Wie maakt schoon bij de schoonmaker?

“De stijgende welvaart van de afgelopen decennia heeft een nieuwe vorm van armoede gecreëerd: tijdarmoede. Overal in de westerse wereld rapporteren mensen met hogere inkomens meer tijdschaarste.”

Aldus Heleen Mees in haar column in de Volkskrant. Gelukkig heeft Mees de oplossing: “Versimpel je leven door vijf dagen per week te werken. Geef het extra inkomen uit aan dingen waarmee je tijd bespaart; een schoonmaakster, kant-en-klaarmaaltijden en een oppas die de kinderen ook naar muziekles en sportvereniging brengt.” 

schoonmaken

Foto: https://pxhere.com/nl/

Ja, als je als goed verdienende hogeropgeleide vijf in plaats van drie dagen gaat werken, kun je het extra geld gebruiken om een schoonmaker in te huren of een kinderoppas. Die verdienen minder dan jij, dus houd je geld en tijd over. Die schoonmaker of oppas verdient dan ook geld en dat is goed voor hem of haar. Zij een inkomen jij iets meer inkomen en vrije tijd. Duidelijk een geval van win-win.

Alhoewel. Laten we eens naar die schoonmaker of oppas kijken. Zou die ook hetzelfde kunnen doen? Als schoonmakers of oppassers vijf in plaats van drie dagen gaan werken, welke werkzaamheden kunnen zij dan uitbesteden om vrije tijd te kopen? Om iets te doen aan hun tijdarmoede?

Het schoonmaakwerk of het oppassen op de kinderen uitbesteden? Zou de schoonmaker van de schoonmaker genoegen nemen met minder salaris dan de schoonmaker waarvoor wordt schoongemaakt? Waarschijnlijk niet, want dan hadden die hogeropgeleide, goed verdienende de schoonmaker van de schoonmaker ingehuurd. Zij kunnen geen ‘werk’ uitbesteden want daar schieten ze financieel niets mee op en hun tijdschaarste neemt erdoor toe.

Mees: “Waren in de jaren ’80 laagopgeleiden nog het drukst, sinds de jaren ’90 zijn dat de hoogopgeleiden. Het tekort aan tijd ontstaat niet omdat mensen zoveel meer moeten doen, maar vooral omdat ze meer kunnen doen.” Leidt het pleidooi van Mees er niet toe dat de hoogopgeleiden zo meer ‘kunnen’ gaan doen en de lager opgeleiden meer ‘moeten’ doen zonder er iets mee op te schieten?

 

Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Solidariteit en identiteit

Econome Heleen Mees houdt, in haar column in de Volkskrant, een warm pleidooi voor diversiteitsbeleid: “Neem bijvoorbeeld het controversiële voorkeursbeleid. Door meer minderheden aan te stellen bij de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, neemt het vertrouwen in de rechtsstaat toe, en zullen de criminaliteit en het gevoel van onveiligheid afnemen.” Hiervan profiteren ook de ‘witte’ Amerikanen. Net zoals zij ook profiteren van laagopgeleide migranten: “Dankzij de goedkope arbeid van migranten gaan Amerikanen ook vaker uit eten dan Europeanen. Daardoor zijn er in de VS ook meer banen in restaurants.” 

solidairFoto: Vimeo

Volgens Mees moet ‘links’ niet terug naar: “de kernbeginselen van solidariteit en gelijke bescherming voor iedereen. … Dat zou immers betekenen dat misstanden als rassen- en seksediscriminatie zouden blijven voortbestaan zij het op een hoger welvaartsniveau. De uitdaging voor de linkse politiek is om een programma te ontwikkelen dat opkomt voor de legitieme belangen van minderheidsgroepen zonder de legitieme grieven van de witte arbeidersklasse uit het oog te verliezen.”  Volgens haar is ‘links’ nu te veel gericht op ‘identiteitspolitiek’ en geeft zo het belangrijke sociaal-economische terrein prijs aan ‘rechts’.

Ik moest het een paar keer lezen. Als de staat iedereen gelijk beschermt en solidariteit als uitgangspunt neemt, dan blijven rassen- en seksediscriminatie bestaan. Wat zegt Mees hier? Hoe kan rassen en seksediscriminatie blijven bestaan als iedereen op eenzelfde bescherming en solidariteit kan rekenen? Is welke vorm van discriminatie niet juist een gevolg van ongelijke bescherming? Van juist niet solidair met elkaar zijn en dus van het maken van onderscheid?

Is het zorgen voor een betere afspiegeling bij bijvoorbeeld de politie niet juist een voorbeeld van solidariteit? Net zoals het ook binnen laten van laagopgeleide migranten? Is de fout die ‘links’ maakt niet juist dat het solidariteit als diversiteit verkoopt? Dat die diversiteit-politiek tot in het extreme doortrekt tot de schadelijke identiteitspolitiek? Zou ‘links’ daarom niet juist voor solidariteit en gelijke bescherming moeten pleiten?

 

Verantwoordelijk en aanspreekbaar

De heersende klasse, de elite, begrippen die veel worden gebezigd. Eigenlijk gebruikt iedereen ze en bedoelt er anderen mee. Wie is dan die elite? Zo ook Heleen Mees in de Volkskrant: “Het ligt eerlijk gezegd ook niet voor de hand dat de heersende klasse zonder slag of stoot haar privileges opgeeft.” Wie moeten er privileges opgeven?

verantwoordelijkheid

Illustratie: Startpagina

Voor menigeen zal Mees bij de elite horen, ze schrijft immers voor de Volkskrant. Of Geert Wilders, ook iemand die steevast de elite of die ‘kliek’ aan wil pakken. Wilders is een van de langst zittende kamerleden, vaste klant onder de Haagse stolp dus, behoort hij dan niet bij de politieke elite? Neem Donald Trump die de ‘elitaire varkensstal’ in Washington eens zal uitmesten. Doet hij niet wat iedere nieuwe president doet, die ‘varkensstal’ met zijn vriendjes bevolken? Vriendjes uit de Amerikaanse politieke, zakelijke en mediawereld en behoren die niet tot de elite, net zoals Trump, een zakenman en miljardair, zelf? ‘Joe Sixpak’ is nog niet gevraagd als minister. Zou Geert in zijn kabinet een plek inruimen voor Henk of Ingrid?

In zijn boek Het Financiële Regime betoogt Joseph Vogl dat er niet zo zeer sprake is van een ‘big gouvernment’, maar van ‘big gouvernance’: Tegenover de steeds maar verder afgeslankte staat is een ‘schaduwregering’ komen te staan die met privatiseringen, contractors, leasingpartners en onderaannemers een steeds verder groeiende opeenstapeling van regerende instanties produceert.” Instanties die een overheidsrol vervullen zonder overheids- laat staan democratische controle. Een verweving van staat en bedrijfsleven waarbij de staat steeds meer macht en zeggenschap verliest, waardoor de burger beschermd moet worden door ‘onafhankelijke’ autoriteiten zoals de Autoriteit Consument & Markt en de Autoriteit Financiële Markt. Een minister van Verkeer en Waterstaat met de spoorwegen in haar portefeuille die niets over het spoor te zeggen heeft. Haar collega van Volksgezondheid die ziektekostenpremies voorspeld die veel te laag blijken, ze gaat er niet over, maar wordt er wel op aangesproken en er verantwoordelijk voor gehouden. Zou Vogl een punt hebben?

Volgens Mees moet de strijd tegen die heersende klasse: “daarom voluit worden gevoerd, wat mij betreft binnen de kaders die de rechtsstaat stelt.” Wie is die ‘heersende klasse’? Tegen wie moet er worden gestreden? Tegen de politici of alleen politici van een bepaald signatuur? Tegen de grote, boze overheid? Of tegen deze ‘big gouvernance’ waardoor de verantwoordelijken niet aanspreekbaar zijn en de aanspreekbaren niet verantwoordelijk?

IJsjes, de euro en ons inkomen

In zijn zaterdagse column besteedt Martin Sommer aandacht aan de toestand in Europa en in het bijzonder in Nederland. Hij legt, in navolging van Heleen Mees en de Britse UBS-bank, een verband tussen de invoering van de euro en de inkomensverdeling. Sinds de invoering van de euro zijn de lage inkomens erop achteruit gegaan en de hoge op vooruit. Net als trouwens in Oostenrijk.

ijsjesFoto: favim.com

Sommer concludeert in navolging van de eerder genoemden dat dit een gevolg is van de Euro. Bij zo’n uitspraak moet ik denken aan Ionica Smeets. Smeets gaf een klein college op het Zomerparkfeest in Venlo. Hét zomerevenement bij uitstek dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. Een college over statistiek en de ongelukken die je ermee kunt veroorzaken. Ik moest vooral denken aan het volgende voorbeeld.

Twee grafieken vertonen in grote lijnen hetzelfde verloop. Er lijkt sprake van correlatie. De ene beschrijft de ijsverkoop en de andere het aantal verdrinkingsdoden. Een snelle conclusie en mogelijke ‘beleidsmaatregel’ is dan het verbieden van de ijsverkoop. Deze maatregel zal niet tot het gewenste resultaat leiden. ‘IJsverkoop’ correleert namelijk niet met ‘verdrinkingsdoden’. Het verband loopt via een derde grootheid, namelijk de temperatuur. Hoe warmer, hoe meer ijs er wordt gegeten en hoe meer er wordt gezwommen. Meer zwemmers leidt vervolgens tot meer verdrinkingen.

Zouden Sommer, Mees en de UBS niet op zoek moeten naar een ‘temperatuur’ bij hun  ‘ijsjes’ (euro) en ‘verdrinkingsdoden’ (inkomensverdeling)? Zou die schuldige niet het Nederlandse beleid kunnen zijn? Het beleid van de immer voortdurende loonmatiging? Het beleid van het jarenlang op de nullijn houden van uitkeringen? Het beleid van het steeds maar weer bezuinigen op sociale voorzieningen?

Zijn dat niet maatregelen die samen met een economische crisis, met name de onderkant van het inkomensgebouw hard treffen? Die nog worden versterkt door zaken als de geliberaliseerde huurverhogingen van sociale huurwoningen en eigen risico’s in de zorg ?

Dat het resultaat van deze maatregelen in euro’s wordt uitgedrukt, maakt de euro nog niet tot de oorzaak ervan. Want was met dergelijk beleid en de gulden als munt, niet hetzelfde gebeurt? Is het niet te makkelijk om de euro als schuldige aan te wijzen? De euro en de EU zijn een gewilde schuldige. Getuigt dit niet van intellectuele armoede en populisme?