Een ‘gewoon’ gesprek

“Mogen we het hier over hebben?” Die vraag stelt student Brent Hadderingh bij Opiniez. Waarover? Over: “een demografische transformatie van Nederland.” Wat? Over het feit dat de Nederlandse bevolking alleen maar groeit door immigratie. Zonder immigratie zou de bevolking krimpen omdat er te weinig kinderen worden geboren en dat is al lange tijd het geval. Gevolg? “De inheemse bevolking neemt af en de niet-inheemse bevolking neemt toe.” En daarom vraagt Hadderingh zich af of we dit niet moeten: “vaststellen als een feit en een normaal politiek debat over deze ontwikkeling en zijn gevolgen (moeten) voeren?” Een debat zonder: “schrikreacties over dogwhistles, Nazi’s en terroristen? Kunnen we stoppen met elke benoeming van een demografisch feit proberen weg te zetten als een complottheorie?

House of Commons 1834. Bron: Wikipedia

Ja meneer Hadderingh, daar kunnen we best over praten. We kunnen overal over praten. Om het gesprek te openen, een paar vragen. Als eerste de vraag wanneer ben je inheems? Ik stel die vraag omdat u het CBS aanhaalt dat voor 2050 een krimp voorspelt van de bevolking met 1 miljoen en een stijging van mensen met een migratieachtergrond van 50%. Waarop u aanvult: “Neem hierin mee dat met de afbakening die CBS gebruikt, ook mensen tot “Nederlandse achtergrond” gerekend worden, zelfs als zij misschien niet tot de inheemse bevolking horen.” Wanneer verwordt een ‘migratieachtergrond’ tot een ‘Nederlandse achtergrond’ en waarin verschilt die van ‘inheems’ zijn? Dit zijn geen “verboten woorden” zoals u ze noemt, ze zijn wel beladen omdat ze mensen verdelen in drie hiërarchisch, door u verschillend, gewaardeerde groepen.

In uw laatste alinea schrijft u: “Is het nu eindelijk mogelijk om over dit feit een gewoon gesprek te hebben met bepaalde kanten van het politiek spectrum?” Deze zin is op meerdere manieren te begrijpen. Zo kan eruit worden begrepen dat dit gesprek alleen met die bepaalde kanten van het politieke spectrum gevoerd moet worden. Dat roept dan de vraag op: welke kanten? En als vervolg daarop: waarom alleen met die kanten? Er kan ook uit worden begrepen dat hierover met ‘bepaalde kanten’ nu geen gewoon gesprek kan worden gevoerd. Dat roept weer de vraag op welke kanten dat zijn en waarom er met die kanten geen gewoon gesprek is te voeren? Door de manier waarop u ze gebruikt, claimt u morele superioriteit: ‘met mij is wel een gewoon gesprek te voeren’. Sterker nog, het suggereert dat uw gesprekken altijd ‘normaal’ zijn en dat u geen politiek bedrijft.

Daarmee kom ik op een volgende punt. Wat is een gewoon gesprek hierover? Uit uw betoog meen ik op te kunnen maken dat dit een politiek debat is en wel een ‘normaal’ politiek debat. Als ik dit combineer met de ‘bepaalde kanten van het politieke spectrum’ dan lijkt u te zeggen dat met die ‘bepaalde kanten’ geen ‘normaal politiek debat’ is te voeren. Hoe ziet een ‘normaal politiek debat’ eruit? Een politiek debat in onze Tweede Kamer verloopt geheel anders dan in het Engelse Lagerhuis. Trouwens een Kamerdebat van vijftig jaar geleden verschilt wezenlijk van de huidige manier van debatteren. Voor mij is een gewoon gesprek iets anders dan een politiek debat.

Als laatste de belangrijkste vraag. Waarom wilt u dat gesprek voeren? Met andere woorden wat is het doel van een dergelijk gesprek? Omdat u het ‘gewone gesprek’ op een lijn lijkt te stellen met een ‘normaal politiek debat’ wordt die vraag nog belangrijker. In een politiek debat, normaal of abnormaal, hebben de deelnemers altijd een politiek doel. Daarom met welk doel moet dit gesprek of debat worden gevoerd? Ik ben benieuwd naar uw antwoorden

Kleurrijke mensen

In zijn column in de Volkskrant schrijft Stephan Sanders over de film Get Out. Ik heb de film zelf niet gezien dus ik kan er niet over meepraten. Wel stelt Sanders een interessant punt aan de orde: “We spreken hier over de ‘bounty’, de namaak zwarte, die eigenlijk van binnen ‘wit’ is. De aantijging is niet alleen populair in zwarte kring, ook steeds meer witte mensen menen dat ze onderscheid mogen maken tussen ‘echte’ en ‘onechte’ zwarten.” Echte en onechte witten en zwarten suggereert dat er een norm is waaraan je moet voldoen om wit of zwart te zijn.

Bron: Pexels.com

Daarmee zijn we er nog niet. Er is nog een ander onderscheid, zo las ik in een artikel van So Roustayar bij Joop. Roustayar maakt zich in zijn artikel druk over de laatste Amsterdamse Pride. Die blonk, aldus Roustayar, uit door hypocrisie. In zijn betoog spreekt hij over: “twee trans-sekswerkers van kleur die de Pride begonnen.” Het logische deel van mijn brein ging met deze uitspraak aan de slag. Als er ‘mensen van kleur’ zijn dan zijn er dus ook mensen zonder kleur, de ‘kleurlozen’. Van Dale geeft twee betekenissen voor kleurloos, als eerste de logische ‘zonder kleur’ en als tweede ‘Saai: een kleurloos bestaan.’ Door de manier waarop Roustayar het opschrijft zet hij mensen bewust of, en dat hoop ik voor hem, onbewust, weg als ‘saai’. Benieuwd naar deze categorie mensen, stelde ik die vraag aan de auteur. Alleen kwam die op een of andere reden niet door de censuur van de Joop-redactie.

De manier waarop het is geformuleerd geeft echter wel een indruk wie die ‘kleurlozen’ moeten zijn, dat moeten de ‘witte’ mensen zijn. Als dit is wat Roustayar bedoelt, dan krijg ik daar niet zo’n prettig gevoel bij. Als ik niet tot de categorie ‘van kleur’ behoor dan voel ik mij hierdoor behoorlijk op mijn edele deel getrapt. ‘Witten’ zijn de vroegere ‘blanken’. Het woord ‘blank’ kan niet meer omdat het de ‘blanken’ op een voetstuk plaatst, zo betogen de voorstanders van het woord ‘wit’. ‘Blank’ zou immers rein en onbedorven zijn. Maar behoren daartoe dan ook de zwarten die ‘wit’ van binnen zijn? En hoe zit het met de witten die van binnen ‘zwart’ zijn? 

Ik word moe van en mijn haren gaan steeds meer rechtop staan van ergernis van dergelijk hokjesdenken. Hokjes waarin mensen worden gestopt op basis van kleur, seksuele voorkeur of het ontbreken ervan, dichtbij of ver af van de ‘grachtengordel’ enzovoorts. Maar ja, volgens de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’ is het nodig omdat dit je ‘identiteit’ bepaalt daarmee ook de eventuele voorsprong (privilege) of achterstand.  Dat is allemaal in assen weer te geven en je identiteit wordt bepaald door de plek waar die assen zich kruisen. Zo wordt bepaald wie jij bent en wat je waarom moet vinden. Voldoe je er niet aan dan kun je een ‘bounty’ zijn. 

De aanhangers van dit ‘kruispuntdenken’ strijden voor de gelijkheid, gelijke behandeling en tegen racisme en discriminatie. Een goede strijd waarbij ze mij aan hun kant vinden. Alleen vraag ik me af of hun middel, deze theorie, wel bijdraagt aan dat doel? Zou je gelijkheid bereiken door iedereen te verdelen in hokjes? Nee, ik ga er toch maar vanuit dat ieder mens kleurrijk is. Een unieke persoon die vanuit dat kleurrijke kleur geeft aan zijn leven en zo ook aan dat van een ander.  

Cultuur en diversiteit

Ik lees bij Joop dat de Amsterdamse kunstraad constateert dat de: “stad, ondanks zijn gekoesterde kosmopolitische zelfbeeld, ruim de helft van zijn bewoners in zijn culturele paleizen stelselmatig vergeet.”  Daarom moeten volgens de auteur, de socioloog, publicist en programmamaker, Nekuee: “Naast degene die met Joyce, Beckett en Reve als hun jeugdhelden zijn opgegroeid (…)  directeuren en bestuurders (worden aangesteld) met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden. Naast de bewonderaars van Mary Shelly en Shakespeare is het ook nodig dat kenners van Hafiz, Ibn-Arabi en Yunus Emre bepalende figuren worden aan de top van culturele instellingen.” Volgens de auteurs zal: “een grootschalige wisseling van de macht (…) aan de top van de sector,” zorgen voor: “een nieuwe balans (…) en meer representatie van een waar kosmopolitisme.” Een interessant idee. Maar toch … .

Concertgebouw Amsterdam. Bron: Flickr

Zou dit daadwerkelijk iets oplossen? Als we kijken naar het huidige culturele aanbod dat, in de woorden van Nekuee, niet divers genoeg is, dan is de publieke belangstelling daarvoor al niet groot. Zoveel mensen met Joyce, Beckett en Reven als helden zijn er niet en ook de bewonderaars van Shelley en Shakespeare zijn dun gezaaid. Zo dun dat een goede voorstelling van een stuk van Shakespeare, om maar eens iets te noemen, alleen in steden van redelijke omvang voldoende publiek trekt om de zaal te vullen. En zelfs dan kan die voorstelling alleen worden uitgevoerd met een flinke sloot subsidie.  

Hoeveel mensen met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als held, zullen er zijn? Want in Amsterdam mogen de minderheden dan wellicht in de meerderheid zijn, dat maakt die minderheid nog niet meteen tot een eenheid. Die minderheid bestaat uit vele groepen en mensen met zeer diverse achtergronden. Hoeveel Afghanen, Ghanezen of Colombianen zullen de Turks-Koerdische schrijver Yasar Kamal als held hebben? Sterker nog, van de Turks-Koerdische Nederlanders zal een groot deel een stuk op basis van een boek van Kamal niet bezoeken. Net zoals de overgrote meerderheid van de Nederlanders een stuk van Reve links laat liggen. Hoeveel zalen zou je kunnen vullen met een voorstelling op basis van een boek van Kamal? 

Die nieuwe culturele top met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden zal toch rekening moeten houden met het publiek dat nu de voorstellingen en optredens bezoekt. Dat publiek zorgt voor de basis onder alle culturele instellingen. Als instellingen dat publiek van zich vervreemden, dan zal het cultureel aanbod voor iedereen enorm verschralen. 

De drol en het strikje

Bedrijven gebruiken marketing om hun producten op een specifieke manier in de markt te zetten. Zo is RedBull sponsor van zeer veel sporten. Ze sponsoren verschillende voetbalclubs, natuurlijk het Formule 1 team van Max Verstappen, zie zijn actief in de motorsport en sponsoren allerlei bijzondere niche-sporten. RedBull profileert zich zo als sportief terwijl het ongezonde drankjes aan de man brengt. Vandaag stootte ik op een wel heel bijzondere manier van marketing van de gemeente Rotterdam.

Park de Twee Heuvels, Rotterdam.

Op LinkedIn kwam het volgende bericht voorbij: “Aan de rand van Park de Twee Heuvels moeten straks tussen de 20 en 32 hoogwaardige koopwoningen komen. De marktselectieprocedure voor de verkoop van de locatie voor de woningen is op 4 juli gepubliceerd. De woningen krijgen een kleinschalig, parkachtig karakter, waarbij de nadruk ligt op natuurinclusief bouwen.” Tot zover niets bijzonders. Nou ja, een park (zie foto) opofferen voor woningbouw is niet niks. Dan klinkt ‘aan de rand van’ toch een stukje minder erg. Zeker als er ‘natuurinclusief’ wordt gebouwd. Wat moet ik me daarbij trouwens voorstellen?

Echt bijzonder wordt het pas met de volgende en laatste zin: “Door de komst van de woningen zijn er straks extra ogen en oren in het park, die de veiligheid moeten vergroten.” Door die woningen zijn er meer ogen en oren en die ‘vergroten de veiligheid’ in het park. Een heel bijzondere onderbouwing van een besluit om een park op te offeren ten faveure van mensen met een flink gevulde beurs. ‘Hoogwaardig’ is immers een eufemisme voor ‘zeer prijzig’. 

In een eerste reactie vroeg ik mij af waarom dan niet het hele park vol wordt gebouwd met woningen. Als je de dan ‘nieuwe randen’ ook weer bebouwt dan zijn er immers nog meer ‘ogen en oren’. Logisch gevolg is dat het maximaal veilig is in het park als er geen ‘randen’ meer zijn. Dan is het park er meer en daarmee is de veiligheid maximaal. Dan toch doorgeredeneerd op dit argument. Als de veiligheid toeneemt als er meer ‘ogen en oren’ zijn, hoe kan het dan dat in stedelijk gebied, dus daar waar veel ogen en oren zijn, de onveiligheid zoveel groter en de criminaliteit zoveel hoger is?

Probeert de gemeente Rotterdam niet gewoon een drol te verfraaien door er een mooi strikje om te doen? 

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers


Selectief consequent of inconsequent

Wat hebben Zwarte Piet, vuurwerk en de ramadan gemeen? Ze liggen alle drie, weliswaar vanuit andere hoeken ‘onder vuur’. Bij alle drie spelen de ‘PVV-kornuiten van Wilders’ een rol.  Als we kijken naar de rol in die drie discussies dan valt er iets op: de selectieve verontwaardiging en de selectieve zorgen over de gezondheid en maatschappelijke kosten.

Bron: Pixabay

Zo las ik bij TPO dat de partij vragen had gesteld aan minister Koolmees over de ramadan. “Wat zijn de maatschappelijke kosten van ramadan vanwege ziekteverzuim, te laat komen, slecht slapen, ontregelde diabetes, ordeverstoringen en ramadangerelateerde criminaliteit?” vroeg de partij de minister. Even terzijde vraag ik me af wat ik me moet voorstellen bij ‘ramadangerelateerde criminaliteit’? Over welke specifieke vorm of vormen van criminaliteit hebben we het dan? En zou er dan ook ‘kerstmisgerelateerde’ of ‘chanoukagerelateerde’ criminaliteit zijn? behalve een groep in een kwaad daglicht proberen te zetten, kan ik niets voorstellen bij het nut van een dergelijk onderzoek. En als zo’n onderzoek er dan toch moet komen dan moeten ook de maatschappelijke baten zoals levensgeluk, omzet voor de middenstand en dergelijke erin mee worden genomen.

Als we kijken naar de andere twee onder vuur liggende activiteiten dan volgt de partij een geheel andere lijn. Neem Zwarte Piet, die staat boven alle kritiek. Naar maatschappelijke kosten als ziekteverzuim en diabetes door het vele snoep en de spanning bij kinderen en ouders en ook bij mensen die zich door Piet gekrenkt voelen, vraagt de partij niet. Trouwens ook niet naar ‘zwartepietgerelateerde criminaliteit’. Sterker nog om Zwarte Piet te behouden diende de partij zelfs een aparte ‘Zwarte Piet-wet’ in waarin het uiterlijk van Piet bij wet wilde vastleggen: “Een Zwarte Piet heeft een egaal zwart of donkerbruin gezicht, rood geverfde lippen, zwart krulhaar en goudkleurige oorbellen, en is gekleed in een fluweelachtig pak met pofbroek en draagt een hoofddeksel met een gekleurde veer.”  Aldus artikel 1 van het voorstel van wet

Ook aan het ‘traditionele’ afschieten van rotjes en vuurpijlen met de jaarwisseling mag niet worden getornd. de maatschappelijke kosten zijn groot. Neem het leed van en de ziektekosten voor de slachtoffers van het spul. Het ziekteverzuim dat dit oplevert. Het geweld tegen politie, brandweer en ambulancepersoneel en het daarop volgende ziekteverzuim. Of de inzet van gemeenten, politie en justitie bij het van de markt halen van illegaal vuurwerk. Mogen we dat ‘jaarwisselingsgerelateerde criminaliteit’ noemen? Nee, het rotje mag niet worden ‘afgenomen’ en dat mag de maatschappij best nog wat meer kosten: “de PVV steunt een algeheel verbod op consumentenvuurwerk niet, maar ziet wel een deugdelijke, landelijke aanpak graag tegemoet, want alleen dan kan de veiligheid tijdens de jaarwisseling gewaarborgd worden en wordt het weer een feest voor allemaal.” 

Bijzonder deze inconsequente manier van denken en redeneren. 

Het klimaat, belastingen dividend en Richard Branson

Het klimaat houdt de gemoederen flink bezig. Het kabinet wil snel met maatregelen komen. Voor velen gaat dat niet snel en ver genoeg en voor anderen veel te snel en te ver. Jan Smit betoogt bij HPdeTijd dat het kabinet er goed aan doet om de lijn die miljardair Richard Branson voorstelt, te kiezen. Smit: “vervang de CO2-belasting door CO2-dividend, een ‘schoon-energiedividend’. Een briljant plan van Richard Branson, afgelopen dinsdag opgetekend door de Volkskrant.” 

Bron: Flickr

In de Volkskrant wordt uitgelegd dat ‘schoon-energiedividend’: “Een maatregel (is) die bedrijven verplicht om te investeren in hernieuwbare energie op basis van hun CO2-uitstoot.” Dit zal: “een prijskaartje hangen aan CO2 zonder het negatieve effect van een belasting.” Die bedrijven krijgen dan: “hun geld terug naarmate de investeringen volgroeid zijn, misschien belastingvrij omdat het wordt geïnvesteerd in klimaatprojecten,” aldus Branson. Dit is volgens Smit een ideale oplossing waarmee: “de burger wordt ontzien,” en toch: “die ambitieuze klimaatdoelstellingen worden gehaald.” Dat klinkt toch te mooi om waar te zijn. Laten we er eens wat beter naar kijken. 

Volgens Smit is een heffing op de uitstoot van kooldioxyde: “een boete; een die ten koste gaat van de werkgelegenheid en de kans vergroot dat de CO2-uitstoot zich verplaatst naar het buitenland.” Maar waarin verschilt een verplichte heffing van een verplichte investering? Beiden leiden tot extra kosten voor het bedrijf en als een ander land het niet doet, dan lopen we bij beide maatregelen het risico dat een bedrijf verkast. Als een bedrijf verhuist en toch haar producten in Nederland wil blijven verkopen, dan kan Nederland kiezen om die producten extra te belasten. Dat leidt dan wel tot extra kosten voor de consument, maar geldt dat niet voor alle maatregelen?

Een bedrijf moet die verplichte investering doen op basis van haar uitstoot aan kooldioxyde. Zou een bedrijf die investering van haar winst afhalen of zal die worden bekostigd door een verhoging van de prijs van haar producten? Het bedrijf zal kiezen voor een prijsverhoging. Precies dat wat ook gebeurt bij een heffing. Op nog een andere manier wordt de consument op kosten gejaagd als, zoals Smit schrijft: “De bedrijven (…)  aandeelhouder (worden) van deze (nieuwe) ondernemingen, waardoor de investering in de toekomst mogelijk rendement oplevert.” Rendement dat wordt opgebracht door … de consument. Maar daarmee zijn we er nog niet. In zijn rol als burger en belastingbetaler betaalt hij nog een derde keer mee als we Bransons suggestie volgen om die investeringen belastingvrij te maken. De bedrijven de lusten en de consument en belastingbetaler de lasten.

Dan het alternatief, een koolstofdioxide-belasting. Een belasting die een bedrijf ertoe aanzet om haar productie zo klimaat- en energieneutraal als mogelijk te maken. Die heffing en dus de investering door de bedrijven betalen we als consument. Ze wordt immers in de productprijs verwerkt. Maar in tegenstelling tot Bransons plannen, kan de overheid met de opbrengst van die heffing klimaatmaatregelen realiseren waarvan de rendementen wel bij ons als consument en burger terecht komen. Maatregelen zoals subsidie op het klimaatneutraal maken van een woning. Maatregelen om mij als burger energie-neutraal te maken door bijvoorbeeld zonnepanelen te subsidiëren en te investeren in een slim energienetwerk en een klimaatvriendelijk backup systeem voor als de zon niet schijnt of het niet waait. Zoals bijvoorbeeld de opslag van overtollige energie in waterstof.

De ideeën van Branson lijken te mooi om waar te zijn. En indachtig het gezegde dat als iets lijkt op een eend, loopt als een eend en kwaakt als een eend het dan ook wel een eend zal zijn. Zijn de plannen van Branson ook te mooi om waar te zijn. De kosten komen immers gewoon bij de consument en burger en de baten bij … Branson en zijn vrienden.

Het doel en het middel

Deze week maakte de Technische Universiteit Eindhoven (TUE)  bekend dat zij wetenschapsbanen de komende tijd alleen maar openstelt voor vrouwen. “Pas als er na zes maanden nog geen geschikte kandidaat voor de baan is gevonden, wordt verder ook onder mannelijke kandidaten geworven.” Zo las ik in de Volkskrant. Waarom? Omdat er slechts weinig vrouwen een wetenschapsbaan hebben en “De maatregel (…) moet ertoe leiden dat volgend jaar al een op de vijf hoogleraren (20 procent) vrouw is.”

Bron: WikimediaCommons

Boudewijn van Dongen werkzaam aan diezelfde Universiteit, werpt in het blad van de TUE een ander licht op de zaak. De mensen die de 150 wetenschapsbanen moeten invullen, zouden in het collegejaar 2005/2006 moeten zijn afgestudeerd en dat jaar was: “Voor de categorie ‘Natuurwetenschappen/Informatica’ (…) slechts zeventien procent,” van de afgestudeerden vrouw. Zou die 17% genoeg zijn om die 150 vacatures te vervullen. 

Daar sta je dan als hooggekwalificeerde, in dat jaar, afgestudeerde man die een baan bij de universiteit ambieert. Je wordt gediscrimineerd, buitengesloten en bent kansloos. Brandon Pakker vindt, zo schrijft hij bij Joop, dat dit kan maar de: “Diversiteit moet een nastrevenswaardig doel dienen.” En dat doel is er, volgens Pakker. Immers: “Van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat wetenschap vooral een mannending is, en het vergt geen hogere wiskunde om daaruit te concluderen dat dit bijdraagt aan het in stand houden van de status quo.”  Dit terwijl: “verschillende studies (…)de voordelen van gendergelijkheid in de werksfeer aantonen.” En: “Laat (…) het aanstellen van vrouwen als hoogleraar (om het) masculiene beeld van de wetenschap” te verminderen, nu zo’n doel zijn. Heeft Pakker een punt?

Laten we aannemen dat hij een punt heeft dat het afnemen van “het masculiene beeld” discriminatie rechtvaardigt. Waarom dan alleen bij functies die nu in ‘hoog aanzien’ staan? Zijn er dan niet nog enkele andere beroepsgroepen waar een dergelijke maatregel moet worden ingevoerd? Denk bijvoorbeeld aan de bouw, de stratenmakerij, de vuilophaaldiensten, defensie, brandweer en de politie. Zullen we ook daar dan alleen maar vrouwen aannemen? Immers ook voor voor die sectoren geldt dat ‘van jongs af wordt aangeleerd dat het mannendingen’ zijn. Ook daar kan men wel wat voordelen van gendergelijkheid gebruiken en kan de aanstelling van alleen maar vrouwen het ‘masculiene beeld verminderen’.  

Als Pakker een punt heeft dan is met evenveel recht en rede te betogen dat het afnemen van het ‘feminiene beeld’ ook een reden is om een dergelijke maatregel te nemen en het ‘feminiene beeld’ van die beroepen te verminderen. Dan kunnen ook daar de voordelen van gendergelijkheid worden geplukt. Dus voortaan alleen maar mannen aannemen in de kinderopvang, als leerkracht op een basisschool, als pedi- of manicure, tandartsassistent, thuis- of kraamhulp en als verloskundige.

Pakker mag een punt hebben dat een minder masculien beeld van de technische wetenschappen een nastrevenswaardig doel is. Net zoals het voor de hierboven opgesomde sectoren nastrevenswaardig is. Belangrijker dan het doel is echter de vraag of dat doel dan het middel heiligt? Of heeft Elma Drayer een punt als ze in haar column in de Volkskrant schrijft: “Vrouwen buitensluiten, alleen omdat ze vrouwen zijn – het was een flagrante schande. Mannen buitensluiten, alleen omdat ze mannen zijn is dat evenzogoed”?

‘Snelwaarheid’

Zucht … . Dat is wat ik dacht toen ik een bijdrage van Jan van Zanen, de voorzitter van de VNG, de club van Nederlandse gemeenten, op de site Binnenlandsbestuur las. Van Zanen pleit voor uitbreiding van de gemeentelijke mogelijkheid om belasting te innen. Die mogelijkheid is nu erg beperkt. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van het geld dat zij nodig hebben, afhankelijk van het Rijk. Van Zanen pleit voor grotere zelfstandigheid zowel in handelen als in financiën. Een pleidooi waar wat voor is te zeggen, ook tegen, maar daar gaat het mij nu niet om. 

Het gaat mij om de volgende zin: “Juist omdat gemeenten dicht bij de inwoners staan, kunnen wij maatwerk leveren en efficiënter werken. Dat doen we graag, voor onze inwoners.” Een zin waarop tegenwoordig hele ‘werelden’ worden gebouwd. 

Bron: Pixabay

De zin bevat misschien ergens een kern van waarheid, maar welke?  De gemeente staat het dichtst bij de inwoners? Fysiek is het gebouw van de Belastingdienst voor mij dichterbij. Trouwens ook voor wat betreft contacten heb ik meer met de ‘blauwe enveloppe’. In mijn gedachten zijn de wereld en Europa dichterbij. In mijn dagelijkse leven zijn mijn familie en vrienden het dichtst bij mij. Voor veel mensen is de gemeente, net als iedere andere overheid, een ver-van-hun-bed-show. Draait het in het leven in het algemeen en in de zorg voor mensen niet veeleer om nabij in plaats van dichtbij? Om houding in plaats van geografie?

Of zit de kern in ‘dichtbij en maatwerk kunnen leveren’? Maar klopt dat wel? Is het werkelijk zo dat je ‘dichtbij’ het beste maatwerk kunt leveren? Als ik kijk naar zeer veel jeugdigen dan levert Mac Donalds voor hen prachtig maatwerk. Veel passender dan de ‘frietkot’ om de hoek. Die eigenaar van die ‘frietkot’ woont bij zijn zaak. De Mac wordt aangestuurd vanuit Chicago.

Zou die kern kunnen zitten in het ‘dichtbij efficiënter kunnen werken’? Een mooie bewering alleen vraag ik me af hoe je dichtbij iedereen een open hartoperatie efficiënt kunt organiseren? Het lijkt mij dat je zoiets efficiënter op een grotere schaal kunt organiseren. Zou de organisatieschaal niet af moeten hangen van het probleem?

Daar komt bij dat je grote en kleine gemeenten hebt. Amsterdam is groter dan Vlieland. Als het werkelijk zo is dat gemeenten, een kleinere schaal dan rijk of provincie, beter en efficiënter maatwerk kunnen leveren. Zou je dan logisch redenerend niet ook kunnen zeggen dat de schaal ‘Amsterdam’ te groot is en dat we allemaal naar de schaal ‘Vlieland’ moeten?

Een zin die alle kenmerken vertoont van wat Alessandro Baricco in zijn laatste boek The Game  een ‘snelwaarheid’ noemt. Een: “waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.” En ‘snelwaarheid’ is ‘van horen zeggen’ waar verpakt in een mooi verhaal, ‘storytelling’. “Storytelling is niet iets wat de realiteit verpakt, of vermomt, of verfraait: het is iets dat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die zijn.” Om het kort en in eigen woorden te zeggen: een mooi verhaal dat ‘waarder’ lijkt te worden naarmate het vaker wordt verteld.

Inhuur, Japanse duizendknoop en varkens

Bij TPO gaat SP-kamerlid Ronald van Raak helemaal los. Hij heeft het gemunt op ‘externen’ die worden ingehuurd door de overheid: “Bij sommige ministeries wordt in plaats van de afgesproken tien procent bijna 20 procent van de totale personeelskosten uitgegeven aan externe medewerkers. Bij gemeenten is de inhuur van externen in vijf jaar eveneens verdubbeld tot gemiddeld 20 procent, in een aantal provincies is dat zelfs opgelopen tot meer dan 30 procent. In dit land kan geen verandering worden doorgevoerd of consultancy bureaus zetten hun voet tussen de deur.” 

Japanse duizendknoop overwoekert oude trein in Beekbergen. Bron: wikipedia

Hij moest, toen hij dit las, denken aan de bijna onuitroeibare uitheemse plant de  Japanse duizendknoop: “Je kunt hem uit de grond trekken, je kunt er gif op loslaten, je kunt hem in de brand steken, helpen doet het allemaal niet. Met zijn sterke wortels en woekerende stengels duikt hij telkens weer op en verdringt hij alle andere planten.” Ook voor de oplossing keek hij naar die plant: “Het beste lijkt nog het consequent maaien en afvoeren van de plant.” De ‘maaimachine’ die hij voorstelt is een wet die zijn eerdere ‘norm’ van 10% uitgaven aan externen tot wet verheft. Het geld dat daarmee wordt bespaard: “kunnen we investeren in het aannemen en opleiden van goede eigen medewerkers. Een wet die een einde moet maken aan de woeker van de consultancy.”

Laten we die plant even links liggen en concentreren we ons op de overheid. Van Raak gooit alles op één hoop als je wat dieper in de materie duikt, dan zit er een wereld van verschil tussen de ene en de andere ‘extern ingehuurde’. Inderdaad zijn er dure consultants van dure bureaus voor ICT-projecten. En inderdaad meneer Van Raak: “ze krijgen vaak torenhoge vergoedingen, ook als hun projecten volledig blijken te falen.”  De vraag is echter waarom deze projecten vastlopen? Zou dat falen misschien ook wat met de complexiteit van de overheid in het algemeen en ‘waaiende politieke winden’ in het bijzonder, te maken kunnen hebben? Met de ‘politieke bemoeienis’ tot in detail waarvoor Van Raaks partijgenoot en collega Van Dijk pleit. In het bedrijfsleven gaan ICT-projecten trouwens ook vaak niet zoals ze zijn bedoeld. Zie Facebook en recentelijk Youtube.

Er zijn ook ZZP’ers die worden ingehuurd om een zieke of zwangere ambtenaar tijdelijk te vervangen. Dan heb je een bijzondere categorie, de externe die via een payroller binnenkomt op een reguliere functie. Die wordt niet meteen in dienst genomen, maar moet het eerste jaar via die payroll constructie bewijzen of hij zijn vaste aanstelling wel waard is. En dan heb je natuurlijk de poetsers en kantinemedewerkers. Oh, nee dat is geen inhuur, daar hebben we een dienst van gemaakt die wordt ‘ingekocht’. Dan zijn er reorganisaties die overheden verlammen omdat ze goede krachten wegjagen en de rest apathisch maken. Inhuur is dan de oplossing om de ‘gaten te vullen.’ En er wordt wat ‘gereorganiseerd’ in overheidsland: van afdelingen, naar sectoren en dan naar de, tegenwoordig populaire,  domeinen.

Een bijzondere categorie zijn de ‘probleemonderzoekers’. Die worden om verschillende redenen ingehuurd. Soms, waarschijnlijk de minst gebruikte reden, omdat er daadwerkelijk behoefte is om iets nader te onderzoeken. Wat vaker komt het voor dat bestuur en/of politiek geen besluit durven te nemen en daarom tijd kopen door ‘de zaak’ nogmaals door een externe te laten onderzoeken. Meestal hebben de eigen ambtenaren het dan al goed van alle kanten bekeken. 

Een bijzondere reden die de laatste jaren vaker voor lijkt te komen is dat een bestuurder een advies in een bepaalde (politieke) richting wil, een richting die de eigen onafhankelijke ambtenaren met redenen niet voorstellen. En je kunt een ambtenaar niet dwingen om een advies in een bepaalde richting te geven. Deze bestuurders zoeken eigenlijk een veredelde, excusé le mot, ‘tiep-miep’ die precies doet wat zij zeggen.

Als laatste een reden die een speciale alinea waard is. ‘De overheid moet kleiner’. Een opdracht die zich vaak vertaald in x fte die moeten worden geschrapt. Wat er niet bij wordt gezegd en waartoe bestuurders en politici, op een enkele uitzondering na ook niet toe bereid zijn, is erbij aan te geven welke taken er dan worden weggestreept. Resultaat van zo’n operatie is dat de achterblijvers het werk niet afkrijgen, de bestuurder zijn ‘belangrijke klus’ wel gedaan wil hebben en dan is … inhuren de oplossing. Even terzijde, het moeten schrappen van fte’s op de loonlijst leidt soms tot heel bijzondere keuzes. Bijvoorbeeld door een vermindering van fte te bereiken door een dienst buiten de deur te zetten. Fte-taakstelling gehaald zonder ook maar een cent kostenbesparing waarvoor het eigenlijk was bedoeld. Sterker nog, de kosten stijgen dan vaak. 

Wat ik hiermee wil zeggen is dat de ‘ingehuurde’, ‘de inhuurder’ niet kan dwingen om in te huren. Het initiatief om in te huren gaat, anders dan Van Raak beweert, uit van de ‘inhuurder’. Die heeft een reden waarom hij inhuurt. Die redenen zijn soms goed en soms niet, maar altijd op initiatief van de ‘inhuurder’. Van Raak wil dit nu met een ‘wettelijk vastgelegd percentage’ bestrijden. Zou dat helpen of zouden Van Raak en zijn collega’s de hand niet veeleer in eigen boezem moeten steken en kijken naar de keuzes die ze zelf maken?

Bron: Public Domain Pictures

Trouwens, die Japanse duizendknoop is bewust ooit door iemand naar hier gehaald. Of toen de ‘woekerkwaliteiten’ bekend waren, is mij niet duidelijk. Wel werd me, naar enig zoekwerk, een oplossing aangeboden die de plant wel ‘met wortel en tak’ uitroeit: het varken: ”Ze eten het bovengrondse deel van de plant op maar ze eten ook de wortel die ze uit de grond wroeten.” Als we de metafoor doorzetten, zijn de bestuurders en politici dan de  ‘varkens’?