Uitgelicht

Election files 1: Wo ist das Volk?

Op 29 oktober 2025 gaan we in Nederland weer naar de stembus om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Weer, want het is de derde keer in vierenhalf jaar. Dit terwijl de Grondwet in artikel 52 stelt dat de zittingsduur van de Kamer vier jaar is. In de periode tot en met de verkiezingen zal ik onder de noemer van de ‘verkiezingsfiles’ aandacht besteden aan deze verkiezingen en onze parlementaire democratie en democratische rechtsstaat. Vandaag de eerste in deze rij. Deze eerste handelt over het begrip volk.

Het volk wil …’ en dan er iets achteraan. En de wil van het volk moet dan koste wat het kost uitgevoerd worden. “De wil van het volk’ moet triomferen. Maar wat wil het volk? Voor het woord volk kan ook ‘de kiezer’ of ‘de Nederlander’ worden ingevuld. Volgens Wilders en met hem de leiders van de VVD, BBB en NSC was dat het ‘ strengste asielbeleid ooit’. Deze partijen bezetten samen 88 van de 150 Kamerzetels. Een meerderheid en daarmee bepaalden zij ‘wat het volk wil’. Sterker nog, PVV-leider en enigst lid Wilders ziet het nog anders: het volk wil wat hij wil want zijn partij behaalde de meeste zetels. Laten we eens wat nader naar het begrip volk kijken. Dit doe ik met de vraag ‘ wo ist das Volk’ als begin. Want zo duidelijk als in de dagen van de val van de Duitse muur, toen de demonstranten ‘wir sind das volk’ riepen, is het niet.

Bron: Wikipedia

Volk: de digitale Van Dale geeft zes betekenissen waarvan er twee relevant zijn voor deze nadere studie. Als eerste de: “historisch gegroeide gemeenschap van erfelijk verwante mensen met min of meer gelijke taal en gewoonten: het Engelse volk.” Als tweede: “de gezamenlijke bewoners van een staat.” Door de woorden erfelijke leest de eerste betekenis als een zeer uitgebreide familie. Dit is de manier waarop Wilders, Trump, Orban en in hun spoor veel anderen het volk zien. Het volk dat zijn de ‘echte Nederlanders’ en wie ‘echt’ is, bepaalt vooral degene die zich erop beroept. Bij de tweede betekenis ontbreekt die historische context. Het volk zijn de mensen die in het hier en nu in een staat wonen.

In zijn Spinoza-lezing uit 2012 kent de Franse denker over democratie Pierre Rosanvallon het volk veel meer dimensies toe. Volgens Rosanvallon is het volk onmisbaar in een democratie, ook al is het zoals hij beweert: “in de democratie structureel nergens te vinden.” Het volk is onmisbaar. Het beroep dat politici erop doen is gevaarlijk. Gevaarlijk voor mensen en voor de democratie. Als het volk nergens te vinden is: “hoe dan de structurele crisis van de vertegenwoordiging te boven te komen die eruit voortvloeit en onze gevoelens van in de steek gelaten zijn aanwakkert, die de ontgoocheling en het wantrouwen tegenover de instituties voeden?1”.

Veel politici zoeken die in de versimpeling. Het volk is wat de meerderheid wil: 50 procent plus één. Weer andere politici versimpelen door het volk te beperken tot specifieke groepen. Ze hanteren de eerste betekenis uit de digitale Van Dale. Weer anderen, zoals Trump en zijn aanhangers, combineren die twee; Omdat Trump tot president is verkozen, is hij samengesmolten met het volk: zijn wil is de volkswil. Als hij spreekt over het volk, dan wordt ‘het volk’ beperkt tot ‘echte Amerikanen’ en wie dat zijn is vaag. Een transgender behoort er in ieder geval niet toe. Iemand met een donkere huidskleur of een Spaanstalige moet zich zorgen maken net als iemand die op de democraten stemde. Rosanvallon kiest bij zijn zoektocht naar het volk voor een andere weg. In plaats van de versimpeling zoekt hij de simplificering. Hij ziet vijf dimensies van het volk.

Als eerste, ook al in de vorige alinea genoemd, het ‘rekenkundige volk’, dat bezit: “een beslissende, zowel sociale als procedurele consistentie.” Immers: “We kunnen eindeloos discussiëren over de definitie van het algemeen belang, over wat de beste politiek is om op dit of dat gebied te voeren, maar het feit dat 51 meer is dan 49 maakt een einde aan alle discussies.” Hij gaat verder met zijn tweede dimensie: “Maar het volk manifesteert zich ook als een historische constructie,” en daarmee zijn we bij de grondwet: “Dit volk/principe laten leven betekent dus een juridisch volk laten leven, en niet slechts een electoraal of rekenkundig volk. Vandaar de rechtvaardiging van de superioriteit van de constitutionele orde boven de orde van de kortstondige meerderheid.” Als we in onze huidige wereld om ons heen kijken, dan zien we dat op verschillende plekken wordt getornd aan de superioriteit van de constitutionele orde. We zien dat tornen in meer en minder gevorderde staat in Hongarije, de Verenigde Staten en Polen. Maar ook Nederland is er niet van gevrijwaard. Dat de vier partijen die de recentelijk gevallen regering vormden eerst een rechtsstatelijke verklaring opstelden, wijst op tornen aan die orde. Een derde dimensie van het begrip ‘volk’ is: “de figuur van de verwachtingen, ontgoochelingen, betwistingen of beproevingen van het gemeenschappelijke leven, dat op een gegeven moment over een stuk uit het collectieve leven vertelt of het tot uitdrukking brengt.” Dit volk bestaat volgens, Rosanvallon: “ofwel via instituties die handelen leiden – bijvoorbeeld syndicaten -, ofwel via zijn directie manifestatie in de revolutionaire momenten die verlengd worden door het verhaal dat ze vergezelt.” De vierde dimensie:“is het volk bestaande uit ‘willekeurige individuen’.” Dit volk drukt zich uit:“via peilingen of van het toeval afhangende uitingen, waarderingsmechanismes van de een of ander.” De laatste dimensie is:“het volk zowel als belofte als herinnering, het volk als bouwer van een toekomstige geschiedenis en als erfgenaam van een traditie.” Dit volk wordt vertegenwoordigd door:“de kunst, de literatuur, de sociale wetenschappen, de onderzoeken en allerlei getuigenissen.” Dit is het volk waar politici zich op beroepen als ze over waarden en tradities spreken. Het volk waar Wilders en Trump het over hebben als ze over ‘het volk spreken, de ‘echte’ Nederlander of Amerikaan.

Daarmee is de vraag naar het hoe de structurele crisis van vertegenwoordiging te boven te komen, niet beantwoord. Dat antwoord begint, zo betoogt Rosanvallon, met het accepteren van de complexheid:“We moeten het volk dus begrijpen als een structureel onbepaald object, maar een waarvan de bepaling benaderd kan worden door vergroting van de erkenning van zijn verschillende vormen.” Accepteren want: “in deze vermeerdering ontstaat het leven, en niet simpelweg in het zoeken naar een enkel principe dat alle mogelijkheden ervan uitputtend zou bevatten.” ‘Het volk’ spreekt zich op zeer veel verschillende manier uit. Zeer veel verschillende manieren, met veel verschillende stemmen en veel verschillende inhouden. Daar moet ruimte voor zijn, dat moeten we koesteren en niet versimpelen.

Die complexiteit vraagt om terughoudendheid van mensen die het volk vertegenwoordigen: onze volksvertegenwoordigers en bestuurders. Terughoudendheid die ermee begint je te realiseren welke dimensie van het volk ze vertegenwoordigen. Ze vertegenwoordigen het volk in de eerste twee dimensies van Rosanvallon: ze besluiten namens het volk bij meerderheid en ze vertegenwoordigen de constitutionele orde.

Twee dimensies die elkaar raken maar die ook met elkaar kunnen conflicteren. In de eerste dimensie beslist de meerderheid maar wat die meerderheid beslist kan het volk in de tweede dimensie aantasten. Neem de roep om het demonstratierecht te beperken. Een besluit bij meerderheid om het demonstratierecht te beperken tast het volk, de constitutionele orde, aan. Een extreem voorbeeld hiervan is het ontnemen van de Nederlandse nationaliteit van mensen met een dubbele nationaliteit als zij zich schuldig maken aan gewelds en zedendelicten. Iets waar Wilders in een van zijn tien punten die het kabinet Schoof deed vallen voor pleitte. Dit tast de constitutionele orde aan omdat het bij het straffen van mensen voor misdaden, onderscheid maakt op basis van iets wat niet ter zake doet.

In hun boek How Democracies Die betogen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt dat er twee basisnormen zijn die voorkomen dat een democratie op dit punt ontspoort. Zij onderzoeken de Amerikaanse democratie maar deze twee basisnormen zijn universeel voor iedere democratie. Die normen zijn: “Wederzijdse tolerantie, of begrip dat concurrerende partijen elkaar accepteren als legitieme rivalen, en tolerantie, of het idee dat politici terughoudendheid moeten betrachten bij het inzetten van hun institutionele bevoegdheden.2Tolerantie en terughoudendheid moeten voorkomen dat onze samenleving uit het lood slaat.

Een voorbeeld om dit duidelijk te maken. In Nederland worden rechters op voorspraak en advies van de Landelijke selectiecommissie rechters voor het leven benoemd door de Kroon en dus door de regering. Tot op heden is die benoeming een formaliteit en bemoeit de regering zich hier inhoudelijke niet mee. Een voorbeeld van het terughoudend inzetten van een institutionele bevoegdheid. Die terughoudendheid heeft er tot op heden voor gezorgd dat de politieke voorkeur van rechters geen rol speelt bij hun benoeming. Niets staat echter een toekomstige regering in de weg om de terughoudendheid te laten varen en rechters te benoemen op grond van hun politieke voorkeur. Dit met alle gevolgen voor de constitutionele orde.

Als we naar onze Nederlandse democratie kijken dan zien we dat deze basisnormen onder druk staan. Het dedain en zelfs de haat waarmee bijvoorbeeld GroenLinks/PvdA leider Timmermans wordt benaderd door het grootste deel van de rechterkant van het politieke spectrum getuigt van weinig tolerantie. Het willen regelen van zaken via een noodwet getuigt niet van terughoudendheid om institutionele bevoegdheden in te zetten. Net zoals de manier waarop Wilders met zijn ‘10 punten’ zijn zin wilde doordrijven, getuigt niet van terughoudendheid. Maar ook besluiten van beperktere orde, zoals het niet meer nakomen van bestuurlijke afspraken en convenanten die door een eerder kabinet zijn gemaakt, getuigen niet echt van terughoudendheid.

Ook een andere dimensie van het volk staat onder druk door gebrek aan terughoudendheid. Dat is het volk handelend via instituties. Instituties zoals actiegroepen die zich voor specifieke doelen inzetten. Kamerleden, zoals SGP-leider Stoffer, die dergelijke organisaties willen belemmeren te procederen tegen de staat omdat ze het, zoals in de Volkskrant van 26 juni 2024 verwoordt: “onverteerbaar (vinden) dat kleine (linkse) milieuorganisaties met een onduidelijke achterban via de rechtbank besluiten van de democratisch gekozen (rechtse) volksvertegenwoordiging kunnen ‘overrulen’. ‘Hoeveel leden heeft Urgenda? De representativiteit zit hier in deze Kamer. Wíj controleren het kabinet en niet clubs als Urgenda, gesponsord en gesubsidieerd door de Postcodeloterij’, zei Stoffer vorig jaar tijdens dat klimaatdebat.” Stoffer stond hierin niet alleen want dit belande in het Hoofdlijnenakkoord in de passage: “Er wordt onderzocht of en hoe nadere vereisten gesteld kunnen worden aan de representativiteit van belangenorganisaties met een ideëel doel.3Die passage heeft nog niet tot wetgeving geleid. De schade is daarmee nog beperkt. Maar dat er over dergelijke zaken wordt nagedacht laat zien dat basisnormen onder druk staan.

Anders dan Stoffer beweert, zit het volk niet alleen in het parlement waar Stoffer onderdeel van uitmaakt. Het volk kent meerdere gedaanten en al die gedaanten hebben een plek in een democratische en rechtsstatelijke samenleving. ‘Het volk’ zit op veel meer plekken, wordt op veel verschillende manieren vertegenwoordigt en spreekt zich op veel verschillende manieren uit.

1 De Spinozalezing is opgenomen in: Pierre Rosanvallon, Democratie en Tegendemocratie, pagina 65-89. De verschillende dimensies van het begrip volk waarnaar in deze Prikker wordt verwezen, worden beschreven op pagina 78-82

2 Steven Levitsky, Daniel Ziblatt, How Democracies Die. What History Reveals About our Future, pagina 8 (eigen vertaling)

3 Zie het Hoofdlijnenakkoord pagina 18

Uitgelicht

Brood en spelen

Via een interessant artikel van Evgeny Morozov bij De Correspondent, kwam ik uit bij het Techno optimistisch manifest van Marc Andreessen. Morozov schreef erover dat het: “bol (staat) van verwijzingen naar economische stagnatie,” en dat, “alleen het lef van ondernemers kan voorkomen dat het systeem vastloopt,” en dat, “versnelling (…) (de) enige deugd (is, en) wie pleit voor voorzichtigheid, wordt weggezet als ketter.” Dat moest ik zelf lezen. Dus dat maar gedaan. Ik viel steil achterover en dat niet van bewondering. Ga er maar even voor zitten want dit is een lange Prikker. Korter kon ik het niet maken

Eerst iets over Marc Andreessen en waarom het belangrijk is om kennis te nemen van het manifest. Andreessen is een van de tech-miljardairs. Hij verdiende zijn geld bij onder andere Netscape en investeerde dat vervolgens in andere techbedrijven zoals Facebook, Pinterest, LinkedIn en Twitter. Hij zit de raad van commissarissen van verschillende grote tech-bedrijven, onder andere Meta. Politiek leunde hij naar de democraten maar maakte in 2024 de overstap naar Donald Trump en steunde diens campagne met een grote som geld. Geld waardoor hij invloed kreeg en onder andere mensen wierf voor Musks Department of Government Efficiency (DOGE).

“We worden voorgelogen,” begint Andreessen zijn manifest. Zo wordt ons, aldus Andreessen: “verteld dat technologie onze banen inpikt, onze lonen verlaagt, ongelijkheid vergroot, onze gezondheid bedreigt, het milieu ruïneert, onze samenleving vernedert, onze kinderen corrumpeert, onze menselijkheid aantast, onze toekomst bedreigt en altijd op het punt staat om alles te ruïneren.” Dat technologie banen kost, staat buiten kijf. De auto betekende het einde voor vele hoefsmeden. Die verloren hun baan. De auto leverde dan weer wel werk op voor automonteurs. Zo is er bij alle delen van deze zin wat op te merken. De belangrijkste vraag is echter wie is degene die ons ‘voorliegt’? Die Andreessen creëert een fictieve vijand. Dit is een stropopredenering. Sterker nog, ook de andere ‘leugens’ die ons volgens Andreessen worden verteld, zijn een drogreden van het soort stropop1.

Met één ‘leugen’ is nog iets bijzonders aan de hand. “Ons wordt verteld dat we ons geboorterecht moeten verloochenen – onze intelligentie, onze controle over de natuur, ons vermogen om een betere wereld op te bouwen.” De leugen in deze zin is niet dat we het vermogen hebben om een betere te bouwen. Dat vermogen hebben we. De leugen is dat we controle hebben over de natuur. Die hebben we maar in beperkte mate. Het voorkomen van stormen, aardbevingen, zonnevlammen, maansverduisteringen en vulkaanuitbarstingen behoort niet tot onze mogelijkheden. Het enige wat we daar kunnen, is ze proberen te voorspellen en vervolgens de schade die ze veroorzaken te beperken.

Na de leugens, Andreessens waarheden. Waarheden zoals dat onze beschaving is gebouwd op technologie. Technologie is inderdaad een belangrijk ingrediënt van onze beschaving. Ingrediënt, geen fundament. Een halve waarheid. En daarmee kom ik bij een andere bewering van Andreessen die hij doet onder het kopje ‘Markten’: “David Friedman wijst erop dat mensen alleen dingen voor andere mensen doen om drie redenen – liefde, geld of dwang. Liefde is niet schaalbaar, dus de economie kan alleen draaien op geld of dwang. Het krachtexperiment is uitgevoerd en ontoereikend bevonden. Laten we het bij geld houden.” Als er iets is wat bij uitstek schaalbaar is, dan is het liefde, of beter gezegd vertrouwen. Iemand liefde of vertrouwen geven, maakt niet dat ik het een ander niet kan geven. Een euro kan ik maar één keer uitgeven. Vertrouwen is het fundament van iedere menselijke samenleving in het verleden, in het heden en waarschijnlijk ook in de toekomst. Vertrouwen dat je partner die je lief hebt, voor je klaar staat. Vertrouwen dat de ‘buurman’ je een ‘kopje suiker’ geeft als je dat nodig hebt. Vertrouwen dat de gemeenschap er voor je is als je zonder inkomsten komt te zitten. Vertrouwen dat we elkaar beschermen als onze gemeenschap, ons land, wordt aangevallen. Vertrouwen dat ik voor dat geld wat Andreessen zo belangrijk vindt, een brood kan kopen.

Na de ‘waarheden’ de lofzang op onze technologische mogelijkheden. Of eigenlijk een lofzang op groei en dan vooral economische groei en de vrije markt: “Wij geloven dat groei vooruitgang is – leidend tot vitaliteit, uitbreiding van het leven, toenemende kennis, hoger welzijn.” En er zijn maar: “drie bronnen van groei: bevolkingsgroei, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en technologie.” En met twee van die drie is wat aan de hand: “Ontwikkelde samenlevingen ontvolken over de hele wereld, in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dus de groei zal niet komen van meer mensen. En: “Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen heeft scherpe grenzen, zowel reëel als politiek.” Dus ook van die kant komt geen groei. Blijft over technologie: “de enige eeuwigdurende bron van groei is technologie. In feite is technologie – nieuwe kennis, nieuwe gereedschappen, wat de Grieken techne noemden – altijd de belangrijkste bron van groei geweest, en misschien wel de enige oorzaak van groei, omdat technologie zowel bevolkingsgroei als het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maakte.” Nu zegt mijn logica me dat je bij een krimpende bevolking kunt groeien zonder groei. Of beter gezegd, dat iedere mens in een krimpende samenleving het beter kan krijgen zonder economische groei. Een simpel rekenvoorbeeld. Het bbp van een land is 1.000 en er wonen 100 mensen. Het bbp per hoofd van de bevolking is 10. Als bijvoorbeeld 10 jaar later het bbp nog steeds 100 is maar er wonen slecht 90 mensen, dan is het bbp per hoofd van de bevolking 11,11. Sterker nog, bij een krimp van het bbp naar 95, hebben de dan 90 mensen, nog een hoger inkomen per hoofd van de bevolking dan voorheen. Daarbij kun je terecht afvragen of groei vertaald als economische groei of meer inkomen, de enige vorm van groei is die ertoe doet.

Bij die lofzang een overzicht van ‘problemen’ die technologie oploste: “We hadden een hongersnoodprobleem, dus hebben we de Groene Revolutie uitgevonden. We hadden een probleem met duisternis, dus vonden we elektrische verlichting uit. We hadden een probleem met de kou, dus vonden we de verwarming binnenshuis uit. We hadden een probleem met hitte, dus vonden we de airconditioning uit. We hadden een probleem met isolatie, dus vonden we het internet uit. We hadden een probleem met pandemieën, dus vonden we vaccins uit. We hadden een probleem met armoede, dus vonden we technologie uit om overvloed te creëren. Geef ons een probleem uit de echte wereld en we vinden de technologie uit die het zal oplossen” Even voor techmiljardair Andreessen. Honger en armoede zijn nog steeds problemen. Door technologie gecreëerde ‘overvloed’ lost deze problemen die niet op want er wordt voldoende voedsel geproduceerd en er is voldoende geld. Een gebrek aan ‘overvloed’ is niet het probleem. Het probleem is de verdeling ervan en dus een marktprobleem. Sterker nog, door technologie gecreëerde ‘overvloed’ is op verschillende andere terreinen juist het probleem. We worden overspoeld met goedkope spullen van slechte kwaliteit zoals wegwerp tentjes en als extreem voorbeeld kleding die op de afvalberg in Chili beland. Een berg die je vanuit de ruimte kunt zien2.

Andreessen mag dan wel geloven dat: “markten mensen uit de armoede halen,” en dat markten: “de meest effectieve manier om grote aantallen mensen uit de armoede te halen, en dat is altijd zo geweest. Zelfs in totalitaire regimes leidt het geleidelijk opheffen van de repressieve laars van de keel van de mensen en hun vermogen om te produceren en handel te drijven tot snel stijgende inkomens en levensstandaarden. Til de laars een beetje meer op, nog beter. Haal de laars helemaal weg en wie weet hoe rijk iedereen kan worden.” ‘Geen gezeik, iedereen rijk’, om die spreuk van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es aan te halen, zo suggereert Andreessen. Het opheffen van ‘repressieve laarzen’ kan veel goeds opleveren. Een markt zonder ‘laars’ leidt echter tot grote ellende. In het eerste van de 23 dingen in zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, maakt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang op overtuigende wijze een eind aan de mythe van de vrije markt. Dit ding draagt de toepasselijke titel De vrije markt bestaat helemaal niet. Chang: “De vrije markt bestaat niet. Elke markt kent wel regels en grenzen die de keuzevrijheid beperken. Een markt lijkt alleen maar vrij omdat we de beperkingen die eraan ten grondslag liggen zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” En iets verderop: “De overheid is altijd bij de markt betrokken en deze vrijemarktadepten zijn net zo politiek gemotiveerd als wie dan ook.3 Als treffende voorbeeld van overheidsbetrokkenheid bij markten noemt hij kinderarbeid waarbij door overheidsregulering een resultaat is bereikt dat we nu allemaal als geheel normaal zien. Toen het werd voorgesteld lag dat geheel anders en kwam er flink protest van juist de aanhangers van de vrije markt. Een ‘markt zonder laars’ gaat hongersnood en armoede niet oplossen. Die zorgt ervoor dat mensen als Andreessen nog rijker worden en dat de armen steeds armer worden. Om het bewijs daarvan te zien hoeft hij alleen maar om zich heen de kijken in de Verenigde Staten. Het land met de meest vrije markt en de meest scheve verdeling van inkomen en vermogen. Dat is voor het overgrote deel geen gevolg van: “verdienste en prestatie,” waar Andreessen in gelooft, of het ontbreken ervan. Dat is voor het grootste deel een gevolg van geluk bij je geboorte.

Als klap op de vuurpijl: “Wij geloven dat de ultieme morele verdediging van markten is dat ze mensen die anders legers zouden oprichten en religies zouden beginnen, afleiden naar vreedzame productieve bezigheden.” Bijzonder als eerste omdat een goede lezer hier leest dat religies mensen op het oorlogspad zetten. Nu leert de geschiedenis dat er veel oorlogen een religieus tintje hadden, daaruit concluderen dat religies oorlogszuchtig zijn, tart de logica. Dit is tot daaraan toe. Beweren dat de ultieme morele verdediging van markten is, dat de mens afhouden van oorlogen, is heel bijzonder. Heel bijzonder omdat veel van de bedrijven techbro’s die Andreessen geloof in de zegende werking van technologie aanhangen, zo laat Morozov in zijn artikel zien, zich richten op de defensie-industrie. Als markten en technologie voor vrede zorgen, waarom dan je richten op de defensie-industrie?

“Wij geloven dat markten ook het maatschappelijk welzijn verhogen door werk te genereren waar mensen zich productief mee bezig kunnen houden. Wij geloven dat een universeel basisinkomen mensen zou veranderen in dierentuindieren die door de staat gekweekt moeten worden. De mens was niet bedoeld om gekweekt te worden; de mens was bedoeld om nuttig te zijn, om productief te zijn, om trots te zijn.” Aldus Andreessen bij zijn lofzang op de markt. Het bijzondere van het huidige tijdsgewricht is dat die ‘markten’ vooral werk creëren dat niets toevoegt. Werk zoals ‘cryptomijnbouwer’ en ‘infuencer’, een dure’ term voor de ouderwetse colporteur die je aan huis een encyclopedie probeerde te verkopen. Alleen kan die moderne colporteur bij ‘zeer veel deuren tegelijk aanbellen’. Het meest bijzondere is dat werk dat het maatschappelijk welzijn verhoogt, zoals lesgeven, mensen verplegen en vuilnis ophalen, slecht worden betaald.

Dan volgt een lofzang op de techno-kapitalistische machine, zoals Andreessen het noemt. “Wij geloven dat de technokapitaalmachine van markten en innovatie nooit eindigt, maar in plaats daarvan voortdurend in een opwaartse spiraal terechtkomt. Comparatief voordeel verhoogt specialisatie en handel. Prijzen dalen, waardoor koopkracht vrijkomt en vraag wordt gecreëerd. Dalende prijzen komen iedereen ten goede die goederen en diensten koopt, dus iedereen. Menselijke wensen en behoeften zijn eindeloos en ondernemers creëren voortdurend nieuwe goederen en diensten om aan die wensen en behoeften te voldoen, waarbij ze onbeperkte aantallen mensen en machines inzetten.” Behoefte creëert vraag, aldus Andreessen. Voor primaire levensbehoeften zoals voedsel is dat zeker zo. Voor andere behoeften, zoals bijvoorbeeld kleding en schoenen, is dat slechts ten dele het geval. Om je te kleden en van schoenen te voorzien, heb je geen veertig t-shirts en spijkerbroeken, laat staan een kast met vierhonderd paar schoenen nodig. Voor het gros van de producten is het veeleer het product en de marketing ervan die de behoefte creëert. Niemand had ‘behoefte’ aan een mobieltje of een smartphone. Het ding was er en er werd een behoefte bij ontwikkeld. Niemand had behoefte aan een ‘sla molen’ om natte sla droog te draaien, een theedoek volstond. Toch bestaan er slamolens. Niemand had behoefte aan een ‘bitcoin’ … I rest my case in deze.

Andreessen vervolgt: “De technokapitaalmachine laat natuurlijke selectie voor ons werken op het gebied van ideeën. De beste en meest productieve ideeën winnen, worden gecombineerd en genereren nog betere ideeën. Die ideeën materialiseren zich in de echte wereld als technologisch mogelijk gemaakte goederen en diensten die nooit de novo zouden zijn ontstaan.” Andreessen gaat mij toch niet wijsmaken dat de Bitcoin het beste en meest productieve idee is? Ja, mensen hebben interactie met andere mensen nodig, maar Andreessen wil toch niet beweren dat Facebook, Instagram en Snapshat de beste en meest productieve ideeën zijn om hieraan invulling te geven? Invulling te geven door, om de uitspraak van Steve Bannon te gebruiken ‘de zone’ met ‘shit’ te ‘overspoelen’ om ons maar te laten scrollen en klikken. Het lijkt mij dat een sportclub, toneelvereniging of fanfare een veel beter en productiever idee is voor interactie met andere mensen en voor het aangaan van vriendschappen?

“Wij geloven dat intelligentie de ultieme motor van vooruitgang is. Intelligentie maakt alles beter. Slimme mensen en slimme samenlevingen presteren beter dan minder slimme op vrijwel elke metriek die we kunnen meten. Intelligentie is het geboorterecht van de mensheid; we moeten het zo volledig en breed mogelijk uitbreiden,” schrijft Andreessen iets verderop onder het kopje Intelligentie. Een citaat waarin ik me volledig kan vinden. Alleen is intelligentie voor mij iets anders dan technologie en zeker dan Artificiële Intelligentie, door Andreessen beschreven als: “onze alchemie, onze Steen der Wijzen.” Intelligentie is nadenken over zaken voordat je eraan begint. Niet: “to boldly go where no one has gone before” om die Star Trek quote aan te halen, maar door je eerst af te vragen waarom je daar naartoe gaat? Wat het ons meer gaat brengen dan alleen ‘daar geweest’ zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn? En om terug te komen op honger en armoede, intelligentie is om eerst dat verdelingsprobleem op te lossen. Dat probleem en het probleem van gelijke vertegenwoordiging van eenieder in de besluitvorming. Want, zoals Morozov in zijn artikel schrijft, de techbro’s hebben de sleutels van het Witte Huis terwijl de invloed van Jo Sixpack reikt tot zijn eigen koelkast.

Na intelligentie komt Andreessen bij het onderwerp energie. Hij start met: “Energie is leven. We vinden het vanzelfsprekend, maar zonder energie hebben we duisternis, honger en pijn. Met energie hebben we licht, veiligheid en warmte.” Energie is belangrijk voor de mens. Maar toch. Ook met energie kan er duisternis, honger en pijn zijn en zonder energie kan er veiligheid, licht en warmte zijn. Hij gaat verder: “Wij geloven dat technologie de oplossing is voor de achteruitgang en de crisis van het milieu. Een technologisch geavanceerde samenleving verbetert de natuurlijke omgeving, een technologisch stagnerende samenleving ruïneert deze. Als je milieuverwoesting wilt zien, bezoek dan een voormalig communistisch land. De socialistische USSR was veel slechter voor het milieu dan de kapitalistische VS. Google maar eens op het Aralmeer.” Technologie heeft die crisis van het milieu mede veroorzaakt. Dat wil niet meteen zeggen dat technologie niet ook een deel van de oplossing kan zijn. Techniek is neutraal, het is de manier waarop techniek wordt gebruikt. Wat bijzonder is aan deze bewering, is dat Andreessen twee voorbeelden als maatgevend gebruikt: de VS en de USSR en daaruit concludeert dat een technologisch geavanceerde samenleving de natuur verbetert een technologisch stagnerende samenleving deze ruïneert. Het lijkt me trouwens sterk dat de natuur in de VS nu in een betere staat is dan bijvoorbeeld tweehonderd jaar geleden. Je kunt geen algemene conclusie trekken uit twee voorbeelden. Hier is, net als in het hele manifest, sprake van geloven. Niet van feitelijkheden.

“Wij geloven dat we intelligentie en energie in een positieve feedbacklus moeten plaatsen en beide tot in het oneindige moeten stimuleren. Wij geloven dat we de feedbacklus van intelligentie en energie moeten gebruiken om alles wat we willen en nodig hebben in overvloed te maken. ….Wij geloven dat technologie de wereld uiteindelijk drijft naar wat Buckminster Fuller “efemerealisatie” noemde – wat economen “dematerialisatie” noemen. Fuller: “Technologie laat je steeds meer doen met steeds minder totdat je uiteindelijk alles kunt doen met niets.” Nu is mij altijd geleerd dat je niets voor niets krijgt, alles kost inspanning. Alles doen met niets en zo overvloed creëren in alles, dat klinkt geweldig. Maar dan toch even. Andreessen gelooft heilig in een vrije markt waar de: “(g)ewillige koper (…) (de) gewillige verkoper,” ontmoet en een prijs afspreken waar beide partijen van profiteren. Maar wie is er bereid om iets te betalen als alles er in overvloed is en, als je met ‘niets doen alles kunt’? Wie gaat er dan nog ondernemen?

Hij gaat verder: “Wij geloven dat het ultieme resultaat van technologische overvloed een enorme uitbreiding kan zijn van wat Julian Simon “de ultieme hulpbron” noemde – mensen. Wij geloven, net als Simon, dat mensen de ultieme bron zijn – met meer mensen komt er meer creativiteit, meer nieuwe ideeën en meer technologische vooruitgang. Wij geloven dat materiële overvloed uiteindelijk meer mensen betekent – veel meer mensen – wat weer leidt tot meer overvloed. Wij geloven dat onze planeet dramatisch onderbevolkt is, vergeleken met de bevolking die we zouden kunnen hebben met een overvloed aan intelligentie, energie en materiële goederen. Wij geloven dat de wereldbevolking zich gemakkelijk kan uitbreiden tot 50 miljard mensen of meer, en dan nog veel verder als we uiteindelijk andere planeten gaan bewonen. Wij geloven dat uit al deze mensen wetenschappers, technologen, kunstenaars en visionairs zullen voortkomen die onze stoutste dromen overtreffen.” 50 Miljard, dat is zes keer de huidige aardbevolking. Recht toe recht aan rekenend betekent dat bijna 110 miljoen mensen in Nederland … . Dat is inderdaad overvloed, om de kop waaronder Andreessen dit schrijft aan te halen. Nu laten de feiten zien,, en dat schrijft Andreessen zelf ook, dat: “Ontwikkelde samenlevingen (…) over de hele wereld (ontvolken), in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dit terwijl we aan technologie nu ook al geen gebrek hebben. Dat de bevolkingsgroei wereldwijd stagneert en neigt naar krimp vanaf zo 2050, komt omdat wij mensen kiezen voor minder kinderen en op latere leeftijd. Het lijkt mij sterk dat ‘technologie’ ervoor gaat zorgen dat hierin verandering komt. Om tot die 50 miljard te komen, zullen vrouwen meer kinderen moeten baren. Of laat Andreessen dit ook over aan de technologie en wordt seks alleen voor het plezier?

“Wij geloven dat technologie universalistisch is. Technologie geeft niets om je etniciteit, ras, religie, afkomst, geslacht, seksualiteit, politieke opvattingen, lengte, gewicht, haar of het gebrek daaraan. Technologie is de ultieme open samenleving,” aldus Andreessen. Dat klinkt geweldig. De praktijk ziet er echter heel anders uit. Techniek geeft inderdaad niets om etniciteit, ras, religie enzovoorts. Techniek is neutraal. De manier waarop techniek wordt gebruikt echter niet. En net zoals alles op deze aarde, leunt techniek naar macht. Of beter gezegd, de mensen die techniek inzetten leunen naar macht en mensen met macht leunen naar techniek om hun macht te vergroten.

“Technologie wordt gebouwd door een virtuele Verenigde Naties van talent van over de hele wereld. Iedereen met een positieve instelling en een goedkope laptop kan bijdragen,” zo gaat hij verder. Techniek werkt vooral voor de ‘Andreessens, Musks, Gates en Zuckerbergs van deze wereld. Mensen met geld die streven naar macht. Ze werkt ook voor de Xi’s, Poetins en Trumps van deze wereld, mensen die techniek inzetten om hun macht te vergroten. Een positieve instelling en een laptop kunnen daar niet tegenop. In die technologische Verenigde Naties van deze wereld vormen de tech bro’s en de autocraten de ‘Veiligheidsraad’. En net als in de echte Verenigde Naties gebeurt er niets als de Veiligheidsraad het niet wil.

Andreessen vervolgt met: “Technologie is de ultieme open samenleving,” De macht van de Xi’s en Poetins aan de ene kant en Musks, Zuckerbergs en Andreessens aan de andere kant maken dat Andreessens ultieme open samenleving een behoorlijk gesloten indruk maakt. Er is niets opens aan Facebook en Twitter. Een open en democratische samenleving vraagt, zoals Jan Werner Müller terecht constateert om intermediaire instellingen zoals politieke partijen en media die breed toegankelijk, nauwkeurig in de zin dat politieke oordelen en meningen moeten worden onderbouwd door feiten, autonoom in de zin van niet op corrupte wijze afhankelijk zijn van min of meer verborgen actoren, evalueerbaar en controleerbaar zijn4. Facebook en Twitter zijn breed toegankelijk. Aan de andere genoemde aspecten waaraan een intermediaire instelling moet voldoen, schort bij Facebook en Twitter het nodige. En dat geldt ook voor alle vormen van artificiële intelligentie die tot op heden zijn ontwikkeld. En als artificiële intelligentie werkelijk intelligenter wordt dan de mens, dan wordt dat helemaal een probleem.

“Wij geloven dat Amerika en haar bondgenoten sterk moeten zijn en niet zwak. Wij geloven dat nationale kracht van liberale democratieën voortvloeit uit economische kracht (financiële macht), culturele kracht (zachte macht) en militaire kracht (harde macht). Economische, culturele en militaire kracht vloeien voort uit technologische kracht. Een technologisch sterk Amerika is een goede kracht in een gevaarlijke wereld. Technologisch sterke liberale democratieën waarborgen vrijheid en vrede. Technologisch zwakke liberale democratieën verliezen van hun autocratische rivalen, waardoor iedereen slechter af is.” Technologie als wondermiddel om de democratie te redden. De ervaringen in de huidige wereld laten zien dat technologie net zo goed gebruikt kan worden ter inrichting en versterking van een autocratie. Als we alle berichten mogen geloven dan is China hard op weg om de dystopische samenleving die Orwell in zijn roman 1984 schetst, te realiseren. Een staat waarin de overheid ieder aspect van het leven bewaakt, controleert en beïnvloedt. En aan de andere kant worden nu onze ogen geopend dat monopolistische bedrijven op de vrije Amerikaanse markt het gewin boven de moraal stellen en zich voegen naar de ‘wil van Trump’. Bedrijven die in het Westen hetzelfde doen en kunnen als de Chinese staat in China. Bedrijven die zich opwerpen als nieuwe intermediaire instellingen zoals Müller ze beschrijft maar die niet voldoen aan belangrijke kenmerken van intermediaire instellingen. Het is niet de techniek die vrijheid en vrede, laat staan de (liberale) democratie, garandeert. Dat kan alleen de mens. Maar dat kan de mens niet in z’n eentje. Daarvoor is een sterke overheid nodig. Een sterke overheid die, om de al genoemde Müller aan te halen, deze monopolies kan opbreken en ze andere wettelijke kaders oplegt5.

Onder het kopje The Meaning of Life wordt het heel bijzonder, verwarrend en tegenstrijdig. Na inleidende opmerkingen dat techno-optimisme een materiële en geen politieke filosofie is en niet links en ook niet rechts, begint het bijzondere: “Een veelgehoorde kritiek op technologie is dat het de keuze uit ons leven wegneemt omdat machines beslissingen voor ons nemen. Dit is ongetwijfeld waar, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Lees ik hier goed dat het inleveren van de politieke vrijheid om belangrijke keuzes te maken wordt goedgemaakt omdat we ons leven makkelijk kunnen maken door de door de machines gecreëerde materiële overvloed? Dat lijkt verdacht veel op het China onder Xi. De Chinezen hebben geen politieke vrijheid maar wel in toenemende mate spullen om hun leven te vergemakkelijken. Als een volleerd Romeinse keizer stelt Andreessen voor om het volk af te kopen met ‘brood en spelen’.

Dat is niet het enige: “Materiële overvloed van markten en technologie opent de ruimte voor religie, voor politiek en voor keuzes over hoe te leven, sociaal en individueel.” Maar wacht even. De markt moest toch voorkomen dat mensen: “legers zouden oprichten en religies zouden beginnen?” Ze moesten toch worden verleid naar: “vreedzame productieve bezigheden?” Nu opent diezelfde markt met de technologie de ruimte voor religie en via religie dan ook weer naar oorlog want dat beschreef Andreessen als een een-tweetje.

Hij gaat verder. Technologie is: “Bevrijdend van menselijk potentieel. Bevrijdend voor de menselijke ziel, de menselijke geest. Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven. Wij geloven dat technologie de ruimte opent van wat het kan betekenen om mens te zijn.” Technologie heeft niets met vrijheid te maken. Vrijheid kan zonder technologie en onvrijheid kan ook met technologie. Sterker nog, vrijheid is, aldus de digitale Van Dale: “onafhankelijkheid.” Hoe onafhankelijk ben je als je afhankelijk bent van techniek? Techniek bepaalt niet wat het betekent om mens te zijn. Technologie kan het leven makkelijker maken. Het kan het echter ook veel moeilijker maken. Dit laatste zien we iedere dag als we beeld en geluid uit onder andere Oekraïne en Gaza krijgen.

Andreessen ziet ook ‘vijanden’. Onder dat kopje schrijft hij: “Onze vijanden zijn geen slechte mensen, maar eerder slechte ideeën.” En die slechte ideeën worden: “al zes decennia lang,” als een: “massale demoralisatiecampagne – tegen technologie en tegen het leven,” gevoerd. Gevoerd: “onder uiteenlopende namen als “existentieel risico”, “duurzaamheid”, “ESG”, “Sustainable Development Goals”, “sociale verantwoordelijkheid”, “stakeholderkapitalisme”, “voorzorgsprincipe”, “vertrouwen en veiligheid”, “tech-ethiek”, “risicobeheer”, “ontgroeiing”, “de grenzen van de groei”.” Die slechte ideeën zijn: “gebaseerd op slechte ideeën uit het verleden – zombie-ideeën, veel afgeleid van het communisme, toen en nu rampzalig – die weigeren te sterven.” Noem het ‘communistisch’ en inhoudelijke onderbouwing van je bezwaar is niet meer nodig. Laat alles wat achter die ‘uiteenlopende namen’ gebeurt achterwegen en we kunnen terug naar slavernij en kinderarbeid. Naar massale vervuiling van onze leefomgeving door bedrijven. Naar arbeidssituaties waarbij Rana-plaza een walhalla lijkt. Naar zaken die het leven voor het overgrote deel van de mensheid beter maakt. En eigenlijk voor alle mensen want ook de Andreessens, Musks en Bezossen kunnen de aarde nog niet ontvluchten, al willen ze dat wel graag.

Andreessens vervolgt zijn lijst met wat stropoppen: “Onze vijand is stagnatie. Onze vijand is anti-verdienste, anti-ambitie, anti-streven, anti-prestatie, anti-grootheid. … Onze vijand is bureaucratie, vetocratie, gerontocratie, blinde eerbied voor traditie.” Niemand is voor deze zaken. Niemand is voor bureaucratie. Echter, zonder enige vorm van bureaucratie kan een samenleving die groter is dan 500 mensen niet en een moderne westerse samenleving al zeker niet. “Onze vijand is corruptie, regelzucht, monopolies, kartels.” Een bijzondere opsomming want tegen kartels, monopolies en corruptie zijn, kan niet zonder regels. Vervolgens weer een stropop: “Onze vijand zijn instellingen die in hun jeugd vitaal en energiek waren en de waarheid zochten, maar die nu gecompromitteerd en aangetast en instortend zijn – die vooruitgang blokkeren in steeds wanhopiger pogingen om relevant te blijven, die verwoed proberen hun voortdurende financiering te rechtvaardigen ondanks spiraalvormig disfunctioneren en escalerende onbeholpenheid.” Het zou geen stropop zijn als hij man en paard zou noemen. De ene lezer denkt hierbij aan bijvoorbeeld milieudefensie, ik lees hierin Facebook, Twitter en eenmanspartij PVV.

Dan volgt een bijzondere vijand: “Onze vijand is de ivoren toren, de know-it-all gecrediteerde expert wereldbeeld, zich overgeeft aan abstracte theorieën, luxe overtuigingen, sociale engineering, losgekoppeld van de echte wereld, waanvoorstellingen, ongekozen, en onverantwoordelijk – God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen.” Andreessen heeft hierbij vast mensen op het oog. Bijvoorbeeld ‘woke wetenschappers’ die zich bezighouden met milieubescherming of rechtvaardigheid. Maar als we het dan toch over ‘ongekozen voor God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen’ hebben, dan zie ik Andreessens manifest. Door niets en niemand gekozen pleit hij voor het ongehinderd door die misleidende demoralisatiecampagne en bureaucratie ruim baan geven aan ‘techniek en de markt’. De pot verwijt de ketel.

“Onze vijand is spraak- en gedachtecontrole – het toenemende gebruik, in het volle zicht, van George Orwell’s “1984” als handleiding.” En wat maakt spraak en gedachtecontrole mogelijk? Juist ja, de moderne technische middelen. Het probleem van de Stasi was dat ze een karrenvracht aan ‘Informelle’ nodig had. Op vijftig Oost-Duitsers was er één werkzaam voor de Stasi, in totaal zo’n 300.000. ‘Informelle’ die naast de overige burgers ook elkaar bespioneerden. Zuckerbergs Meta controleert met minder dan 75.000 personeelsleden de gedachten en spraak van meer dan 3 miljard mensen. En het bedrijf gaat daarbij verder dan controle. Het verkoopt je gegevens zodat andere bedrijven of politici je gedachten in een bepaalde richting kunnen sturen. In de richting van een nieuw mobieltje wat je te ‘toch echt nodig hebt’ om erbij te horen. Maar ook in de richting van een politieke stroming.

“Onze vijand is vertraging, afnemende groei, ontvolking – de nihilistische wens, zo trendy onder onze elites, voor minder mensen, minder energie en meer lijden en dood.” En ja, daar is weer de vijand nummer één van iedereen en zeker van een populist: de elite die met vooropgezette plannen ons naar de ondergang wil werken. Bijzonder om een miljardair te horen praten over ‘de elite’. Als ‘ontvolking’ de vijand is, dan behoort het gros van de wereldbevolking tot de vijand. Het gros van de wereldbevolking kiest namelijk voor minder kinderen. Zoveel minder dat in grote delen van de wereld, en dan voor de rijkere en technologische geavanceerdere delen van de wereld er minder kinderen worden geboren dan er nodig zijn om de bevolking op peil te houden. Er is geen ‘elite’ die hen daartoe dwingt. Die keuze maken ze zelf in alle vrijheid. Vervult Andreessen nu niet de rol van de ‘elite’ door erop te wijzen dat de wereld naar de 50 miljard mensen moet?

En na de ‘elite’ komt de heks in beeld: “We zullen mensen die gevangen zitten door deze zombie-ideeën uitleggen dat hun angsten ongegrond zijn en dat de toekomst rooskleurig is. Wij geloven dat deze gevangen mensen lijden aan ressentiment – een heksenbrouwsel van wrok, bitterheid en woede dat ervoor zorgt dat ze verkeerde waarden aanhangen, waarden die schadelijk zijn voor zowel henzelf als de mensen om wie ze geven. Wij geloven dat we hen moeten helpen om de weg te vinden uit hun zelfopgelegde labyrint van pijn.” Wat menslievend van Andreessen dat hij mensen wil redden. De ‘heks’ met zoals we eerder zaken ‘communistische wortels. Andreessen schrijft dit onder het kopje vijanden. Dat duidt op ressentiment van zijn kant. Een vijand is, aldus de digitale Van Dale, naast een “vijandelijk leger, of vijandelijk volk” ook: “iemand die haatgevoelens heeft en deze probeert te uiten in daden of woorden.” Zit Andreessen niet gevangen in zijn eigen ‘terminator-ideeën’ en legt hij hier niet vol ressentiment aan ons uit dat wij de verkeerde waarden aanhangen. Moeten we hem niet ‘bevrijden’ uit zijn ‘zelfopgelegde labyrint van pijn’?

Van de vijanden stapt hij over naar de toekomst. “Welke wereld bouwen we voor onze kinderen en hun kinderen en hun kinderen? Een wereld van angst, schuld en wrok? Of een wereld van ambitie, overvloed en avontuur? Wij geloven in de woorden van David Deutsch: “We hebben de plicht om optimistisch te zijn. Omdat de toekomst open is, niet vooraf bepaald en daarom niet zomaar geaccepteerd kan worden: we zijn allemaal verantwoordelijk voor wat die toekomst in petto heeft. Daarom is het onze plicht om te vechten voor een betere wereld.”” Een laatste stropop. Net als er iemand is die een wereld van angst, schuld en wrok wil en daarvoor pleit. Andreessen manier om voor die betere wereld te vechten is het Techno-Optimisme. Mijn manier om te vechten voor een betere en optimistischer wereld is er door bombastische verhalen als die van Andreessen te ontleden tot wat ze zijn. En wat is dat Andreessens verhaal?

Hierboven wees ik al de tegenstrijdigheid in Andreessens manifest met betrekking tot religie. De tegenstrijdigheid dat markten en techniek de mens daarvan weg moest verleiden en dat hij verderop betoogde dat dezelfde markten en techniek hen daar vervolgens de ruimte voor zou geven. Een goede lezer zal het zijn opgevallen dat veel zinnen uit het manifest beginnen met de woorden: ‘wij geloven’. Daarmee kom ik bij het belangrijkste. Andreessen houdt een lofzang op de markt en onbegrensde mogelijkheden van techniek. Techniek is een product van menselijk vernuft en nam een grote vlucht toen de mens wetenschap ging bedrijven. Het manifest krijgt hiermee een zweem van wetenschappelijkheid. Het manifest heeft echter niets met wetenschap te maken. Het is geloof, het is niets meer en niet minder dan een religie. Een geloof waar de techniek de plaats van God heeft ingenomen en aanbeden moet worden. Techniek is echter geen God, het levert middelen die mensen kunnen gebruiken. Ze kunnen ten goede en ten kwade worden gebruik. Net zoals religieuze verhalen uit de bijbel, koran en de thora ten goede en ten kwade gebruikt kunnen worden. En net zoals die religieuze boeken zit het Techno-Optimistisch Manifest vol met tegenstrijdigheden en met hele, halve waarheden en zelfs onwaarheden. Het Manifest zegt alles over Andreessens denken en veel over het denken in de hoogste regionen van de ‘techindustrie’. Dat er in die regionen op deze manier wordt gedacht, baart grote zorgen. Grote zorgen omdat de kringen waarin Andreessen verkeert, de zoals Morozov ze in het Correspondentartikel noemt: “filosoof-koningen van Silicon Valley (…) niet slechts de weldoeners van vroeger (zijn), die geld stoppen in denktanks. Nee, deze mannen bouwen aan zwaarder geschut: hun investeringsportfolio’s zijn manifestaties van hun filosofische standpunten; ze zetten hun overtuigingen om in klinkklare marktposities. Waar de miljardair uit de industriële tijd een stichting optuigde als hij zijn wereldbeeld wilde vereeuwigen, bouwen deze figuren investeringsfondsen die tegelijkertijd dienen als ideologische forten.”

Morozov: “Deze mannen hebben immers drie dodelijke gereedschappen in hun kist: plutocratisch gewicht (zó geweldig veel geld dat ze de fysieke werkelijkheid kunnen vervormen), orakelachtige autoriteit (waarbij ze hun technologische visies presenteren als onvermijdelijke toekomstvoorspellingen) en platformsoevereiniteit (ze bezitten de digitale knooppunten waar maatschappelijke discussies zich ontvouwen).” Deze mannen zijn gevaarlijk en dat maakt dit manifest gevaarlijk. Gevaarlijk omdat het ons in slaap probeert te sussen met een nieuwe ‘religie’. Een nieuwe religie die net als de eerdere religies, uit is op je slaafse gehoorzaamheid. Dat doet ze door je vrijheid in de vorm van een materialistische hemel op aarde te beloven, maar je ondertussen berooft van je echte vrijheid. Hij berooft je van die vrijheid door je ‘brood en spelen’ te beloven.

1 Een stropop is een redenering waarbij niet de werkelijke redenering van een opponent wordt weerlegd, maar een karikatuur ervan.

2 https://www.businessinsider.nl/in-chili-ligt-een-berg-kleding-die-vanuit-de-ruimte-zichtbaar-is/

3 Ha-Joon Chang, 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, pagina 18. Nieuw Amsterdam 2010

4 Jan Werner Müller,Democracy Rules, pagina 139-140

5 Idem, pagina 183

Uitgelicht

Wij van WC-eend

In een artikel bij Opiniez beschrijft Maike van Charante de mensen die op 18 mei in Den Haag demonstreerden tegen het optreden van Israël in Gaza en de inactiviteit van de Nederlandse regering in deze zaak, als naïevelingen die niet weten wat er speelt. Bij deze een reactie van een van die naïevelingen. Dit in een schrijven naar aanleiding van de verslaggeving van de NOS over deze demonstratie. Een bijzonder artikel.

“Hoe kwamen al die in het rood geklede mensen op het Malieveld erbij dat de Nederlandse regering niet genoeg druk zet op Israël?”  Zo vraagt Van Charante zich af. Immers: “minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp loopt voorop met Israëlkritiek. Hij beloofde als eerste Europese minister om Israëlische bewindslieden – Netanyahu en Gallant – te arresteren als ze op Nederlands grondgebied zouden komen. Hij nam ook het voortouw om in de EU aan te dringen op meer druk op Israël.” Zou Van Charante weten dat die belofte helemaal niet nodig is. Zou ze weten dat Nederland de plicht heeft om de beide personen te arresteren zodra ze voet op Nederlandse bodem zetten? Alle landen die het verdrag onder het International Court of Justice hebben getekend, zijn verplicht om gehoor te geven aan door het gerecht uitgevaardigde arrestatiebevelen. En het is maar wat je het voortouw noemt. Landen zoals Spanje, Frankrijk en Ierland gaan veel verder in hun veroordeling van de Israëlische actie. Spanje en Ierland hebben de Palestijnse staat erkend. Zover is Nederland nog lang niet. Dat er landen zijn die nog inactiever zijn maakt nog niet dat Nederland ‘ voorop’ loopt.

“Vervolgens zien we wat beelden van de demonstratie, en korte interviews met burgers die vertellen dat ze het zo erg vinden wat ze via de media en de televisie zien. Tja. Media zoals de NOS, die Hamas kritiekloos citeren en relevante informatie weglaten.” Met dat laatste refereert Van Charante aan het noemen van cijfers over slachtoffers aan Palestijnse kant die door de ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Dat is Hamas en daarmee per definitie onbetrouwbaar aldus Van Charante. Want: “Elke nieuwsorganisatie – ook de NOS – weet dat al het nieuws dat uit Gaza komt, onder controle staat van Hamas en het daarmee samenwerkende Al Jazeera.”  Er wordt er, zo betoogt Van Charante: “geen onderscheid tussen burgerslachtoffers en terroristen(gemaakt) terwijl Israël deze week belangrijke Hamasleiders uitschakelde, die zich – al even traditiegetrouw – in een tunnel onder een ziekenhuis verscholen.” Hiermee volgt Van Charante klakkeloos de beweringen van de Israëlische regering. Die beweert steevast dat er in de tunnels onder welk gebouw dan ook Hamasstrijders verborgen zitten. Aan wat ze de demonstranten verwijdt, maakt ze zichzelf schuldig: het klakkeloos geloven van wat een van de partijen beweert. Dan toch even voor VanCharante. Ieder beeld dat er uit Gaza komt, door wie ze ook zijn verspreid, laat een complete vernietiging zien van huizen en infrastructuur. En zelfs de ter lediging van de nood opgerichte tentenkampen, worden vernietigd. Je ziet die vernietiging en weet dat de mensen in Gaza geen kant op kunnen en dat er veel te weinig water en voedsel het gebied bereikt. Als je dat niet erg vindt, dan lijkt het mij dat er iets ernstig mis is met je.

“Dan komt de onvermijdelijke Nadia Bouras in beeld, die beweert dat onze regering “de genocide in Gaza ondersteunt.” Dat er geen genocide gaande is in Gaza – en al helemaal niet gesteund door onze regering – interesseert Nadia blijkbaar niet.” Of er al dan niet genocide wordt gepleegd is, zoals de in dergelijke gevallen onvermijdelijke Gert Jan Knoops zou zeggen,  aan de rechter. Maar of dat wel of niet het geval is, doet er niet toe. Als Van Charante gelijk heeft en er is geen genocide, maakt dat het minder erg? Maakt dat het geweld en terreur door het Israëlische leger dan ineens gerechtvaardigd of ‘goed’?

Dat is dan nog tot daaraantoe. Wat het saillant maakt, zijn twee tweets bij het artikel. De eerste is er een van Van Charante. Een bericht waarin ze verwijst naar een artikel in de Britse krant The Guardian. In dat artikel betogen de advocaten van de Britse overheid dat er geen sprake is van genocide. Zij bepleiten dit in een zaak die tegen de Britse overheid is aangespannen over de levering van onderdelen voor het F35 gevechtsvliegtuig. Dat de rechter in deze zaak nog een uitspraak moet doen, vergeet Van Charante erbij te vertellen. Zij neemt aan dat de advocaten van de Britse regering het bij het juiste eind hebben. Het andere bericht van Bert Brussen. Bij die tweet een artikel van de NRC waarin verslag wordt gedaan van zeven wetenschappers die betogen dat er sprake is van genocide. Wetenschappers die volgens Van Chanrante: zorgvuldig zijn geselecteerd.” De begeleidende tekst van Brussen: “ WC Eend vrijwel eensgezind: WC Eend komt echt als beste onder de rand.” Om de WC-eend metafoor te gebruiken: de ene WC-eend verwijt de andere WC-eend een WC-eend te zijn.

“Dit zou een mooi moment zijn geweest voor de NOS om te zeggen: “Het is te hopen dat de gijzelaars snel vrijkomen en dat Hamas zich overgeeft, zodat deze ellende stopt.” Maar nee, Rob Trip kijkt ons slechts droevig aan en schakelt over naar het songfestival, waar het – aldus Rob – ook al over Israël ging.” Ja, dat horen we vaker. Als Hamas zich overgeeft en de gijzelaars vrijlaat, dan is alle ellende voorbij. Dan toch even ter opfrissing van het geheugen van Van Charante.  In 1936 was er nog geen Hamas. Ook toen al streden de Palestijnen om zeggenschap over hun woongebied. Ze streden tegen de Britten  die toen mandaathouder waren van het gebied Palestina. Ze streden tegen de Britten omdat die de toestroom van joodse migranten uit Europa stimuleerden en werkten aan een tehuis voor joden in Palestina. Een tehuis met ‘zelfbesturende instellingen’, aldus de opdracht in het mandaatverdrag. Zelfbesturend voor de migranten, niet voor de grote meerderheid van de er toen wonende bevolking. Die werd achtergesteld en verzette zich tegen die achterstelling en tegen de inname van steeds meer van hun land door deze migranten. In 1948, toen Israël zichzelf uitriep en zich het grootste deel van het mandaatgebied toe-eigende en zo’n 800.000 Palestijnen wegvluchtten, was er ook nog geen Hamas. Hamas werd pas in 1987, ten tijden van de Eerste Intifada (1987-1993) opgericht. In die Eerste Intifada speelde het geen rol van betekenis. De grote tegenstander was toen de PLO onder leiding van Yasser Arafat. En ook tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) speelde de PLO de hoofdrol en was er voor Hamas slechts een bescheiden rol weggelegd. De PLO werd in 1964 opgericht.

Wel was Hamas voor Israël een interessante partij omdat de organisatie tornde aan de machtpositie van Israëls grote vijand, de PLO. Hamas kon daarom op Israëlische steun rekenen. En Hamas tornde, vooral in de Gazastrook succesvol aan de macht van de PLO die inmiddels de kern vormde van de Palestijnse Autoriteit die aan het einde van de Eerste Intifada werd opgericht als bestuur van de Palestijnse gebieden. Met succes omdat het vredesproces dat bij het einde van de Eerste Intifada in 1993 in Oslo werd afgesproken en dat tot een Palestijnse staat moest leiden, door Israël werd gefrustreerd. De frustratie van de Palestijnen over die voortgang uitte zich bij de verkiezingen van 2006 die door Hamas werden gewonnen. Dit leidde tot een interne Palestijnse machtsstrijd en de splitsing tussen Gaza en de eveneens bezette Westelijke Jordaanoever.

Als Hamas zich zou overgeven en de gijzelaars vrij zouden komen dan is de zoveelste slag in deze al zo’n honderd jaar durende strijd ten einde. Hamas is slechts de zoveelste partij die een hoofdrol speel. Een strijd, die vanwege de grote ellende in Gaza, in relatieve stilte die ook nog op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever woedt. Want ook daar terroriseren Israëliërs gesteund door het Israëlische leger en de -overheid de Palestijnen en eigenen zich een steeds groter deel van het gebied toe. Zolang de burgerlijke, maatschappelijke en politieke rechten en omstandigheden van de Palestijnen niet worden gelijkgetrokken met die van de Israëliërs is de kans groot dat de, zoals Max Pam het met afschuw in zijn column in de Volkskrant schrijft: “baarmoeders de kraamkamers zijn van de toekomstige martelaren.”

Uitgelicht

Free Palestine …

We zien twee modellen. Het ene is Gaza. Toen we Gaza verlieten, hebben we Hamas in feite toegestaan ​​een koninkrijk van terreur te creëren. Judea en Samaria, het andere model, is tot hetzelfde gedoemd als we daar weggaan. Er zijn daar ruim driehonderd nederzettingen, bewaakt door het Israëlische leger. Er is terreur, maar op een zeer laag niveau.” Woorden van de Israëlische oud-politicus Aryeh Eldad in een interview in de Volkskrant. Een bijzondere uitspraak waarvan Eldad er wel meer doet.

Bron: Balfour declaration die aan de basis stond van het mandaatverdrag. Bron: BBC

Uitspraken zoals: “Iedereen die echt geïnteresseerd is in de kwestie, begrijpt dat die niet opgelost zal worden door lijnen op de kaart te trekken. Wat speelt tussen Israël en de Palestijnen gaat niet om grondgebied, het is een religieuze oorlog. Dat wordt door de wereld genegeerd.” Bijzonder om twee redenen. Bijzonder omdat het inderdaad niet gaat om ‘lijnen op een kaart’ en ook niet om een religieuze oorlog. Het gaat om bevolkingsgroepen die aanspraak maken op eenzelfde gebied tussen lijnen op een kaart. Het is in feit een burgeroorlog tussen twee bevolkingsgroepen. Maar dan wel een bijzonder soort. Bijzonder omdat één van die bevolkingsgroepen bestaat uit een groep mensen die recentelijke naar dat gebied is gemigreerd en vervolgens de zeggenschap over het gebied heeft verworven. Bij dat verwerven kreeg deze groep steun van de westerse landen omdat deze migranten uit het westen vluchtten voor geweld en vervolging culminerend in de Holocaust. Dat die twee bevolkingsgroepen een andere religie aanhangen, maakt het nog geen religieuze oorlog. Over de ontstaansgeschiedenis van deze burgeroorlog die inmiddels al honderd jaar duurt, schreef ik al eerder. Tot zover de eerste bijzondere reden.

De tweede bijzondere reden is dat het volgens Eldad niet gaat om lijnen op de kaart. Dit terwijl de oplossing die hij aandraagt er eentje is van ‘lijnen op de kaart’: “Een Palestijnse staat? Jordanië kan als zodanig erkend worden. Zoals wijlen koning Hussein al zei, is 70 procent van de bevolking van Jordanië Palestijns. En het grondgebied van Jordanië beslaat 75 procent van het Britse mandaatgebied Palestina. Dus Jordanië is in feite Palestina.” Een oplossing aan de andere kant van een van die lijnen op de kaart. Een oplossing die Geert Wilders ook al eens heeft geopperd.

Elhads oplossing is weer om ook twee redenen bijzonder. Dat een groot deel van de bevolking Jordanië Palestijns is, is precies een gevolg van dat al meer dan honderdjarige conflict. Een eerste grote groep van die Palestijnen vluchtten eerst in 1948 en later in 1967 vanuit wat nu Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever is naar Jordanië. Bijzonder om een gevolg van het probleem te presenteren als argument voor oplossing die je voorstelt.

Volgens Elhad, en dat klopt, bestond het mandaatgebied Palestina uit Israël, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Mandaathouder Groot-Brittannië kreeg de zelf geformuleerde opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.1Om een Joodse kolonie te stichten zonder afbreuk te doen aan de rechten van de mensen die er al woonden. We kunnen wel stellen dat dit is mislukt en dat hoeft niet te verbazen. In Nederland staat een flink deel van het land geleid door Wilders al op de achterste poten omdat ‘Nederland wordt overgenomen door migranten’ terwijl daarvan geen sprake is. In het mandaatgebied Palestina gebeurde dat wel. Omdat de komst van Joodse kolonisten tot wrevel van de bevolking leidde, besloten de Britten om het mandaatgebied te splitsen in Palestina en Trans-Jordanië en alleen Palestina open te stellen voor Joodse migranten. Zo werd het probleem beperkt, maar dan alleen geografisch. Er is daarmee, zoals Eldad doet, een redenering op te bouwen dat Jordanië in feite Palestina was. Volgens dezelfde redenering is Israël dan ook in feite Palestina

Maar terug naar het citaat van Eldad waarmee ik begon. En dan vooral de laatste zin: “Er is terreur maar op een laag niveau.” Pardon! Terreur op een laag niveau? Dat is nogal een, om een Jiddisch woord te gebruiken, gotspe, een gewaagde bewering. Terreur is op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de orde van de dag en dat al sinds de bezetting ervan in 1967. Dat Eldad, die er zelf woont, dat zo ervaart, is te begrijpen. Hij behoort namelijk tot de terroristen, de terreurplegers. Hij en zijn mede kolonisten terroriseren, gesteund door het IDF, het Israëlische leger en de Israëlische regering, de Palestijnse bevolking. Terroriseren door op gewelddadige wijze hun grond en huizen in te pikken. Door checkpoints in te richten die het voor Palestijnen zeer lastig en soms onmogelijk maken om zich te verplaatsen. Door, als er verzet is tegen die bezetting, met grof militair geweld op te treden met vele onschuldige slachtoffers en grote fysieke vernielingen als gevolg.

Eldad: “We zitten daar al 58 jaar. Was dat niet zo, dan hadden we nu overal in het land 7 oktober. Dat is de kern. Ik verwacht dat Israël Judea en Samaria grotendeels zal annexeren. En ik denk dat dat nodig is. De realiteit die we sinds 1967 hebben gecreëerd is onomkeerbaar. De nederzettingen zullen niet worden ontmanteld. We hebben meer dan een half miljoen kolonisten. Israël moet die permanente situatie formaliseren. En net als met Jeruzalem en de Golan zullen sommige landen het uiteindelijk erkennen.” En de vervolgstap noemt hij ook al. Want als de Palestijnen dan nog niet accepteren dat ze moet afliggen en bibberen: “dan zullen we de Palestijnse Autoriteit in A- en B-gebieden moeten afzetten. Ik zou er zelf de voorkeur aan geven dat de staat Israël loopt van de Jordaan tot de zee. De Arabieren hebben het over Palestine from the river to the sea, ik zeg hetzelfde over Israël.”

Beste meneer Eldad, is het nooit in uw gedachten opgekomen dat Israel en vooral de manier waarop het zich gedraagt en het haar burgers toestaat zich te gedragen ten opzichte van anderen, de terreur de Israëlische staat en haar burgers uitoefenen in de bezette gebieden, de oorzaak is van alle ellende, ook van 7 oktober? Nee, dit is geen oproep om iedereen die de afgelopen honderd jaar naar daar is gemigreerd, te verdrijven. Dit is een oproep tot ander gedrag bij alle betrokkenen. Ander gedrag waarbij de grootste verantwoordelijkheid tot dat andere gedrag berust bij de partij met de meeste macht. Om tot vrede te komen moet de macht eerlijk worden gedeeld en dat betekent dat de machtigste partij moet inleveren ten faveure van de minder machtigen en de machtelozen.

1 The British Mandate for Palestine

Uitgelicht

This machine greens itself

“Even meegelezen met je artikel, interessant, dank voor het delen. Meneer Quivooy heeft echter wel een goed punt. Bitcoin mining kan Ethiopie wel degelijk op een goede manier vooruit helpen, mits de overheid het daar natuurlijk op de juiste manier inzet. De kunst is om dat nationaal- of systeemtechnisch te bekijken. Dat vraagt een flink onderzoek.” De reactie van Bert Bosman op mijn recente prikker waarin ik crypto vergeleek met de second cousin to Harvey the Rabbit. Om de titel van die Prikker aan te halen. Bij het bericht een link naar een filmpje met als titel “This Machine Greens” – Bitcoin and the future of clean energy.” Benieuwd of ik iets had gemist, bekeek ik de film.

bron: valori.it

De film begint met de uitspraak dat beschaving gemeten kan worden aan de hand van het energiegebruik. En, zo wordt terecht opgevoerd, de zon geeft ons veel meer energie dan we gebruiken. Dus om stappen te maken moeten we meer van die energie kunnen ‘vangen’ en naar de juiste plek transporteren. De mens zette hierin de eerste grote stap met het onder controle krijgen van vuur. Die stap maakte het, zo wordt terecht in de film betoogd, mogelijk dat onze hersens groeiden. Vervolgens gebruikten we dieren, wind, water enzovoorts als energiebron en daarmee hield het niet op. Zoals een van de sprekers in de film terecht zegt, als we geen externe energiebronnen meer konden gebruiken, of zoals die man het zegt, de stroom uitzetten, dan sterft het overgrote deel van de mensheid binnen een week en de rest de week erna. Hij sluit af met de woorden: “Energy is everyting.”

Vervolgens maakt de film een bijzondere ‘afslag’ in een deel met als subtitel: “Money is energy.” Dit wordt, zo betogen de makers, aangetoond door onze voorouders, die veel tijd en energie stopten in het maken van grote stenen (het Micronesische eiland Yap) en schelpen die als geld functioneerden. Die tijd en energie waren, zo betogen de makers, het bewijs van hun waarde. En van daaruit wordt de stap gemaakt naar goud. Ook het delven van goud kost veel tijd en energie. Hoeveel tijd en energie laat de Discovery serie Gold Rush zien. Die stenen, schelpen en goud maakten het mogelijk om waarde te transporteren, aldus de filmmakers.

De gebruikswaarde van die stenen, schelpen en het goud is nihil. Je kunt er hooguit een schelpenpad mee maken of een kunstenaar kan ze gebruiken voor een kunstwerk. In dat geval zit de waarde niet in de schelpen maar in de ‘gek’ die het kunstwerk koopt. Die Micronesische stenen zou je als molensteen kunnen gebruiken of als veel te zwaar wiel van een wagen en de gebruikswaarde van goud is pas recentelijk, sinds het wordt gebruikt in elektronica wat gestegen. Die stenen, schelpen en het goud ontlenen hun waarde alleen aan het vertrouwen van de mensen die het gebruiken, Het vertrouwen dat ik voor die ‘drie schelpen een mand krijg. Dat bepaalt de waarde en niet de energie die het kost om ze te maken. Zo kan de energie die erin wordt gestopt niet de recente stijging tot recordhoogten van de goudprijs verklaren.

De Bitcoin, vraagt ook heel veel energie om te ‘mijnen’. En daarmee kom ik bij de bijzondere logica van de filmmakers. Als alle teckels honden zijn, wil dat nog niet zeggen dat alle honden teckels zijn. De stenen, schelpen en het goud kostten veel energie en daarom vertegenwoordigen ze veel waarde, zo betogen de makers van de film. Bitcoin kost ook veel energie maar dat wil nog niet zeggen dat het veel waarde heeft. Of nog anders, een meubelmaker stopt ook veel tijd en energie in de kast die hij of zij maakt, zou dat dan ook geld zijn? De waarde van een Bitcoin in het verhaal dat je gelooft of niet, niet in de energie. Terecht constateren de makers dat die stenen, schelpen en later het goud ons veel energie kostten maar, zoals ik hier betoog, zit de waarde niet in de energie maar in het vertrouwen. Voor dat vertrouwen is iets wat veel energie heeft gekost niet nodig. Ook een brief met daarop een verklaring van de schrijver voldeed, zo bleek vanaf de dertiende eeuw. Dat maakte uiteindelijk dat iemand de zijn staaf goud meer dan één keer kon uitgeven. Dit heeft zich uiteindelijk zover ontwikkeld dat goud helemaal niet meer nodig is. Sterker nog, zelfs een papiertje (geldbiljet) is niet meer nodig. Je hoeft je plastic kaart alleen maar voor de scanner te houden. Geld kost hierdoor steeds minder energie.

De film maakt een tweede bijzondere wending. Terecht constateren de makers van de film dat sinds de klimaatconferentie van Rio in 1992 de pogingen om de energievoorziening te verschonen, tekort zijn geschoten net als pogingen om de uitstoot van koolstofdioxide te beperken. En daar gaat de Bitcoin verandering in brengen, aldus de makers. Niet van bovenaf, zoals tot nu toe, maar van onderop. Want om geld te verdienen, zoeken de Bitcoin mijnwerkers naar goedkope en schone energie die nodig is om het tij te keren. En dan volgen voorbeelden. Zo gebruiken de mijnwerkers in El Salvador energie opgewekt vanuit een vulkaan. Bitcoin maakt die investering mogelijk, aldus de makers. Mogelijk omdat er een constante hoeveelheid energie nodig is en voor de energiecentrale dus gegarandeerde afname. Of het afvangen van methaan bij de productie van olie en gas om daarmee elektriciteit op te wekken. En zo gaat de film nog even verder. Porté van het verhaal: Bitcoin zorgt voor een schonere wereld. “Bitcoin should be celebrated,” aldus een spreker in de film. Je zou het gaan geloven. Bijna dan.

Bijna, want die hele berg energie wordt gebruikt voor iets waarvan de gebruikswaarde nul komma nul is. Voor een second cousin to Harvey the Rabbit’. De elektriciteit van waterkrachtcentrales die de Ethiopische Bitcoinboys gebruiken, kan ook worden gebruiktom elektrisch op te koken of voor andere zaken van waarde. Dat geldt ook voor de energie van die met die methaan wordt opgewekt. En als het om uitstoot van koolstofdioxide gaat, zou je er ook voor kunnen kiezen om die olie of gas in de grond te laten zitten. Als je de markt eruit haalt, dan kun je die centrale bij die vulkaan ook bouwen en de energie naar plekken transporteren waar ze gebruikt wordt. Daarvoor is Bitcoin niet nodig. Er wordt inderdaad behoorlijk ‘gegreened’ om dat woord uit de titel te gebruiken. Maar dan wel greenwashing: “het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema’s omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’ te zijn.1

1 Zie Wikipedia

Uitgelicht

De simpele wereld van Plasterk

En tenslotte moet er in Europa en in Nederland echt opeens zo enorm veel geld naar defensie, of kan dat een snippertje minder?” Met die terechte vraag sluit Ronald Plasterk in De Telegraaf een column van zijn hand1. Een terecht vraag waaraan ik in een eerdere Prikker al aandacht besteedde. En bijzondere column over de oorlog in Oekraïne en de gevolgen die dit heeft in Nederland.

Rusland is de oorlog begonnen en dat is fout want een ander land binnenvallen mag niet. Maar het wordt complexer, zo betoogt hij: “als je de geschiedenis erbij pakt.” Complexer want: “Ten eerste is het oostelijke deel Oekraïne qua cultuur meer Russisch dan Oekraïens: de meeste mensen op de Krim spreken Russisch. Oekraïne was volledig onderdeel van de Sovjet-Unie. Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden de aanduidingen Rusland en Sovjet-Unie steevast door elkaar gebruikt. De precieze indeling binnen de Sovjet-Unie werd door de rest van de wereld als een interne kwestie beschouwd. Oekraïne was zelfs binnen de Sovjet-Unie onderdeel van Rusland totdat de opvolger van Stalin, Chroesjstjov, zelf geboren Oekraïner, het in 1954 als geste indeelde bij Oekraïne.”

Uit de film 300: De Spartanen onder Leonidas bij Thermopylae. Bron: Flickr

Voor wat betreft het laatste, de Krim was tot 1954 onderdeel van de Sovjetrepubliek Rusland en werd toen inderdaad door Chroesjstjov ingedeeld bij de Sovjetrepubliek Oekraïne, een republiek waarvan in 1917 voor het eerst sprake was. En ja, dat indelen van de Krim was een interne aangelegenheid van de Sovjet-Unie. Deze vergissing is Plasterk vergeven. Voor wat betreft het belangrijkste, de constatering dat de Russische inval in Oekraïne fout is, die verandert niet met de door Plasterk geconstateerde complexiteit van de geschiedenis. Die inval blijft nog steeds fout.

Wat ook fout is, is de manier waarop Plasterk de door hem geschetste historische complexiteit gebruikt om die fout begrijpelijk te maken. Dat er culturele verwantschap is of dat men eenzelfde taal spreekt, maakt nog niet dat het ene land het recht heeft om die delen van dat andere land in te nemen. Dat Nederlanders, volgens de Duitsers, tot de Germaanse volkeren behoorde, maakte nog niet dat ze in 1940 het recht hadden Nederland binnen te vallen. Met dit argument zouden de Spanjaarden hun voormalige wereldrijk terug kunnen veroveren. Er is immers culturele en taalkundige verwantschap. En geeft die spraakverwarring waarbij de Sovjet-Unie en Rusland door elkaar werden gebruikt, de Verenigde Staten het recht om heel Noord-, Midden en Zuid-Amerika te bezetten omdat het land wel eens wordt ‘verward’ met Amerika. Een ‘spraakverwarring’ waaraan Plasterk zich in zijn column ook schuldig maakt?

Dan het ‘volledig onderdeel zijn van de Sovjet-Unie’. Dat lijkt verdacht veel op Poetins argument dat hij het ‘groot Rusland” van weleer nastreeft. Dan kunnen de andere voormalige Sovjetrepublieken hun borst wel nat maken. Met zo’n redenering kan Nederland ook weer beslag leggen op Indonesië en als we toch bezig zijn het voormalige Nieuw Amsterdam. Maar, pech voor Nederland want Frankrijk kan zich Nederland dan weer toe-eigenen en een broer van Macron als ‘koning’ op de troon zetten. Alleen zullen de al eerder genoemde Spanjaarden daar tegen inbrengen dat de Nederlanden toch echt ooit van hen waren. Behalve dan dat de Italianen daar weer tegenin kunnen brengen dat dit toch allemaal bij het Romeinse Rijk hoort.

Volgens Plasterk is de weg via het Internationaal Strafhof heilloos: Dat Strafhof huist in Den Haag en geen enkele grote wereldmacht is er lid van: de Verenigde Staten, China, Rusland en India zijn allemaal geen lid. Het oordeel over Poetin toont vooral aan hoe relatief nutteloos het Strafhof is; niemand denkt dat politieagenten naar het Kremlin gaan met een arrestatiebevel.”De kans op dat laatste is inderdaad klein en inderdaad zijn er landen die geen lid zijn van het Strafhof. Dat maakt een veroordeling echter nog niet nutteloos. Met een veroordeling wordt een daad tot een misdaad verklaard. En mocht het onverwachte toch gebeuren en er een geslaagde opstand tegen Poetin komen, dan biedt die veroordeling een mooie weg om het probleem het land uit te krijgen. Iets waar de Duterte, de voormalig president van de Filipijnen over mee kan praten. Het recht is het enige wat ons behoed voor het recht van de sterkste.

Doorvechten en Poetin verslaan (is) onrealistisch,” aldus de titel van de column. “Wat moet je je daarbij voorstellen: Zelenski die optrekt naar Moskou en de Oekraïnse vlag plant op het Kremlin?” Dat Zelenski die vlag gaat planten is niet realistisch maar er zijn meer overwinningen mogelijk dan de totale overwinning gesymboliseerd door het planten van die vlag. Zo zat Xerxes I de heerser van het Perzische rijk nog steeds stevig op zijn troon na de vernederende nederlaag tegen de veel geringere Griekse strijdkrachten onder leiding van de Spartaanse koning Leonidas en zijn 300 hoplieten in de slag bij Termopylae en de vernietiging van zijn vloot door de Grieken onder leiding van de Atheners aangevoerd door Themistocles in de slag bij Salamis. Xerses droop af want een grootse overwinning zat er niet meer in. Het restant van zijn troepen, onder leiding van Mardonius werd in de slagen bij Plataeae en Mycale verslagen. De Perzen waren verslagen zonder dat er ook maar één Griekse vlag op een van de Perzische koningssteden werd geplaatst. Het rijk bleef nog bestaan totdat Alexander de Grote zo’n 150 jaar later Darius III versloeg en het hele Perzische rijk veroverde. Om een oorlog te winnen, hoef je de vijand niet te verslaan. Voor degenen die een recenter voorbeeld willen. De Verenigde Staten verloren de oorlog in Vietnam zonder dat er een Vietnamese vlag op het Witte Huis werd geplaatst. Of de nederlaag van de Sovjets en recentelijk ook de Verenigde Staten en de NAVO in Afghanistan.

Er zijn maar twee realistische mogelijkheden: heel veel geld verschaffen voor zoveel mogelijk wapens, om het bloedvergieten te verlengen: of op zo kort mogelijke termijn een vredesakkoord,” zo vervolgt Plasterk. En is: “het kleinste kwaad (…) om zo snel mogelijk te stoppen met bloedvergieten op basis van ongeveer de status quo.” Zou hij er hetzelfde over denken als zijn buurman 20% van Plasterks tuin zou annexeren omdat die ‘cultureel’ altijd al veel op de tuin van de buurman leek. Er stonden immers voor het grootste deel dezelfde planten in en de schaduw van die mooie eik viel toch vooral in de tuin van de buurman.

Natuurlijk wil bijna iedereen bloedvergieten stoppen. Maar net zoals er tussen een overwinning en een totale overwinning hele werelden zitten, zitten er hele werelden tussen een akkoord om bloedvergieten te stoppen en een vredesakkoord. Daarvoor hoeven we alleen maar naar die andere oorlog te kijken, de al meer dan honderd jaar durende oorlog tegen het Palestijnse volk. In die honderd jaar zijn er al verschillende akkoorden gesloten om het bloedvergieten te stoppen. Van vrede is echter nog steeds geen sprake. Of neem de bijna tweehonderd jaar durende Frans-Duitse strijd. In die strijd werden verschillende akkoorden gesloten. Zo beëindigde de Vrede van Frankfurt de oorlog van 1870-1871. Dat akkoord bleek geen beletsel voor een nieuwe oorlog die in 1914 startte. Een oorlog die in 1918 met de vrede van Versailles werd beëindigd. Weer een akkoord dat niet voorkwam dat er in 1939 een nieuwe oorlog uitbrak. Die Frans-Duitse strijd werd pas beëindigd toen er na de vernietigende Tweede Wereldoorlog voor een andere oplossing dan een akkoord werd gekozen namelijk Europese samenwerking in plaats van rivaliteit. Om de oorlog in Oekraïne te beëindigen is meer nodig dan een akkoord om de wapens neer te leggen. Namelijk een gedeelde visie op dewereld waarin beide partijen zich zonder rancune kunnen vinden en die verder gaat dan het neerleggen van de wapens. Zolang die er niet is wordt huidig bloed gespaard ten koste van toekomstig bloed en wordt er veel geld verschaft voor het kopen van wapens om dat toekomstige bloed te vergieten.

Plasterk gaat verder: Van oudsher was links tegen militarisme tegen kruisraketten, voor het gebroken geweertje, voor dienstweigeren. Links was veel pacifistischer dan rechts. Nu zien we een omkering: links wil de defensiebudgetten snel verhogen. Het is niet duidelijk tegen welke vijand Nederland zich opeens enorm zou moeten bewapenen. Amerika zal het niet zijn. China is heel ver weg, dus kan het alleen gaan over Rusland, maar we zien dat Rusland al moeite heeft om zijn voormalig stukje Oekraïne te verdedigen.” Even voor Plasterk, Rusland verdedigt dat stukje Oekraïne niet, het valt het aan. En ja, het heeft daar moeite mee. Voor wat betreft tegen welke vijand we ons zouden moeten bewapenen is het antwoord simpel, tegen iedere mogelijke vijand, ook mogelijk de Verenigde Staten. Hoe dit moet, weet ik niet maar dat het zorgvuldig moet, heb ik al eerder betoogd. De sneer naar links is bijzonder. Bijzonder omdat de strijd tegen de kruisraketten zich in een heel andere tijd afspeelde dan nu. Een tijd waarin twee ideologisch met elkaar in conflict zijnde supermachten die elkaar en de rest van de wereld vasthielden in de MAD-doctrine: Mutual Assured Destruction. Nog meer kernwapens veranderden daar niets aan. De wapens om elkaar en de wereld gegarandeerd te vernietigen hebben ze nog steeds. Van een bipolaire wereld is echter geen sprake.

Rechts in het politieke spectrum staat Trump. In de Nederlandse media is geen sympathie voor Trump te vinden. Zijn botte stijl geeft ook geen aanleiding tot warmte. Maar juist in deze kwestie is deze voorman van politiek rechts nu de vredes duif.” Aldus Plasterk. Trump als vredesduif, een heel bijzondere constatering. Ja, bij zijn inauguratie sprak hij uit de geschiedenisboeken in de willen gaan als ‘peace maker’ en klopte zich op de borst voor het eerste wapenfeit in die richting: een wapenstilstand in Gaza. Die wapenstilstand is al weer langer voorbij dan hij heeft geduurd en Israël maakt zich op voor het ‘innemen’ van delen en wellicht zelfs de gehele Gaza-strook, zo bericht de NOS. De zelfverklaarde ‘peace maker’ staat instemmend te knikken en wil het gebied, nadat het is ontdaan van de bevolking, wel als een bouwproject ontwikkelen tot een oord voor rijke patsers zoals hijzelf. Zijn acties om tot vrede te komen tussen Rusland en Oekraïne richten zich vooral op het afpersen Oekraïne en met stroop om de mond smeren van Rusland. Daar komt bij dat het juist Plasterks ‘vredesduif’ is die aandringt op Europese bewapening en het verhogen van de defensiebudgetten.

1 Zie voor de column dit bericht op LinkedIn

Uitgelicht

Herdenken, gedenken en her-denken

Morgen is 4 mei. In Nederland de dag van de Nationale Dodenherdenking. “Ieder jaar staan we tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Om 20.00 uur is het in heel Nederland twee minuten stil,” zo is te lezen op de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het Comité heeft als taak om: “richting, inhoud en vorm te geven aan herdenken en vieren en de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.” En zoals al vaker is gebeurd, is er weer discussie over hoe en wat er wordt herdacht. Mogen we ook Gazanen herdenken of bij hun leed stilstaan?

De binnenstad van Venlo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Bron WikimediaCommons

Herdenken: “(op plechtige wijze) stilstaan bij iets uit het verleden,” aldus de digitale Van Dale. Herdenken heeft twee kanten. De ene kant is dat we iets gedenken: “Zich herinneren, in ere houden,” aldus dezelfde digitale Van Dale. Dat eerste, zich herinneren, kan alleen als je het zelf hebt meegemaakt. Zo kan ik me niets herinneren van de Tweede Wereldoorlog want ik was er niet bij. In ere houden kan ik wel. Dat kan ik door met eerbied en respect over hen en hun daden te spreken opdat zij niet vergeten worden. Spiegel van in ‘ere houden’ en dus de tweede kant van herdenken is dat wat we in ere houden daarmee wordt afgezet tegen iets wat minder of zelfs geen eer verdient. Zo staat tegenover de verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog de collaborateur die dienst nam bij de Schutzstaffel, de SS. En tegenover beiden staat de overgrote meerderheid van de toenmalige mensen die zo goed en zo kwaad als mogelijk probeerden te overleven.

In deze ‘herdenkingsperiode’ bezocht ik de voorstelling Eindelijk Vrij. Een openluchtvoorstelling ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Venlo en omgeving en aanloop ernaartoe. Plaats van handelen de Venlose Grote Heide. Op die Grote Heide en het aangrenzende Duitse gebied, bouwden de Duitsers in 1941 een groot militair vliegveld: Fliegerhorst Venlo. Lopend over de Grote Heide zie je de restanten ervan. Sommige goed bewaard, zoals de verkeerstoren waar nu een klimclub haar domicilie heeft. Andere minder verborgen, zoals de hangaar waar de voorstelling plaatsvond, waar nieuw met oud is verbonden en waar nu een zweefvliegclub gebruik van maakt. Weer andere meer verborgen, zo moet je om de startbanen te onderscheiden toch echt het luchtruim kiezen. Een voorstelling met jeugdige Venlose toneelspelers die al naar gelang de rol verzetsheld, Duitser, Joodse vluchteling, Venlonaar of de in Venlo en omstreken beruchte collaborateur Berendsen spelen afgewisseld met liedjes en filmbeelden van overlevenden, die over hun ervaringen vertelden.

Drie verhalen uit dit geheel van verhalen, maakten bijzondere indruk op mij. Het eerste een oudere dame die vertelde over haar familie. Een familie waarvan de ene helft in Nederland woonde en de andere helft in Duitsland. De familie van deze oudere dame zal niet de enige zijn geweest. De grens speelde geen belangrijke rol in het leven van de grensbewoners. Ze woonden in hetzelfde ‘cultuurgebied’. De familie kon makkelijk bij elkaar op de koffie en communiceerde in de streektaal met elkaar. Vanaf midden jaren dertig werd dat anders. De grens werd een echte grens. Een bezoek aan de familie aan de andere kant van de grens drie kilometer verderop, werd moeilijk tot onmogelijk. Naar elkaar zwaaien vanaf de eigen kant ging nog, praten was lastig want tussen de twee grensposten lag niemandsland. Dit verhaal maakte indruk omdat het laat zien dat je veel in het leven niet in eigen handen hebt. Het belangrijkste van dat veel, is de plek waar je wordt geboren.

Daarmee kom ik bij het tweede verhaal. Het verhaal van een Duitse man die tijdens bij het begin van de oorlog hooguit een peuter was. Zijn toeval had bepaald dat hij in Nazi-Duitsland was geboren. Voor hem betekende dat in 1944 en 1945 het overleven van geallieerde bombardementen, later honger en opgroeien in een vernielde omgeving. De man, toen kind, woonde, zoals we in Venlo zeggen ‘aan de verkierde kant van de paol’ maar dat maakt de ellende die hij moest doorstaan nog niet zijn eigen schuld.

Hij kon er net zo min iets aan doen als de verteller van het derde verhaal. Deze verteller, slachtoffer en overlevende van een van de dertien geallieerde bombardementen op Venlose Maasbruggen van oktober en november 1944. Zonder succes, de brug bleef bruikbaar maar een flink deel van de Venlose binnenstad lag in puin en daarbij vonden vele Venlonaren de dood. Op een in 2024 onthulde plaquette op de achterzijde van de Minderbroederskerk aan het Arsenaalplein zijn hun namen te vinden. Uiteindelijk bliezen de Duitsers de brug op om te voorkomen dat de geallieerden die zouden gebruiken. De man was ten tijde van de bombardementen baby en de jongste van een gezin met zeven kinderen. Tijdens het fatale bombardement zaten de zes andere kinderen al in de kelder. Moeder was hem, de baby, op de bovenverdieping aan het pakken toen het huis een voltreffer kreeg te verwerken. De bom ontplofte in de kelder en dat betekende de dood van zijn zes broers en zussen. Hij werd gevonden in de armen van zijn moeder. Zijn moeder overleed drie dagen later in het ziekenhuis alwaar de baby vocht voor zijn leven met zijn vader aan zijn zijde. Vader was niet thuis op het noodlottige moment.

Drie verhalen die vanuit verschillende invalshoeken een blik werpen op de Tweede Wereldoorlog. Wat deze verhalen zo sterk maakt is een andere betekenis van het woord herdenken. Een betekenis afkomstig van de Britse historicus en filosoof Robin George Collingwood (1889-1943). Voor Collingwood is Rankes meer dan een beschrijving van ‘hoe het geweest is’. Dat levert alleen een reeks feiten zoals 10 mei 1940 de Duitser vallen Nederland binnen. 1941 Duitsers bouwen Fliegerhorst Venlo enzovoorts. Collingwood wilde het verleden begrijpen. Begrijpen, niet om er onvermijdelijke wetmatigheden in te ontdekken en zo de toekomst te voorspellen. Nee, hij wilde begrijpen waarom mensen in het verleden handelden zoals ze handelden. Voor Collingwood is alle geschiedenis, geschiedenis van denken, van gedachten. Hoe dat werkt? Collingwood: “De historicus van de filosofie probeert bij het lezen van Plato te weten wat Plato dacht toen hij zichzelf in bepaalde woorden uitdrukte. De enige manier waarop hij dat kan doen, is door het zelf te denken. Dit is in feite wat we bedoelen als we spreken van het ‘begrijpen’ van de woorden. Zo probeert de historicus van de politiek of oorlogvoering die een verslag van bepaalde handelingen van Julius Caesar onder ogen krijgt, deze handeling te begrijpen, dat wil zeggen door te ontdekken welke gedachten in Caesars geest hem ertoe brachten ze te verrichten. Dit houdt in dat hij voor zichzelf de situatie onder ogen ziet waarin Caesar zich bevond en voor zichzelf te denken wat Caesar omtrent de situatie dacht en de mogelijke manieren om zich ermee in te laten. De geschiedenis van gedachten en daarom alle geschiedenis, is de heropvoering van verleden gedachten in de eigen geest van de historicus.1

Alle geschiedenis is de geschiedenis van gedachten en bij het bestuderen van de geschiedenis is het de kunst om te her-denken. Her-denken is daarbij iets anders dan herdenken. Herdenken is gedenken, her-denken is je proberen te verplaatsen in die voorvaderen en proberen te denken wat zij dachten. Her-denken wat de Duitsers dachten toen ze de stadsbrug opbliezen, maar ook her-denken wat de geallieerden dachten toen ze de Venlose binnenstad tot puin bombardeerden. Bij dat her-denken helpt feitelijke informatie. Als je wilt her-denken wat Plato dacht toen hij bepaalde woorden sprak dan is het van belang om te weten wie Plato was en hoe hij in het leven stond. Het is van belang om te weten wie er aanwezig waren toen hij sprak en in welke omstandigheden. Als je wilt weten wat Caesar dacht toen hij de Rubicon overstak, moet je hetzelfde doen. Waar kwam hij vandaan, wie waren er bij hem, wat waren de bijzondere omstandigheden, wat was zijn inschatting dat er allemaal kon gebeuren en wat hoopte hij te bereiken met zijn daad?

Her-denkend wat de dame als kind dacht en voelde toen ze ineens haar neefjes en nichtjes niet meer kon bezoeken. Wat de Duitse man als kleuter dacht en voelde tijdens de bommenregen of toen hij honger leed. Wat de man als baby dacht, her-denken is, denk ik, niet mogelijk, maar her-denken wat zijn vader dacht en voelde daar kan ik wel een goede slag naar slaan. En al doende gaan mijn gedachten onherroepelijk ook uit naar mensen die zich op dit moment in een soortgelijke situatie bevinden. Dan kan ik de Duitse man als kind, of de Venlose man als baby en zijn vader, niet los zien van mensen in Oekraïne, Darfur en ook Gaza en de gegijzelde Israëliërs en hun familie. Dan kan ik de les die het verhaal van de dame leert dat toeval waar je wordt geboren een grote rol speelt, niet los zien van het heden. Dan kan ik de gedachte dat we dit toeval geen grote rol mogen laten spelen, niet van me af zetten.

Door te her-denken tijdens het herdenken kan het niet anders dat ik aan de Oekraïners, de mensen uit Darfur, de Israelische gijzelaars en hun familie en de Gazanen moet denken. Dan kan het niet anders dan dat ik bij hun leed stil sta. Herdenken en gedenken zonder dit te betrekken op het heden, is een zinloze bezigheid. Een zinloze bezigheid waarvan ik, als ik een verzetsheld zou zijn geweest, schande van zou spreken. Immers wat ik niet wil dat mij geschied, moet ook die ander niet geschieden.

1 R.G. Collingwood, The idea of history, pagina  215 (vertaling Van der Dussen, Filosofie van de geschiedenis. Een inleiding, pagina 147)

Uitgelicht

Soevereiniteit terugwinnen of uitoefenen?

Als de vraag is hoe we de neoliberale wereldorde achter ons kunnen laten, dan is terugwinnen van nationale soevereiniteit inderdaad waar het om draait. Ironisch, omdat veel brexiteers geen benul hadden wat ze met die soevereiniteit wilden. Maar zelfs dan hebben de Britten nu tenminste de democratische mogelijkheid om die soevereiniteit te gebruiken om de noden van burgers te lenigen. Wat meer is dan je van de lidstaten van de EU kunt zeggen.” Woorden van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck in een interview dat Ewald Engelen met hem heeft bij De Groene Amsterdammer. Moeten we soevereiniteit terugwinnen?

Volgens Streeck, zo is te lezen: “staan we op een kruispunt. Of we leggen ons neer bij de valse noodzakelijkheden van de neoliberale globalisten en gaan voort op het pad dat naar een wereldregering voert,” of: “we keren terug op onze schreden en leggen ons oor te luisteren bij wijze denkers uit het interbellum, zoals de Hongaars-Oostenrijkse antropoloog Karl Polanyi en de Britse econoom John Maynard Keynes, die snapten dat er geen alternatief bestaat voor de natiestaat en betoogden dat het kapitalisme daaraan moest worden aangepast in plaats van de natiestaat aan het kapitalisme.”

Het betoog van Streeck sluit aan bij The Glabalization Paradox waar politiek econoom Dani Rodrik in zijn gelijknamige boek over schrijft. In dat boek schetst Rodrik ‘The Political Trilemma of the World Economy’ beschrijft de spanning tussen de natiestaat, (hyper)globalisatie en democratie. De economie van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom worden er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit hyperglobalization. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. De rijkste 1% profiteert, terwijl het grootste deel van de bevolking van een land er de nadelen van ondervindt. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door haar bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk worden gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. Dit zou opgelost kunnen worden door een democratische wereldregering maar dat is voorlopig een utopie. Dan blijft de natiestaat als enige over om de gewone burger tegen de de zich globaliserende economie te beschermen1. Denkend vanuit de systeemwereld lijkt dat inderdaad de enige oplossing en dan is ‘soevereiniteit terugwinnen’. Dan is bevoegdheden terughalen en barrières opwerpen tegen de ‘boze buitenwereld’ een logische keuze. Dat is de keuze die Trump maakt met zijn tarievenpolitiek. Dat ligt ook aan de basis van het geroep op een ‘Nexit’.

In dezelfde systeemwereld betekenen deze keuzes dat het leven duurder wordt. De markt werkt er minder efficiënt door en dat vertaalt zich in hogere kosten. Dat duurdere leven staat op gespannen voet met het doel waarvoor de ‘soevereiniteit’ wordt teruggewonnen: de bescherming van de burgers. Er wordt soevereiniteit teruggehaald om de burgers uit de gure wind van de globalisatie te halen en dat doe je door ze in de gure wind van stijgende prijzen te zetten. Om die laatste wind af te zwakken, zijn aanvullende maatregelen nodig. Maatregelen die de koek herverdelen van rijk naar arm. Zo raken we van de regen in de drup. Kunnen we op een andere manier ons ‘leven’ terugwinnen opdie neoliberale wereldorde’?

Wat als we het ‘systeemdenken’ laten voor wat het is en naar de mensenwereld kijken? Mensen hebben behoeften. Ze moeten eten en drinken, willen graag veiligheid en zo zijn er nog veel meer. Je kunt er, in navolging van Maslow, piramides van bouwen. De afgelopen vijftig jaar is de markt de manier geworden waar mensen bevrediging voor hun behoeften zoeken. Ze kopen er hun eten en drinken net als energie, kleding en vervoersmogelijkheden. Ze kopen er bijvoorbeeld hun ‘veiligheid’ bij Verisure en ‘gezondheid’ bij Prescan. Overal is een markt van gemaakt en dat heeft ervoor gezorgd dat het bruto binnenlands product stevig is gegroeid. En die groei hebben we nodig om dit allemaal te kunnen blijven betalen.

De markt is echter niet de enige manier voor mensen om in hun behoeften te voorzien. In hun boek De kunst van het vreedzaam vechten beschrijven Hans Achterhuis en Nico Koning 6 manieren om in je behoeften te voorzien. De zes manieren waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Die manieren zijn achtereenvolgens:

1 de individuele productie: dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.

2 de huishouding: de gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus verwerven geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Verlangens waren daarmee bijna altijd verlangens van het huishouden. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten, het huishouden kon bestaan uit het dorp, de clan de groep. Ook de groep die gebruik maakt van de meent (dus de gemene gronden) kan worden gezien als een huishouden.

3 toedeling: de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. Tussen hoogste en laagste kunnen meerdere niveaus zitten waarbij het hogere niveau steeds toedeelt aan het lagere. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping. De auteurs zien planeconomie als een moderne variant van toedeling.

4 schenking: met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. de relatie wordt verzwaard.

5 handel: kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.

6 roof: de laatste vorm waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien is roof. Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwang-arbeid en kolonisatie. En als we een parallel naar het heden trekken, dan behoort bijvoorbeeld ook het verkopen van risicovolle financiële producten zoals woekerhypotheken aan mensen die deze niet begrijpen, tot roof2.

Neoliberalen zien de markt als de enige en ook perfecte manier van toe-eigening of verwerving. Het neoliberalisme ziet de mens als een homo-economicus die via rationele keuzes zijn eigen belang najaagt. Dit doet die mens via de vrije markt waar hij handelt met andere mensen die ook rationeel hun eigen belang najagen. En als we dat maar vrij laten dan wordt in alle wensen voorzien, krijgt ieder zijn deel en hebben we de perfecte samenleving. Helaas blijkt, dat zien we nu dat die ‘perfecte samenleving’ voor het grootste deel van ons, verre van perfect is.

Streeck wil de markt breken door soevereiniteit te ‘nationaliseren’. Door een krachtige nationale overheid die de mogelijkheid heeft om de markt de wil op te leggen. Zou het versterken van de andere manieren waarop we in onze behoeften kunnen voorzien ook een optie kunnen zijn? En dan vooral van de tweede manier, het huishouden maar dan wel het huishouden als groep, dorp of clan of om het in moderne termen te gieten, als gemeenschap. Door nieuwe ‘meenten’, gemeenschappelijke samenwerkingsverbanden in het leven te roepen of door oude weer tot leven te wekken? Nieuwe ‘meenten’ waarmee we ons onafhankelijk maken van de markt en de grote bedrijven die daar de scepter zwaaien. De manier waarop onze voorouders de stroom, gas en watervoorziening vormgaven. Die richtten daarvoor gemeentelijke bedrijven op die ervoor zorgden dat iedereen in de gemeente deze producten tegen dezelfde voorwaarden kreeg. Door bijvoorbeeld energie-, zorg- en voedselcoöperaties op te richten. Door via broodfondsen ons met elkaar te verzekeren tegen tegenslag. Door deze en andere zaken te regelen in corporaties waar alle deelnemers lid van zijn en in mee kunnen beslissen en die corporatie kan ook een gemeente zijn. Door veel meer gemeenschap te worden en minder consument. Door meer wij en minder ik

Door niet de soevereiniteit terugwinnen, maar deze uit te oefenen.

1 Dani Rodrik, The Globalization Paradox. Democracy and the Future of World Economy, pagina 200-205

2 Hans Achterhuis en Nico Koning, De kunst van het vreedzaam vechten, pagina 406-412.

Uitgelicht

Crypto: second cousin to Harvey the Rabit

‘Alles van waarde is weerloos’. Een regel uit een gedicht van Lucebert. Ik moest eraan denken toen ik in de Volkskrant een artikel van Bram Vermeulen las over ‘crypto-mijnen’ in Ethiopië. In het artikel speelt de uit het Noord-Hollandse Wormeerveer komende Nick Quivooy de hoofdrol. Ik moest aan Lucebert denken en aan het boek Slow Down van de Japanse filosoof Kohei Saito. In dat boek spreekt Saito over het verschil tussen use value, gebruikerswaarde en value de geldelijke waarde van zaken.

Twintig cryptobedrijven uit vier continenten zijn in een zoektocht naar goedkope stroom in Ethiopië neergestreken. Chinezen, Russen, Amerikanen, Venezolanen, Nederlanders. Ze komen in een lange traditie van avonturiers op zoek naar fortuin in Afrika. Moderne David Livingstones. ‘Ethiopië is hot. Trending in de cryptowereld’, zegt Quivooy. ‘We betalen hier nog geen 10 procent van de prijs in Nederland.’ In zijn universum, planeet bitcoin, is goedkope stroom kassa.” Aldus het artikel. En iets verder het contrast: “In Ethiopië heeft de helft van de inwoners geen stroom aan huis.” En: “Twintig miljoen Ethiopiërs hebben dringend voedselhulp nodig, als gevolg van de conflicten binnen en over de grenzen. Miljoenen anderen zijn ontheemd en zitten door het stopzetten van USAID door de regering-Trump ook zonder hulp.”

Maar, aldus Quivooy zichzelf een veer in zijn achterste stekend: “Ik ben wel van mening dat de infrastructuur die we opbouwen juist kan bijdragen aan het aanleggen van stroom. Ook voor de bevolking.”En hij is niet de enige: “Bitcoin: een duurzame oplossing voor minder Amerikaanse ontwikkelingshulp voor Ethiopië.’ Een voormalig Irak-veteraan uit de VS, Robert Luft, neemt het woord. ‘We zijn ons er allemaal van bewust dat de ontwikkelingshulp uit rijke landen wordt gestopt. Bitcoin kan een katalysator zijn, een kans voor Ethiopië en andere Afrikaanse landen om hun natuurlijke bronnen in geld om te zetten. Dit moet gebeuren. Dit is het moment voor bitcoin.’”

Use value, gebruikswaarde, zo spreekt Saito Karl Marx na: ‘”Indicates the quality in something – for example, air or water- that satisfies a human need of desire.” Wat is de gebruikswaarde van crypto’s zoals de bitcoin? Ik kan het niet eten of drinken. Ik kan er geen huis mee bouwen. Ik kan me er niet aan warmen. Ik kan me geen probleem voorstellen waarvoor het een oplossing is. Het is, zo lees ik ook in het artikel: “een geloof, een ideologie.” En net zoals alle geloven is het, om de al genoemde Marx aan te halen, opium van het volk. Het is iets dat de mens zelf heeft gecreëerd. Maar daar waar een geloof tot doel heeft de mens in een roes te brengen om het aardse leven draaglijk te maken of om Marx te parafraseren, om de ‘arbeidersklasse dom te houden zodat ze zich makkelijk laat uitbuiten’, zie ik niet dat de crypto een dergelijke capaciteit heeft. Zelfs al betaalmiddel is het uiterst gemankeerd. Daar waar de Euro ook een fysieke vorm heeft die je in je ‘overlevingspakket’ kunt stoppen om drie dagen te overleven, zoals het huidige kabinet ons adviseert, lukt dat met een bitcoin niet. Bij stroomuitval, zoals recent in Spanje en Portugal, heb je niets aan je ‘crypto -wallet’. Crypto’s: “don’t exist outside a market economy,” ze worden alleen: “Measured in money. They’re based on calculating the ‘value’ of commodities,”om Sato beschrijving van value aan te halen1. Bitcoin is: “a phantom, an apperition. Second cousin to Harvey the Rabbit,” om een quote van Andy Dufresne gespeeld door Tim Robbins uit de film The Shawshank Redemption, aan te halen.

Maar die achterneef van Harvey het konijn verbruikte in 2023: “volgens de Cambridge Bitcoin Electricity Consumption Index (CBECI) tussen de 80 en 120 TWh (terawattuur) doorheen. Dat is omgerekend maximaal 120 miljoen kWh. Vergelijkbaar met wat ons eigen landje of een land als Argentinië in een heel jaar verbruikt aan elektriciteit!2En dat is een: “een doelbewuste ontwerpkeuze. Het is een feature, niet een bug,” zo is te lezen op de site Bitcoin.nl. Die elektriciteit is nodig om ingewikkelde puzzels op te lossen. Die elektriciteit kan ook voor iets met nut, met use value, gebruikt worden. In het geval van Ethiopië bijvoorbeeld de helft van de bevolking die nog niet op het elektriciteitsnet is aangesloten ermee van stroom voorzien, zodat ze op stroom kunnen koken en niet meer op hout.

Maar dat niet alleen. Om die puzzels op te kunnen lossen zijn computers nodig. In het geval van Quivooy: “de veertienhonderd computers die onder een dak van golfplaten staan te puffen in een walm van warme lucht.”In die computers zitten kostbare grondstoffen verwerkt zoals goud, platina en palladium. Computers en dus ook grondstoffen die ook voor iets anders dan het oplossen van puzzeltjes, iets met nut of use value gebruikt kunnen worden.

Bitcoin is geen ‘katalysator’ en ook geen ‘kans’ voor Ethiopië, noch voor enig ander land. Het is een zeer kostbaar en energieverslindend speeltje ter bevrediging van een ‘kriebel’ van een enkeling. Het is nog minder dan die containers vol met ‘hebbedingetjes’ die Ali-express en al die andere Chinese webwinkels, deze kant op sturen omdat wij heel graag in een paar tellen onze ‘shopbehoefte’ willen bevredigen. Minder omdat je die ‘hebbedingetjes’ tenminste nog even vast kunt houden. Even, voordat ze van ellende uiteen vallen. Net zoals met die containers met hebbedingetjes’ zijn crypto munten zoals bitcoin iets waar we als mensheid snel mee moeten stoppen. Het levert niets op. Het levert ‘value’ zonder ‘use’ voor enkelen op tegen zeer grote kosten. Een goed elektriciteitsnetwerk aanleggen in Ethiopië kan veel beter zonder de verspillende crypto mijnbouw.

1Kohei Saito, Slow Down. How Degrowth Communism Can Save the Earth, pagina 157

2Bron: https://www.anwb.nl/energie/energieverbruik/hoeveel-stroom-verbruikt-bitcoins-minen

Uitgelicht

Het Russische gevaar

Ondanks dat de oorlog in onze voortuin volop gaande is, willen we de verdediging niet in onze achtertuin,”aldus Tom Lash in een artikel bij De Correspondent. Lash maakt zich zorgen over de vele bezwaren en beren op de weg naar een sterk leger. “Het gaat niet om netjes. Het gaat om snel.” Zo eindigt hij zijn betoog. Want: “Wil Europa zelf ook nog iets te zeggen hebben, dan moeten we ook op militair gebied op eigen benen kunnen staan. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we in Nederland echt anders gaan kijken naar hoeveel we bereid zijn op te offeren voor onze eigen veiligheid. Dat hoeven geen Noord-Koreaanse toestanden te worden, maar iets minder polder, en iets meer loopgraaf, kan geen kwaad.” En snel betekent dat ‘heilige huisjes’ soms wat minder ‘heilig’ zijn. Dat gaat mij toch iets te snel.

Het klopt, zoals Lash schrijft dat het gros van de politieke partijen aan boord is voor een groter leger. Zelfs de Partij voor de Dieren. En ik ben ook aan boord voor een Europa, of beter gezegd een Europese Unie, die militair op eigen benen staat. En ja: “Terwijl in het oosten een gevaarlijke gek een land platwalst,” zit er, “in het westen een gevaarlijke gek (die) betwijfelt of hij nog zin heeft ons te helpen.” Dat vraagt om actie, maar dan wel de juiste actie. Die juiste actie moet beginnen met een goede analyse van de bedreigingen. Die goede analyse begint niet met het roepen dat er 3, 4 of 5% van het bruto binnenlands product aan defensie uitgegeven moet worden. Dat een secretaris generaal van de NAVO of een president van de Verenigde Staten dat roept, wil niet zeggen dat het moet. Geld moet niet het beginpunt zijn maar het sluitstuk. Door met geld te beginnen, kunnen we, in de huidige constellatie met private wapenfabrikanten, minder kopen voor dat geld.

De Charge of the Light Brigade. Een aanval van de Britse lichte cavalerie op de Russische troepen tijdens de Slag om Balaclava (Krimoorlog van 1854). De Britse dichted Alfred, Lord Tennyson schreef hier een beroemd gedicht over dat hier te lezen is: https://www.poetryfoundation.org/poems/45319/the-charge-of-the-light-brigade.

Die analyse begint met het in kaart brengen van de bedreigingen en het beoordelen hoe groot die bedreiging is. Wat zien we dan? Dan zien we die ‘gevaarlijke gek’ in het oosten die een land platwalst. Bij een goede analyse laat je waardeoordelen en dus in dit geval ‘gevaarlijke gek’ om Poetin te beschrijven, achterwege en probeer je je in te leven in het denken van de ander. Waarom handelt en spreekt de ander op die manier? Poetin en de rest van het Russische leiderschap is daar al jaren erg duidelijk in. Hij ziet dat een mondiale tegenstrever de grenzen van zijn land steeds dichter nadert. Die tegenstrever zit in zijn ‘achtertuin’ te ‘stoken en te spelen’. De NAVO en daarmee de Verenigde Staten staan op plekken aan de Russische grens en sluiten Rusland langzaam in. Dat een dergelijke manier van denken niet vreemd is, laat de Amerikaanse president Trump nu zien met zijn uitspraken over Panama, Canada en Groenland. Die horen in de ogen van Trump tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten. Trump is hierin niet de eerste Amerikaanse president die zo denkt. Menig Midden- en Zuid-Amerikaans land kan getuigen van wat het betekent om in de Amerikaanse invloedssfeer te liggen. Het land Panama is bijvoorbeeld een resultaat van die bemoeienis door de VS want die zorgde ervoor dat het werd afgesplitst van Colombia. Maar denk ook aan Cuba en de rakettencrisis, de staatsgreep tegen Allende in Chili, het steunen van de Contra’s in Nicaragua in de jaren tachtig, de invasie van Grenada. Dit alles gaat terug op de Monroedoctrine van 1823 toen president Monroe elke vorm van Europese bemoeienis op het westelijk halfrond taboe verklaarde in de pas kort onafhankelijke naties in Zuid-Amerika. Taboe voor iedereen dus, behalve voor de Verenigde Staten.

‘Maar’, kun je nu tegenwerpen, ‘de mensen in die landen willen bij de NAVO want ze zijn bang voor de Russen en de geschiedenis geeft hen gelijk. Bovendien is de NAVO een verdedigend bondgenootschap.’ En dat is bijna allemaal feitelijk juist, maar niet de hele werkelijkheid. Het enige wat feitelijk discutabel is, is het verdedigende karakter van de NAVO. Daartoe is de NAVO inderdaad opgericht maar voor het eerst in 1992, in voormalig Joegoslavië deed de organisatie meer dan alleen verdedigen. Het bemoeide zich met een oorlog in een land dat geen van de leden van de organisatie had aangevallen. In 1999 herhaalde de organisatie dit met de oorlog met Servië en daar bleef het niet bij. Vanaf 2009 jaagt de organisatie op piraten bij de Hoorn van Afrika en in 2011 werd Libië gebombardeerd en Gadaffi verdreven. Dan naar niet de hele werkelijkheid. De geschiedenis laat inderdaad zien dat Rusland en vooral haar voorlopers, de Sovjet Unie en Tsaristisch Rusland, expansionistisch gedrag vertoonde. Wat de geschiedenis ook laat zien, is dat Rusland niet het enige land is dat dergelijk gedrag vertoonde. Als we ons beperken tot de afgelopen 250 jaar, dan kregen de Russen verschillende keren onverwacht bezoek vanuit het Westen. In 1812 kwam Napoleon op bezoek. Tussen 1853 en 1856 (de Krimoorlog) bemoeiden vooral de Fransen en Britten zich met een conflict tussen Tsaristisch Rusland en het Ottomaanse Rijk dit in een poging om te voorkomen dat de Russen de Middellandse zee zouden bereiken en daarmee een gevaar zouden vormen voor de Franse en met name de Britse imperiale aspiraties. In 1914 de As-mogendheden maar vooral het Duitse keizerrijk en de navolger van dat keizerrijk, nazi-Duitsland kwam in 1941 nogmaals op bezoek. Dit behoort ook tot de werkelijkheid. Net zoals het ook tot de ‘werkelijkheid’ behoorde dat de Chilenen in meerderheid op Allende hadden gestemd en niet op Pinochet. De werkelijkheid kan van meerdere zijden worden bekeken en vooral beoordeeld. Bij een goede analyse moet met al die zijden rekening worden gehouden en moeten ze allemaal als even ‘werkelijk’ worden beoordeeld.

Dan het ‘platwalsen’. Die Russische wals staat al zo’n twee jaar met een vastgelopen motor op de plaats te ronken. Het leger van die ‘gevaarlijke gek’ verbruikt meer wapens dan het land kan produceren en gebruikt ‘oude’ spullen om de gaten te vullen. En ook die ‘oude’ spullen raken op, net als de mankracht om te vechten. Hoe reëel is onze vrees? Bezien vanuit Nederland is die vrees niet reëel. De kans op een ‘Rus in de keuken’ om het laatste deel van de slogan waarmee de komst van kernbommen naar Nederland door de voorstanders werd verdedigd, is heel klein. Behalve wellicht als vluchteling voor het regime van Poetin. Voor een inwoner van een klein land als Letland dat grenst aan Rusland, is die kans veel groter. Voor een Pool, al zal die er emotioneel anders over denken, is die kans redelijk klein. Voor een inwoner van de Europese Unie, als die Unie zich niet uit elkaar laat spelen, is die kans iets groter dan voor een Nederlander. Iets groter maar niet zoveel. De EU heeft ongeveer 450 miljoen inwoners en dat aantal neemt nog ieder jaar toe. Rusland heeft er 145 miljoen en dat worden er ieder jaar minder. De Purchasing Power Parity bruto binnenlands product van de EU landen is bijna vier keer zo groot.

Nu zegt dat niet alles. Rusland heeft nu meer soldaten en vooral kernwapens dan de EU. Maar dan toch even voor het perspectief. 20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden. Die liep uit op een mislukking net zoals in Vietnam en in Afghanistan. Met dat laatste land delen de Verenigde Staten en Sovjet Unie die ervaring. Mochten de Russen de Oekraïners werkelijk verslaan, dan is de kans zeer groot dat de bezetting hen de nek omdraait. De kans op een Russische winst op de gezamenlijke EU landen is zeer klein en mocht dat toch gebeuren dan zal bezetting onmogelijk blijken.

Betekent dit dat we achterover kunnen leunen alsof er niets aan de hand is? Vanuit Nederlands of Spaans perspectief zou dat kunnen. Vanuit Ests perspectief is dat een groot risico. Als je het puur militair bekijkt tenminste. Maar er is meer en daarvoor richten we ons op die ‘gevaarlijke gek’ in het westen. Ook hier moeten we voor een goede analyse de waardeoordelen opzij zetten. Dan zien we een land dat tot voor kort de enige werkelijke supermacht van de wereld was, dat zich ook zo gedroeg. Alleen is de economische en militaire macht van dit land tanende. De kosten van haar militaire apparaat zijn enorm. Daar heeft het land zelf voor gekozen. Het heeft er zelf gekozen om een keur aan militaire bases over de wereld te hebben, ook in Europa. Dat deed het land niet om ons een plezier te doen, al wordt dat nu wel zo verkocht. Dat deden de VS omdat ze overal invloed wilden. Het is het goed recht van de VS om daar een einde aan te maken en zich uit landen terug te trekken en bases op te geven. Als de landen waaruit wordt teruggetrokken zich dan ‘te zwak’ vinden, dan moeten die landen daar zelf naar handelen en zich versterken. Daarbij is het voor de landen van de EU slim en verstandig om die gaten gezamenlijk op te vullen. Zo lijkt me het ontwikkelen van een satelliet informatiesysteem iets wat we beter één keer goed kunnen doen dan 27 keer een beetje. Voor tanks en schepen geldt hetzelfde. Militair hoeven we, als we als EU landen onze samenwerking uitbreiden naar het militaire gebied, Rusland niet te vrezen. In samenwerking kunnen we veel meer bereiken met de bestaande middelen en menskracht. En met iets meer middelen en menskracht maakt Rusland geen schijn van kans meer. Zeker niet als we die middelen besteden aan een sterke Europese defensie industrie. En zeker als we de ‘markt’ uit die industrie halen.