Beste Sylvana Simons

“Ik beweer dat identiteitspolitiek iets van de afgelopen honderden jaren is. Alleen het was één dominante identiteit dus niemand had er een probleem mee.”

Een uitspraak van u, Sylvana Simons, in een gesprek met De Correspondent. Volgens u valt de identiteitspolitiek nu pas op omdat er andere identiteiten ‘on the scene’ zijn verschenen.

identiteit

Illustratie: Pixabay

Beste mevrouw Simons, onder welke steen heeft u gelegen? Was er in de voorgaande eeuwen werkelijk maar één dominante identiteit in Nederland en wat breder in Europa? Wellicht zijn de vele godsdienstoorlogen aan uw aandacht ontsnapt. Oorlogen met vele slachtoffers. Die godsdienststrijd vormde ook een belangrijk onderdeel van de Opstand tegen de ‘Spanjaard’. Een ‘Opstand’ die voor de streek en plaats waar ik woon, heel andere gevolgen had, dan voor Amsterdam en Holland. Het huidige Limburg en een groot deel van Brabant werden ‘generaliteitslanden’ genoemd, een soort kolonie avant la lettre. Godsdienst is zelfs tot ver in de twintigste eeuw en voor sommigen zelfs nog steeds een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Iets waarmee ze zich onderscheiden van mensen met een andere of geen godsdienst.

Voor mij, als Venlonaer, is de Vastelaovend, een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Niet die van Maastricht of van de Brabantse Carnaval, nee de Venlose Vastelaovend. Ik zie mijn identiteit daarom als anders dan iemand uit Maastricht of Brabant en zeker dan van een Hollander. Waarbij ik met de Mestreechter op dit punt meer affiniteit heb dan met de Brabander en zeker dan met de Hollander. Op andere gebieden heb ik misschien weer meer gemeen met u of een Hollander dan met de anderen en misschien wel dan mijn mede Venlonaeren. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat de waardering voor de politicus Wilders zo’n punt is.

Het valt me tegen dat iemand die terecht aandacht vraagt voor de geschiedenis en positie van de voormalige koloniën en haar inwoners, die aandacht vraagt voor diversiteit, die diversiteit in de geschiedenis van het gebied waar we nu wonen, niet lijkt te kennen. Sterker nog, die diversiteit lijkt te ontkennen.

Beste mevrouw Simons, het lijkt erop dat u ‘identiteit’ versmalt tot de kleur van iemands huid. Vindt u niet dat dit een wel erg smalle definitie is? Zijn er niet veel meer zaken die iemands identiteit bepalen dan alleen de huidskleur?

 

Gouden dwangbuis

“Ze wordt uitgehold door de globalisering. Na de financiële en economische crisis willen burgers de excessen van de globalisering bestrijden. Maar ze zien niet goed meer hoe ze dat via de democratie kunnen doen. Dus hebben ze de democratie gelaten voor wat ze was en zijn ze achter Trump en Farage aangelopen, die de natiestaat tegen de globalisering zijn gaan inzetten. Dit is een machtig wapen. Overal in Europa. In Groot-Brittannië en Amerika kon de democratie er weinig tegen doen.”

Dit antwoord geeft de filosoof Dieter Thomä bij NRC op de vraag waarom de democratie hapert.

Rodrik

Illustratie: Dani Rodrik’s weblog – Typepad

Toen ik dit las moest ik denken aan het boek The Glabalization Paradox van de econoom Dani Rodrik. Thomä beschrijft hier in het kort de paradox van Rodrik. Het spanningsveld tussen extreme globalisering (Rodrik noemt het hyperglobalisering), democratisch bestuur en de natiestaat.

Een al dan  niet democratische natiestaat alleen, gaat dat niet lukken, zo betoogt Rodrik. Wat er zonder samenwerking gebeurt, laat bijvoorbeeld het ‘dossier vennootschapsbelasting’ zien. Dan hoor je zinnen als ‘Om onze concurrentiepositie te behouden’, signalen dat je in een, zoals Rodrik het noemt, ‘gouden dwangbuis’ wordt genaaid door het geglobaliseerde bedrijfsleven. Een gouden dwangbuis omdat de vruchten van de globalisering kunnen worden geplukt zonder ook maar iets zelf te beslissen of sturen. Als je je niet in die ‘gouden dwangbuis’ wilt laten naaien, dan rest je een positie zoals Noord-Korea of ietsjes beter als je een wat groter land bent.

De enige manier die Rodrik ziet waarop natiestaten zich kunnen verweren tegen de globalisering is door samenwerken met en tussen de natiestaten, want alleen in samenwerking is de globalisering te beteugelen. Maar ja, samenwerking met andere landen, dat ligt gevoelig want de aanhangers van die natiestaat, Trump, Farage maar ook Wilders en Baudet, propageren vooral de ‘eigen kracht’ en de ‘alleingang’ want we kunnen het best alleen af. Een andere dan deze twee mogelijkheden ziet Rodrik voor een al dan niet democratische natiestaat niet.

Geen opbeurend bericht voor de  aanhangers van een Brexit, Nexit of welke alleingang dan ook. Of Rodrik moet iets over het hoofd zien.

Kat in de zak

Het vormen van een nieuwe Duitse regering duurt nu al meer dan twee maanden en de eerste optie is mislukt. Er wordt nu gewerkt aan een tweede optie en dat gaat, net zoals in Nederland het geval was, niet van harte bij de deelnemende partijen. De Duitse sociaal-democraten van de SPD willen nu, tenminste als de achterban ermee instemt, met veel tegenzin in gesprek met Merkels CDU en de Beierse variant ervan de CSU. Volgens Elsevier toonde Merkel zich gretig, de krant citeert haar:

“We zijn bereid om serieuze en eerlijke gesprekken te voeren.”

kat in de zak

Foto: Flickr

Mooi zou je zo zeggen. Ze gaan serieus aan de slag en zijn eerlijk tegen elkaar. Dat is niet meer dan normaal. Het land moet immers geregeerd worden. Het duurt nog wel even, want net als in Nederland is het op dit moment even belangrijker om kerstvakantie te vieren. “Ze spraken de verwachting uit dat pas na de jaarwisseling serieuze gesprekken kunnen worden gevoerd,” zo valt te lezen.

Toch is er iets met dat ene zinnetje: “We zijn bereid om serieuze en eerlijke gesprekken te voeren.” Dat je aangeeft bereid te zijn om ‘serieuze en eerlijke’ gesprekken te voeren, betekent dat niet ook meteen dat je ook ‘niet-serieuze en oneerlijke’ gesprekken voert? Sterker nog, als je daar zo de nadruk op legt, zou het dan kunnen dat het voeren van ‘serieuze en eerlijke’ gesprekken eerder uitzondering is dan regel?

Nu heeft de SPD de afgelopen jaren met de CDU en de CSU geregeerd. De wrange vruchten daarvan plukte de partij tijdens de verkiezingen: een fors verlies. Trouwens ook de twee C-partijen leden grote verliezen. Zouden die verliezen een gevolg zijn van de gesprekken die tot die regering hebben geleid? Verliezen als gevolg van oneerlijke en niet serieuze gesprekken?

Als Merkel dat zo zegt zou de SPD dan die vakantie periode niet heel goed kunnen gebruiken om haar knopen te tellen? Om het aantal vingers aan haar hand te controleren? Om te kijken hoe knollen en citroenen er ook al weer uitzien? Dit om te voorkomen dat ze uiteindelijk weer een kat in de zak hebben ‘gekocht’?

Nepnieuws of spinnen 2.0?

“Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) liet dinsdag weten dat ze in gesprek wil met technologiebedrijven om de dreiging van nepnieuws tegen te gaan.”

Een quote uit een artikel in de Volkskrant  een van de vele artikelen die deze week verschenen over ‘nepnieuws’. Het kabinet maakt zich er druk om en twee van de regeringspartijen (CDA en VVD) komen met een ‘plan’ om ‘nepnieuws’ te voorkomen.

Jack de Vries

Foto: Wikimedia Commons

In bijna alle artikelen over ‘nepnieuws’ wordt verwezen naar Rusland als een van de bronnen. “Voorafgaand aan de verkiezingen zijn tachtigduizend berichten vanuit Rusland op Facebook geplaatst met als doel de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden. 126 miljoen Amerikanen zagen Russische berichten – 40 procent van de Amerikaanse bevolking. Twitter vond 2.752 accounts die direct zijn verbonden met Rusland.” Dat is even schrikken. Of toch niet?

Het beïnvloeden van het denken van mensen is al zo oud als de weg naar de Peel. Of, nee veel ouder, want er waren eerder mensen dan dat die weg er was. Neem het woord demagogie, “de kunst om de volksmassa te (mis)leiden, m.n. door retorische middelen.” Dit woord kent een oud-Griekse oorsprong. De oude Grieken gebruikten het woord demagoog voor politici met groot redenaarstalent van niet-aristocratische afkomst, zoals Cléon. Type het woord demagogie in op Wikipedia en je leest er: “Een politicus of andere volksleider die, doorgaans met minder goede bedoelingen, door middel van retorische middelen, leugenachtige voorstellingen en valse leuzen en slogans de volksmassa opruit en in beweging brengt wordt ook wel een demagoog of volksmenner genoemd.” In de zin erna wordt een twintigste-eeuws voorbeeld genoemd, Adolf Hitler.

Natuurlijk ment een demagoog als eerste zijn eigen volk. De buitenlandse component is echter nooit ver weg. Cléon was fel tegen de compromisvrede met Sparta en zijn acties zullen tot reacties in Sparta hebben geleid. Net zoals Hitler via zijn toespraken en machinaties niet alleen zijn ‘eigen volk’ probeerde te mennen. Moeten we het dan vreemd vinden dat Russen de Amerikanen proberen te beïnvloeden? Zouden de Amerikanen dat niet ook met de Russen, Chinezen en anderen proberen?

Ook de Nederlandse politiek is er niet vrij van. Als we de berichten mogen geloven, dan weet ook CDA-kamerlid Omtzigt van wanten. Als we wat verder teruggaan dan komen we uit bij het ‘draaikontje’ van Wouter Bos. Verzonnen door toenmalig CDA spindocter Jack de Vries.

Maar wacht eens even spindocter? Een: “adviseur of voorlichter van een politieke partij of een ambtsdrager die de opdracht heeft het beleid van zijn politieke opdrachtgever zo positief mogelijk te presenteren en te verdedigen of hem of haar daarin te coachen. Het doel is het gunstig stemmen van de publieke opinie.” Aldus Wikipedia dat tevens enkele methoden geeft die een spindoctor gebruikt. Een is wel zeer interessant: “Formuleren op een manier waarbij onbewezen zaken voor waarheid worden aangenomen.” Staat hier niet gewoon: ‘nepnieuws’ verspreiden? Hoe geloofwaardig klinkt dan de verontwaardiging van onze politici? Is het gebruik van (a)sociale media om te beïnvloeden niet gewoon spinnen 2.0?

Een pleidooi voor chaos?

Publicist Diederik Mallien geeft onze gekozen volksvertegenwoordigers een bijzondere rol en positie:

“namens het volk discussiëren en debatteren,”

want dat is wat representatief volgens hem betekent, aldus zijn artikel bij Joop. Eigenlijk doen ze niets meer en niets minder dan dat ik dadelijk in het café ga doen met mijn softbal-vrienden. Gewoon wat kletsen, maar dan wel goed betaald en met koffie van de zaak, terwijl ik mijn drankjes zelf moet betalen.

chaos

Illustratie: Pixabay

Mallien windt zich op over de manier waarop de Nederlandse kabinetten omgaan met het raadgevend correctief referendum en heeft heel bijzondere opvattingen over democratie waarvan ik hierboven al een voorbeeld optekende. In zijn artikel concludeert hij: “In een echte democratie moet het volk de mogelijkheid hebben voor of tegen te stemmen bij elke beslissing (die) wordt genomen door de regering.” Een prachtige conclusie en kunnen we op basis van die conclusie dan ook maar meteen concluderen dat er geen enkele ‘echte democratie’ is in deze wereld? Er zijn landen met referenda, er is echter geen enkel land waar ‘het volk’ bij elke beslissing van de regering de mogelijkheid heeft om voor of tegen te stemmen.

Er is van alles aan te merken op onze parlementaire democratie. Het duurt soms heel lang voordat er op belangrijke punten voortgang wordt geboekt. Maar, het werkt wel. Zou een samenleving met ‘Mallien-democratie’ kunnen functioneren? Het parlement kan in ieder geval worden afgeschaft. Het is immers een betaalde discussie en debat-club die verder niets toevoegt.

Wat zou de positie van de regering in zo’n democratie zijn? In onze democratie bestuurt de regering het land, ze neemt besluiten en die worden vervolgens uitgevoerd. Hoe zit dat in een ‘Mallien-democratie’? Wat is dan de rol van de regering? Besluiten nemen ze niet, dat doet immers ‘het volk’. Is de regering dan niet een adviesraad die ‘het volk’ adviseert hoe te kiezen? Een soort ‘Raad van State’, maar die hebben we toch al? Kunnen we dan een van de twee afschaffen?

Als we alle besluiten van gemeenten, provincies, het rijk en de EU bij elkaar optellen, dan is dat een flink aantal. Dan zouden we zo ongeveer iedere dag naar de stembus moeten om over een of meer onderwerpen te stemmen. En om goed gemotiveerd te kunnen stemmen, is inlezen en in even in de materie nodig. Dat zou een flinke dagtaak zijn, wanneer moet ik dan werken voor mijn geld? En als dat voor mij geldt, wie voert dan die besluiten uit?

Een mooi betoog op papier, maar chaos in de werkelijkheid? Toch maar even de goede kanten van onze parlementaire democratie koesteren? Voor de minder goede kanten zijn andere oplossingen mogelijk.

Jeugd en toekomst

“Zonder de overheersende stem van vijftigplussers was Trump geen president in de Verenigde Staten, en zouden de Britten geen Brexit voor hun kiezen krijgen. Ongeacht wat je vindt van Trump en de Brexit, feit is dat jongeren keihard overstemd werden.”

Zo start een artikel bij Joop van twee jeugdige kandidaat-raadsleden, Rob Hofland uit Amsterdam en Elene Walgenbach uit Rotterdam, voor D66 bij de komende raadsverkiezingen. Ze constateren dat de jeugdigen worden overstemd door de alom tegenwoordige vijftigplussers. Vijftigplussers die bovendien ook dominant zijn in volksvertegenwoordigende functies: “In onze steden, Amsterdam en Rotterdam, zijn er van de in totaal 90 gemeenteraadsleden slechts 3 jonger dan 30.”

jong en oud

Foto: PxHere

Dat moet anders en daarom roepen ze jongeren op om zich beschikbaar te stellen. Want: “De stem van jongeren, zowel in de stembus als in het debat, is belangrijk omdat juist jongeren staan voor een betere toekomst. Of het nu gaat om een gezonde, groene toekomst, een eerlijk pensioen of meer betaalbare huizen: daar zijn veranderingen voor nodig die de oudere generatie liever niet ziet komen, of voor zich uit blijft schuiven.” Als vijftigplusser kan ik het pleidooi voor meer jeugdige volksvertegenwoordigers van harte onderschrijven. Maar bij het door de beide auteurs gegeven argument gaan mijn haren toch lichtelijk van ergernis overeind staan.

Wordt hier niet een karikatuur van de werkelijkheid gemaakt? Vreemd dan dat, om een Amerikaans voorbeeld te noemen, de meest progressieve kandidaat bij de Amerikaanse voorverkiezingen ver in de zeventig was. Vreemd ook dat een van de meest behoudende fractievoorzitters in Nederland de jeugdige Baudet is. Zou Sanders de enige vooruitstrevende vernieuwende oudere zijn en Baudet de enige conservatieve, behoudende jongere? Dat lijkt me sterk. Een ander voorbeeld, de Ballonnendoorpikker, een vijftigplusser, behoudend en conservatief of vooruitstrevend en vernieuwend?

Beste jonge kandidaat-raadsleden. Ik geloof meteen dat: “Er zijn genoeg jongeren die barsten van het talent en de politieke ambitie.” Waarvan de “ervaring per definitie beperkt,” is  maar (met) een frisse blik (die) minstens zo waardevol” kan zijn. Er zijn echter ook voldoende jongeren met een belegen en bekrompen blik.

De jeugd heeft de toekomst volgens het spreekwoord, alleen welke toekomst? Als jullie werkelijk vernieuwende friskijkers willen, zouden jullie dan niet moeten zoeken naar ‘vernieuwende friskijkers’ en niet (alleen) naar jongeren?

Bubbels

“Nee, een kredietcrisis zoals die van tien jaar geleden zouden we nooit meer krijgen. Want we hebben ons lesje geleerd en maatregelen genomen. En toch zijn er volop signalen dat de geschiedenis zich aan het herhalen is.”

Een van de eerste zinnen van een artikel van Jochem van Staalduine in de Volkskrant.

Bubbels

Illustratie: Pixabay

Van Staalduine signaleert dat er, met name in de Verenigde Staten weer volop riskante leningen worden verstrekt. De kans bestaat dat dit jaar het ‘record’ riskante leningen uit 2007 wordt verbroken. Ook worden risico’s weer verdoezeld, de collateralized debt obligations (CDO) zijn weer terug onder een andere naam, de D is vervangen door de L van ‘loan’. Inhoudelijk is het nog steeds een onoverzichtelijke bundeling van leningen. De strenge bankenregulering in de VS wordt alweer teruggedraaid en het toezicht op de sector wordt verminderd. De huizenprijzen schieten de hoogte in waarbij vooral opvalt dat beleggers huizen kopen. Als laatste stromen er weer bakken geld naar ‘techstart-ups’ die nog niets hebben gepresteerd. Van Staalduine concludeert: “Economen zijn het erover eens dat mensen weinig geleerd hebben van het vorige falen van de economie en stellen zelfs dat dit collectieve geheugenverlies normaal is.”

Zorgelijk dat het lijkt of er weer niet wordt geleerd van het verleden. In mijn ‘bubbel’ gaat dit verhaal erin als koek, geen speld tussen te krijgen. Als ik buiten mijn ‘bubbel’ ga buurten zouden er dan heel ander verhalen mogelijk zijn? Bijvoorbeeld een ‘bubbel’ met een verhaal waarbij we tot de conclusie komen dat er juist veel is geleerd van de crisis. In dat verhaal was de crisis geen falen van de markt, maar van de overheid. Al dat toezicht en die controle is in dat verhaal overbodig, de markt zorgt immers altijd voor evenwicht en tevredenheid. Die bemoeide zich nog veel te veel met de economie. Hoge prijzen voor huizen en techstart-ups zijn geen probleem, als iemand die hoge prijs wil betalen en het risico wil lopen, laat hem dan zijn gang gaan. In dat verhaal gaat het nu weer de goede kant op. Zou deze libertaire visie niet leidend kunnen zijn in de kringen van politiek en bestuur?

Wellicht nog een andere ‘bubbel’ met een ander verhaal. Ook eentje waarbij de les goed is geleerd. De bankencrisis is immers opgelost door overheidsingrijpen. Die heeft slechte financiële producten opgekocht en zo goed geld gegeven aan investeerders. Goed geld voor slechte producten. Niets wijst erop dat overheden in een volgende crisis anders zullen handelen, dus waarom je gedrag veranderen? De les is immers: neem individueel risico het collectief draait op voor de kosten. Zou deze cynische bubbel niet leidend kunnen zijn in de financiële wereld?

Zou het kunnen dat de libertaire visie en de cynische visie dominant zijn in de kringen van de ‘powers that be’? Zou de waarschuwing van Van Staalduine indruk maken op deze twee bubbels?

Journalistiek?

“Politiemensen moeten hun werk kunnen doen, journalisten moeten hun werk kunnen doen. Dit is een land waar de staat en niet de straat regeert,”

deze woorden sprak premier Rutte tijdens zijn vrijdagse persconferentie naar aanleiding van de moord op een 22 jarige man uit Blerick. Inderdaad politiemensen en journalisten moeten hun werk kunnen doen. Journalisten moeten verslag kunnen doen van het nieuws en dat is het verzamelen, controleren, analyseren van nieuws en er vervolgens over rapporteren.

PowNed

Foto: PowNed – Wikipedia

Laten we eens even kijken naar wat voorbeelden rond deze casus. Neem Elsevier: “Woensdagmiddag werd de … op straat doodgeschoten, vermoedelijk door leden van een rivaliserende Antilliaanse drugsbende.” Een schoolvoorbeeld van de huidige tijd. Er gebeurt iets, een moord of een neerstortend vliegtuig en een minuut later moet er een verklaring zijn. Alleen die verklaring is voorlopig pure speculatie. Behoort speculeren tot het werk van de journalist? Een juiste analyse zou zijn: we weten niet wie er heeft geschoten en wat de achtergrond erbij is.

In een ander artikel bij Elsevier valt het volgende te lezen: “Het slachtoffer zou familie zijn van …, oud-lid van de bende van Venlo. Deze bende zou zich in 1993 en 1994 schuldig hebben gemaakt aan meer dan 250 geweldsdelicten in de regio. Daaronder tal van moorden met geld als motief.” Het kan dat het slachtoffer familie is van, maar wat bewijst dat? Het enige wat er gebeurt is dat een man wordt gelieerd aan gebeurtenissen waaraan hij part nog deel had, hij was in 1993 en 1994 nog niet geboren. Wellicht heeft de vermoorde man ook wel een tante in de politiek of een neef die profvoetballer is, dit allemaal, net als die oom, doet niet terzake.

Een voorbeeld van de bewegende media. We gaan onder het mom van ‘proeven wat er onder de mensen leeft’ met een camera in een gebied waar iets is gebeurd en de gemoederen verhit zijn, staan en wachten af. Er is altijd wel iemand die boos reageert op de aanwezigheid van die camera en begint te schelden, je bekogelt met iets of een klap uitdeelt. Iets wat niet goed is te praten, maar in een kruitvat is een klein lontje al voldoende. Deze tactiek wordt vooral door PowNed toegepast. Om te laten zien dat je ‘gewoon je werk deed’ plaats je er wat interviews omheen, een paar over de eigenlijke zaak en na de tumult eentje met een burgemeester of andere ambtsdrager die vervolgens moet zeggen dat de ‘journalist toch gewoon zijn werk moet kunnen doen. Een werkwijze die door een voorganger bij PowNed satire werd genoemd.

Suggestie, speculatie en als klap op de vuurpijl nieuwscreatie op een kwalijke manier. Zouden de media zich niet veel terughoudender moeten opstellen? Zich alleen beperken tot de feiten en verre blijven van speculatie? Zou dat misschien ook het werk van de politie vergemakkelijken?

I fought the law and …

“The law don’t mean shit if you got the right friends. That’s how this country’s run. Twinkies are the best friends I ever had.”

Een couplet uit het nummer I fought the Law van de Amerikaanse punkband Dead Kennedys. Zelfde melodie en muziek (alleen wat sneller) als het nummer met dezelfde titel van de Britse punkband The Clash, maar andere tekst. Ik moest aan dit nummer denken waarin de Dead Kennedys de ongelijkheid voor de wet in de Verenigde Staten aan de kaak stellen.

dead kennedys

Illustratie: Flickr

“Het CDA is tegen het referendum, maar nu het er is, moet de uitslag worden gerespecteerd.” Deze uitspraak deed CDA-kamerlid en woordvoerder Pieter Omzigt in november 2015. Een paar maanden later, na het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne sprak fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma de volgende woorden: “De democratie is geen laboratorium waar je zonder consequenties kunt experimenteren. 4 miljoen echte Nederlanders zijn op 6 april naar echte stembureaus gegaan, waar ze echt hebben gestemd. Kosten 40 miljoen euro. Resultaat: een groot vraagteken. Een patstelling zelfs. En ik voorspel u: aan het eind van de rit, nog minder vertrouwen in de politiek.” 

Nu een kleine anderhalf jaar van ‘voortschrijdend inzicht’ verder en met een komend referendum over de ‘sleepwet’ die geheime – en opsporingsdiensten veel meer bevoegdheden geeft om gegevens van willekeurige burgers te verzamelen en bewaren, denkt het CDA er bij monde van haar leider Buma weer anders over“We hebben afgesproken dat we het referendum gaan afschaffen. Het is een rest uit het verleden. En ik wil dat die ‘sleepwet’ doorgaat. Hier ga ik de keuze maken dat we dit referendum niet beschouwen als een echt referendum.” Een referendum dat er toch echt gaat komen omdat die ‘rest’ uit het verleden nog steeds van kracht is. En op grond van die wet zal dat referendum toch echt een ‘echt’ referendum zijn, wat Buma ook beweert.

Is het niet vreemd dat de fractievoorzitter en politiek leider van een van de grotere partijen én van een van de regeringspartijen blijk geeft van een dergelijke minachting voor de wet? Als jurist zou Buma toch gehoord moeten hebben van de beginselen van behoorlijk bestuur en dan vooral het rechtszekerheidsbeginsel? Er is veel tegen de referendumwet in te brengen, dat heb ik eerder ook al enkele keren gedaan. Het staat Buma en de regeringspartijen vrij om een voorstel in te dienen om de referendumwet te veranderen of in te trekken. Totdat dat voorstel is aangenomen, is de huidige referendumwet van kracht en hebben parlement en regering zich eraan te houden. Zou Buma niet eens moeten gaan praten met zijn partijgenoot Omzigt, die leek dit in 2015 te begrijpen?

Als we ons toch niet aan ‘resten uit het verleden’ hoeven te houden zoals Buma beweert, waarom dan een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), zoals de ‘sleepwet’ officieel heet, dan doe je toch gewoon wat je wilt. Dat is wat Buma nu ook van plan is. Waarom dan überhaupt nog wetten, je hebt toch immers ‘the right friends’ en kunt het refrein meezingen:

“I fought the law and I won.”

Denken en Can Do(en)

Het nieuwe Nederlandse kabinet stond afgelopen donderdag op het bordes bij de koning voor de traditionele statiefoto. Over die foto en vooral de kleren en schoenen is al veel geschreven en dat laat ik dan ook zo. Ik wil het hebben over wat het motto van het kabinet lijkt. De nieuwe minister van defensie, Ank Bijleveld, formuleerde het, zo las ik in de Volkskrant, als volgt:

“Dit wordt een uitvoeringskabinet. Wij gaan vertrouwen winnen door dingen te doen. Doen is het nieuwe denken. Ik heb vandaag om me heen gekeken naar de ploeg en ik dacht: dit is een type mensen dat dat kan.”

Bij Pauw op tv zei de CDA vice-premier Hugo de Jong iets soortgelijks.

Can Do

Foto: Pixabay

Als met dat ‘doen’ wordt bedoeld het uitvoeren van alles wat er in het regeerakkoord wordt genoemd, wat gaan ze dan doen? In dezelfde krant was Frank Kalshoven daarover zeer kritisch: “het regeerakkoord is geen verzameling beleidsmaatregelen, maar vooral een geannoteerde agenda voor nader te voeren overleg met betrokkenen. Ervan uitgaande dat gesprekspartners dan ook iets terugzeggen, kan de inhoud van het coalitiebeleid nog heel anders uitpakken dan we nu denken.” Zou het ‘doen’ dan vooral uit praten bestaan?

Waarover ga je praten? Zou je niet eerst moeten nadenken over wat je wilt bereiken? Wat moet al dat overleg opleveren? Wat wil je bereiken? Wat moet er in die akkoorden staan die dat overleg moet opleveren? Wanneer ben je tevreden? Toch eerst denken voordat je iets gaat doen? Want loop je anders niet het risico dat je halverwege, of erger nog, op het einde tot de conclusie komt dat je iets verkeerds aan het doen bent. Of dat je ‘doen’ ongewenste neveneffecten heeft? Natuurlijk moet het niet bij denken blijven, na het denken moet er wat gebeuren anders heeft het denken geen zin.

De nieuwe minister van defensie zou toch beter moeten weten. Dat ministerie is de laatste tijd negatief in de publiciteit vanwege juist de nadruk op het doen, de ‘Can Do mentaliteit’ er is laatst nog een demissionaire minister over deze mentaliteit gevallen. Zou dat er in ieder geval bij dit ministerie, voor pleiten om juist wat meer te denken voordat je Can gaan Do(en)?

Nu heeft het nieuwe kabinet, zo vertelde vice-premier De Jong bij Pauw, een hoog Rotterdam-gehalte en bevat de tekst van het clublied van de trotste voetbalclub van die stad de woorden ‘geen woorden maar daden’. Het kan zijn dat dit de oorzaak is van de ‘doen-mentaliteit’ in het nieuwe kabinet. En inderdaad win je de wedstrijd niet met praten, je moet toch echt de voeten laten spreken. Maar toch, moet je bij het voetballen niet ook vooraf nadenken hoe je de wedstrijd gaat spelen?