Uitgelicht

Corona-cijfers en letters

Bij het lezen van de titel van deze Prikker zal menigeen van middelbare leeftijd en ouder denken aan het televisieprogramma Cijfers en Letters. Een quiz uit het pre-commerciële televisietijdperk. Ik moest aan dit programma denken toen ik in de ‘papieren’ Volkskrant een kaartje zag met de coronacijfers voor Goes en Rotterdam. Al zoekend in de digitale versie, kwam ik iets soortgelijks tegen voor heel Nederland. Een kaartje waarbij elke gemeente een ‘kleur’ krijgt. Hoe hoger het aantal positief geteste personen per 100.000 de afgelopen twee weken, hoe donkerder de gemeente kleur.  Zo moet het kaartje inzicht geven in de ontwikkeling van de corona-epidemie. Biedt zo’n kaartje dat inzicht?

Bron: Beeld en geluid via Wikipedia

Even het voorbeeld uit de ‘papieren’ Volkskrant. In Goes zijn er 57,8 positief geteste personen per 100.000 inwoners. In Rotterdam 24,7. Daarmee lijkt Corona in Goes harder toe te slaan. Kijken we naar de werkelijke aantallen, dan kent Goes 22 positief geteste personen, Rotterdam 161. Dan ziet het er heel anders uit. Dus geen 57,8 positief geteste personen in Goes maar slechts 22. Dit omdat Goes geen 100.000 inwoners heeft, maar slechts 38.080. Rotterdam heeft 651.376 inwoners. Wat zegt een getal per 100.000 inwoners over de ernst van de epidemie?

Hoe kleiner het aantal inwoners van een gemeente, hoe groter de impact van één positief geteste persoon op het getal. Neem de Gelderse gemeente Rozendaal. Een gemeente die vooral bekend is van de ‘verkiezingsuitslagenavond’ omdat ze dan steevast met Vlieland strijdt om als eerste de uitslag te presenteren. Dat die strijd tussen die twee gemeenten gaat komt omdat beiden een gering aantal inwoners hebben. Rozendaal heeft er zo’n 1.705. Eén positief geteste persoon betekent voor deze gemeente dat ze veel donkerder gaat kleuren dan Goes en Rotterdam. Dat ene geval levert voor de gemeente een cijfer op van 58,7. Op basis van dit kleurenkaartje zou je constateren dat de ziekte heel hard toeslaat in de gemeente Rozendaal.

Nu zou het zomaar kunnen dat die ene persoon deel uitmaakt van een besmettingscluster waarvan er 30 in de aangrenzende gemeente Arnhem wonen en 12 in Velp (gemeente Rheden). Als dit de enige positief geteste personen zijn in deze gemeenten, dan is het cijfer 27,5 voor Rheden en 18,6 voor Arnhem. Als je puur op de kleur en het getal afgaat, zou je veel energie richten op Rozendaal. Dat heeft immers het hoogste cijfer. Dus alle tv-camera’s naar Rozendaal, die gemeente is het hardste getroffen! Allemaal naar … dat ene slachtoffer.

Met wat letters en uitleg erbij, kijk je heel anders naar de cijfers.

De drol en het strikje

Bedrijven gebruiken marketing om hun producten op een specifieke manier in de markt te zetten. Zo is RedBull sponsor van zeer veel sporten. Ze sponsoren verschillende voetbalclubs, natuurlijk het Formule 1 team van Max Verstappen, zie zijn actief in de motorsport en sponsoren allerlei bijzondere niche-sporten. RedBull profileert zich zo als sportief terwijl het ongezonde drankjes aan de man brengt. Vandaag stootte ik op een wel heel bijzondere manier van marketing van de gemeente Rotterdam.

Park de Twee Heuvels, Rotterdam.

Op LinkedIn kwam het volgende bericht voorbij: “Aan de rand van Park de Twee Heuvels moeten straks tussen de 20 en 32 hoogwaardige koopwoningen komen. De marktselectieprocedure voor de verkoop van de locatie voor de woningen is op 4 juli gepubliceerd. De woningen krijgen een kleinschalig, parkachtig karakter, waarbij de nadruk ligt op natuurinclusief bouwen.” Tot zover niets bijzonders. Nou ja, een park (zie foto) opofferen voor woningbouw is niet niks. Dan klinkt ‘aan de rand van’ toch een stukje minder erg. Zeker als er ‘natuurinclusief’ wordt gebouwd. Wat moet ik me daarbij trouwens voorstellen?

Echt bijzonder wordt het pas met de volgende en laatste zin: “Door de komst van de woningen zijn er straks extra ogen en oren in het park, die de veiligheid moeten vergroten.” Door die woningen zijn er meer ogen en oren en die ‘vergroten de veiligheid’ in het park. Een heel bijzondere onderbouwing van een besluit om een park op te offeren ten faveure van mensen met een flink gevulde beurs. ‘Hoogwaardig’ is immers een eufemisme voor ‘zeer prijzig’. 

In een eerste reactie vroeg ik mij af waarom dan niet het hele park vol wordt gebouwd met woningen. Als je de dan ‘nieuwe randen’ ook weer bebouwt dan zijn er immers nog meer ‘ogen en oren’. Logisch gevolg is dat het maximaal veilig is in het park als er geen ‘randen’ meer zijn. Dan is het park er meer en daarmee is de veiligheid maximaal. Dan toch doorgeredeneerd op dit argument. Als de veiligheid toeneemt als er meer ‘ogen en oren’ zijn, hoe kan het dan dat in stedelijk gebied, dus daar waar veel ogen en oren zijn, de onveiligheid zoveel groter en de criminaliteit zoveel hoger is?

Probeert de gemeente Rotterdam niet gewoon een drol te verfraaien door er een mooi strikje om te doen? 

Eerdmans, ben een man

‘“En laten nu de 47.312 kiezers van Leefbaar definitief barsten.” De reactie van Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam nadat bekend was dat er een college wordt gevormd waarvan Leefbaar Rotterdam, de grootste partij in Rotterdam, geen deel uitmaakt. Ronkende taal van een politicus die de slag won, maar nu de oorlog lijkt te hebben verloren. Dat is natuurlijk een bitter pil en wellicht is die wat minder bitter als je de waarheid en in het kielzog onze democratie, wat geweld aandoet.

Rotterdam

Foto: Wikimedia Commons

Beste meneer Eerdmans, hoeveel kiezers heeft u laten barsten toen u in 2014 in het college stapte? Niemand zult u zeggen, wij waren de grootste partij en vormden samen met andere partijen een college dat kon rekenen op een meerderheid in de gemeenteraad en dus een meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Daar voegt u wellicht nog aan toe dat uw college er was voor alle Rotterdammers en niet alleen voor de kiezers van Leefbaar Rotterdam en de andere collegepartijen. 

Een prachtig antwoord van iemand die de werking van onze democratie begrijpt. Begrijpen omdat de grootste partij worden in ons democratisch stelsel mooi is, maar niet doorslaggevend. Omdat er in dit land nog nooit een partij was die de absolute meerderheid behaalde, verre van dat zelfs, moet er altijd worden samengewerkt. Daarbij is de grootste zijn een voordeel, maar geen garantie. Je moet altijd partners vinden die met je willen samenwerken. Vind je die niet of overspeel je je hand, dan sta je met de meeste zetels buitenspel. Bij de PvdA kunnen ze daar over meepraten. Die partij won in 1977 de verkiezingen en werd de grootste, maar werd door het CDA van Van Agt vervolgens in de formatie buitenspel gezet. De arrogante houding van de PvdA was daarvan een vermeende oorzaak.

Beste meneer Eerdmans, u mag best verdrietig zijn om de verloren formatie. Het past daarbij niet om onze democratie geweld aan te doen. Geweld aandoen omdat niemand die 47.312 Rotterdammers laat barsten. Een college van welk pluimage dan ook, is er voor alle inwoners van een gemeente. Want beste meneer Eerdmans, een veel groter aantal, meer dan de helft van de Rotterdammers, stemden op de partijen die nu het college vormen. Als u zo redeneert, dan zijn er nog meer kiezers die men laat barsten. Kiezers van NIDA en Denk bijvoorbeeld of die van 50Plus en de Partij voor de Dieren. 

Beste meneer Eerdmans, niet zo zielig doen. In de aanloop naar de verkiezingen heeft u voor uw partij de lijnen uitgestippeld en keuzes gemaakt. Dat trok veel kiezers, maar stootte er nog meer af. Net zoals het ook partijen afstootte. U hoopt hiermee de verkiezingen en de formatie te winnen. Dat eerste (mis)lukte, ondanks een verlies vergeleken met vier jaar eerder bleef uw partij de grootste. Dat laatste mislukte. Ben een man en neem uw verlies. Of mag die uitdrukking tegenwoordig niet meer

Beste gemeente Rotterdam

In de NRC lees ik dat de gemeente Rotterdam af wil van de plicht om de: “lokale inkoop van kleinschalige zorg, kinderbescherming en wijkteams Europees aan te besteden.” De gemeente moet deze zorg dit jaar opnieuw aanbesteden en in totaal gaat het om vierhonderdmiljoen euro aan zorg per jaar. En dat is geen kleine klus: “In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de aanbesteding.” 

Rotterdam

Foto: Rotterdam – Holland.com

Een beetje vreemd om zorg in Rotterdam Europees aan te besteden, zou er een bedrijf uit Spanje of Polen zijn dat kinderbescherming in Nederland kan verzorgen? Zeker als je bedenkt dat een bedrijf dat deze zorg wil leveren ‘gecertificeerd’ moet zijn en dat zijn alleen Nederlandse bedrijven. Daarom adviseert Wethouder De Jonge: “als het kabinet het ‘sociale domein’ gaat uitzonderen voor aanbesteding. Daarvoor is een wetswijziging nodig, maar het kost niets.” Een terecht pleidooi dus van de Rotterdammers. Zeker als daardoor wijkteams waaraan de stad sinds 2015 heeft gewerkt en die net op elkaar ingespeeld en ingewerkt raken, uit elkaar dreigen te worden getrokken.

Beste gemeente Rotterdam, en u bent niet de enige zo weet ik uit ervaring, waarom staart u zich blind op ‘ marktwerking’? Waarom moet er aanbesteed of ingekocht worden? Ook bij niet Europees aanbesteden kunnen die mooie teams uit elkaar worden getrokken. De Jeugdwet schrijft niet voor dat het een markt moet zijn. Die bepaalt in artikel 2.6 onder 1: “Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is,” om aan de taken die de wet stelt, te kunnen voldoen.

Als die teams zo goed werken en je wilt dat de investering erin niet verloren gaat en nog jaren rendement gaat opleveren, waarom zoek je dan niet een andere oplossing? Waarom neemt de gemeente die teamleden niet gewoon in dienst? Dan hoeft er niet te worden ingekocht, hoeven er geen contracten te worden afgesloten, beheerd  en gemanaged. Dat scheelt flink wat ambtenaren en externe adviseurs die zich met inkoop bezig houden. Dat geld kan dan worden ingezet voor extra zorg voor de kinderen.

Zou het in dienst nemen bovendien niet een blijk van waardering voor die teams en hun leden zijn? Zou dat geen mooie oplossing zijn? Let er dan wel op dat u er geen ‘ ambtenaren’ van maakt.

Ons soort mensen

In Trouw een artikel over de aantrekkingskracht van Rotterdam. De stad is populair want er trekken meer mensen naar toe, dan dat er weg gaan. Hoe gaat dat, die opwaardering: “Het patroon werkt meestal zo: slechte buurten trekken eerst creatievelingen en studenten, waarna coffeebars en restaurants ze ook zien zitten. Dan komen ze in beeld bij rijkere en hoogopgeleide stadsbewoners, die in de al langer populaire buurten geen huis kunnen vinden. Zo knapt de wijk verder op en stijgen de huizenprijzen. Als ook in de opgewaardeerde buurt de huizen schaars worden, zijn de aanpalende buurten aan de beurt, waar het proces opnieuw begint.” Een proces dat ook wel met de Engelse term gentrification wordt aangeduid

rotterdamFoto: www.woonstadrotterdam.nl

Die opwaardering kan op veel bijval rekenen van het stadsbestuur. De stad wordt zo aantrekkelijker voor hoger opgeleiden en welgestelden, ‘sociaal-economisch weerbaarder’ in de termen van de Rotterdamse woonvisie. Een positieve ontwikkeling, maar toch.

Wat betekent dit voor de niet zo welgestelden? Voor de mensen die hun huurhuisje moeten verlaten omdat de wijk opnieuw ontwikkeld wordt. Ontwikkeld door er vooral koopwoningen en duurdere huurwoningen te bouwen. Mensen die niet worden gezien, omdat ze geen ‘kapitaalkrachtige’ marktpartij zijn en waar dus niets aan te verdienen is. Mensen die bij de gemeenten in beeld zijn, omdat zij in de bijstandsbestanden oververtegenwoordigd zijn. Mensen die geld kosten.

Waar moeten die mensen naar toe? Wordt er ook voor hen nieuw gebouwd? Of moeten zij naar wijken met veel huurwoningen? Naar wijken met minder gewilde woningen? Naar wijken waar geen welgestelden te vinden zijn? Dit met het risico dat die wijk verloedert en in ‘een getto’ verandert? Met het risico dat de sociaal-economische tweedeling een nog sterkere ruimtelijke vertaling krijgt dan nu al het geval is? Zou dit de keerzijde van de ‘succesmunt’ kunnen zijn?

Zouden stadsplanners, politici en bestuurders hier niet oog voor moeten hebben? Zou niet iedere wijk een divers aanbod aan woningen moeten hebben. Woningen zowel in de lage huursector als ook in de dure koopsector. Zodat de bedrijfsdirecteur de bijstandsgerechtigde in zijn straat tegen komt en kent en niet alleen ‘ons soort mensen’?