Uitgelicht

Gewelddadige Westen

“Er zijn mensen die claimen dat de westerse levensvorm het allerbeste is wat er is. Maar om dat te doen gelden, hebben ze geweld nodig. De geschiedenis van het Westen is een lange geschiedenis van geweld tegen alles wat zich niet aan die orde van het Westen conformeerde. Indigenous people zijn uitgeroeid, omdat ze niet wilden leven zoals in het Westen.” Woorden van de socioloog Willem Schinkels bij De Correspondent. Nu behoor ik niet tot die mensen. Dat de geschiedenis van het Westen doordrenkt is van geweld, zal ik niet ontkennen. Dus ook niet dat er ‘indigenous people’ zijn uitgeroeid. Toch is er iets met de uitspraak van Schinkels.

Bron: Flickr

De uitspraak wekt de suggestie dat het Westen daarin uniek is. Dat het Westen ‘patent’ heeft op geweld en het uitmoorden van diegenen die zich niet conformeren aan die orde. Laten we dat eens wat nader bekijken. Typ de meest gruwelijke oorlogen in en je komt bij de Top 10 Meest Gruwelijke Oorlogen. Dat moet dan een Westers lijstje worden. De eerste plek wijst al in die richting. Daar staat natuurlijk de Tweede Wereldoorlog op één met ruim 75 miljoen slachtoffers. Op twee een eerste aanwijzing dat geweld niet specifiek Westers is. Namelijk de Mongoolse invasie van China, India, het Midden-Oosten en Europa. Tussen de 30 en 40 miljoen doden. Daarbij moeten we ons realiseren dat de Aarde toen door zo’n 370 miljoen mensen op werd bewoond terwijl dat er in 1939 ruim anderhalf miljard waren. Op drie de Chinees Japanse oorlog die net aan de Tweede Wereldoorlog voorafging. Tussen de 20 en 30 miljoen doden. Met een ander dan een Westers perspectief, zou je deze oorlog bij de Tweede Wereldoorlog kunnen tellen. Op vier een rebellie in China midden negentiende eeuw. Op vijf de Eerste Wereldoorlog met 17 miljoen doden. Op 6, 7, 8, 9  Chinese oorlogen en opstanden. De lijst wordt afgesloten met op 10 de Chinese burgeroorlog. Geweld is niet iets specifiek Westers. 

Tot die conclusie komt Jonathan Holslag in zijn boek Vrede en Oorlog ook. “Een van de conclusies van dit boek is dat oorlog universeel is. Steeds weer hebben mogendheden beloofd dat hun opkomst de wereld ten goede zou komen, dat ze zouden afzien van agressie en dat ze stonden voor een rechtvaardige nieuwe orde. Steeds weer liep die belofte echter uit op een teleurstelling – ongeacht wanneer of waar die werd gedaan. Het Westen is daarbij niet agressiever te werk gegaan dan China, India of Afrika.”  Het Westen is alleen de laatste ‘mogendheid’ in een lange lijn en een ‘mogendheid’ die het op wereldschaal deed. Alhoewel de Mongolen in hun tijd met beperktere middelen ook al en heel eind kwamen.  

Volgens Holslag zijn vrede en oorlog een gevolg van het in elkaar grijpen van verschillende maar wel met elkaar samenhangende lagen. Hij onderscheidt er vijf. Als eerste macht. Macht heeft: “twee aspecten: de input, of kwaliteiten, en de output, of effectieve invloed. Die effectieve invloed kan zowel zacht als hard zijn, alles van subtiele aansporing tot gewelddadige onderwerping – waarbij diplomatie eenvoudigweg de kunst van het bemiddelen tussen binnenlandse belangen van eigen land en die van andere is.”  De tweede laag die Holslag onderscheidt is: “ de geschiedenis van de politieke organisatie. Gemeenschappen namen allerlei verschillende vormen aan: die van stad, stadstaat, natiestaat, multinationale unie of imperium, uiteenlopend van indirect handelsimperium tot direct territoriaal imperium. Ze werden ingericht als monarchie of republiek, dictatuur of democratie et cetera. En ze co-existeerden met andere invloedrijke actoren zoals religieuze groeperingen, internationale corporaties en zelfs piraten.” De derde laag betreft de geschiedenis: “de interactie tussen politieke entiteiten. Door de eeuwen heen zijn er keer op keer mensen opgestaan die verkondigden dat de aard van de internationale betrekkingen ten goede zou veranderen; de rivaliteit zou blijven bestaan, maar minder gewelddadig worden.”  De vierde laag: “de geschiedenis van de relatie tussen de mens en de planeet, met andere woorden: het belang van de natuur en veranderingen in het milieu. … Gedurende een groot deel van de geschiedenis was het een van de voornaamste taken van een monarch om bij de goden te pleiten voor gunstige weersomstandigheden. Klimaatverandering, voedselschaarste en volksverhuizingen die daardoor in gang werden gezet hebben zeker als sinds Egypte voor het eerst door de farao’s werd geregeerd sociale onrust en oorlog teweeggebracht.” Als laatste en vijfde: “het denken over de aard van de wereldpolitiek dat in de loop van de geschiedenis is veranderd. … Voor mensen die de internationale politiek bestuderen betekent dat: de voortdurende strijd tussen gemeenschappen en het ontbreken van duurzame kracht die kan bemiddelen in hun disputen of ze kan oplossen.”

Nee. geweld en moorden is niet iets typisch Westers. Net zoals ook het doden van mensen en groepen die ‘niet meewillen’ in de nieuwe orde niet typisch Westers is. Ook dat is eigen aan iedere mogendheid en kolonisator. Dat hebben diverse ‘indigenous people’ in het verleden aan den lijve ondervonden.

The Day after Tomorrow

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Een uitspraak van de voor de meeste Amerikaanse republikeinen ‘heilige’ president Ronald Reagan. Die muur dat was de Berlijnse muur en die moest weg omdat de muur mensen belemmerde in hun vrijheid. Nu, ruim dertig jaar later zit er weer een, bij een deel van de republikeinen ‘heilige’ president Donald Trump. In die dertig jaar is er veel veranderd. De huidige president wil een muur bouwen. Een muur die er deels al staat. Om het daarvoor benodigde geld te krijgen, ligt een deel van de Amerikaanse overheid al een week of twee plat. En zelfs de gedachte om hiervoor de noodtoestand uit te roepen heeft hij, zo is te lezen, overwogen en wijst hij niet categorisch af: “Ja, dat heb ik….We kunnen het doen. Ik heb het niet gedaan. Maar ik kan het doen.” 

Bron: Pixabay

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en wil Trump een muur om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. Trumps muur is juist bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Mingdynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis er maar op na.

De Chinezen waren niet de enigen die zich verlieten op muren. Eeuwenlang beveiligde steden zich met vestingmuren tegen indringers. Vestingmuren met poorten waardoor je naar binnen kon als je tenminste binnen mocht. Om te voorkomen dat onverlaten naar binnen kwamen, werden die poorten bewaakt en de bewakers hielden toezicht op wie er naar binnen kwam. Een muur om de boze buitenwereld buiten te houden.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. 

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Je kon ze gewoon links laten liggen, verder optrekken en het bewonende garnizoen negeren. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten, de Powers that Be noemde ik ze in De schaduw van Baudet, niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in (pagina 323): “ De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.” 

van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

Toch wil de Amerikaanse president Trump een kapitaal besteden aan een muur. Hij is niet de enige en de eerste, zijn voorgangers hebben ook geïnvesteerd in grensbewaking en hekken. Dit tegen hoge kosten, met relatief weinig succes en veel ellende als resultaat. En niet te vergeten, goed gevulde beurzen van smokkelaars. Immers hoe lastiger het wordt, hoe hoger de prijs die de toch al arme sloebers moeten betalen om de grens over te steken. Iets wat we ook langs de Europese grenzen zien. Want we kunnen hier wel lachen om Trump en zijn muur, Europese landen en de Europese Unie doen hetzelfde. De geschiedenis laat echter zien dat alle muren gaten vertonen, dat je erover en eromheen kunt en dat ze het bij voldoende druk begeven.

Al lukt het Trump om langs de hele zuidgrens een muur te plaatsen, dan nog zullen er tunnels onder de muur worden gegraven. Dan zullen slimme smokkelaars een schip kopen, het vullen met mensen en koers zetten naar een haven of gebied ruim voorbij die muur. Nee, de geschiedenis laat zien dat forten en muren om mensen buiten te houden een slechte reputatie hebben. 

Zoals hierboven al een paar keer geschreven, is het makkelijker om mensen binnen een muur te houden. Gedetineerden ontsnappen relatief zelden uit een gevangenis. Dat zal er ook mee te maken hebben dat het hen aan de middelen ontbreekt om gewapende bewakers te overmeesteren of de muren te slechten. Wellicht is dat ook de reden dat de Berlijnse muur zeer succesvol was in het voorkomen van een vlucht naar het Westen. 

Dit schrijvend, moet ik denken aan de ‘rampenfilm’ The Day after Tomorrow. In de film staat klimaatverandering centraal. Daar waar het klimaat in de werkelijkheid tot nu toe langzaam verandert, gaat dat in de film anders. In een paar dagen verandert het grootste deel van het noordelijk halfrond in één ijsmassa. Voor de inwoners van het noordelijke deel van de Verenigde Staten gaat dat te snel om nog te vluchten naar warmer oorden. Het Zuidelijke deel heeft nog een kans en vlucht naar …. Mexico. Ik laat het aan een creatieve scenarist en regisseur om eenzelfde film te maken maar dan met Trumps muur. Dat zou het voor de vluchtende Amerikanen een stuk moeilijker maken om de grens met Mexico over te steken. Het zou het voor Mexico een stuk makkelijker maken om de stoet Amerikanen tegen te houden. Je hoeft alleen maar de poorten in de muur dicht te houden. Net als bij die oude forten. Zou Trump daar al eens over hebben nagedacht?


Wat was en IS (deel 1)

De dochter van vrienden van ons, moet een studie kiezen. Omdat zij het vak geschiedenis leuk vindt, denkt zij erover om geschiedenis te gaan studeren. Maar wat kun je er later mee worden? Daarom ging zij in gesprek met de historicus achter de Ballonnendoorprikker. Nu kun je allerlei beroepen gaan noemen zoals geschiedenisleraar, ambtenaar of zoiets. Belangrijker is de vraag wat je leert tijdens de studie en bij de studie geschiedenis is dat informatie verzamelen, wegen en ordenen en dit verwerken in een betoog met kop en staart. ‘Oh, dus jij kunt vertellen hoe IS is ontstaan?’ vroeg de meid. Een vraag die een vriend mij een paar jaar geleden al eens stelde in een andere vorm. Een interessante vraag die ik niet kan beantwoorden want ik was niet bij de oprichting van IS. Wat ik in de komende vier Prikkers wel probeer is een schets te geven van de wereld waarin IS en terrorisme dat zich beroept op de islam kon ontstaan en hoe er vervolgens op werd en wordt gereageerd.

Het jihadistisch terrorisme, kent een lange voorgeschiedenis met een duidelijk markatiepunt. Een punt waarna ‘war on terror’ het dominante politieke frame werd: de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon van 11 september 2011. Beatrice de Graaf noemt in haar  DWDD college met goede redenen het jaar 1979 als beginpunt. In dat jaar kwam in Iran Ayatollah Khomeini aan de macht. Iran werd een islamitische republiek. Khomeini bood de wereld en dan vooral de islamitische wereld een alternatief in de tot dan toe redelijk bipolaire wereldorde met aan de ene kant de Verenigde Staten als kapitalistische supermacht en aan de andere kant de Sovjet Unie als communistische supermacht. Hij zei eigenlijk: beste islamitische broeders, we kunnen het ook zelf.

‘Beginpunten’ zijn lastig voor een historicus. Lastig omdat er ook een tijd voor dat punt is en zonder die tijd voor dat punt, was het er nooit gekomen. Om dat beginpunt te verklaren zal een historicus daarom ook altijd de aanloop ernaar beschrijven. Die aanloop moet immers verklaren hoe het tot dat beginpunt kwam. In deze Prikker volg ik Beatrice de Graaf. De oprichting van de islamitische republiek onder Khomeini was een bijzonder moment. Niet omdat Iran een islamitische republiek werd. Landen met een sterk islamitische inslag waren er immers al. Neem alleen al het Saoedische koninkrijk. Wat nieuw was aan Iran was dat het land het Westen, de Amerikanen, buiten de deur zette, zonder dat het een beroep deed op of werd ondersteund door de andere wereldmacht, de Sovjet-Unie. Maar zoals een goed historicus betaamt eerst wat aan dat keerpunt vooraf ging.

Codex Hammurabi. Bron: Wikimedia Commons

De aanloop

De afgelopen tijd staat de term ‘zijderoute’ steeds vaker in de krant. Steevast volgt er dan een verhandeling over China dat spoorlijnen aanlegt en havens opkoopt op de route tussen de Chinese zee en de de Noordzee. Wellicht moet je bij zijderoute denken aan Marco Polo, de Venetiaanse ontdekkingsreiziger die door onbekende gebieden reisde, gebieden zoals China, Perzië en India en die verhalen op schrift stelde. Hij volgde de ‘zijderoute’. Met zijn boek opende hij de Europese ogen voor dat andere deel van de wereld. Twaalfhonderd jaar eerder zou zijn boek weinig indruk hebben gemaakt op de inwoners van het Romeinse rijk. Die waren op de hoogte van het bestaan van China, Perzië en India en van de producten die vanuit die gebieden kwamen. Het Romeinse rijk aan de ene kant en het Chinese rijk onder de Han-dynastie aan de andere kant waren de twee motoren waartussen driftig werd gehandeld. Centraal tussen die twee motoren lag Centraal-Azië. Kennis die langzaam verloren ging na de instorting van het Romeinse rijk.

Als de gemiddelde Westerling nu aan het Midden-Oosten en Centraal-Azië denkt dan is dat vaak in negatieve termen. Het risico is redelijk groot dat, in navolging van een Tweede-Kamerlid, het woord achterlijk valt of barbaars. Toch was dit gebied eeuwen, nee millennia lang het centrum van de wereld. Het gebied waar de eerste steden ontstonden en waar twee wereldgodsdiensten hun oorsprong vinden. Het gebied waar het schrift is ontstaan en waar de eerste verhalen zijn opgetekend. Het gebied waar de eerste wetten, de codex Hammurabi bijvoorbeeld, en de eerste verhalen op schrift zijn gesteld. Maar vooral, lag het gebied centraal tussen de dichtstbevolkte gebieden van de wereld. China, India en het Middellandse Zeegebied en dus op een ideale plek om te profiteren van de handel tussen deze gebieden. Die gunstige ligging maakte het natuurlijk ook aantrekkelijk voor anderen om het te veroveren en er de baas te spelen. Alle grote Euraziatische rijken hebben dat dan ook geprobeerd en als het gebied zelf geen sterk rijk kende, dan lukte dat. Had het een sterk rijk, dan probeerde dat rijk het omliggende gebied te beheersen. In zijn boek De Zijderoutes geeft de historicus Peter Frankonpan een beschrijving van drie millennia geschiedenis van dit gebied. Het gebied vervult ook een grote rol in Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis.

Eeuwenlang dus het centrum van de wereld. Vanaf het einde van de Middeleeuwen begon dat langzaam te veranderen. Spaanse en Portugese zeelieden voeren om Afrika heen en gingen rechtstreeks naar India, Zuidoost Azië, China en Japan en gingen de specerijen en de zijde zelf halen. Later volgden de Hollanders en Engelsen. Met hun grote en sterk bewapende schepen wisten zij in De Oost handelsposten te stichten en zo Centraal-Azië letterlijk te omzeilen. De eerste paar eeuwen viel de schade nog mee. De handel met Europa was niet van zo’n groot belang voor de Centraal Aziatische rijken. Het grote verlies was immers al geleden na de instorting van het Romeinse rijk. 

Dat werd anders toen de Europeanen handel gingen monopoliseren door gebied te koloniseren en het tot hun exclusieve handelsdomein te benoemen: alle import naar en export van het gebied moest via het koloniserende land. Lijkt dat niet een beetje op de handelwijze van de Chinezen nu? Naast de Engelsen, Fransen en Nederlanders moet hierbij ook tsaristisch Rusland worden genoemd. Dat land koloniseerde steeds meer Centraal Aziatisch gebied en zocht zo een weg naar de producten uit China en India en een afzetmarkt voor hun eigen producten. Het Midden-Oosten en Centraal Azië raakten hun centrale positie kwijt en kwamen steeds meer aan de periferie van de wereld te liggen. Het werd een gebied waar de machtige Europese rijken, vooral Engeland, Frankrijk en Rusland hun invloed deden gelden en waar laatkomer Duitsland een voet tussen de deur probeerde te krijgen. Het gebied verarmde verder en was speelbal van de grote Europese mogendheden. Dat werd nog versterkt na de vondst van grote olievelden in het gebied, als eerste in Perzië, het huidige Iran. 

Zo ging het voort ook tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een van de bondgenoten aan de kant van de keizerrijken Duitsland en Oostenrijk, was het Ottomaanse rijk. Een rijk dat geen schim meer was van zijn vroegere zelf toen het grote delen van Zuid- en Oost Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten omvatte. Geen schim meer, omdat de Europese machten al een paar eeuwen hapjes en happen uit het rijk namen. De strijdende partijen probeerden het elkaar lastig te maken en zetten de bevolking van het Midden-Oosten en Centraal- Azië tegen de ander op. Dit door bijvoorbeeld beloften te doen over toekomstige zelfstandigheid. Het Ottomaanse rijk overleefde de oorlog niet en dat gaf de winnaars Frankrijk en Engeland de kans om delen van het rijk onder zich te verdelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog herhaalde zich het spel van toezeggingen en beloften door Engelsen en Duitsers. Het einde van die oorlog betekende het einde van de Duitse bemoeienis in het gebied en een flinke verzwakking van de Engelse en Franse. Zij werden echter vervangen door de twee nieuwe supermachten, de Verenigde Staten aan de ene kant en de Sovjet Unie aan de andere kant. De Amerikaanse bemoeienis concentreerde zich in eerste instantie vooral op Perzië (Iran) mede om te voorkomen dat de Sovjet Unie via dat land de belangrijke Perzische Golf bereikte. Het ‘gesol’ ging dus verder want, zoals ik in De Schaduw van Baudet al schreef, is ‘sollen’ de corebusiness van machtigen. Daarmee zijn we aangekomen bij het door Beatrice de Graaf geformuleerde beginpunt van terrorisme dat zich op de islam beroept. De, in de ogen van de voormalige Sjah en zijn Amerikaanse beschermheren ‘terroristische’, aanhangers van Khomeini grepen in 1979 de macht zonder steun van de Sovjet Unie. Ze deden het zelf. Ze verjoegen de Sjah en de Amerikanen. 

Morgen gaan we hier verder.