Cliché van intersectionaliteit

Ik heb me twee keer bedacht voordat ik aan het schrijven van deze prikker begon. Twee keer om twee verschillende redenen. De eerste is de aanleiding, een ingezonden brief van Amerikanist Manon Portos Minetti in de Volkskrant die reageert op een ingezonden brief van Heleen den Beer Poortugael in dezelfde krant. Moet ik me als man bemoeien met een gesprek tussen twee vrouwen? En dan niet zomaar een man, maar een ‘oude witte man’, het onderwerp van het gesprek. Want voordat ik het weet, geef ik een voorbeeld van: “wat men in de Verenigde Staten treffend ‘white rage, white tears’ noemt,” waar Portos Minetti tegen ageert of nog erger: “(oude) witte fragiliteit”.

Bron: Delpher

Den Beer Poortugael reageert met haar brief op een column van Martin Sommer. Sommer schreef over de samenwerking tussen de PvdA en GroenLinks en het gezamenlijke congres van de beide partijen die op veel enthousiasme van de bezoekers van het congres kon rekenen. Alleen: “ een paar oude witte mannen, zoals Ad Melkert en Hans Spekman, mompelden nog wat over kleine stapjes,” aldus Sommer. Nu voel ik me niet oud maar als Spekman oud is, dan ben ik het ook want we zijn in hetzelfde jaar geboren. Volgens Den Beer Poortugael moet het afgelopen zijn en moet: “de ‘oude witte man’ nu alsjeblieft eindelijk uitgezwaaid worden als ondraaglijk cliché en napraterij.” Omdat: “Als Rutger Bregman gelijk heeft, deugen de meeste mensen, dus ook de meeste ‘oude witte mannen’. Gek trouwens dat ik nooit iets lees over ‘oude witte vrouwen’; dat wordt zeker als kwetsend beschouwd. En terecht”

Dat is dan weer tegen het zere been van Portos Minetti die, zo schrijft ze: “Met lichte verontwaardiging,” Den Beer Poortugaels brief las omdat die: “ gedrenkt is in (oude) witte fragiliteit.”. Zij leest wekelijks in de krant: “hoe witte mensen hun lijden centreren, ten ­opzichte van dat van gemarginaliseerde groepen. Dit lijden bestaat uit het moeten leven in een ‘woke’ wereld en de verschrikkingen van gewezen worden op privileges, of als er kritiek wordt geuit op het actief tegenhouden van progressie.” En dat komt: “samen in de verzamelterm van de oude witte man, en ja ook zeker de oude witte vrouw. Want, zoals beargumenteerd door zwarte feministen Bell Hooks en Angela Davis: door de geschiedenis heen zijn het witte vrouwen geweest die het hardst hebben geholpen het patriarchaat en witte suprematie in stand te houden” En dan eindigt ze haar schrijven met: “Lijden is geen wedstrijd, dus probeer dat er ook niet van te maken door geprivilegieerde witte mensen zichzelf constant in deze krant als slachtoffer te centreren. Toch hoop ik echt dat het een keer klaar kan zijn met het ondraaglijke cliché en napraterij van wat men in de Verenigde Staten treffend ‘white rage, white tears’ noemt.

Nu kan het aan mij, de ‘witte oude man’ liggen, maar ik las de brief van Den Beer Poortugael niet als een pleidooi om het ‘lijden van de witte man’ te centreren, maar als een pleidooi om ermee te stoppen om personen dat label op te plakken en hen zo buiten het gesprek te plaatsen. Buiten het gesprek te plaatsen zodat je niet inhoudelijk op hun inbreng hoeft te reageren. De ‘oude witte man’ kan immers niets zinnigs in te brengen hebben. Zijn enige doel is het tegenhouden van progressie, om Portos Minetti te parafraseren. Portos Minetti denkt, geheel in lijn met de intersectionele theorie, in groepen met vaste denkbeelden. Groepen die worden bepaald door iemands kenmerken. Kenmerken zoals geslacht, huidskleur. Ben je ‘wit’ en ‘man’ dan heb je automatisch de ‘privileges’ die het intersectionele denken die groep toebedeelt. Ben je ‘vrouw ‘en ‘zwart’ dan heb je automatisch een ‘gebrek aan privilege’. Den Beer Poortugael ziet individuen. Zij ziet mensen (Hans Spekman en Ad Melkert) met opvattingen die er mogen zijn ook al stellen ze vragen bij ‘progressie’ of zien ze die anders. Opvattingen die een serieus antwoord verdienen en niet buiten het gesprek geplaatst moeten worden.

Portos Minetti daarentegen ziet mensen als een cliché van haar theorie. Zij lijkt daarbij zover te gaan dat ze van de geschiedenis, in navolging van de zwarte Amerikaanse feministen, een karikatuur maakt met de uitspraak dat: “het witte vrouwen geweest (zijn) die het hardst hebben geholpen het patriarchaat en witte suprematie in stand te houden.” Dus die moeten ook maar hun mond houden. Bij ‘witte suprematie’ zou een zeventiende-eeuwse keuterboer of -boerin in wat nu Nederland heet, zich niets hebben kunnen voorstellen. Ja, de superieuren waren ‘wit’, maar dat waren zij, die niets te zeggen hadden, ook. De overgrote meerderheid van onze voorouders waren niet bezig was met het in stand houden van ‘witte suprematie’, maar met overleven. Inderdaad was ook, het gros van de ‘witte vrouwen’ niet bezig met de strijd tegen het patriarchaat. Niet omdat ze dat patriarchaat zo graag in stand wilden houden, maar ook weer omdat ze vooral bezig waren met overleven. Laat nu een deel van die ‘witte vrouwen’ die zich niet direct zorgen hoefden te maken om dat overleven, wel met de strijd tegen het patriarchaat hebben bemoeid. Neem, om in het Nederlandse te blijven, Betje Wolff en Aagje Deken? Neem de strijd voor het vrouwenkiesrecht met Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker, Clara Meijer-Wichmann om er een paar te noemen. Een strijd die trouwens nagenoeg synchroon liep met de strijd voor het algemeen kiesrecht. In 1918 mochten voor het eerst alle mannen naar de stembus en in 1922 mochten alle vrouwen voor het eerst stemmen.

De geschiedenis van de mensheid is veel breder, omvattender, veelzijdiger en genuanceerder dan het beeld dat je ziet als je haar bekijkt door het cliché van de intersectionaliteit waardoor Portos Minetti haar bekijkt. Zeker omdat haar cliché een theorie ter verklaring van de specifieke Amerikaanse situatie en haar geschiedenis is.

Bono en ballonnen

De gebeurtenis kreeg voor elkaar wat in de al jaren tot op het bot verdeelde Amerikaanse politiek niet was gebeurd. Het Amerikaans Huis van Afgevaardigden nam unaniem een resolutie aan 419 voor en NUL tegen. De resolutie hekelt de “pogingen van de Chinese Communistische Partij om de internationale gemeenschap te misleiden door middel van valse beweringen over haar campagnes voor het verzamelen van inlichtingen,” zo lees ik bij ThePostOnline. En daarmee begint het bijzondere verhaal.

Een U2. Bron: WikimediaCommons

Ik denk dat er weinig mensen zijn die de Ierse band U2 niet kennen. De band met zanger en wereldverbeteraar Paul David Hewson alias Bono als zanger. De eerste keer dat ik ze live zag, was op Rock Werchter in 1983. Rock Werchter van dat jaar had in de tijd dat het nog een dubbelfestival was met Torhout, toen een bijzonder sterk programma. De Belgische band The Scabs en na John Cale & band en Warren Zevon begon één groot hoogte punt: Eurythmics, Van Morrisson, Simple Minds, U2 en Peter Gabriel. Nou ja een groot hoogtepunt. Simple Minds begonnen in die tijd hun nummers erg lang te trekken en dat kon in ieder geval niet op mijn instemming rekenen.

Maar ik dwaal af. De band U2 dankt haar naam aan een vliegtuig met dezelfde naam, de Lockheed U-2, een zoals Wikipedia het omschrijft: “Amerikaans verkenningsvliegtuig met één straalmotor dat op grote hoogte wordt bestuurd door de Amerikaanse luchtmacht (USAF) en voorheen werd gevlogen door de Central Intelligence Agency (CIA). Het biedt dag en nacht, op grote hoogte (70.000 voet, 21.300 meter), all-weather inlichtingenvergaring. Een spionage vliegtuig dus dat vanaf midden jaren vijftig werd gebruikt om boven vijandelijk gebied te vliegen en te spioneren. Dat kon eerst zonder problemen omdat het door de grote hoogte waarop het vloog niet door vijandelijke wapens geraakt kon worden.

Op 1 mei 1960 steeg een U2 gevlogen door piloot Francis Gary Powers op vanaf de Pakistaanse luchtbasis bij Peshawar voor een spionage vlucht voor de CIA boven de Sovjet Unie. Doel van de vlucht : het fotograferen van militaire objecten. Die dag bleek er iets te zijn veranderd. Niet aan het vliegtuig maar aan de afweermogelijkheden van de Sovjet Unie. Die bleken een raket te hebben die het toestel kon raken en dat gebeurde. Het toestel werd uit de lucht geschoten. Toen het verlies van het toestel tot de Amerikanen door was gedrongen, moest de NASA een persconferentie geven dat een U2 toestel dat weerkundige informatie verzamelde, was neergestort omdat er problemen waren met de zuurstoftoevoer naar de piloot.

De Amerikanen hoopten dat de kous hiermee af zou zijn. Helaas voor hen was dat niet het geval. Tijdens een topoverleg in Parijs op 16 mei, eiste Sovjetleider Chroesjtsjov verontschuldigingen van de Amerikaanse president Eisenhower voor spionagevluchten boven de Sovjet Unie. Toen Eisenhower ontkende dat de VS dergelijke vluchten uitvoerde, toverde Chroesjtsjov piloot Powers tevoorschijn. Dit tot grote verrassing van de Amerikanen want die hadden het niet voor mogelijk gehouden dat een piloot een crash van die hoogte kon overleven. Powers werd veroordeeld tot drie jaar gevangenschap en zeven jaar werkkamp. Na 21 maanden gevangenschap werd hij geruild tegen een in de VS betrapte Sovjet spion.

Zou er over een jaar of vijftien een band doorbreken die naar die ballon is vernoemd? Ik ben benieuwd. Benieuwder ben ik of de leden van het Amerikaans de Huis van Afgevaardigden zich deze gebeurtenis herinneren. Maar het meest benieuwd ben ik of de Amerikanen nu een Chinese ballonvaarder uit de hoge hoed weten te toveren die de Chinese verklaring onderuit haalt.

Niet-Nederlands-Indië

Als ik ervoor zou pleiten dat de term Romeinse rijk geen geschikte term is om over de geschiedenis van het Romeinse rijk te spreken, dan word ik voor gek verklaard. De geschiedenis van het Romeinse rijk beschrijven zonder de term Romeinse rijk maar ook termen als senator, plebejer, tribuun enzovoorts, maakt het heel lastig om de Romeinse wereld te begrijpen. Toch pleit Jet Bussemaker, voorzitter van de Commissie versterking geschiedenis voormalig Nederlands-Indië voor zoiets in een artikel in de Volkskrant.  

De genoemde commissie presenteert vandaag haar eindrapport Deel en verbind. Belangrijkste advies: “geef de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië een prominentere plek in het onderwijs en op straat, en maak informatie erover toegankelijk online.” Niets mis met dit advies en ieder pleidooi voor meer aandacht voor geschiedenis kan op mijn steun rekenen. Op een prominente plek op straat kan Nederlands-Indië trouwens al rekenen. Menig straatnaam is vernoemd naar een van de eilanden van de Insulinde. Gezien de naam van de commissie trouwens geen verrassend advies. Het zou bijzonder zijn als een commissie met die naam tot de conclusie kwam dat het met die geschiedenis wel een onsje minder kon. Bijzonder wordt het als Bussemaker betoogt dat: “termen als ‘voormalig Nederlands-Indië’ en ‘Indisch’ eigenlijk geen geschikte termen zijn om over deze geschiedenis te spreken.”  Waarom niet? Omdat: “De term voormalig Nederlands-Indië is eigenlijk een koloniale term.” Bijzonder. Bijzonder dat je over koloniale geschiedenis niet in koloniale termen mag spreken. Die koloniale termen lijken mij juist noodzakelijk om het verleden te begrijpen.

Bron: Wikiwijs

Even wat geschiedenis om dit duidelijk te maken. Toen de drie handelsschepen Mauritius, Hollandia en de Amsterdam in 1595 samen met het kleine jacht Duyfken vanaf de rede van Texel naar Azië vertrokken, waarmee de bemoeienis met de Oost begon, bestond het land ‘Indonesië’ niet. Nederlands-Indië ook niet en Nederland trouwens ook niet. De namen van twee van de schepen geven aan van waaruit ze vertrokken namelijk uit Holland en Amsterdam. De term Nederlands-Indië is van begin negentiende eeuw. En pas zo vanaf halverwege die eeuw werd een echt begin gemaakt met het werkelijk ‘bezetten’ van de eilanden in de Oost. Voor die tijd en tot het midden van de negentiende eeuw was het veel meer een invloedssfeer. En nee, geen invloedsfeer om de erin wonende mensen te beïnvloeden. Nee, veeleer om andere Europese machten buiten de deur te houden. Dat gebeurde door een reeks forten op strategische punten en een sterke vloot. Bezet werd er, afgezien van die forten en hun directe omgeving, niet zoveel. Daarvoor ontbrak de mankracht maar vooral het geld. Het bezetten van grote gebieden is een kostbare aangelegenheid en waarom zou je dat geld eraan besteden als je vloot de concurrenten buiten de deur kon houden waardoor je met de heersers in de gebieden als monopolist kon handelen. Handel waar die inlandse vorsten stevig aan verdienden en die hun machtspositie ten opzichte van hun concurrenten konden versterken. En vorsten die contact zochten met buitenlandse concurrenten, kregen ook te maken met de kanonnen van die vloot. In het grootste deel van de archipel zag men de eerste Nederlander pas eind negentiende eeuw. Op sommige eilanden pas in het begin van de twintigste eeuw en dan zien we nog maar even af van het ‘Nederlandse’ deel van Nieuw Guinea, waarvan de Nederlanders om het cru te formuleren zo ongeveer alleen de kustlijn kenden.  Pas door ‘Nederlands-Indië’ werden al die meer dan 16.000 eilanden tot een staatkundig geheel gesmeed. Voor die tijd bestond het uit zeer veel vorstendommen die met elkaar streden om macht en invloed. Zonder ‘Nederlands-Indië’ is de Republiek Indonesia niet te verklaren. Zonder die koloniale geschiedenis geen Indonesië.

Een staatkundig geheel, maar Bussemaker constateert terecht dat: “als je Indisch zegt, dan verwijs je naar Nederlanders met ten minste één Europese ouder. Je mist dan de geschiedenis van de Molukkers, de Chinezen, de Papoea’s en de Indonesiërs. Er zijn vanuit heel veel verschillende invalshoeken verhalen over deze geschiedenis te vertellen.” Nu denk ik dat je als je Papoea’s en Molukkers zegt, dat je ook vanuit veel verschillende verhalen mist omdat ook dit weer samenstellingen zijn van kleinere delen. Zo heeft ieder eiland van de Molukken een eigen verhaal net zoals alle volken die Bussemaker onder de Papoea’s schaart. Net zoals ‘Nederlanders’ een samenstelling zijn van heel verschillende verhalen. Verhalen waarin voor vooral Holland, Zeeland en de VOC een belangrijke rol vervullen. Voor wat nu Limburg is, ligt dat heel anders. Indonesiërs zijn een wat vreemde eend in de bijt van dit rijtje. De republiek Indonesië bestaat in haar huidige vorm pas sinds 1950. Toen Soekarno de Verenigde Staten van Indonesië ophief en de andere zes republieken bij zijn ‘republiek Indonesia’ voegde die hij in 1945 uitriep. Voor die tijd bestond Indonesië in de hoofden van Soekarno en zijn aanhangers.

Alle geschiedenis is, zo betoogt de geschiedfilosoof R.G. Collingwood, geschiedenis van het denken. Om te begrijpen waarom voorouders handelden zoals ze handelden, moet je begrijpen wat ze dachten toen ze handelden. Je moet proberen te her- denken wat zij dachten: “De historicus van de filosofie probeert bij het lezen van Plato te weten wat Plato dacht toen hij zichzelf in bepaalde woorden uitdrukte. De enige manier waarop hij dat kan doen, is door het zelf te denken. Dit is in feite wat we bedoelen als we spreken van het ‘begrijpen’ van de woorden. Zo probeert de historicus van de politiek of oorlogvoering die een verslag van bepaalde handelingen van Julius Caesar onder ogen krijgt, deze handeling te begrijpen, dat wil zeggen door te ontdekken welke gedachten in Caesars geest hem ertoe brachten ze te verrichten. Dit houdt in dat hij voor zichzelf de situatie onder ogen ziet waarin Caesar zich bevond en voor zichzelf te denken wat Caesar omtrent de situatie dacht en de mogelijke manieren om zich ermee in te laten. De geschiedenis van gedachten en daarom alle geschiedenis, is de heropvoering van verleden gedachten in de eigen geest van de historicus.[1]Het beschrijven maar vooral het begrijpen van koloniale geschiedenis kan niet door koloniale termen buiten beschouwing te laten. Dan is her-denken onmogelijk.


[1] R.G. Collingwood, The idea of history, pagina  215 (vertaling Van der Dussen, Filosofie van de geschiedenis. Een inleiding, pagina 147)

Vlaggen en achtervolgd worden door je verleden

Deze week bezocht ik de Kick off bijeenkomst voor de implementatie van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein. Een, zoals het op de site van de Tweede Kamer kort wordt samengevat: “Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en enkele andere wetten met het oog op een integrale en gecoördineerde aanpak bij meervoudige problematiek en de daarvoor benodigde gegevensverwerking.” Een bijzondere gebeurtenis rond een bijzondere wet met een bijzondere redenering.

Bron: Flickr

Een bijzondere gebeurtenis die een déjà vu bij me opriep. De zoals de Wikipedia het omschrijft: “ervaring iets mee te maken waarvan men tegelijkertijd de indruk heeft het al eerder te hebben meegemaakt, terwijl men weet dat dat niet het geval is.” Ik weet dat dit niet het geval was omdat ik nog nooit in het betreffende zalencentrum in het midden van het land ben geweest. Ook het programma en de dagvoorzitter met de vrolijk gekleurde kleren had ik nooit eerder gezien. Het déjà vu gevoel betrof de inhoud van de bijeenkomst en het enthousiasme waarmee het werd verkondigd. De ‘kokers’ doorbreken met ‘integrale aanpak’, waardoor mensen met ‘meervoudige problematiek’ door naar ze te ‘luisteren’ en vervolgens dat ene gezin, met één plan onder  de bezielende aansturing van één regisseur echt met ‘maatwerk’ te ondersteunen. Enige verschil is dat die regisseur nu coördinator wordt genoemd. Door die woordenstroom waande ik me weer in 2013. Dat dit waan was, bleek na een blik in de spiegel. In 2013 was een grijze haar op mijn hoofd een uitzondering. Nu is er wellicht nog één niet grijze te vinden. In 2013 werden die woorden gesproken omdat de grootste ‘taakverschuiving’ uit de geschiedenis van het land eraan zat te komen, de drie decentralisaties zoals ze toen werden genoemd. Een operatie waarmee het rijk de hele zorg voor de jeugd en de ondersteuning van volwassenen over de heg van de gemeente kieperde met veel minder geld erbij dan het rijk er tot dan aan had uitgegeven. Dit omdat, zoals Tof Thissen op 20 februari 2016 in een column in Dagblad De Limburger schreef: “Gemeenten zijn de meest nabije overheid en zij kunnen het beste de zorg voor mensen organiseren.”  Een column die me toen verleidde tot de Prikker met de meest pakkende titel tot nu toe: Assumption is the mother of all fuck ups. Een uitspraak uit de film Under Siege 2: Dark Territory. Een film met actieheld Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt het personage gespeeld door de acteur Al Sapienza of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’  Waarop Sapienza’s personage de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!”  Maar ik val in herhaling terug naar mijn inhoudelijke déjà vu tijdens die bijeenkomst. Een déjà vu dat anderen, mensen die toen al dertig jaar in de jeugdzorg werkten, in 2013 ook al hadden. Een van hen vertelde op een van de toenmalige bijeenkomsten iets als: ‘dat zeiden ze 20 jaar geleden ook al. Ik ben benieuwd of het nu wel lukt’, of woorden van gelijke strekking.

Een bijzondere wet omdat die wet de uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk moet maken: “Dit wetsvoorstel beoogt tegemoet te komen aan specifieke knelpunten in de privacywetgeving, zodat gemeenten meer ruimte ervaren bij de aanpak van meervoudige problematiek en de benodigde afstemming en samenwerking met derden.” Aldus de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel. Deze wet moet het makkelijker maken voor hulpverleners om persoonsgegevens met elkaar te delen als er sprake is van meervoudige problematiek. Dat delen is nodig omdat alleen als alle benodigde relevante informatie bij de betrokken hulpverleners bekend is, een goede afweging kan worden gemaakt voor de aanpak van die meervoudige problemen. Nu komt het te vaak voor dat hulpverleners informatie niet delen omdat ze bang zijn de regels rond de bescherming van persoonsgegevens te overtreden. Met de nieuwe Wams, zoals de wet ook wordt genoemd, wordt: “gestreefd naar het verminderen van de handelingsverlegenheid door professionals; zowel als het gaat om wat kan en mag met persoonsgegevens als het kader waarin de samenwerking binnen het buiten het sociaal domein en met de cliënt en gezinsleden moet plaatsvinden. Het wetsvoorstel geeft hiervoor de benodigde handvatten als het gaat om criteria en bevoegdheden.[1]

Of de wet hierbij werkelijk gaat helpen en vooral of deze wet er werkelijk voor zorgt dat ‘de kokers worden doorbroken’ met een ‘integrale aanpak’ met als kenmerk ‘één gezin, één plan, één regisseur, oh nee, één coördinator en dat dus een toekomstig déjà vu wordt vermeden? Ik hoop het hopen als dat correct Nederlands is, maar ik heb er een hard hoofd in. “De overheid probeert te transformeren via wetgeving die zich vooral bemoeit met de structuur. Het Rijk schuift verantwoordelijkheden van de ene naar de andere overheid en stuurt via de voor– en de achterkant. Via de voorkant door zaken vast te leggen in wet- en regelgeving en via de achterkant via benchmarks en verantwoordingsinstrumenten. Dus op een geel, blauwe manier.” Dit schreef ik in Winnen door te verliezen, een prikker waarin ik de maatschappelijke opgave en vooral de manier waarop de overheid die aanstuurt, analyseerde aan de hand van het boek Leren veranderen van Léon de Caluwé en Hans Vermaak. Dit terwijl de opgave vraagt om: “ een ‘veranderaar (in dit geval een overheid) die ‘mensen in beweging’ wil krijgen (groendruk) en een stap verder, een veranderaar die ‘ruimte creëert voor verandering’ door onder andere de kracht van mensen, hun ‘innerlijke zekerheid’ aan te spreken (witdruk). Een veranderaar die ‘leersituatie kan creëren’ en die ‘mensen motiveert tot leren’ (groendruk). Maar die vooral niet bang of ‘onzeker wordt’ van ‘dynamiek’ (witdruk).” Dit vraagt om vertrouwen en vertrouwen geef je niet bij wet.

 ‘Als informatie uitwisseling een probleem is dan vraag je toch toestemming aan de betrokken persoon om de jouw bekende informatie over die persoon met anderen te delen? Dan kan dat toch,’ zul je zeggen. Nou daar zijn vraagtekens bij gezet. Iemand kan je geen toestemming geven om de informatie te delen maar zelfs als die toestemming wel wordt gegeven, biedt dat geen voldoende basis, zo is in de memorie van Toelichting te lezen: “De AP (Autoriteit Persoonsgegevens) benadrukte daarbij ook dat gemeenten dit probleem niet kunnen ondervangen door toestemming te vragen aan betrokkenen voor het verwerken van hun gegevens, omdat er doorgaans sprake is van situaties waarin de betrokkenen afhankelijk zijn van de gemeente voor hulp. Daarbij wordt verondersteld dat betrokkenen toestemming niet in vrijheid kunnen geven.[2] En daarmee komen we bij de bijzondere redenering. Een toestemmingsverklaring is niet voldoende omdat de persoon aan wie je toestemming vraagt, in een afhankelijkheidsrelatie met de overheid zit. En dat wordt opgelost door geen toestemming meer te vragen maar gewoon uit te wisselen waardoor de afhankelijkheidspositie alleen nog maar groter wordt. Als betreffende burger heb je helemaal geen zicht en invloed meer op de informatie die anderen over je delen. Een van de gevolgen van de Toeslagenaffaire was dat de Belastingdienst ‘vlaggetjes’ bij mensen plaatste waardoor ze door andere overheidsdiensten met argwaan werden bekeken. Deze wet zou er wel eens kunnen zorgen voor een nieuwe ‘vlaggetjesaffaire’. Maar vooral herbergt de wet het risico dat mensen achtervolgd blijven door hun verleden.


[1] Memorie van Toelichting, pagina 4

[2] Memorie van Toelichting, pagina 5

Stemmen met zestien

In een artikel bij De Correspondent pleit Simon van Teutem ervoor om de leeftijd waarop je voor het eerst je stem mag uitbrengen, te verlagen naar zestien jaar. “Op 16-jarige leeftijd mag je fulltime werken, een tractor besturen, je eigen kind opvoeden en je verkiesbaar stellen voor de gemeenteraad. Waarom mag je dan niet stemmen? Tijd om dat – eindelijk – te veranderen,” aldus de opening boven het artikel. “Er is écht geen reden om het bij 18 te houden”, aldus een tussenkop in het artikel. Dat kan zo zijn. Het artikel bevat echter weinig steekhoudends om voor een andere leeftijd te kiezen.

Van Teutem: “Veel 18-minners dragen al bij aan de staatskas. De arbeidsmarkt heeft horecapersoneel, krantenbezorgers en kassamedewerkers nodig, en veel tieners nemen die taken op zich tegen een hongerloontje.  De helft van de middelbare scholieren boven de 15 jaar heeft een bijbaan, en er zijn duizenden 16- en 17-jarigen die al fulltime werken. Zij betalen niet alleen loonheffing, maar ook belasting over consumptie via btw. Vervolgens hebben ze dus geen inspraak over wat er met dat geld gebeurt. No taxation without representation”  Op die Engelse uitdrukking kom ik straks terug. Eerst dat bijdragen via loonheffing en het betalen van BTW.

Voor wat betreft de BTW kunnen we kort zijn. Als het betalen van BTW een reden is om mensen stemrecht te geven, dan zijn er nog veel meer groepen die het stemrecht zouden moeten krijgen. Statushouders, expats, arbeidsmigranten maar ook toeristen betalen over bijna al hun aankopen BTW dus die zouden dan ook stemrecht moeten krijgen. Als grensbewoner en regelmatige consument aan de andere kant van de grens, zou mij dan ook het kiesrecht daar toevallen. Dan het betalen van loonheffing. Het overgrote deel van de scholieren met een (bij)baantje draagt geen loonheffing bij. Pas vanaf ongeveer € 900 per maand ga je loonheffing betalen. Het lijkt mij dat er niet veel scholieren zijn die dit per maand verdienen met vakkenvullen of pizza’s bezorgen. Als je vervolgens in ogenschouw neemt dat het minimum jeugdloon voor een zeventienjarige € 764,10 per maand is en voor een zestienjarige een kleine € 100 lager, dan is de kans dat ze loonheffing betalen nihil.

Dan ‘no taxation without representation’. Die spreuk waarmee de dertien Noord-Amerikaanse koloniën zich verzetten tegen de inning van belastingen door de Engelsen. Die inwoners van die koloniën waren niet vertegenwoordigd in het Engelse parlement en daarom had het, zo betoogden de kolonisten, geen recht om hen te belasten. Daarbij vergaten ze dat ze niet zoveel anders werden behandeld dan de gemiddelde Engelsman. Die werd ook niet vertegenwoordigd in het parlement en moest ook gewoon belasting betalen. De Tea Party in de VS dankt haar naam nog aan reactie op een van die belastingen, namelijk de belasting op thee. Met deze Tea Act wilden de Engelsen de smokkel van thee tegengaan en tegelijkertijd een monopolie op de theehandel vestigen voor de Engelse East India Company. De kolonisten waren dol op thee. De wet leidde tot een reactie vanuit een deel van de kolonisten die zich de Sons of Liberty noemden. Op 16 december 1772 gingen zij aan boord van de eerste schepen met thee die aangemeerd lagen in de haven van Boston. De actie kreeg daarom de naam The Boston Tea Party. Maar ik dwaal af al is het verspreiden van een beetje kennis van het verleden niet echt afdwalen. Terug naar de leus. Kiesrecht verbinden aan belastingen kan leiden tot ‘geen representatie zonder belastingen’. Dit is namelijk zo’n 100 jaar de staande praktijk geweest. Daaraan kwam pas in 1917 een einde met de invoering van het algemeen kiesrecht. En bij die praktijk zal een groot deel niet mogen stemmen want een grote groep betaalt minder belastingen dan dat ze in uitkeringen en toelagen ontvangen. Stemmen aan belastingen verbinden kan uiteindelijk leiden tot, om een andere uit Amerika afkomstige uitdrukking te gebruiken, One dollar, one vote.

Een volgende argument van Van Teutem: “Want zelfs als de kiesleeftijd 16 is, hebben de tientallen (honderden?) miljoenen Nederlanders die nog geboren moeten worden geen stem in het debat of de verkiezingen. Wat wij nu beslissen raakt hen ook.” Inderdaad hebben al die toekomstige borelingen geen stem. Niet in het debat en ook niet tijdens verkiezingen. Maar is dat een reden om de ‘stemleeftijd’ te verlagen naar zestien jaar? Dan nog heeft die groep geen stemrecht en wordt ze niet vertegenwoordigd Tenzij iemand kan aantonen dat huidige zestienjarigen precies weten wat borelingen in bijvoorbeeld 2053 of 2368 willen en wat ze zouden stemmen, of in ieder geval veel beter dan een huidige 25 of 70 jarige, is dat geen reden de stemgerechtigde leeftijd te verlagen. Dat wil niet zeggen dat we met die belangen van de boreling in 2053 of 2368 geen rekening kunnen houden. Daarvoor biedt de ‘sluier van onwetendheid’ van John Rawls handvatten. Rawls denken is gebaseerd op de theorie van het sociale contract, de afspraken tussen de mensen van een samenleving over hoe met elkaar om te gaan en hoe de samenleving te besturen. Centraal in dit denken staat de absolute vrije mens die vrijheden inleverde in ruil voor vrede en veiligheid. Dit inleveren van vrijheid gebeurde op vrijwillige basis. Rawls was de eerste denker die inzichtelijk probeerde te maken hoe dat in zijn werk zou moeten gaan en wat dan een redelijke en vooral rechtvaardige uitkomst van die ‘contractonderhandelingen’ zou zijn. Rechtvaardig voor mensen in alle mogelijke posities in de samenleving maar ook tussen de opvolgende generaties. De ‘contractpartijen’ bij die onderhandeling, waren volgens Rawls onwetend van hun rol en positie in de samenleving en in de tijd en waren ook niet op de hoogte van hun eventuele geloofsovertuiging of voorkeuren. Zij handelden vanachter ‘de sluier van onwetendheid’ zoals Rawls het noemde. Rawls ging uit van rationele personen en rationeel handelen waarbij twee beginselen of uitgangspunten van rechtvaardigheid door alle partijen waren aanvaard: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.[1] Door je bij het nemen van een maatregel in het heden te verschuilen achter die sluier en rekening te houden met de twee uitgangspunten, kom je een heel eind. Enig probleem is dat zaken vaak net iets anders uitpakken dan we met de kennis van het nu weten.

“Er zijn ongetwijfeld mensen die vandaag nog steeds vinden dat 16- en 17-jarigen te weinig weten over migratiebeleid, belastinghervormingen of de oorlog in Oekraïne om volksvertegenwoordigers te kiezen. Maar het bewijs is beperkt: niet alleen zijn de verschillen in politieke volwassenheid tussen 16- en 18-jarigen klein, maar ze kunnen ook verdwijnen door… het verlagen van de kiesleeftijd,” aldus Van Teutem. En daarmee kom ik bij een volgend punt. Inderdaad zijn er zestienjarige die inzake belangrijke onderwerpen beter onderbouwd en beargumenteerd hun standpunt kunnen geven en die: “goed complexe afwegingen kunnen maken tussen voor- en nadelen in situaties die geen acuut beroep doen op de controle van impulsiviteit,” dan een achttienjarige of zelfs dan een zestigjarige. Als ‘veel weten’ een reden is voor stemrecht, wat is dan veel? Of beter wat is dan ‘genoeg’ voor stemrecht? Als ‘complexe afwegingen kunnen maken’ een vereiste is voor stemrecht, wat is dan complex en wanneer is de afweging complex genoeg?

Als laatste: “Ook kan stemmen als tiener de kans vergroten dat die tieners later in hun leven naar de stembus gaan.” Dat kan, maar dat is een aanname. De opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen schommelt sinds het begin van de jaren zeventig zo rond de 80%. In de jaren ervoor gold de opkomstplicht en lag de opkomst hoger. Dat betekent dat op termijn acht op de tien mensen naar de stembus gaan. Zou verlaging naar zestien jaar ervoor zorgen dat dit over vijftig jaar negen op de tien is? Als iemand dat overtuigend kan aan tonen, dan ben ik onmiddellijk voor.


[1] John Rawls, Een Theorie van Rechtvaardigheid, pagina 231

Van je familie moet je het hebben …

“Nu denk ik niet dat Máxima zich hiermee verraadt als lid van een gluiperig en geheim globalistenclubje – ik dicht leiders en royals niet zo’n groot organisatievermogen toe – maar haar bemoeienis geeft wel een slinger aan de complotmolentjes.” Aldus Emma Curvers in haar column de Volkskrant. Dat ‘gluiperig en geheim globalistenclubje’ is voor menigeen het World Economic Forum dat afgelopen week weer de jaarlijkse bijeenkomst in Davos hield. Het ‘hiermee’ verwijst naar ‘Máxima’s uitspraken over een digitale munt die een ‘powerful tool’ kan zijn voor ‘financiële inclusie’.

Vele regeringsleiders en topmensen van bedrijven ontmoetten elkaar daar de afgelopen week weer en bespraken van alles en nog wat. In hun kielzog een grote schare journalisten en ook de grote criticaster van de in Davos ‘complotterende elite’ Forum voor Democratieleider Thierry Baudet toog die kant op om verslag te doen en het ‘great reset complot’ te ontmaskeren. Maar vooral omdat ook die ‘digitale munt’ op de agenda stond en dat is, als Curvers hem goed citeert, volgens Baudet: “Het afpakken van ons geld.”  Nu dacht ik altijd dat complottisten er alles aan doen hun complot geheim te houden en dus pottenkijkers zouden weren. Dat is bij die bijeenkomst niet het geval. Zelfs als je, zoals Baudet, het complot wilt blootleggen, ben je er welkom. Dat lijkt me niet iets voor complottisten. Maar hier gaat het mij nu niet om. Het gaat mij er nu ook niet om dat de discussie over nut en noodzaak van een digitale munt steeds meer de complothoek wordt ingetrokken waardoor het steeds lastiger wordt om er legitieme vragen bij te stellen. Vragen zoals ik ze recentelijk in Giro blauw past bij joustelde.

Het gaat mij om het niet zo grote organisatievermogen van leiders en royals. Ik denk dat Curvers daar een punt heeft. Het gros van de regeringsleiders die de jaarlijkse bijeenkomsten bezoeken, zijn democratisch gekozen. Ze zijn er daarmee niet zeker van dat ze er na de volgende verkiezing nog zitten. Een Amerikaanse president zit er maximaal acht jaar. Dat komen en gaan van ‘leiders’ maakt het erg lastig bij het smeden van een ‘complot’. Zo zou het kunnen, ik hoop van niet, dat Baudet na de volgende verkiezingen premier is. Dan zou het complot met hem gesmeed moeten worden.

Nee, dan stonden de tekenen in vroeger tijden veel gunstiger. In tijden dat Europa nog werd geregeerd door ‘royals’. Royals die door huwelijken met elkaar waren verbonden. “Men heeft Edward, wiens begrafenis het doel was van deze weergaloze bijeenkomst, dikwijls de ‘oom van Europa’ genoemd. Ten aanzien van de regerende Europese families was deze betiteling letterlijk juist. Hij was niet alleen de oom van keizer Wilhelm, maar ook, door de zuster van zijn vrouw, van de keizerin-weduwe van Rusland. De tsarina was zijn eigen nicht Alix; zijn dochter Maud was koningin van Noorwegen, een andere nicht, Ena, koningin van Spanje en een derde, Marie, zou al gauw koningin van Roemenië worden. De Deense familie van zijn vrouw bezette niet alleen de troon van Denemarken, maar had ook nog koningen geleverd voor Griekenland en Noorwegen. Andere familieleden, afstammelingen in verschillende graden van de negen zoons en dochters van koningin Victoria, kon men in overvloed aan alle hoven van Europa ontmoeten.[1] Een passage uit het eerste hoofdstuk van het boek De Kanonnen van Augustus van de historica Barbara Tuchman. Een passage die de begrafenis van de op 6 mei 1910 overleden Engelse koning Edward VII beschrijft. In vroeger eeuwen was het niet anders dan nu en liggen er familiebanden tussen de royals. Dat bleek recentelijk weer toen Constantijn, de voormalige koning van Griekenland, werd begraven. Ja, de royals probeerden het ‘all-in the family’ te houden.

Helaas boden die familierelaties geen garantie op succes. In haar boek beschrijft Tuchman de mislukking. En dat is wat de Engelse The Great War en wat wij sinds 1945 de Eerste Wereldoorlog noemen. Als je naar de royals kijkt van de deelnemende landen, dan was het een uit de zeer hand gelopen familieruzie. De Duitse keizer Wilhelm II was een volle neef van tsaar Nicolaas II van Rusland.  Dat weerhield hen er niet van om de wapens tegen elkaar op te nemen. Alexander II kreeg hierbij de steun van  zijn volle neef George V, de opvolger van de in 1910 begraven Edward VII. Een oorlog die voor twee van hen, Wilhelm en Nicolaas, het einde van hun carrière als heerser betekende en voor Nicolaas zelfs het einde van zijn leven en dat van zijn familie. In dat laatste speelde George nog een rol omdat hij zijn neef Nicolaas geen asiel verleende. Behalve in dat laatste, was de invloed van George V op keuzes van de Britten zeer beperkt. Dat kan niet worden gezegd over Wilhelm en Nicolaas. Die stonden werkelijk aan het hoofd van de regering.

Dit was niet de enige, wel de laatste keer dat royals zich zo lieten gelden en zoveel invloed hadden. Ook in nog vroeger tijden lukte het de royals niet om als één club de wereld te regeren. Waarom niet? Ook daarop geeft Tuchman het antwoord vanuit de belevingswereld van de Duitse keizer Wilhelm II: “Hij was immers gekomen om Edward te begraven, Edward de vloek van zijn leven, Edward de aartsintrigant, die zoals Wilhelm het zag, de hoofdschuldige was van Duitslands “Einkreisung”. Edward de broer van zijn moeder, die hij nooit had kunnen intimideren of imponeren en wiens dikke lichaam een schaduw over Duitsland had geworpen. “Hij is een satan. U kunt zich niet voorstellen wat voor een satan hij is!” Deze uitspraak, door de keizer gedaan in 1907 tijdens een diner voor 300 gasten, was ingegeven door Edwards reizen door het vasteland van Europa, ondernomen met de kennelijke duivelse bedoeling de politiek van omsingeling nog verder door te voeren.[2]

Zou het tegenwoordig anders zijn? Zouden al die ‘captains of industry’ maar ook de al dan niet gekozen regeringsleiders samen streven naar ‘werelddominantie’? Het lijkt mij dat ze veeleer denken zoals Wilhelm en de ander als een bedreiging zien. De ‘rakettenrace’ tussen Musk, Bezos en Branson wijst in ieder geval die kant op. Die wijst niet op eenzelfde belang want dan zouden ze hun middelen bundelen en die voegen bij die van de NASA en de ESA. Dat zou meer resultaat opleveren voor veel minder geld. Het lijkt me veeleer dat ze ook doen wat Wilhelm deed tijdens de begrafenis van zijn ‘satan’ oom George en dat is in het openbaar keurig je rol volgens het protocol spelen en intern, net zoals Wilhelm tijdens het diner in 1907, de ander verketteren.


[1] Barbara Tuchman, De kanonnen van Augustus. De eerste oorlogsmaand van 1914 pagina 10.

[2] Idem, pagina 8

.

Tegen polarisatie of voor tolerantie?

De Stichting Ideële Reclame (SIRE) start een campagne. “75% van de Nederlanders is van mening dat polarisatie de laatste jaren sterk is toegenomen in onze maatschappij. Aanleiding voor SIRE om vandaag een nieuwe campagne te starten met als thema: ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt’. Temeer omdat maar liefst 1,4 miljoen Nederlanders het contact met vrienden, familie en collega’s heeft verminderd of zelfs beëindigd omwille van meningsverschillen over actuele maatschappelijke onderwerpen. De campagne laat zien dat verbondenheid met elkaar een groot goed is en dat je samen in staat bent problematische tegenstellingen te overwinnen.” Zo is te lezen op de website van SIRE. Je kunt er ook de spotjes die voor de campagne zijn gemaakt, bekijken. Een goede zaak?

Bron: Pixabay

Voordat ik verder ga, eerst betekenis geven aan het woord polarisatie. Mijn ervaring is dat veel meningsverschillen tussen mensen ontstaan omdat ze dezelfde woorden gebruiken maar die woorden een andere betekenis geven. Of sterker nog, geen betekenis geven. Een kleine twee jaar geleden schreef ik een prikker over zo’n misverstand rond het woord racisme. Van Dale, onze officiële woordenlijst, geeft de volgende betekenis: “de vorming van tegenstellingen, van uitersten, van tegengestelde polen.  

Terug naar de vraag of zo’n campagne een goede zaak is. Seada Nourhussen, de hoofdredacteur van OneWorld, denkt daar anders over, zo lees ik in een herplaatst artikel van haar op de site. Volgens haar wordt de term misbruikt door wat zij het ‘redelijke midden’ noemt. Het is: “het magische woord waarmee je elk kritisch debat tot moes slaat: ‘Niet zo polariseren’.” Ze concludeert dat: “Geen enkele sociale vooruitgang – vrouwenkiesrecht, arbeidsrechten – (er is) gekomen door de lieve vrede te bewaren.” En daar heeft ze een punt. Polarisatie, het vormen van uitersten, is eigen aan een gezonde democratie. Zonder polarisatie verandert er niets. Zonder de inhoudelijke vrede ter discussie te stellen verandert er niets. Niets aan de hand dus en daarmee gooit SIRE haar geld weg aan een nutteloze campagne?

Dat er ‘niets aan de hand is’ gaat mij iets te snel. Als een meningsverschil over bijvoorbeeld al dan niet vaccineren, de omgang met het klimaat en het asielbeleid, om de drie thema’s die figureren in de SIRE campagne te noemen, aanleiding zijn om een vriendschap te beëindigen dan is er toch echt iets aan de hand. Als ik mijn vriendenkring bekijk, dan zou ik alleen al voor wat betreft deze drie onderwerpen weinig vrienden meer over hebben en naast deze drie onderwerpen zijn er nog zoveel andere belangrijke en minder belangrijke zaken waarover je van mening kunt verschillen. Ik vrees dat ik geen vrienden en zelfs geen familie die met me wil praten meer overhoud als ze het op alle gebieden met mij eens moeten zijn. En ik vrees dat voor jullie, mijn lezers, en voor iedere andere bewoner van deze aardkloot hetzelfde geldt. Er is niemand te vinden die op alle punten hetzelfde denkt als jij. Bij het ene onderwerp zit je in het ‘redelijke midden’ van Nourhussen, bij een ander er flink links of rechts van.

Het probleem is de manier waarop het gesprek over de onderwerpen wordt gevoerd. Of beter gezegd, hoe het debat wordt gevoerd, want van een gesprek is zelden sprake. De SIRE spotjes laten zien wat de gevolgen zijn van dertig jaar Talkshows alwaar in een paar minuten voor en tegenstanders hun standpunt debiteren. Die laten zien hoe een debat in de Tweede Kamer is verworden tot een grote talkshowtafel waarbij de ‘grootste clown’ het meeste aandacht krijgt, ook weer aan die vele talkshowtafels. Tafels waar, als het gaat over vaccinatie, de Gordons en Jack van Gelders van deze wereld net zo serieus worden genomen als wetenschappers als Marion Koopmans. Maar ook van de werking van de ‘asociale media’ die extremiteiten belonen. Van ‘150 tekens op Twitter’.

Het eigen gelijk wordt verkondigd en de ander wordt verketterd en in toenemende mate ontmenselijkt. Die is een fascist, racist, leidt aan ‘witte onschuld’ is een ‘wokie’, cultureel marxist of behoort niet tot ‘het volk’ en om die reden niet het serieus nemen waard. Die wordt buiten de groep geplaatst, de vriendschap wordt beëindigd. Er wordt niet met elkaar gesproken maar tegen elkaar geschreeuwd. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat het gros van ons denkt dat dit de manier is waarop je heikele onderwerpen bespreekt. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat mensen vriendschappen opzeggen en elkaar verketteren.

Meningsverschillen zijn niet het probleem, zelfs niet als ze gepolariseerd worden. Sociale vooruitgang komt er immers niet, zoals Nourhussen terecht schrijft, door het ‘bewaren van de lieve vrede’ op inhoudelijk gebied. Om verandering te bewerkstelligen, is polarisatie nodig. Wat hierbij niet helpt is, en dat is denk ik het werkelijke probleem, intolerantie, “onverdraagzaamheid” aldus de Van Dale. Zou de campagne van SIRE zich niet moeten richten tegen onverdraagzaamheid? Of omdat ons brein moeite heeft met het woord niet, immers waar denk je aan als ik zeg dat je niet aan een olifant moet denken, een campagne voor tolerantie, verdraagzaamheid? Al denk ik dat ander gedrag van onze volksvertegenwoordigers meer impact heeft. Net zoals andere tv-formats. Formats niet gericht op debat en reuring maar op een gesprek waarin elkaar begrijpen en zoeken naar gemeenschappelijkheid centraal staan.

Openbare dronkenschap

In mijn vorige prikker besteedde ik aandacht aan BIJ1 en haar voorzitter Rebekka Timmer omdat ze tegen de liberale democratie zijn, terwijl een partij als BIJ1 alleen kan ontstaan in juist een liberale democratie. Timmer en haar partij zijn niet de enigen die een ander politiek systeem willen. Ook Thomas Oudman vindt dat ons politieke systeem moet veranderen. Schrijvend over de veeteelt schrijft hij: “als het politieke systeem niet fundamenteel verandert, dan zullen dergelijke fabrieken de positie van Cargill en consorten alleen maar verstevigen, en zo het mondiale voedselsysteem verder verzwakken.” Hij schrijft dit na het lezen van het boek Regenesis van George Monbiot. Bijzonder.

Monbiot pleit in zijn boek, als ik Oudman mag geloven want ik heb het zelf niet gelezen, voor: “veel efficiëntere manieren (…) om eiwitten en vetten te produceren,”  dan de huidige landbouw en vooral veeteelt. Namelijk: “met bacteriën. Hij gaat langs bij wetenschappers die bacteriën in fermentatietanks aan het werk zetten met het produceren van eiwitten en vetten. En wel op basis van waterstof; een goedje dat je met een flinke dot elektriciteit kan maken van water. De wetenschappers hopen in de toekomst alle aminozuren (de bouwstenen voor eiwitten) op deze manier te kunnen maken, vrijwel zonder andere grondstoffen te verbruiken dan lucht, water en zonlicht.  Eureka!” Oudman heeft twijfels bij die ‘bacteriële landbouw’: “Ik stoor me eraan dat Monbiot een technologisch toekomstvisioen vol haken en ogen centraal stelt als oplossing, in plaats van het veranderen van een politiek systeem waarin een overvloed aan voedsel samengaat met honderden miljoenen ondervoede mensen.  Want zoals hij zelf zegt: dat systeem moet sowieso veranderen.”

Ik vraag me vervolgens af welk alternatief systeem Oudman dan voor ogen heeft? Wil hij een naar een niet-liberale democratie naar het model Hongarije, Turkije of in nog extremere mate Rusland? Of naar het niet-liberale autocratische Chinese Xiïstische  model als dat de juiste benaming ervan is? Of naar dictatuur? Ik vraag me dat af omdat het niet nodig is om onze liberale democratie in te ruilen om de positie van Cargill en consorten te verzwakken, en zo het mondiale voedselsysteem te versterken. Daarvoor moeten we binnen het huidige systeem andere keuzes maken. Het is niet het systeem dat keuzes maakt, maar mensen binnen dat systeem. En wij zijn die mensen binnen dat systeem. Als we klimaat en milieu centraal willen stellen bij al ons handelen, dan is dat het enige wat we moeten doen. Daarvoor hoeft onze Grondwet niet te worden aangepast. Daarvoor hoeft de rechterlijke macht niet te veranderen. Daarvoor zijn geen ‘burgerberaden’ nodig. Het enige wat we moeten doen is conform de procedures van onze liberale democratie dat te besluiten. Het zijn namelijk niet de Cargills van deze wereld die ons regeren, maar wij zijn het zelf via de door ons gekozen volksvertegenwoordigers. De huidige lage belastingtarieven en geringe regulering van kapitaalstromen zijn via ons liberaal democratische systeem tot stand gekomen. De strenge regulering van kapitaalstromen direct na de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige hoge belastingtarieven ook.

Onze liberale democratie is een middel waarmee we alle doelen kunnen bereiken. Het is als het ware een auto waarmee je naar elke gewenste bestemming kunt. Naar welke bestemming er wordt gereden is aan de chauffeur. Om die metafoor nog wat verder door te trekken. Volgens Oudman rijdt die auto nu gevaarlijk slingerend over de weg en daarom moet er een nieuwe auto komen die niet meer slingert. Die auto slingert echter omdat de chauffeur een glaasje teveel op heeft. Niet omdat de auto defect is.

Pleidooien zoals die van Oudman zijn gevaarlijk omdat ze de suggestie wekken dat onze liberale democratie er de oorzaak van is dat er slechte besluiten worden genomen. Dit ondermijnt het vertrouwen van mensen in die liberale democratie en haar instellingen terwijl we die juist moeten koesteren. Die twijfel komt bovenop de hoop van twijfel en regelrechte minachting die anderen zoals Baudet ,Wilders en consorten aan de ene kant, en Rebekka Timmer, waarover mijn vorige prikker handelde, en BIJ1 de club die zij voorzit aan de andere kant, ook al zaaien. De liberale democratie is namelijk het enige politieke systeem dat zichzelf kan corrigeren binnen haar regels. Andere systemen moeten omver geworpen worden om zaken te veranderen. Om bij die dronken bestuurder te blijven. Beneveld door de alcohol klaagt Oudman dat zijn auto niet doet wat hij wil en in plaats van zijn roes uit te slapen, vraagt hij om een andere auto. Het is openbaar dronkenschap.

“Timmertje, Timmertje wat ga je doen?”

“We zijn niet tegen de parlementaire democratie, wel tegen liberale democratie,” aldus Rebekka Timmer de voorzitter van BIJ1 in een interview bij De Kanttekening. Want: “De liberale democratie is een fopdemocratie. Het grootkapitaal regeert de westerse wereld.” Bijzondere uitspraken.

Bron Wikipedia

De partij gelooft: “dat er meerdere vormen van kennis bestaan dan alleen wetenschappelijke. Zo is onze partij bijvoorbeeld bij uitstek gebouwd op ervaringskennis.” De wetenschappelijke methode houdt in dat kennis is gebaseerd op empirisch bewijs, bewijs dat reproduceerbaar is. Op Aarde valt een bal altijd naar beneden. Ervaringskennis is dat niet. Mijn ervaringen met iets zijn niet reproduceerbaar voor een ander. Laat ik eens met wat kennis gebaseerd op empirisch bewijs, naar de uitspraak met betrekking tot de liberale democratie kijken.

BIJ1 is een partij die, zoals Timmer het noemt, staat voor: “pragmatisch intersectioneel socialisme.  Op haar site omschrijft de partij het als volgt: “We zijn ook een partij die intersectioneel denkt. Dat betekent dat we inzien dat racisme niet op zichzelf staat, maar dat alle problematiek in onze maatschappij met elkaar samenhangt. Armoede, discriminatie, LHBTQI+-haat, de klimaatcrisis, de crisis op de woningmarkt, in de gezondheidszorg en het onderwijs: niets staat op zichzelf. We kúnnen dus niet anders dan naast racisme ook andere onderwerpen aansnijden, omdat alles invloed op elkaar heeft. Niemand wordt vergeten en iedereen heeft het recht op een goed leven. We pakken dus alle onderwerpen aan. Gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en solidariteit is waar we ons sterk voor maken.”  

Dat de behandeling van LHBTQI+ mensen in liberale landen beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar de LHBTQI+ rechten zijn gegarandeerd?  

Dat de omgang met de leefomgeving in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar een rechter de regering terugfluit omdat ze niet voldoet aan de eigen wetten?

Dat racisme bestreden moet worden en dat dit in liberale landen aandacht vraagt, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen dat op dit gebied betere papieren weet te overleggen?

“Vanaf het moment dat BIJ1 werd verkozen tot de Tweede Kamer, hebben we niet alleen gepleit voor excuses voor het koloniale en slavernijverleden, maar ook voor herstelmaatregelen in het kader van reparatory justice (of herstelrechtvaardigheid).” Aldus de partij in haar reactie op de recente door het kabinet gemaakte excuses voor het slavernijverleden. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar kritisch naar het eigen verleden wordt gekeken en een regering excuses voor daden begaan in dat verleden, aanbiedt?

Dat de armoedebestrijding en de verdeling van de welvaart in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Sterker nog er waren periodes dat de liberale landen het veel beter deden en een flinke economische groei realiseerden zonder al te drastische inkomensverschillen omdat de hoogste inkomens werden belast met percentages van 72% in Nederland tot meer dan 90% in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en toch zeer innovatief waren. Mocht de BIJ1 aan de macht komen dan worden: “de productiemiddelen gecollectiviseerd en het privébezit afschaft, zoals Marx dat in de negentiende eeuw al voor ogen zag? ‘Jazeker, ‘(w)ij staan voor radicale democratisering van de economie,’” aldus Timmer. Nu zijn er landen, zoals Noord-Korea die dat hebben gedaan en in het verleden was de economie in de Oostbloklanden op die leest geschoeid. Qua inkomen en vermogen zeer gelijke samenlevingen. Helaas bleken ze wat minder goed in het voorzien in basisbehoeften van mensen. En nu we het toch over productiemiddelen hebben. Kan Timmer mij een niet-liberaal land noemen dat bekend staat om haar innovatiekracht en het uitvinden van nieuwe zaken?

En nu even terug naar dat intersectionele. Intersectioneel denken is denken over macht. Wie heeft macht en wie niet en dat denken wil vervolgens de macht evenwichtiger verdelen. Het richt zich daarbij vooral op degenen met de minste macht. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar denken wordt getolereerd dat de macht in het land anders wil verdelen en de zittende macht ondermijnt?

Timmer lijkt zich niet te realiseren dat ze het kind met het badwater weg wil gooien. Bij het lezen van het interview moest ik terugdenken aan de 1.000 meter vrouwenschaatsen tijdens de Olympische Spelen van Nagano in 1998 toen commentator Frank Snoeks na de Olympische titel van Marianne Timmer uitriep: “Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?”

How to end the war?

Binnenkort is het een jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. Een jaar van gevechten. Voor de spanningsboog van de zappende moderne burger is dat lang. Als we het in historisch perspectief bezien dan valt dat reuze mee. Maar hoe moet het eindigen?

De Tweede Wereldoorlog duurde afhankelijk van waar je woonde tussen de drieënhalf (de VS) tot acht jaar (China). De eerste van august 1914 tot en met november 1918. En dat zijn dan nog korte vergeleken met de Dertigjarige oorlog, die voor een deel weer samenviel met de Tachtigjarige oorlog.  De kroon werd wel gespannen door de 118 jaar durende Honderdjarige oorlog om de Franse troon die met relatief rustige tussenposen woedde van 1337 tot 1453 tussen aan de ene kant het Franse huis Anjou en aan de andere kant het huis Plantagenet dat het koningschap van Engeland combineerde met bezittingen in Frankrijk. Of je moet de drie Punische oorlogen tussen het Romeinse rijk en Carthago als een oorlog zien met twee relatief lange rustige tussenposen. Dan duurde die oorlog namelijk ook 118 jaar, van 264 tot 146 voor de start van onze jaartelling.

Slag bij Nieuwpoort van Jacob de Vos. Bron: WikimediaCommons.

Als we naar de ‘vroegere voorbeelden’ kijken, dan zijn er twee mogelijkheden: na jaren strijden komen de partijen tot een vergelijk waarin ze zich kunnen vinden en dat aantrekkelijker is dan de strijd voortzetten. Dat is de manier waarop de Dertig- en Tachtigjarige oorlog en de Eerste Wereldoorlog werden beëindigd. Iedereen wint en verliest wat. In het geval van de Eerste Wereldoorlog verloor de ene partij, Duitsland, meer dan ze wilde maar haar onderhandelingspositie was door de revolutionaire sfeer in het land dermate verzwakt dat wapenstilstand verwerd tot een nederlaag. De tweede mogelijkheid is een nederlaag van een van de partijen. Zo eindigden de Tweede Wereldoorlog, de Honderdjarige oorlog en de drie Punische oorlogen. Tenminste als je ze als één oorlog ziet want de laatste van de drie eindigde met de totale vernietiging van de stad Carthago en de overlevenden, zo’n 50.000 mensen, werden als slaaf verkocht.

De huidige oorlog via het tweede scenario beëindiging, door de totale nederlaag van een van de twee partijen, dat kan er wel eens iets worden van heel lange adem. Oekraïne is niet bij machte om Rusland op de knieën te dwingen en te bezetten. Zelfs met Amerikaanse en Europese steun is dat een onmogelijkheid. Daarvoor is Rusland te groot. Net zoals Rusland Oekraïne niet op de knieën kan dwingen en succesvol bezetten. Iets waaraan ik vorig jaar al, voor aanvang van de oorlog, twijfelde. Zeker niet als je de oorlog ziet als een oorlog tussen Rusland en de NAVO en de VS, zoals Van Russische kant met goede argumenten wordt betoogd. Als je met dat frame naar de oorlog kijkt, dan kun je ook beweren dat we in het 77ste jaar zitten van de oorlog tussen het Westen en Rusland. Geen bemoedigende gedachte maar ik kan niet uitsluiten dat historici uit komende eeuwen het in perspectief zien. Of, en dat kan ook, dat Poetins inval in Oekraïne wordt vergeleken met het schot van Gavrilo Princip dat de aanleiding vormde tot de Eerste Wereldoorlog en die inval zien als de aanleiding voor de Amerikaans-Chinese oorlog. Ook geen bemoedigend scenario.

Voor bemoedigender scenario’s moeten we naar het eerste einde van oorlogen, het vergelijk tussen partijen. Echter voordat we te enthousiast worden ook oorlogen die eindigden met een totale nederlaag kenden momenten van rust en aan die rust lag vaak een overeenkomst ten grondslag. Maar geen overeenkomst die permanent soelaas bood. Op die manier kun je ook de vrede van Versailles waarmee de Eerste Wereldoorlog eindigde bezien. Als je de Tweede tenminste als een voorzetting van de Eerste ziet en daar zijn argumenten voor te vinden.

Met die Eerste – en Tweede Wereldoorlog ben ik wel waar ik wezen wil. Die twee oorlogen maakten namelijk een einde aan de langdurige machtsstrijd in Europa tussen Frankrijk en Duitsland. Na de Eerste lukte dat niet omdat wraak en revanche voor de vernedering bij zowel de Duitsers als de Fransen overheerste. De Fransen wilden wraak en revanche voor de vernietigingen van die oorlog maar vooral voor de nederlaag een oorlog eerder, de verloren oorlog tegen de Duitsers van 1871. Bij een groot deel van de Duitsers lag het dictaat van Versailles zwaar en flinke delen van de bevolking riepen om wraak.

Na de Tweede lukte het wel. Niet omdat er toen geen roep om wraak, vernedering, vergelding en herstelbetalingen waren. Die waren er zeker, ook in Nederland waren er ideeën en plannen om de Duitsers uit te kleden. Het meest megalomane idee was het Bakker Schut-plan. Dat behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. De machtsstrijd werd beëindigd door Europese samenwerking. Door in structuren gegoten ‘Handel durch Wandel’ die de twee grote rivalen inkapselde en met elkaar verbond. En vervolgens door mensen naast Duitser, Fransman of Nederlander ook onderdeel te laten zijn van een groter verband. Door, om dat moderne woord te gebruiken, de mensen een Europese identiteit naast de nationale aan te meten. De Europese voor de wereldpolitiek en de nationale, om het wat cru te formuleren, voor de sport en cultuur. Of oorlog tussen de landen in de  Europese samenwerking daarmee definitief tot het verleden behoort, moet de toekomst uitwijzen. Helaas zijn er tegenwoordig partijen, zoals de FvD van Baudet, die aan dat verband, aan die Europese samenwerking op liberale en democratische grondslag, een einde aan willen maken. Liberaal zoals Fukuyama het definieert: ‘de  doctrine … waarin werd gepleit voor de beperking van de regeringsmacht door middel van wetten en uiteindelijk ook grondwetten en waarbij instituties in het leven werden geroepen waarmee de rechten van  burgers werden beschermd .[1]Maar nog bedreigender, landen zoals Polen en Hongarije, die de grondslagen onder die samenwerking, de liberale democratie, met voeten treden en zo het geheel ondermijnen.

Aangezien complete vernietiging en verkoop van de overlevenden als slaven geen realistisch scenario meer is, moet er een manier worden gevonden waarop alle betrokken partijen met elkaar samen kunnen en willen leven. Daarbij helpt het niet om de ander te ontmenselijken en te verketteren zoals nu vooral gebeurt. Daarbij helpt het wel om een beeld van de samenleving en de samenwerking na de oorlog te schetsen. Hoe zou die samenleving eruit moeten zien? Daarvoor biedt de Europese samenwerking een interessant voorbeeld. Zo’n soort samenwerking tussen de huidige EU samen met Rusland en Oekraïne met een liberale en democratische basis. Een  uitbreiding van de Duitse Handel durch Wandel politiek die nu wordt verketterd als ‘een tweede München’ met overheidsstructuren. Dat zou een win-win zijn voor alle betrokken partijen, een Euro-Russisch blok.Nu zal dat veel weerstand oproepen bij de Europese lidstaten die onder de Sovjet heerschappij vielen.

Op die manier wordt de Russen die van Poetin en zijn kliek af willen, een alternatief geboden dat er nu niet is. Want wat, behalve ‘wij willen niets met jullie te maken hebben’ heeft de EU de Russen nu te bieden? Zo’n samenwerking zou het tweede langjarige Europese conflict beëindigen. Het conflict met Rusland en haar voorgangers. Bovendien kan dit wel eens de manier zijn om te voorkomen dat de Russische inval in Oekraïne het ‘Pricip-moment’ wordt van een Amerikaans-Chinees conflict. Het alternatief zou wel eens een antiliberaal, autocratisch Chinees-Russisch blok aan onze grenzen kunnen zijn.


[1] Francis Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, pagina7