Uitgelicht

Activistisch ontmenselijkt

“Gespreksleider Ou-Oumar maant de directeur om ook na deze avond in gesprek blijven met de kritische medewerkers. ‘Ben je bereid naar hen te luisteren, en niet in twijfel te trekken wat ze zeggen?’, vraagt ze Wertheimer. ‘En accepteer je dat het niet meer aan jou is, maar aan hen en hun gevoelens?’ Na een aarzeling stemt Wertheimer in. Een lauw applaus stijgt op uit de zaal.” Een wel heel bijzonder passage uit een artikel van Ashwant Nandram in de Volkskrant. Het artikel bespreek de problemen bij wat tot voor kort, als ik het artikel moet geloven ‘de vooruitstrevende en inclusieve club’ van Nederland was: De School.

person, holding, signage, protest, protest action, group of people ...
Bron: Piqsels

Eerst even in het kort wat het probleem is. De School bestaat uit: “een nachtclub, maar heeft het ook een café, restaurant, expositieruimte en sportschool,” en is het werk van twee ondernemers: Ernst Mertens en Jochem Wetheimer. De club heeft: “geen aparte mannen- of vrouwen-wc’s, iedereen gebruikt dezelfde genderneutrale ruimte. De club voert een exclusief deurbeleid. Te grote groepen bezoekers worden geweigerd; wie niet weet welke dj er die avond draait, maakt kans weer rechtsomkeert te moeten maken. Eenmaal binnen wordt de telefooncamera afgeplakt, zodat bezoekers vrijuit en soms met weinig kleren aan de dansvloer op kunnen, zonder het gevaar een dag later met foto op internet te staan.” Dan breekt corona uit en staat alles stil. Tot er na het pinksterweekend weer meer kan. Om de bezoekers erop attent te maken dat de zaak op 1 juni weer open gaat, wordt er voor het pinksterweekend een bericht gemaakt dat de eenendertigste mei automatisch wordt geplaatst op Instagram.

Tot zover niets bijzonders. Al zijn er mensen die daar anders over denken. De eenendertigste mei was namelijk de dag voor de Black Lives matter demonstratie in Amsterdam. Jullie weten wel die demonstratie waar meer mensen bleken te komen en waardoor burgemeester Halsema problemen kreeg. De mensen die er anders over denken, vinden dat De School zich had: “moeten uitspreken tegen racisme.” De directie biedt hiervoor haar excuses aan. Iets waarvan je je kunt afvragen of dat nodig is. Maar dat is niet genoeg: “Activistische bezoekers roepen De School ter verantwoording: de nachtclub laat zich voorstaan op een inclusief imago, maar in de programmering zijn te weinig gekleurde dj’s te zien. Ook wordt de organisatie ‘te wit’ bevonden.” Een van de activisten legt uit: “Bij De School voelt het als een vertrouwensbreuk. Juist omdat de club zich zo lang liet voorstaan op de inclusiviteit, waren de verwachtingen hooggespannen en was de teleurstelling groot. Veel van ons zagen De School als vrijhaven en plotseling dondert dat beeld in elkaar. Het wordt duidelijk: die inclusieve organisatie is ook maar een illusie.” Een kunstenares, Emma Levie, beëindigt haar expositie met als onderbouwing: “Ik had kritischer moeten zijn op De School: ze hebben twee witte heteromannen als eigenaar en nul gekleurde medewerkers op kantoor. De club (heeft) de afgelopen periode onvoldoende steun gegeven aan zwarte mensen.” Dit leidt uiteindelijk tot een bijeenkomst met die activistische bezoekers, personeelsleden en het management van de club. Waar de directeur de vragen waarmee ik deze Prikker begon, krijgt voorgelegd.

Toch bijzonder om twee mensen die een initiatief beginnen, hun huidskleur te verwijten. Want dat is wat er gebeurt. Als dit een argument is om een club als ‘niet inclusief’ te bestempelen, dan kan kun je ook The Black Archives verwijten dat ze ‘niet inclusief genoeg’ zijn.  Dit even terzijde. Maar wel bewust deze organisatie genoemd omdat die; “niet langer (wil) worden geassocieerd met de nachtclub. De School zou niet adequaat genoeg hebben gereageerd op de Black Lives Matter-beweging. The Black Archives wil geen geld van een inzamelingsactie die wordt gebruikt om ‘het imago van een problematische organisatie wit te wassen’.

Terug naar de vragen die directeur Wetheimer krijg voorgelegd. “Ben je bereid naar hen te luisteren, en niet in twijfel te trekken wat ze zeggen?” Een bijzondere vraag. Op het eerste deel van de vraag, zal ieder weldenkend mens met JA antwoorden. Natuurlijk ben ik bereid naar iedereen te luisteren. Dat wil echter niet zeggen dat ik iets doe of moet doen met wat iedereen zegt. En daarmee kom ik bij het tweede deel van de vraag. Instemmen met dat tweede deel betekent dat je iemands inbreng niet mag bevragen, niet kritisch mag beschouwen en dus eigenlijk gewoon als ‘waarheid’ moet accepteren. Met die eis of voorwaarde zou ik nooit en te nimmer instemmen.

Dan de tweede vraag: “accepteer je dat het niet meer aan jou is, maar aan hen en hun gevoelens?” Zouden de ‘activisten’ door hebben waar ze mee bezig zijn? Zouden ze zich realiseren dat ze een heel gevaarlijk pad bewandelen? Nee, niet zo zeer omdat de kans groot is dat de tot voor kort ‘fantastische’ en door: “de queer-gemeenschap (…) geroemd als ‘safe space’: een plek waar niemand wordt gediscrimineerd,” club de deuren sluit en ze dus op zoek moeten naar een andere plek. Alleen wie wil hen nog binnen hebben als dit het gevolg is? Nee, veel meer omdat met die vraag de ander, in dit geval de directeur en oprichter van De School, als mens terzijde wordt geschoven. Die doet er als mens niet meer toe. Zijn werk, wat hij zegt, wat hij doet en hoe hij zich voelt doet allemaal niet meer ter zake. Het is ‘aan hen en hun gevoelens’. Zouden de ‘activisten’ in het algemeen en Ou-Oumar in het bijzonder, door hebben waar ze mee bezig zijn? Namelijk met het ‘ontmenselijken’ van mensen? Als de geschiedenis iets leert, dan is het dat dit een zeer gevaarlijk pad is om te bewandelen.

Uitgelicht

‘Wij’ en ‘onze’ geschiedenis

                “Op de Vlaamse feestdag herdenken we de bolsjewieken van de middeleeuwen.” De sprekende titel boven een interview met de historicus Jan Dumolyn op de Belgische site MO. Voor degenen die niet weten welke Vlaamse feestdag er wordt bedoeld en wat er wordt herdacht: op de 11e juli herdenkt Vlaanderen de Gulden Sporenslag. In het populaire discours van nationalistische Vlamingen de strijd van de Vlamingen tegen de Fransen. In het interview legt Dumolyn uit dat het in werkelijkheid toch een stukje anders ligt. Het was veeleer een ‘sociale revolutie’. Een voorbeeld van: “Het universele streven naar emancipatie, naar een waardig bestaan.” Een streven dat, zo zegt Dumolyn terecht, ook bij Black Lives Matter een belangrijke rol speelt. Een streven dat door de hele geschiedenis een belangrijke rol speelt achter oorlogen en opstanden en dat draait om macht en de verdeling ervan. En… ook met vergelijkbare ontwikkelingen die eraan vooraf gaan.

Bestand:Nicaise de Keyser02.jpg
De slag der Gulden Sporen door Nicaise De Keyses. Bron: Wikipedia

                Waar ging het 700 jaar geleden in Vlaanderen om? Dumolyn: “1302 maakt deel uit van een tweede golf opstanden waarbij de volksklassen in de steden gebruik maakten van tegenstellingen binnen de elites om meer macht te verwerven in het bestuur van de steden.” Dit combineerde zich met: “een typisch feodaal conflict, tussen de koning van Frankrijk en de Graaf van Vlaanderen. Die laatste weigerde zich te onderwerpen aan de koning. Vergis u niet: die graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, sprak geen woord Nederlands.” Uiteindelijk ‘vonden’ de graaf van Vlaanderen en de ‘volksklassen in de steden’ elkaar en dat leidde uiteindelijk tot een verpletterende nederlaag voor de Franse koninklijke troepen. Heel adellijk Europa was hierdoor in rep en roer: “Ze verafschuwden de gemeentenaren als terroristen. Die waren de Islamitische Staat, of misschien met een betere metafoor, de bolsjewieken van die tijd.” Het bondgenootschap tussen de graaf en de ‘volksklassen’ hield niet lang stand. Dat laat onverlet dat de ‘volksklassen’, en laat je niet verleiden door het woord want het waren met name ambachtslieden, in de steden mee gingen besturen. Maar wel met grote gevolgen: Het had grote internationale uitstraling. In dat Vlaanderen krijg je dus 200 tot 250 jaar ambachtsbestuur, maar eigenlijk ook in andere steden van het huidige België, wat historici nu de Zuidelijke Nederlanden noemen, zoals Luik en Mechelen, en ook in sommige steden van het huidige Nederland. Dat heeft een heel ander soort sociale constellatie geschapen, met een meer stedelijke cultuur, waar de adel en de Kerk minder alles in handen hebben.” Precies die zaken waar ook de Republiek later om bekend stond.

                Wat zien we als we kijken naar de ontwikkelingen die eraan vooraf gingen? “De kloof tussen arm en rijk in de steden was sterk gegroeid. Enerzijds was er een toename van kapitaalvorming door investeringen in de textielhandel. Anderzijds daalden de lonen, door de constante immigratie. De lonen konden de prijsstijgingen niet volgen.” Dit was mogelijk omdat: “De productieve landbouw (een) snelle verstedelijking toe(liet).”  Hierdoor woonde een steeds groter deel van de bevolking in de steden. “In de dertiende eeuw ontwikkelde zich een stedelijk proletariaat door de sterke instroom van arbeidskrachten. Dat bestond uit arme ambachtslieden, ongeschoolde arbeidskrachten, bedelaars, ook veel alleenstaande vrouwen. Die werkende klasse woonde dikwijls ook in aparte wijken, toen al.” De steden verwierven: “een zekere autonomie tegenover de adel, bisschoppen en abten.” Binnen de steden lag de macht in handen van een kleine groep patriciërs, de stedelijke elite, terwijl die ‘volksklassen’, en dan vooral de ambachtslieden, buitenspel stonden.

                Als we dit vergelijken met de situatie nu, wat zien we dan? Dan zien we een groeiende kloof tussen arm en rijk. We zien dat lonen niet stijgen en dat het ‘kapitaal’ een steeds groter deel van de koek neemt. Dan zien we een constante migratiestroom naar de steden. Dan zien we in toenemende mate een ruimtelijke en vervolgens ook emotionele scheiding tussen de verschillende bevolkingsgroepen (aparte wijken, segregatie op scholen et cetera). Dan zien we dat een groot deel van de bevolking aangeeft dat ze ‘niet gehoord’ worden, dat ze niet meetellen en niets te zeggen hebben. Een groot deel dat mensen van alle kleuren omvat. Dan zien we een golf van ‘verzet’, net als 700 jaar geleden.

                En eigenlijk zien we dat geregeld in de geschiedenis. Neem de periode dat de slavernij werd afgeschaft, het midden van de negentiende eeuw. De periode waarin, als we Gloria Wekker in haar boek Witte onschuld mogen geloven, een: “raciale grammatica ingeplant is, een diepe structuur van ongelijkheid in gedachten en gevoelens, gebaseerd op ras, en dat vanuit dit diepe reservoir het culturele archief – onder meer een gevoel over het zelf – gevormd en gefabriceerd werd.” Inderdaad was het een periode van ‘een diepe structuur van ongelijkheid’ want de ongelijkheid in inkomen en vermogen bereikte grote hoogten. Alleen was die structuur niet gebaseerd op ras want, zoals ik in I’ve got the power al schreef, stond het gros van de blanke bevolking aan de verkeerde (de arme en machteloze) kant van die ‘ongelijkheid. Hun levensomstandigheden waren nauwelijks beter dan die van de slaven in de Amerika’s. Het was ook een periode van migratie. Migratie van het platteland naar de stad en ook van Europa naar vooral het nieuwe land: de Verenigde Staten. Rijk en arm leken op totaal andere planeten te leven. Ook had een groot deel van de bevolking niets te zeggen en was er sociale onrust.

                Het probleem nu is niet ‘het westen’ zo betoogt Dumolyn: “Het Westen is altijd de slechterik, en de niet-witte mensen zijn altijd de slachtoffers. Alsof andere culturen en beschavingen niet plunderden, veroverden en mensen tot slaaf maakten.” Nee het probleem is: “het imperialistische en kapitalistische systeem.” Want: “Dat heeft in zijn meedogenloze accumulatie de mensen hier in de fabrieken gestoken en de mensen van het Zuiden op een gruwelijke manier onderworpen en tot slaaf gemaakt. En dat gebeurde op een veel grotere schaal en op een veel intensievere manier dan tot dan toe in de slavernij het geval was geweest.” Dit kan, zo betoogt Dumolyn, niet worden bestreden met ideologie, en dat is wat er nu aan het gebeuren is met: “ingewikkelde theorieën over wit privilege.” Dat moet met wetenschap, met kennis van de geschiedenis. En ja, zo betoogt Dumolyn: Er is te weinig aandacht voor de koloniale geschiedenis in het onderwijs, dat klopt. Maar er is ook veel te weinig aandacht voor de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Wat heb jij geleerd over de negentiende-eeuwse socialisten. … We moeten komen tot een verhaal dat de “eigen” geschiedenis juister voorstelt, met de positieve en negatieve kanten, gebaseerd op de feiten.”  

                Hij stelt: “Een pragmatische strategie,” voor: “waarbij we de eigen geschiedenis, waarden, identiteit tussen aanhalingstekens, cultuur, positiever invullen, naast de noodzakelijke kritiek op de eigen geschiedenis.” Een interessant betoog dat aansluit bij veel van wat jullie ook van de Ballonnendoorprikker te lezen krijgen. Jammer alleen dat dergelijke geluiden in Nederland veel te weinig tot geen plek krijgen in het publieke discours. In dat discours is veel te veel aandacht voor symbolische zaken.

Uitgelicht

Corona en etnisch profileren

Data-gedreven werken. ‘We moeten niet zomaar iets doen, we moeten ons baseren op data,’ Dat is het credo dat ik bij veel gemeenten hoor. Inderdaad moet je niet ‘zomaar’ iets doen. Dat ‘data-gedreven werken’ is een nieuwe wijn in oude zakken. Het is een nieuwe versie van wat eind jaren tachtig en begin jaren negentig ‘New Public Management’ werd genoemd. Een stroming die het bedrijfsmodel van de private sector toepast op de overheid. Burgers en patiënten werden klanten en cliënten. De ambtenarij moet denken en werken in ‘producten’ en op zoek naar zo efficiënt en goedkoop mogelijk het doel bereiken en daarbij is ‘meten weten’. Dus moet alles worden bijgehouden en gemeten. En tegenwoordig is ‘meten’ vooral grasduinen door ‘big data’ en zoeken naar correlatie. Waarbij vaak wordt vergeten dat correlatie niet betekent dat er sprake is van causaliteit zoals ik recentelijk schreef. Met dat efficiënt en goedkoop is niets mis, behalve als je vergeet dat de overheid draait op vertrouwen en draagvlak. En laat vertrouwen en draagvlak nu te paard gaan en te voet komen en op gespannen voet staan met efficiënt en goedkoop. Laten we wel wezen, een democratie is geen bedrijf.

Waarom ik hierover begin? Om twee redenen. Op de site dekantekening.nl las ik een artikel van Kaja Bouwman over ‘institutioneel racisme’. In dat artikel komt de casus ‘Belastingdienst’ aan de orde. Die profileert etnisch. Etnisch profileren is terecht verkeerd en verboden. Zou dat ‘profileren’ niet een gevolg zijn van het gebruik van die ‘big data’? Hoe meer gegevens je hebt, hoe meer correlaties je aantreft en bij gebrek aan kennis, hoe meer verbanden er worden gelegd. Zo typ ik deze Prikkers sinds kort op een nieuw apparaat. En het bedrijf van Bill Gates levert er gratis wat spelletjes bij. Zo af en toe speel ik dan patience en dan komt er af en toe reclame voorbij. Het valt me op dat ik in het kleine reclamevakje vaak berichten krijg als: ‘Vind vrouwen van boven de 50 jaar in de buurt van Arcen’, of: ‘In dit huis woont Paul McCartney’ of een of andere oude beroemdheid. Verwijzingen naar bijvoorbeeld het huis van Ariana Grande ontbreken. Of verwijzingen naar calcium gebrek en problemen met traplopen. ‘Bill’ weet op een of andere manier mijn leeftijd en woonplaats en waarschijnlijk nog veel meer en daarom krijg ik zaken waarvan hij denkt dat een man van boven de vijftig op zit te wachten. Hij ‘profileert mij’ en omdat de plaatjes van die vrouwen in de buurt van Arcen allemaal blank zijn, zal die profilering ook wel een etnische component bevatten.

Nu ik dit schrijf, vraag ik me af  waarom ‘Bill’ Arcen noemt . Zouden daar veel alleenstaande vrouwen van boven de vijftig wonen? Of ben ik nu een verband aan het zoeken dat er niet is? Maar ik dwaal af.

Als je ‘data gedreven’ wilt werken, dan profileer je. Dan maak je ‘klantenprofielen’ en liefst zo nauwkeurig mogelijk door zoveel mogelijk data te zoeken die correleren. Dan doe je net als ‘Bill’ en probeer je je acties af te stemmen op die profielen. Dat is precies wat de Belastingdienst doet. Ze maken ‘profielen’ op basis van correlatie tussen gegevensbestanden. Daarin is er geen verschil tussen de Belastingdienst en Google, Facebook en al die andere ‘Big Data bedrijven’. Big data nodigen uit tot het zoeken naar correlaties en dus tot ‘profileren’ en computers zijn daar heel goed in. Zonder profileren heb je niets aan ‘big data’. Dan zijn het slechts verzamelingen gegevens.

Echt bijzonder maakt socioloog Dirk Geldof het in een artikel in de Volkskrant. De tweede aanleiding voor deze Prikker. Geldof pleit juist voor etnisch profileren in de gezondheidszorg: “Nu het aantal besmettingen en doden in België en Nederland gelukkig dalen, is het hoog tijd om te onderzoeken of corona ook bij ons landgenoten met een migratieachtergrond zwaarder treft, zoals in Engeland, Zweden en de VS.” Dit is volgens Geldof van belang omdat: “Algemene maatregelen dreigen vaak kleurenblind te zijn, maar het virus is dat niet.” In de Verenigde Staten doen ze dit al, zo schrijft Geldof: “Begin juni beslisten de Centers for Disease Control and Prevention in de VS om bij testen ook systematisch de herkomst te registreren om deze ongelijkheid op te sporen.” Ik vrees dat ook in Nederland de uitkomst zal zijn dat migranten en mensen met een ‘migratie-achtergrond’ grotere kans hebben om slachtoffer van Covid-19 te worden. Gaan we dan het virus voor de rechter dagen vanwege racisme en discriminatie? Welke specifieke maatregelen kunnen we dan nemen die niet kleurenblind zijn? Of zitten we dan op het verkeerde spoor en verwart ook Geldof correlatie met causaliteit?

Dat er een correlatie is tussen ‘migrant’ en ‘migratie-achtergrond’ en slachtofferschap van het virus, geloof ik meteen. Daar is geen registratie voor nodig. Die registratie zal, net als de ‘daderprofielen’ bij de politie en de Belastingdienst, leiden tot discriminerende maatregelen. Precies datgene waar Black Lives Matter en alle ander bestrijders van institutioneel racisme zich zorgen om maken. Covid-19 correleert er dan wel mee, voor het beter voorkomen van uitbraken, moeten we toch echt zoeken naar causaliteit. Naar eigenschappen van het virus. Eigenschappen zoals de manier waarop het zich verspreidt. Dat de arbeiders, arbeidsmigranten, van de slachterij in Groenlo erdoor werden getroffen, werd niet veroorzaakt door hun ‘arbeidsmigrantschap’. Dat werd veeleer veroorzaakt door hun werk en leefomstandigheden. Migranten en mensen met een migratie-achtergrond zijn oververtegenwoordigd in vooral de sectoren die cruciaal zijn maar slecht betaald worden. Eigenlijk de enige cruciale sector waar ze ondervertegenwoordigd zijn, is de ‘effectenhandel’ en daarvan kun je je, zoals ik in een eerdere Prikker deed, afvragen waarom die cruciaal is. Zaken die een ‘(bedrijfs)economische’ oorzaak hebben. Of kijken naar de kenmerken en problematieken van de mensen die sterven of op de IC belanden door het virus. Naar de onderliggende problematiek en vooral naar de oorzaak van die onderliggende problematiek.

Dit is ook waar het bij een of andere gemeente die ‘data gedreven’ werkt een keertje fout gaat. Dan is er beleid gemaakt op basis van correlatie tussen gegevens en blijken die niets met elkaar vandoen te hebben. Want wat een computer niet kan, is interpreteren, causaliteit bepalen. Dat is nog steeds mensenwerk. En dat werk moet gebeuren voordat je gaat zoeken naar correlaties. Naar verbanden. Waar het fout gaat bij het gebruik van big data is dat er niet wordt gedacht voordat de computer aan het werk wordt gezet. Dan krijg je zaken zoals nu bij de belastingdienst en ‘Bill’ die mij een ‘vrouw in de buurt van Arcen’ probeert aan te smeren. Dit terwijl ik al tevreden en gelukkig ben met mijn vrouw en ‘in de buurt van Arcen woon’. Dan krijg je zaken waar mensen boos om worden.

All Lives Matter!

Gelukkig behoor ik niet tot de doelgroep van Patrisse Cullors, een van de oprichters van Black Lives Matter. “Het is volgens Cullors sowieso onverantwoordelijk om je als vrouw, etnische minderheid of LHBTQIA níet in te zetten in de strijd voor gelijkheid,” zo valt te lezen in een interview dat Vera Mulder van de Correspondent heeft met Cullors. Ik heb namelijk een hekel aan mensen die vinden dat ik iets moet en me onverantwoordelijkheid verwijten als ik dat niet doe.

vvv

Foto: RTL Nieuws 

Nu strijd ik al mijn hele leven voor de gelijkwaardigheid van alle mensen, dus eigenlijk zou ik me thuis moeten kunnen voelen bij mensen als Cullors. Juist die dwingende of verwijtende toon maakt echter dat ik me niet thuis voel bij haar en haar medestrijders. Ik ben een man, blank, boerenzoon, echtgenoot, vader, Venlonaer, VVV supporter (een leuke bezigheid dit seizoen), speel softbal, vier Vastelaovend, ben historicus, hetero, schrijf graag prikkelende stukjes en zo zijn er nog veel meer zaken die bij mij horen, die mij vormen. Ik ben ze allemaal en ook nog eens allemaal tegelijk. In al die hoedanigheden kan ik me met mensen identificeren en me van hen onderscheiden, want dat is de spiegel van identificeren.

Cullors en met haar vele andere zoals Sunny Bergman en Gloria Wekker reduceren of simplificeren me tot alleen ‘blanke’, ‘man’ of ‘VVV supporter’. Zo maken zij een karikatuur van mij. Juist die veel-, of beter heelheid maakt mij tot de mens die ik ben en juist vanuit die heelheid kan ik strijden voor gelijkwaardigheid. Is het elkaar als ‘heel’ zien en elkaar als ‘heel’ behandelen niet een belangrijke voorwaarde om tot elkaar te komen en gelijkwaardigheid te bereiken? We behoren immers allemaal tot een minderheid. En ook nog wel de kleinst mogelijke minderheid van één persoon.

Vanuit die heelheid zie ik dat niet alleen ‘black’, maar ‘all lives matter’. Mulder mag dat een slechte tegenwerping vinden: “Natuurlijk, in een ideale wereld zou iedereen achter laatstgenoemde staan, maar puur de noodzaak van het oprichten van de beweging bewijst dat onze wereld zover nog niet is.” Zeg je door de nadruk te leggen op één kleur niet dat de andere kleuren er niet toe doen?

Die tegenwerping van Mulder berust trouwens op een vreemde redenering: omdat we onszelf hebben opgericht, kan de wereld niet zonder ons.