Gratis kennis

De ‘Umwertung aller Werte,’ de herwaardering van alle waarden, een uitspraak van Friedrich Nietzsche waarmee hij God dood verklaarde en de mens opriep om in vrijheid en verantwoordelijkheid zijn eigen leven vorm te geven. Hier moest ik aan denken toen ik in de Volkskant een artikel las over het streven om alle wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk te maken. “Onderzoeksfinancier NWO scherpt volgende week de regels zodanig aan dat ieder nieuwe wetenschappelijk artikel direct gratis publiekelijk toegankelijk moet zijn.”

patentFoto: www.visionair.nl

Nu probeert iedere wetenschapper in zo prestigieus mogelijke tijdschriften te komen. Publiceren in Nature geeft immers meer status dan in Kijk. En om die artikelen te kunnen lezen, moet je een abonnement hebben, ook universiteiten. En de kosten van die abonnementen rijzen de pan uit. De universiteiten willen het nu omdraaien en het abonnementsgeld gebruiken om te betalen voor publicatie in een ‘Open Access’ systeem. Zo kan iedereen de kennis vrij toegankelijk raadplegen. Publiceert een wetenschapper toch in Nature, dan zal hij subsidie moeten terugbetalen. Dat is goed voor de wetenschap en de verspreiding van kennis onder de bevolking. Dit sluit goed aan bij de filosofie van de Ballonnendoorprikker die geeft immer ook alles cadeau.

Maar er is meer wetenschappelijke kennis dan artikelen. Hoe zit het met producten die zijn ontwikkeld met behulp van subsidies? Nu worden potentieel succesvolle ontwikkelingen aan het bedrijfsleven verkocht. Of er worden nieuwe bedrijfjes opgericht waarin die kennis verder wordt ontwikkeld. Verkocht bijvoorbeeld in de vorm van patenten. Bij succes vloeien de revenuen naar het bedrijf en de aandeelhouders en betaalt de belastingbetaler een tweede keer voor het patent.

Worden bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen patentvrij beschikbaar gesteld aan de hele wereld? Dat zou leiden tot een forse verlaging van de kosten van medicijnen. En niet alleen medicijnen, ook techniek en software? Dan had Google nooit zo’n dominante positie gehad. Brin en Page hadden hun algoritme immers vrij moeten publiceren en dan had iedereen erop voort kunnen borduren. Dan waren vele technische snufjes waarop een iPhone draait, ook voor andere telefoonbouwers toegankelijk. Die zijn namelijk met publiek geld ontwikkeld.

“Open Access is voor staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs een speerpunt tijdens het komende halfjaar voorzitterschap van de EU.” Gaat Dekker zich ook hard maken voor deze volgende stap? Een doodverklaring van intellectueel eigendom. Hoe zou Nietsche deze ontwikkeling betitelen?

Hoofdpijn van de Zorg

“De grote verzekeraars kunnen nog niet zeggen met welke ziekenhuizen ze volgend jaar een contract hebben.” Dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit werk moest eigenlijk al voor 19 november gereed zijn, omdat dit een onderdeel vormt van het aanbod dat de verzekeraars hun klanten voor die datum moeten doen. De klanten moeten nu een keuze maken op basis van een incompleet aanbod. Een keuzeproces dat ieder jaar weer voorbij komt en miljoenen kost aan reclame-inspanningen. De ‘beschermheer van de markt’, de Nederlandse Zorgautoriteit, geeft aan niet te gaan handhaven.

Gezondheidszorg Illustratie:  www.vhcbv.com

Op een normale markt heb je vragers en aanbieders. In de zorg ligt het wat anders. Je hebt een klant die liever niet naar de ‘winkel’ gaat. Wie wil er immers ziek zijn. En als ze het wel zijn, hebben ze niet de sterkste onderhandelingspositie. Met je gebroken been vraag je niet eerst drie offertes op. Het been moet in het gips. Dan kom je al snel in het dichtstbijzijnde ziekenhuis terecht. De markt faalt, omdat echt vrije keus niet mogelijk is. Om dit marktfalen op te heffen, komt de zorgverzekeraar in beeld. Die moet ‘bemiddelen’ tussen vraag en aanbod en moet daaraan een boterham over houden.

Zo maken we er twee nieuwe markten bij om het oorspronkelijke marktfalen op te lossen. Op de ene markt vechten de zorgverzekeraars met elkaar om de verzekerde en op de andere de ‘dokters’ om de gunst van de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars vervullen zo een centrale rol waarin ze de ‘dokters’ uitknijpen door de tarieven te verlagen en de verzekerde door zaken uit het pakket te kieperen en met de premie te spelen. Hierover schreef ik al eerder in (Marktwerking en solidariteit).

Ongereguleerd werken ook deze markten niet goed. Daarom maakt de overheid wetten om de verzekerde te beschermen tegen de zorgverzekeraar en de ‘dokter’, de ‘dokter’ tegen de zorgverzekeraar en de zorgverzekeraar voldoende macht te geven tegenover de verzekerde en de ‘dokter’. De Nederlandse Zorgautoriteit mag toezien op deze wetten en laat het nu dus afweten.

Nieuwe, op zichzelf ook falende, markten creëren om initieel marktfalen op te heffen, is dat wel de manier? Zou het niet anders kunnen? Minder omslachtig en bureaucratisch? Gaan markt en zorg wel samen?

The Meaning of Life

Gisteren schreef ik Les Banlieues en het denken van Loïc Wacquant. Dit in een zoektocht naar verklaringen. Vandaag een andere denker.

Absolute vrijheid leidt niet tot vrijheid voor iedereen, maar tot chaos en onvrijheid voor het grootste deel van de mensen. Absolute vrijheid leidt absoluut tot anarchie en volgens de Spaanse denker  José Ortega y Gasset kan het ook tot stilstand leiden. Ortega y Gasset schreef in de jaren 1929 en 1930 een aantal essays voor de Spaanse krant El Sol. Deze artikelen zijn gebundeld in een boek met als titel De opstand van de massamens. Hij zag wat de positieve en negatieve kanten van die vooruitgang met zich meebracht en die beschrijving is nog verrassend actueel. Wellicht nog actueler dan in de jaren dat Ortega y Gasset de essays schreef.

Meaning of life

Illustratiemarketdiscount.info

De positieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de toegenomen welvaart en het verhoogde levenspeil. De negatieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de vanzelfsprekendheid waarmee de huidige mens, de massamens, die situatie en zijn plaats hierin ziet. Die mens heeft voeling met het verleden verloren en realiseert zich niet dat die huidige situatie het resultaat is van hard werken. Hij gaat uit van rechten, erkent geen autoriteit of gezag en vergeet de bijbehorende plichten en verantwoordelijkheden. Het draait om het ik als doel van het leven.

Ortega y Gasset op pagina 166-167: Het is een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur dat het leven ergens aan moet zijn toegewijd: een glorieuze roeping of een bescheiden onderneming, een reis met een illustere of triviale bestemming. Aan de ene kant is leven iets dat ieder zelfstandig en voor zichzelf moet doen. Aan de andere kant zal mijn leven, als het alleen iets betekent voor mijzelf ik het nergens aan kan dragen, een gammel, futloos en ‘vormloos’ karakter krijgen. … Als ik het egoïstische besluit neem om alleen nog maar voor mijzelf te leven en mij door niemand van dat pad laat brengen, kom ik juist niet meer vooruit en ga ik nergens meer heen, maar blijf ik alleen in cirkels ronddraaien. Het is een innerlijk doolhof waar men eindeloos in blijft verdwalen”.

Zou het niet kunnen zijn dat extremisme, fundamentalisme en terrorisme een manier zijn waarop mensen willen ontsnappen aan het ‘ronddraaien in cirkels’? Dat ze niet het ‘egoïstisch besluit’ willen nemen om alleen voor zichzelf te kiezen? Dat ze meer willen en die ‘glorieuze roeping’ zoeken? En dat er bar weinig ‘glorieuze roepingen’ zijn om uit te kiezen?

Les Banlieues

Na de gebeurtenissen in Parijs van de afgelopen week, staan ze weer volop in de belangstelling: de banlieues of achterstandsbuurten waar de marginalen wonen. Mensen die er niet echt bij horen, mensen die op zichzelf zijn aangewezen.

BanlieuFotolefigaro.fr

De Franse socioloog Loïc Wacquant schreef een boek over deze wijken getiteld: Paria’s van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme. Hij geeft zes eigenschappen van opkomende marginaliteit:

  1. Werk is in toenemende mate flexibel in tijd en uren, parttime, met kortdurende contracten, met steeds minder sociale garanties en voorzieningen. Werk leidt hierdoor niet tot zekerheid.
  2. De marginalen profiteren niet van tijden van economische voorspoed en krijgen extra klappen in tijden van crisis.
  3. Marginaliteit is ruimtelijk gefixeerd in geïsoleerde afgegrensde buurten.
  4. De vierde eigenschap is wat Wacquant noemt ‘Ruimtelijke vervreemding en de ontbinding van de ‘plek’. Een plek is een ruimte geworden. Op een plek voel je je thuis en in een ruimte niet.
  5. Daar waar men bij verlies van baan in het verleden kon terugvallen op het netwerk in dorp, buurt of wijk, is dat nu steeds minder het geval.
  6. De laatste eigenschap noemt Wacquant sociale fragmentatie en symbolische versplintering, het uiteenvallen van de oude klassenstructuur.

Zouden deze oorzaken het voor mensen niet makkelijker en wellicht aantrekkelijker maken om zich bij extremistische en/of terroristische organisaties aan te sluiten? Organisaties die je het gevoel geven ergens bij te horen? Die je het gevoel geven aan een ‘belangrijke zaak’ te werken? Die je een gevoel van eigenwaarde geven?

Wanquant wijst het economisch systeem en de overheersende filosofie achter dit systeem, het neoliberalisme, als oorzaak hiervan aan. Zou hij hier een punt hebben? Moeten we niet op een andere manier naar de samenleving en de economie kijken? Een manier die mensen centraal stelt en niet de economie en de markt? Zou dit niet bijdragen aan het voorkomen van extremisme en terrorisme?

 

 

Vrije wil en referenda

Mijn vorige prikker, Scylla en Charybdis, handelde over de keuze tussen markt en overheid. Dit naar aanleiding van een artikel van Patrick van Schie in Trouw. In dit artikel brak hij een lans voor de vrije markt. Van Schie schrijft: De overheid dwingt ons daarentegen geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is.”  Van Schie suggereert hier dat een eigen gemaakte keuze altijd beter is dan een ‘gedwongen’ keuze.

Als we dit doortrekken naar de samenleving dan wordt de bewering: ‘het algemeen belang is het beste gediend als iedereen zijn eigen belang nastreeft’. Zo maximaliseren we het algemeen belang. Logisch toch, we weten immers zelf het beste wat goed voor ons is.

De Sjaak(foto: gemistvoornmt.nl)

Klopt dat wel? Weten we wat goed voor ons is? Kiezen we altijd voor ons eigen belang? En hoe weten we of iets in ons eigen belang is? Vraag aan mensen of zij zichzelf belachelijk willen maken op TV voor €250. Veel mensen doen dit maar is die keuze goed en in hun belang?

Als het al lastig is om het eigenbelang te bepalen, hoe weten we dan dat het algemeen belang het meeste gediend is bij de eigen vrije keuze? Hoe worden bijvoorbeeld de belangen van de generaties na ons meegenomen? Opwarming van de aarde met 2 graden over vijftig jaar, is voor mij geen probleem. Dus maar door verkwisten. Voor een pasgeboren baby ligt dat anders en voor mijn nog ongeboren kleinkinderen helemaal. Moeten die het dan maar uitzoeken? Het eigenbelang van VW was sjoemelsoftware en VW staat daarin niet alleen. Zie voor mooie voorbeeldenTegenlicht.

Als het algemeen belang geen optelling is van individuele belangen, wat betekent dat dan voor besluiten per referendum?

Marktwerking en solidariteit

Verzekeren is solidariteit en kansberekenen. We lopen allemaal een risico. Meestal en bij de meeste mensen, treedt dat niet op. Soms is er wel iemand de klos. Om de kosten hiervan te dragen, berekent een verzekeraar hoe groot de kans is en wat de schade dan is. De verzekeraar berekent de premie die de schade en zijn onkosten dekt én nog wat winst voor hem oplevert. De kans op schade is afhankelijk van je omstandigheden.

Marktwerking en solidariteit

(Illustratie: http://www.visionair.nl/wp-content/uploads/2012/07/cartoon_2006_june.jpg)

Oudere mensen of mensen met een chronische aandoening lopen een grotere kans op schade en soms weet je de schade al. Bij jongere gezonde mensen is die kans weer kleiner. Door hier geen rekening mee te houden en te doen alsof ieder mens dezelfde kans heeft op schade, kan de premie voor een zorgverzekering voor iedereen even hoog zijn, het oude ziekenfonds.

Op een vrije markt zullen verzekeraars producten maken voor specifieke groepen. Lagere premies voor mensen die weinig risico lopen (en meer winst voor de verzekeraar). Dit betekent wel dat die mensen die een hogere kans op schade lopen, meer premie moeten betalen. Hoe nu de verzekering voor de laatste groep betaalbaar te houden?

Door verevening. En aan die vervening gaat wat veranderen: “De verzekeraar draagt volgend jaar een groter deel van de premie van een jonge, gezonde klant af aan de verzekeraar die chronisch zieken verzekert en dus hoge kosten maakt”, dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit is een manier om solidariteit vorm te geven en de markt te beteugelen.

Zou er geen betere manier zijn om solidariteit vorm te geven nu de markt blijkbaar niet het gewenste resultaat oplevert? Een manier met minder bureaucratie? Een manier waarbij winst niet nodig is? Een manier die mensen als mens ziet en niet als een mogelijke winstbron? Een die lijkt op het oude …?

Talent

talent 2(Illustratie: thelinncountyfair.wordpress.com)

In een eerder schrijven Talentontwikkeling heb ik ook al eens geschreven over talent en eindigde ik met de vraag of talentontwikkeling een manier is om mensen hun falen in de eigen schoenen te schuiven. Nu schrijft Hans Wansink in het commentaar in de Volkskrant: “Laat geen talent verloren gaan. Dat is al tientallen jaren het adagium van de Nederlandse onderwijspolitiek.” In dit commentaar bespreekt hij de toenemende tweedeling in het onderwijs. Het gaat mij niet om die tweedeling en wat daaraan gedaan kan en moet worden. Niet dat dit niet belangrijk is en geen aandacht vraagt. Het gaat mij om de eerste zin: Laat geen talent verloren gaan.

Talent is een natuurlijke begaafdheid of aanleg. Bij talent denken we al snel aan bijvoorbeeld sporters en muzikanten die zeer goed zijn. Of aan iemand met een wiskunde- of talenknobbel. Alleen blijkt dat talent meestal niet voldoende is voor bijvoorbeeld een voetballer. Een voetbaltalent zonder doorzettingsvermogen, inzet en geluk komt er niet. Hetzelfde geldt ook voor een muzikant of wiskundige. Talent wordt vaak afgemeten aan succes en succes aan geld verdienen. Een muzikaal talent dat zich ontwikkelt in een muzieksoort die niemand mooi vindt heeft pech. Daarvan wordt al snel gezegd dat hij zijn talent verspilt.

Wat maakt dat we geen talent verloren mogen laten gaan? En belangrijker, wat maakt dat ik mijn talent niet verloren mag laten gaan? Wat maakt het zo belangrijk dat al het talent wordt benut? Is het wel een taak van het onderwijs om talenten te ontdekken en ontwikkelen? Is de taak van het onderwijs niet kinderen kennis bijbrengen om zich in onze samenleving te kunnen redden? Is het ontwikkelen van een eventueel talent niet aan de bezitter van dat talent?

Lastige vragen, maar wel vragen waar we het over moeten hebben.