Loondispensatie, werkbonus of …?

“Noem dat dan ook geen sociale dienst meer, en stort dat geld op de rekening onder de noemer ‘werkbonus’ (wat het is) in plaats van uitkering (wat het niet is).” Een van de laatste zinnen uit de wekelijkse column Het spel en de knikkers van Frank Kalshoven in de Volkskrant. In zijn column breekt Kalshoven een lans voor de ‘loondispensatieplannen’ van Staatssecretaris Van Ark. Die plannen komen er in het kort op neer ‘arbeidsgehandicapten’ te betalen voor dat wat ze ‘produceren’ en dat kan minder dan het minimumloon zijn. Voor een aanvulling moeten ze bij de gemeente zijn die hen daar bovenop uitkeert tot het minimumloon wordt bereikt. Volgens Kalshoven is het hoge minimumloon het probleem: “Dit klinkt sympathiek, en zo is het ook bedoeld, maar het heeft als onbedoeld nadeel dat wie dat niet kan terugverdienen voor een werkgever, werkloos thuis op de bank belandt.”

Sociale werkvoorziening

Foto: PxHere

Zou zo’n ‘vernoeming’ werkelijk helpen? Zo zijn ‘ombuiging’, ‘besparing’ en ‘herprioritering’ andere woorden voor bezuinigingen. Voor degene die het betreft voelt het waarschijnlijk allemaal hetzelfde. Zou, als ‘arbeidsgehandicapte, een ‘werkbonus’ werkelijk anders ‘voelen’ dan een uitkering?

Toch is het een interessante gedachte. Laten we die gedachte in gedachte eens een stap verder voeren. Als we werkelijk willen dat het voor de betreffende mensen niet anders voelt, waarom dan niet een ‘werkbonus’ voor iedere volwassene? Een werkbonus ter hoogte van bijvoorbeeld het huidige bijstandsniveau. Een werkbonus die je door te gaan werken kunt aanvullen tot het minimumloon, modaal of een topsalaris?

‘Onbetaalbaar en onnodig’ zal menigeen roepen. Waarom zou bijvoorbeeld de topman van ING nog een werkbonus moeten krijgen bovenop zijn toch al veel te hoge salaris? Wat als de bijverdiensten onbelast zijn totdat iemand het minimumloon behaalt? En wat als die topman er ondanks die werkbonus netto niets op vooruitgaat en misschien zelfs wel wat op achteruit? Als hij die werkbonus gewoon terugbetaalt door een verhoging van de inkomstenbelasting? Zou dat niet ook een flinke besparing op de uitvoering van de sociale zekerheid betekenen?

Wat belangrijker is, als we Kalshoven volgen, dan zouden er bijna geen ‘arbeidsgehandicapten’ meer zijn. Zij die dan nog wel tot die groep behoren, die echt niet kunnen werken, daar maken we een aparte regeling voor. Lijkt dit niet verdacht veel op een basisinkomen?

Het kanon en de mug

“De boer was volgens ooggetuigen groenten aan het oogsten om te verkopen, toen hij door de granaat werd getroffen. Een tweede persoon raakte gewond. Het Israëlische leger heeft het incident bevestigd. Volgens het leger hadden twee personen het veiligheidshek genaderd en gedroegen zij zich verdacht.” Een passage uit een nieuwsbericht in de Volkskrant. De opening van het artikel spreekt zelfs van een tankgranaat.

mosquito-2566773_960_720

Foto: pixabay.com

In het artikel wordt verslag gedaan van de protesten van de Palestijnen in de Gaza. Het protest wordt georganiseerd door Hamas die het plan heeft om: “zes weken lang vreedzaam (te) protesteren om op 15 mei een ‘Mars voor de terugkeer’ te lopen om te eisen dat de vluchtelingen die in 1948 tijdens de eerste Israëlisch-Arabische oorlog uit hun huizen zijn verdreven, mogen terugkeren.” Dat vreedzame mislukte toen: “demonstranten zwaaiend met vlaggen direct naar de grens (liepen) waar zij stenen en brandende autobanden richting hekken en Israëlische veiligheidstroepen wierpen. Het Israëlische leger voelde zich hierdoor genoodzaakt om gericht terug te vuren, zo verklaarde een woordvoerder.” De Israëlische regering heeft zich gedegen voorbereid op de protesten: “Sluipschutters, paramilitairen en commando’s zijn in stelling gebracht en prikkeldraad is opgetrokken.”

Natuurlijk hebben de Israëliërs het recht om zich te verdedigen als ze worden aangevallen. Dat recht zal bijna niemand hen ontzeggen. Stenen en brandende autobanden op je af zien komen is natuurlijk geen pretje. Alleen laten beelden bij de NOS zien, dat die stenen en autobanden het hek waarachter de Israëlische troepen zich bevonden, niet eens bereikten. De rubberkogels en traangranaten die de Israëliërs afvuurden bereikten de Palestijnen wel en zorgden voor honderden gewonden en zes doden.

Aan Israëls kant wordt geen melding gemaakt van gewonden laat staan doden. Hoe ‘bedreigend’ was het dan voor Israel? Hoe proportioneel is de reactie van de Israëlische troepen? Hoe proportioneel zijn rubberkogels en traangasgranaten als antwoord op stenen en brandende autobanden die je nooit bereiken? Hoe proportioneel is een tankgranaat als antwoord op, laten we even van de Israëlische visie uitgaan, twee personen die zich ‘verdacht gedragen’?

Beste Israëlische regering, schiet u niet met een kanon op een mug?

Moreel ver plassen

De campagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is nogal surrealistisch. De kranten staan vol met uitspraken van politici die verkiesbaar zijn en dan ook nog partijen waar het grootste deel van Nederland niet op kan stemmen. Baudet, Wilders, Buma en Pechtold zijn niet verkiesbaar. Het Forum voor Democratie, NIDA, de PVV, Denk en Bij1 doen slecht in een handvol en soms maar één gemeente mee. In de Volkskrant reageert Martin Sommer op een ‘klacht’ van politicoloog Tom van der Meer dat er te weinig over waarden wordt gediscussieerd: “Me dunkt, in Amsterdam en Rotterdam gaat het alleen maar over waarden. Racisten buiten de deur houden, is er iets hogers? Dat begon al bij het debat van de landelijke lijsttrekkers in De Balie. Het was een potje moreel verplassen tussen Pechtold, Klaver en Asscher.”

manneken-pis-1535118_960_720

Foto: pixabay.com

Nu is Nederland veel groter dan Amsterdam en Rotterdam en de rest van Nederland komt er nogal bekaaid vanaf. Als inwoner van welke plaats dan ook hoef je niet echt moeite te doen om niets te merken van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Terug naar Sommer. Inderdaad als het over racisme gaat, dan gaat het over waarden. Racisme raakt aan waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Een debat over racisme biedt een goede mogelijkheid om te bekijken hoe partijen en politici deze waarden interpreteren en invullen. Hoe breed of smal zien zij vrijheid? Hoe vullen zij rechtvaardigheid in? Daar kun je een aardige boom over opzetten. Hoe wordt gelijkwaardigheid ingevuld en wat betekent dat voor het samen leven, voor broederschap?

Gaat de discussie, het debat, daar ook over? Als deze waarden conflicteren, welke waarde weegt voor een politicus het zwaarste? Voor een VVD-er zal vrijheid belangrijk zijn. Een GroenLinkser zal daarin bijvallen, alleen hebben ze het over hetzelfde als ze het over vrijheid hebben? Vrijheid kun je immers, in navolging van de filosoof Berlin, positief en negatief uitleggen. Gaat de discussie hierover of blijft het debat hangen in het elkaar beschuldigen en het jij-bakken?

Als je het zo bekijkt, heeft Van der Meer dan niet ook een punt en wordt er niet over waarden gesproken?

Politiek, geschiedenis en recht

Een paar weken geleden werd in Polen een wet van kracht die het verbied om te spreken van ‘Poolse concentratiekampen’. Die wet moet, zo viel in de Volkskrant te lezen: “voorkomen dat de regering en het Poolse volk nog langer de schuld krijgen voor de wandaden van de nazi’s.” Want, zo sprak oud-premier Szydlo: “Wij, de Polen, waren slachtoffers, net als de Joden.” Inderdaad waren de Polen ook slachtoffers van nazi-Duitsland, het land werd immers binnengevallen, net als Nederland. Het zijn van ‘slachtoffer’ wil niet automatisch zeggen dat men niet ook ‘dader’ kan zijn in een andere zaak, zoals de jodenvervolging. In Nederland kunnen we daarover meepraten.

Heutsz

Foto: Wikimedia Commons

Ik moest aan deze Poolse wet denken, toen ik las dat het Nederlandse parlement heeft besloten dat er sprake is van een Armeense genocide. Initiatiefnemer kamerlid Voordewind: “We mogen de geschiedenis niet ontkennen uit angst voor sancties. Ons land herbergt nota bene de hoofdstad van het internationale recht, dus we moeten niet bang zijn om ook hierin recht te doen.”

Dat politici de geschiedenisboeken willen halen door geschiedenis te schrijven met hun daden in het heden, is een bekend verschijnsel. Dat politici geschiedschrijvers gaan voorschrijven hoe iets moet worden beschreven, gaat dat niet iets te ver? Moeten politici zich niet bezig houden met het heden en de toekomst? Moeten we de het beschrijven, en benoemen van daden in de geschiedenis niet overlaten aan historici? Daarbij kan het gebeuren dat een gebeurtenis op verschillende manieren wordt beschreven en benoemd.

Als ‘we’ dit dan toch moeten doen omdat ons land de ‘hoofdstad van het recht’ is, waarom dan stoppen bij de Armenen? Kunnen we dan ook een uitspraak verwachten van het parlement dat er sprake was van ‘Boerse-genocide’ gepleegd door de Engelsen tijdens de Boerenoorlog? Een genocide compleet met concentratiekampen. De genocide op de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika of Australië. En als we toch bezig zijn, hoe staat het met de ‘Atjehse genocide’ gepleegd door Nederland? Een genocide met J.B. van Heutsz in een van de hoofdrollen? Of de genocide op Banda door de VOC onder leiding van J.P. Coen? Om er slechts een paar te noemen.

Sinds wanneer wordt ‘recht’ trouwens gesproken door politici? Zijn daarvoor niet juist rechters aangesteld?

Verzachtende omstandigheid?

‘U krijgt 20 uur taakstraf omdat u dronken iemand hebt doodgereden. Het drinken van alcohol zie ik als een verzachtende omstandigheid waardoor uw straf lager uitvalt.’

Hoe zou er worden gereageerd als een rechter een dergelijk vonnis zou uitspreken? Het land zou, terecht, te klein zijn en politiek, bestuurlijk en opiniërend Nederland zou gehakt maken van deze rechter.

Jos van Rey

Illustratie: Flickr

Eén jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en twee jaar ontzetting uit het recht van een bestuurlijk ambt bij de overheid. De straf die de rechter geeft aan oud-bestuurder Jos van Rey, die schuldig is bevonden aan: “corruptie, stembusfraude, lekken van vertrouwelijke informatie en witwassen.” De rechter hield, zo valt in de Volkskrant te lezen: “rekening met de gevorderde leeftijd van de politicus, de grote impact van de zaak op zijn leven (hij moest aftreden als wethouder en Eerste Kamerlid), de publiciteit en zijn blanco strafblad.”

De grote impact op zijn leven omdat hij moest aftreden als wethouder en Eerste-Kamerlid? Waarom dient daar rekening mee te worden gehouden? Juist die positie als wethouder verschafte hem de mogelijkheid om corrupt te zijn en vertrouwelijke informatie te lekken. Nu wordt dat waarvoor hij wordt gestraft als verzachtende omstandigheid gebruikt.

“In de regel wordt er 50% van het gefraudeerde bedrag als boete opgelegd als uitkeringsfraude straf. Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, dan wordt er een boete van 25% van het gefraudeerde bedrag opgelegd. Wanneer er sprake is van grove schuld en u de fraude extra kan worden verweten, kan zelfs een boete van 75% van het onterecht ontvangen bedrag volgen. De hoogst mogelijke boete bedraagt 100% van het gefraudeerde bedrag en kan enkel worden opgelegd als er sprake is geweest van ‘opzet’.” Fraudeer je met je uitkering, dan is dit de straf die je kunt krijgen. Daarnaast wordt het volledig teruggevorderd. Een forse straf.

Daarmee is de kous nog niet af. Dit is immers alleen maar de bestuursrechtelijke kant van de zaak. Als de fraude meer dan € 50.000 bedraagt of er sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de strafrechter je ook nog eens straffen. En die straf is niet mals: “De uitkeringsfraude straf bij (opzettelijk) fraude kan oplopen tot 6 jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 82.000.” Natuurlijk moet misbruik maken van gemeenschapsgeld en dat is uitkeringsfraude, worden gestraft. Die strafmat mag best stevig zijn, je moet het immers voelen als je misbruik maakt van de gemeenschap.

De vraag hoe deze zware straf zich verhoudt tot de straf voor Van Rey, stel ik maar niet. Wat ik me wel afvraag is of een frauderende uitkeringsgerechtigde het krijgen van een uitkering kan aanvoeren als een verzachtende omstandigheid voor zijn fraude?

Slavernij-museum

“De realisatie van een slavernijmuseum kan alleen door de ervaringen en perspectieven van zwarte mensen nu echt voor het eerst dominant te maken.”

Een van de laatste zinnen uit een artikel van Aicha Hamdi bij Trouw. Volgens Hamdi wordt het tijd dat er ook in Nederland een slavernij-museum komt, een pleidooi dat ik alleen maar kan onderschrijven. De rol die slavernij heeft gespeeld in de wereld is een eigen museum waard.

Romeinse slaven

Foto: Wikimedia Commons 

Toch maak ik me wat zorgen over het slavernij-museum. Zorgen om de geciteerde zin uit het artikel van Hamdi. Zorgen ook om zinnen als: “Want ook vandaag de dag zijn de effecten van kolonialisme en slavernij merkbaar. Denk maar aan raciale ongelijkheid, racisme en stereotiepe, schadelijke beelden die er bestaan over de ander.” En: “Als er in het dominante discours wordt gesproken over de vaderlandse geschiedenis en de Gouden Eeuw wordt niet de gepaste aandacht besteed aan de duistere zijde van die tijd. Dat dit tijdperk voorheen als positief werd ervaren is evident, maar in een multiculturele samenleving, in 2017, is dit onacceptabel.”

Ja, een slavenij-museum moet aandacht besteden aan de transatlantische slavenhandel. Aan de rol van alle handelaren, welke ‘kleur’ ze ook hadden, dus ook de donker gekleurde en Arabische slavenhandelaren. Aan de rol van de plantage eigenaren en vooral ook aan het leed dat de slaven werd aangedaan. Aan het dagelijkse leven van slaven. Aan het proces dat leidde tot de afschaffing van de slavernij en wie daarin welke rol speelde.

Slavernij kent echter een veel langere en bredere historie en die mag in een goed slavernij-museum niet ontbreken. Neem de slavernij bij de oude Egyptenaren, de Grieken en het Romeinse rijk. De rol die slavenij (horigheid en lijfeigenschap) speelde in de middeleeuwen. De rol die slavernij speelde bij de Inca’s, de Maya’s, in het Chinese rijk, in de Indiase geschiedenis en zeker ook in Afrika. En, zeker zo belangrijk, de rol die slavernij speelt in onze huidige samenleving. Er wordt immers nog steeds in mensen gehandeld en mensen (en kinderen) worden nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld.

Ik maak me zorgen omdat ik dit pleidooi voor perspectief mis bij de meest fervente pleitbezorgers van een slavernij-museum. De drie genoemde passages uit Hamdi’s artikel wakkeren mijn vrees aan. Ik vrees omdat ik denk dat vele ‘activisten pas tevreden zullen zijn als er een museum staat waarin hun echte en vermeende ‘dominante ervaringen en perspectieven van zwarte mensen’ van nu, centraal zullen staan. Een geschiedenis die volledig in dienst staat van de huidige opvattingen van de activisten. Opvattingen die een lineair en causaal verband leggen tussen de huidige achterstand op de arbeidsmarkt en de eerste tocht van Columbus. Die de geschiedenis van de Gouden Eeuw volledig herschrijven tot een variant die wordt gedomineerd door hun huidige ‘duistere zijde’ die al het andere zo overschaduwt dat het niet meer kan groeien.

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

… geen garantie voor de toekomst

“Klinisch oordeel voorspelt niet, actuariële risicotaxatie wel. Ook, juist, in ‘individuele zaken’. Zoals wij in het rapport schrijven is een groep niets meer dan een verzameling individuen.”

Een zin uit het betoog in de Volkskrant van Corinne Dettmeijer-Vermeulen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en Laura Meneti, onderzoeker bij Nationaal Rapporteur, waarin zij zich verweren tegen kritiek op de statistische manier van risicotaxatie van recidive, waarvan zij pleitbezorgers zijn. Een manier waarbij naar risicofactoren en welk deel van de mensen die risicofactor hun eerdere foute gedrag herhalen. Die ‘actuariële risicotaxatie moet vervolgens bepalen welke straf of behandeling de betrokken persoon krijgt.

statitstiek

Illustratie: foodnavigator.com

Een redelijk betoog. Die statistische berekeningen zijn immers volgens de kunst van de wetenschap uitgevoerd. Zo kan een besluit in een individuele zaak wetenschappelijk worden onderbouwd en hangt het niet af van selectieve beoordelingen door personen. Het persoonlijke oordeel wordt uit de beoordeling gehaald, het oordeel wordt objectiever.

Toch roept dit bij mij wat vragen op. Gebeurt er zo niet nog iets anders? Wordt op deze manier niet ook het persoonlijke van de mens die terecht staat uit het oordeel gehaald? Draait het zo niet alleen om factoren van de persoon die als risicovol worden gezien? Wordt hij zo niet beoordeeld en bij het bepalen van zijn strafmaat veroordeeld, voor het bezitten van die factoren? Hoe zit het met andere kenmerken of factoren van deze persoon? Kenmerken die het risico beperken? Wellicht bezit deze persoon juist een combinatie van kenmerken die herhaling voorkomt. Kenmerken die zo buiten beschouwing worden gelaten. Zou daar ook niet naar gezocht en gekeken moeten worden?

Nog een slagje verder. Wordt iemand zo niet be- en veroordeeld op basis van de daden van anderen? Die actuariële risicotaxatie is een verzameling gegevens uit het verleden. gegevens waarbij mensen zijn ontleed in kenmerken en waarbij per kenmerk is geturfd hoevaak iemand zijn fout herhaalde. Hoe terecht is het om iemand in het heden te beoordelen op mogelijke daden in de toekomst, waarbij het oordeel is gebaseerd op deelgegevens van anderen uit het verleden? Deelgegevens, want die gegevens handelen niet over personen maar over kenmerken.

Moet in een rechtszaak en dus ook bij het inschatten van het risico op recidive niet de hele persoon met al zijn kenmerken, nukken, eigenaardigheden, goede en slechte eigenschappen worden beoordeeld en niet slechts enkele risicofactoren? Of een groep niet meer dan een verzameling individuen is, daar kun je een boom over opzetten. Een individu is zeker meer dan een verzameling kenmerken. In de beleggerswereld staan statistische gegevens ook centraal en bij ieder product dat daar wordt aangeboden eindigt de reclame met een volgende soort zin: “ Let op. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’

Uitspreken en uitspraken

“Als een slachtoffer niet voor de juridische weg kiest, maar wel het verhaal vertelt, respecteer dat. Eis geen aangifte en al helemaal geen bewijs. Ga niet op de stoel zitten van de rechter in een niet bestaande rechtszaak. Luister, geef steun waar nodig en gewenst. En word zelf geen dader. Dat is wat je kan doen en dat is waar het om gaat.”

De laatste zin uit een artikel van Walter Hoogerbeets bij Joop. Hoogerbeets reageert op de commotie die is ontstaan naar aanleiding van de #MeToo verklaring van Jelle Brand Corstius.

Me tooIllustratie: Pixabay

Volgens Hoorgerbeets willen veel slachtoffers die met hun verhaal naar buiten komen niet de juridische kant op omdat ze weten dat dit een lastig en vaak heilloos traject is. Wat ze willen is een signaal afgeven om het probleem aan te kaarten en duidelijk maken dat het moet stoppen en: “Ze spreken zich uit omdat ze het verhaal kwijt willen over wat hen is aangedaan. Omdat ze een beetje hulp en steun willen.” Een lovenswaardig streven, de wereld verbeteren voor hen die na hen komen dat hoopt de Ballonnendoorprikker op zijn manier ook te doen. Ook de roep om aandacht is te begrijpen.

Toch gaat Hoogerbeets ergens aan voorbij. Door zich uit te spreken, kan het gebeuren dat er iemand wordt beschuldigd. Door een naam te noemen of door zodanige aanwijzingen dat de naam te achterhalen is, wordt er iemand beschuldigd. Vergeet hij niet een zijde van de medaille, namelijk de zijde van de vermeende dader?

Die beschuldigde kan een heel ander beeld hebben van het gebeurde. Dat is wat in de casus Brand Corstius ook aan de hand lijkt te zijn. Bekent hij schuld dan hangt hij. Ontkent hij dan ontstaat er een welles-nietes situatie. Als hij niet reageert, dan blijft het eerste beeld hangen en dat beeld maakt hem schuldig. Wie weet wat er werkelijk is gebeurd, zeker als het gebeurde al jaren geleden plaatsvond? Dat is zelfs voor een rechter zeer lastig als er geen andere verklaringen zijn dan die van de twee betrokken personen.

Als de uitspreker werkelijk de waarheid spreekt, dan is daar overheen te komen, maar wie kan dat beoordelen? Maakt deze manier van handelen het niet mogelijk om bewust iemand ten onrechte in een kwaad daglicht te stellen? Is het in zo’n geval niet begrijpelijk dat er een reactie volgt zoals nu in de casus Brand Corstius? Daarbij aangetekend dat ik niet beweer dat de casus Brand Corstius een voorbeeld is van ten onrechte beschuldigen, daar kan ik geen uitspraak over doen.

Uitzonderingen en de regels

Het is jullie vast niet ontgaan dat er de afgelopen weken naarstig werd gezocht naar een jonge vrouw en dat zij om het leven is gebracht. Een ‘resocialiserende gedetineerde’ lijkt in dat laatste een belangrijke rol te hebben gespeeld en dat zorgt ervoor dat velen roepen om ‘grondige herziening’ van onze wetten en straffen om zoiets te voorkomen. Je kunt zelfs een petitie tekenen waarmee je een onderzoekt eist: “naar het falend rechtssysteem

… Wij eisen een verandering van de wet op het gebied van zedendelicten zodat dit NOOIT meer kan gebeuren.”

Ook de roep om strengere straffen ontbreekt niet.

vrouwe justitiaFoto: Pixabay

Als een gedetineerde zijn straf heeft uitgezeten, moet hij vrijkomen en kan dat niet beter met begeleiding hierin, resocialisering, dan door iemand na het uitzitten van zijn straf, de gevangenis uit te zetten en hem dan maar aan zijn lot over te laten? Natuurlijk is het goed, zoals in elk geval dat er iets fout gaat, om te onderzoeken en te kijken wat er beter kan. Echter, een samenleving zonder misdaden, dat lijkt mij niet mogelijk of Minority Report moet werkelijkheid worden. In die film worden potentiële misdadigers opgepakt, zonder dat ze iets gedaan hebben en zelfs zonder dat ze weten dat ze potentiële misdadiger zijn. Vervolgens worden deze ‘potentiële misdagers’ in permanente slaap gebracht. Alleen werkt ook dat systeem niet perfect, zo blijkt uit de film.

Iemand die een zedenmisdrijf of een moord begaat levenslang opsluiten, dat zou recidive voorkomen. Dat ontneemt echter degenen die niet recidiveren en dus de kranten niet halen, hun leven. Bovendien voorkomt dit fouten ‘de andere kant op’, onschuldig veroordeelden? Iets wat ook in Nederland voorkomt, denk maar aan Lucia de B. en de Puttense moordzaak.

De mens uit het systeem halen en vervangen door een ‘robot’? Die vraag stelt Laurens Verhagen in de Volkskrant en de ‘experts’ zien voor- en nadelen. “Zo werd Eric Loomnis uit Wisconsin veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, deels op basis van een softwarepakket genaamd Compas van het bedrijf Northpointe. Uit de analyse van die software bleek dat Loomnis een verhoogd risico op herhaalgedrag vertoonde. Loomnis stelde daarna dat hij geen eerlijk proces heeft gehad omdat de rechter zijn oordeel baseerde op de geheime algoritmes van die software.”  Een algoritme dat een zaak beoordeelt, want een ‘robot’ is een algoritme. Een algoritme dat zich baseert op statistieken, heel veel statistieken. “ Lies, damned lies, and statistics,” van wie de uitspraak is, wordt betwist, de uitspraak zelf niet. Niets is subjectiever dan de interpretatie van objectieve statistieken. Bovendien zijn statistieken gemiddelden die niets hoeven te zeggen over het individuele geval.

Ik begrijp en voel de emotie van de opstellers en ondertekenaars van de petitie, maar geldt niet ook in de rechtspraak dat uitzonderingen de regel bevestigen? Dat het meestal goed gaat en soms goed fout, zoals in dit geval? Dat we geen regels moeten maken ter voorkoming van die uitzondering, omdat dan de uitzondering de regel wordt wat tot meer slachtoffers leidt.