Bubbels

“Nee, een kredietcrisis zoals die van tien jaar geleden zouden we nooit meer krijgen. Want we hebben ons lesje geleerd en maatregelen genomen. En toch zijn er volop signalen dat de geschiedenis zich aan het herhalen is.”

Een van de eerste zinnen van een artikel van Jochem van Staalduine in de Volkskrant.

Bubbels

Illustratie: Pixabay

Van Staalduine signaleert dat er, met name in de Verenigde Staten weer volop riskante leningen worden verstrekt. De kans bestaat dat dit jaar het ‘record’ riskante leningen uit 2007 wordt verbroken. Ook worden risico’s weer verdoezeld, de collateralized debt obligations (CDO) zijn weer terug onder een andere naam, de D is vervangen door de L van ‘loan’. Inhoudelijk is het nog steeds een onoverzichtelijke bundeling van leningen. De strenge bankenregulering in de VS wordt alweer teruggedraaid en het toezicht op de sector wordt verminderd. De huizenprijzen schieten de hoogte in waarbij vooral opvalt dat beleggers huizen kopen. Als laatste stromen er weer bakken geld naar ‘techstart-ups’ die nog niets hebben gepresteerd. Van Staalduine concludeert: “Economen zijn het erover eens dat mensen weinig geleerd hebben van het vorige falen van de economie en stellen zelfs dat dit collectieve geheugenverlies normaal is.”

Zorgelijk dat het lijkt of er weer niet wordt geleerd van het verleden. In mijn ‘bubbel’ gaat dit verhaal erin als koek, geen speld tussen te krijgen. Als ik buiten mijn ‘bubbel’ ga buurten zouden er dan heel ander verhalen mogelijk zijn? Bijvoorbeeld een ‘bubbel’ met een verhaal waarbij we tot de conclusie komen dat er juist veel is geleerd van de crisis. In dat verhaal was de crisis geen falen van de markt, maar van de overheid. Al dat toezicht en die controle is in dat verhaal overbodig, de markt zorgt immers altijd voor evenwicht en tevredenheid. Die bemoeide zich nog veel te veel met de economie. Hoge prijzen voor huizen en techstart-ups zijn geen probleem, als iemand die hoge prijs wil betalen en het risico wil lopen, laat hem dan zijn gang gaan. In dat verhaal gaat het nu weer de goede kant op. Zou deze libertaire visie niet leidend kunnen zijn in de kringen van politiek en bestuur?

Wellicht nog een andere ‘bubbel’ met een ander verhaal. Ook eentje waarbij de les goed is geleerd. De bankencrisis is immers opgelost door overheidsingrijpen. Die heeft slechte financiële producten opgekocht en zo goed geld gegeven aan investeerders. Goed geld voor slechte producten. Niets wijst erop dat overheden in een volgende crisis anders zullen handelen, dus waarom je gedrag veranderen? De les is immers: neem individueel risico het collectief draait op voor de kosten. Zou deze cynische bubbel niet leidend kunnen zijn in de financiële wereld?

Zou het kunnen dat de libertaire visie en de cynische visie dominant zijn in de kringen van de ‘powers that be’? Zou de waarschuwing van Van Staalduine indruk maken op deze twee bubbels?

Stilstand is vooruitgang

“Bij een val van het kabinet staat het beleid anderhalf jaar stil. En stilstand is achteruitgang.” een uitspraak van minster Dijsselbloem van financiën. Dijsselbloem is niet de enige, vele anderen zullen deze uitspraak herkennen en zeggen: ‘ja, dat is zo.’ Maar toch.

vooruitgangIllustratie:www.standaard.be

Als je de uitspraak letterlijk neemt en je tijdens een wandeling stil gaat staan, ga je niet achteruit. Dan sta je stil en ga je niet achteruit. Nu is deze uitspraak vrijwel altijd figuurlijk bedoeld. Is figuurlijke stilstand achteruitgang? Ga je als persoon achteruit als je je niet meer verder ontwikkeld? Als ik uit de tredmolen stap en een jaar de tijd neem om me te bezinnen. Ik ga als het ware stilstaan bij mezelf. Ga ik dan achteruit? Of sta ik gewoon stil? Of ga ik toch vooruit omdat ik me juist bezin op wat belangrijk is en me daarop focus?

Nu naar het beleid waar Dijsselbloem het over heeft. Is stilstand daar achteruitgang? Gaat ingezet beleid niet gewoon door als er geen kabinet is? We mogen toch hopen van wel. Er wordt geen nieuw beleid gemaakt, maar is dat nieuwe beleid altijd een vooruitgang? Of kan beleid ook tot achteruitgang leiden? Zou vier jaar geen beleid maken tot stilstand leiden? Of zou de weldadige ‘beleidsrust’ tot ontwikkeling en vooruitgang kunnen leiden?

Dan de economie en de financiële stabiliteit waar Dijsselbloem aan refereert als hij pleit voor politieke stabiliteit. Betekent economische stabiliteit groei? En betekent economische groei altijd vooruitgang? En geen groei of krimp achteruitgang? Wat als de revenuen van die groei scheef worden verdeeld, ik krijg alles en jullie niets, is dat vooruitgang? Hier wees ik in Het geluk van een kopje koffie  al op. Wat als we de stilstand eerlijker verdelen, blijven we dan stilstaan gaan we voor- of achteruit? En wat als het beëindigen van allerlei milieuvervuilende en mensen verziekende activiteiten, tot krimp van de economie leidt?

En hoe moeten we financiële stabiliteit beoordelen? Als de afgelopen jaren iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het dat de financiële wereld behoorlijk instabiel is. Sinds de val van de muur zijn we van de ene naar de andere financieel crisis gehold, de Aziëcrisis, de Argentijnse, de Roebelcrisis en via de banken- naar de Eurocrisis. Is van crisis naar crisis hollen vooruitgang?

Zou stilstand of zelfs krimp van de economie en de financiële sector niet ook vooruitgang kunnen betekenen?

Het geluk van een kopje koffie

“Dat het goed gaat in Nederland, blijkt ook uit de raming van het CPB dat de economie volgend jaar met 2,1 procent groeit (neem ik aan, dit laatste woord ontbreekt).” Een citaat op de site van Trouw. Een citaat waarbij veel mensen zullen staan te juichen: de economie groeit en dat is goed. Dit is een utilitaristische denkwijze.

EinsteinIllustratie: funmozar.com

Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die gaat voor maximaal geluk. Probleem is alleen, hoe bereken je geluk? Bijvoorbeeld het geluk van een kopje koffie. Is dat voor iedereen op ieder moment hetzelfde?  Ook is het lastig om het toekomstig geluk van een actie te bepalen. Door geluk te koppelen aan geld, kan er wel worden gerekend. Het geluk van een kopje koffie is dan de prijs ervan. Het bruto binnenlands product (bbp) is dan de maatstaf voor geluk. Een economische groei van 2,1 procent betekent dat het bbp met dat percentage groeit. Gaat het wel goed als de economie groeit?

“Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.” een uitspraak van de natuurkundige Albert Einstein. Is deze uitspraak niet ook op het gebruik van het bbp als maatstaf voor geluk van toepassing ?

Telt alles wat van waarde is wel mee? Geluk zit voor mij ook in een knuffel van mijn dochter of een homerun geslagen door mijn zoon. Dit telt niet mee. Vrijwilligerswerk telt niet mee. Dit terwijl het geluk dat de trainer van een honkbalteam zijn pupillen (en hun ouders) bezorgt, van grote waarde is voor hen. En waarschijnlijk ook voor hemzelf. Mantelzorg telt ook niet mee, maar een zelfde activiteit verricht door een ‘zorgprofessional’ wel. Is dat niet meten met twee maten? Een milieuvervuilende activiteit, zoals de teerzand oliewinning in Canada telt mee. De olie heeft waarde. Maar de vernietiging van het landschap en het land telt niet mee.

Is alles wat meetelt wel van waarde? De schadelijke financiële producten die de financiële crisis en de daarop volgende economische crisis veroorzaakten, tellen mee. Wat was en is hun waarde? Wat dragen die bij aan het geluk?

Als laatste zegt de grootte van de taart, niets over de verdeling. Als de groei slechts bij een paar personen terechtkomt, gaat het dan wel goed? Gaat het werkelijk goed met een land en haar inwoners als de economie groeit?