Fietsenband, blinde darm en hartklep

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Frank Kalshoven de gezondheidszorg en dan vooral de pogingen om de kosten ervan te beheersen. Hij verzet zich tegen het collectiviseren van de zorg, iets wat enkele linkse partijen lijken te willen en breekt een lans voor de eigen bijdrage.

lekke-band

Foto: Alles Over Fietsen

Om zijn punt helder te maken, vergelijkt hij de zorg met een fietsenmaker: Mensen kiezen er niet voor om ziek te worden. Mensen kiezen er niet voor een lekke band te krijgen. Mensen gaan niet voor hun lol naar de dokter. Mensen gaan niet voor hun lol naar de fietsenmaker. Het gaat wel om hun gezondheid. Het gaat wel om hun mobiliteit.” Twee keer pech en toch  betalen we de dokter, op een kleine eigen bijdrage na, collectief en de fietsenmaker niet. Kalshoven: “ Als we alles wat we niet voor onze lol betaalden, zouden collectiviseren, leefden we hier binnenkort in het paradijs, het Noord-Koreaanse wel te verstaan.” De dokter is, net als de fietsenmaker geen publiek goed: “de diensten van de dokter zijn net zo uitsluitbaar en rivaliserend als die van de fietsenmaker. We zouden zorg net zo kunnen organiseren als de fietsenmakersbranche: afrekenen voor geleverde diensten, pinnen per consult, operatie, medicijn. Bij een echt publiek goed, pakweg Defensie, kan dat niet: we kunnen niemand in Nederland uitsluiten van de bescherming en de bescherming van u rivaliseert niet met die van mij.” Nu leert de geschiedenis dat mensen ook uitgesloten kunnen worden van bescherming door het leger. Zo werd de oostkant van de Maas in de verdedigingsplannen van het Nederlandse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog zonder slag of stoot opgegeven, de Maas was de eerste verdedigingslinie. Dat terzijde.

Terug naar Kalshovens vergelijking. Een lekke band is hooguit hinderlijk, een lekkende blinde darm of hartklep dodelijk. De band kan ik zelf plakken, de blinde darm of hartklep niet. Daar heb ik toch echt een arts voor nodig. Eerst om de diagnose te stellen en vervolgens voor de operatie. Bovendien zijn er voor een fiets alternatieven: je kunt lopen, steppen, met de scooter, auto, trein, bus, vliegtuig. Wat zijn de alternatieven voor mijn blinde darm of hartklep?

Het is alsof we voor 50 cent bij de fietsenmaker onze band konden laten plakken. Als mensen dan zouden zeggen: nou, dan ga ik fietsenmaker mijden hoor, dan zouden we zeggen: wat jij wil. Als je zelf niet eens 50 cent wilt betalen voor een dienst die ons allemaal 10 euro kost, is blijkbaar met jouw lekke band goed te leven.” Zo vergelijkt Kalshoven de fietsenband met de doktersbehandeling. Inderdaad is het goed leven met een lekke band. Is dat ook zo met een lekkende blinde darm of hartklep?

Gaat Kalshovens vergelijking niet mank?

Sociale wijkteams en Zlatan

Nee, niet afhaken, dit gaat niet over voetbal, ik gebruik voetbal als metafoor. Als fervent bezoeker van stadion De Koel zou ik graag zien dat VVV net zo voetbalt als Ajax in het midden van de jaren negentig, of het Barcelona van Guardiola. Dat zit er echter niet in en dat heeft niets te maken met het middel ‘elftal’, maar met de kwaliteit van de spelers. Niet iedere speler is geschikt voor Guardiola’s Barcelona. Zo moest een van de beste spelers van de afgelopen twintig jaar, Zlatan Ibrahimovic het veld ruimen, hij paste niet in het team. Een redelijk beperkte speler als Javier Mascherano wel. Hier moest ik aan denken toen ik op Linkedin een discussie tegenkwam over nut en noodzaak van sociale wijkteams.

ibrahimovic

Foto: www.goal.com

Sociale wijkteams zijn de afgelopen jaren zo ongeveer heilig verklaard. Tegenwoordig zijn ze ongeveer in iedere gemeente actief. Door ‘dichtbij de mensen’ problemen op een ‘integrale’ manier aan te pakken en door dit ‘multidisciplinair’ te doen. Door uit te gaan van de ‘eigen kracht’ van de hulpvrager en het ‘sociale systeem’ om hem heen, zou de hulp en ondersteuning voor mensen verbeteren. En daar blijft het niet bij, niet alleen is de hulp beter, doordat je zo ‘vroeg signaleert’ kan een probleem  ‘vroegtijdig’ worden aangepakt en dat zou een flinke kostenbesparing opleveren.

Aanleiding voor deze discussie is een column van Klaas Mulder op de site Sociaalweb. Mulder twijfelt aan het middel sociaal wijkteam: “Ik vind het moeilijk om mijn studenten uit te leggen dat je meer ‘maatwerk’ krijgt als je alle professionals op een hoop veegt. Ik weet niet precies waarom concentratie van professionals leidt tot meer zelfredzaamheid en burgerkracht. Ik snap niet hoe je preventie wilt bedrijven door jongerenwerk en opbouwwerk af te schaffen en burgers te vertellen dat ze je pas mogen benaderen als ze een probleem hebben.” Hij vindt het een risico om zijn studenten op te leiden tot ‘medewerker sociaal wijkteam’. Een scherpe analyse van Mulder.

Mulder legt de vinger op de zere plek, hij laat zien dat het denken over sociale wijkteams is gebaseerd op niet onderbouwde aannames. Al eerder wees ik op een van die aannames, namelijk dat nabij iets anders is dan dichtbij. Sociale wijkteams zijn een voorbeeld van dichtbij, zijn ze daarom ook nabij? Zoals Mulder schrijft, is de ‘sociale wijkteam hype’ gebaseerd op experimenten in een Leeuwardense wijk met veel problemen. Dit werd een succes en daarom zweren gemeenten nu bij sociale wijkteams en zijn ze alom tegenwoordig. Het succes van Guardiola’s Barcelona was niet het middel ‘elftal’, maar de spelers en coaches. Een elftal heeft immers iedere club. Zou het Leeuwardense succes een succes van het middel ‘sociaal wijkteam’ zijn of van de ‘spelers’ in dit team?

 

Wie is koning?

Sinterklaas lag nog voor de kust van Nederland te wachten totdat Maassluis tot een veilige zone was omgetoverd. Het is nog niet eens half november, en waarmee opende Dagblad De Limburger? Met een bericht dat het geld in de Limburgse ziekenhuizen bijna op is. Daarom zetten enkele ziekenhuizen een rem op operaties en stellen poliklinieken beperkt open. Andere, die nog wat reserves hebben, teren daarop in.

ziekenhuizen

Illustratie: www.ouderenhart.be

Beperkte openstelling betekent dat er wachtlijsten ontstaan. Alleen wordt dat gemaskeerd, want natuurlijk krijg je als patiënt een afspraak, het duurt alleen wat langer. Je wordt bij voorkeur naar het volgende jaar geschoven want dan is er weer budget. Al kan ik mij niet voorstellen dat het de ziekenhuizen lukt, om op basis van de ervaringen van dit jaar, volgend jaar budget te bedingen dat 16,6% hoger is dan dit jaar. Volgend jaar moet immers nog een maand van 2016 worden ingehaald en om dezelfde ellende als dit jaar te voorkomen, moet er budget voor een maand bij. En dan is nog geen rekening gehouden met de vergrijzing die tot hogere ziektekosten leidt. Voor 2018 kan het budget dan weer wat omlaag. Zou dit de ziekenhuizen lukken?

Nu begreep ik van marktapologeten dat wachtlijsten iets was van door de staat gereguleerde zorg. Nee, ook door ‘zorgverzekeraars’ gereguleerde zorg blijkt tot wachtlijsten te leiden. Marktwerking in de zorg was bedoeld om de kosten te verlagen en de kwaliteit ervan te verhogen. Onderdeel van die kwaliteit was het wegwerken van wachtlijsten.

Patiënten hebben geen directe relatie met ziekenhuizen, die loopt via een zorgverzekeraar die budgetafspraken maakt met ziekenhuizen. Als patiënt heb ik te maken met een zorgverzekeraar. In de zorg-in-natura-polis van verzekeraar VGZ lees ik: “Wij maken met zorgaanbieders afspraken over kwaliteit, prijs en service van de te leveren zorg. Uw belang staat daarbij voorop. En als u kiest voor een gecontracteerde zorgaanbieder scheelt dat u en ons in de kosten.” Gelukkig de klant is koning. Of lijkt dat maar zo?

Hoe verhoudt zich ‘mijn belang’ met de ‘wachtlijsten’? Ik heb een afspraak met die verzekeraar en daarbij staat mijn belang voorop en mijn belang is nu behandeld worden en niet doorgeschoven worden naar volgend jaar. Heb ik als verzekerde wel wat te maken met die ‘budgetafspraken’? Is dat niet iets tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis, waar ik als patiënt buiten sta?

Patiënt of budget, wie is koning?

Karikaturale discussie

Als je je eigen standpunt kracht wil bijzetten en het ontbreekt je aan argumenten, dan kun je nog altijd een karikatuur maken van je tegenstrevers. De Amerikaanse verkiezingscampagnes staan er bol van. Ook student health economics, policy & law aan de Erasmus Universiteit Sebastiaan van Meggelen kan er wat van.

efficientieindezorg

Illustratie: medischeethiek.blogse.nl

In de Volkskrant zet hij zijn bezwaren tegen het afschaffen van de eigen bijdrage in de zorg uiteen. Zijn eerste en enige argument: “Zonder eigen risico wordt de zorg feitelijk gratis. Wanneer dit het beleid wordt, zullen wij in 2040 als land en als individu de helft (!) van ons inkomen uitgeven aan zorg, waar dat nu ongeveer 15 procent is.” Ik schreef er eergisteren ook over. 

Beste Sebastiaan, ook met eigen bijdrage zal in 2040 veel meer dan die vijftien procent aan zorg worden uitgegeven. Het aantal hulpbehoevenden zal stijgen en daarmee de kosten ervan. Dat meerdere zal iemand moeten betalen, of er moeten mensen afzien van zorg omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen. Je kunt je afvragen of zorg mijden verstandig is. De vraag is of we het grootste deel door de zorgbehoevenden laten betalen via een eigen bijdrage, wat erg cru is als je chronisch ziek bent, of dat ‘gezonden’ solidair zijn. Of er moeten echt goedkope, innovatieve manieren van zorg worden ontwikkeld. En een tweede of, en dat is ook een mogelijkheid, als er op een andere manier naar gezondheidszorg in de laatste levensfase wordt gekeken.

En Sebastiaan, ook zonder eigen bijdrage wordt de zorg niet gratis, zelfs niet feitelijk. Het enige wat er verandert is de financiering ervan. Daar valt het kleine beetje eigen bijdrage weg en wordt het deel dat uit premies en belastingen wordt betaald wat groter. En wie betalen die premies en belastingen?

Sebastiaan, daarna vlieg je uit de bocht en verwijt je je tegenstrevers iets wat ook voor je eigen standpunt geldt. Volgens jou betekent afschaffing van de eigen bijdrage: “… terug naar de jaren tachtig en negentig. Weet u nog, de tijd van het ziekenfonds en particuliere verzekeringen, waarin de rijken meer en betere zorg kregen dan Jan Modaal.”  Onstaat juist door die eigen bijdrage niet een tweedeling tussen degenen die het kunnen betalen en zorg blijven krijgen en degenen die het niet kunnen betalen en dus geen zorg krijgen? Net zoals uitgeklede verplichte basispakketten en aanvullende pakketten waarvoor vrij kan worden gekozen, tot een tweedeling leiden?

Sebastiaan, echt karikaturaal wordt het als je je tegenstrevers verwijt dat ze terug willen naar: “De tijd dat u, wanneer het budget van een ziekenhuis op was, tot het volgende jaar moest wachten voor uw behandeling, wat leidde tot wachtlijsten van hier tot Tokio.” Ook in het huidige systeem zijn er wachtlijsten. Wachtlijsten zijn geen gevolg van een eigen bijdrage, maar van organisatiekeuzes. Organisatiekeuzes kun je via financiële prikkels sturen. Alleen wat is het verband tussen een eigen bijdrage en deze organisatiekeuzes. Zou je niet ook zonder eigen bijdrage en marktwerking bedrijfsmatig, efficient en doelmatig kunnen werken en met marktwerking en eigen bijdrage verspillend zoals de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon aantoont?  Ik hoop dat de Erasmus Universiteit je beter leert beargumenteren en nadenken dan op deze karikaturale manier.

Zorgen over betaalbare zorg

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht komen de politieke partijen met hun plannen voor de toekomst. Een onderwerp dat veel voorkomt is de zorg en dan vooral het eigen risico. Diverse partijen (PVV, 50-plus, SP en GroenLinks) pleiten voor afschaffing van het eigen risico. Kees Kraaijeveld bepleit in Vrij Nederland juist voor het behoud van het eigen risico. Kraaijeveld: “Als Nederlanders zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de zorg, is het schrappen van het eigen risico dan een goed idee? Natuurlijk niet. Het eigen risico is in 2008 juist ingevoerd om de zorg betaalbaar te houden.” Bovendien maakt het eigen risico mensen bewust van de kosten: “Het eigen risico is een manier om mensen die zorg consumeren te laten voelen dat zorg geld kost. Dat helpt. Zelfs een eenvoudig en relatief laag eigen risico als het onze voorkomt al ruim een half miljard euro per jaar aan zorguitgaven. ‘Remgeld’ noemen economen dat.” 

eigen-bijdrage

Illustratie: www.bbtk.org

Op enkele punten kunnen vragen worden gesteld bij het betoog van Kraaijeveld. Als eerste een aantal vragen bij de economische redenering. Economische redeneringen zijn valide als mensen een keus hebben: koop ik brood bij de bakker of de supermarkt? Hoeveel keus heb ik als ik een been breek? Heb ik dan de keus om niet naar de dokter te gaan? Is gezondheid niet té belangrijk om zo’n economische redenering op los te laten?

De ‘economische redenering’ is gebaseerd op de aanname dat mensen voor iedere scheet naar de dokter gaan en er zo veel kostbare tijd en geld wordt besteed aan mensen die eigenlijk niets mankeren, behalve dan misschien aandachtstekort. Klopt die aanname wel? En zouden er voor dat aandachtsprobleem geen andere oplossingen zijn?

Weegt het ‘remgeld’ en dus het niet of later naar een dokter gaan op tegen de mogelijke vervolgschade ervan? ‘Remgeld’ zou effectief zijn als het bij de toegangspoort wordt geheven, dus bij de huisarts, dat zou ook de ‘aandachtszoeker’ kunnen remmen. Een bezoek aan de huisarts is echter vrij van eigen bijdrage. Een eigen bijdrage is pas aan de orde als de huisarts doorverwijst naar een specialist of iets voorschrijft. Dus als er iets is geconstateerd en als ik die specialist niet bezoek of het medicijn niet haal, omdat ik de eigen bijdrage niet kan betalen. Vervolgschade omdat ik de penicillinekuur tegen de tekenbeet niet afhaal vanwege de eigenbijdrage en ik vervolgens ten prooi val aan lyme? Weegt die schade op tegen de extra inkomsten van de eigen bijdrage?

Als laatste vragen over de zorgen om de betaalbaarheid. In de zorg zijn er twee soorten betaalbaarheid. Kraaijeveld maakt zich zorgen om de macro-betaalbaarheid: kunnen we als land, de totale kosten van de zorg nog wel blijven betalen, de vijfduizend euro per hoofd van de bevolking waar Kraaijeveld het over heeft en waarvan het eigen risico maar een klein deel is, de rest is premie- en vooral belastinggeld. Zouden bij deze betaalbaarheid draagkracht en rechtvaardigheid centraal moeten staan?

De andere betaalbaarheid is de micro-betaalbaarheid. Kan ik als burger de vezekeringspremie en vooral de eigen bijdrage betalen? Als ik chronisch ziek ben en van een klein inkomen moet rondkomen, dan is driehondervijfentachtig euro, ruim dertig euro per maand, veel geld. Zeker omdat ik al van tevoren weet dat ik ze moet betalen en er dus van ‘remmen’ geen sprake is. Om welke betaalbaarheid zouden mensen zich het meeste zorgen maken?

Verslaafd en borderline

Een van de opdrachten bij de Jeugdwet die per 1 januari 2015 van kracht werd, is zoveel mogelijk proberen te normaliseren. In plaats van de jeugdige uit zijn omgeving te lichten en hem te ‘behandelen’, moet gekeken worden hoe de jeugdige met zijn omgeving kan omgaan én de omgeving met de jeugdige. Of zoals in de memorie van toelichting beschreven staat:”Aan dit wetsvoorstel ligt de visie op de pedagogische civil society ten grondslag waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling, een succesvolle schoolloopbaan en doorstroom naar werk ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Algemene jeugdvoorzieningen zoals de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg, scholen, sportclubs, buurthuizen, jongerenwerk en vrijwillige inzet dragen bij aan een positief opgroei- en opvoedklimaat.” De wetgever wil dat de samenleving problemen met jeugdigen zoveel mogelijk oplost. Dat is een nobel streven en daar kan niemand iets op tegen hebben. In ’t Schaep met de 5 pooten werd immers al gezongen: “We benne op de wereld om mekaar om mekaar om mekaar om mekaar te helpen, nietwaar?”

DSM V

Wat als de Belg, Dirk de Wachter, gelijk heeft? Hij vergelijkt in zijn boek ‘Borderlinetimes. Het einde van de Normaliteit’ onze samenleving met de stoornis Borderline: “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” Hoe normaal is de samenleving?

De bijbel voor psychische of psychosociale stoornissen de DSM V bevat naast borderline ook verslaving als stoornis. Iemand is verslaafd als hij drie of meer van de volgende zeven kenmerken vertoont binnen twaalf maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel;
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden;
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was;
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen;
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel;
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik;
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

De DSM V is er om een individu te beoordelen, maar wat als de samenleving langs deze kenmerken wordt gelegd. Economische groei is de norm en die groei moet het liefst stevig en robuust zijn. Als de groei een half procent is dan noemen we het zwakke groei en we vergelijken ons altijd met landen die een hogere groei hebben. Die doen het beter. Met een beetje fantasie kun je beweren dat onze samenleving aan het eerste criterium voldoet.

Als de economie krimpt, dan ontstaat paniek en slaat de stress toe. Ook het tweede kenmerk, de ontwenningsverschijnselen, lijkt van toepassing.

Hoe hoger de groei, hoe beter het wordt beoordeeld. Groei wordt beoordeeld in vergelijking met andere landen en andere perioden. Het streven is daarbij om het beter te doen. Ik ben geen psycholoog en kan daarom niet goed beoordelen of daarmee wordt voldaan aan het derde kenmerk.

Het vierde kenmerk is slechts bij een klein deel van de samenleving te herkennen en nog zeker niet doorgedrongen tot politici en bestuurders. De samenleving zit nog in de ontkenningsfase: nee, wij zijn niet verslaafd. Economische groei staat centraal in politiek en beleid. In  verkiezingstijd komt dit bijvoorbeeld tot uiting en gaat het debat vooral over een paar tienden meer of minder economische groei bij het uitvoeren van de maatregelen uit de verkiezingsprogramma’s. Hierbij vervult het Centraal Plan Bureau de rol van ‘onafhankelijk scheidsrechter’. Alsof de modellen die hierbij worden gebruikt vrij van waarden en interpretaties zijn. Dus ja, veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van economische groei en daarmee aan het vijfde kenmerk.

Als het daarbij tegenzit, dan moet er worden bezuinigd en dat gebeurt vooral op zaken waarvan het economische rendement lastig tot niet te berekenen is, zaken zoals cultuur, sport en natuurbeheer. Zaken die wel belangrijk zijn voor het functioneren van een samenleving (zesde kenmerk).

Ook is bij een groot deel van de samenleving inmiddels het besef doorgedrongen dat we, het voor ons overleven zo belangrijke milieu, schoon water, schone lucht, schone bodem, de vernieling in helpen als het zo door gaat. Dat de grondstoffenvoorraad zo snel wordt uitgeput dat het leven van onze kinderen en kleinkinderen in gevaar komt. Het besef is er maar het wordt nog steeds verdoofd door het geloof in het technisch vernuft, de technologische ontwikkeling zal de reddende engel zijn en voor alle problemen oplossingen vinden.

Kan de conclusie worden getrokken dat onze samenleving niet alleen aan borderline lijdt, maar ook nog verslaafd is? Zouden de problemen met de jeugdigen voor een deel niet een gevolg kunnen zijn van deze ‘ziekte’ van de samenleving?

Aandelen ziekenhuis

Waar zou het uitgeven van aandelen door ziekenhuizen toe kunnen leiden? Die vraag schoot mij te binnen toen ik de column van Frank Kalshoven in de de Volkskrant las. Kalshoven pleit er terecht voor om niet te beginnen met argumenteren maar eerst eens te observeren. Een paar dagen geleden gaf ik al een aanzet tot dat observeren. Observeren kan ook door te kijken op plekken waar het al praktijk is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

ziekenhuisFoto: www.dutchcowboys.nl

In de Verenigde Staten ken je publieke en private ziekenhuizen. De private, goed uitgeruste ziekenhuizen, zijn alleen voor verzekerden toegankelijk. Ben je niet of onderverzekerd, dan kun je naar een publiek ziekenhuis. Dat is veel minder goed uitgerust dan de private. Leidt die marktwerking tot betere resultaten? In zijn boek The Rise and Fall of American Growth besteedt Robert J. Gordon ook aandacht aan de Amerikaanse gezondheidszorg.

Gordon (eigen vertaling): “De ‘medische wapenwedloop’ is een vaak gebruikte term als de evolutie van de Amerikaanse ziekenhuizen wordt beschreven. Geen coördinerend toezichtsorgaan dat een ziekenhuisbedrijf belet om een, volledig met state-of-the-art apparatuur uitgeruste, nevenlocatie te bouwen in de nabijheid van een ziekenhuis van een ander ziekenhuisbedrijf. … Kosten worden opgedreven door het excessief kopen van high-tech medische onderzoeksapparatuur. In 1978 was er in Indiana bijvoorbeeld voor iedere 100.000 inwoners één CT-scan, vergeleken met één per miljoen in Canada en één per twee miljoen in Groot Brittannië, met geen duidelijk voordeel in outcome.”

Verspilling van middelen en geld want de totale zorguitgaven per inwoner in de VS zijn bijna twee keer zo hoog als in de rest van de Westerse wereld, terwijl de gemiddelde levensverwachting ongeveer twee jaar lager is. Verspilling ook, omdat de zorg en middelen zich concentreren in gebieden en bij mensen die geld hebben, terwijl makkelijke resultaten bij armen achterwege blijven.

Nu is dit een paar stappen verder dan ‘geld van de markt’ aantrekken via aandelenuitgifte. Het laat wel zien dat marktwerking niet automatisch tot een beter en goedkoper product leidt.

Fundamentele discussie over de zorg

Marktwerking. Het magische woord van de afgelopen dertig jaar. De markt zorgt er op een efficiënte manier voor dat vraag en aanbod elkaar vinden en dat voor producten de juiste, marktconforme prijs wordt betaald. Bij vele zaken die we vroeger gezamenlijk regelden zoals telefonie, de post, elektriciteit en ook in de zorg is de ‘markt’ ingevoerd. Maar in hoeverre is er sprake van marktwerking als partijen geen winst mogen maken? Winst is immers de beloning die als dividend aan de aandeelhouders wordt uitbetaald.

blauwdrukIllustratie: bk2.nl

Geen winst? Ja, want wat viel te lezen in Dagblad de Limburger? “Zorgverzekeraars mogen in de toekomst geen winst uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders. Een initiatiefwet van SP, PvdA en CDA schrijft voor dat verzekeraars hun winst alleen mogen gebruiken voor betere zorg of lagere premies.” Is er nog wel sprake van een markt als er geen winst mag worden gemaakt? Waarom zou ik dan aandelen van een verzekeraar kopen?

Het verbod is volgens de partijen nodig: “Ze (de Zorgverzekeraars) hebben een maatschappelijke taak. Ze moeten ervoor zorgen dat de zorg betaalbaar blijft en toegankelijk voor iedereen. Dus als ze geld overhouden, moet dat ook weer worden geïnvesteerd in de zorg.”  Als zorgverzekeren een maatschappelijke taak is, is een ziekenhuis dat dan niet ook? En hoe zit het met de huisarts of de specialisten in een ziekenhuis? Of een verzorgingshuis? De apotheker en in zijn verlengde de medicijnenfabrikant? Als we de redenering van de partijen doorvoeren, dan zou ook een ziekenhuis, arts of apotheker geen winst meer mogen maken. Waarom dan niet de ultieme conclusie: geen winst, geen markt?

Geen markt maar een overheidstaak. Dus een grotere overheid met meer ‘ambtenaren’. De drie partijen halen één stukje uit het radarwerk van de zorg in plaatst van die fundamentele discussie te voeren. Eén stukje en over een tijdje weer een en over een aantal jaren is alles anders, zonder dat er een fundamentele discussie over is gevoerd. Al die stukjes zorgen vervolgens voor een rammelend bouwwerk omdat er van te voren niet is nagedacht over een blauwdruk of bouwtekening voor het hele gebouw.

Dit op zichzelf sympathieke wetsvoorstel toch maar gebruiken om een fundamentele discussie te voeren?

Nabij en toch veraf

Uit de vele aanbiedingen van telecombedrijven kiezen, is lastig. Als je eenmaal hebt gekozen en een abonnement hebt afgesloten, dan loopt dat ‘eeuwig’ door. Als je er vanaf wil, moet je het zelf opzeggen en dat moet je tijdig doen. Hiervan zou je willen dat het bedrijf je een bericht zou sturen dat het abonnement op het punt staat af te lopen, alleen dat gebeurt nooit. Er zijn echter ook zaken waarvan je zou hopen dat ze ‘eeuwig’ door zouden lopen, maar je moet ze ieder jaar weer aanvragen en hierbij moet je je hele ‘hebben en houwen’ weer vertellen.

NabijheidFoto: www.demos.be

In die laatste categorie valt het relaas van een vriendin in mijn woonplaats Venlo. Haar dochter is geboren met een beperking, een vorm van autisme, en zal die het hele leven hebben. Hierdoor zal haar dochter nooit zelfstandig kunnen wonen laat staan werken. Zij wil zoveel mogelijk zelf voor haar dochter zorgen, maar dat kan alleen met aanvullende ondersteuning van de gemeente (vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning). Hiervoor moet zij ieder jaar weer een aanvraag indienen en steeds dezelfde vragen beantwoorden. Waarom? Het zou plotseling eens beter kunnen gaan met haar dochter, waardoor er minder zorg nodig is? Dat beter laten gaan, is de afgelopen 22 jaar niet gelukt en deskundigen geven aan dat dit er ook niet inzit.

Iedere keer weer moet ze haar hele verhaal doen. Moet ze uitleggen dat ze zelf voor haar dochter wil zorgen en dat daarvoor wat ondersteuning nodig is die ze zelf niet kan betalen van haar kleine baantje van 14 uur. Dan op verwijtende toon de vraag: je kunt toch best meer dan 14 uur werken? Ja, dat kan, maar dan moet ze ondersteuning inhuren voor haar dochter, ondersteuning die dan wel door de gemeente betaald wordt. Ondersteuning die best €60 per uur mag kosten. In dat uur kan zij dan aan de slag en €15 verdienen???

Het was toch de bedoeling maatwerk te leveren? Om zorg dichtbij te organiseren, dat zou goedkoper zijn? Om samen met de zorgvrager en zijn omgeving te zoeken naar maatwerk? Maatwerk zo licht als kan en zo zwaar als nodig? Maatwerk met een minimum aan bureaucratische rompslomp? De professional moest immers, niet gehinderd door regels, de ruimte krijgen ?

De gemeente zou dat het beste kunnen regelen, zo werd aangenomen. Het beste omdat die het dichtst bij de burger staat. Hoe veraf is nabij? Wellicht kan de gemeente Venlo haar licht eens gaan opsteken bij een Telecombedrijf.

Op uw gezondheid

In de Volkskrant zet Frank Kalshoven alvast wat aandachtspunten voor het nieuwe kabinet op een rijtje. Nummer één op de lijst, de zorgkosten. Kalshoven: “wat wil de partij met die zorgkosten doen? Ik zou zeggen: tem die beer. Zet het mes in de verwachte stijging van de zorgkosten om ruimte te scheppen voor andere dingen…”  Bij het lezen hiervan, moest ik denken aan het boek The Rise and Fall of American Growth van de Amerikaanse econoom Robert J. Gordon.

Gordon

Illustratie: press.princeton.edu

Gordon besteedt aan heel veel zaken aandacht, zo ook aan de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Natuurlijk beschrijft hij de Amerikaanse situatie, toch biedt het wel stof om over na te denken. Als eerste constateert hij dat commercie in de Verenigde Staten niet tot de beste, meest efficiënte en goedkope zorg heeft geleid. Toch opletten met verdere marktwerking?

Gordon laat zien dat de grote gezondheidswinst, die is bereikt tussen 1870 en nu, voor het grootste deel aan andere zaken is te danken dan pure gezondheidszorg. Collectieve investeringen als aanleg van waterleidingen met schoon drinkwater. De aanleg van rioleringen. Het gebruik van zeep. De komst van de auto. De auto? Ja, de auto want die zorgde ervoor dat het paard uit het straatbeeld verdween en met het paarden de mest, de paardenurine en de paardenlijken. Deze maatregelen zorgden voor een forse daling van de baby- en kindersterfte en daarmee een flinke stijging van de gemiddelde sterfteleeftijd. Vervolgens de toevallige uitvinding van de penicilline door Alexander Flemming en de vaccinaties voor diverse kinderziektes. Deze maatregelen zorgden ervoor dat er voor vele kinderen, vele gezonde levensjaren bijkwamen.

De laatste decennia (in de Verenigde Staten zo ongeveer sinds 1950, ligt de aandacht bij hart- en vaatziektes en kanker, omdat daaraan sinds die tijd de meeste mensen sterven. Verschil met die eerdere maatregelen, is volgens Gordon, dat deze ervoor zorgen dat aan het einde leven het leven een paar jaar worden toegevoegd.

In een tijd waar overgewicht een steeds groter probleem wordt, waar de jeugd steeds minder beweegt en de uittredend commandant der strijdkrachten signaleert dat jeugdige rekruten steeds minder sterk en beweeglijk zijn en de fijne motoriek afneemt. Wat zou dan het nieuwe kabinet van Gordons beschrijving en deze gegevens kunnen leren? In ieder geval dat investeren in  preventie loont.

Inzetten op preventie? Op veel meer sport en spel, bewegingsonderwijs voor kinderen op basis- en middelbare scholen? Sport en spel waarbij tevens aandacht is voor samenwerking en zo ook voor normen en waarden? Want zie je tijdens sport en spel niet het echte kind? Zou dat niet ook kunnen bijdragen aan betere prestaties van jongens?