Uitgelicht

The inconvenient Truth

Het einde van een jaar is een moment om terug te kijken op dat afgelopen  jaar. Dat kan in de vorm van een eindejaarconference zoals menig cabaretier doet. Het kan in de vorm van lijstjes met de 10 belangrijkste, mooiste, bijzonderste, afschuwelijkste enzovoorts gebeurtenissen. Het kan in de vorm van boeken en films of personen die het jaar hebben getekend. Of aan de hand van bijzondere gebeurtenissen. Deze Prikker besteed ik aan de gebeurtenis die het jaar het beste weergeeft. Nee, dat is niet het vallen van het kabinet of de zin ‘functie elders’. Het is ook niet het wereldkampioenschap van Max Verstappen. Het is de in het Suezkanaal vastgelopen Ever Given. En nee, niet vanwege de rol die Nederlandse bedrijven speelden bij het weer vlottrekken van de kolos die ruim 18.000 containers kan vervoeren. Dat zal best een knap staaltje werk zijn waar je trots op kunt zijn en waar je als bedrijf dat het kunstje flikte een boek over kunt maken waaraan de Volkskrant een artikel wijdt.

De Ever Given was onderweg van China naar de Rotterdamse haven toen het op 23 maart door het Suezkanaal voer. Zoals een medewerker van berger Boskalis in het Volkskrantartikel het verwoordde: “een ‘varende wolkenkrabber’, die zich door het 300 meter smalle Suezkanaal moet wurmen.” Die varende wolkenkrabber: “heeft 18.350 containers aan boord met goederen ter waarde van 1 miljard euro.” Op die 23ste maart zat het qua weer wat tegen, er woedde een zandstorm en het schip belandde: “met de boeg en de achtersteven in de klei van de oostelijke en westelijke oever en blokkeert het Suezkanaal.” Het duurde vervolgens tot 29 maart voordat het schip weer vlot werd getrokken en het Suezkanaal weer gebruikt kon worden. In die bijna week dat de Ever Given het kanaal blokkeerde ontstond er een ‘schepenfile’ voor het kanaal.

Een schip dat meer dan 18.000 containers vervoert en een file van schepen aan beide zijden van het kanaal laten zien hoe verbonden de wereld is. Maar ze laten ook iets anders zien. Die blokkade verstoorde de wereldhandel en diverse Nederlandse bedrijven waren gedupeerd omdat er spullen voor hen op het schip stonden of op de schepen in de file. Toen het schip los werd getrokken was er dan ook sprake van opluchting. Als dat niet was gelukt: “was het een groot drama geworden,” zei een woordvoerder van ‘prularia-keten’ Action. Want stel je voor: “je wil geen tuinspullen pas in oktober,” aldus diezelfde woordvoerder. En daarmee ben ik bij het punt waarom dit voor mij deze gebeurtenis het jaar het beste weergeeft. Of beter gezegd de afgelopen dertig jaar.

‘Tuinspullen’ en de rest van de prularia die bij de Action te verkrijgen zijn die per boot uit China moeten komen? Hoe zijn we zover gekomen dat we een tuintafel en wat stoelen van de ene naar de andere kant van de wereld slepen? Dan moet er toch wel iets helemaal verkeerd zijn gegaan. En daarmee kom ik bij Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989 een boek waarin Jonathan Holtslag het wedervaren van de wereld sinds de val van de muur beschrijft. Aan de hand van voorbeelden zoals Walmart, Ryanair, Amazon en Ikea beschrijft hij wat er fout is gegaan. “Ikea haalde spectaculaire groeicijfers. Overal verschenen enorme blauw met gele winkels, vaak met een uitgestrekte lap asfalt eromheen, zodat bezoekers zoveel mogelijk spullen in hun auto kunnen laden. Veel artikelen kwamen uit lage lonenlanden, maar ze werden met Scandinavische flair en duurzaamheid in de markt gezet. Goedkoop werd chic. Steden vonden het een eer als Ikea neerstreek. Net als bij Walmart kwamen de klanten vooral op de lage prijzen af. Daardoor hadden ze geen oog voor de hoge indirecte kosten van het verdienmodel van het bedrijf. Elke Ikea-vestiging die openging had negatieve gevolgen voor winkels die soortgelijke producten verkochten en het bedrijf bood nagenoeg geen kansen aan plaatselijke fabrikanten. Het grootste deel van wat Ikea verkoopt, komt uit China. Elk jaar gaan er voor Ikea naar schatting tussen de 300.000 en 400.000 containers uit Azië naar Europa. (…) Alleen al dat intercontinentale vervoer genereert een uitstoot van 700.000 ton kooldioxide. Ikea probeert uit te dragen dat het een bedrijf met hoge ethische normen is. De boekhouding vertelt een ander verhaal. De meeste winkels zijn indirect in handen van een in Nederland gevestigde non-profit stichting, die zich zegt te wijden aan ‘vernieuwing op het gebied van architectonisch en binnenhuisdesign. De stichting betaalt geen belasting. Door te shoppen bij Ikea dragen Europese consumenten bij aan de uittocht van kleinere winkels uit stadscentra, de teruggang van industriële productie in eigen land, het verdwijnen van ambachtelijke kwaliteit ten gunste van een monocultuur van producten als Ivar en Billy en de financiële problemen van hun overheid.[1] Voor Ikea kun je Amazon, Walmart en vele andere bedrijfsnamen en dus ook de Action invullen.

Om die ‘Ivar en Billy’ te maken, varen andere enorme schepen met ijzererts, hout en andere grondstoffen vanuit alle delen van de wereld naar China. Daarbij ook tonnen kooldioxide uitstotend. De arbeidsomstandigheden van de matrozen op zowel die container- als die andere schepen laat vaak te wensen over. En om zoveel mogelijk geld te verdienen en aan zo min mogelijk eisen te voldoen, varen die schepen onder de vlaggen van landen die het op die gebieden het minst nauw nemen.

Inderdaad staan lokale overheden te juichen als zo’n bedrijf zich in hun stad vestigt. Op de lokale Venlose omroep staat geregeld een wethouder trotst te verkondigen dat een groot bedrijf vele hectares grond heeft gekocht om er een distributiecentrum te vestigen. Jullie weten wel zo’n grote, de omgeving vervuilende rechthoekige doos zonder enige architectonische kwaliteit. Want ja, je bent logistieke hot spot of niet. Daarbij wordt verteld dat de komst goed is voor de werkgelegenheid. Vervolgens wordt het gros van die werknemers met busjes van een van de vele uitzendbureaus vanuit hun tijdelijke woonplek naar die ‘schuur’ gereden en ‘logistikeren’ ze voor een habbekrats de rommel uit die containers. Van het salaris dat ze daarmee verdienen kunnen ze niets anders kopen dan de rommel die ze ompakken in die schuur. Op dezelfde Omroep Venlo staat ook geregeld een wethouder, en vaak is dat ook nog dezelfde, zijn bezorgdheid uit te spreken over de leegloop van winkels in de centra van Tegelen, Blerick en ook Venlo zelf en de gevolgen hiervoor voor de leefbaarheid van de Tegelen, Blerick en Venlo. Dat die ‘winkels en leefbaarheid’ worden bedreigd door de bedrijven die met gejuich worden binnengehaald, lijkt die wethouder te ontgaan.

Op landelijk niveau zien we hetzelfde. Een overheid die er alles aan doet om bedrijven met aanlokkelijke subsidies en met lage tot geen belastingen probeert te lokken. We moeten immers een ‘interessante vestigingsplek’ zijn voor grote multinationale bedrijven. Bedrijven die hier en ook elders weinig en liefst geen belasting betalen en daarmee alleen de lusten willen van onze samenleving en niet de lasten. Bedrijven die ervoor lobbyen voor zo min mogelijk en liefst hen beperkende regels op het gebied van salarissen, arbeidsomstandigheden en milieubescherming. Wel de baten niet de lasten.

Zoals Holtslag het in het al genoemde boek schrijft: “Het westers liberalisme werd materialisme. Vooruitgang werd niet afgemeten aan de mate waarin er verbetering werd geboekt op het gebied van de menselijke waardigheid, maar aan de mate waarin het consumentisme kon groeien.[2]  Een ontwikkeling die ervoor zorgt dat het samen in de samenleving steeds kleiner wordt, die de ongelijkheid vergroot en de klimaatverandering bevordert. Hij ziet in hoofdlijnen twee reacties op deze ontwikkeling. Aan de ene kant de reactie van partijen van het midden die met woorden spreken over deze ontwikkelingen maar met daden eraan bijdragen dat er niets aan wordt gedaan uit angst voor de tweede groep, de populistische nationalisten. Twee groepen die elkaar in een dodelijke omhelzing houden en daardoor precies dat bereiken wat ze allebei zeggen niet willen: “De pragmatische middenpartijen walgden van het groeiende koor van de rechtse populisten, maar hadden niet de kracht in huis die nodig was om de zwakke markt op te kalefateren, burgers op hun eigen verantwoordelijkheid te wijzen en grote bedrijven ervan te weerhouden om landen tegen elkaar uit te spelen teneinde steeds minder belasting te betalen. Dat pragmatische midden kreeg zelfs het verwijt dat het medeplichtig was aan het zoveel mogelijk winst bezorgen aan het bedrijfsleven, ten koste van het algemeen belang, terwijl het daar zelf van meeprofiteerde. De populisten waren gevaarlijk, wierp het midden tegen. Maar daarbij zag het bewust het destabiliserende effect van het eigen beleid over het hoofd. De samenleving wordt bedreigd door buitenstaanders, zeiden de populisten. Maar daarbij hadden ze weinig oog voor de bedreiging van hun manier van leven die van binnenuit kwam.[3]

 En met die bedreiging die van binnenuit kwam, kom ik bij de Ever Given en de ‘schepenfile. Dat schip met voor een miljard aan handelswaar aan boord en in de file een veelvoud daarvan. Die wel op tijd moeten aankomen zodat de ‘tuinspullen’ er niet pas in oktober zijn. Wij zijn de grootste bedreiging voor onze samenleving. Wij die groeiend consumentisme zien als vooruitgang. Wij die onze tuinmeubelen, ‘Billy’s en Ivars’ gemaakt in China kopen omdat ze zo goedkoop zijn. Wij die bestellen bij Amazon en AliExpress omdat het zo goedkoop is en alles door die onderbetaalde koerier thuis wordt gebracht.

Wij die de rommel bij de Action en de laatste ‘wegwerpmode’ bij de Primark kopen. Wegwerpmode zoals de gestonewashte spijkerbroek met voorgefabriceerde gaten en slijtplekken. Een broek waarvoor op een niet al te milieuvriendelijke manier katoen wordt geteeld. Katoen die wordt gewassen en waarvan draden worden gemaakt. Die draden worden tot stof geweven dat we laten krimpen om te voorkomen dat die wijd zittende broek die je in de winkel kocht na een wasbeurt in een skinny jeans verandert.
Dat stof wordt door een arbeider in een naaiatelier in Bangladesh gesneden en tot een broek genaaid door een arbeider die nog niet volwassen is, in of rond de fabriek woont en er meer dan tien uur per dag werkt. Die raw jeans wassen we vervolgens in een machine met stenen om het stof te verouderen en dus de levensduur ervan aanmerkelijk te bekorten. Bij dat wassen kunnen ook nog verschillende soorten chemicaliën worden toevoegen om speciale effecten te krijgen. Als laatste slijpen we er op wat plekken gaten in om de broek nog ouder te laten lijken. Gaten die er vervolgens voor zorgen dat de broek nog sneller slijt. De kans dat je er met je voet in blijft hangen of ergens achter haakt, neemt door die gaten immers flink toe. En dan na en paar keer dragen, verdwijnt de broek in de afvalbak omdat de nieuwste trend zegt dat de scheuren op een andere plek moeten zitten. Zo verspillen we kostbare grondstoffen en vervuilen het milieu voor een broek die we een paar keer dragen.

Zo dragen wij ook bij aan de migratiestromen. De katoen waar die broek van wordt gemaakt, wordt onder andere geteeld op plantages in West-Afrika. Daarvoor worden enorme arealen landbouwgrond gebruikt en is enorm veel water nodig. Honderdduizenden kleine boeren verloren hierdoor hun grond, bestaan en voedsel en migreerden naar de grote steden en daarna voor een deel ook naar Europa. Zij vormen een deel van migratiestroom die in de regio opgevangen moeten worden als het aan het gros van die pragmatische middenpartijen ligt en die daarvoor miljarden overmaken op de rekeningen autoritaire regimes. Maar waartegen ook de hekken worden gebouwd waar de populistische nationalisten zo op aandringen. En dat niet alleen door die spijkerbroek maar ook voor soja, hout en andere grondstoffen.

Miljarden aan belastinggeld om de gevolgen van ons consumentenkeuzes tegen te gaan. Producten, zoals die broek, waarvan we de werkelijke kosten afwentelen op het collectief want dat betaalt met geld of korter leven voor de slechte arbeidsomstandigheden, de vervuiling die met de productie en het vervoer van de grondstoffen en het eindproduct gepaard gaan en de kosten die migratie. Wordt het niet eens tijd om die op het collectief afgewentelde kosten door te berekenen in die spullen bij de Action of die ‘gestonewashte spijkerbroek’ van de Primark? Zouden ze dan nog zo goedkoop zijn? En nog een stap verder, zouden we (tuin)meubelen, kleren en veel andere producten niet lokaal moeten produceren en kopen? Dan zou die ‘onderbetaalde koerier’ als meubelmaker een goede boterham verdienen. Zouden we de lokale timmerman niet moeten vragen om een ‘Billy’ te maken? En bij de lokale kleermaker een broek gemaakt van hennep, vlas of brandnetels? Zou dat er niet leiden tot echter vooruitgang en dus verbetering op het gebied van de menselijke waardigheid? Menselijke waardigheid zowel hier als ook in China en bijvoorbeeld West-Afrika?

“Het migratievraagstuk kan niet worden opgelost, maar wel beter beheerst dan nu gebeurt. Europese leiders praten graag over opvang in de regio als een manier om vluchtelingen op afstand te houden. Maar de financiering van die opvang schiet vaak tekort. Ook in hun eigen belang zouden Europese landen zich genereuzer moeten tonen,” schrijft Peter Giessen in het Commentaar in de Volkskrant. Inderdaad is migratie eigen aan de mens, zonder migratie hingen we nog in de bomen in Oost-Afrika. Dat beheersen start echter bij de keuzes die we als consument maken. Dat is de boodschap die politici ons niet vertellen. Dat is, om All Gore te parafraseren: the inconvenient truth.


[1] Jonathan Holtslag, Van muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989,  pagina 192-193

[2] Idem. Pagina 69

[3] Idem, pagina 194-195

Patriotisme en een tweede stuk vlaai

“De brand van de Notre-Dame kunnen we zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving.” Dit beweert Juliaan van Acker bij ThePostOnline. Ja, dezelfde persoon die, zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, beweert dat democratie een protestants-christelijke uitvinding is. Volgens emeritus hoogleraar Van Acker komt dat omdat: “Het ontbreekt aan trots, aan verbondenheid, aan verantwoordelijkheidsgevoel.”

Bron: wikipedia

Van Acker constateert dat we nog niets kunnen zeggen over de oorzaak om er vervolgens op los te speculeren. Van Acker: “Het ligt voor de hand dat de arbeiders uitermate voorzichtig moeten zijn met hun gereedschap en bij het verlaten van de werf alles goed moeten controleren. De werfleider moet een extra inspectieronde doen en het eerste uur na het vertrek van de arbeiders de werf extra in de gaten houden. De aannemer moet ervoor zorgen dat de hele nacht door er bewaking is, vooral omdat het hier gaat om een gebouw van onschatbare waarde en een icoon van de Europese cultuur. De burgemeester moet de brandweer opdracht geven om elke dag na te gaan of de aannemer zich aan de afspraken houdt.” Zo zou het volgens Van Acker moeten, maar dat is niet gebeurd omdat de juiste motivatie ontbrak: “motivatie (heeft) alles te maken (…) met trots, met verbondenheid, met zich verantwoordelijk te voelen voor de erfenis van onze voorouders en misschien ook wel met respect voor de religieuze gevoelens van de miljoenen mensen die ons zijn voorgegaan en van diegenen voor wie de Notre-Dame een geliefde plek is voor bezinning en gebed.” En die ontbreekt, zo concludeert Van Acker. 

Volgens Van Acker kunnen we de brand: “zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving. Het is niet meer ons Europa. De Fransen mogen geen Fransen meer zijn. President Macron zegt dat de Fransen nu samen de kathedraal weer moeten opbouwen, maar zijn politiek ondermijnt juist het gevoel Fransman te zijn. Alle grenzen moeten open. Iedereen is welkom. Dat alles in naam van de portemonnee, want wat is de Europese Unie meer dan een economische macht? Het is niet alleen de Notre-Dame die vernietigd wordt, maar de vervuilde lucht door het autoverkeer in de steden, tast alle monumenten aan. Niemand voelt zich daarvoor verantwoordelijk. De hebzucht en het consumentisme tast alles aan, ook de ziel van de Europeaan.”

Gelukkig biedt Van Acker ook de oplossing voor dit gebrek aan verbondenheid. “De oplossing voor het gebrek aan verbondenheid en verantwoordelijkheidsgevoel ligt in het patriotisme. Elk land moet een eenheid vormen van mensen die een cultuur, een geschiedenis en, – ik durf ook te beweren-, een religie met elkaar delen. Dus geen multiculturele samenleving, geen Europese Unie, maar een Europese Confederatie van landen die hun eigenheid, hun tradities en hun geloof koesteren.”

En daarmee zijn we aanbeland bij de echte schuldigen. De anders- en ongelovigen want die passen niet bij die eenheid van godsdienst. Maar wie zijn dan in Nederland die ‘andersgelovigen’? Zijn dat de protestanten of katholieken? De remonstranten, de wederdopers, de oud katholieken? De hindoes, boeddhisten, moslims of joden? Wie hoort er niet bij? Welk verhaal vertelt dan die gedeelde geschiedenis? Is dat het verhaal van de Hollandse of Zeeuwse kooplui die de wereld introkken en gebieden veroverden, handel monopoliseerden en slaven vervoerden? Of is dat het verhaal van de nu binnenlands ‘koloniale gebieden’ Limburg en delen van Brabant? Welke cultuur wordt er gedeeld. Is dat het zuinige protestantse koekje bij de koffie of thee of het tweede royale stuk vlaai in Limburg?

Of de Franse burgemeester de brandweer onvoldoende liet controleren, de opzichter goed toezag, de bewakers goed bewaakten en de arbeidslui goed en zorgvuldig werkten, weet ik niet. Ik ga er vanuit dat er ook in Frankrijk regels voor zijn en dat die regels naar eer en geweten worden nageleefd. Dat ook Franse werklui kwaliteit willen leveren. Dus dat die motivatie wel in orde is. Al dit kan echter niet voorkomen dat er een ongelukje gebeurt. Dat er bijvoorbeeld kortsluiting ontstaat en daardoor eeuwenoude en zeer droge balken vlam vatten. 

Dat hebzucht en consumentisme de ‘ziel van de Europeaan’ aantasten, zou best voor een deel waar kunnen zijn. Je kunt je echter wel de vraag stellen of die ‘hebzucht’ niet een gevolg is van de cultuur. De socioloog Max Weber zag Van Ackers geliefde protestantisme aan de basis staan van het kapitalisme. In zijn boek De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme betoogt Weber dat de protestantse ethiek van hard werken de ontwikkeling van de vrije markt juist heeft bevorderd. Om het cru te zeggen, leefden de protestanten om te werken. Luiheid is immers des duivels oorkussen. Alhoewel cru, tegenwoordig lijkt deze opvatting algemeen aanvaard. En die vrije markt heeft geleid tot het consumentisme. Als Weber gelijk heeft, dan is Van Acker een homeopaat die het consumentisme wil bestrijden door het bloot te stellen aan de ‘ziektekiem’: het protestantisme. Dat veroorzaakt echter geen brand in een kathedraal. Daar is toch echt vuur voor nodig.

Trouwens, met dat ‘patriotisme’ die verbondenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de Fransen lijkt het wel snor te zitten. Een paar dagen na de brand is er al zo’n miljard euro verzameld voor de renovatie.

Zombie-jacht

De favoriete dystopie van de tegenwoordige filmmakers lijkt de zombie, de levende dode. Een dystopie is het tegengestelde van een utopie. Daar waar een utopie een toekomstige ideale samenleving beschrijft, beschrijft een dystopie een negatief toekomstbeeld. En tegenwoordig lijkt een zombie tot de favorieten te behoren van de filmmakers. Denk bijvoorbeeld aan de film World War Z en de tv-serie The Walking Dead.  Zombies die ontstaan omdat de mens bijvoorbeeld genetisch heeft zitten stoeien en er iets gruwelijk fout is gegaan, waardoor het grootste deel van de mensen zombies worden. De overgebleven mensen strijden vervolgens tegen de zombies en vaak ook tegen elkaar zoals in The Walking Dead. In die serie is een zombie levenloos, strompelt voort en voedt zich met het vlees en bloed van de levenden. Levenden die door een beet van een zombie zelf ook tot zombie verworden.

Tim Jackson

Illustratie: www.chrispacke.com

Nu waarschuwt de Duitse minister van financiën, Wolfgang Schäuble ons: “Door de toegenomen schulden ontstaan zeepbellen en wordt de economie als een zombie.” De economie als een levende dode die voortstrompelt en zich voedt door de levenden ‘uit te zuigen’, door ze in de schulden te steken. Volgens Schäuble hebben regeringen die met  stimulerende maatregelen de economie probeerden aan te jagen, hiermee de basis gelegd voor de volgende crisis. Ze hebben de zombie gevoed met schulden, die tot nieuwe zeepbellen leiden.

Een interessante en misschien wel passende vergelijking. Maar is die vergelijking niet nét iets anders dan Schäuble voorstelt? Want is het kapitalisme niet de zombie? Volgens Schäuble maken schulden de zombie. Zijn schulden niet een volgende manier van de zombie om zich te voeden en is groei niet het werkelijke voedsel van de zombie? Is krediet sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet de populaire manier om te groeien?

Zijn crises niet hét kenmerk van het kapitalisme? De Aziatische crisis, de Argentijnse crisis, de Roebelcrisis en dat zijn er nog maar drie in de vijftien jaar voor de bankencrisis die werd gevolgd door de eurocrisis. Zijn zeepbellen niet inherent aan het kapitalisme? Wie herinnert zich de Hollandse tulpenmanie, de zeepbel uit de Gouden zeventiende eeuw, nog?

Hoe nu deze ‘zombie’ te bestrijden? Schäuble stelt voor om te bezuinigen en de economie te hervormen. Hij zegt het niet, maar dat hervormen betekent deregulering en flexibilisering, omdat de markten de ruimte moeten krijgen. Daar moet de groei immers vandaan komen. Krijgt de zombie zo niet waar hij van leeft? Namelijk groei?

De Engelse econoom Tim Jackson geeft een goede analyse van onze huidige, op groei draaiende, economie. In Prosperity without Growth. Economics for a Finite Planet analyseert hij de werking van ‘de zombie’ al spreekt hij niet over zombies.

Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Zo zijn producten meer dan alleen producten, het zijn manieren om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen. Tegenwoordig roepen producten sterke gevoelens op mensen en daardoor zijn ze dominant bij het bepalen van het succes of falen van een persoon, groep of samenleving.

Tegelijkertijd ziet hij de groeigerichtheid van de economie. Die gerichtheid is, volgens Jackson, eigen aan het streven naar efficiency:  “Efficiency stimuleert letterlijk groei. Het beperken van arbeid (en grondstoffen), zorgt voor het dalen van de kosten van producten. Hierdoor wordt de vraag gestimuleerd en daarmee ook de groei” (eigen vertaling).

De sociale logica om erbij te horen (om niet achter te blijven) en de economische fixatie op efficiency houden elkaar in de ‘ijzeren kooi van het consumentisme’, zoals Jackson het noemt. Volgens Jackson kunnen de problemen in onze samenleving (Schäubles zombie) alleen worden bestreden, door zowel aan de sociale logica als aan de economische fixatie op efficiency wat te doen.

De economische kant van de zombie, door onze economie in overeenstemming te brengen met ecologie. Hij denkt dan aan plafonds voor grondstoffengebruik en uitstoot van schadelijke stoffen. Plafonds met een verminderingsdoelstelling. Dit ondersteunt met fiscale maatregelen. Hierbij zouden de ontwikkelingslanden moeten worden geholpen. Ook zou de rol en de plek van arbeid in de samenleving moeten worden herzien. Het streven naar efficiency aan de ene kant en volledige werkgelegenheid aan de andere kant, jagen elkaar en daarmee de productie op.

En met arbeid komen we op het terrein van de sociale logica. Arbeid anders beoordelen, vraagt om een andere sociale logica. Anders dan werk beschouwen als toppunt van participatie. Anders denken over arbeid betekent ook werken aan andere, liefst sterkere sociale verbanden. Het belangrijkste waaraan, volgens Jackson, moet worden gewerkt is het verkleinen van ongelijkheid. Ongelijkheid versterkt, volgens Jackson, de statuscompetitie die de ‘zombie’ voedt.

Met wie gaan we op zombie-jacht met Schäuble of met Jackson?

Primaire waarde

In haar boek The Human Condition schrijft Hannah Arendt (eigen vertaling): ‘als producten niet primair worden gewaardeerd om hun bruikbaarheid, maar min of meer als incidentele resultaten van het productieproces waaruit ze voortkomen, waardoor het product niet wordt gewaardeerd om het vooraf bepaalde gebruik, maar voor de productie van iets anders, dan kan daar tegenin worden gebracht dat de waarde van het product alleen secundair is. En een wereld die geen primaire waarden kent, kent ook geen secundaire.” En dat ‘anders’ waarover Arendt spreekt, is geld en tegenwoordig economische groei.

afval

Foto: www.goudstandaard.com

Hieraan moest ik denken na het zien van een aflevering van de documentairereeks Planet e  die de Duitse TV (ZDF) uitzendt. De laatste droeg de titel Garantie vorbei-Gerät kaputt. De aflevering handelde over elektrische apparatuur die steeds sneller kapot gaat. Een onderwerp waarop Tegenlicht ook al het licht liet schijnen in een uitzending met de architect, Thomas Rau. Dergelijke producten zijn volgens Rau: “nog net niet stuk.” En de Duitsers ontdekten dat die spullen tegenwoordig steeds sneller kapot gaan.

Daar komt bij dat de apparaten tegenwoordig bijna niet meer te repareren zijn. Dit kent verschillende oorzaken. Vaak zijn reserve-onderdelen net zolang beschikbaar als het model in de verkoop is. Ook worden snel slijtende onderdelen zo geïntegreerd in een duur geheel, waardoor het vervangen (te) duur uitvalt. Veel voorkomend is ook het op een of andere manier dichtsmelten van onderdelen, zodat ze alleen als geheel zijn te vervangen.

Rau voegt er nog een categorie aan toe. Producten waarvan de ‘emotionele’ levensduur korter is dan de technische. Bijvoorbeeld een mobieltje. Er komen zo snel ‘nieuwe’ ‘betere’ en vooral ‘hippere’ (al is de emotionele levensduur van het woord hip ook al weer voorbij) op de markt en dat verleidt tot het kopen van een nieuwe, terwijl de oude nog niet versleten is.

Dit is goed voor de economie, want er wordt goed verkocht. Maar het levert heel veel afval op en het verslindt kostbare, schaarse grondstoffen.

Rau geeft bij Tegenlicht het voorbeeld van het tuingereedschap van zijn opa, dat is nog steeds goed te gebruiken. Dat is gemaakt om een probleem op te lossen. Zijn onze moderne producten nog steeds bedoeld om een probleem op te lossen of houden ze het probleem in stand? Is er niet nóg een categorie bijzondere producten? Kennen we tegenwoordig niet heel veel producten die ‘in de markt gezet’ moeten worden? Waarvoor een probleem of verlangen moet worden gecreëerd?

Moeten we niet op zoek naar dat wat primaire waarde heeft?