Middel of doel?

neoliberalisme(foto: tni.org)

Waartoe zijn wij op aarde? De katholieke catechismus antwoordt hierop met ‘om God te dienen.’ De mens als middel die werd beloond met een plaatsje in de hemel. Tegenwoordig wordt deze vraag anders beantwoord.

Het VVD kamerlid Pieter Duisenberg houdt er een human capital agenda op na. Duisenberg is niet de enige die in deze termen spreekt, zo worden deze woorden net als human capital roadmap gebruikt in beleidsdocumenten van diverse overheden. Deze woorden zijn tegenwoordig zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt.

Zijn ze wel zo gewoon? Welke denkwereld zit er achter deze woorden? Als we ze letterlijk vertalen dan staat er menselijk kapitaal. De mens als kapitaal dat net als grondstoffen en geldelijk kapitaal kan worden ingezet om iets te produceren. De mens wordt in de wereld van Duisenberg en andere ‘human capitaldenkers’ gezien als een middel. Een middel om een hoger doel te bereiken.

En dat doel is de ‘God’ van de economie en dan vooral de groei van die economie. Dit omdat ‘onze economie’ nu eenmaal moet concurreren met de economie van andere landen. En als we die concurrentieslag niet aangaan, of verliezen, zal onze economie terugzakken met alle gevolgen vandien. Om dit te voorkomen, moeten we alles wat ons ter beschikking staat zo goed mogelijk inzetten, grondstoffen, geld en ook de mensen. Maar wat is dan de beloning voor de mens? Welke ‘hemel’ wacht hem? Dat antwoord ontbreekt in deze ‘neoliberale’ catechismus.

Is dat ook onze wereld? Zijn wij mensen een middel om economische groei (het doel) te bereiken? Of is de economie en de eventuele groei ervan, een middel om doelen voor ons als mensen te realiseren? Is een mens een middel dat anderen (mensen of de godheid economie) ten doel staat? Of is iedere mens een doel op zich?

Modellen of modellen?

Model

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Wouter Bos het politieke spectrum. Hij komt tot de conclusie dat: “Het hoefijzer is, …,  recht gebogen.” Het hoefijzer verwijst naar een theorie, waarbij de partijen van extreem links tot extreem rechts niet op een rechte lijn worden verdeeld, maar op een hoefijzer. Aan de twee uiteinden de extremen en in het midden de middenpartijen. In deze theorie staan de extremen qua methoden en gevoelens dicht bij elkaar en bij een lijn is dat niet het geval.

Het hoefijzer en de rechte lijn zijn sociaalwetenschappelijke theorieën of modellen. Een model is een vereenvoudiging van de werkelijkheid om die werkelijkheid beter inzichtelijk en begrijpelijk te maken.

Het hoefijzermodel is zo aantrekkelijk, omdat het de extremen dicht bij elkaar plaatst maar toch een drempel voor overstappen opwerpt. Nu uit peilingen blijkt dat veel kiezers overstappen van de SP (extreem links) naar de PVV (extreem rechts), zet Bos het hoefijzer bij het grofvuil.

Handelt hij niet te snel? Zou het niet kunnen, dat de extreme partijen wat uit de uiterste punt van het hoefijzer zijn gezakt? Dat ze wat meer naar het centrum zijn geschoven? Of moeten we juist spreken van het ‘sluiten’ van het hoefijzer en dus de introductie van het cirkelmodel?

Zou het kunnen, dat alle partijen steeds meer op elkaar lijken en dat we het ‘kluitjesmodel’ moeten introduceren? Omdat zoals Willem Schinkels het formuleert: “Politieke partijen (…) een grote amalgameren (hebben) ondergaan: ze zijn inhoudelijk samengesmolten en hun verschillen zijn miniem geworden” (zie zijn boek: De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek, pagina 13).  Een model waarbij mensen niet meer kiezen voor een wetenschappelijk model of ideologie, maar voor modellen met ’mooie praatjes’ of een ‘lekker kontje’?

Tegenprestatie

Tegenprestatie, een documentaire over de strenge uitvoering van de Participatiewet in Rotterdam. Doel van deze uitvoering is om bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk aan betaald werk te helpen. De medewerkers zijn “er voor de bijstandsgerechtigden, om hen te ondersteunen,” aldus een medewerker van de gemeente. Een documentaire met een wrange bijsmaak.

Wrang wordt het als een van de medewerkers laat doorschemeren dat het hem niets uitmaakt wat iemand gaat doen, als er maar minder uitkering hoeft te worden verstrekt. Draait het om geld of om de mens?

Iedere bijstandsgerechtigde moet één dag per week ‘vuilnisprikken’ wat door de deelnemers als vernederend wordt ervaren. Wrang omdat op het schoonhouden van de buitenruimte eerst is bezuinigd. Is dit geen vorm van verdringing?

Tegenprestatie

(Illustratie: cwwb.nl)

Van iedere bijstandsgerechtigde wordt verwacht dat alle werk passend is en er dus ook op moet solliciteren, ook onder het werk- of opleidingsniveau. Ook al krijgen zij steevast te horen dat ze overgekwalificeerd zijn. Wat is het doel van het opdoen van de frustratie van een steevaste afwijzing?

Wrang omdat alles door de medewerkers moet worden vastgelegd in ‘het systeem’. Het enige wat de medewerkers, naast het leggen van verantwoordelijkheid bij de aanvrager, lijken te doen. “Zeker 200 tegenprestaties per persoon in het systeem ingevoerd … zodat ik en mijn manager aan de wethouder kunnen laten zien welk een fantastisch werk we hier hebben gedaan,” dat is de opdracht. Een op wantrouwen gebaseerd systeem. Wie is er belangrijker, de mens of het bureaucratische systeem?

Het meest wrang de meerwaarde van de aanpak en de inzet van die vele medewerkers lijkt nihil. Rotterdam kent bijna de laagste uitstroom uit de bijstand van Nederland.

Wat zouden de resultaten zijn van het verstrekken van een bijstandsuitkering zonder alle bureaucratie en verplichtingen? Een aanpak gebaseerd op vertrouwen in mensen?

Prikker, dinsdag 20 oktober 2015

Talentontwikkeling

“Het motto: haal eruit wat erin zit! Danstalenten, zangtalenten, sportieve talenten, kinderen worden misbruikt, hun talenten worden tentoongesteld alsof het bezitten van talent hen mooiere of betere mensen maakt,” aldus Marcel Rözer in De Volkskrant in een artikel waarin hij de nadruk op talent in de huidige jeugdsport bespreekt en in het bijzonder het voetbal. Rözer spreekt over kinderen, maar geldt dat ook niet voor iedereen? Doet competentie- en talentmanagement in het bedrijfsleven niet hetzelfde met volwassenen?

talent(Illustratie: blenderartists.org)

Talent is het toverwoord van de laatste jaren. Iedereen moet op zoek naar zijn talent, moet dit ontwikkelen en ontplooien. Om talent hangt een positieve sfeer. Het voelt prettig. Maar toch …

Je bent zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je talent en je succes hangt alleen af van je eigen inzet. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Als dat zo is, ben je dan ook zelf verantwoordelijk voor je falen?

Stel ik heb een talent waarnaar geen ‘vraag’ is. Moet ik dan dat talent ontwikkelen en in de goot eindigen? Wat als ik een talent heb voor mislukking? Heeft iedereen wel een talent? Wat als ik geen talent heb? Wat als een groot gedeelte van de bevolking geen talent heeft? Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid voor het eigen succes of falen? Kunnen we mensen verantwoordelijk maken voor iets waar ze niets aan kunnen doen?

Is het hebben van een talent je eigen verdienste of is het een gevalletje van ‘toeval’? Van de juiste genen in de juiste omgeving? Zou het talent van Bill Gates hem ook hetzelfde succes hebben opgeleverd als hij was geboren als zoon van een ‘slumbewoner’ in een Indiase provinciestad?

Is de manier waarop naar talent wordt gekeken geen manier om mensen hun falen in de samenleving in de eigen schoenen te schuiven?

Prikker, maandag 19 oktober 2015

Perverse concurrentie

basisinkomen

“Dit soort concurrentie is slecht voor iedereen,” aldus de Kamerleden Mei li Vos en Ed Groot in de Volkskrant. En dan bedoelen zij de concurrentie tussen ZZP’ers en werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Concurrentie waarbij de werk- of opdrachtgevers de lachende derde zijn. Eerst hebben deze geprofiteerd van de zelfstandigenaftrek waarop  ZZP’ers aanspraak kunnen maken. Deze hebben zij op het tarief voor de ZZP’er in mindering gebracht en nu dringen ze aan op lagere lonen voor werknemers. Die zijn nu immers duurder dan ZZP’ers. Vos en Groot stellen voor om de positie van werknemers gelijk te trekken door een ‘werknemerskorting’ in te voeren. Zo komt volgens de Kamerleden “de perverse concurrentie” tot een einde. Er ontstaat immers een gelijk speelveld, zal de groei van het aantal ZZP’ers worden beperkt en blijft de zelfstandigenaftrek betaalbaar. Stel hun plannetje werkt. Dan blijft de ‘zelfstandigenaftrek’ betaalbaar. Hoera! Of …

Wie betaalt de ‘werknemerskorting’? kunnen de kosten van de ‘werknemerskorting’ niet even hoog zijn als de zelfstandigenaftrek en zal het voor het geheel dus niet veel uitmaken?

Wat schieten de betrokken mensen op met deze keuze? Geeft het ZZP’ers de mogelijkheid om hogere tarieven te vragen om zo hun onderzekerheid aan te pakken? Iets waar Vos en Groot zich ook zorgen over maken. Schiet de werknemer er iets mee op?

De werk-, opdrachtgevers die schieten er iets mee op. Arbeid wordt goedkoper. Zal dat hen niet aanzetten tot een volgende ronde verlaging van de arbeidskosten? Door beide partijen verder tegen elkaar uit te spelen.

Zou een basisinkomen een oplossing kunnen bieden? Een oplossing die ZZP’ers de mogelijkheid geeft om NEE te zeggen tegen te lage tarieven en werknemers de mogelijkheid werk met te lage salarissen te weigeren? Zou dat de positie van de ZZP’er en werknemer versterken?

Prikker, woensdag 7 oktober 2015

Kater

referendum 2

(Illustratie pggibbons.blogspot.com)

Binnenkort mogen we waarschijnlijk naar de stembus. Niet om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen, maar ons uit te spreken over het associatieverdrag met de Oekraïne. Dit wordt dan het eerste landelijke raadgevende correctieve referendum. Een referendum wordt door velen gezien als het toppunt van democratie. Het volk spreekt zich immers uit en wat is er nu democratischer dan dat? Niets. Dat is het korte antwoord. Maar…

In een prettige en rechtvaardige samenleving zoeken mensen en groepen samen naar oplossingen. Oplossingen die voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn. Liefst een win-win oplossing en anders een compromis dat aan zo veel mogelijk belangen recht doet. Leiden referenda ook tot dergelijke oplossingen?

Een prettig en rechtvaardige samenleving is een genuanceerde samenleving. Waar mensen oog hebben voor elkaar en elkaars belangen. Waar mensen zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar wat hen samenbrengt. Zorgt besturen per referendum er ook voor dat we zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar dat wat ons samenbrengt?

Een prettige en rechtvaardige samenleving is een democratische samenleving waarbij de meerderheid rekening houdt met en ruimte geeft aan minderheden. Hen de ruimte geeft om zo veel als mogelijk te leven volgens hun eigen wensen. Een samenleving waar mensen invoelend en inlevend zijn. Leidt besturen per referendum ook tot zo’n prettige en rechtvaardige samenleving?

Referenda zijn volgens velen het feest van de democratie. Een prettige en rechtvaardige samenleving vraagt meer dan alleen democratie. In onze huidige parlementaire democratie zijn deze zaken redelijk gewaarborgd. Hoe houden die waarborgen zich in de directe democratie van de referenda? Stof om goed over na te denken en met elkaar over van gedachten te wisselen. Want hoe voorkomen we dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Kloof

“Het zijn de politici aan wie ze een hekel hebben. Het sentiment in Nederland laat zich misschien zo samenvatten: onze democratie is oké, jammer dat er politici in rondwandelen.” Dit schrijft Scheila Sitalsing in de Volkskrant. De kloof tussen de ‘gewone mensen’ in het land en de ‘elite onder de Haagse stolp’. Communicatief is de kloof een gouden greep geweest. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat bestuur en politiek te ver van het volk afstaan: ‘ze weten niet wat er leeft onder het volk.’

Kloof(foto: icrowds.net)

Bestuurlijk en politiek Nederland is met ‘de kloof’ aan de slag gegaan. Allemaal gaan zij hun eigen gang: de leider kiezen per referendum, je opwerpen als een leider en je standpunten en programma per opiniepeiling samenstellen. Het land in trekken en in gesprek met de burger je standpunten bepalen. De taal van ‘de straat’ in bestuur en politiek introduceren. Dit alles onder het mom van luisteren naar de burger en zo de kloof verkleinen.

Zou het niet kunnen zijn dat die ‘kloof’ inherent is aan de parlementaire democratie? Zijn volksvertegenwoordigers niet aangewezen om te handelen namens het volk en niet om de mening van het volk, als dat al kan, te vertolken? Zouden onze volksvertegenwoordigers daarom niet meer afstand moeten nemen van het ‘volk’ in plaats van er bovenop te kruipen? Zijn volksvertegenwoordigers niet gekozen om, op basis van goede argumenten en belangen, een besluit te nemen en dit besluit vervolgens toe te lichten?

Wordt die kloof niet alleen overbrugd tijdens verkiezingen? Het moment dat wij ons allemaal uitspreken en de volksvertegenwoordigers verantwoording afleggen over de door hen gemaakte keuzes? Zouden we de kloof niet moeten beschermen als een ‘nationaal erfgoed’?

Prikker, dinsdag 29 september 2015

Vrijheid is werk!?

“De problematiek is dus dat nu meer dan de helft van de bijstandsgerechtigden langdurig aan de zijlijn blijft en nauwelijks zicht heeft op een vrij en verantwoordelijk leven,” aldus het Utrechtse VVD gemeenteraadslid Judith Tielen in een artikel waarin ze het idee van een basisinkomen naar de prullenbak verwijst, omdat daardoor minder bijstandsgerechtigde een baan zouden vinden: “En daarmee verdwijnt het perspectief op een eigen inkomen en de bijbehorende trots en waardering.”

Karl Marx(foto: dewereldmorgen.be)

Lees ik het goed? Beweert Tielen dat vrijheid, verantwoordelijkheid en trots alleen mogelijk is als iemand betaald werk heeft? De filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin herkende twee soorten vrijheid. De negatieve variant, die inhield vrij van externe invloeden en de positieve variant vrij om iets te doen (autonomie). Tielen voegt er een derde aan toe: betaald werken. Zou ze werkelijk menen dat betaald werk het doel van het leven is? Een liberaal streeft vrijheid na en volgens Tielen dus betaald werken.

Is dat niet een heel beperkte invulling? De oude Grieken en Romeinen besteedden hun tijd liever aan belangrijkere zaken zoals politiek, wetenschap en oorlogvoering. Arbeid was iets voor slaven, die hadden dan weer pech.

Zou de waarheid niet in het midden liggen? Dat werk erbij hoort, maar dat er meer is in het leven? De Britse econoom John Maynard Keynes voorspelde in het essay Economic posibilities of our Grandchildren, dat die kleinkinderen (wij) maar 15 uur per week zouden hoeven werken. De technologische vooruitgang zou immers een steeds hogere productiviteit per uur mogelijk maken, waardoor minder uren werk noodzakelijk zouden zijn. Ook Karl Marx zag zoiets als een ideale samenleving. De rest van de tijd konden ze dan vrij besteden aan hun ontwikkeling, want dat was het doel van het leven.

Of zou Tielen doel en middel verwisselen? Laten we het hopen.

Prikker, donderdag 24 september 2015

Tautologie met gevolgen

“Als we iedereen erbij willen betrekken, moet het democratische proces dat al meer dan 150 jaar oud is echt gemoderniseerd worden.”  Dit bepleit SCP-directeur Kim Putters in Trouw. Hij constateert een niet bestaand probleem. Niet bestaand omdat juist door de verkiezing (van de Tweede kamerleden, Statenleden en Gemeenteraadsleden) ‘iedereen’ bij de besluitvorming betrokken is. Toch wordt er een probleem ‘gevoeld’ en als het wordt gevoeld dan is er iets aan de hand.

Een gemeenteraad heeft tegenwoordig drie rollen, de:

  1. kaderstellende rol;
  2. controlerende rol;
  3. volksvertegenwoordigende rol.

Die derde rol is iets van de laatste twee decennia en is ook op landelijk en provinciaal waarneembaar. Zou het niet kunnen zijn dat de rol van ‘volksvertegenwoordiger’ die de volksvertegenwoordigers erbij hebben gekregen de oorzaak van het probleem is? Een bijzondere tautologie. Juist in die ander twee rollen zit immers het ‘vertegenwoordigen’ van het volk.

tautologie

Zou die ‘tautologie’ ertoe hebben bijgedragen dat volksvertegenwoordigers zich zijn gaan afzetten tegen de overheid? Een kloof zijn gaan ervaren tussen zichzelf als volksvertegenwoordiger in de klassieke zin, eentje die besluit door, voor en namens het volk. En aan de andere kant zichzelf als spreekbuis van het volk? Want dat is de manier waarop die andere kant wordt ingevuld

Zijn door de explicitering van deze rol, en vooral door de ‘spreekbuis’ invulling ervan, de volksvertegenwoordigers misschien in de kloof van de geloofwaardigheid gevallen? De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis.

De kloof die onvermijdelijk is in een vertegenwoordigende democratie. De kloof die we eens per vier jaar (de laatste tijd wat vaker) op de dag van de verkiezingen overbruggen.

Prikker, maandag 21 september 2015

Inspraak

“Putters waarschuwt in de krant dat besluiten niet altijd worden genomen ‘door de mensen die ook de gevolgen dragen.’ Volgens de SCP-directeur moet worden voorkomen dat Nederlanders het gevoel krijgen dat hun belangen niet worden gezien door de politiek, bijvoorbeeld bij de komst van vluchtelingen. ‘De vluchtelingen zijn een gedeelde zorg van alle Nederlanders’, vindt hij.” Putters pleit voor betere manieren van inspraak en denkt aan internet, burgerconferentie en loting.

inspraak(foto: dagklad.nl)

Een pleidooi dat past in het huidige tijdsgewricht en dat door ongeveer iedereen zal worden toegejuicht. Immers door mensen te betrekken kun je hun argumenten, gevoelens en beleving meenemen bij het besluit. Dat maakt het besluit beter te onderbouwen, uit te leggen en te begrijpen. Zo luidt de theorie achter het betrekken van mensen bij besluiten.

Bij ieder lastig besluit zullen er mensen zijn die het gevoel krijgen dat hun belangen niet, of onvoldoende worden gezien. Het nemen van een besluit is het afwegen van argumenten, gevoelens en belangen. Over de afweging, kun je van mening verschillen. Wat de ene persoon of groep zwaar laat wegen, kan voor de andere niet van belang zijn. Zou dit probleem opgelost worden door meer mensen bij het besluit te betrekken?

De praktijk trekt zich in de sociale wetenschappen vaak niet veel aan van de theorie. Maar de theorie beïnvloedt wel het werkveld, in dit geval de samenleving. Zal het betrekken van mensen bij de besluitvorming er niet toe kunnen leiden dat je hun verwachtingen vergroot? En, zoals bij ieder besluit, zullen er ook ‘verliezers’ zijn. Zal door die verhoogde verwachtingen, het verlies niet harder aankomen: dus tot grotere teleurstelling leiden? Met als risico nog meer afkeer van de politiek?

Onze democratisch gekozenen zijn vanwege hun dubbelrol als beslisser en volksvertegenwoordiger niet te benijden.

Prikker, maandag 21 september 2015