Lijden

De opiniepeiler Maurice de Hond ziet dat het onderwijs kinderen steeds meer nieuwe dingen moet aanleren. “Met grote regelmaat hoor ik uit de politiek en van anderen wat men allemaal op school nog méér zou moeten gaan doen. Méér bewegen, méér muziek, méér programmeren, méér Engels, méér ondernemerschap, méér dit en méér dat. Maar wat ik dan nooit erbij hoor, wat er dan minder geleerd hoeft te worden. Waaraan minder tijd op school besteed hoeft te worden. De ongeveer duizend uur die leerlingen in Nederland naar school gaan, is al relatief hoog.”

montaigneIllustratie: PHILOSOPHY – Montaigne – YouTube

Met zijn artikel in de Volkskrant wil hij de discussie over dat ‘minder’ aanzwengelen. Hij doet dit door voor te stellen de spelling te vereenvoudigen: ‘ei’ vervangen door ‘ij’ en ‘ou’ door ‘au’. “Maak mij opiniepijler” zo luidt de titel boven zijn artikel. Nu is spelling niet mijn sterkste punt en weet ik niet hoeveel tijd ermee wordt bespaard. In dezelfde krant een voorstel van Bert Wagendorp in zijn ‘kollum’ met de titel “De Honts foorstel vurdient parlementère ankètu” om nog veel verder te gaan’.

Dat er zo veel woorden zullen ontstaan met een dubbele betekenis, hoeft geen probleem te zijn. ‘Nu zit de vorst ook al in de grond’ om Wim Daniels bij Pauw te parafraseren. En dan weet iedereen dat het niet over Willem-Alexander gaat. En als Maurice gaat ‘pijlen’, dan zal er niemand zijn die denkt dat hij gaat darten of boogschieten. Je kunt natuurlijk vinden dat de ‘ij’ weg moet en juist de ‘ei’ moet worden behouden. Voor het antwoord op de vraag van een toerist ‘waar is ’t ei (of ij), maakt het niets uit. Die kun je als Amsterdammer nog steeds naar de eierboer (of ijerboer) sturen.

Zou De Honds voorstel voor één soort mensen niet uitkomst bieden? Daar voorkomt het veel verwarring en onbegrip. Daarvoor moet dan wel de betekenis van het oude (ei) woord één op één over naar het nieuwe (ij) woord. Welk soort mensen? De leiders, of naar De Hond’s voorstel de lijders. Want of je nu partijlijder of rijslijder (met dubbele ij volgens de nieuwe spelling) bent, geeft het huidige begrip lijder niet de passende betekenis? Iemand die lijdt, of te wel iemand die smart en ellende ondergaat. Want om te lijden (het oude leiden) moet je tegenwoordig veel geestelijke en soms ook lichamelijke smart en ellende ondergaan.

Dat is bovendien nodig om ook dan de uitspraak ‘wie vreest te lijden, lijdt reeds datgene wat hij vreest’ van Michel de Montaigne nog te kunnen begrijpen.

Binnenstebuiten samenleving

“Is de multiculturele samenleving nou mislukt of geslaagd?” Die vraag werd gisteren gesteld bij Pauw. Nee, zei de een. Ik zie toch geslaagde integratie, zei de ander. Het is niet geworden zoals het ons is voorgespiegeld, zei de gastheer alsof er iemand ooit een plan had dat eraan ten grondslag lag. Het is het nog niet, zei weer een andere gast. De Turken en Marokkanen trouwen nog binnen hun groep, riep iemand. Nu is die multiculturele samenleving in het recente verleden al vaker onderwerp van discussie geweest. Discussie waarin werd geroepen dat ze is mislukt of dat ze moet worden afgeschaft.

SamenlevingIllustratie: www.kennislink.nl

Een bijzondere gesprek tussen mensen met meningen en opvattingen. Bijzonder omdat lukken of mislukken suggereert dat er een norm is waaraan een samenleving moet voldoen, om van succes te spreken. Alleen wat is die norm en wie bepaalt hem? Wat gebeurt er als een samenleving niet aan die norm voldoet? Is er dan geen sprake van een samenleving? Als er dan geen samenleving is, wat is er dan wel? De positieve kant is trouwens ook interessant. Want wat moet er dan gebeuren als een samenleving wel aan de norm voldoet? Mag er dan niets meer veranderen? Zou die samenleving dan eeuwig zo moeten blijven? Dit laatste roept de vraag op of die norm niet ook aan verandering onderhevig is. Het zou immers kunnen dat toekomstige generaties er anders over denken.

In het boek Denken in een tijd van sociale hypochondrie, beschrijft de socioloog Willem Schinkel de worsteling in het gesprek en Nederland. Mensen en groepen worden al naar gelang het doel van de spreker, gezien als probleem binnen de samenleving en toch gezien als staand buiten de samenleving. Dit is, volgens Schinkel: “… paradoxaal omdat enerzijds ‘de Nederlandse maatschappij’ een [integratie]probleem cq. -vraagstuk heeft, terwijl dat anderzijds juist bestaat uit het ‘buiten de maatschappij staan’ en het ‘niet meedoen’ van diegenen die binnen de maatschappij voor het [integratieprobleem] zorgen.”

Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? En ook door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?

Stanford prison en de terrorist

“Technologische mogelijkheden die onze vrijheden ernstig schaden. En waar we erg behoudend zijn om ze te gebruiken. Terecht als je naar de experts luistert. We geven er te veel voor op. Het houdt terroristen niet tegen. Zij zijn vaak early adapters als het om vernieuwende technieken gaat. Altijd een stapje voor op ons staatsapparaat.” Dit schrijft Niels Hagen in een rake column op zijn weblog. De column heeft als titel Laat je niet door angst leiden en is geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Brussel en de reacties erop. Hij haalt Beatrice de Graaf aan die, in haar DWDD college, terroristen ‘early adapters’ noemt.

Terroristen zijn volgens De Graaf heel snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Ze noemt terroristen echter ook de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis die liever een short cut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme.

Als die open inclusieve samenleving werkelijk de beste verdediging is tegen terrorisme, zouden we daar dan niet veel meer op moeten inzetten? Wat zeggen woorden als autochtoon, allochtoon, inburgeren, integreren en integratie? Hoe open en inclusief is onze samenleving als dergelijke woorden de boventoon voeren? Is dat niet veeleer exclusiverend?

Hoe exclusiverend is de taal die politici, beleidsmakers, opiniemakers en in hun navolging vele mensen gebruiken? Sommigen bewust, vaak ook onbewust zoals bleek tijdens een recente uitzending van Pauw met het ‘minderproces’ als onderwerp. Als je het goed doet ben je een Nederlander, doe je iets verkeerd, dan ben je Marokkaan. Welk effect heeft dat op mensen?

Wat zeggen snelle reacties van politici en opiniemakers waarin een link wordt gelegd tussen terrorisme en de islam? Woorden zoals: “ Dit heeft met de islam te maken en we hebben iemand nodig die daartegen optreedt,” van Wilders.  Zijn dit woorden die passen bij een inclusieve samenleving?

Zou het gebruik van deze woorden en vervolgens het beleid dat erop wordt gemaakt, niet ertoe kunnen leiden dat er ‘losers van de geschiedenis’ worden gecreëerd? Het beroemde Stanford prison experiment liet zien dat mensen heel soepel een rol aannemen en dan tot de meeste extreme daden in staat zijn. De Amerikaanse misdaden in Abu Graib bevestigden dit. Zou het exclusiverend taalgebruik er niet voor kunnen zorgen dat mensen in een rol worden ‘geduwd’ en vervolgens gedrag gaan vertonen dat de ‘duwers’ bij die rol vinden horen? Zou dit niet ook een deel van het probleem kunnen zijn?