Uitgelicht

De slag gemist

Hun navelstaarderij kan mij niet worden verweten.” Dat schreef ik een week geleden in een Prikker. Ik schreef dit vanwege het complete ontbreken van de internationale component in de laatste verkiezingscampagne en de formatie voor zover dat voor mij was te overzien. Een Prikker waarmee ik de formerende partijen een handje wilde helpen. Helpen met de veiligheidsparagraaf. De wereld is veranderd en die veranderingen gaan nog steeds door. De Canadese premier Carney spelde het vorige week nog voor hen uit: “Dit is geen transformatie, maar een scheuring.” En toen las ik Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Pas op pagina 31. Pas daar wordt de blik over de grens gericht. En wat lezen we daar:“ De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De Verenigde Staten zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen.” ….. pfff.

Wij kiezen voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt,” zo is te lezen. Nu vraag ik me af over welke dijk ze hebben gekeken? De dijken waar ik over keek, daar zag ik dat de Verenigde Staten een staatshoofd hebben ontvoerd en gevangen gezet. Dat ze bij die ontvoering het luchtruim van het koninkrijk schonden. Dat er andere staatshoofden en landen onder druk worden gezet en bedreigd. Over die dijk zag ik ook dat er in de Verenigde Staten een klopjacht gaande is op iedereen die er niet blond en blank en voor vrouwen nog volgespoten met botox uitziet. Dat daarbij mensen worden vermoord door mensen die ‘volledige immuniteit’ hebben. ‘Volledige immuniteit’ betekent dat ze boven de wet staan en dat de rechtsstaat niet meer bestaat. Dat rancune heerst in de Amerikaanse regering. Maar vooral dat de Verenigde Staten landen waarmee ze een bondgenootschappelijk verdrag hebben, bedreigt. Canada moet de ‘51ste staat worden’, Groenland, ‘we need Greenland. We’re gonna get it one way or another’. Landen die hier iets van zeggen, worden bedreigd met handelstarieven.

We:“bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO.” In 2019 verklaarde de Franse president Macron de NAVO ‘hersendood’. Toen wellicht iets voorbarig, omdat er nog een bliepje op de EEG te zien was. Inmiddels is de rot te ruiken. De NAVO zou als zombie niet misstaan in een aflevering van Walking Dead. Dat laat onverlet dat er wel gebouwd moet worden aan die Europese defensie. Gelukkig zien de partijen dat ook: “We verdiepen de Europese defensiesamenwerking.” Alleen gebeurt dat op een halfslachtige manier. De blik is vooral op de eigen navel gericht. In het akkoord wordt ingezet: “ op gezamenlijke aanschaf in gebruikerspoules van strategische capaciteiten die voor individuele landen te kostbaar zijn.” Ook zet: “het kabinet in op de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA.”

Er wordt niet gekozen voor de enige echte oplossing en dat is, zoals ik in de Prikker van vorige week al betoogde: “verdergaande en vergaande Europese integratie” door “de taak om het grondgebied van de landen van de Europese Unie te verdedigen (te beleggen) bij de Europese Unie.” Een Europees leger en geen nationale legers meer. Een Europees leger dat op termijn wordt gefinancierd vanuit een Europees belastinggebied. Dat maakt gezamenlijke inkoop veel makkelijker en die ‘gebruikerspoules’ zijn niet nodig. En het goede idee om in innovatie te investeren, zet veel meer zoden aan de dijk. Want in plaats van 27 ‘DARPA’tjes die allemaal te klein zijn voor het tafellaken en de meeste zelfs niet eens het formaat ‘servet’ halen, ligt dan een fors tafellaken in het verschiet. Als dat ook nog eens wordt gecombineerd met het vormgeven van een veilige Europese digitale infrastructuur waarvoor ik vorige week pleitte, dan is er echt wat mogelijk.

Op deze manier Europees samenwerken lost ook de op het verkeerd begrepen nationale eigenbelang gerichte kneuterigheid op die uit het akkoord naar boven komt. Nederland doet niet mee aan eurobonds want: “Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds).” Nu is er bij een lening door de EU geen sprake van garant staan voor de schulden van andere landen. Dan kan de Unie lenen en de rente en aflossing betalen uit haar eigen belastinginkomsten. En dat zou wel eens veel minder kunnen kosten dan de 3,5 procent van het bruto binnenlands product dat we geacht worden ervoor te gaan betalen.

Hier heeft Aan de slag toch echt de slag gemist.

Uitgelicht

Regeerprogramma 2025: veiligheidsparagraaf

Vandaag een bijzondere Prikker. Ergens in Haagse en Hilversumse zaaltjes werken enkele politici aan een regeerakkoord. Om ze een handje te helpen, heb ik, in mijn ogen, de belangrijkste keuzes voor hen op een rijtje gezet. Dat deze keuzes zeer weinig aandacht kregen in de campagnes, is mij niet aan te rekenen. Hun navelstaarderij kan mij niet worden verweten. In het vervolg van deze Prikker spreek ik in naam van de komende Nederlandse regering.

De Nederlandse regering kiest voor verdergaande en vergaande Europese integratie. Dat doet zij omdat onze samenleving en manier van leven waar we waarde hecht aan individuele vrijheid, aan gelijkheid en broederschap alleen gehandhaafd kan worden als we een zeer hoge mate van onkwetsbaarheid hebben bereikt. Die zeer hoge mate is alleen te bereiken door samen te werken met onze buurlanden. Om die samenwerking vorm en inhoud te geven, is de Europese Unie opgezet. Die Unie willen we vernieuwen, verbreden en verdiepen. Verbreden door de Europese Unie verantwoordelijk te maken voor de gezamenlijke veiligheid en het gezamenlijke buitenlandse beleid. Verdiepen door de huidige beslisstructuur vergaand te vereenvoudigen en te democratiseren. Ons streven is om dit per 2029 geregeld te hebben. Daartoe zullen aan onze Europese partners het volgende voorstellen:

  • de taak om het grondgebied van de landen van de Europese Unie te verdedigen wordt belegd bij de Europese Unie. Hiervoor wordt een Eurocommissaris aangesteld. Dit houdt in dat de legers van de Unielanden worden geïntegreerd tot één Unie leger met eenduidige militaire en politieke leiding;
  • de landen van de Europese Unie beleggen hun vertegenwoordiging, ook de parlementaire, in het buitenland bij de Europese Unie;
  • de landen van de Unie beleggen het vertegenwoordigen van de economische belangen in landen die niet tot de Unie behoren bij de Europese Unie;
  • de landen van de Europese Unie beleggen de opdracht om een veilige digitale infrastructuur te verzorgen bij de Europese Unie. Randvoorwaarde hierbij is dat publieke taken in publieke handen zijn. Hiervoor richt de Unie publieke diensten op. Dit betekend dat alle digitale infrastructuur, maar ook de opslag en bewaring in handen is van de Europese Unie. De diverse overheid van de Unielanden maken hiervan gebruik en betalen daarvoor een kostendekkende bijdrage;
  • de beslissingsbevoegdheid over deze en andere aan bij de Unie belegde verantwoordelijkheden ligt in ultimo bij het Europees parlement.

Het democratische gehalte van de Unie wordt versterkt. Wij denken hierbij aan de onderstaande richting maar wij staan open voor andere invullingen:

  • het Europees parlement wordt rechtstreeks gekozen door de stemgerechtigde inwoners van de Europese Unie;
  • het principe van vaste aantal leden voor het Europees parlement per Unieland, wordt losgelaten. De kiezer kan kiezen voor een kandidaat naar voorkeur;
  • er wordt gekozen via het systeem van evenredige vertegenwoordiging;
  • voor de verkiezing vormen de deelnemende partijen blokken, zodat de kiezer te voren weet, wie met wie samen wil werken.
  • Het grootste blok vormt de Europese Commissie. Die hoeft niet op een meerderheid in het parlement te berusten en kan niet door het Europees parlement worden weggestuurd. Ze zit de volledige termijn van vijf jaar uit.

De Europese Unie krijgt een eigen belasting gebied. Bij dat belastinggebied staan wij open voor suggesties maar dat zouden onder ander kunnen zijn:

  • een accijns op vliegtuigbrandstof;
  • een belasting op financiële transacties;
  • invoertarieven.

Ons streven is om dit samen met alle 27 landen van de Europese Unie vorm te geven. Daarvoor vragen wij commitment op de hoofdlijnen en dat zijn uitbreiding van de Unie met defensie, veiligheid en digitale zaken. Versteviging van de economische samenwerking en verdieping en versterking van de Europese democratie. Wil een land hierin niet mee, even goede vrienden, maar dan gaan we zonder dat land verder. En daarmee komen we bij het vernieuwen: we richten een nieuwe Unie op onder gelijktijdige uittreding uit de oude. Daarmee voorkomen we dat landen die niet meewillen, binnen de Unie blijven.

Uitgelicht

Make Holland Great Again???

Onder welke steen hebben die gelegen? Dat dacht ik toen ik een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard las. Van der Galien:“De geopolitieke spanningen lopen op tot een kookpunt, en wat doet Nederland? Wij kijken toe als een stel makke schapen die naar de slachtbank worden geleid. Gelukkig is er nog één partij die wél durft te benoemen wat er werkelijk aan de hand is. Ralf Dekker, het buitenland-geweten van Forum voor Democratie.” In zijn betoog: “fileerde,” Dekker: “haarfijn de leugens en de hysterie die ons beleid domineren.” Daar moet dus een einde aan komen. ‘We’ moeten weer zelf aan het stuur zitten:“Het is tijd voor bezinning en vernieuwing, zonder taboes. Dat betekent dat we ook de discussie over een Nexit en een vertrek uit de NAVO niet langer uit de weg mogen gaan. Want zolang we vastzitten in deze globalistische dwangbuizen, blijven we een speelbal van machten die niet het beste voorhebben met de Nederlandse burger.” We moeten het weer helemaal zelf gaan doen, om Trump te parafraseren: Make Holland Great Again.

Terug naar de Gouden, voor anderen zwarte, zeventiende eeuw waarin ‘we’ de eerste viool speelden in het orkest van wereldmachten. In Van der Galiens betoog miste ik alleen nog het citaat van Balkenende: “Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?” Op een punt is dit oude advies van Balkenende niet verkeerd en dat is de oproep om over de grenzen te kijken. Iets wat Van de Galien en Dekker ook niet echt lijken te doen. Wat is er over die grenzen te zien?

Als ze over die grenzen kijken dan zien ze landen als Oekraïne Venezuela en Iran ‘speelballen’ zijn van ‘machten’. Dan zien ze een wereld waarin recht nog minder betekent dan het al betekende en dan zien ze dat macht regeert, militaire en economische. Dan zien ze dat de economische macht van China ongeëvenaard is en dat Nederland daar machteloos tegenover staat en als ze dat niet zien dan gaan ze maar even met Minister Karremans praten. Die kan hen vast wel vertellen wat er gebeurt als je als kikkerlandje een maatregelen neemt waarvan China de dupe is. Dan zien ze dat de Verenigde Staten hun militaire macht gebruiken om hun zin te krijgen. Die 5 procent voor defensie zijn een gevolg van dreiging en chantage vanuit de VS. Chantage die de VS veel oplevert omdat een flink deel van dat geld aan Amerikaanse wapens wordt besteed. Dan zien ze dat de bijdrage van de VS aan het steunen van Oekraïne nihil is omdat alle militaire steun door de Europese landen wordt betaald. Dan zien ze dat de VS hun bondgenoot Denemarken bedreigen en dat kunnen ze ook met Nederland doen. Dat deed de VS trouwens al door ongevraagd het luchtruim van de Antillen te gebruiken voor hun aanval op Venezuela.

Even een klein lesje geschiedenis voor de heren. Dat Nederland vanaf Napoleon tot aan de Tweede Wereldoorlog niet verwikkeld was in een Europese oorlog, was niet vanwege de Nederlandse kracht of kundige buitenlandse politiek. Dat was alleen omdat de Europese grootmachten Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk het elkaar niet gunden om het land te bezitten. Toen Hitler het zichzelf gunde, was het zo afgelopen met Nederland. In de door Van der Galien en Dekker gewenste wereld, zou dat zomaar weer kunnen gebeuren.

Na uittreden uit de Europese Unie staat Nederland er op alle gebieden alleen voor. Dan stort de Nederlandse doorvoerhandel in. Want waarom zouden Duitse bedrijven de moeite nemen om spullen via Nederland in te voeren? Dat is alleen maar extra papierwerk en kosten. Dan vaart die container wel door naar Hamburg of wordt in Antwerpen uitgeladen. Dan stort heel logistiek en agrarisch Nederland in. Dat eerste heeft één voordeel en dat is dat er geen lelijke logistieke dozen meer bijkomen. Nadeel is wel dat het grootste deel van de dozen die er nu staan, dan nutteloos zijn.

Even voor Van der Galien en Dekker, vrede, veiligheid en voorspoed brak in Europa uit toen Frankrijk en Duitsland inzagen dat honderdvijftig jaar van vijandschap alleen maar tot vernietiging leidde en dat een nieuwe oorlog beide landen voorgoed de vernieling in zou helpen. Daarom werd ingezet op samenwerking op Vrede en veiligheid door voorspoed.

Van der Galien maakt zich terecht druk dat: Terwijl de baantjesjagers van VVD, CDA en D66 in Den Haag nog steeds ruziën over wie er op welk pluche mag zitten in het gedoemde minderheidskabinet van Rob Jetten (…) de wereld in brand (staat).” In plaats van de jacht om het pluche het oplossen van de futiliteit ‘asielcrisis’, zouden ze zich volop moeten richten op één opgave: het bouwen van een democratische federale Europese Unie die naast het economische, ook het veiligheid- en buitenlandbeleid tot haar taken mag rekenen. Eén EU leger dat sterk genoeg is om iedereen buiten de deur te houden. Eén EU-minister van buitenlandse zaken die namens alle landen spreekt. Want dat de NAVO en ook de EU nu, zoals Van der Galien terecht constateert:reageert als een kip zonder kop.” klopt. De oorzaak daarvan is dat er niet één kip is, er zijn 27 kippen met allemaal een eigen kop die door elkaar kakelen en allemaal hun ‘eigen toon’ belangrijker vinden dan een duidelijke boodschap. Nu is niet duidelijk wie er gebeld moet worden als je ‘Europa’ wilt spreken. Dat moet duidelijk worden en dat wordt het pas als de Europese Unie op het gebied van buitenlandbeleid en defensie met één Europese mond spreekt. Dan is er één kip met één kop. Als Dekker en Van der Galien hun zin krijgen blijven er 27 kippen van verschillend formaat en daar zullen de grootmachten zich niets van aantrekken. Die minister van dat uit de EU en NAVO getreden Nederland zoals de beide heren willen, zal niets in de melk te brokkelen hebben. Die zal, als hij zijn Amerikaanse collega belt, een bandje aan de lijn krijgen met de tekst: ‘er zijn nog vijftig wachtenden voor u.’ Als hij al het telefoonnummer van die collega krijgt. Die minister is niet meer dan een slachtknip.

Uitgelicht

Election Files 12: Iets nieuws doen

Doe iets nieuws is de titel van het verkiezingsprogramma van Volt. Voor degenen die op de bespreking van de programma’s van het CDA en D66 zitten te wachten, die moeten nog even langer wachten; eerst Volt. Want met de bespreking van het programma van Volt kom ik een belofte aan mijn zoon na. Hij leest de besprekingen van de programma’s voordat ze worden gepubliceerd. Toen ik aangaf dat ik niet van plan was om ze allemaal te bespreken, vroeg hij of ik het programma van Volt wel wilde bespreken. Daarop zei ik JA en belofte maakt schuld. Terug naar Doe iets nieuws, en iets nieuws doet Volt. Het programma bevat enkele keuzes die we, zeker in vergelijking met de andere partijen, ‘nieuw’ mogen noemen. “Wij kiezen voor nieuwe onverwachte ideeën om de vastgelopen politiek definitief uit het slop te halen. Kneiterprogressieve ideeën voorbij de waan van de dag.”1 aldus partijleider Laurens Dassen in zijn inleiding. Dus dan maar eens beoordelen of die ideeën ‘de vastgelopen politiek uit het slop halen.’ En zoals bij alle besprekingen, begin ik met de conclusie.

Bron: Flickr

Conclusie

Om het programma te lezen, moet je even de tijd nemen. 145 pagina’s waarvan vier pagina’s inhoudsopgave. De overige pagina’s betreft de inhoud met redelijk veel tekst maar wel voor het overgrote deel in korte duidelijke zinnen. Zoveel pagina’s en toch ontbreekt het belangrijkste en dat is een analyse. Als je ‘de vastgelopen politiek uit het slop wilt halen’ zoals de partij wil, dan met je duidelijk maken hoe de politiek in dat slop is gekomen. Welke keuzes, gebeurtenissen en reacties op gebeurtenissen hebben gemaakt dat we nu ‘in het slop’ zitten. Maken dus duidelijk waaruit ‘het slop’ bestaat. Pas als we dat duidelijk hebben, kunnen we goed beoordelen of het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt het juiste is om uit het slop te komen.

Het belangrijkste ‘nieuwe’ van Volt is de radicale keuze voor de Europese Unie als schaal waar de oplossing wordt gezocht. Daar zijn goede redenen voor te geven, alleen wordt niet onderbouwd waarom dat de beste keuze is. Het ontbreekt aan een analyse. Ook herbergt die keuze een risico. We kiezen op 29 oktober een nieuwe Tweede Kamer die aan de slag moet voor Nederland. Wat doet Volt als haar Europese keuze onmogelijk wordt omdat andere landen een andere keuze maken. Als die niet gaan voor een Europees leger of ‘Silicon Europa’ maar voor een landelijke variant?

Ook ‘nieuw’ is het basisinkomen. Een idee waarmee meerdere ‘vliegen in een klap’ worden geslagen. Alleen worden het ‘verhaal achter die klap’ niet verteld. Niet verteld wordt dat een onvoorwaardelijk basisinkomen, een gift van de gemeenschap aan het individu, een morele vertrouwensband en verplichting schept op een manier die in de menselijke geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld. Een vertrouwensband in een samenleving waar vertrouwen dun gezaaid is. Ook wordt onvoldoende tot niet uitgelegd hoe de invoering van een basisinkomen meerdere actuele problemen van een oplossing voorziet.

Volt zet fors in op de verbindende kracht van kunst en cultuur. En dan niet van cultuur als iets statisch, maar cultuur als iets wat steeds in ontwikkeling is en waar het verleden in lijn wordt gebracht met de hedendaagse verwachtingen voor de toekomst. En ja, kunst en cultuur kunnen verbinden. Dat is echter geen wet van Meden en Perzen. Kunst en cultuur kunnen ook verdelen en vervreemden.

Als laatste (in deze bespreking) wil Volt onze democratie aanvullen en verbeteren. Van 150 naar 250 Kamerleden, een permanent burgerberaad dat incidentele burger beraden kan instellen, met ondersteuning voor Kamerleden. Allemaal aardige ideeën maar het wordt niet duidelijk welke problemen ermee worden opgelost. Ook wordt niet duidelijk hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het ontbreekt ook hier aan een analyse,

Nu is Doe iets nieuws niet het enige programma dat lijdt onder een gebrek aan analyse. Daar lijden alle programma’s die ik tot nu toe heb besproken aan. Bij Doe iets nieuws is dat bijzonder jammer omdat het programma werkelijk andere plannen en ideeën bevat dan de andere partijen. Plannen en ideeën die goed zouden kunnen werken, of in ieder geval beter dan de wat traditionelere plannen en ideeën van andere partijen. Dat maakt het jammer dat een goede analyse en dus onderbouwing ontbreekt. Want die goede onderbouwing zou de ideeën sterker kunnen maken en meer mensen kunnen overtuigen en enthousiasmeren.

Het slop

“De hitte brak deze zomer weer alle records met fikse bosbranden overal in Europa. … Vervuilende industrieën en de intensieve landbouw worden nog steeds uit de wind gehouden. De welvaart is ongelijker verdeeld dan ooit. Het ontbreekt aan nieuwe huizen voor jonge mensen en starters, en de vermogensverschillen nemen hand over hand toe. Terwijl Europa zich door de onbetrouwbaarheid van Trump, de agressie van Poetin en de genocide van Netanyahu uit elkaar laat spelen, verstopt Nederland zich achter de dijken. De tech bro’s Musk, Bezos en Zuckerberg krijgen alle ruimte om AI voor hun eigen businessmodel in te zetten. Om vervolgens op hun sociale media nog meer haatberichten en politieke leugens te verspreiden om onze democratieën te ondermijnen,” aldus Dassen in zijn inleiding, en hij verzucht: “En wat doet de oude politiek? Helemaal niets.” Hij vraagt zich af: “Waar (…) de wilskracht en de overtuiging (is) om onze Europese waarden te beschermen? De oude politiek met hun belangen in het establishment doet helemaal niets. Ze zijn niet in staat om nieuwe oplossingen te bieden waar we al zo lang naar snakken. De politiek zit muurvast. We gaan eerder achter- dan vooruit.” Een conclusie waar veel voor is te zeggen. Wat echter ontbreekt is een goede analyse. Een ontbrekende analyse zagen we al bij meer – en eigenlijk alle – partijen. Waaraan ligt het dat er ‘niets’ gebeurt? Dat er geen oplossingen komen? Wat zorgt ervoor dat vervuilende bedrijven uit de wind worden gehouden? Dat de Tech-bro’s alle ruimte krijgen om AI in te zetten om ons te overstelpen met ‘haatberichten en politieke leugens’? Helaas ontbreekt die analyse in het programma. Wellicht is ze wel gemaakt want ‘het nieuws’ dat Volt wil wijst wel in die richting. Met de analyse erbij, zou dat ‘nieuws’ met meer kracht worden gebracht. En nee, die analyse opnemen zou niet tot meer dan de nu al 145 pagina’s hoeven te leiden. Die had ervoor kunnen zorgen dat de vele pagina’s met puntsgewijze opsommingen van detailmaatregelen veel korter had gekund. Wellicht iets voor de volgende keer. Over naar het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt.

Stop TATA Steel

Het eerste nieuws: “Tata Steel moet zo snel mogelijk sluiten. Waarom miljarden aan belastinggeld pompen in een bedrijf dat ons ziek maakt, vervuilt en enorm veel water verspilt? Er zijn andere plekken in de EU waar wel op korte termijn groen staal gemaakt kan worden. Als we Tata Steel sluiten, verminderen we in een klap de CO₂-uitstoot en maken we ruimte voor Tata-stad met duurzame bedrijven en klimaatvriendelijke woningen. Zo zorgen we voor nieuwe banen in deze toekomstgerichte stad. We laten zien hoe het wél kan.”2 Dat is inderdaad iets nieuws en een duidelijke keuze. Een duidelijke keuze in een rijtje duidelijke keuzes gericht op het klimaatneutraal zijn van Nederland en de Europese Unie in 2040: “We kiezen daarom voor een helder en ambitieus klimaatbeleid. We leggen wettelijk vast dat we in 2040 klimaatneutraal zijn. Geen vage beloften, maar duidelijke afspraken. In Nederland en in de EU. Het klimaatbeleid wordt eerlijker. We stoppen met fossiele energie. We maken ons continent beter bestand tegen de gevolgen van het veranderende klimaat. Niet afwachten, maar samen bouwen aan die leefbare toekomst.” De partij kiest voor een gezamenlijke Europese aanpak. Dat betekent: “investeren in één gecoördineerde Europese aanpak om klimaatneutraliteit en energieonafhankelijkheid te bereiken in plaats van de 27 verschillende nationale aanpakken. Zo voorkomen we dat armere lidstaten achterblijven.”3 Stoppen met TATA is daarvan een voorbeeld. Als het elders in Europa sneller schoon kan, dan kiest de partij daarvoor. Dat is inderdaad ‘nieuw’ ten opzicht van alle andere partijen. De partij kiest voor de Europese ‘wij’, niet voor de Nederlandse ‘ik’. Dat is vernieuwend en aantrekkelijk. Op Europese schaal zijn oplossingen mogelijk die we op nationale schaal niet kunnen realiseren en dat is een interessante en aantrekkelijke keuze. Dat het kan werken, laat het Nederlandse verleden zien. Neem de waterschappen, onze oudste democratische bestuurslaag waarin landeigenaren samenwerkten om droge voeten te houden. Samenwerking maakte betere oplossingen mogelijk tegen lagere kosten. Of neem de Republiek, een samenraapsel van zeven provinciën dat gezamenlijk de Spaanse wereldmacht versloeg. Iets wat ze zonder samenwerking niet was gelukt. Samen waren ze sterker en een sterke overheid is onmisbaar. De keuze voor Europa biedt kansen en mogelijkheden om zaken los te trekken.

Radicaal Europees

Iets nieuws dat de partij niet noemt, maar wat het programma wel uitstraalt, is de keuze voor de Europese Unie. Niet alleen op het gebied van klimaat zet vol in op de Europese samenwerking. Zo wil de partij, ook een van de ‘nieuwe’ zaken: “bouwen aan een Europees leger, want samen staan we sterker dan alleen.”4 En iets anders ‘nieuws’, wil de partij ook op Europees niveau: “Wij bouwen onze eigen Silicon Europa. Wij kiezen voor een Europees Tech Fund dat risicovolle investeringen doet in innovaties zoals AI, kwantumtechnologie en biotech. Van Brainport in Eindhoven tot Halicon Valley in Finland: samen maken we één digitale krachtbron.”5 Ook komt er: “een Europese organisatie die het spoor coördineert. Deze organisatie onderzoekt welke knelpunten er zijn en waar we moeten investeren.”6 Komt Frontex: “los te staan van nationale regeringen en legt verantwoording af aan het Europees Parlement,” en vormen: “ Open grenzen (…) de kern van een verenigd, vreedzaam en solidair Europa.”7 Moet de Europese Unie: “een sterke speler zijn die haar waarden en belangen kan beschermen in een wereld waar grootmachten steeds meer inzetten op machtspolitiek en invloedssferen.” En daarvoor is: “een Europese minister van Buitenlandse Zaken met een groot mandaat om namens de EU de wereld in te gaan.”8 Ook strijdt de partij: “voor een sterk, democratisch, federaal Europa.” Dat federaal Europa moet worden bestuurd door: “een regering die verantwoording aflegt aan democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. De Europese Commissie wordt opgeheven. Er wordt na de Europese verkiezingen een meerderheidscoalitie gevormd met partijen uit het Europees Parlement, aangestuurd door een Europese minister-president. Zij vormen een regering en sluiten een regeerakkoord.” Ook moet de kiezer: “kunnen stemmen op alle kandidaten binnen de EU. Er komt één Europese kandidatenlijst met genderpariteit.”9 Radicale keuzes die veel verder gaan dan andere partijen voorstellen. Keuzes die de kans vergroten dat zaken worden vlotgetrokken. Keuzes die de Europese democratie versterken en dat is nodig. Want zonder een sterke overheid kan er geen sterke markt zijn, aldus de politiek-econoom Dani Rodrik: “governments are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage de macroeconomy.” En ook omdat: “they are needed to reserve the legitimacy of markets by protecting people from risks that insecure markets bring with them.”10 Sociale wetgeving en zekerheden voor mensen zijn volgens Rodrik de andere kant van de medaille van een open economie. Rodrik signaleert hierbij een spanningsveld. Hij schets hier wat hij noemt het The Political Trilemma of the World Economy. Dat trilemma bestaat erin een balans te vinden tussen de natiestaat, de hyperglobalisering en democratische politiek die ieder een punt van een driehoek vormen. Daarmee kom ik weer bij het ontbreken van een analyse van het probleem.

Rodrik biedt met zijn trilemma zo’n analyse. De economie van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit hyperglobalization. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. Een ontwikkeling die zijn aanvang neemt met het liberaliseren van de kapitaalmarkt in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en de oprichting van de WTO.11

De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. Een kleine groep profiteert, terwijl het grootste deel van de bevolking van een land er de nadelen van ondervind. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Ontwikkelingen die worden verkocht door ze in een positief ‘frame’ te plaatsten. Zo worden de toenemende onzekerheden voor werknemers verkocht met de term flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het tegenovergestelde van flexibel is immers star en wie wil er nou star genoemd worden? De afbraak van de sociale zekerheid wordt modernisering genoemd. Ook hier weer: wie wil er van het tegenovergestelde (ouderwets) worden beschuldigd? De neoliberalen blinken uit in het gebruik van taal en het gebruik van framing.

Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door haar bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk wordt gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. We moeten kiezen tussen twee van de drie hoekpunten; alle drie is, volgens Rodrik, niet mogelijk. Tot nu toe is er gekozen voor de hoekpunten hyperglobalizering en de natiestaat. Alleen blijken die natiestaten individueel te klein om potten te breken en is de manier waarop er nu wordt samengewerkt, te onmachtig. Volt lijkt te kiezen voor de Europese Unie als natiestaat aan de ene kant en voor democratische politiek als de andere hoek. De keuze voor een Silicon Europa wijst in die richting. De partij wil zo: “een autonoom Europa,”12 bouwen. Een keuze die veel van de huidige problemen van een oplossing en antwoord voorziet. Alleen laat de partij bij het versterken van Europa een instituut buiten beschouwing en dat is de Europese raad van ministers. De geregelde vergadering van ministers en uiteindelijke leiders van landen, die een belangrijke rol spelen in de besluitvorming. Hoe die raad in de voorgestelde structuur past, wordt niet duidelijk. En daarmee zijn we weer bij het ontbreken van een analyse. Want pas dan kun je goed beoordelen of de oplossing het geconstateerde probleem oplost.

Radicaal kiezen voor Europa kent een belangrijke maar. We kiezen in 29 oktober de Nederlandse Tweede Kamer. Die moet aan de slag met het aanpakken van problemen waar we in Nederland mee kampen. Nu zijn dat veelal dezelfde problemen die ook in andere landen spelen. Daarom is samenwerken bij het aanpakken ervan zeer aan te bevelen. Om te kunnen samenwerken heb je echter de ander nodig. In dit geval de andere 26 Europese landen. Wat als die dat niet willen?

Basisinkomen

Het tweede ‘nieuws’ betreft het toewerken naar een basisinkomen. In de bespreking van het programma van GroenLinks-PvdA refereerde ik er al aan. “Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen de ruimte krijgen om in alle vrijheid hun keuzes te maken om zo hun talenten te ontwikkelen en schulden te vermijden. … Toen de partij het basisinkomen meenam in de CPB-doorrekeningen van 2023 halveerde dit plan de armoede van 6.1% naar 2.8% en daalde de werkloosheid. Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen centraal staan in de samenleving.”13 Dat basisinkomen: “zorgt voor goede startkansen voor jonge mensen en geeft iedereen de vrijheid om de juiste keuzes te maken in het leven. Het complexe systeem van toeslagen kan de prullenbak in. … Al deze regelingen worden afgedekt door invoering van het nieuwe basisinkomen en door uitbreiding van de inkomstenbelasting met een aantal schijven.”14 Die belastingschijven worden op zo’n manier: “aan(gepast) dat niemand meer onder het sociaal minimum hoeft te leven. Over het algemeen zullen de tarieven lager worden, om de belastingdruk op arbeid te verminderen.” Hierbij maakt het: “voor het belastingtarief (niet uit) of inkomsten worden verkregen uit arbeid, onderneming, winst uit een vennootschap of winst uit vermogen.”15 Niet alleen het basisinkomen is hierbij nieuw. Het hangt samen met een heel nieuw belastingstelsel en stelsel van sociale zekerheid. Een logische keuze omdat het principe van een basisinkomen voor iedereen, een heel andere manier is van het bieden van sociale zekerheid dan regelingen voor specifieke gevallen.

Het principe van een basisinkomen en de manier waarop Volt het wil invoeren, trekt verschillende problemen waar politiek en bestuurlijk Nederland al lange tijd tegenaan kijkt uit ‘het slop’. Zo vergt ons huidige sociale zekerheidsstelsel veel menskracht om het uit te voeren. Is het zo complex dat veel burgers erin verdwalen. Is het sinds Rudings ‘tante Truus’ in toenemende mate gestoeld op wantrouwen. Is ons toeslagenstelsel zo vormgegeven dat meer inkomen uit arbeid lang niet altijd meer netto te besteden inkomen betekent. Is ons belastingstelsel zo vormgegeven dat inkomen uit arbeid anders en vooral zwaarder wordt belast dan inkomsten uit vermogen waardoor het niet de sterkste schouders zijn die de zwaarste lasten dragen. Het voorstel van Volt pakt al deze zaken aan. Bij de invoering van een basisinkomen zullen zich vast nog wat hobbels voordoen. In de basis is het een interessant idee. Een idee waarmee aan genoemde drie problemen waar we al jaren tegenaan kijken, wordt gewerkt. Bovendien biedt het een mogelijkheid om ook iets te doen aan een vierde probleem en dat is het gebrek aan ‘samen’ in onze samenleving. Een basisinkomen straalt uit dat je erbij hoort. En dan hebben we nog niet gesproken over de gevolgen van een basisinkomen voor de (geestelijke) gezondheid.

Jammer genoeg ontbreekt dat bredere verhaal. Het verhaal dat de filosofen Hans Achterhuis en Nico Koning schetsten in hun boek De kunst van het vreedzaam vechten. Het verhaal dat ermee begint dat een gift in traditionele samenlevingen een belangrijke rol vervulde. Een gift was geen individuele handeling was, maar een maatschappelijke verplichting waaraan een individu zich niet kon onttrekken zonder uitgestoten te worden. Bij een giftrelatie ontstond een schuldbalans tussen gever en nemer. Iemand kreeg iets van de gemeenschap en dat gaf de zekerheid erbij te horen en dat erbij horen kwam met de morele plicht. De gift versterkte de onderlinge betrokkenheid binnen de groep. En iemand die de code of vrijgevigheid van de groep negeert, snijdt zichzelf af van de gemeenschap en wordt een buitenstaander.

Achterhuis en Koning onderscheiden zes manier waarop een mens kan komen aan die zaken die nodig zijn om te overleven. Zes manieren van toe-eigening zoals zij het noemen, dat zijn:

  1. De individuele productie: dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt. Aangezien de mens van nature een ‘groepsdier’ is, is deze vorm van verwerven niet zo belangrijk als we zouden denken.
  2. Het huishouden: de gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus verwerven geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Verlangens waren daarmee bijna altijd verlangens van het huishouden. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten, het huishouden kon bestaan uit het dorp, de clan of de groep.
  3. Toedeling: een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. Tussen hoogste en laagste kunnen meerdere niveaus zitten waarbij het hogere niveau steeds toedeelt aan het lagere. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. Schenking: hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. de relatie wordt verzwaard.
  5. Handel (ruilen): kenmerk van ruil (en dat is handel) is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. Roof: daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen.

De markt is tegenwoordig de dominantste vorm van toe-eigening, een vorm die niet inzet op de relatie. Meer markt betekent minder relatie, minder samenleven en dus een ander soort samenleving.16 Een onvoorwaardelijk basisinkomen is een gift van de gemeenschap aan het individu en benadrukt daarmee de relatie tussen de gemeenschap en het individu. Helaas ontbreekt zo’n soort analyse.

Liefdevolle samenleving

Een liefdevolle samenleving. Nu lijkt mij dat er geen enkele partij een ‘liefdeloze samenleving’ beoogt. Dat maakt het streven naar een liefdevolle samenleving niet ‘nieuw’. Ook de manier waarop de partij liefdevol invult is niet nieuw. Dat: “Mensenrechten (…) voorop (staan) in alles wat we doen. Zodat iedereen zich thuis voelt in Nederland, ook in de toekomst.” onderstrepen veel meer partijen en dat onderstrepen ze ook al veel langer.

Een ander nieuws ‘kunst en cultuur belangrijk maken’ is een middel om tot de samenleving liefdevoller te maken, al kun je je ook daarvan afvragen hoe nieuw het is. “Muziek, theater, de fanfare, het poppodium, het boek op je nachtkastje of een mooie film. Het inspireert tot nieuwe ideeën en brengt ons samen. Kunst zet je aan tot denken. Laat ons ervaren hoe het leven van een ander eruitziet. En we genieten ervan. Kunst en cultuur zijn belangrijk. Daarom maken we hier meer geld voor vrij. Dat is nodig voor een verbonden toekomst.”17 het programma bevat een uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. Nieuw is dit echter niet, eerder hernieuwend na jaren waarin kunst in partijprogramma’s alleen maar werd genoemd in combinatie met bezuiniging. De partij kiest ervoor omdat: “Kunst, muziek, theater en literatuur verrijken ons leven. Ze geven plezier, verbinden mensen, bieden een nieuwe blik op de wereld en maken moeilijke onderwerpen bespreekbaar. Kunst kan troosten, uitdagen en inspireren. In een tijd waarin we zoeken naar nieuwe ideeën en meer samenhang in de samenleving, is kunst geen luxe, maar pure noodzaak.” En in een tijdsgewricht waar mensen steeds vaker tegenover elkaar staan omdat de nadruk wordt gelegd op wat ons scheidt in plaats van bindt. Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken heeft Doe iets nieuws de meest uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. De partij wil dat: “kunst toegankelijk is voor iedereen.” Ze wil dat de: “ rijke cultuursector (…) meegroeit met onze veranderende wereld en waarmee we ons verleden een plek geven in de toekomst. Ze vormt het hart van onze samenleving.”18 En ook dit wil de partij weer Europees aanpakken.

Dat cultuur het hart van de samenleving is, is voor mij een open deur. Dat cultuur meer is dan de ‘sinterklaastraditie’ en ‘vuurwerk afsteken’ en ‘koningsdag’, staat voor mij als een paal boven water. Net zoals het feit dat cultuur zich ontwikkelt. Ze verandert en vernieuwt zich. Zo zal een Venlose Vastelaovesvierder uit 1950 zich verbazen over de manier waarop het feest nu wordt gevierd. En die verbazing zal veel verder strekken dan zijn verbazing over het gebrek aan mensen die op woensdag in de kerk ‘ut assekruutske’ gaan halen. Hij zal zich er niet over verbazen dat de Vastelaovend nog steeds een belangrijke plek inneemt in de Venlose cultuur. Tradities die zich niet ontwikkelen, zijn ten dode opgeschreven.

Toch zou iets meer uitleg of analyse over de plek die cultuur inneemt in het leven van de mens en de rol die kunst hierbij speelt, het pleidooi versterken. Vooral de relatie tussen kunst en cultuur en die liefdevollere samenleving verdient nadere uitleg. Kunst en cultuur zijn namelijk niet per definitie liefdevol en verbinden. Cultuur vormde namelijk ook het hart van slavensamenlevingen. Ze vormde ook het hart van het martiale oude Sparta en van Hitler Duitsland. Cultuur verbindt, maar verbindt het ook automatisch iedereen?

Onze democratie

Dan iets ‘nieuws’ dat niet in de opsomming van nieuwe zaken staat in het begin van het programma: “Ga voor democratie.” Het zesde hoofdstuk van het programma. De hierboven al genoemde hervorming van de Europse Unie is onderdeel van dit hoofdstuk. Omdat ik die hierboven al heb besproken, laat ik die hier verder buiten beschouwing en concentreer ik me op wat de partij in Nederland wil. “Vrijheid, gelijkheid en solidariteit vormen de kern van onze democratie. Maar die waarden staan wereldwijd onder druk. Ook in Nederland en de Europese Unie (EU). In Hongarije onderdrukt Orbán de rechten van lhbtqia+’ers. Italië zet vluchtelingen zonder oog voor menselijkheid het land uit. En in Nederland zetten rechtsextremisme en polarisatie onze democratie onder druk. Waar andere partijen kiezen voor verdeeldheid, kiezen wij voor verbinding. We kijken niet toe. Met nieuwe ideeën maken we onze democratie klaar voor de toekomst.” Zo opent het hoofdstuk.

Als eerste wil de partij: “de Tweede Kamer uit(breiden) van 150 naar 250 zetels. Onze Tweede Kamer is namelijk te klein, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Een grotere Tweede Kamer is nodig om de wetgevende en controlerende taak van de Tweede Kamer te versterken, en vooral om de taak van volksvertegenwoordiging beter te vervullen.”19 Dat kan. Het Nederlandse parlement is klein in vergelijking met parlementen in andere landen. Volgens deze logica zou een groter parlement beter functioneren. Maar als we naar de resultaten in die andere landen kijken, dan zien we dat de resultaten daar ook te wensen over laten. Het probleem zou wel eens kunnen zijn dat het vervullen van de wetgevende en controlerende taak je als politicus geen herverkiezing oplevert.

Ook wil Volt: “het allereerste, nationale, permanente burgerberaad ter wereld op(richten).” Dit burgerberaad wordt: “verantwoordelijk voor het organiseren van burgerberaden in Nederland.” Dat permanente burgerberaad is:“Een groep ingelote inwoners (…) – al dan niet in samenspraak met de politiek – burgerberaden agenderen over onderwerpen die hen na aan het hart liggen, zoals zorg, het klimaat of pensioenen.” Een soort agendaclub die een vraag uitzet. Een vraag die wordt beantwoord door een burgerberaad dat zich specifiek met dat thema gaat bezighouden. En waarvan de: “aanbevelingen (…) door de politiek serieus (worden) meegenomen in de besluitvorming.” En op dat serieus nemen ziet: “Het permanente burgerberaad (…)toe.”20 Dat is inderdaad iets ‘nieuws’. Maar voor welk probleem is het een oplossingen en hoe verhoudt het zich tot het eerste voorstel om de Kamer te vergroten tot 250 leden en het voorstel om: “op elk bestuursniveau een minimumnorm voor ondersteuning van fracties vast te stellen, ten minste gelijk aan het Europese gemiddelde”​? Of tot: “het invoeren van een parlementaire wetsverkenning.” Waarmee: “de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer”21 Dat maakt het programma niet duidelijk en dat is jammer. De analyse met daarin de samenhang ontbreekt.

Een democratie is nooit af of perfect. Dus dat partijen voorstellen doen eraan te werken is niet verkeerd. Maar dan wel met een onderbouwing. De Franse denker over democratie Pierre Rosanvallon biedt aanknopingspunten. Democratie herbergt, volgens Roasanvallon, een belofte en een probleem:“a promise insofar as democracy reflected the needs of societies founded on the dual imperative of equality an autonomy; and problem, insofar as these noble ideals were al long way from being realised.” En overal waar: “democracy was tried, it remained incomplete – in some places grossly perverted, in others subtly constricted, in still others systematically thwarted. In a sense there has never been a fully ‘democratic’ regime, if we take the word in its fullest sense.”22 Nooit af en dus kan er altijd ontwikkeld worden. In zijn Spinozalezing van 2012 constateert Rosanvallon ‘democratische onbepaaldheid’ een begrip dat hij als volgt definieert: “het subject van de democratie, haar doel en procedures (gaan samen) met spanningen ambiguïteiten, paradoxen, aporieën, asymmetrie en overlappingen die de definitie en het begrip ervan problematisch maken en derhalve ook een bron zijn van de vele vormen van ontgoocheling.”23 Rosanvallon onderscheidt er vijf.

Als eerste zijn er structurele spanningen. Die openbaren zich bij de keuze van de volksvertegenwoordigers. In een volksvertegenwoordiger zoeken we twee kwaliteiten. Als eerste ‘nabijheid’: kan ik me herkennen in de volksvertegenwoordiger, of zoals Rosanvallon het beschrijft: “de vertegenwoordiger als valoriserende stand-in, getrouwe uitdrukking en stem van de vertegenwoordigde.” De partij GeenPeil zette tijdens de verkiezingen van 2017 extreem in op ‘nabijheid’. De partij beloofde alle stemmingen via digitale peiling aan het volk voor te leggen en in de Kamer vervolgens te stemmen naar de uitkomst van de peiling. De tweede kwaliteit die we zoeken in een volksvertegenwoordiger is ‘geschiktheid’: “de vertegenwoordiger als vertrouwensman, geïnformeerde afgevaardigde,” aldus Rosanvallon. Twee kwaliteiten die: “elkaar vaak uitsluiten en moeilijk in één vertegenwoordiger te verenigen zijn.” En, zo vervolgt hij: “Bovendien verwijzen ze vaak naar de waardering van twee verschillende politieke momenten: dat van de verkiezingscampagne en dat van de regeringsdaad.” Probleem is dat we allebei zoeken. Het vergroten van de Kamer naar 250 leden verandert hier niets aan. Sterker nog, het zou wel eens averechts kunnen werken omdat er dan 250 in plaats van 150 mensen de aandacht op zich willen vestigen. Die vooraan willen staan bij het ‘vragenuurtje’, Kamervragen stellen en moties in dienen om ergens aandacht op te vestigen.

De tweede ambiguïteit vloeit, volgens Rosanvallon: “voort uit het niet overlappen van twee constitutieve definities van hetzelfde object.” Dat object is ‘het volk’. “Het volk is zowel het korps van burgers, dat naar een idee van eenheid, een vorm van totaliteit verwijst, als een sociale vorm, die diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid impliceert.” Volgens Rosanvallon is het volk onmisbaar in een democratie, ook al is het zoals hij beweert: “in de democratie structureel nergens te vinden.” 1n de eerste prikker in deze Election Files serie besteedde ik aandacht aan de verschillende betekenissen van het begrip volk. Die sloot ik af met de woorden: “‘Het volk’ zit op veel meer plekken, wordt op veel verschillende manieren vertegenwoordigt en spreekt zich op veel verschillende manieren uit.” Een burgerberaad lost de diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid niet op. Het kan helpen om bij het komen tot een meer gedragen oplossing. Maar dat kun je ook op andere manier bereiken. Bijvoorbeeld door het idee om de Kamer al vroeg de hoofdlijnen te laten onderzoeken.

Als derde constateert Roasanvallon ‘functionele asymmetrieën: “Als we in aanmerking nemen dat de democratie het dubbele doel heeft de bestuurders te legitimeren en de bestuurden te beschermen, dan moeten we wel vaststellen dat die twee functies elkaar niet kunnen dekken. De legitimering berust op het vormen van een vertrouwensband tussen bestuurders en bestuurden, terwijl de bescherming van de bestuurden juist uitnodigt tot het organiseren van het wantrouwen” De coronapandemie bracht deze asymmetrie duidelijk naar voren. Maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, roepen veel verzet en wantrouwen op en de legitimiteit van de maatregelen wordt ter discussie gesteld.

Als vierde moeten we democratie zien in haar tijd en ruimte. Volgens Rosanvallon: “is er een duidelijk verschil tussen een democratie op het moment van haar constitutie en een permanente democratie.” Wat democratisch is en welke instituties er nodig zijn verschilt in de tijd. Rosanvallon geeft een voorbeeld: “Op het moment van de Franse Revolutie leek het ondenkbaar om vertegenwoordigers te kiezen voor de duur van meer dan een jaar; bovendien werd er elke week een nieuwe voorzitter van het parlement gekozen!” Naast ‘tijd’ kan ook ‘ruimte’ variëren. Met ‘ruimte’ bedoelt hij dat wat de kern is van de democratie: “lange tijd heeft men gedacht dat het gezin de werkelijke school van de democratie was, omdat men in het gezin er het duidelijkst vorm aan geeft. Anderen zeiden dat het lokale niveau de school van de democratie is, omdat de vanzelfsprekendheid van de gemeenschap zich niet hoeft uit te drukken door middel van de oprichting van een institutie. De groep bestaat er direct als gemeenschap.” De recente decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten werd onderbouwd met argumenten in deze lijn. Sinds het midden van de negentiende eeuw is de natie echter, om Rosanvallons woorden te gebruiken, dé school van de democratie. Tegenwoordig ondervindt die school concurrentie van het nieuwe supranationale, namelijk de Europese Unie maar ook van het lokale. Bij het aanpakken van de klimaatproblematiek speelt ‘ruimte’ een belangrijke rol. Klimaat trekt zich immers niets aan van door de mens verzonnen zaken als landsgrenzen.

Als laatste kent democratie, zoals Rosanvallon het noemt: “pluraliteit van vormen en domeinen.” Wat moeten we hieronder verstaan? “De democratie is natuurlijk een politiek stelsel. Maar ze omschrijft ook vormen van burgeractiviteit, die verder reiken dan alleen deelname aan verkiezingen: debat, het woord nemen, informatie, participatie, betrokkenheid. Ze is ten slotte een samenlevingsvorm die gebaseerd is op het project een wereld van gelijken op te bouwen.” Een wereld van gelijken waarbij iedereen betrokken is, iedereen het woord kan nemen, zich kan informeren en kan deelnemen.

De plannen van Volt grijpen hierin in en zullen, als we Rosanvallon mogen geloven, niet leiden tot de ultieme en eeuwige democratie. Maar andere tijden vragen om een anders vormgegeven democratie. Hoe anders, dat moet onderwerp van discussie zijn maar dan wel op basis van een gedegen analyse.

1 Doe iets nieuws, pagina 2. Doe iets nieuws is te vinden via: https://voltnederland.org/storage/doc/volt_concept_verkiezingsprogramma_2025.pdf

2 Idem, pagina 4

3 Idem, pagina 12

4 Idem, pagina 105

5 Idem, pagina 4

6 Idem, pagina 27

7 Idem, pagina 74-75

8 Idem, pagina 108

9 Idem, pagina 129

10 Dani Rodrik,The Globalization Paradox. Democracy and the Future of the World Economy, pagina 19

11 Idem, pagina 76

12 I Doe iets nieuws ,pagina 4

13 Idem, pagina 4

14 Idem, pagina 43

15Idem, pagina 46

16 Hans Achterhuis en Nico Koning, De kunst van het vreedzaam vechten, pagina 406-419

17Doe iets nieuws, pagina 5

18 Idem, pagina 68

19 Idem, pagina 133

20 Idem, pagina 133

21 Idem. Pagina 133

22 Pierre Rosanvallon, Counter-democracy. Politics in an Age of Distrust, pagina 2

23De Spinozalezing waaruit ik hierin en ook hieronder citeer is opgenomen in: Pierre Rosanvallon, Democratie en Tegendemocratie, pagina 65-89.

Uitgelicht

Het Russische gevaar

Ondanks dat de oorlog in onze voortuin volop gaande is, willen we de verdediging niet in onze achtertuin,”aldus Tom Lash in een artikel bij De Correspondent. Lash maakt zich zorgen over de vele bezwaren en beren op de weg naar een sterk leger. “Het gaat niet om netjes. Het gaat om snel.” Zo eindigt hij zijn betoog. Want: “Wil Europa zelf ook nog iets te zeggen hebben, dan moeten we ook op militair gebied op eigen benen kunnen staan. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we in Nederland echt anders gaan kijken naar hoeveel we bereid zijn op te offeren voor onze eigen veiligheid. Dat hoeven geen Noord-Koreaanse toestanden te worden, maar iets minder polder, en iets meer loopgraaf, kan geen kwaad.” En snel betekent dat ‘heilige huisjes’ soms wat minder ‘heilig’ zijn. Dat gaat mij toch iets te snel.

Het klopt, zoals Lash schrijft dat het gros van de politieke partijen aan boord is voor een groter leger. Zelfs de Partij voor de Dieren. En ik ben ook aan boord voor een Europa, of beter gezegd een Europese Unie, die militair op eigen benen staat. En ja: “Terwijl in het oosten een gevaarlijke gek een land platwalst,” zit er, “in het westen een gevaarlijke gek (die) betwijfelt of hij nog zin heeft ons te helpen.” Dat vraagt om actie, maar dan wel de juiste actie. Die juiste actie moet beginnen met een goede analyse van de bedreigingen. Die goede analyse begint niet met het roepen dat er 3, 4 of 5% van het bruto binnenlands product aan defensie uitgegeven moet worden. Dat een secretaris generaal van de NAVO of een president van de Verenigde Staten dat roept, wil niet zeggen dat het moet. Geld moet niet het beginpunt zijn maar het sluitstuk. Door met geld te beginnen, kunnen we, in de huidige constellatie met private wapenfabrikanten, minder kopen voor dat geld.

De Charge of the Light Brigade. Een aanval van de Britse lichte cavalerie op de Russische troepen tijdens de Slag om Balaclava (Krimoorlog van 1854). De Britse dichted Alfred, Lord Tennyson schreef hier een beroemd gedicht over dat hier te lezen is: https://www.poetryfoundation.org/poems/45319/the-charge-of-the-light-brigade.

Die analyse begint met het in kaart brengen van de bedreigingen en het beoordelen hoe groot die bedreiging is. Wat zien we dan? Dan zien we die ‘gevaarlijke gek’ in het oosten die een land platwalst. Bij een goede analyse laat je waardeoordelen en dus in dit geval ‘gevaarlijke gek’ om Poetin te beschrijven, achterwege en probeer je je in te leven in het denken van de ander. Waarom handelt en spreekt de ander op die manier? Poetin en de rest van het Russische leiderschap is daar al jaren erg duidelijk in. Hij ziet dat een mondiale tegenstrever de grenzen van zijn land steeds dichter nadert. Die tegenstrever zit in zijn ‘achtertuin’ te ‘stoken en te spelen’. De NAVO en daarmee de Verenigde Staten staan op plekken aan de Russische grens en sluiten Rusland langzaam in. Dat een dergelijke manier van denken niet vreemd is, laat de Amerikaanse president Trump nu zien met zijn uitspraken over Panama, Canada en Groenland. Die horen in de ogen van Trump tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten. Trump is hierin niet de eerste Amerikaanse president die zo denkt. Menig Midden- en Zuid-Amerikaans land kan getuigen van wat het betekent om in de Amerikaanse invloedssfeer te liggen. Het land Panama is bijvoorbeeld een resultaat van die bemoeienis door de VS want die zorgde ervoor dat het werd afgesplitst van Colombia. Maar denk ook aan Cuba en de rakettencrisis, de staatsgreep tegen Allende in Chili, het steunen van de Contra’s in Nicaragua in de jaren tachtig, de invasie van Grenada. Dit alles gaat terug op de Monroedoctrine van 1823 toen president Monroe elke vorm van Europese bemoeienis op het westelijk halfrond taboe verklaarde in de pas kort onafhankelijke naties in Zuid-Amerika. Taboe voor iedereen dus, behalve voor de Verenigde Staten.

‘Maar’, kun je nu tegenwerpen, ‘de mensen in die landen willen bij de NAVO want ze zijn bang voor de Russen en de geschiedenis geeft hen gelijk. Bovendien is de NAVO een verdedigend bondgenootschap.’ En dat is bijna allemaal feitelijk juist, maar niet de hele werkelijkheid. Het enige wat feitelijk discutabel is, is het verdedigende karakter van de NAVO. Daartoe is de NAVO inderdaad opgericht maar voor het eerst in 1992, in voormalig Joegoslavië deed de organisatie meer dan alleen verdedigen. Het bemoeide zich met een oorlog in een land dat geen van de leden van de organisatie had aangevallen. In 1999 herhaalde de organisatie dit met de oorlog met Servië en daar bleef het niet bij. Vanaf 2009 jaagt de organisatie op piraten bij de Hoorn van Afrika en in 2011 werd Libië gebombardeerd en Gadaffi verdreven. Dan naar niet de hele werkelijkheid. De geschiedenis laat inderdaad zien dat Rusland en vooral haar voorlopers, de Sovjet Unie en Tsaristisch Rusland, expansionistisch gedrag vertoonde. Wat de geschiedenis ook laat zien, is dat Rusland niet het enige land is dat dergelijk gedrag vertoonde. Als we ons beperken tot de afgelopen 250 jaar, dan kregen de Russen verschillende keren onverwacht bezoek vanuit het Westen. In 1812 kwam Napoleon op bezoek. Tussen 1853 en 1856 (de Krimoorlog) bemoeiden vooral de Fransen en Britten zich met een conflict tussen Tsaristisch Rusland en het Ottomaanse Rijk dit in een poging om te voorkomen dat de Russen de Middellandse zee zouden bereiken en daarmee een gevaar zouden vormen voor de Franse en met name de Britse imperiale aspiraties. In 1914 de As-mogendheden maar vooral het Duitse keizerrijk en de navolger van dat keizerrijk, nazi-Duitsland kwam in 1941 nogmaals op bezoek. Dit behoort ook tot de werkelijkheid. Net zoals het ook tot de ‘werkelijkheid’ behoorde dat de Chilenen in meerderheid op Allende hadden gestemd en niet op Pinochet. De werkelijkheid kan van meerdere zijden worden bekeken en vooral beoordeeld. Bij een goede analyse moet met al die zijden rekening worden gehouden en moeten ze allemaal als even ‘werkelijk’ worden beoordeeld.

Dan het ‘platwalsen’. Die Russische wals staat al zo’n twee jaar met een vastgelopen motor op de plaats te ronken. Het leger van die ‘gevaarlijke gek’ verbruikt meer wapens dan het land kan produceren en gebruikt ‘oude’ spullen om de gaten te vullen. En ook die ‘oude’ spullen raken op, net als de mankracht om te vechten. Hoe reëel is onze vrees? Bezien vanuit Nederland is die vrees niet reëel. De kans op een ‘Rus in de keuken’ om het laatste deel van de slogan waarmee de komst van kernbommen naar Nederland door de voorstanders werd verdedigd, is heel klein. Behalve wellicht als vluchteling voor het regime van Poetin. Voor een inwoner van een klein land als Letland dat grenst aan Rusland, is die kans veel groter. Voor een Pool, al zal die er emotioneel anders over denken, is die kans redelijk klein. Voor een inwoner van de Europese Unie, als die Unie zich niet uit elkaar laat spelen, is die kans iets groter dan voor een Nederlander. Iets groter maar niet zoveel. De EU heeft ongeveer 450 miljoen inwoners en dat aantal neemt nog ieder jaar toe. Rusland heeft er 145 miljoen en dat worden er ieder jaar minder. De Purchasing Power Parity bruto binnenlands product van de EU landen is bijna vier keer zo groot.

Nu zegt dat niet alles. Rusland heeft nu meer soldaten en vooral kernwapens dan de EU. Maar dan toch even voor het perspectief. 20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden. Die liep uit op een mislukking net zoals in Vietnam en in Afghanistan. Met dat laatste land delen de Verenigde Staten en Sovjet Unie die ervaring. Mochten de Russen de Oekraïners werkelijk verslaan, dan is de kans zeer groot dat de bezetting hen de nek omdraait. De kans op een Russische winst op de gezamenlijke EU landen is zeer klein en mocht dat toch gebeuren dan zal bezetting onmogelijk blijken.

Betekent dit dat we achterover kunnen leunen alsof er niets aan de hand is? Vanuit Nederlands of Spaans perspectief zou dat kunnen. Vanuit Ests perspectief is dat een groot risico. Als je het puur militair bekijkt tenminste. Maar er is meer en daarvoor richten we ons op die ‘gevaarlijke gek’ in het westen. Ook hier moeten we voor een goede analyse de waardeoordelen opzij zetten. Dan zien we een land dat tot voor kort de enige werkelijke supermacht van de wereld was, dat zich ook zo gedroeg. Alleen is de economische en militaire macht van dit land tanende. De kosten van haar militaire apparaat zijn enorm. Daar heeft het land zelf voor gekozen. Het heeft er zelf gekozen om een keur aan militaire bases over de wereld te hebben, ook in Europa. Dat deed het land niet om ons een plezier te doen, al wordt dat nu wel zo verkocht. Dat deden de VS omdat ze overal invloed wilden. Het is het goed recht van de VS om daar een einde aan te maken en zich uit landen terug te trekken en bases op te geven. Als de landen waaruit wordt teruggetrokken zich dan ‘te zwak’ vinden, dan moeten die landen daar zelf naar handelen en zich versterken. Daarbij is het voor de landen van de EU slim en verstandig om die gaten gezamenlijk op te vullen. Zo lijkt me het ontwikkelen van een satelliet informatiesysteem iets wat we beter één keer goed kunnen doen dan 27 keer een beetje. Voor tanks en schepen geldt hetzelfde. Militair hoeven we, als we als EU landen onze samenwerking uitbreiden naar het militaire gebied, Rusland niet te vrezen. In samenwerking kunnen we veel meer bereiken met de bestaande middelen en menskracht. En met iets meer middelen en menskracht maakt Rusland geen schijn van kans meer. Zeker niet als we die middelen besteden aan een sterke Europese defensie industrie. En zeker als we de ‘markt’ uit die industrie halen.

Gelukkig staat Stuurman aan wal

Soms, in mijn geval vrij vaak, lees je iets en denk je ‘wat een bijzondere gedachte’. Dat gebeurde mij toen ik in een bijdrage op LinkedIn een schrijven van Pieter Stuurman onder ogen kreeg; “Nu een einde aan de oorlog in Oekraïne mogelijk lijkt te worden, laat de Europese bestuurlijke elite haar ware gezicht zien.” Zo begint het schrijven en vervolgt iets verderop: “Nu Trump en Poetin willen onderhandelen over vrede, zien Europese leiders hun plannetjes in rook opgaan want overal klinkt agressieve oorlogstaal.” Bij het lezen moest ik denken aan de door Nietsche gebezigde term ‘Umwertung aller Werte’.

Europese leiders slaan, zo betoogt Stuurman, oorlogszuchtige taal uit en daarvan geeft hij een opsomming. Dit terwijl, zo betoogt hij, de Russische inzet vanaf het begin duidelijk was: ‘Twee dingen waren (en zijn) voor hem onacceptabel: het geweld tegen de etnisch Russische bevolking van de oostelijke provincies en een Oekraïens lidmaatschap van de NAVO. Daarin is sinds het begin van de oorlog niets veranderd. … en nooit heeft hij beweerd dat hij andere Europese landen zou willen aanvallen of op welke manier dan ook aanleiding gegeven om dat te denken.” Dit even terzijde, terug naar de ‘umwertung aller werte’ van Stuurman. “Alle hoogdravende retoriek over democratie en vrede blijkt keihard gelogen te zijn,” door die ‘oorlogszuchtige taal’ zo betoogt Stuurman en sluit zijn betoog af met: “Een schaamteloze omkering die de Europese gevestigde orde ontmaskert als het werkelijke kwaad, dat los van alle retoriek, met haar daden bewijst uit te zijn op oorlog, vernietiging en dictatuur. En dat dus niks moet hebben van vrede, de vrijheid en de democratie waarmee ze hun leugens steeds vruchtelozer proberen te maskeren.

Zou Stuurman weten dat er een oorlog is? En dat Poetins Rusland, dat volgens Stuurman vrede wil, de oorlog is begonnen? Dat Poetin de oorlogszuchtige woorden in daden heeft omgezet om het, in zijn ogen fascistische, bewind in Kyiv ten val te brengen. Zou hij weten dat er van structureel geweld tegen ethische Russen geen sprake was totdat er in 2014 ‘groene mannetjes’ in het oosten actief werden en delen van het land bezetten. Een deel, de Krim, voegde Poetin vervolgens eenzijdig toe aan Rusland. Pas met die ‘groene mannetjes’ was er sprake van geweld tegen etnische Russen, maar dan alleen de etnische Russen in die ‘groene pakken’, die het oostelijk deel van het land van Oekraïne wilden afscheiden. ‘Groene mannetjes’ die door Rusland werden gesteund en bewapend. En over Oekraïnes lidmaatschap van welke club dan ook, daar gaan Poetin en Rusland niet over. Dat is tussen Oekraïne en de NAVO-landen. Of het verstandig was, zoals de Amerikaanse president G.W. Bush in 2008 deed, om te zeggen dat hij Oekraïens en Georgisch lidmaatschap op termijn wel zag zitten, is iets heel anders.

Zou hij zich realiseren dat er ook in andere Europese landen Russen wonen en dat daar met argwaan wordt gekeken naar de manier waarop Poetin zich kwijt van zijn zelfopgelegde taak om er te zijn voor de Russen in die landen. Zou hij weten dat Poetin in een schrijven uit 2021 niet alleen de mensen uit het oosten van Oekraïne ziet als Rus, maar alle inwoners van het land. Dat een Oekraïner gewoon een Rus is. Net zoals de nazi’s dachten dat een Nederlander eigenlijk ook ‘gewoon’ een Duitser was.

Stuurman suggereert dat Rusland hierdoor geen andere keuze had dan Oekraïne aan te vallen. Er waren zeker andere keuzes mogelijk. Het was Rusland dat voor geweld en oorlog koos, niemand anders. Rusland is de oorlogszuchtige partij, niet de ‘Europese bestuurlijke elite’. Stuurman maakt zich hier schuldig aan een omkering van de werkelijkheid. Het Orwelliaanse verwijt dat hij de ‘Europese bestuurlijke elite’ maakt dat ‘oorlog, vrede is’, is veel meer op hem van toepassing.

“Bovendien zou een onderhandelde vrede Poetins oprechtheid direct aantonen,” zo beweert Stuurman. Immers: “Als hij samen met Trump tot een vredesakkoord komt en Poetin houdt zich aan zijn belofte de militaire actie vervolgens te staken, dan blijkt dat de bewering dat hij “door de Europese staten wil marcheren”kletskoek is.” Nu is Rusland niet in oorlog met de Verenigde Staten maar met Oekraïne. Een wapenstilstand en vrede moet met Oekraïne worden afgesloten, niet met Trump. Dit als eerste, niet onbelangrijke constatering. De bewering van Stuurman is een als-dan-bewering en die staat of valt met de ‘als’, in dit geval Poetin die zich aan een belofte houdt. Nu laat de geschiedenis zien, dat dit geen gegeven is. Zo heeft Poetin de akkoorden van Minsk gebroken en ook het memorandum van Boedapest uit 1994. Met dat memorandum dat Rusland samen met de Verenigde Staten en nog wat meer landen ondertekende, beloofden de ondertekenaars de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Oekraïne (en ook Wit-Rusland en Kazachstan) te eerbiedigen en zich te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld. In ruil hiervoor gaven deze drie voormalige Sovjet republieken hun kernwapens op. Helaas hebben al die landen nagelaten om op te treden toen Rusland het mede door dat land ondertekende memorandum schond. En Trump schendt het nu door het land tot een ‘grondstoffendeal’ te dwingen.

Dus mocht die ‘als’ in Stuurmans bewering niet opgaan, wat dan? Ik ben het met Stuurman ben ik het eens, maar dan om andere redenen, dat de dreiging die van Rusland uitgaat schromelijk is overdreven. Volgens Stuurman wordt die dreiging overdreven omdat Rusland ons niet bedreigt. Dat zie ik anders, maar na drie jaar vechten is de winst die het machtige Russische leger heeft geboekt, zeer beperkt. Dus ‘door ‘Europa marcheren’ zit er niet in. Bovendien is ‘marcheren’ een ding, bezetten is iets heel anders. Dat vergt meer menskracht dan Rusland op de been kan brengen. Sterker nog, het bezetten van alleen Oekraïne zal al teveel menskracht vergen. Iets wat de Amerikanen aan den lijven hebben ondervonden in Vietnam., Afghanistan en Irak. Dit even terzijde. Tussen niets en een ‘mars door Europa’ zit echter nog een hele wereld aan mogelijkheden. Van het saboteren van kabels en cyberaanvallen tot ‘knibbelen aan de grenzen’, verplaatsen van het gevecht naar bijvoorbeeld Georgië, Moldavië of het hervatten van de gevechten in Oekraïne.

Stuurman gaat verder:“Andersom als Trump met Poetin tot een dergelijk akkoord komt en Poetin vervolgens dwars door Oekraïne naar het westen zou trekken om dat te bezetten, dan zou dat een rechtstreekse oorlogsverklaring aan de VS zijn. Zo’n flagrant verraad zal nooit worden geaccepteerd.” Even ervan afziend dat zo’n tocht zeer onwaarschijnlijk is, zoals ik hierboven al aangaf, zou ik mijn leven niet in de handen leggen van de Verenigde Staten onder Trump. De casus Gaza laat zien dat het Trump niet te doen is om een betere wereld. Zodra hij een handtekening heeft gezet, is het voor hem klaar en verliest hij zijn interesse en met hem de rest van de Amerikaanse regering. Als de VS onder Trump nu niet bereid zijn om Poetin te stoppen, waarom zouden ze dat dan over een jaar of twee jaar wel zijn?

Stuurman gaat nog verder: “Net zo krankzinnig als de beoogde zelfmoord van de Europese landen die nu proberen een mogelijke vrede te saboteren door middel van eigen militaire inzet, zodat Rusland geen andere keuze resteert, dan doorvechten, ditmaal tegen EU-landen die kennelijk staan te popelen om zichzelf en hun volkeren te laten vernietigen uit naam van vrede.” Hier overschat Stuurman de Russische mogelijkheden en onderschat hij de Europese. Een ‘Russische mars naar het westen’ daarvoor ontbreekt het Rusland aan de mogelijkheden. Daarvoor is zijn leger veel te zwak en te klein. De enige manier om de Europese volkeren te vernietigen is nucleair en dat zou ook vernietiging van Rusland betekenen. Maar belangrijker wil Poetin vrede? En in het verlengde daarvan, wil Trump vrede? Anders gezegd wat is vrede voor hen? Voor Poetin is vrede het zwijgen van de wapens en liefst nog het opheffen van sancties. Voor Trump is vrede een handtekening waarmee hij zichzelf op de borst kan kloppen en zich kan verkopen als ‘peacemaker’. Beiden zouden zeer tevreden zijn als Zelensky het veld zou ruimen. Voor Oekraïne is er vrede als het Russische leger hun land heeft verlaten en Rusland zich, zoals in Boedapest in 1994 afgesproken, niet meer met hun interne aangelegenheden bemoeit. Als zij zelf hun eigen regering kunnen kiezen en als dat Zelensky is, dan is dat Zelensky en dan hebben anderen dat maar te accepteren. Net zoals anderen maar te accepteren hebben dat Trump de president van de VS is en Poetin van Rusland.

Echt bijzonder is echter, en daarbij moest ik aan Nietsche denken, het volgende: “Na zijn verpletterende nederlaag bij de verkiezingen beweerde de (binnenkort voormalig) Duitse bondskanselier Scholz dat ‘de democratie beschermd moet worden en er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt’…. De tegenstander is de duivel zelve en als 1 op de 5 Duitsers erop stemt, dan is dat kennelijk niet democratisch volgens deze meneer. Hij vindt dus dat het afschaffen van de democratie en het negeren van de stem van het volk de redding voor diezelfde democratie zou zijn.” Even een rekenkundig feit: 4 op de 5 is vier keer zoveel als 1 op de 5. En als democratie alleen om meerderheden gaat, dan staan die 4 op de 5 in hun recht om die ene niet toe te laten tot de macht. Dat heeft niets met afschaffen van de democratie te maken. De democratie wordt afgeschaft als die 1 van de 5 hun wil doordrukken en de rechten van de 4 van de 5 inperken. Of wil Stuurman beweren dat alleen die 1 van de 5 tot het volk behoren? Iets waar extreem rechtse partijen een handje van hebben.

Wat met afschaffen van de democratie te maken heeft, is extreem rechts de sleutels tot de macht geven. Extreem rechts wil de democratie afschaffen. Niet afschaffen in de zin van dat er geen verkiezingen meer zijn, maar afschaffen dat er geen vrije verkiezingen meer zijn. Zoals in Rusland alwaar tegenstanders van Poetin niet mogen deelnemen en zelfs gevangen worden gezet en waar iedere verkiezing eindigt met een grote overwinning voor Poetin. Dan wordt de rechtsstaat uitgekleed en komen de vrijheden van mensen in het geding. Dat gebeurde in Hongarije. Dat gebeurde in Polen en dat gebeurt nu in de VS waar Trump protesten tegen zijn beleid de kop in wil drukken door de staatsfinanciering van scholen en universiteiten te staken als er ‘illegaal wordt geprotesteerd’ en protesterende scholieren en studenten van school worden verwijderd of gearresteerd. Een besluit dat de vrijheid van meningsuiting stevig uitholt. Dat zie je trouwens ook in Nederland waar tenminste drie van de vier regeringspartijen naar manieren zoeken om het demonstratierecht in te perken. De democratie is de enige regeringsvorm die via verkiezingen kan worden afgeschaft. Door extreem rechtse partijen uit te sluiten wordt de democratie beschermd. Door hen de sleutels tot de macht te geven wordt de democratie aangetast. Dan begint het zagen aan de grondwettelijke vrijheden. Dan wordt de persvrijheid van overheidswegen ingeperkt en dat begint met het weren van media die de macht kritisch volgen. Die niet klakkeloos spreken over de Golf van Amerika. Dan begint het ondermijnen van de rechterlijke macht. Dan worden ‘alternatieve waarheden’ ineens regeringsbeleid. Dan worden artikelen als die van Stuurman van duimpjes omhoog voorzien en van het commentaar dat het een ‘feitelijke en enig juiste analyse van de werkelijkheid’ is. Dan is democratie dictatuur en dictatuur democratie. Dan is de agressor het slachtoffer en het slachtoffer de agressor.

De beste stuurlui staan aan wal, aldus een Nederlands spreekwoord. Waarmee wordt bedoeld dat mensen die een karwei niet hoeven te doen en alleen maar toekijken, vaak wel beter dan de uitvoerder(s) denken te weten hoe het moet worden aangepakt. Gelukkig staat Stuurman aan de wal. Helaas staan er op het Amerikaanse schip stuurlui die zich van eenzelfde logica als Stuurman bedienen.

Wat de BBB niet wil dat ons geschiedt

“Tijd voor actie op het migratiedossier.” Zo las ik in een bericht van de BBB. Met de  daadkracht uit mijn vorige prikker nog in het achterhoofd, las ik verder. Volgens de BBB moeten de: “Asielprocedures en opvang buiten de EU,” plaatsvinden,  moeten we: “Inzetten op migratiedeals, versterking van EU-buitengrenzen” en als laatst: “Frontex met meer personeel en meer bevoegdheden,” versterken.  Bij de tekst een filmpje met een betoog van de leider van de BBB in het Europees parlement Sander Smit. Een bijzonder betoog.

Screenshot site BBB.

Een bijzonder betoog en daarom hier de integrale tekst: “We hebben geen grip op de huidige migratiestroom. In 2023 werden meer dan 1 miljoen asielaanvragen in de Europese Unie ingediend. Open grenzen, zachte procedures en falend terugkeerbeleid hebben gemaakt dat Europa te aantrekkelijk is geworden. Daardoor hebben zovelen die gevaarlijke oversteek gemaakt en zijn velen omgekomen. De chaos aan onze binnengrenzen in de Schengenzone is het directe gevolg van lekke Europese buitengrenzen. Frontex moet versterken, niet alleen in het uitbreiden van manschappen maar vooral in bevoegdheden. Frontex moet een coördinerende rol gaan spelen in de uitzetting en terugkeer, in externe grensbarrières maar dat alleen zal de migratiecrisis niet oplossen. BBB pleit voor verder aanscherping van het asielbeleid. Verplaats de asielprocedure en opvang naar veilige derde landen buiten de Europese Unie. Alleen zo verminderen we de instroom en slachtoffers van de gevaarlijke overtocht naar Europa. Voorzitter, streng bewaakte buitengrenzen, duidelijkheid en migratiedeals die redden levens. Geen woorden maar meer en snellere actie.”

Als eerste open grenzen. Zou het werkelijk zo zijn dat ‘velen’ een fortuin betalen aan een louche persoon die je op een gammel bootje de zee op stuurt omdat de Europese grenzen zo open zijn? Als die grenzen werkelijk ‘open’ waren dan zou je toch beter gewoon via Turkije naar Griekenland of Bulgarije kunnen gaan? Of dan kocht je toch gewoon een vliegticket van bijvoorbeeld Addis Abeba in Ethiopië naar Amsterdam. Dan ben je minder dan € 1.000 kwijt en is de kans zeer groot dat je na een paar uur vliegen, waarbij je in een stoel zit en wat te eten en te drinken kunt nemen, aankomt.   

Beste meneer Smit en beste BBB-ers die dit bericht van een duimpje naar boven voorzien, dat die veilige en goedkope manier niet wordt benut, komt omdat die er niet is. Dat komt omdat de EU de buitengrenzen hermetisch afsluit. Afschermt met hekken en scherpe beveiliging tussen Turkije en de twee EU buurlanden. En entree via luchthavens door de controle ‘uit te besteden’ aan de luchtvaartmaatschappijen. Die zijn namelijk verplicht om iedere passagier die het land van aankomst niet in mag, terug te vervoeren. Om te voorkomen dat ze die kosten moeten maken, laten ze alleen mensen met een ‘entreekaartje’ voor het land van aankomst toe. Zo’n kaartje heeft een asielzoeker niet. En omdat de asielzoekers daarom, zelfs als de persoon een geldig ticket voor het vliegtuig heeft, niet het vliegtuig in komt, kan hij ook geen asiel aanvragen. Dan blijft zo’n duurbetaald gammel bootje met risico op de dood over. Zo ‘open’ zijn de Europese grenzen niet.

Dan de chaos aan de binnengrenzen. Die chaos is een resultaat van keuzes die lidstaten van de EU maken. Lidstaten die willen voorkomen dat asielzoekers naar hun land komen. Door de Duitse controles weten we nu weer dat controles leiden tot files en langere reistijden. Hoelang? Dat hangt af van je kenteken en persoonskenmerken. Ook dat is een gevolg van die gesloten buitengrenzen. Bij open Europese grenzen zou het Dublinprotocol goed werken. Dan zouden asielzoekers een vliegticket boeken naar het land waar ze naar toe willen vluchten. Maar omdat dit niet kan, resten alleen die ‘bootjes’ en tja, die komen aan in drie Europese landen en volgens het Dublinprotocol zouden die dan alle asielzoekers moeten opvangen. Omdat het deze landen boven het hoofd groeit en omdat de asielzoekers ook en vooral naar andere landen willen, trekken ze verder. En om dat te voorkomen ontstaat die ‘chaos aan de binnengrens.’

Migratiedeals redden levens. Dat is nogal een bewering. Turkije duwt vluchtelingen uit Syrië steeds meer terug naar Syrië. De Syrische vluchtelingen in Libanon moeten nu vluchten voor Israëlische bommen. Tunesië duwt vluchtelingen de woestijn in en laat ze daar aan hun lot over

En daarmee kom ik bij het ‘Verplaatsen van de asielprocedure en opvang naar veilige derde landen buiten de Europese Unie’ en de ‘migratiedeals. Procedures en opvang buiten de EU? Beste meneer Smit en BBB-ers, hoe stellen jullie je dat voor? Waar moet een toekomstige minder dappere Navalny zich dan melden? Opvang buiten de EU? Zijn jullie bereid in Nederland opvangcentra voor bijvoorbeeld de Britten of Russen toe te laten compleet met Britse en Russische ambtenaren voor de af te nemen procedures? Dit met het risico dat de afgewezen asielzoekers hier blijven rondhangen en voor overlast zorgen. Dat is namelijk wat jullie van andere landen vragen. Zijn jullie bereid om een migratiedeal met andere landen te sluiten om voor hen de asielzoekers op te vangen? Zijn de landen Turkije, Tunesië en Libanon waarmee al zo’n deal is gesloten zo veilig dat u er zelf wilt gaan wonen?

Nu is het antwoord op deze laatste vraag anders voor iemand met een Nederlands paspoort dan voor iemand zonder paspoort uit Afghanistan. Maar volgens jullie kernwaarden, kan het antwoord op al die vragen alleen maar JA zijn. Neem jullie kernwaarde Gulden Regel, omschreven als: “Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Wat u niet wil wat u geschiedt, doe dat een ander niet. Wees betrouwbaar, eerlijk, oprecht en respectvol. Iedereen is gelijk. Transparant, helder en open.”  Of gelden die kernwaarden alleen voor Tukkers en Achterhoekers? Want het lijkt erop dat deze kernwaarde wat is verbasterd naar: wat wij niet willen dat ons geschied, dat exporteren we naar anderen!

Grijze cellen

Op de verschillende sociale media sturen mensen berichten de wereld in die zij belangrijk vinden. Zo bereikte mij via LinkedIn een bericht van iemand die een artikel van De Correspondent deelde. Een artikel met als titel Als de BBB haar stikstofplannen doorduwt, zullen de meeste boeren verdwijnen. Een artikel waar de auteur, Thomas Oudman, betoogt dat de ‘technische aanpak’ van het stikstofprobleem waar ook de BBB voor pleit, leidt tot verdere schaalvergroting en het verdwijnen van ongeveer een derde van de huidige boeren. Nu gaat het mij niet om dit artikel, maar om de reactie van iemand onder het bericht.

Bron: Flickr

“We blijven geloven dat het draait om de terugdringing van stikstof deposities maar dat is een jingle …..ze willen je grond en veranderen er direct de bestemmingsplannen op….agrarisch eraf en bouw of industrie erop…..grondprijs x 4 waarde toename minstens ……”  Op de vraag wie de ‘we’ zijn komt het antwoord: “Alles wat om EU en WHO hangt als vliegen om een koeien vlaai en dram fransje heeft dat absurde kasteel ook vast van zijn minister salaris gekocht.
Het is 1 grote beerput en het wordt elke dag gekker als je dat echt niet ziet of wil zien blijf dan vooral tukken dat hebben ze het liefste!”
  Een bijzonder betoog omdat ‘dram fransje’ Timmermans  nu juist de grootste moeite heeft om een Europese natuurherstelwet aangenomen te krijgen. Een wet die (economische) activiteiten in de buurt van natuurgebieden lastig tot onmogelijk maakt. Als het ‘dram fransje en de EU’ werkelijk te doen was om grond in waarde te vermeerderen en dan te verkopen, dan is zo’n wet in mijn ogen niet de beste manier om dit te bereiken.

Het kan aan mijn grijze cellen liggen dat ik het niet zie. Het kan echter ook dat het aan de grijze cellen van de persoon die deze reactie plaatste liggen. Wellicht ziet die spoken die er niet zijn. Ik denk dat dit laatste het geval is. Dat maakt dan wel meteen dat ik me zorgen maak of die aantasting van de grijze cellen ook invloed hebben in het dagelijkse werk van deze persoon. De persoon geeft aan dat hij hogere veiligheidskundige is en werkt aan ‘Safety at the highest level’. Dat geeft me dan toch een beetje een unheimisch gevoel, om een germanisme te gebruiken.

Trouwens germanisme. Van een ander, aanverwant iets voel ik me nog unheimischer. In een interview met de Volkskrant betoogt fractieleider Manfred Weber van de Europese Volkspartij, dat de Europese Natuurherstelwet waaraan Eurocommissaris Frans Timmermans werkt, naar de prullenbak moet. Een bijzonder interview. Bijzonder vanwege de logica, of beter het gebrek eraan in de redeneringen van Weber. “Het idee voor de natuurherstelwet – alsook de halvering van het gebruik van pesticiden – stamt uit het begin van deze Commissie. Dat was een andere wereld. We hebben inmiddels een pandemie gehad en een recessie en nu zitten we met de grootste oorlog sinds 1945 aan onze buitengrens. Inflatie is de grootste zorg van de burger en die inflatie wordt aangejaagd door hoge voedselprijzen, niet langer door dure energie. Daarom zeggen wij ‘nee’ tegen alle wetten die leiden tot minder voedselproductie in Europa en daardoor hogere prijzen.”  Ja, er was een pandemie en een recessie al viel die laatste behoorlijk mee. De economische coronadip is inmiddels al meer dan goed gemaakt. En ja, er is een oorlog aan onze buitengrens.

Wat niet is veranderd, is de achteruitgang van ecosystemen en de biodiversiteit. “De natuur in de EU gaat hard achteruit: meer dan 80% van de habitats verkeert in een slechte staat. Veengebieden, graslanden en duinen zijn het zwaarst getroffen. In West-, Centraal- en Oost-Europa is het aantal wetlands sinds 1970 met 50% verminderd. Tot 70% van de EU-bodems verkeert in een ongezonde toestand. Ernstig geërodeerde akkers dragen naar schatting bij tot een verlies aan landbouwproductiviteit van 1,25 miljard euro per jaar in de EU. In de afgelopen tien jaar is 71% van de vispopulaties en 60% van de amfibieënpopulaties achteruitgegaan. Er is een afname van een op de drie bijen- en vlindersoorten, en een op de tien soorten staat op het punt uit te sterven.”  Zo is te lezen op de Nederlandse EU-site. Daar wil de Natuurherstelwet iets aan doen. Herstellen van de biodiversiteit en de ecosystemen. Dit om de voedselvoorziening voor onze kinderen en kleinkinderen veilig te stellen.

Weber heeft een heilig vertrouwen in boeren: “Wij luisteren naar de boeren. Die weten wat ze doen. Zij vertellen ons: deze wet dwingt ons 10 procent minder land te gebruiken. Dat betekent 10 procent minder voedselproductie – of je moet de overige 90 procent grond intensiever gebruiken, maar dat gaat niet samen met een halvering van het pesticidengebruik.”  Zijn vertrouwen in de EU-ambtenaren is een stuk kleiner en zelfs afwezig: de EU-ambtenaren die deze wet schrijven hebben geen flauw benul van wat biodiversiteit is.” De boer als alwetende. Maar als die boeren weten wat ze doen, hoe zijn we dan in de huidige ellende terecht gekomen? Waarom verkeert dan 70% van de bodem in de Europese Unie in een ongezonde toestand? Vreemd trouwens dat bedrijven waar boeren aan leveren, bedrijven zoals Nestlé, Danone en Rémy Cointreau de wet aanbevelen met de woorden: “ The EU Nature Restoration law is a generation’s opportunity to take concrete and effective action to reverse the biodiversity and climate crises by restoring EU land and sea areas at large scale.” Zij en nog meer dan zestig andere bedrijven. Of zouden die uit zijn op die 10% grond?

Even ervan afziend dat 10% minder land niet meteen 10% minder voedsel betekent. In de Europese Unie gooien we jaarlijks 88 miljoen ton voedsel in de afvalbak. Wereldwijd is dat trouwens 1,3  miljard ton en dat is een derde van het geproduceerde voedsel. Als Weber zich zorgen maakt over de voedselzekerheid en -prijs laat hem zich daar dan op richten. Alleen zal dat aan Weber niet besteed zijn. “Ik ga niet steggelen over de precieze percentages, maar deze wet leidt tot minder voedselproductie.” Reageert hij op de constatering van de interviewer dat: “Ondanks de pandemie, de oorlog, andere keuzes van de consument en klimaatverandering, zal de voedselproductie blijven toenemen in Europa. De groei is alleen wat minder groot.”

“Ik ken die rapportage maar ze schiet tekort. Ik tast nog steeds in het duister wat de precieze gevolgen zijn.” Zo reageert Weber op de constatering dat er een effectrapportage ligt waaruit blijkt, zo geeft de interviewer aan dat: “de opbrengsten van de wet vele malen groter zijn dan de kosten. Niets doen, zoals u voorstelt, kost 1.700 miljard euro.”  Natuurlijk heeft hij een punt dat de precieze gevolgen niet bekend zijn. Precieze gevolgen zijn in geen enkele rapportage of onderzoek te vangen. Met dit argument zal de partij ook tegen het nieuwe Europese asielakkoord zijn. Over de ‘precieze gevolgen’ ervan tasten we immers in het duister. Nu zijn er goede redenen om hier tegen te zijn. We kennen de precieze gevolgen niet, wat we wel weten is dat het geen antwoord is op de vraag van de vluchteling of migrant.

“‘Eerlijk gezegd, en dat wil ik hier graag benadrukken: ik heb niet het idee dat de Commissie beseft dat we in een nieuwe wereld leven. De EVP vraagt om een realitycheck.” Het lijkt mij dat de grijze massa van Weber en zijn partijgenoten en de partijen, waaronder het Nederlandse CDA, die samen de EVP vormen, een realitycheck nodig hebben. In de zesde aflevering van Marcel en Gijs complimenteerde Marcel van Roosmalen BBB-leider Van der Plas dat het haar was gelukt om de sores van de boeren (en dan nog niet eens alle boeren), een heel klein groepje Nederlanders, te verheffen tot een nationaal probleem. Het lijkt erop dat Weber dit kunstje op Europees niveau probeert te herhalen. En nu maar hopen dat de grijze massa van de overgrote meerderheid van de Europeanen dit doorziet. Als de reactie op de LinkedIn post hiervoor maatgevend is, dan moeten we ons zorgen maken

Het hek en de laatste kans

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Die woorden sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan op 12 juni 1987 uit in wat toen nog West-Berlijn heette. Die uitspraak werd in de gehele westerse wereld met instemming begroet. Het gejuich werd nog groter toen de muur tweeëneenhalf jaar later werkelijk viel. Muren om mensen te beletten te reizen en een gebied te verlaten, werd als iets archaïsch en barbaars gezien. ‘Het kan verkeeren’, om de zeventiende eeuwse dichter Gerbrand Adriaensz. Bredero te citeren

Nu ruim dertig jaar later, denkt die westerse wereld daar heel anders over. De Amerikanen bouwen, ondanks dat de Mexicanen ze niet betalen, nog steeds verder aan een hek aan hun zuidgrens. De Australiërs wijzen iedereen die aan land probeert te komen uit naar eilandstaatjes als Nauru. De Britten en Denen proberen vluchtelingen in een ‘derde land’ in Afrika onder te brengen om daar ‘hun procedure af te wachten’. De rechterkant van de Nederlandse politiek wil ook die kant op en op een recente op Nederlands verzoek georganiseerde top van de Europese Unie over migratie, was ‘een hek om Europa’ geen taboe meer.

Bron: https://mlpp.pressbooks.pub

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en ‘het hek dat geen taboe meer is’, om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. ‘’ Het hek’ is bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Ming dynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu, een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis of The Mongol Empire van John Man er maar op na.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om ommuurde steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. Trouwens ook de ‘kleine vijand’, de landloper, wist de muren te slechten en de stad binnen te komen.

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Hij liet ze gewoon links liggen, trok verder en negeerde het bewonende garnizoen. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in: “De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.[1]” 

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

In die Eerste Wereldoorlog was men trouwens ook getuige van het eerste moderne grenshek. Nee, niet in een uithoek van de wereld, maar tussen Nederland en België. Nadat in het najaar van 1914 zo’n 800.000 Belgen vluchtten naar het neutrale Nederland, besloten de Duitsers een 300 kilometer lang hek van prikkeldraad met daarop 2000 volt aan spanning tussen Vaals en Zeeuws-Vlaanderen aan te leggen. “Het ‘doodshek (‘Todeszaun’) was het eerste ‘ijzeren gordijn’ in Europa van de twintigste eeuw, dat aan de ‘staatsgrens’ van DDR-dictatuur doet denken,” aldus Patrick Dassen in zijn boek Sprong in het duister. Duitsland en de Eerste Wereldoorlog.” Een hek was bedoeld om mensen binnen te houden. Met beperkt succes want: “Toch lukte het nog zo’n 20.000 Belgen (maar ook Duitse deserteurs en geallieerde spionnen) om hun land via deze grens te ontvluchten. [2] 

Nederland en ook de andere Europese landen protesteren terecht tegen landen, zoals Noord-Korea, die reizen naar andere landen onmogelijk maken. Zo’n land is in de basis één grote openluchtgevangenis waarbij grensbewaking vooral gevangenenbewaking is en minder het voorkomen van ongeoorloofd binnentreden. Dergelijke protesten waren ook voor het vallen van de Berlijnse muur te horen ten opzichte van de Sovjet Unie en de andere landen van het voormalige Oostblok. Deze landen maakten het hun burgers onmogelijk om naar het Westen te reizen en op mensen die ‘over de muur’ wilden vluchten werd zelfs geschoten. Dit zijn duidelijke schendingen van artikel 13 tweede lid van de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens. Dit artikel stelt dat iedereen: “het recht (heeft) welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.”  Nu is een land verlaten iets anders dan een land bezoek. Of toch niet?

Ik schreef al vaker over negatieve vrijheid, de vrijheid van onderdrukking en dwang en positieve vrijheid, de vrijheid om iets te kunnen doen. Een land dat haar inwoners belemmert om naar een ander land te reizen, beperkt de (negatieve) vrijheid van haar inwoners. Het belemmert hen in hun handelen en in dit geval zelfs in handelen dat tot de mensenrechten behoort, namelijk het recht om je land te verlaten. De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens bevat geen artikel dat bepaalt dat iedereen het recht heeft om naar de Europese Unie te komen. De spiegel van ‘het verlaten van welk land dan ook, met inbegrip van het zijne’ is echter het bezoeken van een ander land. Om bezoek te reguleren, te weten wie er op bezoek komt, is onder andere het visumsysteem in het leven geroepen. Het ‘verlaten’ van een land wordt onmogelijk als andere landen je niet toelaten. Dan heb je niets aan je negatieve mensenrecht om je land te kunnen verlaten omdat de andere landen je positieve vrijheid, je mogelijkheid om je land te verlaten, beperken.

Daarmee kom ik bij Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis van Lea Ypi. In hoofdstuk 13 met als titel Iedereen wil weg schrijft ze over Albanezen die hun land willen verlaten om elders een beter bestaan op te bouwen. De eersten lukt dat. Symbool hiervoor staat het schip de Partizani dat met een groep vluchtelingen aan boord wordt verwelkomt in Italië. Al snel doen zich hierbij onverwachte problemen voor. Een ander schip, de Vlora, dat iets later en volgepakt met mensen de overtocht maakt, staat centraal voor de moeilijkheden. De vluchtelingen worden in Italië in een stadion ondergebracht en van daaruit moeten ze weer terug. Ze zijn niet meer welkom. Wat was er veranderd in die korte tijd? Ypi: “In het stadion verspreidde zich het gerucht dat, omdat ons land technisch gezien geen communistische staat meer was, verzoeken om politiek asiel waarschijnlijk zouden worden afgewezen. In plaats daarvan zouden de nieuw aangekomenen beschouwd worden als economische migranten. Dit was een nieuwe, onbekende categorie.[3] ” Een nieuwe, nu zeer bekende categorie die nu door menigeen gelukszoekers worden genoemd. En dan concludeert ze: “Misschien was bewegingsvrijheid wel nooit echt belangrijk geweest. Het was gemakkelijk om die te verdedigen als iemand andere het vuile werk van gevangenschap opknapte. Maar welke waarde heeft het recht om te vertrekken als het recht om elders binnen te komen ontbreekt? Waren grenzen en muren alleen maar verwerpelijk als ze dienden om mensen binnen, in plaats van buiten te houden?[4]  Was het ijzeren gordijn alleen maar verkeerd omdat het niet ‘ons ijzeren gordijn’ was?

“Ik ben onder de indruk hoezeer we het vertrouwen van het mondiale zuiden verliezen”.  Die ik is de Franse president Macron zo is te lezen in een artikel van Arnout Brouwers in de Volkskrant. Een artikel dat is gewijd aan de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München. Macron, spreekt aldus Brouwers: “’van een laatste kans’ om landen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika ervan te overtuigen dat de regels van de internationale orde hun ook kansen bieden en beschermen. ‘In 2050 zullen er talloze grote sterke landen in die continenten zijn die zich de les niet laten lezen.’”  Zouden ‘Grenshekken’,’ asielzoekers in Rwanda onderbrengen’ en het opportunistisch uitleggen van mensenrechten eraan bijdragen dat die laatste kans wordt benut?


[1] Beatrice de Graaf, Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon, pagina 232

[2] Patrick Dassen”, Sprong in het duister. Duitsland en de Eerste Wereldoorlog, pagina 280

[3] Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, pagina 198

[4] Idem, pagina 203

How to end the war?

Binnenkort is het een jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. Een jaar van gevechten. Voor de spanningsboog van de zappende moderne burger is dat lang. Als we het in historisch perspectief bezien dan valt dat reuze mee. Maar hoe moet het eindigen?

De Tweede Wereldoorlog duurde afhankelijk van waar je woonde tussen de drieënhalf (de VS) tot acht jaar (China). De eerste van august 1914 tot en met november 1918. En dat zijn dan nog korte vergeleken met de Dertigjarige oorlog, die voor een deel weer samenviel met de Tachtigjarige oorlog.  De kroon werd wel gespannen door de 118 jaar durende Honderdjarige oorlog om de Franse troon die met relatief rustige tussenposen woedde van 1337 tot 1453 tussen aan de ene kant het Franse huis Anjou en aan de andere kant het huis Plantagenet dat het koningschap van Engeland combineerde met bezittingen in Frankrijk. Of je moet de drie Punische oorlogen tussen het Romeinse rijk en Carthago als een oorlog zien met twee relatief lange rustige tussenposen. Dan duurde die oorlog namelijk ook 118 jaar, van 264 tot 146 voor de start van onze jaartelling.

Slag bij Nieuwpoort van Jacob de Vos. Bron: WikimediaCommons.

Als we naar de ‘vroegere voorbeelden’ kijken, dan zijn er twee mogelijkheden: na jaren strijden komen de partijen tot een vergelijk waarin ze zich kunnen vinden en dat aantrekkelijker is dan de strijd voortzetten. Dat is de manier waarop de Dertig- en Tachtigjarige oorlog en de Eerste Wereldoorlog werden beëindigd. Iedereen wint en verliest wat. In het geval van de Eerste Wereldoorlog verloor de ene partij, Duitsland, meer dan ze wilde maar haar onderhandelingspositie was door de revolutionaire sfeer in het land dermate verzwakt dat wapenstilstand verwerd tot een nederlaag. De tweede mogelijkheid is een nederlaag van een van de partijen. Zo eindigden de Tweede Wereldoorlog, de Honderdjarige oorlog en de drie Punische oorlogen. Tenminste als je ze als één oorlog ziet want de laatste van de drie eindigde met de totale vernietiging van de stad Carthago en de overlevenden, zo’n 50.000 mensen, werden als slaaf verkocht.

De huidige oorlog via het tweede scenario beëindiging, door de totale nederlaag van een van de twee partijen, dat kan er wel eens iets worden van heel lange adem. Oekraïne is niet bij machte om Rusland op de knieën te dwingen en te bezetten. Zelfs met Amerikaanse en Europese steun is dat een onmogelijkheid. Daarvoor is Rusland te groot. Net zoals Rusland Oekraïne niet op de knieën kan dwingen en succesvol bezetten. Iets waaraan ik vorig jaar al, voor aanvang van de oorlog, twijfelde. Zeker niet als je de oorlog ziet als een oorlog tussen Rusland en de NAVO en de VS, zoals Van Russische kant met goede argumenten wordt betoogd. Als je met dat frame naar de oorlog kijkt, dan kun je ook beweren dat we in het 77ste jaar zitten van de oorlog tussen het Westen en Rusland. Geen bemoedigende gedachte maar ik kan niet uitsluiten dat historici uit komende eeuwen het in perspectief zien. Of, en dat kan ook, dat Poetins inval in Oekraïne wordt vergeleken met het schot van Gavrilo Princip dat de aanleiding vormde tot de Eerste Wereldoorlog en die inval zien als de aanleiding voor de Amerikaans-Chinese oorlog. Ook geen bemoedigend scenario.

Voor bemoedigender scenario’s moeten we naar het eerste einde van oorlogen, het vergelijk tussen partijen. Echter voordat we te enthousiast worden ook oorlogen die eindigden met een totale nederlaag kenden momenten van rust en aan die rust lag vaak een overeenkomst ten grondslag. Maar geen overeenkomst die permanent soelaas bood. Op die manier kun je ook de vrede van Versailles waarmee de Eerste Wereldoorlog eindigde bezien. Als je de Tweede tenminste als een voorzetting van de Eerste ziet en daar zijn argumenten voor te vinden.

Met die Eerste – en Tweede Wereldoorlog ben ik wel waar ik wezen wil. Die twee oorlogen maakten namelijk een einde aan de langdurige machtsstrijd in Europa tussen Frankrijk en Duitsland. Na de Eerste lukte dat niet omdat wraak en revanche voor de vernedering bij zowel de Duitsers als de Fransen overheerste. De Fransen wilden wraak en revanche voor de vernietigingen van die oorlog maar vooral voor de nederlaag een oorlog eerder, de verloren oorlog tegen de Duitsers van 1871. Bij een groot deel van de Duitsers lag het dictaat van Versailles zwaar en flinke delen van de bevolking riepen om wraak.

Na de Tweede lukte het wel. Niet omdat er toen geen roep om wraak, vernedering, vergelding en herstelbetalingen waren. Die waren er zeker, ook in Nederland waren er ideeën en plannen om de Duitsers uit te kleden. Het meest megalomane idee was het Bakker Schut-plan. Dat behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. De machtsstrijd werd beëindigd door Europese samenwerking. Door in structuren gegoten ‘Handel durch Wandel’ die de twee grote rivalen inkapselde en met elkaar verbond. En vervolgens door mensen naast Duitser, Fransman of Nederlander ook onderdeel te laten zijn van een groter verband. Door, om dat moderne woord te gebruiken, de mensen een Europese identiteit naast de nationale aan te meten. De Europese voor de wereldpolitiek en de nationale, om het wat cru te formuleren, voor de sport en cultuur. Of oorlog tussen de landen in de  Europese samenwerking daarmee definitief tot het verleden behoort, moet de toekomst uitwijzen. Helaas zijn er tegenwoordig partijen, zoals de FvD van Baudet, die aan dat verband, aan die Europese samenwerking op liberale en democratische grondslag, een einde aan willen maken. Liberaal zoals Fukuyama het definieert: ‘de  doctrine … waarin werd gepleit voor de beperking van de regeringsmacht door middel van wetten en uiteindelijk ook grondwetten en waarbij instituties in het leven werden geroepen waarmee de rechten van  burgers werden beschermd .[1]Maar nog bedreigender, landen zoals Polen en Hongarije, die de grondslagen onder die samenwerking, de liberale democratie, met voeten treden en zo het geheel ondermijnen.

Aangezien complete vernietiging en verkoop van de overlevenden als slaven geen realistisch scenario meer is, moet er een manier worden gevonden waarop alle betrokken partijen met elkaar samen kunnen en willen leven. Daarbij helpt het niet om de ander te ontmenselijken en te verketteren zoals nu vooral gebeurt. Daarbij helpt het wel om een beeld van de samenleving en de samenwerking na de oorlog te schetsen. Hoe zou die samenleving eruit moeten zien? Daarvoor biedt de Europese samenwerking een interessant voorbeeld. Zo’n soort samenwerking tussen de huidige EU samen met Rusland en Oekraïne met een liberale en democratische basis. Een  uitbreiding van de Duitse Handel durch Wandel politiek die nu wordt verketterd als ‘een tweede München’ met overheidsstructuren. Dat zou een win-win zijn voor alle betrokken partijen, een Euro-Russisch blok.Nu zal dat veel weerstand oproepen bij de Europese lidstaten die onder de Sovjet heerschappij vielen.

Op die manier wordt de Russen die van Poetin en zijn kliek af willen, een alternatief geboden dat er nu niet is. Want wat, behalve ‘wij willen niets met jullie te maken hebben’ heeft de EU de Russen nu te bieden? Zo’n samenwerking zou het tweede langjarige Europese conflict beëindigen. Het conflict met Rusland en haar voorgangers. Bovendien kan dit wel eens de manier zijn om te voorkomen dat de Russische inval in Oekraïne het ‘Pricip-moment’ wordt van een Amerikaans-Chinees conflict. Het alternatief zou wel eens een antiliberaal, autocratisch Chinees-Russisch blok aan onze grenzen kunnen zijn.


[1] Francis Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, pagina7