Uitgelicht

J’accuse…!

Brief aan de heer R. Jetten, minister-president van Nederland. J’ accuse…! Zo begon een open brief van de Franse schrijver Emile Zola in de krant L’Aurore van 13 januari 1898. Zola richtte zijn brief aan Félix Faure, de toenmalige president van de derde Franse republiek. Met deze woorden begint deze open brief aan u. Zola sprak in zijn brief zijn verontwaardiging uit over de manier waarop kapitein Alfred Dreyfus onterecht werd beschuldig van en veroordeeld voor spionage voor Duitsland. De beschuldiging en veroordeling van de jood Dreyfus waren een gevolg van antisemitisme. “Er is niets meer aan te doen, Frankrijk draagt nu voor altijd deze vuiligheid, de geschiedenis zal schrijven dat het onder uw presidentschap was dat een dergelijk maatschappelijk misdrijf bedreven kon worden,” aldus Zola in zijn brief. Aan hetgeen ik onder uw aandacht wil brengen daarentegen, is nog wel wat te doen. U kunt nog wel iets doen aan de schandvlek die uw blazoen aan het bevuilen is. Snel handelen kan ervoor zorgen dat die schandvlek niet aan uw blazoen hecht. Welke schandvlek? De schandvlek van het handelen of beter gezegd het gebrek aan handelen van de Nederlandse staat met betrekking tot het beschermen van de Palestijnse bevolking tegen de Israëlische regering.

Zola’s open brief aan Faure. Bron: Wikipedia

Ik gebruik de woorden van Zola, j’accuse …! , ‘ik beschuldig’ om mijn brief aan u, de eerste vertegenwoordiger van de Nederlandse, regering te openen. Ik beschuldig de Nederlandse regering van:

Als eerste het niet veroordelen van en optreden tegen oorlogsmisdaden begaan door Israël. Want:

– zoals u weet, of behoort te weten, is het collectief straffen van mensen voor de daden van enkelen in een oorlog, een oorlogsmisdaad. Artikel 33 van het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, stelt dat een beschermd persoon niet mag worden bestraft voor een vergrijp dat de persoon niet heeft begaan. Meer dan 2.200 mensen uit hun huizen zetten en hun huizen vernietigen als vergelding voor de dood van twee Israëlische soldaten alleen maar omdat de schutter uit hun wijk afkomstig is, is mensen straffen voor een daad die ze niet hebben gepleegd. Palestijnen in de door Israël bezette gebieden zijn, op grond van het vierde artikel van hetzelfde verdrag, beschermde personen. Dat is een vorm van collectief straffen die het al genoemde artikel 33 verbiedt. De Israëlische regering begaat hiermee een oorlogsmisdaad en dit is niet de eerste keer. Begin 2025 deed de Israëlische regering precies hetzelfde in Jenin. En ook de acties van Israël in Gaza vertonen veel kenmerken van collectief straffen;

– zoals u weet, of behoort te weten, stelt Artikel 3 van hetzelfde verdrag dat: “Personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft nedergelegd, en zij die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak, onder alle omstandigheden menslievend (moeten) worden behandeld.” Het massaal samendrijven van dergelijke personen in kampen en hen daar maar mondjesmaat van voedsel, water en medische verzorging voorzien kan ik niet ‘menswaardig behandelen’ noemen;

– zoals u weet, of behoort te weten, moeten: “De gewonden en zieken, evenals de gebrekkigen en de zwangere vrouwen, in het bijzonder worden beschermd en ontzien,” zo stelt artikel 16 van hetzelfde verdrag. Het bombarderen van ziekenhuizen lijkt mij niet bij te dragen aan het beschermen van gewonden, zieken en gebrekkigen. Sterker, artikel 18 stelt dat: “Burgerziekeninrichtingen, ingericht voor de verzorging van de gewonden, zieken, gebrekkigen en kraamvrouwen, onder geen omstandigheid het doelwit van aanvallen (mogen) zijn, doch moeten te allen tijde worden ontzien en beschermd door de Partijen bij het conflict.” Ook moeten (artikel 21): “Transporten van gewonde en zieke burgers, van gebrekkigen en kraamvrouwen, uitgevoerd te land door konvooien van voertuigen,” net zoals de genoemde ziekenhuizen worden ontzien en beschermd. Het beschieten en bombarderen van ambulances is een flagrante schending hiervan.

Wat buiten kijf staat is het recht van een bezet volk of leden ervan om zich tegen de bezetting te verzetten. En ja, bij dat verzetten mag geweld worden gebruikt maar wel binnen de regels van het oorlogsrecht en die overtrad Hamas op 7 oktober 2023. Het overtrad die regels niet door de actie op Israëlisch grond gebied te laten plaatsvinden. Het overtrad die regels door willekeurig mensen (waaronder kinderen) te mishandelen en doden en door vrouwen te verkrachten. Die daden moeten scherp worden veroordeeld. Het recht op zelfverdediging waar Israël en haar sympathisanten zich op beroepen geeft het land geen vrijbrief om het oorlogsrecht en de mensenrechten te schenden, zich van terreur te bedienen en genocidaal op te treden. Net zoals het recht op verzet van de Palestijnen hen niet het recht geeft om het oorlogsrecht te schenden. Dergelijke overtredingen van het oorlogsrecht kunnen en mogen niet onbestraft blijven.

Als tweede het niet veroordelen van en optreden tegen Israël vanwege genocidaal handelen. Van genocide is sprake zo is vastgelegd in artikel II van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide als er sprake is van: “een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, ethnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: a. het doden van leden van de groep; b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen; e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.” Niet te ontkennen valt dat Israël Palestijnen doodt, ze ernstig lichamelijk en geestelijk letsel toebrengt en hen levensvoorwaarden oplegt die tot gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging leiden. Tegenwerpen dat het aan ‘de rechter is’ om hierover te oordelen ontslaat iemand niet van de plicht om zich uit te spreken over het genocidale karakter van het handelen van Israël af te keuren en passende maatregelen te nemen tegen de dader. Want zelfs als de rechter mocht bepalen dat er geen sprake is van genocide dan nog is het optreden van Israël een schending van het oorlogsrecht en de mensenrechten.

En daarmee als derde het niet veroordelen van en optreden tegen de schending van de mensenrechten door Israël. Zo schendt Israël het recht op leven, vrijheid en de onschendbaarheid (artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Maakt Israël zich schuldig aan foltering en wrede, onmenselijke en interende behandeling en bestraffing. Denk hierbij onder andere aan de collectieve bestraffing. Onthoudt Israël de bewoners van de bezette gebieden erkenning als persoon voor de wet (artikel 6). Zijn zij niet gelijk voor de wet en hebben zij geen aanspraak op gelijke bescherming (artikel 7). Worden Palestijnen onderworpen aan willekeurige arrestatie, detentie en verbanning (artikel 9). Wordt hen een eerlijke en openbare behandeling voor een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie ontzegt (artikel 10). Worden zij voor schuldig gehouden zonder dat hun schuld wordt bewezen (artikel 11). Worden zij onderworpen aan willekeurige inmenging in hun persoonlijke aangelegenheden (artikel 12). Wordt aan hen het recht onthouden om zich vrijelijk te verplaatsen en om hun land te verlaten of er terug te keren (artikel 13). Wordt hen het recht op een nationaliteit onthouden (artikel 15). Worden zij in strijd met artikel 17 willekeurig van hun eigendommen beroofd. Om enkele van de mensenrechten te noemen die de Israëlische regering schendt in haar optreden in de bezette gebieden

Ik beschuldig de Nederlandse regering van het niet veroordelen van dit handelen en er niet tegen optreden. Optreden door economische, diplomatieke en militaire maatregelen te nemen tegen Israël. Maatregelen in overeenstemming met de ernst van de overtredingen en die zijn ernstig.

Ik beschuldig de Nederlandse regering van nalatigheid en plichtsverzuim. Nalatigheid en plichtsverzuim omdat de Nederlandse Grondwet in artikel 90 stelt dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Bevorderen, ‘de werking of ontwikkeling van iets begunstigen, in de hand werken’ aldus de Van Dale. Het minste wat een regering kan doen is zich uitspreken tegen schending van de internationale rechtsorde. Het handelen van Israël een flagrante schending van die internationale rechtsorde. Iets meer dan uitspreken is het nemen van maatregelen tegen de schender. Door niets te doen tegen het optreden van Israël laat de Nederlandse regering die internationale rechtsorde aan haar lot over. Een rechtsorde is alleen een orde als ze wordt gehandhaafd en als overtreders worden aangesproken en gestraft voor hun overtreding. Als ze voor iedereen geldt en iedereen op overtreding ervan wordt aangesproken, niet alleen voor onwelgevallige landen.

“En ik roep tot u, mijnheer de President, deze waarheid, met al mijn opstandige kracht van een eerlijk man,” schreef Zola aan Faure en dat doe ik met deze brief aan u, minister-president. De zin die hij erop liet volgen (“ Voor uw eer ben ik ervan overtuigd dat gij er niet van weet” ) kan ik er niet aan toevoegen omdat u in uw eerdere hoedanigheid meeliep en een rode lijn trok tegen de passieve en daardoor medeplichtige houding van de regering van uw voorganger Schoof. U bent ervan op de hoogte . Maar u kunt uw blazoen nog beschermen tegen ernstige aantasting door nu te doen waar u in 2025 voor demonstreerde, namelijk door u namens de Nederlandse regering uitspreken tegen de voortdurende schending van de rechten van Palestijnen. Door de medeplichtigheid te beëindigen en de overtreder, Israël te straffen voor haar overtreding. Straffen door alle handelscontacten te beëindigen en de diplomatieke betrekkingen met het land op het laagste pitje te zetten en de ambassadeur uit te zetten.

Afsluitend en Zola parafraserend: het is mijn plicht me op deze manier uit te spreken. Ik wil niet medeplichtig zijn. Mijn nachten zouden verstoord worden door de geest van de onschuldigen die daarginds moeten boeten, onder de vreselijkste aller martelingen.

Uitgelicht

Gegijzelde gevangenen en gevangen gegijzelden

Gisteren, maandag 13 oktober, was een heuglijke dag. Twintig Israëliërs en tweeduizend Palestijnen werden herenigd met hun families. Of dit werkelijk het begin van een nieuw glorieus tijdperk is zoals de Amerikaanse president Trump betoogt, is nog zeer de vraag. Deze oorlog is al meer dan honderd jaar aan de gang en kende al eerder momenten dat de vrede leek uit te breken. Daar gaat het me nu niet om. Het gaat mij om het gebruik van woorden en beelden die dit oproept.

“Met blijdschap en ongeloof zetten de nog levende gijzelaars twee jaar na hun ontvoering door Hamas weer voet op Israëlische bodem. Maandag kwamen de laatste 20 gijzelaars vrij,“ zo lees ik in de Volkskrant en deze krant is niet de enige die deze woorden gebruikt. Vervolgens een portret van deze twintig mensen waarvan het goed is dat ze weer zijn herenigd met hun familie. “De Israëlische gijzelaars maakten deel uit van de naar schatting 250 mensen die Hamas op 7 oktober 2023 ontvoerde tijdens de terreuraanval in Israël,” is verderop te lezen. In ruil daarvoor: “ laat Israël bijna tweeduizend Palestijnse gevangenen vrij.” Van deze 2.000 ontbreekt een portret. Wel is te lezen dat: “ het vredesakkoord op fel verzet van rechtse coalitiepartijen, die zich keren tegen elke vorm van ruil met Hamas,” stuit.

In een ander artikel in dezelfde krant staat iets meer over de 2.000 Palestijnen. Of eigenlijk meer over die ene Palestijn die niet is vrijgelaten, maar daarover later meer. “De vrijgelaten gevangenen zijn grofweg in te delen in twee groepen: het gaat allereerst om 1.700 van de ongeveer 6.000 Gazanen die de afgelopen twee jaar tijdens de vernietigingscampagne zijn opgepakt en zonder vorm van proces in een Israëlische cel zijn verdwenen. … De andere groep gevangenen is veel kleiner. In totaal 250 Palestijnen die tot levenslang zijn veroordeeld.” De vrijlating van deze laatsten ligt in Israël gevoelig omdat: “de gevangenen aanslagen hebben gepleegd of bij de organisatie daarvan betrokkenen waren.”

Op deze laatste groep kom ik later terug, tegelijk met die ene Palestijn waarover het artikel handelt. Nu eerst die eerste groep. Deze eerste groep zat zonder vorm van proces in een Israëlische gevangenis. Een situatie die is te vergelijken met het niet militaire deel van de Israëliërs waarvan gisteren de laatsten zijn vrijgelaten. Een wederrechtelijke gevangenneming ook door een overheid, is in Nederland een strafbaar feit dat gijzelen wordt genoemd (artikel 282a Wetboek van strafrecht). Ook deze 1.700 Palestijnen waren gegijzeld. Gegijzeld door de staat Israël. Door hen ‘gevangenen’ te noemen ontstaat het beeld dat zij een misdaad hebben gepleegd terwijl dat niet het geval is. Het beeld dat er zo ontstaat is dat er onschuldigen tegen misdadigers worden uitgeruild. Een beeld dat in ieder geval voor deze 1.700 niet het juiste is.

Dan naar die ene Palestijn en in zijn kielzog die andere groep van 250. Marwan Barghouti: “die al 23 jaar achter de tralies zit, wordt door het overgrote deel van de Palestijnen beschouwd als hun gedroomde president. Zodra hij vrijkomt, zal hij worden gezien als het gezicht van de toekomstige Palestijnse staat en is hij de grote hoop op een einde aan de bezetting.” Een man die na de akkoorden van Oslo: “werd gekozen in het nieuwe parlement van de Palestijnse Autoriteit,” en: “voorstander (was) van de vredesonderhandelingen en maakte zich mateloos populair door zijn verzet tegen corruptie binnen de top van het Palestijnse bestuur.” Door het traineren van dat proces vanuit Israëlische kant: “verloor (hij) in de loop der jaren echter zijn vertrouwen in Israël als partner voor vrede en koos voor het gewapende verzet. Tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) leidde hij de gewapende tak van Fatah.” Hij, zo is te lezen: “weigerde zich te laten verdedigen uit protest tegen het Israëlische juridische systeem, maar liet herhaaldelijk weten dat hij fel tegenstander is van het doden van onschuldige burgers.” Hij werd uiteindelijk veroordeeld: “tot vijf keer levenslang, plus nog eens 40 jaar cel voor vijf moorden, meerdere pogingen tot moord en samenzwering.” Hij wordt niet vrijgelaten. Maar laten we eens kijken naar zijn, in de ogen van Israël gepleegde misdaden.

Moord, pogingen tot moord en samenzwering. Om met die laatste beschuldiging te beginnen. Samenzwering tegen de staat Israël. Barghouti verzet zich tegen de bezetting van zijn land door Israël. Er is geen wet die het verzet tegen bezetting legitimeert. Maar is het daarmee verboden? Er is een basis voor verzet tegen een bezetter. Die basis vormt de Universele verklaring voor de rechten van de mens. De aanhef van dit verdrag – de preambule zoals dat in juridische termen wordt genoemd – biedt die basis. Die begint met de woorden: “dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.” Gevolgt door: “dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens.” En dan het voor dit betoog belangrijke: “dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen wordt om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking.” Als een heerser deze rechten aan de laars lapt, dan mag de mens in opstand komen tegen tirannie en onderdrukking.

Verzet tegen een tirannie en overheersing is geoorloofd. Iets wat iedere Nederlander zou moeten weten want de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, de voorloper van ons huidige land, ontstond uit eenzelfde daad van verzet. Een daad die werd gelegitimeerd met het Plakkaat van Verlatinghe waarin we een soortgelijke tekst lezen als in de Universele verklaring voor de rechten van de mens. Volgens het Plakkaat is het: “aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen.” Ook de Amerikaanse Declaration of Indepence begint met een soortgelijke passage: “Wanneer het in de loop van menselijke gebeurtenissen noodzakelijk wordt voor een volk om de politieke banden die hen met een ander volk verbonden hebben te verbreken en onder de machten van de aarde de afzonderlijke en gelijke positie in te nemen waartoe de wetten van de natuur en van de God van de natuur hen recht geven, vereist een gepast respect voor de mening van de mensheid dat zij de redenen bekendmaken die hen tot de afscheiding hebben gedreven.”

Barghouti verzet zich tegen een bezetter die de inherente waardigheid, gelijke en onvervreemdbare rechten van de Palestijnen aan de laars lapt. Een bezetter die deze rechten voor Palestijnen minacht en wiens handelen tot barbaarsheid leidt. Barbaarsheid waardoor hij in laatste instantie zijn toevlucht zocht tot opstand tegen tirannie en onderdrukking. Bij die opstand richtte hij zich, als we zijn uitspraken mogen geloven, op de staat en de organen ervan die zich schuldig maken aan die tirannie en onderdrukking en niet op de bevolking van die staat. Of dat altijd lukte en er niet burgers stierven door zijn acties, weet ik niet. Maar zelfs als dat laatste gebeurde, dan nog zijn die verzetsdaden geen misdaad. De gedode burgers zijn dan onbedoelde nevenschade. Of dit voor al de 250 vrijgelaten Palestijnen ook opgaat, weet ik niet. Iedere oorlog en bezetting kent zijn ‘slagers’, mensen die doden om het doden.

Wat ik wel weet is dat dit het door de Volkskrant en trouwens bijna alle media voor deze Palestijnen gebruikte woord ‘gevangenen’ in een ander daglicht stelt.