Let’s talk about money, money …

Geld. Wie het heeft uitgevonden daar zullen er nooit achter komen. Dat maakt ook niet uit. Wat we er in ieder geval over kunnen zeggen is dat het op vertrouwen is gebaseerd en dat het meerdere functies vervult. 

Zo is het een middel dat het ruilen van goederen vergemakkelijkt. Door geld te gebruiken wordt het voor mij makkelijk om een broek of schoenen te verkrijgen. Zonder geld zou ik in gesprek moeten met de kleer- of schoenmaker en moeten uitvinden of zij een ‘beleidsadvies’ kunnen gebruiken, want dat is het product waarin ik in mijn werkzame leven handel. Nu is de kans klein dat zij behoefte hebben aan zo’n advies. Dat zou het voor mij heel omslachtig maken om een broek of schoenen te verkrijgen. Geld maakt dat makkelijk, het maakt ‘uitgesteld’ ruilen mogelijk. De schoen- of kleermaker ruilt het paar schoenen of de broek tegen geld en van dat geld kunnen zij op het moment dat zij dat willen iets anders verkrijgen. Dan ruilen zij bijvoorbeeld het geld tegen een brood bij de bakker. Bijkomend voordeel hierbij is dat geld ook een rekenmiddel is. Dat voorkomt dat de schoen- of kleermaker bij de bakker moet onderhandelen hoeveel broden een broek of en paar schoenen waard zijn. 

Romeinse munten. Bron: Pixabay

Eeuwenlang bestond geld uit materialen (goud en zilver) die als waardevol werden gezien. Een munt bevatte een bepaalde hoeveelheid van het materiaal en daardoor kon je er overal mee betalen. Zo kon er bijvoorbeeld in het oude India worden betaald met munten uit het Romeinse Rijk. Die hoeveelheid edelmetaal gaf vertrouwen. Tegenwoordig bestaat geld uit vrij waardeloze materialen. Het papier waarop dollars en euros worden gedrukt is veel minder waard dan het bedrag dat erop staat. Toch accepteren we het. We accepteren het zolang we het vertrouwen hebben dat het zijn waarde behoudt of in ieder geval slechts zeer langzaam verliest. Dat wordt anders als ik voor mijn euro morgen nog maar voor een halve euro boodschappen kan doen. Als dat gebeurt dan zal ik vragen om iets wat wel waarde behoudt. Dan vraag ik om goud, zilver of geld uit een ander land dat wel ‘waarde vast’ is. 

Nu hebben we voor grote delen van Europa een en dezelfde munt, de euro. Dat was vroeger wel anders. Als je in de beurs van een laat Middeleeuwse koopman keek, dan trof je diverse soorten munten aan. Veel steden sloegen hun eigen munt maar omdat die munt die hoeveelheid goud of zilver bezat, kon je er toch overal mee betalen. Het kwam geregeld voor dat de hoeveelheid goud of zilver naar beneden werd bijgesteld. Dan zat je met twee munten die er hetzelfde uitzagen (bijvoorbeeld dezelfde ‘koning’ erop) maar die toch verschilden in waarde. Dan maakt die ene euro voor veel landen het betalen een stuk makkelijker. 

Toch wordt aan dat gemak getornd en dan bedoel ik niet door mensen als Baudet die willen dat Nederland de euro verlaat en weer een eigen munt invoert. Nee, het tornen komt van een geheel andere kant. Van de kant van cryptomunten. Digitale munten uitgegeven door …, ja door wie eigenlijk. Nou bijvoorbeeld door Facebook. Dat bedrijf maakte bekend dat het vanaf 2020 een eigen cryptomunt uitbrengt, de libra. Al is uitbrengen een vreemd woord voor iets wat je niet vast kunt pakken. Nu zijn we er tegenwoordig al aan gewend dat je geld niet meer vastpakt. Het meeste geld is immers giraal en bestaat alleen op papier of eigenlijk als ‘nullen en enen’ in een computerbestand. Alleen kan ik die ‘nullen en enen’ uit de muur trekken in de vorm van een briefje van twintig euro.

Een goede ontwikkeling? Een late Middeleeuwer zal, afgezien van het digitale aspect ervan, niet vreemd opkijken dat een machthebber, zoals Facebook, een eigen munt gaat uitgeven. Dat is hij immers gewend.  En, in tegenstelling tot in zijn tijd, zal het omrekenen van de ene naar de andere munt makkelijk zijn. Dat zal zijn ‘mobieltje’ voor hem doen. Alleen zal die  late Middeleeuwer nog ergens van opkijken. Hij zal opkijken van een andere functie van geld. Hij zal ‘betoverd’ staan te kijken hoe geld zich tegenwoordig magisch lijkt te vermenigvuldigen. Geld verdienen met geld, dat is nieuw voor hem. Voor hem was geldlenen en uitlenen een zonde. Een goed christen mocht zich daar niet aan bezondigen. Voor een lening moest je bij niet-christenen zijn en dan vooral bij joden want ook in de islam ligt rente in rekening brengen lastig.

  Met dat nieuwe zijn we aangekomen bij het scheppen van geld. Vroeger was dat voorbehouden aan de centrale bank van een land. Die bepaalde hoeveel geld er in omloop was. Daar kwamen later de normale banken bij. Die creëren snel geld door mij bijvoorbeeld een hypotheek of een lening te verstrekken. Tegenwoordig  scheppen ook gewone bedrijven zoals autoproducenten maar ook de Wehkamp, op diezelfde manier geld. Gevolg hiervan is aan de ene kant dat de hoeveelheid geld enorm is toegenomen en aan de andere kant dat de schuldenberg gigantische proporties heeft aangenomen. 

Daar zijn de afgelopen tien jaar de ‘cryptomunten’ bijgekomen en nu start Facebook met haar eigen munt, de libra. En, als dat een beetje loopt dan volgen vast nog andere bedrijven. Ik begon ermee dat geld is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de oude munten zat in het erin verwerkte  goud of zilver. Bij ons huidige geld biedt de overheid dat vertrouwen. Moet ik bij de libra vertrouwen op Facebook? Wat als het slecht gaat met het bedrijf, zelfs zo slecht dat het failliet gaat? Dan zullen de bezitters hun libra omruilen in goud, zilver, euros of dollars. Trouwens hoe kom ik aan een libra? Moet ik die niet kopen met mijn zuur verdiende euros? Euros die Facebook, maar vooral Zuckerberg en de andere aandeelhouders, dan alvast in bezit hebben. Die hebben zo toch maar weer mooi een manier gevonden om zich ten koste van de Jan Modaal en Jo Sixpack te verrijken.

Bron: Flickr

Een bijzondere naam trouwens libra. Die suggereert iets van vrij zijn van vrijheid. Welke vrijheid die ik nu niet heb, biedt die libra mij? De enige die er ‘vrijheid’ bij krijgen in de vorm van euros en dollars zijn Zuckerberg en zijn aandeelhoudersvrienden.

‘Wilde weldoener’

In de Volkskrant een groot interview met Melissa Gates. Samen met haar man: “de gulste weldoeners uit de geschiedenis,” zo schrijft interviewer Jonathan Witteman. Hoe Witteman dat heeft bepaald en of dat dus werkelijk zo is wordt niet duidelijk, maar daar gaat het mij niet om. Waarom wel? Om enkele bijzondere uitsprake van Gates.

Bron: Pixabay

Over filantropie bijvoorbeeld. “Daaraan wil ik wel toevoegen dat er absoluut een belangrijke rol is weggelegd voor filantropie. Bill en ik hebben altijd geloofd dat filantropie een katalyserende werking kan hebben. Wij kunnen risico’s nemen en dingen uitproberen. We kunnen bijvoorbeeld investeren in een vaccin dat misschien wel of misschien niet fase twee of drie van het klinisch onderzoek gaat halen. Dat soort risico’s wil je met belastinggeld niet nemen. En als het vaccin goed blijkt te werken, kan de overheid instappen om de boel op te schalen en het vaccin voor iedereen beschikbaar te maken.” 

Een wel heel bijzondere redenering. Want laat de werkelijkheid niet zien dat ‘dat soort risico’s juist door overheden worden genomen. En dan niet alleen op het gebied van vaccins maar ook op het gebied van de core business van techbedrijven. Dat de overheid niet juist een stap terug doet als er ‘opgeschaald’ moet worden? Zoals Mariana Mazzucato in het boek De ondernemende staat aantoont, zijn alle ‘ingrediënten’ van bijvoorbeeld onze mobiele telefoon het gevolg van overheidsinvesteringen. Het enige wat Jobs en alle andere tech-goeroes nog moesten doen was het vermarkten ervan. gaat het zo niet ook met alle nieuwe medicijnen? Worden die niet ontwikkeld op door de overheid gefinancierde universitaire onderzoekscentra en bij te verwachten succes ‘opgekocht’ door het bedrijfsleven? Het bedrijfsleven dat de opgekochte patenten vervolgens flink te gelden maakt? 

Geld dat vervolgens liefst uit de ‘klauwen’ van de belastingdiensten moet worden gehouden. Want zoals Gates betoogt: “Het is de taak van een bedrijf om zo veel mogelijk winst te genereren voor zijn aandeelhouders. Dan is het logisch dat bedrijven gebruikmaken van de gaten in het Amerikaanse belastingbeleid en winsten verplaatsen naar andere landen, want dat betekent meer geld voor de aandeelhouders.” Ik dacht altijd dat een bedrijf draaide om het maken van een kwalitatief goed product dat de klant, de koning, blij maakt? Als winst werkelijk de drijfveer is, waarom dan nog producten maken? Dan kun je net zo goed in geld gaan handelen. Nu is dat ook wat er gebeurd. Neem bijvoorbeeld de autofabrikanten. Die bieden je een lening aan bij de koop van je auto. Naast fabrikant zijn ze ook bankier en als bankier verdienen ze meer dan met de auto die ze je verkopen. Het product is zo een middel om in geld te gaan handelen. En het voordeel van geld is dat het geen productiekosten heeft. Je typt wat getallen in een computer en het is er.

Een wel erg smalle taakopvatting van die helaas, zoals gezegd, door veel bedrijven wordt aangehangen. Is dat niet het werkelijke probleem? Een probleem dat er de oorzaak van is dat de Gatesjes, de Bezosjes, de Zuckerbergjes en al die andere superrijken er zo warmpjes bijzitten? Aan de ene kant profiteren van de investeringen van de belastingbetaler. Vervolgens die belastingbetaler als consument een poot uitdraaien door absurde prijzen te vragen voor de producten en vervolgens de consument en belastingbetaler als burger nogmaals uitmelken door belastingen te ontwijken. En dan als ‘filantroop’ goede sier maken.

Trouwens niet alleen als filantroop. Ook als pleiter voor hogere belastingen:“Bill en ik hebben al meermaals gepleit voor hogere belastingen voor de rijken in Amerika. Het is hoog tijd om het Amerikaanse belastingbeleid opnieuw tegen het licht te houden, want het systeem klopt niet, met als gevolg de grote ongelijkheid die nu in de Verenigde Staten heerst.” Is dat ‘pleidooi’ niet wat gratuit als je als ondernemer er alles aan doet om juist geen belastingen te betalen? Niemand verplicht je om als bedrijf de ballingen te ontwijken. Dat is een keuze en de bedrijven waar deze ‘filantropen’ eigenaar van zijn kiezen er bewust voor. Ze zouden ook een andere keuze kunnen maken.