Uitgelicht

Onze normen en waarden

“Waar ik wel een beetje huiverig voor ben is dat er aan de wandel wordt gegaan met deze motie door de opmerking dat alle religieuze uitingen dan eigenlijk in de ban worden gedaan. Dan hoor ik de minister wel een nuance maken en ik hoop dat ook dat opgenomen wordt in het handelingskader van de politie en dat dat ook wijdt verspreid wordt. Dat er nog gewoon ruimte is voor een kerstborrel bijvoorbeeld en een kerstfeest. Want laten we wel wezen, in mijn motie, mijn voorstel stond: ik wil dat we stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars, maar laten we even heel duidelijk maken dat ik niet heb gezegd, dat daar geen ruimte moet zijn voor geen enkele religieuze uiting. En dat heeft alles te maken met het feit dat ik vind dat de islam niet te vergelijken is met iets wat heel erg verankerd is in onze Nederlandse normen, waarden, cultuur maar ook in onze tradities hè.” Woorden die JA21 Kamerlid Ingrid Coenradie uitsprak.

Bron: Wikipedia

Nu we het toch over ‘Nederlandse normen en waarden hebben toch even een duit in het zakje. En dan bedoel ik ook echt normen en waarden en niet folklore of traditie, want kerstfeest, sinterklaas en Koningsdag behoren, net als voor anderen iftars, tot folklore en traditie en hebben niets met normen en waarden te maken. Normen en waarden dus. Normen en waarden handelen over hoe je anderen behandelt. De Nederlandse normen en waarden zijn verankerd in de Grondwet. Dat begint met artikel 1, het gelijkheidsbeginsel dat tevens bepaald dat discriminatie niet is toegestaan. Die zitten ook in artikel 6 dat gewetensvrijheid en daarom ook de godsdienstvrijheid regelt. En in artikel 7 dat handelt over de vrijheid van meningsuiting, artikel 8 dat de vrijheid van vereniging regelt en artikel 9 dat handelt over de vrijheid van vergadering en betoging. Artikel 11 dat de lichamelijke onaantastbaarheid regelt.

Wat zien we als we met deze normen en waarden naar de boodschap van Coenradie kijken? Dan zien we dat die vloeken met het gelijkheidsbeginsel. Coenradie wil mensen anders behandelen omdat ze een ander geloof aanhangen. De politie doet daar gelukkig (nog) niet aan mee. Die handelt conform het gelijkheidsbeginsel en behandelt iedere religie op eenzelfde manier. Als er geen bijeenkomst voor een feestdag van de ene religie georganiseerd mag worden, dan ook voor alle andere godsdiensten. Coenradie discrimineert en zou willen dat de politie (de overheid) dat ook doet. In tegenstelling tot wat Coenradie beweert, is het christendom niet verankert in de Nederlandse normen en waarden. Wat is verankerd is de vrijheid van godsdienst, niet de dominantie van een bepaalde godsdienst.

Waar ik huiverig voor ben, om woorden van Coenradie te gebruiken, is voor politici die hoog opgeven over onze normen en waarden, onze vrijheden en die deze vervolgens met voeten treden. Met voeten treden maar wel op een verhullende manier. Een manier waarbij ze een façade optrekken en ze zich naar buiten toe minder extreem voor doen dan ze zijn, om de woorden die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in hun rapport Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging gebruiken, aan te halen.1 En van die politici zijn er steeds meer.

Neem de motie die BBB-Kamerlid van der Plas indiende waarin de regering wordt verzocht om:“het structurele patroon van acties van Extinction Rebellion te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme.” Dit omdat, zo is in de motie te lezen: “Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten pleegt en vitale infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Een bijzondere door een Kamermeerderheid aangenomen motie. Bijzonder om meerdere redenen.

Als eerste zijn er meer groepen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en vitale infrastructuur ontregelen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Een van die groepen moet Van der Plas zeer bekend voorkomen want zij verdiende haar momenten van glorie aan de acties van deze groep protesterende boeren. Ook een ander groep, de tegenstanders van asielopvang, maakt zich herhaaldelijk schuldig aan strafbare feiten en ontregelt vitale infrastructuur. Dat deze groepen niet worden genoemd in de motie is bijzonder. Als het herhaaldelijk plegen van strafbare feiten en het ontregelen van vitale infrastructuur om politieke besluitvorming te beïnvloeden een reden is om een groep te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, dan zouden ook deze twee groepen onderzocht moeten worden. Dat dit niet is gebeurt, is het eigen extremisme verbergen achter een façade waarbij gelijktijdig mensen met andere opvattingen in een kwaad daglicht worden gesteld.

Er is meer. Een kenmerk van extremisme vijandige gedrag in de richting van anders denkende mensen. Als iets de acties van XR niet kenmerkt, dan is het vijandig gedrag in de richting van mensen die er anders over denken. De acties van XR zijn geweldloos en richten zich niet tegen mensen. Iets wat je van de acties van de Farmers Defence Force en tegenstanders van asielopvang niet kunt zeggen.

Je kunt de acties van XR hinderlijk vinden maar je kunt hen niet het recht ontzeggen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Dat recht heeft iedereen. Je kunt hen ook niet het recht ontzeggen om, via de infrastructuur, de openbare orde te ‘ontregelen’. Dat mag want eenieder heeft het recht om te demonstreren. Als daarbij strafbare feiten worden gepleegd dan dient daartegen te worden opgetreden en de plegers moeten dan worden vervolgd. Met deze motie wordt gepoogd om XR monddood te maken en in het verlengde hiervan wordt de vrijheid van ons allen beperkt. Want wat nu ‘realisme’ is, kan morgen als ‘extremisme’ worden gezien.

Dat een een flinke meerderheid, waaronder partijen als de VVD, het CDA en de ChristenUnie een dergelijke motie steunen, maakt duidelijk dat de normen en waarden zoals ze zijn opgenomen in de Grondwet, onder druk staan. En nee, die druk komt niet van XR en ook niet van moslims. Die druk komt van politici die om welke electorale reden dan ook, marchanderen met die normen en waarden en daarmee marchanderen met onze democratische rechtsstaat.

Deze twee voorbeelden laten zien dat de ‘normaliseringsstrategie’ waar de AIVD en NCTV in hun rapport over schrijven al zo ver gevorderd is dat Kamermeerderheden het acceptabel vinden dat er moties worden aangenomen die zaken betogen, om het rapport van de beide organisaties te citeren: “ haaks (staan)op de waarden van onze democratische rechtsorde. Deze waarden vormen de basis van de vrije samenleving waarin mensen met verschillende meningen, geloofsovertuigingen en culturele achtergronden in vrijheid en gelijkheid samenleven.” Moties die rechts-extremistisch gedachtegoed normaliseren. Kamerleden dus die: “onze democratische rechtsorde en haar grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht voor hun anti democratische doeleinden.,” gebruiken. Die: deze democratische middelen in (zetten)om maatschappelijke tegenstellingen op de spits te drijven en verschillende democratische processen te ondermijnen.”2 De rot zit al diep.

1 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 7

2 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 3

Uitgelicht

Een SGP theocratie

“Deze Kamer is gisteren onderworpen,” aldus Kamerlid Markuszower. Onderworpen: “aan een ideologie die democratie en vrijheid en tolerantie … daar heeft die ideologie niks mee.” Dat is nogal wat als je het zo hoort. Wat is er gebeurd? Tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer vorige week, vroeg DENK Kamerlid Ergin of de geplande pauze een kwartiertje eerder kon beginnen zodat hij kon deelnemen aan de iftar. De commissie stemde er in meerderheid mee in en zo geschiedde. Niets aan de hand zou je zeggen. Toch wel. Markuszower: “De vergadering is onderbroken voor een iftar. We zijn dus tolerant geweest voor de intoleranten. Dat is de eerste stap naar islamisering van het parlement. Die stap moeten we terugdringen en daar wil ik graag mee in debat met u.” Die u waarmee Markuszower in debat wil, is de Tweede Kamer zelf. Bijzonder, van niets iets maken is een kunst.

Robert II van Normandië in de strijd tegen de moslims tijdens de eerste kruistocht het beleg van Antiochië. Bron: https://soldadosfortuna.blogspot.com/2014/02/las-cruzadas-1.html

Echt bijzonder is dat dit niets dat al iets was geworden, vervolgens door een deel van de Kamer werd opgeblazen tot mythische proporties. SGP Kamerlid Flach: “Ik ben het eens met de heer Markuszower. Dat dit gisteren gebeurd is moet eens maar nooit weer zijn.” PVV Kamerlid Boon: “We hebben allemaal gezien dat Nederland gisteren een stukje verder geïslamiseerd is met steun van het CDA en VVD. Het was eigenlijk een zwarte dag voor Nederland.” Kamerlid Keijzer: “volgens mij was gisteren een bedrijfsongeval.” JA21 Kamerlid Ceulemans: “Meneer was de laatste die nog aan het woord kwam. Maar er moest demonstratief worden geschorst zodat meneer dadeltjes kon gaan eten. … Het was totale aandachtstrekkerij en heel triest dat het gehonoreerd is.” Een kongsi tussen extreem rechts en christenfundamentalisme. Beiden vinden elkaar in hun afkeer van vreemdelingen en zeker als die vreemdelingen islamiet zijn. Het debat komt er niet want de vraag erom kreeg onvoldoende steun.1

Daarmee was de kous af. Of toch niet? Het hele gebeuren was voor de SGP Kamerleden Flach en Van Dijk aanleiding om een artikel te schrijven dat voor De Telegraaf van voldoende kwaliteit was om te plaatsen. Volgens de heren is een islamitische iftar: “niet zomaar een gezellig etentje. Het is een religieus moment waarbij Allah wordt aanbeden.”… Omdat er bij de iftar een gebed tot Allah moet worden uitgesproken, is er bijna altijd een imam bij. Vaak bid hij de Shahada: een tekst die verre van onschuldig is. De Nederlandse vertaling: Ik getuig dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohamed zijn profeet is.” Voor een belijdend christen zijn Kerst, Pasen en Pinksteren ook niet zomaar gezellige etentjes, maar religieuze momenten waarbij God aanbeden wordt. Ook daarbij worden gebeden uitgesproken waarin die God wordt geheiligd en niet alleen door de gelovige maar door de hele wereld. Voor die christen is er ook maar één God die aanbeden mag worden en je komt tot die God via de woorden van zijn zoon Jezus.

Dat moslims de iftar vieren, vinden de beide heren niet zo erg. Het wordt erg als: “politici en bestuurders in grote getale aanwezig zijn bij iftar-vieringen.” Dat: “lijkt op het eerste gezicht misschien sympathiek,” zo vervolgen ze: “En we begrijpen de bedoeling : verbinding leggen met alle groepen in de samenleving.” Daarbij, zo vervolgen de twee heren: “wordt één ding vergeten: Nederland kent een joods-christelijke traditie en de religie waarvoor zij de rode loper uitrollen is in zichzelf anti-joods en antichristelijk. Het is daarom op z’n minst bedenkelijk te noemen om onder het mom van inclusie iftars bij te wonen waar uitsluiting gepredikt wordt.”

Ik vraag me dan, zoals ik al vaker heb gedaan, af waar die joods-christelijke traditie uit bestaat? Als ik de laatste pakweg 1500 jaar van 2000 jaar dat het christendom als religie op de aarde rondwaart bekijk, dan moet die traditie er wel haast uit bestaan dat christenen hun joodse medemensen discrimineren, vervolgen en vermoorden. Een traditie met als dieptepunt de Holocaust. Over anti-joods gesproken. Datzelfde christendom voerde vanaf het einde van de elfde eeuw negen kruistochten tegen de islam. Over anti-islam gesproken. De Verenigde Staten zijn nu druk bezig er een tiende aan toe te voegen als je de woorden van, en tatoeage op het lijf van, de minister van oorlog van het land gelooft.

Als er iets monotheïstische religies, en het zijn alle drie monotheïstische religies, kenmerkt dan is het het geloof in de superioriteit van het eigen geloof. Als er verder nog iets is wat al drie deze religies kenmerkt, dan is het dat er onder hun vlag een keur aan stromingen schuil gaan die ‘de heilige boodschap’ allemaal net iets anders uitleggen. Stromingen die elkaar vaak met woorden en soms ook met daden een kopje kleiner maken. Vooral het christendom heeft op dat gebied een grote geschiedenis. Nadat Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg spijkerde, brak een periode van zo’n twee eeuwen van godsdienstoorlogen uit waarbij, afhankelijk van wie je het vraagt, tussen de zes en zeventien miljoen doden vielen.

Het lijkt erop dat beide politici de welbekende hamer zijn die in alles een spijker ziet. Door hun fundamentalistische, orthodoxe gereformeerde denken hebben ze het contact met de wereld verloren. Ze geloven dat iedere gelovige, vooral als het een islamiet is, uit is op werelddominantie. Dat ze hun strikte leer van het vieren van Kerst als maat zien voor hoe Kerst gevierd wordt en vergeten dat het voor het gros van de mensen het religieuze karakter vrijwel afwezig is en is vervangen door cadeautjes en veel eten. Wat ze daarbij ook vergeten is dat het parlementaire werk, de aanleiding voor deze enorme luchtballon, rond Kerst en Pasen een reces kent en dat er nooit op zondag, hun dag van de Heer, nooit wordt vergaderd. Zij als christen, hoeven geen schorsing te vragen om hun ‘feest’ te mogen vieren. Dan klagen over: “een voorkeursbehandeling van de islam,” en beweren dat: “De islam (…) een steeds dominantere voorrangspositie” krijgt en: “Het christendom wordt steeds meer naar de achtergrond geduwd, terwijl Nederland juist christelijke wortels heeft,” is een gotspe. Waar is hier trouwens die joodse kant gebleven?

De beide gereformeerde broeders eindigen met de woorden: “Onze oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland is daarom duidelijk: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!” Mijn oproep: luister niet naar deze deze intolerante zeloten. Onze prettige democratische rechtsstaat is er ondanks en niet dankzij hun gepreek. Die is er ondanks en niet dankzij het christendom. Zij zaaien angst, verdeeldheid en uiteindelijk haat. Als het aan hen had gelegen dan leefden we in een gereformeerde theocratie waar vrouwen niets te zeggen hebben. Een soort Iran maar dan christelijk.

1 https://debatdirect.tweedekamer.nl/2026-03-10/overig/plenaire-zaal/regeling-van-werkzaamheden-15-55/video vanaf minuut 28.30

Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.

Iftar, kerst, kerk en staat

“In Nederland vervaagt de scheiding tussen kerk en staat. Er is één religie, waarvan de aanhangers steeds vaker en openlijker laten zien lak te hebben aan de mores van onze seculiere maatschappij: de islam. Meer en meer worden we geconfronteerd met islamitische symbolen, rituelen en gebruiken op tot voor kort neutraal terrein: in overheidsgebouwen, universiteiten en op de werkvloer.”  De opening van een artikel van Pamela Pinas bij Opiniez. In het artikel krijgen diverse bedrijven, instellingen en mensen een sneer. Een van die mensen is burgemeester Jan van Zanen van Utrecht. de ‘onverlaat’ haalt het in zijn hoofd om als speciale gast en hoofdspreker op te treden op een iftar-bijeenkomst. Dat kan natuurlijk niet, een bestuurder die spreekt op een ‘moslimfeest’, dat zou ten strengste verboden moeten zijn. 

aanhef grondwet

Foto: Wikipedia

Beste mevrouw Pinas, gaan we ook van u horen als de koning zo op de vijfentwintigste december zijn jaarlijkse kerstboodschap verkondigt? In het verlengde daarvan, gaat u ook al die burgemeesters die op dat moment een duit in het zakje doen en een kerstboodschap uitspreken, aanpakken en hen erop wijzen dat dit niet past bij de neutrale positie die de overheid moet innemen? Google maar even op ‘kersttoespraak burgemeester’ en u weet precies wie u allemaal aan de schandpaal moet nagelen. Dan ziet u hoe ‘verstrengeld’ kerk en staat nog steeds zijn.

En als u dan toch bezig bent, hebt u er weleens een wet op nageslagen. Is niet moeilijk, via overheid.nl kunt u ze allemaal vinden. Lees dan vooral even de aanhef. Om het u makkelijk te maken, hier komt die: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” Een beroep op god bij iedere wet, hoe gescheiden zijn kerk en staat dan? Wat moet een aanhanger van de kerk van het vliegende spaghettimonster daar wel niet van denken? Dus weg die god of ook toevoeging van het vliegende spaghettimonster en alle andere zaken waarin men kan ‘geloven’. 

Dan even naar de benoeming van volksvertegenwoordigers. Dat kan met ‘dat zweer en beloof ik’ of met ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig’. Wanneer kan ik uw betoog tegemoet zien om die laatste variant af te schaffen? 

Beste mevrouw Pinas, zolang u niet rept over de kersttoespraken, de aanhef in de wet en de gelofte, moet u niet zeuren over een burgemeester die deelneemt aan en spreekt op een religieus feest van een deel van zijn inwoners.  Want waarin verschilt iftar van kerst?