Wit voetje?

“Het kabinet Rutte III overweegt een nieuwe militaire missie naar Afghanistan tegen de Taliban. Een select gezelschap van zo’n dertig commando’s en mariniers zouden Afghaanse special forces moeten gaan trainen in Mazar-i-Sharif.” Dit valt te lezen bij Joop. Deze: “Nederlandse plannen sluiten aan bij een Amerikaanse strategieverandering dat de focus verschuift van Irak en Syrië naar Afghanistan. De Amerikanen willen dat Europese Navo-bondgenoten 1.500 van de benodigde 3.000 extra militairen leveren.” 

Battle_in_Afghanistan

Illustratie: Wikimedia Commons

Even iets over Afghanistan. Dat land, of eigenlijk dat gebied, staat bekend als het kerkhof voor grootmachten. De Britten kunnen er verhalen over vertellen uit de oude, negentiende eeuwse doos. In die eeuw vielen ze het land twee keer binnen. Beide keren ‘om te voorkomen’ dat het gebied onder Russische invloed zou komen wat de Britse positie in Indië zou verzwakken. De eerste keer in 1838 en dat ging vrij vlot. Maar daarna begonnen de problemen en stelden de verliezen zich op. Daarom verlieten ze het land in 1842 weer. Veertig jaar later in 1878 volgde een nieuw poging. Ook die kende een vlotte start waarna de ellende begon en de verliezen zich opstapelden. Twee jaar later verlieten ze het land weer.

Ook de Russen, toen nog Sovjets, kunnen erover meepraten. In 1979 vielen zij het land binnen. Of zoals ze het zelf verkochten, ze werden gevraagd door het communistische bewind om een handje te te komen helpen. Ook die poging kende een vlot begin dat vervolgens verwaterde tot een zeer bloedige geschiedenis. In 1989 trokken de Sovjets zich, een ‘ervaring rijker’ en een ‘illusie armer’, met de staart tussen de benen terug.

Rustiger werd het er niet op in het land. De diverse bevolkingsgroepen clans en buitenlandse strijders gingen, nu de gemeenschappelijke vijand weg was, vrolijk verder met vechten, nu tegen elkaar. Zoals we weten brak in 2001 een nieuwe fase aan met de inval van de Amerikanen. En weer herhaalt zich de geschiedenis. Na een snelle eerste slag, bleek de oorlog taai en tot op heden niet te winnen. 

Nu breekt dus, voor de zoveelste keer, weer een nieuwe fase aan. En de Nederlandse regering wil er, wellicht om een wit voetje bij Trump te halen, aan mee gaan doen. Waarom zou deze nieuwe fase wel slagen? Mijn advies: DOE HET NIET! Dan maar geen wit voetje bij Trump.

Loondispensatie, werkbonus of …?

“Noem dat dan ook geen sociale dienst meer, en stort dat geld op de rekening onder de noemer ‘werkbonus’ (wat het is) in plaats van uitkering (wat het niet is).” Een van de laatste zinnen uit de wekelijkse column Het spel en de knikkers van Frank Kalshoven in de Volkskrant. In zijn column breekt Kalshoven een lans voor de ‘loondispensatieplannen’ van Staatssecretaris Van Ark. Die plannen komen er in het kort op neer ‘arbeidsgehandicapten’ te betalen voor dat wat ze ‘produceren’ en dat kan minder dan het minimumloon zijn. Voor een aanvulling moeten ze bij de gemeente zijn die hen daar bovenop uitkeert tot het minimumloon wordt bereikt. Volgens Kalshoven is het hoge minimumloon het probleem: “Dit klinkt sympathiek, en zo is het ook bedoeld, maar het heeft als onbedoeld nadeel dat wie dat niet kan terugverdienen voor een werkgever, werkloos thuis op de bank belandt.”

Sociale werkvoorziening

Foto: PxHere

Zou zo’n ‘vernoeming’ werkelijk helpen? Zo zijn ‘ombuiging’, ‘besparing’ en ‘herprioritering’ andere woorden voor bezuinigingen. Voor degene die het betreft voelt het waarschijnlijk allemaal hetzelfde. Zou, als ‘arbeidsgehandicapte, een ‘werkbonus’ werkelijk anders ‘voelen’ dan een uitkering?

Toch is het een interessante gedachte. Laten we die gedachte in gedachte eens een stap verder voeren. Als we werkelijk willen dat het voor de betreffende mensen niet anders voelt, waarom dan niet een ‘werkbonus’ voor iedere volwassene? Een werkbonus ter hoogte van bijvoorbeeld het huidige bijstandsniveau. Een werkbonus die je door te gaan werken kunt aanvullen tot het minimumloon, modaal of een topsalaris?

‘Onbetaalbaar en onnodig’ zal menigeen roepen. Waarom zou bijvoorbeeld de topman van ING nog een werkbonus moeten krijgen bovenop zijn toch al veel te hoge salaris? Wat als de bijverdiensten onbelast zijn totdat iemand het minimumloon behaalt? En wat als die topman er ondanks die werkbonus netto niets op vooruitgaat en misschien zelfs wel wat op achteruit? Als hij die werkbonus gewoon terugbetaalt door een verhoging van de inkomstenbelasting? Zou dat niet ook een flinke besparing op de uitvoering van de sociale zekerheid betekenen?

Wat belangrijker is, als we Kalshoven volgen, dan zouden er bijna geen ‘arbeidsgehandicapten’ meer zijn. Zij die dan nog wel tot die groep behoren, die echt niet kunnen werken, daar maken we een aparte regeling voor. Lijkt dit niet verdacht veel op een basisinkomen?

Kaag, vluchtelingen en het kabinet

Opvang in de regio. Een van mijn allereerste prikkers schreef ik toen VVD-kamerlid Malik Azmani dit plan lanceerde. Ik moest aan deze prikker denken toen ik in de Volkskrant las dat minister Kaag oproept om de Libische detentiecentra voor vluchtelingen te sluiten. “De centra, die niet geschikt zijn voor menselijk verblijf, moeten dicht,” aldus de minister. Dat lijkt mij niet meer dan normaal. Kaag komt tot die conclusie na een tour langs centra in diverse landen.

eritrea-105081_960_720

Foto: pixabay.com

De Volkskrant beschrijft hoe Kaag het wel wil: “Kaag hoopt samen met andere landen de druk op Libië op te voeren om open asielzoekerscentra te maken waar migranten niet worden opgesloten, maar waar ze in en uit kunnen lopen. En waar hulpverleners toezicht kunnen houden. Ook wil ze dat het aantal vluchten wordt verdubbeld voor migranten die willen terugkeren naar hun thuisland.” Volgens Kaag is er geld genoeg, maar: “Het probleem zit in de bureaucratische afhandeling. Libië en Afrikaanse landen moeten sneller zorgen voor de juiste reispapieren.”

Nu zou je tegen kunnen werpen dat Kaag maar eens eerst haar Europese collega’s onder druk zou moeten zetten om voor fatsoenlijke opvang overal in Europa te zorgen. Maar ook dat zij vluchtelingen die nu klem zitten in vooral Griekenland en Italië op te nemen in de andere Europese landen. Op beide punten schort er nogal wat aan de Europese aanpak. Dat zou terecht zijn, alleen doen we Kaag ermee tekort omdat zij ervoor pleit dat  Nederland zich uitspreekt over uitbuiting en dwangarbeid. Kaag: “Wij hebben ontzettende mazzel gehad dat wij in Nederland zijn geboren. In die positie kunnen we wat terugdoen. Daar hoort een humaan asielbeleid bij. Dit is niet humaan.”

Midden vorig jaar schreef ik een open brief aan de Europese leiders waarin ik me afvroeg of het Europese vluchtelingenbeleid geen voorbeeld is van rationele irrationaliteit: een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang maatschappelijk gezien tot irrationele resultaten leidt. Kaag lijkt dat te bevestigen en de Volkskrant signaleert: “Kaags oproep om de centra te sluiten plaatst niet alleen haar Europese collega’s, maar ook haar coalitiegenoten van VVD, CDA en ChristenUnie voor een dilemma.” En precies het dilemma dat GroenLinks deed besluiten om niet met VVD, CDA en D66 in een kabinet te gaan.

Zou Kaag het pleit van haar collega’s en coalitiepartners winnen?

Ijsjes en idealen

In de Volkskrant een artikel van René Romer waarin hij de verkiezingsoverwinning van Denk en Nida verklaart aan de hand van demografische gegevens. Die tonen aan dat ‘stemmend’ Nederland snel verandert: “In Zuid-Holland heeft 31 procent van de bevolking een migratieachtergrond; landelijk heeft 30 procent van alle 20- tot 40-jarigen een migratieachtergrond. Bij deze cijfers is de derde generatie niet meegerekend.” Romer, directeur van een marketingbureau, adviseert: “PvdA, SP en GroenLinks zich eens goed te verdiepen in de demografische veranderingen die ons land de komende decennia ondergaat. Doen ze dat niet, dan kan hun prominente rol in de toekomst uitgespeeld raken.” Een goed advies van Romer?

ice-2789928_960_720

Foto:pixabay.com

Nu zal menigeen zeggen dat de rol van de PvdA al uitgespeeld is. Dat die partij een hopeloze zaak is. Iets wat voetbalcoach Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ zou noemen. Voor een marketeer is het een duidelijk verhaal, als je je product wilt verkopen dan moet je met je boodschap aansluiten bij je doelgroep. Doe je dat niet dan verkoop je niet veel. Toch knelt er iets.

Als ik de redenering van Romer goed begrijp dan moeten die partijen een boodschap en wellicht een programma zoeken dat aansluit bij de zich wijzigende demografische omstandigheden. Zeg je dan niet dat je ideeën moet zoeken die aansluiten bij mensen of een bepaalde groep mensen? Dat je je aanbod moet afstemmen op de vraag? Dat je je visie en programma moet afstemmen op wat mensen of bepaalde groepen mensen, willen? Zou het falen van vele politieke partijen en politici niet juist een gevolg zijn van deze manier van denken?

Zouden politici die politiek bedrijven op basis van hun idealen niet succesvoller zijn? Politici die op basis van een visie op het goede een programma opstellen dat hun idee van het goede dichterbij brengt? Die met hun idealen en programma de boer op gaat en mensen met hun passie voor die idealen proberen te overtuigen?

Zouden idealen te vergelijken zijn met een ijsje?

‘Een wethouder is niets’

‘Een wethouder is niets!’ Aan deze woorden van een voormalig collega en gemeenteambtenaar moest ik denken, toen ik bij Binnenlandsbestuur het volgende las: “Voor wethouders gaat wel een VOG-plicht gelden. Veel gemeenten laten al een risicoanalyse uitvoeren op de kandidaat, vaak door private partijen die ieder hun eigen standaard hanteren. De minister wil die vervangen door een basistoets integriteit.” Uit die toets moet blijken of: “de opgegeven diploma’s wel kloppen, of de wethouder mogelijk andere belangen heeft of dat er zaken uit het verleden zijn die zijn of haar functioneren mogelijk in de weg staan.”

Verklaring Omtrent Politiek Gedrag (geanonimiseerd)

Foto: Wikimedia Commons

“Een VOG voor raadsleden haalde het niet, want je kunt raadsleden die ooit een strafbaar feit hebben gepleegd niet het passief kiesrecht ontnemen.” Zou dat niet ook voor het wethouderschap moeten gelden? Een VOG voor wethouders, een goed idee? Een VOG is volgens de definitie van het ministerie van Justitie en Veiligheid: “een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.” De verklaring zegt iets over het verleden. Logisch, toekomstig gedrag is niet te beoordelen. Probleem is dat zo’n verklaring alleen iets zegt over ‘bekend’ gedrag in het verleden. Het onbekende blijft buiten beeld totdat het bekend wordt.  Het al dan niet hebben van een diploma, maakt niets uit. Volksvertegenwoordigers, wethouders en ministers hoeven niets ‘te kennen en kunnen’. Er zijn geen functie-eisen voor. Als volksvertegenwoordiger word je gekozen en als wethouder en minister gevraagd.

Zit het bestrijden van ‘bestuurlijke corruptie’ en ‘gebrek aan integriteit’ niet al ingebakken in ons systeem? Die voormalig collega sprak de openingswoorden van deze Prikker tegen beginnende en soms ook gevorderde ambtenaren die terugkwamen van een gesprek met een wethouder met de boodschap dat ‘de wethouder had besloten dat het zo moest’. Hij maakte hun daarmee duidelijk dat een wethouder geen besluiten kan nemen omdat alleen bestuursorganen dat kunnen. Een wethouder is geen bestuursorgaan, hij is lid van het bestuursorgaan ‘college van burgemeester en wethouders’. Zijn het niet de collega bestuurders die de integriteit moeten bewaken? Is het niet de raad die hierop moet toezien?

Zegt niet-integer of corrupt handelen van één wethouder niet iets over de rest van het college en de raad in de betreffende gemeente? Hoe integer is een college en een gemeenteraad die niet optreden tegen een niet-integer handelende bestuurder of politicus? Als de niet-integere bestuurder van geen wijken wil weten, wat let de anderen dan om, net zoals voormalig burgemeester Winants van Brunssum, hun positie ter beschikking te stellen en af te treden?

Zaanstad, de Rotterdamwet en Genooi

Ik moest denken aan de Venlose wijk Genooi. In mijn jeugd een beruchte wijk met als bijzondere attractie dames achter ramen met rode verlichting. Die ‘beruchtheid’ maakte dat de gemeente Venlo deze wijk ging verbeteren. Als je nu door de wijk loopt dan moet je erkennen dat dit is gelukt. Veel huizen zijn gesloopt en vervangen door moderne nieuwe huizen. Markante oude zoals het Agnes Huijn Carré is in oude glorie hersteld, maar wel met slechts de helft van het oorspronkelijke aantal woningen. Het gemiddelde inkomen is flink gestegen en ‘berucht’ is de wijk niet meer, het is nu eerder een rustige ‘slaapwijk’.

Agnes Huijn Carre

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant het streven van Jeroen Olthof van Zaanstad las: “Als je ziet dat nu 33 procent van de kinderen in deze wijken in armoede opgroeit, dan is de kans groot dat zij zelf ook in armoede zullen leven. Wij willen dat deze kinderen een mooie toekomst tegemoet gaan.” De gemeente Zaanstad wil dat bereiken door de “Rotterdamwet’ in te zetten. Hoe dat werkt: “Werklozen en uitkeringsgerechtigden maken op basis van de wet geen aanspraak op een vrijgekomen huurwoning in de wijken. Ook mensen met een strafblad of een aantekening van de politie kunnen worden geweigerd. Daar staat tegenover dat bepaalde maatschappelijke beroepsgroepen, zoals agenten en verpleegkundigen, juist voorrang krijgen op een woning.” Zouden die kinderen door het beleid van wethouder Olthof een mooie toekomst tegemoet gaan?

Met deze maatregel zal het ongetwijfeld lukken om het percentage kinderen die in die wijk in armoede opgroeien, naar beneden te brengen. De agenten, verpleegkundigen en andere beroepsgroepen die voorrang krijgen, zullen ervoor zorgen dat het gemiddelde inkomen in de wijk stijgt. Als zij kinderen krijgen, dan zullen deze kinderen niet in armoede opgroeien, die kinderen zullen ‘een mooie toekomst tegemoet gaan. Dat resulteert een een daling van het percentage kinderen in die wijk dat in armoede opgroeit. Hoera! Het beleid is succesvol want de doelstelling wordt gehaald.

Zou het aantal kinderen dat in armoede opgroeit door deze maatregel kleiner worden? De kinderen die al in de wijk wonen en in armoede opgroeien, zullen niet profiteren van de toename van het gemiddelde inkomen in die wijk. Hun armoede zal daar niet door worden aangepakt. De kinderen van de mensen die geen aanspraak kunnen maken op een woning in die wijk zullen elders moeten huren. Hun ‘armoedesituatie’ zal niet veranderen behalve als de huur daar wat hoger is.

Terug naar Venlo. De mensen (met kinderen in armoede) waarvoor geen plek meer was in Genooi, verhuisden naar Venlo-Zuid en Vastenavondkamp. Wijken die, zeker Vastenavondkamp, net zo berucht zijn als het vroegere Genooi. Een ander huis in een andere wijk maar nog steeds in armoede.

Vrijheid en slavenmoraal

“Door het ontstaan van fusiepartijen als het CDA, Christen Unie en GroenLinks zijn de onderlinge verschillen tussen de politieke partijen verdwenen. Er is een sociaal-liberaal midden ontstaan dat ons land al een halve eeuw regeert, waarbij het weinig uitmaakt of dat uit centrumlinkse of centrumrechtse partijen bestaat.” Zo begint Henk Strating zijn betoog op de site Opiniez. Als Strating bedoelt dat de vele partijen weinig van elkaar verschillen, dan heeft hij een punt.

Nietzsche-Denkmal_Naumburg_2013

Foto: Wikipedia

Gelukkig zijn er sinds de eeuwwisseling alternatieven, aldus Strating: “Fortuyn, Wilders en Baudet hebben er met hun LPF, PVV en Forum voor Democratie een bres in geslagen.” Die hebben, zo beweert Strating, het lef om zich te onderscheiden. De essentie van dat onderscheiden vat Strating in één woord samen: “vrijheid. En dan vooral het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting. Pim Fortuyn sprong daarvoor in de bres en wilde daarom het verbod op belediging en discriminatie afschaffen. De PVV voert vrijheid zelfs in de naam van de partij. Maar het meest duidelijk is het bij Thierry Baudet van het Forum voor Democratie.” 

Heb ik het dan helemaal verkeerd gezien, gelezen en gehoord de afgelopen jaren? Verkeerd gezien dat de partij die vrijheid in haar naam voert, wel heel erg vaak het woord verbieden in de mond neemt. Bijvoorbeeld als het gaat over een hoofddoek, de bouw van een moskee of het bezoek van een imam. Verkeerd gelezen dat diezelfde partij en ook nieuwkomer Baudet wel erg vaak pleiten voor het optreden tegen, of het ontslag van bijvoorbeeld een politieagent, leerkracht en anderen als die hun mening uiten en die mening niet overeenkomt met hun mening. Verkeerd gehoord dat als er iets wordt gezegd dat de ‘leiders’ van deze partijen onwelgevallig is, het woord ‘demoniseren’ heel snel valt. Dit met de bedoeling om die ander de mond te snoeren. Dat het bovendien niet bij woorden alleen blijft, nee er worden aangiftes gedaan.

Is dit in lijn met de uitspraak waarmee Strating eindigt en die aan de Franse denker Voltaire wordt toegeschreven: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen?” Of is dat een kenmerk van wat Nietsche, zoals Strating hem parafraseert: “een slavenmoraal (noemt), waarin vrije geesten verstikken, omdat afwijkende meningen taboe verklaard zijn?” 

Vechten tegen windmolens

Ook voor de verkiezingen in de gemeente Venlo is een stemwijzer beschikbaar. Een van de vragen, meteen de eerste, luidt: “Windturbines in de gemeente toestaan,” en dan mag je een balkje verschuiven op een schaal tussen ‘helemaal eens’ en ‘helemaal oneens’. Wat je ook kunt doen, is de standpunten van de deelnemende partijen over dit onderwerp bekijken. Ik dacht, laat ik dat eens doen bij dit onderwerp. Sommige partijen zijn voor, anderen tegen en weer anderen zijn voor met daarbij een maar zoals: er is eigenlijk geen plek. De meest bijzondere ‘maar’ is van de lokale partij EENLokaal. Het standpunt van deze partij luidt: “Wel toestaan maar op minimaal 3 kilometer van woningen.” 

body-of-water-3162375_960_720Foto: pixabay.com

Nu ben ik mij aan het voorbereiden op de wandeltocht van de Venloop. Een prachtig evenement dat op zondag 25 maart wordt afgesloten met een halve marathon en waar op zaterdag wordt gewandeld. Omdat ik van de natuur hou, leiden die voorbereidingen mij door het prachtige buitengebied van Venlo. Een makkie om er te komen want vanaf mijn huis ben ik makkelijk binnen een half uur de stad uit. Ik ben echter nog geen plek tegen gekomen die aan de eisen van EEnLokaal voldoet. Hoe leeg het ook lijkt, altijd zijn er wel een paar huizen in de buurt.

Om mijn wandelervaringen te toetsen even wat rekenwerk. Van de wiskundelessen op de middelbare school, inmiddels alweer zo’n 35 jaar geleden, weet ik dat de oppervlakte van een cirkel het kwadraat van de straal maal pi is. Dat betekent in het geval van de windturbine dat er in Venlo een plek moet worden gevonden waar het dichtstbijzijnde huis minimaal drie kilometer van is verwijderd. Er moet in de bijna 129 vierkante kilometer die Venlo groot is, waarop trouwens ruim 100.000 mensen wonen en dat is  ruim achthonderd per vierkante kilometer, een cirkelvormig gebied te vinden zijn van 28,26 vierkante kilometer dat onbewoond is. Hoe groot is de kans dat die plek er is en dat er dus een windturbine geplaatst kan worden? Nog sterker, als dit een landelijke norm zou zijn, hoeveel van die plekken zouden er in heel Nederland te vinden zijn waar een windturbine geplaatst kan worden?

Beste EENLokaal, draait u mensen geen rad voor ogen? Waarom zegt u niet meteen dat u geen windturbines wilt? Is dat niet wat eerlijker dan mooie sier maken met een JA en dan een voorwaarde te stellen waaraan niet voldaan kan worden?

Ik doe niet mee!

Identiteit, door de Van Dale omschreven als “eigen karakter.”  Identiteit, het staat tegenwoordig centraal in zo ongeveer elk politiek debat, want dan wordt identiteit van het individuele naar het collectieve niveau getild, naar het niveau van de ‘Nederlandse identiteit’ bijvoorbeeld. De regeringspartijen besteedden er al aandacht aan in hun regeerakkoord en daar heb ik me al eerder over uitgelaten omdat het woord wordt gebruikt om mensen buiten te sluiten. Nu las ik iets bijzonders op de site Opiniez, de site die lastig omgaat met een weerwoord.

holle-bolle-gijs-339478_960_720

Foto: pixabay.com

Op deze site een artikel van Robert Bor. “De beroepsdrammers beitelen zeer succesvol aan het fundament van de Nederlandse identiteit. Telkens weten ze er een stuk af te houwen. Langzaamaan verdwijnen eeuwenoude tradities en wordt de geschiedenis net zo lang herschreven totdat zij past in het utopische streven.” Wat is dan die Nederlandse identiteit? volgens Bor wordt die gevormd door zwarte piet, monsieur Cannibale in de Efteling, cowboys en indianen, Jan Pieterszoon Coen en een film over Michiel de Ruyter. Nu valt er veel te zeggen over de criticasters van al deze zaken. Dat enkelen er bijzondere theorieën op na houden, dat er zijn die in fabeltjes geloven en dat er zijn die de geschiedenis plooien naar het heden.

Nu ben ik Nederlander en vier ik sinterklaas, heb ooit wel eens de Efteling bezocht, cowboy en indiaantje gespeeld, geschiedenis gestudeerd en tijdens die studie kwamen De Ruyter en Coen voor. Dat de Nederlandse identiteit daarmee bestaat uit zwarte piet, en Monsieur Cannibale, de cowboys en indianen, Coen en De Ruyter tot de ‘fundamenten van de Nederlandse identiteit’ behoren, gaat dat niet wat ver?

Volgens Bor verdienen die beroepsdrammers: “een krachtig antwoord van trotse, Nederlandse burgers, verenigd in hun afkeer van de ondermijning van onze gekoesterde identiteit.” Beste meneer Bor, als Nederlander kan ik u zeggen: ik doe niet mee!

Voor mij wordt het fundament van de Nederlandse identiteit niet gevormd door voorgeschreven ‘belangrijke tradities’ of historische figuren’. Voor mij wordt die gevormd door de ruimte die onze rechtstaat biedt om jezelf te zijn en je eigen inspiratiebronnen te kiezen. Door de vrijheid om af te wijken van de ander. De vrijheid om je eigen ‘identiteit’ te bepalen en evenzoveel ruimte voor een ander om zijn ‘identiteit’ te bepalen.

Rijkaardweg of Pônniewaeg

In mijn geboorteplaats fietste ik vroeger door de Jan Verschurensingel, over het Professor Jansenplein en allerlei andere straten vernoemd naar een pastoor of kapelaan uit vroeger jaren. Al die namen zeiden me niets, behalve dan dat wat het bordje vermeldde: pastoor in Velden van … tot …. Later bleek dat een van die namen, professor Jansen, nog een voorvader van me was. Nu loop ik door Venlo over het Mgr Nolensplein, in de volksmond het Gaasplein, omdat er vroeger een gasfabriek (zie foto) stond en over de Deken van Oppensingel ook wel bekend als de Pônniewaeg waarvan de geschiedenis wordt bezongen in het liedje Merieke en zienen Huzaar. Vanwaar deze tocht door mijn verleden en heden?

Gaasplein

Foto: SeniorPlaza

D66 Rotterdam, nu nog in coalitie met Leefbaar Rotterdam maar straks natuurlijk niet meer, wil geen straten meer vernoemen naar ‘witte mannen’. De PvdA in onze hoofdstad is het hier helemaal mee eens en wil straatnamen naar migranten vernoemen. Volgens raadslid Sofyan Mbarki is ‘een betere afspiegeling van de diversiteit van Amsterdam’ hierbij het devies.” Dit lees ik in een korte bijdrage van Ewout Klei bij Jalta. Bij het artikel zelfs een tweet van iemand die Nijmegen als goed voorbeeld geeft: straten vernoemd naar vooraanstaande mensen uit de Indische gemeenschap. Ondanks de manier waarop de discussie wordt gevoerd, voelt Klei er wel wat voor: “Migranten en hun afstammelingen moeten zich ook thuis kunnen voelen in Nederland. Het is immers ook hun land.” En daarom: “Dus graag een Donald Jones park, een Anil Ramdas boulevard en uiteraard een Ruud Gullitlaan en een Frank Rijkaardweg,” aldus Klei. Inderdaad moet iedereen zich in dit land thuisvoelen en als straatnamen voor Rijkaard, Gullit, Ramdas en anderen daaraan bijdragen, waarom niet?

Ja, waarom niet? Tegenover de straten van al die ‘oude blanke Nederlanders’ zetten we straten van ‘gekleurde wat minder oude Nederlanders’, ter compensatie en evenwicht. Misschien niet omdat er juist nu zo’n discussie is ontstaan over straatnamen van mensen die honderd jaar geleden werden toegejuicht en nu worden verguisd? Een Heutszplein, Witte de Withstraat of een Coentunnel, roepen tegenwoordig heftige reacties op en er wordt zelfs gepleit om er andere namen aan te geven. Zou dat niet ook met mensen kunnen gebeuren waarnaar we nu straten vernoemen? Neem Gullit, een geweldige voetballer, maar als trainer wel actief in Grozny bij de club van de omstreden Ramzan Kadirov. Nu al een vlekje en wat als we voetbal in de toekomst verwerpelijk gaan vinden? Wie garandeert ons dat die ‘helden van nu’ over een paar generaties niet ook van hun sokkel vallen?

Zouden we niet af moeten zien van het vernoemen van straten en pleinen naar personen?  Liever de Pônniewaeg dan de Rijkaardweg!