Uitgelicht

Boerenverstand

‘Boerenverstand’ en dan nog het liefst met het woord ‘gezond’ ervoor. Die woorden hebben we de afgelopen weken vaak gehoord. Bij de Correspondent een column van Tessa Sparreboom over ‘boerenverstand’. Sparreboom plaatst het tegenover ‘vernuft’: “Nodeloos ingewikkeld doen versus één-en-één-is-twee-denken. In die tegenstelling is vernuft bijna valsig, met alle gedachtekronkels en omwegen die erbij horen, en heeft de rechtlijnigheid van het boerenverstand juist iets eerlijks.” Hieraan moest ik denken bij het lezen van het interview in de Volkskrant van twee pagina’s met de sinds deze week beroemdste boerenzoon Jouke Hospes en zijn familie.

Bron: pixabay

“De broers hebben hun toekomst altijd al gezien op de boerderij waar ze wonen. Maar nu de stikstofplannen naar buiten zijn gebracht, en blijkt dat hun boerderij met meer dan de helft moet inkrimpen, voelt het alsof hun leven van hen af wordt genomen.” Zo lees ik in het artikel. “‘We wilden onze stem laten horen’, zegt Sytse. Vader Jan: ‘Als je dat nu niet doet, ben je te laat. Want over twee jaar houdt het op deze manier voor ons gewoon op.’” Als je mij als kind tot een jaar of twaalf, dertien vroeg wat ik wilde worden, dan kreeg je boer als antwoord. Ik ben het niet geworden omdat ik in begon te zien dat het overnemen van het bedrijf van mijn vader erg lastig zou gaan worden. Mijn vader kon overleven omdat hij niet meeging in de met geleend geld gefinancierde schaalvergroting van de jaren zeventig. Hij deed het tegenovergestelde. Hij betaalde de lening af en kon met zijn kleine bedrijf zijn gezin goed onderhouden omdat hij zijn kosten laag hield. Het op dezelfde voet voortzetten van het bedrijf was voor mij onmogelijk omdat ik het eerst zou moeten kopen en dat kon alleen maar door een lening af te sluiten. Ook mijn tweede carrière voorkeur werd het niet. Het ontbrak me aan voldoende talent om het werkelijk tot profvoetballer te schoppen.

 Nu waren er begin de jaren zeventig ook boerenprotesten. Ook toen zagen boeren en boerenzoons hun ‘manier van leven’ ophouden. Toen door de schaalvergroting. De overgrote meerderheid van die boeren en boerenzoons hebben daarna een andere bezigheid gevonden. Net zoals ik een andere bezigheid heb gevonden toen eerst het boeren en later het voetbal om verschillende redenen niet voor me waren weggelegd.

Maar terug naar dat ‘boerenverstand’ waarmee ik begon. “‘Ik ben ook niet boos op de politie’, zegt hij. ‘Maar wel op die man die schoot. Die mankeert wat.’ Jan: ‘We hebben in Friesland met de demonstraties heel goede contacten met de politie gehad. Veel agenten balen hier ook heel erg van.’ Tjitske: ‘Maar tegen deze agent gaan we wel aangifte doen, die moet niet meer in het veld.’”  Zo lees ik in het interview dat begeleid gaat met een foto met erop de lachende leden van het gezin aan de, ik neem aan, keukentafel. Nu is het niet aan de familie Hospes om te bepalen of een agent wel of niet meer het veld in moet. En of die agent wat mankeert of dat het verhaal toch iets anders ligt dan de zestienjarige Jouke het verteld, weet ik niet.

Wat ik me met mijn verstand van een boerenzoon wel afvraag, is of er bij de ouders van de jongen niet iets mankeert aan het boerenverstand? Trouwens niet alleen de ouders, ook de journalisten Maud Effting en Willem Feenstra die het interview afnemen. In het interview mis ik een cruciale vraag: welke ouder staat het zijn minderjarige kind van zestien toe om met een tractor met aanhanger naar een demonstratie te gaan? Een kind waaraan een kroegbaas nog geen pilsje mag serveren maar van de ouders wel met de tractor mag gaan demonstreren? En niet in dit interview, ook door al die ‘pratende hoofden’ in de talkshows die hier deze week uitgebreid aandacht aan schonken, werd die vraag niet gesteld. Mankeert er iets aan mijn boerenzonenverstand omdat ik de enige lijk die zich dit afvraagt of is die vraag en dus mijn manier van denken ‘nodeloos ingewikkeld’?

Uitgelicht

Flagellanten

Flagellanten. Nu zal menig lezer zich afvragen Wat? Wie? Flagellanten of geselbroeders kwamen op in de tweede helft van de dertiende eeuw en deden het vooral goed in tijden van crisis. Tijdens de pestepidemieën van de veertiende eeuw nam het ‘flagellantisme’ als dat een goed woord is, een grote vlucht. Groepen flagellanten trokken van plek naar plek en voerden daar steeds hetzelfde ritueel uit. Ik moest hieraan denken bij de boerenprotesten.

Carl von Marr: Die Flagellanten, 1889, Museum of Wisconsin Art. Bron: https://jenikirbyhistory.getarchive.net/media/carl-von-marr-flagellanten-4add32

Eerst het flagellantenritueel. Vaak voorafgegaan door kaarsendragers gingen ze in het wit gekleed naar de plaatselijke kerk. Daar ontdeden ze zich van hun bovenkleding en bedekten hun onderlijf met witte doeken en liepen zichzelf geselend rondjes. Ze begonnen geselliederen te zingen en zweepten zich op het ritme van de muziek af. Na zo’n eerste ronde vielen ze op hun knieën en geselden ze zich nog wat meer. Dit herhaalde zich daarna nog twee keer vaak met nog pijnlijkere voorwerpen. Het geheel werd afgesloten met de ‘geselaarspreek’ die rechtstreeks van god zou komen en voor de toehoorders was bedoeld. Daarna vertrokken ze weer naar de volgende plek en daar herhaalde het ritueel zich de volgende dag. Ze waren populair bij een flink deel van het volk omdat ze zich niets van de kerkelijke hiërarchie aantrokken en omdat men geloofde dat hun zelfkastijding god gunstig zou stemmen waardoor er een einde zou komen aan de crisis. Zo waren de flagellanten en ook grote delen van het volk ervan overtuigd dat deze manier van boetedoening de pest een halt zou toeroepen. Het tegendeel was echter het geval. Hun trektocht maakte het de pest makkelijker om zich te verspreiden.

Terug naar het heden. Wie in dit land niets heeft meegekregen van de protesten van de boeren, heeft onder de welberoemde steen gelegen of lag in coma. Je kunt geen krant openslaan, geen nieuwsitem of actualiteiten programma aanklikken of er zijn tractoren te zien. Ze staan, in een toenemende mate van minder fraaiheid en de goeden niets te na gelegd, voor provincie- en gemeentehuizen op wegen en pleinen om zo het verkeer te hinderen en zelfs voor woonhuizen van bestuurders en politici. Dit opgeschilderd met ludieke, serieuze maar ook beledigende en bedreigende teksten op spandoeken. Er zijn poppen opgehangen en mensen bedreigd waaronder ook een ondernemer die in opdracht van de politie een tractor wegsleepte. Er zijn hooibalen in brand gestoken, bomen omgezaagd, giertanks geleegd en politieauto’s vernield. Politici, meningenmensen en media geven afhankelijk van hun opvattingen de ene of de andere partij de schuld. Anderen die voor voor gekke Jetje, marionet van deze of gene, voor dictator of de duivel in eigen persoon uitgemaakt. En er wordt in (burger)oorlogstermen gesproken.

Vorig jaar werd er ook geregeld gedemonstreerd en gereld. Toen vooral tegen coronamaatregelen. Afgezien van de tractoren, zag dat er hetzelfde uit. Verwensingen en bedreigingen aan het adres van politici, bestuurders, journalisten en wetenschappers. Geweld tegen de politie en vaak ook nog tegen brandweermensen en ambulancepersoneel. En ook weer politici, meningenmensen en media die, afhankelijk van hun opvattingen, de ene of de andere partij de schuld gaven en voor gekke Jetje, voor marionet van deze of gene, voor dictator of de duivel in eigen persoon uitmaakten.

De overheid moet het hierbij steevast ontgelden en fungeert als kop-van-Jut. En wat doet die overheid? In plaats van problemen aan te pakken verzandt ze in onderzoeken naar hoe het zo is gekomen en in het zich ver-excuseren voor zaken die met de kennis van nu in het verleden fout zijn gegaan. Laat je je als bestuurder uit het verleden niet verleiden tot een mea culpa over je met de kennis van nu fouten van toen, maar probeer je gewoon uit te leggen hoe er toen met de kennis van toen werd gehandeld, dan kun je, zoals voormalig minister Annemarie Jorritsma voor de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen overkwam, op weinig bijval en zelfs ergernis rekenen. In plaats van de problemen aan te pakken verzandt ze in overleggen met en het betrekken van alles en iedereen om maar iedereen tevreden te krijgen. Polderend voor draagvlak verzandt alles in één grote brei. Al polderend worden er bakken met geld uitgegeven aan bijvoorbeeld een ‘vluchtelingenboot’ in Velsen-Noord om een halfjaar lang asielzoekers in onder te brengen. Daarna moet ‘de boot’ maar vooral het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) op zoek naar een andere ‘ankerplaats’ alwaar het hele poldercircus opnieuw begint en stort de omgeving van de nieuwe ‘ankerplaats’ de kar met stront weer uit over de burgemeester aldaar en de man van het COA die de boodschap moet komen brengen. Al polderend ontstaat er vooral weerstand en weinig draagvlak

De overheid, en daarom moest ik aan de flagellanten denken, geselt zich als een flagellant die in plaats van godsbarmhartigheid zoekt naar een blijk van goedkeuring van de burger. Het flagellantisme van de overheid nu lijkt daarbij eenzelfde effect te hebben als het Middeleeuwse in de tijden van de pest. Hoe meer zij zich geselt met mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa, hoe meer de hedendaagse ‘wantrouwenspest’ zich verspreidt.

Politici die hun standpunt baseren op peilingen of nog erger, uitspraken in de asociale media. Politici die, zoals FvD-Kamerlid Van Meijeren begrip kunnen opbrengen voor mensen die anderen bedreigen of die dat zelf doen, zoals zijn collega Van Houwelingen. Burgers die denken dat hun mening de waarheid is. Die denken dat hun belang meteen het algemeen belang is en dat hierdoor alles geoorloofd is. Burgers, zoals FDF voorman Van den Oever, die zeggen niet uit eigen belang te handelen maar die ‘voor een goede prijs te koop is.’ Media die, bang om de aansluiting met ‘het volk’ te missen, een platform geven aan zo ongeveer iedereen die ergens ontevreden over is. Zo kreeg Michel Reijinga, de man van twaalf ambachten en dertien ongelukken vijf pagina’s in de Volkrant om zijn ‘verhaal’ te verkondigen en zichzelf op de borst te kloppen. En de al genoemde Van den Oever kreeg alle ruimte om de kinderen van staatsecretaris Van der Wal voor ‘pussy’ uit te maken.

Recentelijk las ik het boek Democratie op wankele bodem van Donald Loose. Een zeer interessant boek waarin de inherente spanningen in een democratische samenleving worden behandeld. Spanningen vanwege de onoplosbare zoektocht tussen vrijheid en gelijkheid. Spanningen waardoor democratie een werkwoord is. Ze is nooit af of klaar maar altijd ‘under construction’. Bij de boerenprotesten moest ik denken aan de volgende passage: “Juridische regels, rechten en plichten zijn niet voldoende om een democratie overeind te houden. Zonder morele verantwoordelijkheid bij politici en burgers is de democratie een gevaarlijk spel. Ze kan zichzelf vernietigen en bij meerderheid opheffen.” Als het ergens aan lijkt te schorten dan is het aan morele verantwoordelijkheid. Onze democratie is in last. Looses oplossing: ‘Opvoeding – Bildung bij regeerders en burgers – is vereist om burgerzin draagvlak te kunnen bezorgen in de samenleving.[1] Maar ja, zolang burgerzin wordt vertaald in Wilhelmuskunde waar voormalig CDA-leider Buma voor pleitte en zolang ‘burgerschap’ maar een vak is en niet het doel is van het algemeen vormend onderwijs vrees ik dat er van die Bildung weinig terecht komt. En wordt de ‘wankele bodem’, om de titel van Looses boek aan te halen, onder onze democratie er niet steviger op.


[1] Donald Loose, Democratie op wankele bodem. Over de politiek en het politieke, pagina 347

‘It doesn’t make it alright’

Je moet je doodschamen, gast.” Met die zin eindigt een ‘briefje’ van Jan Dijkgraaf bij TPO aan Arjen Lubach. Waarvoor moet Lubach zich schamen? Daarvoor moeten we naar de uitzending van Lubach op Zondag van 20 oktober 2019. Lubach behandelde de ‘stikstofcrisis’. Op een eenvoudige manier maakt hij duidelijk wat het probleem is. Wat hij vooral duidelijk maakt, is de bijzondere houding van politieke partijen en politici die eerst instemden met alle regels, vervolgens de boeren paaiden door die belachelijk te noemen en de schuld van die crisis bij anderen in de schoenen te schuiven en geen alternatieve oplossingen hebben.

In Lubachs item speelt boer Arjen Schuiling een rolletje. Schuiling sprak tijdens het Groningse protest de woorden: “Hier wordt niemand opgepakt, niemand. En anders halen we die gewoon weer uit de cel. En als er dan een trekker door de pui daar moet, dan doen we het. Wij bepalen vandaag wat er gebeurt, niet de overheid, niet het O.M. Wij bepalen nu het beleid, niet de overheid.” Lubach gebruikte deze uitspraak, naast allerlei andere voorbeelden van ‘humor’ zoals doodskisten met namen van politici erop, om te laten zien dat er bij de protesterende boeren ook wat ‘rare vogels’ rondliepen. Dat Lubach het fragment met Schuilings uitspraak gebruikt, is tegen het zere been van Jan Dijkgraaf.

“Viel het jou ook op dat hij op dat moment wat emotioneel was?” Vraagt Dijkgraaf aan Lubach? Nu waren er wel meer emotionele boeren dus dat was niet zo bijzonder. Toch was hier iets bijzonders aan de hand en dat had het ‘forse redactieteam’ van Lubach moeten en kunnen weten als ze de rest van het interview met Schuiling helemaal hadden bekeken. In dat interview vertelde: “de geëmotioneerde akkerbouwer en paardenpensionhouder (…) dat zijn vader zich acht jaar geleden juist die dag ophing vanwege het toen ook al gekmakende landbouwbeleid. En dat hij wat later bij het Groningse protest aansloot, omdat hij eerst een bloemetje op zijn vaders graf ging leggen.” Een tragedie voor Schuiling en zijn familie en begrijpelijk dat hij daar geëmotioneerd van raakt. Tussen emotioneel zijn en oproepen tot geweld (een trekker door de pui) en het uitroepen van een  ‘boerendictatuur’ uitroepen, want dat is wat Schuiling doet, zit echter een wereld van verschil.

In je emotie doe je soms dingen die niet zo handig zijn. Dat weet iedereen. Het is de vraag of het handig is om je in je emotie te laten interviewen. Dat is een afweging die Schuiling zelf moet maken. Wat zou Dijkgraaf zeggen als de persoon uit de toeterende bruiloftstoet, die in Rotterdam een agent neersloeg, zich verontschuldigde met ‘het is mijn lieveling nichtje en vandaag vijftien jaar geleden overleed mijn tante waarnaar ze is vernoemd’? Dat rechtvaardigt geen geweld. Die emotionele toestand vergoelijkt de uitspraken niet. Net zoals een zelfmoord van je vader het oproepen tot geweld en ‘revolutie’ niet rechtvaardigt.

Of om The Specials te citeren: “Some people think they’re really clever. To smash your head against the wall. Then they say “you got it my way.” They really think they know it all. It doesn’t make it alright. It doesn’t make it alright. It’s the worst excuse in the world. And it, it doesn’t make it alright.”  Als je trouwens meer van punk houdt, de Noord- Ierse band Stiff Little Fingers heeft het nummer ook op hun repertoire staan.