Creperen op de wachtlijst?

Volgende week stemt de Eerste Kamer over het Donorwetsvoorstel ingediend door D66-kamerlid Pia Dijkstra en deze week spreken de leden van de Eerste Kamer erover. In het Commentaar geeft Volkskrant-redacteur Hans Wansink zijn mening. Het wetsvoorstel behelst dat iedereen automatisch orgaandonor is tenzij de persoon expliciet aangeeft dit niet te willen zijn. Tot nu toe ben je geen donor tenzij je expliciet aangeeft het wel te willen zijn. Met de huidige methode is er een tekort aan donoren en “Daardoor lijden veel patiënten onnodig en sterven mensen die gered kunnen worden.” Dus ontkomen we volgens Wansink niet: “aan de vraag of wij zieke medemensen willen laten creperen op de wachtlijst.” Wansink antwoord is NEE en: “Dan biedt de wet-Dijkstra uitkomst. Die garandeert voldoende donoren.”

donor

Illustratie: Flickr

Nu is dat laatste twijfelachtig. “Het aanbod van organen voor transplantatie zal nooit voldoen om àlle mensen op de wachtlijsten te helpen.” Een uitspraak van de Belgische transplantatie-expert Luc Colenbie op de Belgische site HLN. Het aantal donoren is dan wel hoger, toch sterven er ook in België nog steeds mensen op de wachtlijst. Dus de ‘Wet Dijkstra’ zal het probleem van ‘creperen’ op de wachtlijst niet oplossen.

Is het beeld dat ‘Wansink schetst dat we’ die mensen laten ‘creperen op de wachtlijst’ eigenlijk wel een goed beeld? Ja, er is een wachtlijst voor donororganen. Ja, er gaan mensen dood die wachten op een donororgaan en die mensen lijden. Dat maakt nog niet dat ‘we’ hen ‘laten’ creperen’. Deze mensen hebben een niet of zeer slecht functionerend orgaan en dat kan verholpen worden als er een geschikt donororgaan beschikbaar is. ALS dat orgaan beschikbaar is. Moet er om dat orgaan beschikbaar te krijgen niet iemand sterven? Worden de mensen in de tijd dat ze op die wachtlijst staan niet optimaal verzorgd?

Als we de Belgische cijfers mogen geloven, dan overlijden er ook met de ‘Wet Dijkstra’ nog steeds mensen op de wachtlijst. Als Wansink dat onacceptabel vindt, wat stelt hij dan voor vervolgmaatregelen voor? Sterven op een wachtlijst is triest en zwaar voor de nabestaanden, het is echter onoverkomelijk. Of wil Wansink overgaan tot het doden van geschikte donoren om organen te oogsten zodat de mensen op de wachtlijst niet ‘creperen’?

De daad bij het woord?

“Hij verzet zich tegen de EU-bemoeienis en zegt dat Hongarije geen islamitisch maar op christelijke waarden gedreven land is en dat dat zo moet blijven. Die houding en politiek voor het behoud van de eigen cultuur verdient alle steun en is een voorbeeld voor alle Europese leiders.” Woorden van PVV-leider Geert Wilders gericht aan de Hongaarse premier Orbán, te lezen bij Elsevier. Een Nederlander die een buitenlandse leider bewondert en ten voorbeeld stelt aan de Nederlandse politici en leiders. Het komt vaker voor, toch is er iets dat mij verwondert.  Budapest

Illustratie: Pixabay

Als je je als Nederlander met Turkse, Marokkaanse of andere niet-Nederlandse voorouders, positief uitlaat over de heerser van het land van je voorouders, dan loop je een groot risico om het ‘verzoek’ te krijgen om maar in dat land van je voorouders te gaan wonen. Dat hoort niet, je moet ‘loyaal’ zijn aan Nederland. Dit verwijt komt met name uit een specifieke hoek van het politieke spectrum en in die hoek bevindt zich ook de PVV van Geert Wilders.

Zou PVV-leider Wilders nu de daad bij het woord voegen? Zou hij ervoor kiezen om te ‘verkassen’ naar het Hongarije van Orbán, toevallig ook het moederland van zijn vrouw?

Hoe zou het gesteld zijn met de loyaliteit aan Nederland van PVV-leider Wilders? Belachelijk natuurlijk om deze vragen te stellen. Waarom worden ze dan wel gesteld aan Nederlanders met niet-Nederlandse voorouders? Gelden daar misschien andere ‘normen en waarden’ voor?

Een gezonde dosis wantrouwen

“Van de respondenten geeft 57 procent aan geen vertrouwen te hebben in de lokale politiek.” Een zin in een artikel bij Binnenlandsbestuur. Het artikel geeft de resultaten van een onderzoek dat door een ander blad en een bedrijf is verricht. Interessant omdat over een kleine twee maanden gemeenteraadsverkiezingen zijn. Ook kent de helft van de respondenten ‘hun’ burgemeester niet, laat staan wethouders. Alarmerend natuurlijk, zeker dat gebrek aan vertrouwen. Dat is reden voor grote zorg.

vertrouwen

Illustratie: Pixabay

Als het parlement of een gemeenteraad het vertrouwen opzegt in een minister of wethouder, dan is het einde oefening voor deze minister of wethouder. Een bestuurder kan niet zonder het vertrouwen van de gekozen volksvertegenwoordigers. Politici die niet worden vertrouwd, winnen geen verkiezingen. Mensen kiezen politici die ze vertrouwen. Vertrouwen is belangrijk in politiek en bestuurlijk Nederland, een gebrek eraan is een probleem.

Of toch niet? Het vertrouwen in een politicus dat een individuele kiezer tijdens verkiezingen uitspreekt, kan best gepaard gaan met wantrouwen in de politiek als geheel. Waarom zouden mensen vertrouwen moeten hebben in de politiek als geheel? Is vertrouwen in politici en bestuurders als een burgemeester essentieel voor het goed functioneren van een democratie?

Als we de politiek en het bestuur zien als de macht, is vertrouwen dan nodig om die macht in te beheersen? Moet macht niet in balans worden gehouden door tegenmacht? Tegenmacht die niet per definitie ‘democratisch’ gekozen hoeft te zijn. Tegenmacht die niet ‘vriendelijk’ hoeft te zijn voor de macht. Zou tegenmacht gebaseerd op wantrouwen die macht beter scherp kunnen houden dan op vertrouwen gebaseerde macht?

Wantrouwende tegenmacht die politici en bestuurder op de huid zit, zou dat niet tot betere resultaten kunnen leiden? Moeten we daarom niet juist blij zijn met die 57 procent die aangeeft geen vertrouwen te hebben in de lokale politiek? Sterker nog, moeten we ons niet juist zorgen maken dat 43 procent vertrouwen heeft in de lokale politiek? Is onze democratie niet gebaat bij een gezonde dosis wantrouwen?

Plek in de geschiedenis

Nepnieuws, er gaat bijna geen dag voorbij of er is weer iemand die het woord gebruikt om een ander te beschuldigen. Het lijkt wel of het een uitvinding is van de afgelopen twee jaar. Dat mensen elkaar proberen te beïnvloeden door zaken net wat anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn, dat ze zichzelf in een gunstig daglicht willen plaatsen, is echter niets nieuws. Het is van alle tijden, daarover schreef ik al eerder.

Peppi en Kokki (1974)

Foto: Wikimedia Commons

Jan Roos, de voormalig verslaggever van PowNed, of was hij nu entertainer want tijdens een verkiezingsdebat ontkende hij dat hij journalistiek bedreef. De Peppi, of was het Kokkie, die samen met zijn vriend Thierry (Baudet) het land doortrok om te voorkomen dat de Europese Unie een associatieverdrag met Oekraïne zou sluiten. Beiden gingen na deze campagne de politiek in als lijsttrekker van een partij. Roos met weinig succes en nu schrijft hij zijn gal iedere week van zich af in een column bij De Dagelijkse Standaard. In zijn column schrijft hij deze keer over nepnieuws.

De met publieke geld betaalde media krijgen er flink van langs: “Blijkbaar komen de dictaten uit Brussel eerst terecht op de burelen in Hilversum om het nodige kneedwerk te verrichten voordat het totalitaire denken als oplossing wordt verspreid. En allemaal in de zogenaamde strijd tegen nepnieuws uit Rusland.” Dit terwijl Rusland de ‘verkeerde vijand’ is. Volgens Roos is de strijd tegen nepnieuws: “een rookgordijn om de grip op burgers te vergroten.” Wie wil die grip vergroten? De Europese Unie natuurlijk, de ‘oude vijand’ uit zijn glorietijd als campagneleider Peppie, of was het Kokkie? De Europese Unie wil de rechten van vrije burgers schenden: “Niet nepnieuws uit Rusland is het startsein geweest voor deze schending van vrije rechten, maar het Oekraïnereferendum.” Immers: “juist toen zag de bestuurlijke elite het gevaar van internet in. Want zo is dat hele referendum er natuurlijk gekomen.”

Ik begrijp dat Roos zich zorgen maakt over vrijheden in het algemeen en op het internet in het bijzonder. Over ‘sleepwetten’ en andere aantastingen van mijn privacy en vrijheid, maak ik me ook zorgen. Het gemak waarmee privacy en vrijheid worden geofferd onder de vlag van ‘veiligheid’ en de ‘strijd tegen het terrorisme’ baart mij zorgen.

Die strijd is echt niet begonnen met Peppie (of toch Kokkie) die de strijd aanbond. Die strijd is al zo ‘oud als de weg naar de Peel’, zou mijn moeder zeggen. Het internet is echt niet het eerste middel dat aan de stoelpoten van machthebbers zaagt. Verhalen, liederen, toneelstukken, boeken, kranten, radio, televisie en nu vergeet ik vast nog wel iets, gingen het internet al voor.

Maar ja, wie kan het Roos kwalijk nemen dat hij probeert zijn eigen (plek in de) geschiedenis zo belangrijk mogelijk te maken?

‘Het kan verkeeren’

In 2005 sprak de Amerikaanse vice-president Dick Cheney, als Peter Frankonpan in zijn boek De Zijderoutes hem goed citeert, de volgende woorden uit: “De Iraniërs zitten op een hele hoop olie en gas. Niemand kan zich voorstellen dat ze ook nog kernenergie nodig zouden hebben voor het opwekken van energie.” Toch sloot de vorige Amerikaanse president Obama een overeenkomst met Iran over nucleaire technologie. Een overeenkomst die zijn opvolger het liefste ongedaan wil maken. Menigeen zal denken dat we inderdaad geen risico moeten lopen dat Iran kernwapens zou kunnen maken. Vooral Israel is daarvoor beducht, Iran is immers de aartsvijand van het land.

Cheney

Foto: Bush White House Archives

Nu sloten de VS van president Ford in 1974 een overeenkomst met Iran over verkoop van twee kernreactoren en verrijkt uranium aan Iran. Een jaar later werd overeengekomen dat Iran een achttal kernreactoren voor de vaste prijs van 6,4 miljard dollar zouden krijgen. Een jaar later werd er weer een deal gesloten over nucleair materiaal en technologie. De chefstaf van Ford had er geen bezwaren tegen en dat was … diezelfde Dick Cheney. Nu was Iran een ‘bondgenoot’ al nam die het niet te nauw met de mensenrechten om het voorzichtig uit te drukken.

Dat Iran werd in 1980 aangevallen door buurland Irak van Saddam Hoessein. Op zoek naar reserve onderdelen voor haar Amerikaanse wapens vond het land een partner in … Israel. Israel was banger voor Irak en dan is de vijand van je vijand al gauw je vriend. Nu waren de VS in die tijd naarstig op zoek naar houvast in het Midden-Oosten, hun bondgenoot het Iran van de sjah, was immers een vijand geworden onder leiding van Khomeini. Die houvast werd gevonden in … het Irak van Saddam. Dus gingen er allengs meer ‘spullen’ naar Irak en werd het gebruik van gifgas door de vingers gezien. Een paar jaar later begonnen de VS weer te ‘vrijen’ met het Iran van Khomeini wat leidde tot de Iran-Contra-affaire en een Saddam wiens paranoia nog verder toenam. Paranoia die nog toenam nadat toegezegde hulp er weer niet kwam en er alsnog een veroordeling volgde voor gifgasgebruik.

Ietsjes later, het was 1990, zat Irak behoorlijk in de ellende. De schulden als gevolg van de inmiddels beëindigde oorlog met Iran, drukten zwaar op het land. Pogingen om meer olie te mogen leveren werden door de ‘vrienden’ (en veelal buren) van de OPEC afgewezen. Met een van die ‘vrienden’, buurman Koeweit, was er nog een appeltje (een grensconflict) te schillen. Toen Saddam uit de mond van de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, Clair Glaspie hoorde dat (ik citeer weer Frankonpan die dit hele relaas in geuren en kleuren beschrijft): “ Minister Baker heeft me opgedragen met nadruk te verwijzen naar de instructie die voor het eerst aan Irak werd gegeven in de jaren zestig, dat de kwestie Koeweit niets met Amerika te maken heeft,” Viel hij Koeweit binnen. Vervolgens viel de hele wereld, de VS incluis, over Irak en Saddam heen en inmiddels is Iran weer vijand nummer één. Of is dat Noord-Korea?  

Tja belangen, ze kunnen veranderen. Of zoals Bredero het zei: ‘Het kan verkeeren’. Alleen jammer dat bij dat ‘verkeeren’ de korte termijn de lange vaak hindert.

‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

In eenheid verdeeld, in verdeeldheid één

‘We agree to disagree’ is een bekende Engelse uitdrukking. Een uitdrukking die wordt gebruikt als partijen het nergens over eens kunnen worden en toch met wat positiviteit uit elkaar willen gaan. Dit omdat ze elkaar in de toekomst nog wel eens nodig zouden kunnen hebben. Ik moest aan die uitspraak denken bij het lezen van een artikel bij Elsevier. Een artikel over de versplintering bij de moslimpartijen. Nu zijn de moslimpartijen daar niet de enigen. Een jaar geleden bereidden we ons voor op Tweede Kamerverkiezingen met een record aantal deelnemende partijen.

Bedtime for Democracy

Illustratie: Flickr

Een nieuwe verbindende kracht is nodig. Vanuit ons geloof, in de stad Den Haag, kunnen wij zoveel meer bijdragen dan er tot op heden is gedaan.” Een uitspraak van de Rotterdamse partij NIDA die nu ook in Den Haag mee gaat doen aan de verkiezingen. In hetzelfde artikel beklaagt leidsman Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid de keuze van NIDA om in Den Haag onder eigen vlag mee te doen: “Vanaf het begin hebben wij contact gezocht met NIDA om samen te werken. Deze uitgestoken hand hebben ze nooit geaccepteerd. Nu ontstaat er nóg meer verdeeldheid, daar waar we juist eenheid nodig hebben.” Dan zien we op ‘rechts’ in Nederland, als we nog in die termen kunnen spreken, verschillende partijen die namens ‘het volk’ zeggen te spreken, maar dat toch allemaal op hun eigen manier doen omdat die eigen manier toch de beste is en ‘het volk’ het meeste recht doet. Ook links is versplinterd en verdeeld in partijen met een ‘eigen’ geluid omdat ze het allemaal het beste weten.

Om mijn favoriete punkband Dead Kennedys er maar weer eens bij te halen en te citeren uit hun nummer Chickenshit Conformist. een nummer waarin de band de teloorgang van de Punkscene betreurt. Een teloorgang die een gevolg is van succes waardoor de ‘egoïst’ naar boven kwam: “Punk’s not dead, it just deserves to die when it becomes another stale cartoon. A close-minded, self-centered social club. Ideas don’t matter, it’s who you know. If the music’s gotten boring it’s because of the people who want everyone to sound the same. Who drive the bright people out of our so-called scene ’til all that’s lefts is just an meaningless fad.”

Versplintering terwijl ze allemaal roepen dat ‘verbinding’ en ‘eenheid’ gevraagd is. Maar dan wel eenheid op hun manier. Partijen en vooral politici waar het allemaal om het eigen ego draait? Om de Engelse uitdrukking waarmee ik begon wat te ‘verhaspelen: ze zijn in eenheid verdeeld, en in verdeeldheid één.

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

‘onnodige armoede’

Even over taal en woorden. In Amsterdam is het Flying Squad actief, een team dat voor de gemeente minima bezoekt om ze te wijzen op sociale voorzieningen die ze onbenut laten, zo lees ik bij Binnenlandsbestuur. Je zou verwachten dat het ‘de’ squad zou zijn en niet ‘het’ squad, Ook taal en woorden, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Ik wil het hebben over bijvoeglijke naamwoorden die voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om het zelfstandig naamwoord kracht bij te zetten.

onnodige armoedeFoto: Pixabay

Het artikel over ‘de’ of ‘het’ Flying Squad draagt de titel “Op zoek naar onnodige armoede.” De toevoeging van ‘onnodige’ voor armoede suggereert dat er naast die ‘onnodige’, ook ‘nodige’ armoede is. Kan iemand mij uitleggen wanneer armoede nodig is en wanneer niet? Dat lijkt mij ook voor het (de) Flying Squad van belang. De ‘onnodige’ arme die moet immers worden geholpen, de ‘nodige’ kan aan zijn of haar lot worden overgelaten, maar hoe bepaal je de ‘onnodigheid’ van armoede? Het lijkt me trouwens geen prettige boodschap om iemand te vertellen dat hij of zij arm is en dat er diverse regelingen zijn waarvan gebruik gemaakt kan worden, maar dat die persoon er niet voor in aanmerking komt omdat hij niet ‘onnodig’ maar ‘nodig’ arm is.

In een ander artikel bij Joop kwam ik een andere bijzonder combinatie van een bijvoeglijk- en zelfstandig naamwoord tegen: objectieve feiten. Nu is een feit een: “gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat.” Dat maakt een feit per definitie objectief. Alleen door het woord ‘objectieve’ voor feiten te plaatsen, ontstaan er ineens ook ‘subjectieve’ feiten en wordt alles ineens een feit. Een andere combinatie met het woord feit werd gebezigd door de regering Trump, de ‘alternatieve’ feiten. Deze combinatie suggereert dat feiten een tegenhanger hebben, de ‘alternatieve’ feiten. Zo zou een kubusvormige aarde het alternatieve feit kunnen zijn voor de bolvormige.

Een bijzondere is de participatiesamenleving. Het bijvoeglijk naamwoord participatieve samengesmolten met samenleving. Een samenleving is ”het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Alle mensen die in een bepaald gebied met elkaar verkeren behoren tot en nemen deel aan de samenleving van dat gebied. Door er participatie, “het hebben van aandeel in iets; = deelname” voor te zetten, ontstaat een vreemde constructie omdat iemand nu iets extra’s moet doen om bij de samenleving te horen. Als je dat extra’s niet levert, hoor je ineens niet meer bij de samenleving. Door het woord deelname voor samenleving te zetten ontstaat ook het spiegelbeeld, het niet deelnemen.