Bezopen nuchterheid

“De coalitie van FvD, SGP en PVV moet daarom de nieuwe coalitie van nuchter Nederland gaan worden.” Een van de laatste zinnen uit een betoog van student politicologie en SGP raadslid in Oldenbroek Tom de Nooijer bij Opiniez. Waarom het tijd is voor die coalitie? Omdat het “tijd (is) voor een nieuw politiek thuis van het redelijke midden.” Wat kenmerkt die coalitie en dus ‘nuchterheid’ en ‘redelijkheid’? Zou dat wat voor mij zijn?

Makgadikgadizoutvlaktes in Botswane. Bron: WikimediaCommons

Ik drink af en toe een glas bier. Zo ook gisteren tijdens de wedstrijd van VVV-Venlo tegen Emmen. Zou dat een belemmering zijn? Dronken was ik zeker niet, maar helemaal nuchter? Aan het einde was ik trouwens dronken van geluk en met mij vele anderen in het stadion omdat VVV won. Die betekenis van het woord ‘nuchter’ zal De Nooijer niet bedoelen. Ook niet de eerste betekenis in de Vandale, “zonder nog te hebben gegeten”. Hij zal eerder verwijzen naar de derde omschrijving: “verstandig en kalm, koel-zakelijk.” Laten we zijn betoog eens ontleden. Wellicht dat we dan kunnen ontdekken wanneer je tot de ’dronken’ en dus onverstandige, hysterische en warm-emotionele coalitie behoort. Die coalitie kan zich op verschillende plekken in het politieke spectrum bevinden. Die kan zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant huizen. Maar ook in het midden. En als er een ‘redelijk midden’ is dan zou er ook zo maar een ‘onredelijk midden’ kunnen zijn. Net zoals er een ‘redelijk’ rechts en links kunnen zijn, zelfs in de meest extreme variant. Eens kijken of zijn analyse duidelijk biedt.

‘Nuchter’ is: “Centrum-rechts, vaak wonend in de provincie en vanuit calvinistische overblijfselen een tikkeltje gematigd en conservatief.” Aha, links is dronken en woont vaker in een stad en bijna het hele Zuiden van het land valt al af vanwege het katholieke verleden. De ‘calvinistische overblijfselen’ zijn daar immers als de wel bekende speld in een hooiberg. Wel vreemd dan dat de PVV zo goed scoort in het Zuiden. Oké, misschien is daar een andere verklaring voor.

“Vaak worden onderwerpen genoemd als de achterblijvende koopkracht of het irrationele klimaatbeleid van Nederland,” aldus De Nooijer als het gaat over zaken die de stemkeuze bepalen. Maar dat is niet alles: “opvallend is dat de zorgen steeds vaker gaan over culturele, waarschijnlijk zelfs existentiële, thema’s, die betrekking hebben op de lange termijn van ons land (of Avondland, zo u wilt). Hierbij staan immigratie en de alsmaar toenemende macht van de Europese Unie centraal. Uitzoomend, vallen al deze onderwerpen grofweg onder te brengen onder twee grote zorgen, namelijk zorgen over de identiteit en de soevereiniteit van Nederland.” Het redelijke en nuchtere moet dus ergens in deze thema’s verstopt zitten.

Als eerste neemt De Nooijer immigratie onder de loep. Hij analyseert aan de hand van het stemmen over het Marakeshpact. “Enige tegenstanders: FvD, SGP, PVV en 50+” Oké, redelijk en nuchter is dus tegen dit pact zijn omdat het pact vol staat met: “bizarre teksten die zelfs GroenLinks nog niet zou opschrijven in hun verkiezingsprogramma.” GroenLinks is, volgens De Nooijer, dus ‘bezopen’ en ‘onredelijk’. En daarbij draait het allemaal om: “artikel 13, waarin staat dat immigratie ‘in essentie voor iedereen iets goeds is, zolang het maar goed verloopt’.” De vraag is wat er zo bizar is aan deze tekst? Is immigratie slecht? Zonder immigratie zouden er in Nederland geen mensen zijn. In het grootste deel van de wereld trouwens niet. De homo sapiens vindt, naar de laatste wetenschappelijke inzichten, zijn oorsprong: “ongeveer op de plek waar nu de Makgadikgadizoutvlaktes liggen.” En emigreerde zo’n 130.000 jaar geleden van daaruit. Dus om te beweren dat migratie slecht is, gaat wel erg ver. Nu zal De Nooijer dat als rechtgeaard staatkundig gereformeerde waarschijnlijk anders zien en verklaren dat de Aarde nog niet zo oud is. 

Of zou het tegenwoordig anders zijn? Was immigratie ooit goed en is het nu slecht? Als dat het geval is, dan moeten de grenzen dicht. Maar dan ook twee kanten op. Dus ook geen Nederlander meer die naar ‘Silicon Valley’ gaat om daar zijn ‘geluk’ te beproeven. Als immigratie slecht is, is emigratie dat immers ook. Dat is de keerzijde van de medaille. Immers en dat moet De Nooijer bekend voorkomen: ’Wat gij niet wilt dat u geschiedt …” 

Wellicht valt De Nooijer over de passage ‘in essentie voor iedereen’ en vindt hij dat immigratie voor sommige mensen niet goed is. Of het goed is voor de immigrant, kan alleen die immigrant bepalen. Misschien is het slecht voor mensen op de plek waar naartoe wordt geïmmigreerd? Dat zou kunnen, daarom ook ‘zolang het maar goed verloopt’. Zolang het maar gereguleerd gebeurd en dat is nu niet het geval. Wat er waarom redelijke en nuchter is, maakt De Nooijer niet echt duidelijk.

Dan het tweede onderwerp, het klimaat. “Enige tegenstanders: FvD, SGP, PVV (en PvdD, die vonden het niet ver genoeg gaan).” De redelijke en nuchtere positie is dus tegen deze wet zijn en niet omdat die niet ver genoeg gaat. Waarom? Omdat: “ De klimaatwet (…) hét politieke besluit (was) waarin definitief duidelijk werd wie zich wel en niet schaarde achter de groene gekte. In deze wet staat dat er in 2030 49% CO2-reductie moet zijn, en 95% in 2050. Koste wat het kost. De heiligheid van deze getallen is zo groot, dat ze kennelijk zelfs per wet moesten worden vastgelegd.”  Waarin zit die gekte en wat is dan ‘nuchter’? Als we Baudet mogen geloven is de klimaatverandering positief. De wereld wordt groener omdat planten het goed doen op kooldioxide. Ook is het volgens Baudet, maar de vraag of de huidige opwarming wel een gevolg is van menselijke activiteit. Hoe redelijk en nuchter die positie is, dat is de vraag. 

Feit is dat de concentratie kooldioxide in de de atmosfeer toeneemt en dat die toename steeds sneller gaat. Een toename die vooral een gevolg is van menselijke activiteiten en dan vooral het verbranden van kolen, olie en gas. Ook een feit is dat de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Ze is de afgelopen 130 jaar met ongeveer 1,0 ° graad Celsius gestegen. Kooldioxide houdt warmte vast in de atmosfeer en werkt daarmee temperatuur verhogend. Ook dat is een feit. Zonder broeikasgassen in de atmosfeer zouden wij hier niet kunnen leven. Dan zou de gemiddelde temperatuur op Aarde ver onder het vriespunt liggen. Iets wat in de geschiedenis van de Aarde ook al is voorgekomen. Dat menselijke activiteit van invloed is op de gemiddelde temperatuur, is daarmee zeer waarschijnlijk. Dat verandering van dat menselijk gedrag dus ook invloed zal hebben, is zeer aannemelijk. Of de klimaatwet daarmee ‘groene gekte’ is en de ‘heiligheid van getallen’ te groot is, is zeer de vraag. Wat is daarmee ‘redelijk’ en nuchter’? 

Wat we ‘redelijk’ en nuchter’ kunnen constateren, en daarmee combineren we de eerste twee onderwerpen, is dat klimaatverandering tot migratie leidt. De plek waar nu de Makgadikgadizoutvlaktes liggen, zag er vroeger heel anders uit. Als het toen ook al zoutvlaktes waren, dan waren er waarschijnlijk geen homo sapiens geweest. Zoutvlaktes zijn immers slechte plekken om te wonen. Ooit vormden die zoutvlaktes: “een enorm meer, dat door plaattektoniek langzaam veranderde in moerasgebied.” En moerasgebieden zijn ideale gebieden voor levende wezens. Alleen veranderde dat, de meren droogden op. Waarschijnlijk als gevolg van een draaiing van de aardas waardoor het klimaat veranderde. Dat was de eerste keer dat de mens migreerde vanwege klimaatverandering. De eerste maar zeker niet de laatste. Zo droeg ‘klimaatverandering’ ook bij aan de val van het Romeinse Rijk. Die Hunnen gingen niet voor hun lol op trektocht naar Europa. Nee, diep in de Aziatische steppen veranderde het klimaat waardoor het leefgebied van de daar wonende mensen verslechterde. Zij trokken weg en veroorzaakten wat wij nu de ‘grote volksverhuizing’ noemen. De Nooijer zal ook hiervoor, als staatkundig gereformeerde, weer andere verklaringen hebben. Eentje waarin god een hoofdrol speelt.   

Als derde en laatste ijkpunt van ‘redelijkheid’ en ‘nuchterheid’ neemt De Nooijer de Europese Unie. En dan vooral een initiatiefwet waaraan SGP-fractievoorzitter  Kees van der Staaij maar liefst dertien jaar had gewerkt. “Een initiatiefwet die ervoor zorgt dat, wanneer er nieuwe bevoegdheden naar de EU gaan, er een tweederde meerderheid moet zijn in plaats van de helft plus een. Een gezonde drempel, om niet zomaar alle soevereiniteit over te dragen aan de EU. Zou je denken.” Hoe gezond een drempel van tweederde meerderheid is, laat onze Grondwet zien. Die kan alleen worden gewijzigd indien er in eerste instantie met gewone meerderheid over is besloten en na verkiezingen met tweederde meerderheid. Dit maakt majeure grondwetswijzigingen zeer zeldzaam en meestal gaat het maar over een klein detail. De laatste keer dat de Grondwet grondig werd herzien, was in 1983. En om die in perspectief te plaatsen, de discussie erover begon al in 1950. Dat is dus iets van zeer lange adem. Als we vervolgens bekijken wat ‘grondig’ inhield, dan valt dat ‘grondig’ wel mee. De echte ‘grondige’ voorstellen, werden afgewezen.  Voorstellen zoals de invoering van een beperkt districtenstelsel, de verkiezing van de formateur, rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer, een andere benoeming van burgemeesters en Commissarissen van de Koning. Zaken waarover nu nog steeds wordt gepalaverd. 

Besluiten over het overdragen van bevoegdheden naar de Europese Samenwerking met een tweederde meerderheid betekent dat er niets wordt overgedragen. Tweederde meerderheid betekent dat alles bij het oude blijft. Als je vindt dat nu alles perfect is, is dat een begrijpelijke keuze. Alleen kunnen omstandigheden veranderen waardoor er iets anders nodig is. Als verandering noodzakelijk is, is het maar zeer de vraag of de keuze voor een tweederde meerderheid nog steeds ‘nuchter’ en ‘redelijk’ is. Besluiten met tweederde meerderheid komt in de buurt van dictatuur van de minderheid.

De Nooijer studeert politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Een studie die, zo is op de site van de Universiteit te lezen: “gaat over de wijze waarop gemeenschappen omgaan met conflicten, hoe zij besluiten nemen en hoe zij hun doelen realiseren.” De Nooijer heeft er in ieder geval geleerd zijn verhaal in woorden met een positieve klank te verpakken. Wie kan er nu bezwaar hebben tegen ‘redelijkheid’ en in het verlengde ervan ‘realisme’? En als jij de ‘redelijkheid’ of het ‘realisme’ claimt, is de ander al snel  een ‘onredelijk idealist’ of ‘irreëel’. Op de ‘redelijkheid’ van de opvattingen van De Nooijer valt nogal wat af te dingen. Dat “politiek thuis van het redelijke midden” voor‘nuchtere’ Nederland kon weleens behoorlijk bezopen en onredelijk kunnen uitpakken. Bezopen nuchterheid?

The problem and Government

Over welk beestje heeft hij het? Die vraag schoot mij te binnen na het lezen van de column van Frank Kalshoven in de Volkskrant. Kalshoven concludeert met betrekking tot de wachtlijsten in de publieke sector: “Aan dit fundamentele probleem van publieke sectoren (prijsaanpassingen kunnen niet; capaciteitsaanpassingen duren lang) kunnen we niets veranderen. Het is de aard van het beestje. Katten vangen vogels; publieke sectoren zijn log. Het is zoals het is.” 

Bron: Flickr

De publieke sector is anders dan het bedrijfsleven. “Bij bedrijven heet een wachtrij een ‘orderboek’ en hoe voller het orderboek, des te blijer de baas,” zo betoogt Kalshoven terecht. “Als er plots een klant op de stoep staat met haast, dan mag hij voordringen, mits de haast gepaard gaat met een hoge betaalbereidheid.” Bij de overheid ligt dit anders: “prijsflexibiliteit is al snel strijdig met andere maatschappelijke waarden, zoals gelijke toegang tot de rechtspraak.” Meer uitvoerders om de wachtlijsten op te lossen dan? “Maar het geld dat nodig is voor capaciteitsuitbreiding in publieke sectoren komt uit Den Haag. En voordat die euro’s uit de schatkist terecht zijn gekomen op een Amsterdams politiebureau, een Midden-Nederlandse rechtbank, of de Jeugdzorg in Breda, zijn we minstens een jaar verder.” Ook hier heeft Kalshoven het gelijk aan zijn zijde. Maar toch.

Wachtlijsten bij publieke diensten zijn niet onoverkomelijk. Ze zijn een gevolg van keuzes. Dat bijvoorbeeld het onderwijs met een flinke uitstroom van leerkrachten te maken zou krijgen, is al meer dan twee decennia bekend. Daar had op ingespeeld kunnen worden door zowel de schoolbesturen als de overheid. Helaas is dat niet gebeurd en nu zitten we met de gebakken peren en ontbreekt het aan bevoegde docenten.

Gesloten politiebureaus en te weinig rechters? Ook een gevolg van keuzes. Ook hier weer de keuze om de ogen te sluiten voor een naderende uitstroom van mensen vanwege pensioen. Of de keuze om bij de rechtbanken te werken met budgetten die niet toereikend zijn voor het werk.

Wachtlijsten in de jeugdzorg? Ook een gevolg van gemaakte keuzes. Niet op basis van de inhoud maar op basis van aannames en ideologie wordt de jeugdzorg steeds opnieuw ingericht. In die ideologisch prachtige wereld kan de jeugd met minder hulp en de jeugdzorg met minder geld toe. De markt maakt immer alles beter en goedkoper. Alleen blijkt de werkelijke wereld weerbarstiger.

Wachtlijsten in de publieke sector zijn niet ‘onoverkomelijk’ en de ‘publieke sector’ kan ook snel en wendbaar zijn. Dat is allemaal afhankelijk van keuzes. Dat het ‘beestje’ nu een bepaalde ‘aard’ heeft, en we te maken hebben met wachtlijsten en een logge overheid, is een gevolg van keuzes. Vooral de keuze om de ogen te sluiten en te vertrouwen op een ideologie. Kijkend naar een rode draad achter al deze keuzes, moet ik aan wijlen Ronald Reagan denken. In zijn inaugurale rede op 20 januari 1981 sprak hij de woorden: “In this present crisis, government is not the solution to our problems; government is the problem.” Voor zijn volgers, en dat zijn er ook in Nederland zeer veel, was het voor wat betreft de overheid ‘hoe kleiner hoe beter’. Werken voor de overheid werd en wordt nog steeds lager beoordeeld dan werken voor het bedrijfsleven. Daarmee is de uitspraak een self fulfilling prophecy geworden. De overheid werd door deze ideologie zo uitgekleed dat ze nu het probleem is. Inderdaad is het, om Kalshoven aan te halen, zoals het is. Dat wil niet zeggen dat er niets aan gedaan kan worden. Het ‘beestje’ kan ook een andere ‘aard’ aanleren.

‘Die K.. Nederlanders’

“Kijk nou naar de situatie dat Marokko weigert te praten over de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. Dat deze mensen überhaupt in die procedure komen is al bespottelijk, want ze komen immers uit een veilig land. Maar dat kan je nog zien als een slappe houding van ons. Maar dat Marokko ons zelfs een gesprek weigert om hun eigen mensen terug te krijgen vraagt om een keiharde reactie.” Dit advies geeft Jan Roos in zijn wekelijkse column bij De dagelijkse Standaard, aan staatsecretaris van Justitie en Veiligheid Boekers-Knol.  Boekers-Knol, zo is te lezen in de Volkskrant: “wilde hierover een gesprek met de ‘juiste minister’, maar kreeg nul op het rekest.”  Haar: “is te kennen gegeven dat het geen zin heeft om langs te gaan, want ik zou daar niet binnenkomen.” 

Bron: Wikipedia

Roos is niet de enige die zich opwindt over de Marokkaanse houding. Zoals we in de Volkskrant kunnen lezen vond de VVD-fractie het: “Te gek voor woorden,” en luisterde Groenlinkser Van Oijk: “met stijgende verbazing.” Volgens de VVD is de: “weigering reden te meer om diplomatieke maatregelen te nemen tegen landen die hun uitgeprocedeerde asielzoekers niet terugnemen.” Iets minder ferm dan Roos maar toch. Vrij naar voormalig huisarts en PvdA wethouder Rob Oudkerk zou je bijna uitroepen: ‘die ‘K… Marokkanen’

Maar toch. In deze zelfde week zette Turkije twee vrouwen uit naar Nederland. De vrouwen worden, zo lees ik in de Volkskrant verdacht: “van deelname aan een terroristische organisatie.” De gezamenlijke reactie van de ministeries van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken luidde: “Het kabinet betreurt dat Turkije ondanks alle inspanningen alsnog eigener beweging tot uitzetting is overgegaan.” Zouden de Turken nu ook die ‘K.. Nederlanders’ denken?

Nee, die in Turkije ‘ongewenste asielzoekers’ had politiek Den Haag liever niet hier gehad. Ze hebben immers ‘ons land en alles waar we voor staan’ verraden. Die hebben hun recht om hier te mogen zijn verspeeld. Van een van de twee, die naast de Nederlandse ook de Marokkaanse nationaliteit had, was zelfs de Nederlandse nationaliteit afgenomen. Dus hoe kon die nu naar Nederland worden teruggestuurd, ze was immers Marokkaanse. Vreemd trouwens dat in dergelijke gevallen alleen de Nederlandse nationaliteit wordt afgenomen van iemand die ook nog een andere heeft. Dit voor een overheid die al haar onderdanen gelijk moet behandelen. 

Wat de Marokkaanse beweegredenen zijn, wordt niet duidelijk. Die zou zomaar eens dezelfde kunnen zijn als de Nederlandse: ‘door Marokko te verlaten en asiel aan te vragen in Nederland heb je Marokko en alles waar het land voor staat verraden. Die hebben hun recht om in Marokko te mogen zijn verspeeld.’ 

De logica van Van Ark

“Jonggehandicapten werken wat vaker dan voorheen maar vooral in tijdelijke baantjes. Voor mensen uit de sociale werkplaats is de kans op werk afgenomen. Voor de oude groep in de bijstand is weinig veranderd.” Deze korte samenvatting van de evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) geeft de Volkskrant. In de krant een gesprek met verantwoordelijk staatssecretaris Van Ark. In het gesprek maakt de staatssecretaris zich er zorgen over: “Het zorgelijkst vind ik de groep mensen die op de wachtlijst stond voor een plek in een sociaal werkbedrijf. Voor hun moeten de gemeenten nu beschut werk vinden, maar dat gebeurt te weinig. Jonggehandicapten verdienen meer geld door arbeid. Dat is positief, maar hun inkomenspositie is verslechterd. Het doel van de Participatiewet is niet alleen om een uitkering te bieden maar ook uitzicht op werk, liefst vast werk en niet alleen onzekere, tijdelijke banen.” De oplossing van Van Ark: “de vrijblijvendheid moet eraf.” 

Bron: WikimediaCommons

Voor wie moet de vrijblijvendheid eraf? “Om te beginnen voor mijn ministerie. Dat moet gemeenten en werkgevers ondersteunen. In elke regio komt een loket dat hen bijstaat en overal op dezelfde manier werkt.” Vervolgens voor de gemeenten: “Die moeten nu aan de slag met de echt moeilijke groepen. Daar zie ik een lichtpunt. In veel college-akkoorden die na de gemeenteraadsverkiezingen zijn gesloten, staat: we gaan aan de slag met die groep.” Omdat gemeenten dit hebben laten zitten: “ga ik de wet nu zo veranderen dat de gemeenten iedereen die onder de Participatiewet valt een passend, niet vrijblijvend aanbod moeten doen voor het leveren van een tegenprestatie,” aldus Van Ark. En dan zijn we bij degenen waar de echte ‘vrijblijvendheid’ eraf moet: de mensen die zijn aangewezen op deze wet. Want, zo zegt de staatssecretaris: ‘‘Het gaat om wederkerigheid. Iets terugdoen voor de maatschappij.” 

Zou een ‘verplichte tegenprestatie’ er werkelijk voor zorgen dat een werkgever een jonggehandicapte in vaste dienst neemt in plaats van een tijdelijk baantje? Zou een ‘verplichte tegenprestatie’ werkelijk hun inkomenspositie verbeteren? Zou ‘de verplichte tegenprestatie’ werkelijk de kans op werk voor mensen uit de sociale werkplaats vergroten? 

Ik vrees met grote vrezen. Het enige wat er gaat gebeuren is dat kwetsbare mensen nog verder onder druk worden gezet. En waarom? De staatssecretaris: “Er is ook een groep mensen die zegt: ik wil niet werken. Volgens het SCP zijn dat zo’n 50 duizend mensen. Daar moeten we streng tegen zijn, want ik ben ook de staatssecretaris van de belastingbetaler die de uitkeringen betaalt.” Om die achter de veren te zitten moeten zo’n half miljoen anderen onder druk worden gezet en gestigmatiseerd.

Als onderzoek iets uitwijst dan is het dat de jonggehandicapten wel willen, maar dat hen geen vast werk wordt aangeboden. Dat zij door dat willen hun inkomenspositie verslechteren. Dan leert het onderzoek dat het ontbreekt aan passend werk voor mensen uit de sociale werkplaatsen. Zou een ‘tegenprestatie’ eisen van de vragers naar werk helpen om meer aanbod te creëren? Zou de staatssecretaris niet een ‘tegenprestatie’ van de werkgevers moeten eisen? Mag van de werkgevers niet ook ‘wederkerigheid’ worden geëist? Moeten de werkgevers niet ook iets ‘terugdoen voor de maatschappij’?  Zou zij van de overheid niet het goede voorbeeld moeten eisen?

Vietnam en beleid maken

Het hoofd van de luchtmacht Curtis LeMay is één zin in zijn in 1965 verschenen autobiografie altijd blijven aankleven: ‘ Mijn oplossing (…) zou zijn (de NoorVietnamezen) rechtuit te zeggen dat ze zich moeten terugtrekken en hun agressie moeten staken, omdat we ze anders terug naar het stenen tijdperk zullen bombarderen.” Zo begint hoofdstuk 14 van het boek Vietnam een tragedie 1945-1975 van Max Hastings. Het hoofdstuk heeft als titel Rollende donder. Dat, in het Engels Rolling Thunder, was de naam van de Amerikaans bombardementen op Noord-Vietnam vanaf februari 1965. Een paar zinnen verder: “Lyndon Johnson zette de Amerikaanse vliegtuigen in tegen Noord-Vietnam, omdat hij ten einde raad de cyclus wilde doorbreken waarin Washington voortdurend naar de pijpen van de vijand leek te dansen.” Op de afloop van de oorlog hadden de bombardementen trouwens geen enkele invloed. Tussen deze twee passages beschrijft  Hastings een bevinding van een andere Amerikaan: “Diep in de Zuid-Vietnemese jungle hunkerde een lezer van LeMay, Doug Ramsey, ernaar om de generaal te ontmoeten om hem erop te wijzen dat ‘het lastig is om iets naar het stenen tijdperk terug te bombarderen als het daar nog nooit uit is gekomen.”

Bron: Wikipedia

Aan deze passage uit Hastings’ boek, moest ik denken toen ik bij RTLZ een column van Wimar Bolhuis las met als titel De ijzeren wet van beleidsbehoud: een ramp voor alle uitvoerders. Die ‘ijzeren wet’ luidt dat beleidsmakers vasthouden aan wat ze eerder hebben bedacht: “Want toegeven dat het beleid niet uitpakt zoals de bedenkers hadden bedacht, is een politiek-ambtelijk teken van falen en dus slecht voor carrières en verkiezingsuitslagen.” Volgens Bolhuis: “veranderen beleidsparadigma’s vaak pas als het echt niet meer anders kan. Als het water aan de lippen staat.” Te lang wordt vastgehouden aan heilloze zaken: “Denk aan het falende automatiseringsbeleid bij het CBR, wat de mensen in het call center nu mogen oplossen. Denk ook aan het beleidsidee van Nationale Politie, waar de agenten nu nog steeds de scherven van aan het opruimen zijn. Of aan de bezuinigingen op onderwijs, waardoor overwerk in avonden en weekenden gaat toenemen. Denk aan hoe de jeugdzorg er nu aan toe is, nadat duizenden werknemers door nieuw beleid het veld ruimden.”

Toen Jonhson besloot tot een ‘GO’ voor Rolling Thunder stond het water nog niet tot aan de lippen al waren er wel voldoende signalen dat de Verenigde Staten een heilloze weg waren ingeslagen. Het water bereikte de lippen pas in 1973 een karrenvracht aan bommen met bijbehorende vernietiging, gewonden en doden later. “Ik gun alle uitvoerders dat zij de bedenkers hiervoor tijdig kunnen waarschuwen. En dat er geluisterd wordt. Voordat een ramp zich voltrekt.” Zo eindigt Bolhuis zijn schrijven. Met zijn artikel pleit hij: “voor extra waardering voor beleidsuitvoerders van Nederland. Voor de medewerker van de sociale dienst, de thuiszorgmedewerker, de schooldocent, de politieagent, ga zo maar door..”  Een pleidooi waarbij ik me van harte aansluit.

Ik zou er alleen nog iets aan toe willen voegen. Uit ervaring weet ik dat ambtelijke ‘beleidsschrijvers’ het niet makkelijk hebben. Niet makkelijk als ze een kritische noot laten horen op de door bestuurders en politici afgesproken koers. ‘Kan die kanttekening niet anders worden geformuleerd’?  ‘Als we dat risico benoemen, dan komen er lastige vragen’. Een kritische beleidsschrijver zal deze zinnen ongetwijfeld hebben gehoord. Bestuurders en ambtelijke managers die bang zijn dat afwijkende standpunten van ambtenaren ‘naar buiten komen. 

En dat zijn nog de meer onschuldige vormen. ‘Als de wethouder de bomen op de kop wil planten, dan adviseren wij dat ze op de kop moeten worden geplant.’ Die woorden sprak een afdelingsmanager van een gemeente waarmee de gemeente waarvoor ik werkte, ging fuseren. Toen ik dat hoorde, keek ik onder de tafel of mijn broek nog op de juiste plaatst zat. Het pleidooi dat ik vervolgens hield voor de beleidsambtenaar als onafhankelijk adviseur maakte geen indruk. Zo cru en uitgesproken als dit geval, maak je ze zelden mee. Als je die verzoeken vaak krijgt, ben je lastig en dat heeft zijn weerslag op je ‘toekomstperspectief’. Dit zorgt ervoor dat veel ‘beleidsschrijvers’ kiezen voor ‘baanzekerheid’. Dit terwijl openheid over afwijkende adviezen juist de kracht van het bestuur en het besluit versterkt. Het laat zien dat er binnen de overheid wordt gedacht, gediscussieerd en van mening wordt verschild. Juist die meningsverschillen en discussie zorgen voor betere besluiten. 

Geleuter over generaties

Een gedesillusioneerde generatie komt in opstand.” De kop boven een artikel van Daphné Dupont-Nivet en Jaap Tielbeke in De Groene Amsterdammer. “Het is de desillusie met dit apolitieke vooruitgangsoptimisme uit onze jeugd die verklaart waarom veel millennials de ideologische veren weer hebben opgeplakt. Onze generatie is minder bang om te polariseren of systeemkritiek te leveren, omdat we inmiddels weten dat de toekomst niet automatisch beter wordt. Vooruitgang vergt inspanning en politieke strijd, denken wij. Alleen zo kunnen we de beloftes van de jaren negentig misschien nog inlossen.” ‘Minder bang dan wie?’ Die vraag stelde ik mezelf toen ik het artikel las.

Bron: Pixabay

Beide auteurs zijn geboren in 1989 en beschrijven, om het kort te zeggen, hun leven tot nu toe. Hun zorgeloze jeugd in de jaren negentig van de vorige eeuw waarin ze mee kregen dat ze “alles konden worden wat we wilden, als we maar hard genoeg werkten en in onszelf geloofden.” Die jaren vatten ze treffend samen in de woorden van R. Kelly die in zijn jaren negentig hitje zong: “I believe I can fly. I believe I can touch the sky.”  Die jeugd werd op 11 september 2001 wreed verstoord en toen ze in 2008 volwassen werden stortte de economie in en werd duidelijk dat dat geloof in jezelf niet meer voldoende was. Of zoals ze zelf schrijven: “Nu onze dertigste verjaardag nadert moeten we vaststellen dat veel van die beloftes niet zijn ingelost. We joegen onze dromen na, maar behaalden onze diploma’s toen de economie in duigen lag. We vertrouwden op de deskundigheid van economen, maar kwamen erachter dat hun modellen de kiemen plantten voor sociale en ecologische ontwrichting. Het optimisme van de jaren negentig komt ons nu, turend in de achteruitkijkspiegel, ronduit naïef voor.” Maar nu zijn ze wakker: “De klimaatspijbelaars hebben de hoop opgegeven dat internationale onderhandelingen tot een happy end leiden. Of misschien hebben ze die hoop nooit gekoesterd en zijn ze wel boos, maar niet teleurgesteld, omdat ze niet anders gewend zijn. Dat is het verschil met de generatie boven hen, met onze generatie, die lange tijd het volste vertrouwen had in de instituties die in het leven waren geroepen om grensoverstijgende problemen het hoofd te bieden.” Beste auteurs hebben jullie de generatie boven jullie gevraagd naar dat vertrouwen in die instituties?

Gelukkig constateren ze dat herinneringen selectief zijn. Dat er ook al in de jaren negentig een ander geluid te horen was. Het systeem kritische geluid dat bijvoorbeeld van Naomi Klein verwoordde in haar boek No Logo. Klein stond hierin niet alleen, zo ‘ontdekken’ de auteurs: “En in het jaar dat R. Kelly zijn debuutalbum Born into the 90s uitbracht, schreeuwde Zack de la Rocha, leadzanger van rockband Rage Against The Machine, de longen uit zijn lijf om structureel racisme aan te kaarten in hun debuutsingle Killing in the Name.” De auteurs constateren: “Misschien moeten we juist putten uit die alternatieve erfenis, die niet alleen bij ons, maar ook in het collectieve geheugen ondergesneeuwd is geraakt.” Beste auteurs, hoe komen jullie erbij dat die alternatieve erfenis ondergesneeuwd is geraakt?

Die erfenis staat in een lange traditie. “You’ll go quietly to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause. Feeding global corporations’ claws!” Aldus een stukje tekst uit  We’ve got a bigger problem now van mijn favoriete punkband Dead Kennedys in 1981. De wereld kampte toen met de angst voor ‘de bom’ en leed onder de gevolgen van de tweede oliecrisis. Voor of tegen de bom? Voor of tegen kraken? Ja aan dat kraken danken jullie, de jongeren van tegenwoordig, het goedkope anti-kraak wonen. Voor Den Uyl of voor Wiegel? Een tijd waar je als jongere kon fluiten naar een baan. Een tijd van polarisatie en systeemkritiek die zo midden de jaren zestig begon. In die periode, in 1972, kwam de Club van Rome met haar rapport Grenzen aan de groei. In dat rapport werd geconcludeerd dat: “De mensheid ( niet) kan (…) blijven doorgaan zich met toenemende snelheid te vermenigvuldigen en materiële vooruitgang als hoofddoel te beschouwen, zonder daarbij in moeilijkheden te komen. (…) Dat betekent dat we de keuze hebben tussen nieuwe doelstellingen zoeken teneinde onze toekomst in eigen handen te nemen, of ons onderwerpen aan de onvermijdelijk wredere gevolgen van ongecontroleerde groei.” Ook toen wisten we dat de toekomst niet ‘automatisch’ beter werd. Dat daar inspanning en soms strijd voor nodig is.

Nee, ‘jullie generatie’ staat niet alleen als het ‘polariseren en systeemkritiek’ betreft. En nu we het toch over jullie generatie hebben. Zoals jullie zelf al constateren bestaat die uit mensen met zeer verschillende meningen. Met als uitersten aan de ene kant de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’. “Alle vormen van ongelijkheid (op basis van onder andere huidskleur, gender, seksualiteit, klasse, leeftijd, opleidingsniveau) staan met elkaar in verband en moeten ook zo bestreden worden. Alleen zo valt te begrijpen hoe verschillende vormen van onderdrukking samenkomen, zich manifesteren en elkaar versterken. … Ze combineren wokeness met kapitalismekritiek.” Zo vatten jullie die leer kort samen. En aan de andere kant alt-right’: “de frisse politieke wind (…) die niet met de consensuscultuur meewaait.”  Een wind die wordt belichaamd, zo schrijven jullie door Thierry Baudet en die: “Een cultuuroorlog in gang zet(…); eentje die de maatschappelijke omwentelingen die sinds mei 1968 hebben plaatsgevonden (‘de massale immigratie, de euromunt, de kaalslag in het onderwijs, het multiculturalisme, de schaamte voor onze eigen geschiedenis en de culturele zelfhaat’) terugdraait.” Daarmee doen jullie Baudet tekort  die wil, zo begrijp ik hem, liever terug naar de achttiende eeuw.

Die verdeeldheid geldt niet alleen voor ‘jullie’ generatie. Die geldt voor alle generaties. Een generatie is niets meer en ook niets minder dan een groep mensen met ongeveer dezelfde leeftijd. Het zegt niets over de manier waarop ze naar de wereld kijken. Het onderscheid tussen progressief en conservatief om die oude termen maar weer eens van stal te halen, is geheel eigen aan de mens, niet aan een ‘generatie’. De ene mens is avontuurlijk ingesteld, de andere blijft het liefst in zijn vertrouwde wereldje zitten. Als jullie de geschiedenis bestuderen, dan zullen jullie zien dat progressieve en conservatieve periodes elkaar opvolgen. De huidige, conservatieve volgde op de gepolariseerde verhoudingen uit mijn jeugd. Die weer volgde op de conservatieve na-oorlogse periode die weer volgde op de extreem gepolariseerde verhoudingen van de jaren dertig van de vorige eeuw. Een periode die eindigde met de de Tweede Wereldoorlog. En zo kunnen we doorgaan. Dat een periode ‘conservatief’ is, wil niet zeggen dat ‘progressieve’ krachten ontbreken. Omgekeerd trouwens ook niet. Kapitalisme-kritiek is al zo oud als het kapitalisme. Lees Marx om er een te noemen. Kritiek op de ‘vooruitgang’ trouwens ook. Lees Plato of Rousseau. Al zullen die zeggen dat er sprake is van ‘achteruitgang’. Waar ze het allemaal over eens waren was dat de ‘toekomst niet ‘automatisch’ beter werd.

Zoek in de strijdt voor ‘vooruitgang’ of ‘behoud’ naar de verbinding met mensen van alle leeftijden. Lees het werk van Klein, Marx, Plato en Rousseau. Praat met de ouderen en leer van hen. Leer van hen door naar hun ervaringen te vragen. Leer van: “Hoopvolle burgers (die) de zwaarbewapende grenswachten (trotseerden) en trokken eigenhandig het IJzeren Gordijn naar beneden.” Die: “streden (…) voor dezelfde idealen als waar onze generatie nu voor vecht.” Leer van hen en van hun ervaringen. Dat voorkomt eerder gemaakte fouten en maakt de kans groter dat successen worden herhaald. Zoek naar verbinding en stop met dat ‘generatie geleuter’! Dat zaait alleen maar verdeeldheid.

Het makkelijke moeilijk

Een dag of twee geleden reed ik naar mijn werk. De radio stond aan op 3FM en Sanders Vriendenteam zorgde voor het vermaak. Tijdens het nieuwsbericht hoorde ik van een plan van de Tweede Kamer. Wat hield het plan in? Wel, zet altijd de maximum snelheid op de matrixborden boven de snelweg. Presentator Sander sprak erover met de nieuwslezer van dienst Dieuwke. Het leek beiden wel een goed idee en om dat te testen vroegen ze de luisteraars naar hun mening. ’Doen’ zei de een, dat zorgt voor duidelijkheid. ‘Niet doen’ zei een ander, dat leidt nog meer af. Zelf vroeg ik me iets anders af maar daarop kom ik later terug.

Bron: Wikipedia

Eerst even het plan. Bij NOS.nl is te lezen dat het idee afkomstig is van CDA-Kamerlid De Pater-Postma. “Volgens haar is het voor automobilisten duidelijker en dus veiliger als ze altijd kunnen zien hoe hard ze mogen rijden en kan het een hoop boetes schelen.”  Wat is het probleem? “De snelheden verschillen per snelweg en ook op één en hetzelfde traject wisselt de maximumsnelheid vaak. Ook kan er overdag een andere snelheid gelden dan ’s avonds. Zeker nu er door de stikstofmaatregelen op sommige plekken ook nog lagere maximumsnelheden gelden.” Een kamermeerderheid steunt het idee en het kabinet gaat het voorstel ‘ bekijken’ omdat het “Volgens minister Van Nieuwenhuizen is het(…) nog wel lastig omdat niet alle borden drie cijfers kunnen weergeven. Ze gaat met Rijkswaterstaat bekijken wat wel en niet kan.” 

Op zich een logische redenering: snelheden kunnen variëren, deze borden kunnen variëren, zet dan de snelheid op die variabele borden, dan is het duidelijk. Probleem is alleen dat er veel snelwegen zijn waar geen matrixborden hangen. Dus daar dan ook maar van die borden ophangen? Maar wat als die ‘niet doen’ luisteraar gelijk heeft en het tot nog meer ‘afleiding’ leidt? En wat als er een stroomstoring is? Geldt er dan geen maximum snelheid? Of moet de chauffeur dan toch weer op de normale borden kijken en weten op welk moment op welk traject hoe hard wordt gereden? Lastig. Het lijkt makkelijk maar ligt toch moeilijk.

Pardon? Missen het geacht Kamerlid en in haar spoor de rest van de Kamer en de minister niet de meest eenvoudige manier om duidelijkheid te scheppen? De meest eenvoudige manier? Welke dan? Nou gewoon één vaste maximumsnelheid op een weg. Bijvoorbeeld altijd 100 km/u op snelwegen waar die zich ook bevinden en hoe laat het ook is. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Het ‘Europees orkest’

“De Europese Unie, in haar huidige vorm, is de slechtst denkbare constructie om onze beschaving in de 21ste eeuw te behoeden voor verval.” Met die woorden opent Juliaan van Acker zijn artikel bij TPO. In dat artikel wijst hij China aan als het grote gevaar voor de wereldvrede. De Europese Unie ziet: “De dreiging van deze communistische dictatuur (…) niet (…) en daarom ontbreekt het aan een zinvolle politieke strategie.” Vervolgens legt Van Acker uit wat er allemaal niet deugd en concludeert hij dat als: “we onze Europese beschaving, onze vrijheid en onze ethiek, willen redden, dan moeten we het vertrouwen in de Europese Unie opzeggen.” Daarom moet: “Europa (…) opnieuw opgebouwd worden vanuit de natiestaten. Een confederatie ligt het meest voor de hand. Sterke nationale staten kunnen met elkaar op defensiegebied en inzake buitenlands beleid een alliantie aangaan om serieus tegenwicht te kunnen bieden aan de grootste bedreiging die op ons afkomt.” Een bijzonder betoog.

Bron: Wikipedia

Niet zozeer omdat Van Acker niet duidelijk maakt waarom we de Europese Unie moeten opzeggen alleen om dat de dreiging vanuit China niet wordt gezien. Als Van Acker werkelijk een punt heeft, of denkt dat hij het heeft, wat let hem dan om die dreiging voor iedereen zichtbaar te maken. Wat let hem om politici te overtuigen van zijn gelijk en er bij hen op aan te dringen dat ze maatregelen nemen. Immers wie garandeert dat Van Ackers nieuwe statenbond die dreiging wel ziet?

Wel zo zeer omdat de Europese Unie de facto een confederatie, een bond van staten, is. Een statenbond van onafhankelijke staten die zijn overeengekomen om bepaalde zalen gemeenschappelijk te regelen. Een statenbond van ‘krachtige natiestaten’ die, als ze dat willen ook nu ook al in zake buitenlands beleid en defensie een alliantie aan kunnen gaan. Dat ze dat kunnen is niet zozeer het probleem. Het probleem is het willen. Die ‘krachtige natiestaten’ willen internationaal allemaal hun eigen toontje meeblazen in het internationaal concert. Ze zijn slechts in zeer beperkte mate bereid om op deze gebieden hun toontje af te stemmen met de anderen om zo tot een gezamenlijke voorstelling te komen. Ze accepteren geen ‘dirigent’. Dat is nu juist het kenmerk van het “Europees orkest’ . Zou een nieuwe ‘Van Ackerbond’ dit probleem oplossen?

‘Waar moeten we ze op komen halen?’

  “Terwijl een Turks offensief tegen de Koerden in Syrië in volle gang is, opent president Erdogan een ‘tweede front’ tegen Europa. Hij dreigt ‘de poorten open te zetten’ naar Europa voor de 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, als de EU haar kritiek op de inval niet inslikt” Zo is te lezen in een artikel van Arnout Brouwers in de Volkskrant. Brouwers doet verslag van  het debat hierover in de Tweede Kamer en de Europese Unie en dat stemt tot treurnis. Dieptepunt, zo vindt de Ballonnendoorprikker, is de reactie van VVD-kamerlid Koopmans: “We moeten voorkomen dat sancties Nederlandse inkomens en banen raken.” Dat het maar duidelijk is, een Nederlandse baan is belangrijker dan het leven van een Koerd.

Bron: Wikipedia

Tja… Nog niet eens zolang geleden stond het gros van de politici te juichen. Het was gelukt om de stroom vluchtelingen naar Europa te stoppen. In ruil voor vele miljarden zou Turkije de Syrische vluchtelingen opvangen. Een ‘prachtige’ deal tussen de Europese Unie en Turkije bereikt onder premier Ruttes voorzitterschap. Een deal die door toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom ‘een blauwdruk voor andere routes’ werd genoemd. En inderdaad hangt het Europese migratiebeleid tegenwoordig van deals aan elkaar. Voor wie er een goed beeld van wil krijgen, lees het boek Niemand wil ze hebben van journalist Linda Polman.

“Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert?” Die vraag stelde ik in de Prikker van 15 april 2016. En nu is het dan zover. Het geld is overgemaakt en de vluchtelingen worden als machtsmiddel gebruikt. ‘Hou je bek, anders laat ik ze los’, schreeuwt Erdogan tegen de Europese Unie en meteen zijn de problemen die met de deal werd gemaskeerd weer zichtbaar. Recent schreef ik: “Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen.” Nu is de macht van Erdogan niet zo groot. Zijn macht lijkt groot door die onderlinge Nederlandse en Europese verdeeldheid. Die maakt Erdogan machtig. Ja, Turkije heeft een flink leger. Economisch is het een wankel land en intern is het tot op het bot verdeeld. En zoals zovelen voor hem probeert hij de interne zwakte te verbloemen door een ‘ gezamenlijke vijand’ te benoemen en een oorlog te beginnen.

Beste heren politici van welk pluimage dan ook. Het enige wat u nu moet doen, is de volgende vraag stellen: ‘Waar moeten we ze op komen halen?’ Die vraag maakt Erdogan ineens machteloos. Daarmee geeft u het signaal af dat Europa zich niet laat chanteren. Tevens corrigeert u daarmee de in 2016 gemaakte fout. Die 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen vangen we op en we zorgen ervoor dat ze een nieuw leven kunnen opbouwen. 

Die vraag laat u volgen door de woorden: wij laten ons niet meer chanteren! Die miljarden die u voor deze vluchtelingen kreeg, waren de laatste die u van Europa zult ontvangen. Alle Europese investeringen in uw land worden met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij bevriezen alle tegoeden van Turkije en haar inwoners. Alle handel met uw land wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij geven een negatief reisadvies voor Turkije en ontraden onze inwoners om naar uw land op vakantie te gaan. Als laatste achten wij ons richting Turkije niet meer gebonden aan artikel 5 van de NAVO. 

Maar ja, in 2016 hadden onze leiders al zwakke knieën en gezien het gekrakeel en de angst voor een werkloze Nederlander, zal de schreeuwlelijk wel weer zijn zin krijgen. Leiderschap zal ook nu wel weer ver te zoeken zijn. Van principes kun je immers niet eten en dus is een Nederlandse baan belangrijker dan het leven van een Koerd.

Maatschappijleer voor Kamerleden

“Waanzinnig. Miljoenen euro’s voor illegalen in Amsterdam. In plaats van ze vast- of uit te zetten krijgen ze bakken met geld voor feestjes, vlogcursussen en naailessen. Kabinet moet ingrijpen en GroenLinks burgemeester Halsema ontslaan! Snel Kamerdebat!” Een bericht dat fractievoorzitter en enig partijlid van de PVV Geert Wilders de digitale ether in heeft geslingerd zo lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Nu kunnen ze in de Amsterdamse ‘grachtengordel’ in het algemeen en bij GroenLinks in het bijzonder en burgemeester Halsema nog meer in het bijzonder, niet veel goeds doen in de ogen van Wilders en dus de PVV. Dit bericht is wel heel bijzonder.

Bron: WikimediaCommons

Het bericht doet mij uitroepen: onstla Wilders! Maar ja, tot wie moet je die boodschap richten? Kamerleden ontslaan gaat niet. Ze kunnen uit hun fractie en zelfs uit hun partij worden gekieperd. Nou ja ze, dat geldt dan weer niet voor Wilders want hij is zoals gezegd de PVV. Waarom een roep om het ontslag van Wilders. Omdat je van kamerleden, en zeker van een Kamerlid als Wilders dat al meer dan twintig jaar in functie is, mag verwachten dat ze bekend zijn met de inrichting van ons staatsbestel. Dat ze weten welk bestuursorgaan bevoegd is en welke volksvertegenwoordiging waarvoor verantwoordelijkheid draagt. Daarom een lesje maatschappijleer voor kamerlid Wilders.

Laten we het korte bericht van Wilders eens onder de loep nemen en bekijken wat de redenen zijn die Wilders aandraagt om burgemeester Halsema de laan uit te sturen. Als eerste ‘de miljoenen’ die Amsterdam vrijmaakt voor de opvang van illegalen. Het budgetrecht, het recht om te bepalen hoeveel geld waarvoor beschikbaar wordt gesteld, ligt bij de gemeenteraad. Daarvan is Halsema de voorzitter maar ze heeft geen stemrecht. Die ‘miljoenen euro’s’ zijn Halsema daarmee niet te verwijten. Dat kan en mag geen reden zijn om een burgemeester te ‘ontslaan’.

“In plaats van ze vast of uit te zetten …,” vervolgt Wilders zijn bericht. Een burgemeester, het college van burgemeester en wethouders noch een gemeenteraad is niet bevoegd om mensen vast te zetten noch om hen het land uit te zetten. De politie mag iemand in bewaring stellen zoals vastzetten in juridische termen heet. De bevoegdheid om iemand het land uit te zetten is toebedeeld aan de Dienst Terugkeer & Vertrek. Deze dienst is een onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat illegalen niet in bewaring worden gesteld of worden uitgezet kan daarmee geen reden zijn om Halsema te ontslaan. Wil Kamerlid Wilders dat illegalen in bewaring worden gesteld en uitgezet dan moet hij de minister van Veiligheid en Justitie daarop aanspreken. Dat aanspreken is zijn rol en taak als Kamerlid.

Dat er met het geld dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” worden verzorgd, is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Daarvan is burgemeester Halsema een van de leden. Als die “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” reden zijn voor ontslag van een bestuurder, dan zou dat wethouder Groot Wassink moeten zijn. Hij heeft ‘Vluchtelingen en Ongedocumenteerden’ in zijn portefeuille. Daarbij is het niet aan de Tweede Kamer noch aan de regering om een bestuurder van een gemeente daarvoor te ‘ontslaan’. Een gemeentebestuurder dient zich in de gemeenteraad te verantwoorden en het is aan de gemeenteraad om het vertrouwen in een bestuurder op te zeggen, te ‘ontslaan’ om Wilders’ terminologie te gebruiken. Dat mensen die op straat leven, de dak- en thuislozen om de beleidsterm te gebruiken, worden opgevangen is nu juist wel een verantwoordelijkheid van het Amsterdamse gemeentebestuur. Daarbij is het niet relevant wat de ‘wettelijke status’ van de betreffende persoon is.

Een dergelijk gebrek aan elementaire kennis van de bestuurlijke verhoudingen in Nederland bij iemand die al twintig jaar in de Tweede Kamer zit, is schrijnend en in mijn ogen een reden voor ‘ontslag op staande voet’. Maar ja, er is niemand die zittende Kamerleden kan ‘ontslaan’. Zij kunnen alleen door de kiezer worden ‘ontslagen’. Nu kan ik mij niet voorstellen dat Wilders dit niet ook weet en dat maakt het nog schrijnender.