Elshout deed dat in de Volkskrant ook door te zeggen dat door Rusland de geschiedenis terug is. Die invloedssferen zijn, en ook de geschiedenis is, nooit weggeweest. Het draaide altijd al en draait nog steeds om macht en dus om invloedsferen. En aan die van de Verenigde Staten en het Westen wordt flink geknibbeld. Niet vreemd want na de val van de Berlijnse muur en de instorting van de Sovjet Unie was er één dominante macht en één wereldwijde invloedsfeer, die van de Verenigde Staten en de rest van het Westen liftte mee op die macht.

Dat Piri het niet wil hebben over invloedssferen en dat Elshout beweert dat de geschiedenis weg was, wijst erop dat zij die Amerikaanse en in het verlengde Westerse macht en invloedssfeer zo vanzelfsprekend vonden dat ze haar niet meer zagen. Jonathan Holslag vat die westerse macht in zijn boek Van Muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989 kort samen: “Het buitenlands beleid van het Westen was een en al tegenstrijdigheid.”  Om te vervolgen met wat voorbeelden: “Het Westen droeg uit dat het de democratie wilde bevorderen, maar de crises in Haïti en veel Afrikaanse landen lieten zien dat het Westen niet bereid was tot langdurige, uitgebreide steun om die democratie een kans te geven. Zo namen in de jaren negentig de bedragen die voor ontwikkelingshulp werden uitgetrokken af. Dat was een eerste tegenstrijdigheid. Een tweede was dat de westerse regeringen hadden beloofd de mondiale markt een menselijker gezicht te geven. Daar was weinig van terecht gekomen. En hun strijd om maatschappelijk verantwoord en milieuvriendelijk te werken was met veel minder inzet gevoerd dan hun streven om bindende regels op te leggen aan het liberaliseren van de handel en de kapitaalmarkten. Een volgende tegenstrijdigheid was dat het Westen zich wel de rol van wereldleider aanmat, maar steeds vaker alleen op afstand bij dingen betrokken was en zich steeds vaker op langeafstandsraketten en sancties verliet, in plaats van waarachtig engagement ter plaatse, ook al vergde dat offers. Het Westen bekeek de wereld vooral via de lenzen van satellieten en spionagevliegtuigen en had veel minder belangstelling voor diepgaande inzichten in de historische ontwikkelingen, maatschappelijke structuren en economische realiteiten van een land.[3]

De rest van de wereld zag die macht en invloedssfeer maar al te goed. Zij hadden ‘last’ van die invloedssfeer en van de grillen van de ‘machthebbers’. Landen die via de lenzen van die satellieten en spionagevliegtuigen werden beloerd en de kans liepen om te worden, en in sommige gevallen zelfs werkelijk werden, beschoten met die langeafstandsraketten. Sindsdien zijn er andere landen die werken aan hun macht en invloedssfeer om juist die westerse en vooral Amerikaanse macht en raketten op afstand te houden. Landen zoals China en Rusland, maar ook Turkije, Iran en Saoedi-Arabië. Het zijn niet de geschiedenis en de invloedssferen die terug zijn in het heden, het is het Westen dat na een mooie droom over een idyllische en utopische wereld terug is in de werkelijkheid. De werkelijkheid van macht en invloedssferen.


[1] https://duitslandinstituut.nl/artikel/2948/de-duitse-erkenning-van-kroatie-en-slovenie

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Internationale_erkenning_van_de_onafhankelijkheid_van_Kosovo

[3] Jonathan Holslag, Van Muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989, pagina 133-134.

Perspectief

Op 24 juni 1812 stak la Grande Armée onder leiding van Napoleon, die zichzelf tot keizer had gekroond, een leger van 610.000 man de rivier de Memel over en viel Tsaristisch Rusland binnen. Een bijzondere veldtocht omdat de tegenstander niet leek te willen vechten. Die trok zich alleen maar terug maar vernielde op die terugweg wel alles wat de invallers zouden kunnen gebruikte: de tactiek van de verschroeide aarde met als doel om de tegenstander zich te laten doodlopen in de onmetelijkheid van het Russische achterland. Terugtrekken, het grote gevecht ontwijken maar wel de strijd aan gaan met kleine eenheden. Op 14 september 1812 bereikte het leger de vrijwel verlaten stad Moskou. De Grande Armée was inmiddels gedecimeerd tot een derde zonder dat er slag was geleverd met de vijand. In de stad was echter niets eet- en bruikbaars te vinden. Daarom verliet Napoleon en zijn leger op 20 oktober 1812 de stad en maakte rechtsomkeer. En dat letterlijk want de Russen, onder leiding van Maarschalk Koetoezov dwong hen precies dezelfde route te volgen. Een route waar niets eet- en bruikbaars te vinden was. Pas toen de Grande Armée uitgeput, hongerend en nog verder gedecimeerd de rivier Berezina bereikte, gingen de Russen de slag aan. Een slag die ze wonnen en waarbij ze hun tegenstanders alles afnamen, ook hun kleren waardoor er velen stierven door bevriezing. Over deze tocht zijn veel boeken geschreven. Zo staat het Russisch perspectief centraal in Oorlog en Vrede van Tolstoi. Voor muziekliefhebbers, de Overture 1812  van Tsjaikovski handelt er ook over.

Op één jaar en twee dagen na 130 jaar later, op 22 juni 1941 de langste dag van het jaar, tenminste op het noordelijk halfrond, zette een legermacht van zo’n 3,7 miljoen soldaten zich in beweging en viel de Sovjet Unie binnen. Het grootste deel van de soldaten was afkomstig uit nazi-Duitsland maar ook bondgenoten Italië, Hongarije, Roemenië en Finland leverden een bijdrage. Operatie Barbarossa startte en verliep in het begin zeer succesvol. Dat was voor een flink deel te danken aan de slechte staat van voorbereiding van de Sovjets. Soldaten die zonder wapens naar het front werden gestuurd, slechte communicatie en een hergroepering van troepen direct voorafgaand aan de inval. In korte tijd werden grote gebieden veroverd en dat zorgde voor problemen. De bevoorradingslijnen werden steeds langer en het veroverde gebied moest beheerst worden en dat beheersen betekende dat er soldaten achter moesten blijven om het gebied te bezetten. Uiteindelijk liep de operatie in december 1941 vast op de zich stug verdedigende en steeds beter georganiseerde Sovjettroepen en de invallende winter. In tegenstelling tot Napoleon haalden ze Moskou niet. Een winter waarop de Duitse troepen niet gekleed waren.

20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden.

Al een paar maanden zijn de ogen gericht op de Oekraïne, of beter gezegd op de Russische troepenbewegingen in de buurt van het land. Rusland heeft, als ik de nieuwsberichten mag geloven, zo’n 100.000 tot 150.000 soldaten verzameld aan de grens met Oekraïne en nog eens 30.000 Russische soldaten oefenen in Belarus samen met het hun collega’s uit dat land. Leiders van diverse landen maken zich grote zorgen en sommige waarschuwen dat een oorlog voor de deur staat. “Op dit moment ben ik ervan overtuigd dat hij de beslissing heeft genomen, we hebben reden om dat te geloven,” aldus de Amerikaanse president Biden. 180.000 soldaten zijn er veel maar toch. Oekraïne stelt er 200.000 soldaten tegenover. Gelijk spel zou je zeggen. Maar evenveel soldaten is geen garantie voor succes. Dat ondervond Saddam in 2003. Betere bewapening bij de tegenstander en geringe motivatie onder zijn troepen beslechtten het pleit in zijn nadeel. Als ik de experts mag geloven dan zijn de Russen beter bewapend. Hoe het met de moraal aan beide kanten is, weet ik niet. Wel lijken mij die 180.000 man erg weinig om eerst oorlog te voeren en vervolgens het veroverde gebied te controleren. Een gebied waar ruim 40 miljoen mensen wonen.

Referendhumhum

Het zoveelste artikel over wat het betekent als er bij het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne VOOR of TEGEN wordt gezegd. Als er zoveel verschillende uitleggen worden gegeven aan VOOR of TEGEN, wat is dan de waarde van de uitslag? Is dan duidelijk wat de kiezer precies heeft bedoeld? Wat zijn motieven en argumenten waren? Zoveel kiezers zoveel meningen ook na het referendum.

ReferendumFoto: nos.nl

Nu kun je betogen dat al die interpretaties er niet toe doen. Het gaat immers over het associatieakkoord. Een akkoord dat bestaat uit bijna 500 artikelen waarin Oekraïne belooft ‘Europese’ rechten en plichten voor haar burgers over te nemen en in ruil daarvoor gunstige handelsvoorwaarden krijgt en nog wat andere zaken. En daar moeten we JA of NEE tegen zeggen. De rest is allemaal interpretatie, een enkeling zegt manipulatie, die er niet toe doet. Maar wat als de manipulatie al begint bij GeenPeil, de initiatiefnemers voor dit referendum?

Doet de rest er echt niet toe? Wat doen we dan met Jantje, Thierryke, Emieleke, Alexandertje, Geertje, Markie, Diederikje en al die anderen in binnen en buitenland die hun eigen draai  geven aan de uitslag? Die omstandig gaan uitleggen wat de kiezer heeft bedoeld met JA of NEE. Hierbij driftig gebruikmakend van peilingen van Maurice de Hond cumsuis.

Wat moeten onze regering en parlement dan met de uitslag? Hoe moet zij die interpreteren en vertalen in vervolgacties? Is de vraag waarom iemand JA of NEE zegt niet van belang? Wat als je een deel van de afspraken in het associatieakkoord wel ziet zitten? Bijvoorbeeld de rechten en plichten voor de burgers. En een deel niet? Bijvoorbeeld de afspraken rond de economie omdat die van neoliberale snit zijn en multinationals bevoordelen? JA, maar … of NEE, tenzij… stemmen is niet mogelijk. Terwijl het voor de vervolgstappen wel van belang is om dit te weten.

Een referendum is toch het toppunt van democratie, zal de voorstander van het referendum zeggen. Toen vorig jaar bekend werd dat dit referendum zou worden gehouden, schreef ik er al een column over, waarin ik me afvroeg of besturen via referenda wel tot een prettige en rechtvaardige samenleving leidt. Hoe we voorkomen: “dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?”

De bevolking meer betrekken door in gesprek te gaan is een goede zaak en dat gebeurt veel te weinig, of een referendum daarvoor het juiste middel is? Zou ‘meer democratie’ veel vroeger in de besluitvorming niet beter zijn, dan achteraf JA of NEE zeggen?

Stem blanco

“Er resteert nog een jaar om die burgers te overtuigen én te mobiliseren. Werk aan de winkel dus.” Met deze woorden eindigt politiek filosoof Jurriën Hamer zijn betoog in de Volkskrant waarin hij oproept om in opstand te komen. In opstand om: “oude idealen, van mensenrechten, van gelijkwaardigheid en van tolerantie … ,” uit te venten, omdat deze idealen dreigen te worden verkwanseld. Als voorbeelden hiervoor haalt hij de vluchtelingencrisis en de milieucrisis aan. De ‘vijanden’ van deze idealen weten zich in de media goed te profileren en domineren het debat en met de verkiezingen van volgend jaar in aantocht, wordt het hoog tijd dat ook de aanhangers van deze idealen zich gaan roeren.

ik-stem-blancoIllustratie: www.bndestem.nl

Maar hoe mobiliseer je mensen voor deze idealen? Welke van de huidige politieke partijen kan deze idealen nog geloofwaardig en met verve uitdragen, omdat zij niet  ‘besmet’ is door het verleden? Of toch maar een nieuwe partij? Vervolgens, waar is die dito partijleider, een soort ‘Bernie Sanders’?  En als die partij en leider er zijn, hoe breng je een genuanceerde boodschap in een ongenuanceerde ‘sloganwereld’? En dan nog de vraag wat die partij kan bereiken in onze veelpartijendemocratie? Nopen die vragen daarom niet tot realistische verwachtingen? Zal succes daarmee niet iets van lange adem zijn? En geldt tegenwoordig niet het adagium dat Queen bezong? “I want it all, I want it all and I want it now!”

Een cynicus zou zeggen, begin er maar niet aan. En dat zou jammer zijn. Want zouden de aanhangers van deze, door Hamer genoemde, idealen zich niet juist nu moeten roeren? Ook de ballonnendoorprikker heeft zich, in diverse prikkers, uitgesproken voor deze waarden. Dus zijn steun heeft hij. Want is de slinger de afgelopen twee decennia niet vervaarlijk ver doorgeschoten naar de kant van de ‘vijanden’ van deze waarden? Zover dat veel voormalige aanhangers van deze waarden, van hun ankers zijn geslagen? En zou een partij of groep die deze waarden aanhangt, voor het broodnodige tegenwicht kunnen zorgen, zodat er weer een goed ankerpunt is?

Zou het ook anders kunnen? Zouden de aanhangers van deze waarden gebruik kunnen maken van een kans die de tegenstanders bieden? Zou het komende ‘Oekraïne-referendum’ zo’n kans kunnen zijn? Zou dat kunnen door de blanco-stem te bestempelen als een stem vóór deze waarden? Voor het verdrag stemmen hoeft niet, als de meerderheid maar niet tegen stemt en die meerderheid kan best blanco stemmen. Zou het mogelijk zijn om de beeldvorming zo te framen dat deze waarden gediend zijn bij een blanco-stem? Zou het mogelijk zijn om dit frame via de digitale media in heel korte tijd geaccepteerd te krijgen?