Startkwalificatie funest

“Het CPB: ‘Jongeren met een mbo 3-diploma in ons cohort hebben nog vaker een baan’ dan jongeren met alleen een startkwalificatie. Eerst maar eens een einde maken aan het grootste probleem: geen jongere van school zonder startkwalificatie.” De laatste zinnen van Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant van zaterdag 17 februari. Kalshoven reageert op een rapport van het Centraal Planbureau waarin verslag wordt gedaan van het wedervaren van de ‘jaargang MBO 2006’. Uit dit onderzoek blijkt dat eenvijfde geen diploma heeft behaald en eenvijfde een mbo 2 diploma en dus een startkwalificatie. Zonder diploma kom je heel lastig aan het werk en met mbo 2 houdt het ook niet over, aldus het rapport.

graduation-995042_1920

Illustratie: pixabay.com

Terecht maakt Kalshoven zich druk om die jeugdigen die het mbo zonder diploma verlaten. Zou het daarbij helpen om als doel te stellen dat geen jongere van school mag zonder startkwalificatie? Als het stellen van het doel het probleem zou oplossen, dan zou het probleem al opgelost moeten zijn. Het beleid van de overheid is immers: niemand van school zonder startkwalificatie. Precies dat wat Kalshoven adviseert.

Als je op startkwalificaties wordt afgerekend, dan ga je op startkwalificaties sturen. Voor een groot deel van de jeugdigen is dit geen probleem, ze halen dat zonder al te veel problemen en veelal zelfs op hun sloffen. Voor een klein deel, eenvijfde van mbo-leerlingen, is dit wel een probleem. Dat probleem zou wel eens kunnen zijn dat zij het niveau niet hebben om een startkwalificatie te halen.

Op basis van het CPB-rapport beschrijft Kalshoven deze groep wat nader. In die groep: “zijn de mbo-instromers die niet direct van het voortgezet onderwijs kwamen oververtegenwoordigd. De schoolloopbaan van deze jongeren liep in het primair en voortgezet onderwijs al niet op rolletjes, en het mbo slaagt er maar bij een deel van de studenten in dit te repareren.” Inzet gericht op een ‘hopeloze missie’? Als alle inzet erop erop is gericht om iets te laten halen wat ze niet kunnen halen, is die inzet dan niet gericht op een ‘faalervaring’?

Zou juist het doel niet het probleem zijn? Zou het helpen als we het doel anders formuleren? Als het doel van al het onderwijs is om jeugdigen een bij hen passende plek te laten vinden in de samenleving? Niet een diploma maar een passende plek in de samenleving? Zou dat tot tot meer ‘maatschappelijk rendement’ leiden? Belangrijker, zou dat tot meer geluk leiden voor de betreffende mensen?

“Het criterium ‘startkwalificatie’ doet z’n werk aardig,” zo luidt de titel van Kalshovens column. Voor het grootste deel van de jeugdigen gaat dit op, alleen voor de meest kwetsbaren niet. Zou voor deze jeugdigen niet gelden: ‘startkwalificatie funest’?

Doel, middel en mens

Vandaag nogmaals een prikker met statushouders als aanleiding. Gisteren vroeg ik me af of je van ‘falen’ kunt spreken als er mensen in het algemeen en statushouders in het bijzonder, gebruik maken van de bijstand. In het Commentaar in de Volkskrant borduurt Sander van Walsum voort op ‘inburgering’ van statushouders. Voor hem is het duidelijk: “Voormalige vluchtelingen inzetten op plaatsen waar zij in een economische en maatschappelijke behoefte voorzien: dat zou de kern van inburgeren moeten zijn.” Menigeen zal nu JA knikken. Zet statushouders daar in waar er economisch of maatschappelijk behoefte aan is. Goed voor de statushouder en goed voor de economie en de samenleving.

doel

Illustratie: Pixabay

Toch wat kanttekeningen of beter gezegd wat vragen bij deze redenering. Is inburgering geslaagd als iemand een bijdrage levert aan de economie? Betekent dat dan dat iemand die geen betaald werk verricht niet ‘ingeburgerd’ kan zijn? Zijn Nederlanders zonder betaald werk dan ook niet ‘ingeburgerd’?

Een slagje dieper. Mensen inzetten daar waar de economie en de samenleving hen nodig heeft? Wie bepaalt dan wat de economie of de samenleving, waar nodig heeft? Als die ‘wie’ dat voor statushouders kan, bepalen, mag die ‘wie’ dat dan ook voor Nederlanders bepalen? Zoudt u het accepteren als iemand anders voor u gaat bepalen dat u vuilnisman of verpleger moet worden? Dat is, zo betoogt Van Walsum, wat statushouders zouden moeten accepteren.

Verwordt een mens zo niet tot een middel dat kan worden ingezet voor ‘hoger doel’? Een doel dat door anderen wordt bepaald. Zoudt u een middel willen zijn, een middel dat kan worden ingezet? Hoe vrij is een mens als hij een middel is?

Wie faalt er?

Frank Kalshoven besteedt in zijn Het spel en de knikkers aandacht aan een experiment van de gemeente Veldhoven. Een experiment waarbij de begeleiding van statushouders aan private investeerders wordt gelaten. Die zorgen voor de begeleiding en als het hen lukt om de statushouder twee jaar uit de bijstand te houden, dan krijgen ze zes keer het bijstandsbedrag als beloning. Lukt dit niet, dan krijgen ze niets. 

succes

Illustratie: PxHere

Kalshoven schetst drie reacties. Als eerste de ‘schande’ reactie: “Dit is het toppunt van economisering van de samenleving en de afbraak van onze collectieve voorzieningen.” Als tweede de ‘goed zo’ reactie: “Niets werkt zo heilzaam als marktwerking, met sterke financiële prikkels voor investeerders om resultaat te boeken.” En als laatste de afwachtende, onderzoekende’ reactie: “Interessant, vertel verder.” Hij beveelt de derde aan: “Omdat markten en prikkels vaak falen. En omdat de overheid er vaak niet in slaagt te organiseren wat we willen. Marktfalen én overheidsfalen zijn alomtegenwoordig en daarom moeten we, zonder vooroordelen, kijken naar wat werkt.”

Dat zou ook mijn reactie zijn, maar het gaat mij niet om de statushouders en het Veldhovense experiment. Het gaat mij om ‘marktfalen’ of ‘overheidsfalen’. Van ‘falen’, als je het zo wilt noemen, is sprake als een gesteld doel niet wordt gehaald. In deze casus is dat het aan het werk krijgen van een statushouder of wat breder getrokken, een bijstandsgerechtigde. Als je het zo benadert, dan schiet de overheidsbenadering tekort. Immers iedere bijstandsgerechtigde is dan een bewijs van dat falen. In Veldhoven geven ze nu ‘de markt’ de kans. Nu is het niet ondenkbeeldig dat er ook dan nog statushouders zullen zijn die een beroep zullen gaan doen op de bijstand, faalt de markt dan?

Wat moeten we dan doen als zowel de overheid als de markt faalt? Een mix maken? Zal ook die aantonen dat er statushouders zijn die hun weg vinden en anderen die dat niet doen? Zou het aan de doelstelling kunnen liggen? Aan het uit de bijstand krijgen van mensen? Dat er geen sprake is van ‘markftalen’ noch van ‘overheidsfalen’? Moeten we na jaren van ‘bijstand’ en pogingen om mensen eruit te krijgen, niet concluderen dat op de ‘markt’ niet voldoende plekken zijn voor iedereen?

Economische schade door discriminatie?

Arbeidsmarktdiscriminatie stond de afgelopen week weer hoog op de ‘media-agenda’. De oorzaak: een reportage van het tv-programma Radar waaruit bleek dat bijna de helft van de arbeidsbemiddelaars meewerken aan discriminatie op afkomst. In zijn Het spel en de knikkers in de Volkskrant, gaat Frank Kalshoven in op de economische kant van de zaak: “Als we weten wat discriminatie kost en hoe die kosten veroorzaakt worden, kunnen we scherper nadenken over manieren om die kosten terug te dringen. Het lijkt niet zo gek om te denken dat die kosten gauw in de miljarden lopen. Denk even mee.” Van die oproep van Klashoven maak ik graag gebruik.

coins-1726618_960_720

Illustratie: pixabay.com

Een woord vooraf, ik verafschuw discriminatie. Toch zou de uitkomst van die kostenberekening wel eens heel anders uit kunnen vallen dan Kalshoven denkt. Kalshoven onderscheidt drie groepen gediscrimineerden: mensen die door discriminatie geen werk vinden, mensen die hierdoor werk onder hun opleidingsniveau vinden en mensen die worden gediscrimineerd op hun werk. Deze mensen leiden ‘schade’. Eerste probleem bij het berekenen van de schade is dat het lastig is om aan te tonen dat de situatie van een individu het gevolg is van discriminatie. De schade bestaat uit: inkomensschade, ‘uitkeringsschade’ en psychische schade. En dan de berekening: “Laat honderdduizend mensen geen werk vinden door discriminatie. Stel dat ze zonder discriminatie een modaal salaris bij elkaar zouden werken à 37 duizend euro per jaar. Vermenigvuldig: 3,7 miljard euro per jaar. De orde van grootte van de discriminatiekosten is miljarden per jaar (en tientallen miljarden op langere termijn).”

Vergeet Kalshoven niet iets, en dan bedoel ik niet de psychische en uitkeringskosten? De baan die iemand niet krijgt, of een baan op lager niveau omdat hij wordt gediscrimineerd, gaat naar iemand anders. Die krijgt die € 37.000 per jaar en had die anders niet gekregen. Dan was die persoon werkloos geweest of had wellicht onder zijn niveau gewerkt. Van bijvoorbeeld twintig sollicitanten kan er maar één de functie krijgen en als ze allemaal even geschikt zijn, maakt het dan voor de economie iets uit wie de baan krijgt? Voor A en B maakt het wat uit wie de baan en dus die € 37.000 krijgt, voor de economie telt alleen het getal. Ook voor de ‘uitkeringsschade’ maakt het niets uit, A of B krijgt een uitkering dus de kosten zijn gelijk.

Resteert de psychische schade. Alleen kent ook die psychische schade een keerzijde, psychische problemen betekent namelijk ook werk voor psychologen en therapeuten. Discriminatie is, zoals gezegd, afschuwelijk en moet worden bestreden. Zullen we ons voor de bestrijding ervan toch maar bij de ethische en juridische argumenten houden?

Middeleeuws Irak

In de Volkskrant een interessant interview met econoom Bas van Bavel. Van Bavel heeft een boek geschreven met als titel De onzichtbare hand. Een boek over hoe markteconomieën  opkomen en neergaan, zo valt in de krant te lezen. Die neergang was: “niet op de eerste plaats het werk (…) van bemoeizuchtige overheden, buitenlandse rivalen of verwende werknemers. Het verval komt van binnenuit: de markt helpt zichzelf om zeep.” Van Bavel heeft hiervoor economisch historisch onderzoek gedaan en het wedervaren van de Italiaanse stadstaten, onze eigen pruikentijd en het Middeleeuwse Irak bestudeerd: “Stuk voor stuk zijn het markteconomieën. En elk vielen zij na een indrukwekkende bloeiperiode ten prooi aan de onvermijdelijke stagnatie.”

Sykes_picot

Illustratie: Wikimedia Commons

Ik heb het boek (nog) niet gelezen, dus een oordeel kan ik niet vellen over het onderzoek en de conclusies. Wat ik wel kan is mijn verbazing uitspreken over zijn onderzoek naar Middeleeuws Irak. Menig ‘islamhater’ zal betogen dat Irak, net als alle islamitische landen nog steeds in de Middeleeuwen verkeert, maar dat is een hele andere discussie die ik hier niet wil voeren. Van Bavel bedoelt het Irak ten tijde van het Europees historische tijdvak de Middeleeuwen. De periode van grofweg 500 tot 1500. Een Irak in die periode? Ja, de stad Bagdad kende een gouden periode. Het was een belangrijk knooppunt van handelsroutes vanuit China, het Indisch subcontinent en het eilandenrijk dat nu Indonesië heet, aan de ene kant en het Middellandse zeegebied en West- Europa aan de andere kant. In 1920 werd het de hoofdstad van het Britse mandaatgebied Mesopotamië en pas in 1921 ontstond het koninkrijk Irak, nog steeds onder Brits bewind. Pas toen ontstond Irak.

De grenzen van dat mandaatgebied werden bepaald via koehandel tussen de Britten en de Fransen. Koehandel tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij de Britten en Fransen het Ottomaanse rijk verdeelden alvorens het was verslagen. Namens de Britten speelde Mark Sykes en namens de Fransen Georges Picot hierbij een hoofdrol.

Hoe kun je de economie van een land bestuderen dat nog niet bestond? De Abbasiden waren er de baas, de Seltsjoeken, de Mongolen en daarna het Ottomaanse Rijk. Allemaal rijken die veel groter waren dan het huidige Iraakse gebied. Hoe kun je dan spreken over Irak? Net zoals je ook niet kunt spreken over Nederland in de Gouden Eeuw. Wellicht doet het aan de economische conclusies van Van Bavel geen afbreuk. Historisch rammelt het.

Kosten en baten

“Het is ontstaan uit pure frustratie. Ik kon hier gewoon geen goede kok vinden.” Woorden waarmee Dick van Ostaden, eigenaar van een restaurant, uitlegt hoe het bemiddelingsbedrijfje K.U.S . is ontstaan, Koks Uit Spanje. Van Ostaden kon geen Nederlandse koks vinden en hij moest iets, zo valt te lezen bij RTLZ . In het artikel doet ook Doekle Terpstra voorzitter van de brancheorganisatie van installateurs een duit in het zakje: “Er is sprake van een mismatch. Vraag en aanbod sluiten totaal niet op elkaar aan.” Daarom moeten de werkgevers wel uitwijken naar het buitenland. Maar Terpstra is de kwaadste niet: “Als ze goede ideeën hebben dan graag. We betalen op dit moment de prijs voor het slechte imago dat we het vmbo hebben gegeven als maatschappij. Dat moet veranderen. Op de lange termijn is dat een oplossing. Maar voor de korte termijn hoor ik het graag van het CNV.” 

kok

Foto: Vance Air Force Base

Nu is het flauw om erop te wijzen dat Terpstra in zijn carrière voordat hij vertegenwoordiger van ondernemers werd, voorzitter was van diezelfde CNV, dat hij voorzitter was van de onderwijskoepel HBO-raad en bestuursvoorzitter van hogeschool InHolland en in die hoedanigheid toch wel de gelegenheid moet hebben gehad om iets te doen aan die slechte aansluiting. Dat is immers geen probleem van de laatste jaren, daarover wordt al heel lang geklaagd. Bovendien ‘jaagt’ hij sinds 2014 het Nationaal Techniekpact 2020 ‘aan’. Een pact dat wil dat meer jeugdigen een technische opleiding volgen en in een technisch beroep aan de slag gaan. Zou de huidige CNV-voorzitter Lemmen dan toch gelijk hebben als hij zegt dat: “gejammer over krapte op de arbeidsmarkt (…) vooral (komt) uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Werkgevers hebben de arbeidsvoorwaarden volledig naar de gallemiezen geholpen.”

Zou het dan misschien een idee zijn als die bedrijven die zo zitten te jammeren dat ze geen vakmensen kunnen vinden, zelf vakmensen gaan opleiden? Als ze hiervoor wat minder naar de overheid en het onderwijs kijken? Als ze een werkloze met potentie in hun sector in dienst nemen? Als ze deze werkloze samen met het onderwijsveld, de benodigde kennis en vaardigheden gaan bijbrengen? Dat zou Terpstra met zijn ervaringen bij de vakbond, in het onderwijs en nu bij de werkgevers toch moeten kunnen organiseren. Maar ja, dat is lange termijn denken en kost geld en dus winst op de korte termijn. Is het probleem niet dat de kosten voor de baten gaan en de werkgevers de kosten liever door anderen laten betalen?

Blogchain technologie

Cryptocurrencies vervangen in snel tempo de traditionele banken en ik ben van mening dat ambtenaren in dienst van de gemeente de keuze moeten krijgen om hun loon in bijvoorbeeld bitcoin te ontvangen.” Hiervoor pleit het Haagse raadslid Bart Brands op de site Binnenlandsbestuur. Volgens Brands is het huidige bankensysteem hopeloos achterhaald: “Het is een overblijfsel uit de vorige eeuw en het is duur en traag. Over een paar jaar bestaat het waarschijnlijk niet eens meer.” Modern en bij de tijd die Brands zal menigeen denken.

ballonnen

Foto: Pixabay

De vroegere mega-concern dat recentelijk failliet ging Kodak, probeert zijn oude ‘glorie’ te herstellen door iets met blockchain technologie te doen en daarnaast een eigen crypto-munt uit te geven. Dit met verrassend resultaat, de koers van het aandeel ‘explodeerde’, zo begrijp ik uit de Volkskrant. Iets wat ook schijnt te gebeuren met bedrijven die zeggen ‘iets’ met de blockchain technologie te gaan doen.

Vanwege al deze berichten is het mij een grote eer om jullie aan te mogen kondigen dat ook de Ballonnendoorprikker met de tijd meegaat. Hij heeft een verbeterde versie van de blockchain technologie ontwikkeld, de blogchain technologie. Met deze nieuwe technologie als basis, heeft hij ook een nieuwe nog betere cryptomunt ontwikkeld, de Ballon. ‘Experts’ voorspellen deze munt een gouden toekomst. Dit omdat hij makkelijk in gebruik en overal inwisselbaar is.

Jullie, de lezers van de Ballonnendoorprikker behoren tot de gelukkigen en kunnen gratis Ballonnen krijgen. Het enige wat je ervoor moet doen is deze prikker doorsturen naar honderd anderen. Stuur je de prikker naar tweehonderd anderen, ontvang je twee ballonnen enzovoort. De ontvangers kunnen vervolgens ook profiteren, zij ontvangen één Ballon per tweehonderd. Degene waarvan zij deze prikker ontvingen, krijgt dan ook nog een halve Ballon.

Beste lezers, maak gebruik van deze unieke kans op gratis Ballonnen. Ze worden veel geld waard. En zelfs als ze mislukken, als deze Ballon knapt, is er geen man over boord. Dan is er alleen lucht verplaatst. Je kunt dan nog altijd deze prikker lezen.

Pensioen, economie en beleggingsproblemen

“Als bij een stijgende vraag het aantal aandelen krimpt, zal de koers van een willekeurig aandeel uiteindelijk ergens eindigen bij de prijs voor een Leonardo da Vinci.” Zo schrijft Peter de Waard in de Volkskrant. Als je zijn artikel leest zou je bijna medelijden krijgen met de beleggers. “Een pensioenfonds dat rendement wil halen, is aangewezen op aandelen.” veel andere mogelijkheden ziet hij niet: “Vastrentende waarden zoals obligaties leveren niets meer op. Vastgoed is te weinig liquide. En cryptovaluta zijn voor serieuze beleggers nog een no-goarea.”

Barcelona.jpg

Foto: Wikimedia Commons

Alleen kennen aandelen ook zo hun beperkingen. Het aantal beursgenoteerde bedrijven waarin kan worden belegd daalt wereldwijd. Alleen in opkomende markten stijgen de beleggingsmogelijkheden, maar: “Voor veel professionele instituten, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, zijn die markten moeilijk te betreden. Als er voor buitenlandse beleggers al juridisch geen belemmeringen zijn, is het riskant geld te steken in totaal onbekende bedrijven waar nauwelijks analistenrapporten over bestaan.” Blijven de westerse aandelen markten over, maar ook daar is de keus beperkt: “Beleggen in wapen- of sigarettenfabrikanten, bedrijven die lak hebben aan het milieu of bedrijven die mogelijk ergens kinderhandjes misbruiken, kan niet meer. De bedrijven moeten voldoen aan het ESG-label, waarmee de milieu-, sociale- en governance-aspecten zeker zijn gesteld.” Die arme beleggers!

Maar wacht eens even. Ik ben een van die beleggers. Niet direct, maar via een pensioenfonds waaraan ik verplicht jaren heb bijgedragen. Een pensioenfonds dat ooit aan mij gaat uitkeren zodat ik van mijn oude dag kan genieten. Een, liefst onbezorgde, oude dag waarbij ik voldoende te eten heb een dak boven mijn hoofd en af en toe wat leuks kan doen. Daarvoor is pensioen bedoeld. Zou er een andere mogelijkheid zijn om dit te bereiken?

Eten kan ik nu nog niet gaan sparen. De bloemkool, paprika of het stukje vlees houden niet zolang. Nu al boeken en betalen voor dat reisje naar Barcelona over twintig jaar? Nee, liever niet, wie weet haal ik dat niet meer of kan ik tegen die tijd niet meer reizen.

Blijft over, het wonen. Voor een fonds is vastgoed wellicht niet liquide genoeg, voor mij als individu is dat geen probleem. Wat als ik mijn pensioeninleg kan gebruiken om mijn huis af te betalen? Dan breng ik nu mijn woonlasten omlaag en woon ik als pensionado gratis. Het bedrag wat ik nu bespaar, spaar ik zodat ik over twintig jaar, als ik het in goede gezondheid haal, om dat reisje naar Barcelona te betalen. En als ik zou huren, zou me dit wellicht de mogelijkheid bieden om een huisje te kopen dat dan bij mijn pensionering is afbetaald.

Snijdt het mes zo niet aan twee kanten. Aan de ene kant die van het individu dat zich voorbereidt op zijn oude dag. En aan de ander kant de economie als geheel. Laten we zo niet op een gecontroleerde manier overtollige lucht (geld) uit de economie lopen? Overtollige lucht die tot luchtbellen (bubbels) en tot crises leiden?

Schijnkeuze in zorgverzekeringsland

“Het aanbieden van identieke polissen is niet de marktwerking waar de consument beter van wordt.”

Woorden van Kamerlid Sharon Dijksma zo lees ik in de Volkskrant. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil af van ‘kloonpolissen’. Kloonpolissen? Een kloonpolis is een identieke zorgverzekeringspolis die onder verschillende namen en tarieven wordt aangeboden: “Polissen die nauwelijks van elkaar afwijken maar wel als alternatief worden gepresenteerd, bieden volgens de parlementariërs een schijnkeuze aan consumenten” De verzekeraars verweren zich met de woorden dat de ‘service’ anders is.

bier

Illustratie: Flickr

Is het aanbieden van identieke producten met een andere prijs niet juist een van de belangrijkste kenmerken van marktwerking? Doen autoconcerns niet hetzelfde? Verkoopt een autoconcern niet bijna identieke auto’s onder verschillende merknamen en prijzen? Of een supermarktketen: melk van een A-merk, een huismerk, een budget-huismerk en een budgetmerk. De verpakking is anders, de prijs is anders, de koe die de melk gaf niet. Een ander voorbeeld bier. Het Heineken-concern verkoopt pils onder de eigen naam, maar ook onder de naam Amstel en Brand. Allemaal met 5% alcohol en gebrouwen van ‘natuurlijk’ hop, gerst en water.

Een markt van zeer bijzondere aard is de elektriciteitsmarkt. Bijzonder omdat het geen ‘kloonpolissen’ zijn, maar ‘kloonbedrijven’. Het product wat deze bedrijven aanbieden, is identiek. Ik kan bij mijn stopcontact niet zien of de stroom is geleverd door het bedrijf waarmee ik een contract heb. Laat staan dat ik kan zien of de stroom is opgewekt met een windmolen, zonnepaneel, door het verbranden van gas of kolen of via kernsplitsing.

“De verschillen zitten in de dienstverlening ,” dat zullen al deze bedrijven zeggen. Daarnaast zullen ze wat stamelen over ‘het gevoel’ dat hun product bij je oproept. Dat ‘gevoel’ dat zorgt voor die ‘unieke beleving’ die je alleen maar krijgt als Jupiler drinkt, ‘mannen’ weten waarom’. En, na een glaasje teveel weet je dat die ‘unieke beleving’ bij iedere pils hetzelfde is.

Op bijna alle markten is: “Het aanbod (…) onnodig groot en onoverzichtelijk.” De reden dat CDA-kamerlid Joba van den Berg de kat aan de ‘polissenbel’ hangt. Zouden de Kamerleden de discussie niet naar een andere niveau moeten tillen? Als de consument in de gezondheidszorg niet beter wordt van het aanbieden van ‘bijna identieke producten, zou de vraag dan niet moeten gaan over nut en noodzaak van marktwerking in de zorg?

Liefde

Voor Unilever is belasting een belangrijke factor bij het kiezen van een vestigingsplaats, naast een stabiele overheid, de aanwezigheid van goed personeel en een prima infrastructuur.”  Dit vertelt Kees van der Waaij, voorzitter van de raad van commissarissen van Unilever Nederland, de leden van de Tweede Kamer. De Kamer hield gisteren een hoorzitting over de afschaffing van de dividendbelasting. Trouw doet er verslag van en meldt dat Shell-directeur Marjan van Loon eraan toevoegde:

“Wij koesteren de band met Nederland. Maar de liefde moet van twee kanten komen.” 

Die dividendbelasting bekoelt dus de liefde?

liefde

Illustratie: Pixabay

Beste bedrijfshotemetoten, hoe zit het met de liefde van uw kant en die van uw aandeelhouders? Laten we het lijstje eens nalopen. Die stabiele overheid. Je kunt er veel van vinden en vooral mensen aan de onderkant van de samenleving hebben redenen om te klagen over een gebrek aan stabiliteit. Alhoewel, als de afgelopen jaren iets duidelijk maken voor deze groep, dan is het dat ze op steeds minder ondersteuning van de overheid hoeven te rekenen. De bovenkant van de samenleving en vooral bedrijven zoals de uwen, hoeven zich op dit punt niet te beklagen. Uw tweede thuisland, het verenigd Koninkrijk, lijkt in deze Brexit-jaren op dit gebied aardig ‘van het padje’.

Goed personeel is ook geen probleem. Het opleidingsniveau van ‘de Nederlander’ wordt steeds hoger, al kun je daar wat vraagtekens bij plaatsen. Ja, u ziet wellicht ook dat de samenleving vergrijst en dat er eigenlijk weinig jongeren zijn om de pensioengangers te vervangen. Daar zou u wat aan kunnen doen. U kunt gebruikmaken van ‘die vertrouwelijke contacten’ met politici om te pleiten voor wat minder rigiditeit in de omgang met vluchtelingen en andere ‘gelukszoekers’. U zou eens contact op kunnen nemen met VVD-er Malik Azmani en hem ervan overtuigen dat ‘fort Europa’ en ‘opvang in de regio’ wel goed liggen bij Wilders, maar toch wat minder in het belang zijn van uw bedrijven.

Qua infrastructuur heeft u niets te klagen. Nederland kent zo ongeveer het dichtste wegennet van Nederland. Ja, in het spoor kan wat meer worden geïnvesteerd. Oh nee, voor Shell is dat natuurlijk geen goede zaak, of niet mevrouw Van Loon?

Wij Nederlanders hebben flink geïnvesteerd in deze zaken. Dat doen wij met liefde, voor onszelf maar natuurlijk ook voor u. Wij verdienen daar onze boterham mee en over die verdienste betalen wij belastingen waarmee we dit allemaal betalen. U verdient daar bedragen mee die ik me niet kan voorstellen en daarover betaalt u winstbelasting. Alhoewel, veel multinationals maken gebruik van ‘belastingparadijzen’ zoals Nederland om die belasting te ontwijken. Dat dit ‘paradijselijk belastingklimaat’ in Nederland wellicht een gevolg is van uw ‘vertrouwelijke contacten’ zou ik niet durven te beweren.

Die winst sluist u voor een deel door naar uw aandeelhouders als dividend. Is het teveel gevraagd dat wij uw aandeelhouders vragen om ook een beetje ‘liefde’ te tonen?