Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

#denkzelfna

Ik wilde me er dit jaar verre van houden. Waarvan? Van het schrijven van een stukje over zwarte piet. Dat gaat me ook lukken want dit stukje gaat niet over zwarte piet, maar over de rechtszaak naar aanleiding van ‘de slag bij Dokkum’. Of beter nog om een stukje dat Jan Gajentaan erover publiceerde bij Opiniez. Als je, zoals de Ballonnendoorprikker, kromme redeneringen en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak wilt stellen, dan moet je er iets van zeggen.

Demonstratie_op_het_Binnenhof_in_Den_Haag_tegen_de_komst_van_de_centrumpartij_in_de_Tweede_Kamer._In_beeld_een_groot_spa_-_SFA007001062

Foto: Wikipedia

Dat Gajentaan boos is dat zijn heldin Jenny Douwes en haar kornuiten een stevige straf krijgen opgelegd, is tot daaraan toe. Ook mag je vinden dat de rechter de plank mis heeft geslagen. Maar met zijn betoog ligt het wat anders. “Het is duidelijk dat de bezorgdheid van de alleenstaande moeder Jenny Douwes ordeverstoringen tijdens de intocht in Dokkum betrof, uitgelokt door burgemeester Marga Waanders die zich het vuur uit de sloffen liep om de agressieve links-identitairen van KOZP naar Dokkum te halen, nadat deze al de landelijke intochten van Meppel en Maassluis grondig hadden verpest en die van Gouda in een veldslag hadden veranderd.”  En iets verderop: “Ik kan niet anders dan droevig constateren dat de rechterlijke macht volledig van het padje is in Nederland. Want natuurlijk gaat dit niet over de vrijheid van demonstratie of meningsuiting, het gaat om de bescherming van kinderen en hun recht op een ongestoord feest!.” En in de afsluitende alinea: “… de agressieve activisten die al jaren niets in de weg gelegd wordt en die zelfs de rode loper krijgen uitgerold door burgemeesters en in de media ….” 

Een wel zeer bijzondere onderbouwing. Douwes en haar ‘helden’ worden vervolgd omdat ze een kinderfeest beschermen, want dat moet ongestoord door kunnen gaan. Burgemeesters die allerlei partijen uitlokken om te komen demonstreren en zich daarvoor het vuur uit de sloffen lopen en nog erger ‘de rode loper uitrollen.’ En die activisten wordt niets in de weg gelegd. Het lijkt wel een complot.

Maar als die activisten niets in de weg wordt gelegd, hoe komt het dan dat de intochten in Meppel en Maasluis grondig werden verstoord en het in Gouda op een ‘veldslag’ uitliep? Hoe kan het dan dat er ‘activisten’ door de politie werden opgepakt? Dan heb ik zeker gedroomd toen ik diverse Haagse politici begrip hoorde tonen voor de intenties achter de actie van Douwes? Als burgemeesters rode lopers uitleggen, hoe komt het dan dat de demonstranten bijna altijd ergens in een hoekje worden wegegemoffeld?

“De Nederlandse bevolking laat zich niet langer in de hoek zetten door een lawaaierige minderheid. Desnoods worden we allemaal #blokkeerfriezen,” zo sluit Gajentaan af. Nu ontbeer ik zijn gave om voor de Nederlandse bevolking te spreken, maar als Nederlander kan ik alleen maar zeggen dat ik me niet door zo’n baarlijke nonsens om de tuin laat leiden. En ik voeg eraan toe dat iedereen het recht heeft om zijn mening te uiten en te demonstreren. Demonstreren bij een ‘kinderfeest’, maar ook bij een moskee, door daar te gaan barbecuen. Dat recht heb je, of je het ook moet doen, is een andere zaak. Ik beveel iedereen aan, #denkzelfna.

Gezond, democratisch verstand

“In een tijd van preventie, controle en het minimaliseren van risico’s kiezen bestuurders steevast voor ‘de openbare orde’.” Woorden uit een artikel van Cinan Çankaya in de Volkskrant. Aanleiding voor zijn artikel is de hele heisa rond de anti-zwarte-piet demonstranten die door pro-zwarte-piet demonstranten werden belemmerd om te demonstreren, een demonstratie waarvoor de burgemeester een vergunning had afgegeven. Çankaya concludeert:

“Zorgvuldig omgaan met grondrechten blijkt ook voor het Nederlandse bestuur, de politieorganisatie en een belangrijk deel van haar inwoners een probleem te zijn.”

demonstratie

foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet om zwarte piet, daar heb ik al eerder mijn zegje over gedaan en daar laat ik het bij. Het gaat mij om het begrip ‘openbare orde’. Dat begrip wordt, samen met het woord veiligheid, vaak gebruikt als er weer eens een demonstratie of manifestatie wordt verboden door een burgemeester. Een burgemeester die bang is voor verstoring van die openbare orde. Om te bepalen of die openbare orde wordt verstoord, moet eerst duidelijk zijn hoe die niet verstoorde orde eruitziet, wat behoort tot de normale orde?

In onze democratie is het in het openbaar kunnen uiten van je mening een belangrijk grondrecht. Met mijn prikkers maak ik gebruik van dit recht. Demonstreren is ook een manier om je mening te uiten. Demonstreren kun je in je eentje en ook in een groep. Betekent dit niet dat het uiten van je mening, ook in de vorm van een demonstratie gewoon tot de normale orde behoort en dus die orde niet kan verstoren?

Begin dit jaar schreef ik hier al, naar aanleiding van Turkse ministers die op bezoek kwamen en wilden komen, over. Ik stelde toen de vraag: “ Zou niet slechts bij hoge uitzondering, of liever nog nooit, een bijeenkomst of demonstratie verboden mogen worden?” Die prikker eindigde met de vraag: “Zijn onze bestuurders niet veel te angstig en bewijzen ze de democratie en onze vrijheden niet een slechte dienst door vanuit deze angst te handelen?”  Vragen die we ook nu weer, of eigenlijk nog steeds, kunnen stellen.

Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevig portie moed te geven. Dat zou het door Çankaya gesignaleerde probleem oplossen.