Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Ponzifraude

Een briefje van twintig euro. Een klein papiertje met een blauwe opdruk, de ramen van een gotische kerk en op de andere kant een kaartje van Europa. Ik kan ermee naar de winkel gaan en dan kan ik er brood, pasta of een kratje bier voor kopen. In vroeger tijden werkten schelpen ook. Eigenlijk vreemd dat ik zoiets belangrijks als eten of drinken krijg voor iets zo onbelangrijks als dat gekleurde snippertje papier. Maar omdat iedereen erin gelooft kan het.

Dat is de kracht van geld. Geld maakt het economische verkeer makkelijk. Ik hoef nu niet iedere keer meer om te rekenen hoeveel ‘advies’ ik moet geven voor een brood. En als de bakker geen advies nodig heeft en ik wel brood, dan hoef ik niet op zoek naar iemand die wel behoefte heeft aan ‘advies’ en die iets heeft wat de bakker wel wil zodat we een ruilketen kunnen maken.

geld

Illustratie: Public Domain Pictures

De afgelopen jaren schijnt er een nieuwe vorm van geld bij te zijn gekomen, de bitcoin: “… revolutionair, decentraal, neutraal en vrijwillig. Om het simpel te stellen: bitcoins zijn digitaal geld en je kan ze dus gebruiken net zoals je dat met Euro’s of Dollars zou doen. Je kan er goederen mee kopen, ze onderling uitwisselen, ze ontvangen in ruil voor een dienst, ermee speculeren of ze weer omruilen voor bijvoorbeeld Euro’s. En dat zijn nog maar een paar van de bijna ontelbare toepassingen.” Die nieuwe munt is een wonder der technologie en bestaat alleen maar virtueel, dus bij een grote langdurige stroomstoring kan er niet meer worden betaald. Dan wordt het bij de andere munten ook lastig omdat het grootste deel van de ‘handel’ ook virtueel wordt betaald, maar die bieden dan het reële alternatief van briefjes en munten.

Wat ik het meest bijzondere aan deze ‘nieuwe munt’ vind, is dat er reclame voor moet worden gemaakt. Zo las ik in de Volkskrant dat beroemde Amerikanen en ‘beroemde’ Nederlanders er reclame voor maken. ‘Beroemde’ tussen aanhalingstekens omdat ik nog nooit heb gehoord van Joel Beukers en Nipsey Hussle. Is er niet iets goed mis met geld waarvoor ‘reclame’ moet worden gemaakt? Als geld wordt vertrouwd, is reclame immers niet nodig, dan accepteert iedereen het als vanzelf.

Nu is er met die bitcoin en andere ‘virtuele munten’ want er zijn er meer, iets bijzonders aan de hand. Die munt is het afgelopen halfjaar ongeveer vijfduizend euro in waarde gestegen en meer dan vijf keer zo veel waard geworden. Sinds zijn uitvinding in augustus 2010 is hij 12.681.660% in waarde gestegen. Dat is mooi voor degene die de eerste bitcoin in omloop bracht. Stel hij bracht er honderd in omloop en gaf er tien niet uit, dan heeft hij met die tien die hij in bezit heeft gehouden een kapitaal vergaard van meer dan 126 miljoen euro.

Iets wat allemaal is betaald door de latere instappers. Lijkt dat niet verdacht veel op een Ponzifraude of een piramidespel? Dat kan de reclame verklaren. Er is immers nieuwe inleg in euro’s, dollars en andere echte valuta nodig om de oude investeerder uit te betalen in die euro’s, dollars en andere echte valuta.

Wraak op vroeger

“De dominante opvattingen van die tijd waren geen opvattingen maar geloofsartikelen. Van de stelligheid waarmee ze werden uitgedragen, ging iets intimiderends uit. Wie er geen deelgenoot van was, had het gevoel te zondigen tegen de tijdgeest – na de doodverklaring van God de hoogste autoriteit.”

De mooiste zin uit het artikel van Sander van Walsum in de Volkskrant. Deze zin beschrijft de sfeer in de jaren zeventig van de vorige eeuw en beweert dat #MeToo afrekent met de ‘hardnekkige restanten’ van de jaren zeventig.

MeToo

Illustratie: Flickr

Even vooraf, natuurlijk is seksueel geweld en – misbruik afschuwelijk en moeten de daders worden gestraft.

Er is iets met dat ‘afrekenen’, worden we tegenwoordig niet overspoeld met ‘#MeToo-achtige’ golven die ons vragen om ‘af te rekenen’ met een voorbije tijd? Altijd is er wel iets uit vervlogen jaren waarmee moet worden afgerekend. De hippies waarmee nu moet worden afgerekend, rekenden af met het collectieve en de ‘groepsdruk’ en pleitten voor de ontplooiing van het individu, vrijheid en alles moet kunnen. Nou ja alles, bemoeienis met Vietnam natuurlijk niet. Via Vietnam komen we als vanzelf bij het kolonialisme, ook daar sturen velen een  ‘#MeToo-achtig’ bericht als slachtoffer van de koloniale politiek van de westerse wereld. En van het kolonialisme is het maar een kleine stap tot de slavernij en logische achterstelling en discriminatie van mensen. Ook hier wemelt het van een soort van ‘#MeToo’ berichten en moet met de schuldigen, de ‘witten’ worden ‘afgerekend’. Een andere favoriet waarmee moet worden afgerekend is de ‘links multiculturalistische Gutmensch’ uit de jaren tachtig en negentig die problemen met migratie ontkende en geloofde in de ‘hemel op aarde’, maar dan met meerdere geloven en culturen. Ook tegen hen wemelt het ‘slachtoffers’ die zich melden met een  soort’ #MeToo’ bericht.

In al die gevallen worden de ‘dominante opvattingen’ van een tijd aan de kaak gesteld waarmee afgerekend moet worden. Ze verkondigden hun opvattingen immers als ‘geloofsartikelen’ en wie zich ertegen verzette was ‘zondig’.

Wat mij opvalt aan dat ‘afrekenen met vroeger tijden’ is dat de oproepers ertoe vaak zeer dominante opvattingen hebben, zo dominant dat het wel ‘geloofsartikelen’ lijken. ‘Geloofsartikelen’ die met een stelligheid worden uitgedragen dat het intimiderend overkomt en het zeer lastig wordt om een andere, genuanceerdere boodschap te laten horen. Geloofsartikelen die verdeeldheid zaaien terwijl ze naar verbinding zeggen te zoeken. Zo intimiderend dat je je zondig gaat voelen en aan jezelf gaat twijfelen omdat je de ‘tijdgeest tegen hebt’ en daardoor maatschappelijk ‘doodverklaard’ lijkt.

Zou deze ‘wraak op vroeger’ en de verdeeldheid die het veroorzaakt iets zijn waar men zich in toekomstige tijden tegen gaat afzetten in een nieuwe ‘#MeToo’? In dat laatste geval alvast ‘#MeToo’.

I fought the law and …

“The law don’t mean shit if you got the right friends. That’s how this country’s run. Twinkies are the best friends I ever had.”

Een couplet uit het nummer I fought the Law van de Amerikaanse punkband Dead Kennedys. Zelfde melodie en muziek (alleen wat sneller) als het nummer met dezelfde titel van de Britse punkband The Clash, maar andere tekst. Ik moest aan dit nummer denken waarin de Dead Kennedys de ongelijkheid voor de wet in de Verenigde Staten aan de kaak stellen.

dead kennedys

Illustratie: Flickr

“Het CDA is tegen het referendum, maar nu het er is, moet de uitslag worden gerespecteerd.” Deze uitspraak deed CDA-kamerlid en woordvoerder Pieter Omzigt in november 2015. Een paar maanden later, na het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne sprak fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma de volgende woorden: “De democratie is geen laboratorium waar je zonder consequenties kunt experimenteren. 4 miljoen echte Nederlanders zijn op 6 april naar echte stembureaus gegaan, waar ze echt hebben gestemd. Kosten 40 miljoen euro. Resultaat: een groot vraagteken. Een patstelling zelfs. En ik voorspel u: aan het eind van de rit, nog minder vertrouwen in de politiek.” 

Nu een kleine anderhalf jaar van ‘voortschrijdend inzicht’ verder en met een komend referendum over de ‘sleepwet’ die geheime – en opsporingsdiensten veel meer bevoegdheden geeft om gegevens van willekeurige burgers te verzamelen en bewaren, denkt het CDA er bij monde van haar leider Buma weer anders over“We hebben afgesproken dat we het referendum gaan afschaffen. Het is een rest uit het verleden. En ik wil dat die ‘sleepwet’ doorgaat. Hier ga ik de keuze maken dat we dit referendum niet beschouwen als een echt referendum.” Een referendum dat er toch echt gaat komen omdat die ‘rest’ uit het verleden nog steeds van kracht is. En op grond van die wet zal dat referendum toch echt een ‘echt’ referendum zijn, wat Buma ook beweert.

Is het niet vreemd dat de fractievoorzitter en politiek leider van een van de grotere partijen én van een van de regeringspartijen blijk geeft van een dergelijke minachting voor de wet? Als jurist zou Buma toch gehoord moeten hebben van de beginselen van behoorlijk bestuur en dan vooral het rechtszekerheidsbeginsel? Er is veel tegen de referendumwet in te brengen, dat heb ik eerder ook al enkele keren gedaan. Het staat Buma en de regeringspartijen vrij om een voorstel in te dienen om de referendumwet te veranderen of in te trekken. Totdat dat voorstel is aangenomen, is de huidige referendumwet van kracht en hebben parlement en regering zich eraan te houden. Zou Buma niet eens moeten gaan praten met zijn partijgenoot Omzigt, die leek dit in 2015 te begrijpen?

Als we ons toch niet aan ‘resten uit het verleden’ hoeven te houden zoals Buma beweert, waarom dan een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), zoals de ‘sleepwet’ officieel heet, dan doe je toch gewoon wat je wilt. Dat is wat Buma nu ook van plan is. Waarom dan überhaupt nog wetten, je hebt toch immers ‘the right friends’ en kunt het refrein meezingen:

“I fought the law and I won.”

Denken en Can Do(en)

Het nieuwe Nederlandse kabinet stond afgelopen donderdag op het bordes bij de koning voor de traditionele statiefoto. Over die foto en vooral de kleren en schoenen is al veel geschreven en dat laat ik dan ook zo. Ik wil het hebben over wat het motto van het kabinet lijkt. De nieuwe minister van defensie, Ank Bijleveld, formuleerde het, zo las ik in de Volkskrant, als volgt:

“Dit wordt een uitvoeringskabinet. Wij gaan vertrouwen winnen door dingen te doen. Doen is het nieuwe denken. Ik heb vandaag om me heen gekeken naar de ploeg en ik dacht: dit is een type mensen dat dat kan.”

Bij Pauw op tv zei de CDA vice-premier Hugo de Jong iets soortgelijks.

Can Do

Foto: Pixabay

Als met dat ‘doen’ wordt bedoeld het uitvoeren van alles wat er in het regeerakkoord wordt genoemd, wat gaan ze dan doen? In dezelfde krant was Frank Kalshoven daarover zeer kritisch: “het regeerakkoord is geen verzameling beleidsmaatregelen, maar vooral een geannoteerde agenda voor nader te voeren overleg met betrokkenen. Ervan uitgaande dat gesprekspartners dan ook iets terugzeggen, kan de inhoud van het coalitiebeleid nog heel anders uitpakken dan we nu denken.” Zou het ‘doen’ dan vooral uit praten bestaan?

Waarover ga je praten? Zou je niet eerst moeten nadenken over wat je wilt bereiken? Wat moet al dat overleg opleveren? Wat wil je bereiken? Wat moet er in die akkoorden staan die dat overleg moet opleveren? Wanneer ben je tevreden? Toch eerst denken voordat je iets gaat doen? Want loop je anders niet het risico dat je halverwege, of erger nog, op het einde tot de conclusie komt dat je iets verkeerds aan het doen bent. Of dat je ‘doen’ ongewenste neveneffecten heeft? Natuurlijk moet het niet bij denken blijven, na het denken moet er wat gebeuren anders heeft het denken geen zin.

De nieuwe minister van defensie zou toch beter moeten weten. Dat ministerie is de laatste tijd negatief in de publiciteit vanwege juist de nadruk op het doen, de ‘Can Do mentaliteit’ er is laatst nog een demissionaire minister over deze mentaliteit gevallen. Zou dat er in ieder geval bij dit ministerie, voor pleiten om juist wat meer te denken voordat je Can gaan Do(en)?

Nu heeft het nieuwe kabinet, zo vertelde vice-premier De Jong bij Pauw, een hoog Rotterdam-gehalte en bevat de tekst van het clublied van de trotste voetbalclub van die stad de woorden ‘geen woorden maar daden’. Het kan zijn dat dit de oorzaak is van de ‘doen-mentaliteit’ in het nieuwe kabinet. En inderdaad win je de wedstrijd niet met praten, je moet toch echt de voeten laten spreken. Maar toch, moet je bij het voetballen niet ook vooraf nadenken hoe je de wedstrijd gaat spelen?

Morele meetlat

In het kader van de maand van de vergeten geschiedenis publiceert De Correspondent Ewald Vanvugt over de Nederlandse betrokkenheid bij de opiumhandel in de Oost. In dat artikel beschrijft Vanvugt hoe eerst de VOC en vervolgens de Nederlandsche Handel-Maatschappij met medeweten van de toenmalige overheid 350 jaar lang heeft gehandeld in opium. Iets wat volgens Vanvugt bijna niet wordt gemeld in de geschiedenisboeken. Vanvugt:

“En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen. Het zwijgen wist het verleden uit te wissen alsof het nooit gebeurde.”

Opiumkit

Foto: Wikimedia Commons

Nu hoeven we ons er niet over te verbazen dat de VOC ook in opium handelde. En verborgen? Het is gewoon op Wikipedia te vinden. In die tijd handelde men, net als tegenwoordig trouwens, in alles wat los en vast zat. Als er geld mee te verdienen was, dan kon je er vergif op innemen dat erin werd gehandeld. De mores van die tijd waren heel anders dan die van tegenwoordig.

Daarmee kom ik bij het punt dat ik wil maken en dat is de vraag of in dit artikel  het verleden niet verkeerd wordt beoordeeld? Net als trouwens in veel publicaties die tegenwoordig over het verleden die tegenwoordig de pers halen. Verkeerd omdat het langs de morele meetlat van nu wordt gelegd, terwijl de mores in die tijd anders waren.

Neem de titel van het artikel van Vanvugt: “Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee).” Dat er mensen schade ondervonden van opiumgebruik, staat buiten kijf. Het gebruik van het moderne woord ‘drugskartel’ suggereert iets misdadigs terwijl de opiumhandel in die tijd volkomen legaal was. In die tijd bestonden er geen lijsten met verboden verdovende middelen.

Zijn die mores trouwens wel zo anders? Dat er voor profijt oorlogen werden gevoerd, gebieden werden veroverd, ‘koningen’ werden afgezet en mensen vermoord, hoeft niet te verbazen, dat gebeurt tegenwoordig immers nog steeds. Zie bijvoorbeeld de bevrijding van Koeweit of de inval in Irak om Saddam Hoessein te verwijderen.

Kunnen we ons niet beter concentreren op het langs de huidige morele meetlat leggen van onze huidige daden? Bijvoorbeeld ons ijveren voor vrede, vrijheid en democratie langs de ‘Turkije-deal’ en de opvang in de regio?

Wass sich liebt das neckt sich

Identiteit staat in het brandpunt van de belangstelling, in het regeerakkoord lees je het als volgt: “De Nederlandse identiteit blijft herkenbaar in een sterke internationale inbedding.” Die identiteit is ‘onlosmakelijk’ verbonden met de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Waarheden als een koe zeggen velen en erachteraan dat bijvoorbeeld de ‘moslimcultuur’ niet is te verenigen met de Nederlandse.

Chocolademelk

Foto: Pixabay

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid schetst Yuval Noah Harari een ander beeld. Volgens Harari zijn menselijke culturen continu in beweging en in beweging in een bepaalde richting. Op microniveau en op de korte termijn zou je kunnen concluderen dat ‘culturen’ uiteenvallen. Neem bijvoorbeeld het streven van de Catalanen naar autonomie, dit zou je kunnen zien als versnippering van een (de Spaanse) cultuur. Kijk je over hele lange tijd dan is: “het glashelder dat de geschiedenis genadeloos op eenheid afstevent,” zo schrijft Harari. 

Volgens Harari zijn we al een heel eind op streek: “We hebben het nog steeds vaak over ‘authentieke’ culturen, maar als we met ‘authentiek bedoelen wat zich zelfstandig heeft ontwikkeld en bestaat uit oeroude plaatselijke tradities die nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, dan zijn er op de aarde geen authentieke culturen meer over.” De ‘global village’ is een feit, we zijn allemaal met elkaar verbonden.

Die verfoeide ‘moslimcultuur’ is niet zo veel anders dan andere culturen. Er wordt gehandeld, geld vervult een belangrijke rol en ook qua religie zijn er op hoofdlijnen veel meer overeenkomsten dan verschillen. Zelfs IS en Al Qaida, die terug willen naar de tijd van de profeet, maken gebruik van moderne technieken, van moderne psychologie en bespelen de massamedia. Zelfs het meest afgesloten land, Noord-Korea, maakt deel uit van die gezamenlijke cultuur. Het kan niet zonder geld, gebruikt de technologie en zelfs de ideologie is niet specifiek Noord-Koreaans.

Harari haalt mooie voorbeelden aan van culturele vermenging die maar door blijft gaan: “Een van de interessante voorbeelden van de globalisering is het fenomeen ‘nationale keuken’. In een Italiaans restaurant verwachten we spaghetti met tomatensaus, in Poolse en Ierse restaurants vooral veel aardappelen, in een Argentijns restaurant kunnen we kiezen uit tientallen biefstukken, in een Indiaas restaurant zit in bijna alles Spaanse peper en de grootste delicatesse in een Zwitsers koffiehuis is dikke, warme chocolademelk met een Alp slagroom erop. Maar die gerechten zijn helemaal niet inheems in die landen. Tomaten, Spaanse pepers en chocolade zijn Mexicaans van oorsprong … . De aardappel is pas vierhonderd jaar bekend in Polen en Ierland. De enige biefstuk die je in 1492 kon krijgen in Argentinië was lamabiefstuk.”

“Wass sich liebt das neckt sich,” volgens een bekend Duits gezegde. Zou dat ook voor ‘nationale culturen’ gelden? Wordt er met het benadrukking van die ‘eigen identiteit’ niet de nadruk gelegd op een paar verschillen in een zee van overeenkomsten?

(On)democratisch

Struinend langs de diverse digitale media op zoek naar bijzondere berichten en redeneringen, kwam ik op de site Novini terecht. Een site voor The bigger picture, zoals haar ondertitel luidt. Een artikel met de kop We ‘knuffelen’ radicalisten de jihad in’, geschreven door David Pinto, trok mijn aandacht. Pinto schrijft over het ‘falende cultuurmarxistische’ Amsterdamse beleid om radicalisering te voorkomen, iets wat Pinto de pas overleden burgemeester Van der Laan verwijt. En via Van der Laan komt hij bij Martin Bosma terecht die hij graag als Amsterdamse burgemeester zou zien: “Bosma is een intellectueel, een voortreffelijk politicus, een buitengewoon kundig lid van het presidium van de Tweede Kamer en bovendien een aimabel mens.”

MEDION DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet over de persoon Bosma, ik ken hem niet, het enige wat ik erover zeg is dat hij een eenmanspartij vertegenwoordigt die zeer ver van mij af staat. Het gaat mij over de redenering van Pinto: “Bovendien, de PVV is de tweede partij in grootte van ons land. En vreemd genoeg, er is nog niet één burgemeester afkomstig van deze partij, terwijl de PvdA met haar magere 9 zetels, twee van de vier grote steden gijzelt. Hoe democratisch is dit eigenlijk?”  Pinto schetst hier een beeld van een partij die wordt achtergesteld en een andere partij die wordt bevoordeeld. Het beeld van Pinto komt er in het kort op neer dat de traditionele partijen (het ‘partijkartel’ van Thierry Baudet) de bestuursposten onder elkaar verdeelt, een ondemocratische bedoeling.

Is het zo vreemd dat er nog geen PVV-burgemeester is? Om burgemeester te worden, moet je als eerste solliciteren op een vacante burgemeesterspositie. Als er geen PVV-er solliciteert, kan er geen PVV-er worden benoemd. Als de PVV burgemeesters wil, dan zullen ze eerst moeten solliciteren, daar begint het. Vervolgens kiest een vertegenwoordiging van de gemeenteraad in de betreffende gemeente enkele sollicitanten uit die op gesprek mogen komen. Als er al een politieke keuze wordt gemaakt, dan gebeurt dat door de partijen in de gemeenteraden. De PVV ontbreekt op lokaal niveau waardoor ze de boot hier kunnen missen. Wie kun je dat verwijten?

Als laatste het woord gijzelen. Wie houdt de PvdA gevangen? De betreffende burgemeesters hebben normaal gesolliciteerd en zijn benoemd. Dit is op de democratisch vastgestelde manier gebeurd. Inderdaad is de PVV de tweede partij en heeft de PvdA maar negen zetels. Een klein jaar geleden, had de PvdA er nog achtendertig en was zij de tweede partij van het land, iets wat de afgelopen vijftig jaar redelijk gebruikelijk was. Burgemeestersbenoemingen staan los van kamerzetels.

Pleit Pinto ervoor dat na iedere Tweede Kamerverkiezing alle burgemeesters ontslag moeten nemen en de burgemeestersposten vervolgens naar rato over de partijen worden verdeeld? Als hij dat wil, dan moet hij ervoor zorgen dat er voldoende kamerleden in beide kamers hem steunen om de Grondwet te wijzigen. Dat is democratie meneer Pinto.

Winst en verlies

Als je bij het voetballen wilt winnen, moet je tenminste één keer meer scoren dan je tegenstander. Scoor je evenveel, dan speel je gelijk en scoor je minder, dan verlies je de wedstrijd. Op andere terreinen ligt winst of verlies wat lastiger. Zo verloor de VVD bij de laatste verkiezingen acht zetels ten opzichte van de voorgaande verkiezingen in 2012 en toch staat de partij als winnaar te boek. In een oorlog kun je veldslagen verliezen en toch de oorlog winnen.

zeearendFoto: Flickr

Een bijzondere interpretatie van winst en verlies geeft wetenschapsjournalist en columnist Matt Ridley in een interview in de Volkskrant. Ridley beziet de klimaatverandering van een positieve kant. Niet dat hij die verandering ontkent, nee hij ziet de positieve kanten ervan. Zeer terecht maakt hij bezwaar tegen pogingen om afwijkende meningen in deze discussie monddood te maken: “Je moet de dialoog aangaan met argumenten en bewijzen maar niet proberen om iemand monddood te maken.” Iets dat de Ballonnendoorprikker van harte onderschrijft, maar daar gaat het nu niet om.

Het gaat nu om winst en verlies. Op een vraag over afnemende biodiversiteit antwoordt hij:

“Maar er is ook biodiversiteitswinst. In Nederland zijn de wolf en de zeearend alweer gespot, hier in de uiterwaarden van Wageningen zie je weer bevers. Soorten keren terug naar hun voormalige leefgebieden. Omdat we soorten meenemen op reizen of bewust uitzetten in natuurgebieden, ontstaan nieuwe soorten. Het is zeer waarschijnlijk dat we zullen ontdekken hoe we uitgestorven diersoorten terug kunnen brengen.”

Een mooie twist aan een vraag. Door de schaal te verkleinen, van de wereld naar Nederland en door te focussen op een paar dieren die Nederland weer aandoen, wordt verlies omgezet in winst. Is de terugkomst van de zeearend in Nederland compensatie voor de massale insectensterfte? Nee, de soortendiversiteit is hierdoor nog niet afgenomen, het risico erop is wel flink toegenomen. Is de terugkomst van de wolf in Nederland een compensatie voor  het verlies aan diversiteit elders in de wereld?

Vergroten we die winst nog met een waarschijnlijke revival van de mammoet, sabeltandtijger en de diprotodon, waarover ik gisteren schreef, want die kunnen we waarschijnlijk weer tot leven wekken?

Beste meneer Ridley, waar moeten die uitgestorven dieren leven? Waar moeten die kuddes mammoeten gaan rondtrekken? Zou die weer tot leven gewekte sabeltandtijger het beter krijgen dan de Siberische tijger? Zou de diprotodon zich nog wel thuis voelen in het huidige Australië?

De Homo Sapiens

Op de site van het AD een kort filmpje over de vijf meest dodelijke dieren.

Op vijf, de krokodillen die jaarlijks 600 tot 800 menselijke slachtoffers maken. Dan de grote katachtigen die jaarlijks 800 slachtoffers maken. Op drie de schorpioenen tussen de 800 en 2.000 slachtoffers. Op twee de slangen die tussen 50.000 en 125.000 slachtoffers maken en op één de malariamug die jaarlijks 2 tot 3 miljoen slachtoffers maakt.

Dat is even schrikken.

krokodillenFoto: Pixabay

Missen we niet een dier in deze lijst? Een dier dat met verve op de eerste plaats zou moeten staan? Een dier dat een lange geschiedenis van dodelijk geweld op zijn naam heeft staan? Het lijstje bevat grote katachtigen, hiervan zijn er verschillende zoals leeuwen, tijgers, panters, poema’s en nog wel enkele meer en ook krokodillen, schorpioenen en slangen heb je in soorten en maten. Van het dier dat ik bedoel is er nog maar één over, alle variëteiten van zijn soort zijn uitgestorven, of moeten we zeggen uitgemoord?

Daarnaast heeft dit dier ervoor gezorgd dat vele grote zoogdieren zoals de mammoet, de sabeltandtijger en de Australische diprotodon, het grootste buideldier dat ooit op aarde heeft rondgewandeld, zijn uitgestorven. Die laatste kwam zo’n 50.000 jaar geleden aan zijn einde, vlak nadat het dier waar ik het over heb, zijn intrede deed in Australië. En wat later, zo’n 12.000 jaar geleden zorgde hij ervoor dat ook vele grote dieren die het Amerikaanse continent rijk was, uiteindelijk het loodje legden. Ook tegenwoordig nog is het dier extreem dodelijk. Zo las ik deze week in de Volkskrant dat niet alleen grote dieren het slachtoffer zijn van dit dier. In Duitsland heeft dit dier ervoor gezorgd dat het aantal insecten met 80% is afgenomen ten opzichte van 1990.

Bijzonder aan dit dier, is dat het andere dieren houdt, ze voert en verzorgt en ze vervolgens massaal afslacht en opeet. Het zal wel moeten want de grote dieren die eerst op de aardbol rondliepen, heeft het al uitgemoord.

U raadt natuurlijk al welk dier andere variëteiten van zijn soort zoals de Neanderthaler, de Erectus en de Denisova heeft uitgemoord, de Homo Sapiens: wij dus. En zelfs als we al die vermoorde dieren niet meetellen en de Neanderthalers buiten beschouwing laten dan is dat dier, de Sapiens, het dodelijkste dier voor de Sapiens. Via oorlogen en andere vormen van geweld, maar ook via het verkeer en het economische systeem sterven er jaarlijks meer Sapiens dan de gehele top vijf er geslachtofferd krijgt. Waarschijnlijk zelfs meer dan alle andere dieren bij elkaar.