Bouwen aan de samenleving?

Volgens historicus Willem Melching in de Volkskrant, wil ‘de kiezer’ weten waaraan hij toe is. En als ze dat weten dan zijn: “Mensen (…) in staat tot grote opofferingen om een bepaald doel te bereiken.”  Melching geeft enkele voorbeelden: “het Britse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog, de krachttoer van de Delta-werken of de boycot van Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. Maar in al deze gevallen ging het om projecten met een duidelijk en concreet einddoel: de ondergang van Hitler, de aanleg van dijken en de afschaffing van een verfoeilijk politiek systeem.” Ontbreekt dat einde dan vervalt de ‘opofferingsbereidheid’: “In de gevallen ‘Europa’ en ‘multi-kulti’ bestaat er een groot psychologisch probleem. Deze projecten hebben namelijk geen concreet einddoel en zo blijft volstrekt onduidelijk wanneer ze af zijn. Daarom zijn veel kiezers zo ontevreden.” 

bouwen aanFoto: Pixabay

Klinkt logisch: schets een helder doel en ga aan de slag! Net zoals je een huis bouwt. Een goede bouwtekening en dan kunnen de bouwvakkers aan de slag. Er zijn ‘ideologieën’ die een ideale samenleving voor ogen hebben. Ideologieën die het heden en alle mensen die er nu leven, zien als middel om die ‘ideale samenleving’ te bereiken.

Werkt dat wel zo met een samenleving? Is een samenleving ooit af? Als dat zo is, wat moeten de mensen die deze samenleving vormen dan doen nadat die samenleving af is? Hebben we dan het Walhalla bereikt en slaat dan het grote niets doen toe? Met welk doel moet je dan ’s morgens opstaan?

Werk of bouw je echt aan de samenleving net zoals je aan een huis bouwt? Verandert de samenleving omdat mensen eraan werken? Of is een samenleving dynamisch en verandert zij constant? Ligt het net wat anders en verandert een samenleving omdat de mensen die samen een samenleving vormen, samen leven, samen dingen doen?

Moeten we niet oppassen voor mensen die een ‘ideale samenleving’ voor ogen hebben en daaraan willen bouwen? Samenlevingen die naar zo’n ideaal toewerken, zijn niet de meest prettige om in te wonen. Die zien mensen als een middel dat kan worden ingezet om een doel te bereiken.

Moeten we niet kiezen voor ‘leven in’ in plaats van ‘bouwen aan’ de samenleving?

Middeleeuws Irak

In de Volkskrant een interessant interview met econoom Bas van Bavel. Van Bavel heeft een boek geschreven met als titel De onzichtbare hand. Een boek over hoe markteconomieën  opkomen en neergaan, zo valt in de krant te lezen. Die neergang was: “niet op de eerste plaats het werk (…) van bemoeizuchtige overheden, buitenlandse rivalen of verwende werknemers. Het verval komt van binnenuit: de markt helpt zichzelf om zeep.” Van Bavel heeft hiervoor economisch historisch onderzoek gedaan en het wedervaren van de Italiaanse stadstaten, onze eigen pruikentijd en het Middeleeuwse Irak bestudeerd: “Stuk voor stuk zijn het markteconomieën. En elk vielen zij na een indrukwekkende bloeiperiode ten prooi aan de onvermijdelijke stagnatie.”

Sykes_picot

Illustratie: Wikimedia Commons

Ik heb het boek (nog) niet gelezen, dus een oordeel kan ik niet vellen over het onderzoek en de conclusies. Wat ik wel kan is mijn verbazing uitspreken over zijn onderzoek naar Middeleeuws Irak. Menig ‘islamhater’ zal betogen dat Irak, net als alle islamitische landen nog steeds in de Middeleeuwen verkeert, maar dat is een hele andere discussie die ik hier niet wil voeren. Van Bavel bedoelt het Irak ten tijde van het Europees historische tijdvak de Middeleeuwen. De periode van grofweg 500 tot 1500. Een Irak in die periode? Ja, de stad Bagdad kende een gouden periode. Het was een belangrijk knooppunt van handelsroutes vanuit China, het Indisch subcontinent en het eilandenrijk dat nu Indonesië heet, aan de ene kant en het Middellandse zeegebied en West- Europa aan de andere kant. In 1920 werd het de hoofdstad van het Britse mandaatgebied Mesopotamië en pas in 1921 ontstond het koninkrijk Irak, nog steeds onder Brits bewind. Pas toen ontstond Irak.

De grenzen van dat mandaatgebied werden bepaald via koehandel tussen de Britten en de Fransen. Koehandel tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij de Britten en Fransen het Ottomaanse rijk verdeelden alvorens het was verslagen. Namens de Britten speelde Mark Sykes en namens de Fransen Georges Picot hierbij een hoofdrol.

Hoe kun je de economie van een land bestuderen dat nog niet bestond? De Abbasiden waren er de baas, de Seltsjoeken, de Mongolen en daarna het Ottomaanse Rijk. Allemaal rijken die veel groter waren dan het huidige Iraakse gebied. Hoe kun je dan spreken over Irak? Net zoals je ook niet kunt spreken over Nederland in de Gouden Eeuw. Wellicht doet het aan de economische conclusies van Van Bavel geen afbreuk. Historisch rammelt het.

Plek in de geschiedenis

Nepnieuws, er gaat bijna geen dag voorbij of er is weer iemand die het woord gebruikt om een ander te beschuldigen. Het lijkt wel of het een uitvinding is van de afgelopen twee jaar. Dat mensen elkaar proberen te beïnvloeden door zaken net wat anders voor te stellen dan ze in werkelijkheid zijn, dat ze zichzelf in een gunstig daglicht willen plaatsen, is echter niets nieuws. Het is van alle tijden, daarover schreef ik al eerder.

Peppi en Kokki (1974)

Foto: Wikimedia Commons

Jan Roos, de voormalig verslaggever van PowNed, of was hij nu entertainer want tijdens een verkiezingsdebat ontkende hij dat hij journalistiek bedreef. De Peppi, of was het Kokkie, die samen met zijn vriend Thierry (Baudet) het land doortrok om te voorkomen dat de Europese Unie een associatieverdrag met Oekraïne zou sluiten. Beiden gingen na deze campagne de politiek in als lijsttrekker van een partij. Roos met weinig succes en nu schrijft hij zijn gal iedere week van zich af in een column bij De Dagelijkse Standaard. In zijn column schrijft hij deze keer over nepnieuws.

De met publieke geld betaalde media krijgen er flink van langs: “Blijkbaar komen de dictaten uit Brussel eerst terecht op de burelen in Hilversum om het nodige kneedwerk te verrichten voordat het totalitaire denken als oplossing wordt verspreid. En allemaal in de zogenaamde strijd tegen nepnieuws uit Rusland.” Dit terwijl Rusland de ‘verkeerde vijand’ is. Volgens Roos is de strijd tegen nepnieuws: “een rookgordijn om de grip op burgers te vergroten.” Wie wil die grip vergroten? De Europese Unie natuurlijk, de ‘oude vijand’ uit zijn glorietijd als campagneleider Peppie, of was het Kokkie? De Europese Unie wil de rechten van vrije burgers schenden: “Niet nepnieuws uit Rusland is het startsein geweest voor deze schending van vrije rechten, maar het Oekraïnereferendum.” Immers: “juist toen zag de bestuurlijke elite het gevaar van internet in. Want zo is dat hele referendum er natuurlijk gekomen.”

Ik begrijp dat Roos zich zorgen maakt over vrijheden in het algemeen en op het internet in het bijzonder. Over ‘sleepwetten’ en andere aantastingen van mijn privacy en vrijheid, maak ik me ook zorgen. Het gemak waarmee privacy en vrijheid worden geofferd onder de vlag van ‘veiligheid’ en de ‘strijd tegen het terrorisme’ baart mij zorgen.

Die strijd is echt niet begonnen met Peppie (of toch Kokkie) die de strijd aanbond. Die strijd is al zo ‘oud als de weg naar de Peel’, zou mijn moeder zeggen. Het internet is echt niet het eerste middel dat aan de stoelpoten van machthebbers zaagt. Verhalen, liederen, toneelstukken, boeken, kranten, radio, televisie en nu vergeet ik vast nog wel iets, gingen het internet al voor.

Maar ja, wie kan het Roos kwalijk nemen dat hij probeert zijn eigen (plek in de) geschiedenis zo belangrijk mogelijk te maken?

‘Het kan verkeeren’

In 2005 sprak de Amerikaanse vice-president Dick Cheney, als Peter Frankonpan in zijn boek De Zijderoutes hem goed citeert, de volgende woorden uit: “De Iraniërs zitten op een hele hoop olie en gas. Niemand kan zich voorstellen dat ze ook nog kernenergie nodig zouden hebben voor het opwekken van energie.” Toch sloot de vorige Amerikaanse president Obama een overeenkomst met Iran over nucleaire technologie. Een overeenkomst die zijn opvolger het liefste ongedaan wil maken. Menigeen zal denken dat we inderdaad geen risico moeten lopen dat Iran kernwapens zou kunnen maken. Vooral Israel is daarvoor beducht, Iran is immers de aartsvijand van het land.

Cheney

Foto: Bush White House Archives

Nu sloten de VS van president Ford in 1974 een overeenkomst met Iran over verkoop van twee kernreactoren en verrijkt uranium aan Iran. Een jaar later werd overeengekomen dat Iran een achttal kernreactoren voor de vaste prijs van 6,4 miljard dollar zouden krijgen. Een jaar later werd er weer een deal gesloten over nucleair materiaal en technologie. De chefstaf van Ford had er geen bezwaren tegen en dat was … diezelfde Dick Cheney. Nu was Iran een ‘bondgenoot’ al nam die het niet te nauw met de mensenrechten om het voorzichtig uit te drukken.

Dat Iran werd in 1980 aangevallen door buurland Irak van Saddam Hoessein. Op zoek naar reserve onderdelen voor haar Amerikaanse wapens vond het land een partner in … Israel. Israel was banger voor Irak en dan is de vijand van je vijand al gauw je vriend. Nu waren de VS in die tijd naarstig op zoek naar houvast in het Midden-Oosten, hun bondgenoot het Iran van de sjah, was immers een vijand geworden onder leiding van Khomeini. Die houvast werd gevonden in … het Irak van Saddam. Dus gingen er allengs meer ‘spullen’ naar Irak en werd het gebruik van gifgas door de vingers gezien. Een paar jaar later begonnen de VS weer te ‘vrijen’ met het Iran van Khomeini wat leidde tot de Iran-Contra-affaire en een Saddam wiens paranoia nog verder toenam. Paranoia die nog toenam nadat toegezegde hulp er weer niet kwam en er alsnog een veroordeling volgde voor gifgasgebruik.

Ietsjes later, het was 1990, zat Irak behoorlijk in de ellende. De schulden als gevolg van de inmiddels beëindigde oorlog met Iran, drukten zwaar op het land. Pogingen om meer olie te mogen leveren werden door de ‘vrienden’ (en veelal buren) van de OPEC afgewezen. Met een van die ‘vrienden’, buurman Koeweit, was er nog een appeltje (een grensconflict) te schillen. Toen Saddam uit de mond van de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, Clair Glaspie hoorde dat (ik citeer weer Frankonpan die dit hele relaas in geuren en kleuren beschrijft): “ Minister Baker heeft me opgedragen met nadruk te verwijzen naar de instructie die voor het eerst aan Irak werd gegeven in de jaren zestig, dat de kwestie Koeweit niets met Amerika te maken heeft,” Viel hij Koeweit binnen. Vervolgens viel de hele wereld, de VS incluis, over Irak en Saddam heen en inmiddels is Iran weer vijand nummer één. Of is dat Noord-Korea?  

Tja belangen, ze kunnen veranderen. Of zoals Bredero het zei: ‘Het kan verkeeren’. Alleen jammer dat bij dat ‘verkeeren’ de korte termijn de lange vaak hindert.

Kosten en baten

“Het is ontstaan uit pure frustratie. Ik kon hier gewoon geen goede kok vinden.” Woorden waarmee Dick van Ostaden, eigenaar van een restaurant, uitlegt hoe het bemiddelingsbedrijfje K.U.S . is ontstaan, Koks Uit Spanje. Van Ostaden kon geen Nederlandse koks vinden en hij moest iets, zo valt te lezen bij RTLZ . In het artikel doet ook Doekle Terpstra voorzitter van de brancheorganisatie van installateurs een duit in het zakje: “Er is sprake van een mismatch. Vraag en aanbod sluiten totaal niet op elkaar aan.” Daarom moeten de werkgevers wel uitwijken naar het buitenland. Maar Terpstra is de kwaadste niet: “Als ze goede ideeën hebben dan graag. We betalen op dit moment de prijs voor het slechte imago dat we het vmbo hebben gegeven als maatschappij. Dat moet veranderen. Op de lange termijn is dat een oplossing. Maar voor de korte termijn hoor ik het graag van het CNV.” 

kok

Foto: Vance Air Force Base

Nu is het flauw om erop te wijzen dat Terpstra in zijn carrière voordat hij vertegenwoordiger van ondernemers werd, voorzitter was van diezelfde CNV, dat hij voorzitter was van de onderwijskoepel HBO-raad en bestuursvoorzitter van hogeschool InHolland en in die hoedanigheid toch wel de gelegenheid moet hebben gehad om iets te doen aan die slechte aansluiting. Dat is immers geen probleem van de laatste jaren, daarover wordt al heel lang geklaagd. Bovendien ‘jaagt’ hij sinds 2014 het Nationaal Techniekpact 2020 ‘aan’. Een pact dat wil dat meer jeugdigen een technische opleiding volgen en in een technisch beroep aan de slag gaan. Zou de huidige CNV-voorzitter Lemmen dan toch gelijk hebben als hij zegt dat: “gejammer over krapte op de arbeidsmarkt (…) vooral (komt) uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Werkgevers hebben de arbeidsvoorwaarden volledig naar de gallemiezen geholpen.”

Zou het dan misschien een idee zijn als die bedrijven die zo zitten te jammeren dat ze geen vakmensen kunnen vinden, zelf vakmensen gaan opleiden? Als ze hiervoor wat minder naar de overheid en het onderwijs kijken? Als ze een werkloze met potentie in hun sector in dienst nemen? Als ze deze werkloze samen met het onderwijsveld, de benodigde kennis en vaardigheden gaan bijbrengen? Dat zou Terpstra met zijn ervaringen bij de vakbond, in het onderwijs en nu bij de werkgevers toch moeten kunnen organiseren. Maar ja, dat is lange termijn denken en kost geld en dus winst op de korte termijn. Is het probleem niet dat de kosten voor de baten gaan en de werkgevers de kosten liever door anderen laten betalen?

Roze olifant

‘Als ik zeg dat jullie niet moeten denken aan een roze olifant, waar denken jullie dan aan?’ Aan deze uitspraak dacht ik bij het lezen van een artikel van Emma Lesuis bij De Correspondent. Lesuis beëindigt haar artikel verzuchtend met de woorden: “Hoe vaak zal ik nog racistische opmerkingen krijgen? Hoe vaak en hoe lang zal ik nog die goedbedoelde diversiteitsstempel opgeplakt krijgen? Ik vroeg het me af.”

Elefante_rosado

Illustratie: Wikimedia Commons

Lesuis beschrijft het ongemak dat zij voelt als ze weer op haar ‘kleur’ wordt aangesproken. Een gevoel dat ze had toen ze tijdens een stage als voorbeeld werd aangehaald dat het goed ging met de diversiteit. Over toen ze werd gevraagd om te schrijven over Afro-Amerikaanse opera. Lesuis ging in op het verzoek  en vroeg zich af: “Toch apart, dacht ik, een schrijver te vragen die amper iets van opera weet.” Toen ze ernaar vroeg kreeg ze als antwoord: “We zijn bezig met diversiteit.”

Dat er mensen zijn die het moeilijker hebben in de Nederlandse maatschappij dan anderen, dat is een feit. Dat mensen van kleur en islamitische religie het extra lastig hebben, is ook een feit. Dat daar iets aan moet gebeuren, staat voor mij in ieder geval buiten kijf. In vroeger jaren werden daar ‘positieve discriminatie’ programma’s voor ontwikkeld. Tegenwoordig noemen we dat ‘diversiteitsprogramma’s’. Lesuis over dergelijke programma’s: “Het is bovendien door dit soort situaties, dit soort mensen en dit soort stempels dat ik soms niet weet waarom ik ergens überhaupt mag zijn.” 

Zou het kunnen dat dit een gevolg is van juist het zo de nadruk leggen op ‘diversiteit’? Zou het kunnen dat juist die nadruk op ‘diversiteit’ ertoe leidt dat ongeveer iedereen zich ongemakkelijk gaat voelen? Zou dat ongemakkelijke gevoel ertoe kunnen leiden dat mensen zich ‘ongelukkig’ uitdrukken? Zou dat ongemakkelijke gevoel Lesuis hebben belemmerd in het stellen van de vraag waarom men haar vroeg om ergens over te schrijven waar ze totaal geen verstand van had? Dat ze daar toch echt een musicoloog of operadeskundige voor moeten vragen?

Als een bedrijf of instelling zegt dat het diverser wil worden en daarom meer mensen van X wil binnenhalen, staat dan niet automatisch dat X-zijn van die mens in de belangstelling? Als datzelfde bedrijf diverser wil worden, maar er niets van zegt en die mens van X wordt aangenomen, zou het kunnen dat zijn X-zijn dan minder de nadruk krijgt? Dat de nadruk dan veel meer komt te liggen op het mens-zijn en de kwaliteiten die die mens inbrengt?

Is ‘diversiteitsbeleid’ niet een roze olifant?

Schaamte en excuses?

Volgens Hans Broek heeft Nederland : “zich met de slavenhandel eeuwenlang schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid.” Daarom zou het goed zijn als: “de Nederlandse regering haar koloniale geschiedenis zou (er)kennen, en excuses zou maken aan de nakomelingen van de slachtoffers van zulk diep menselijk leed.”  Want: “Misschien hoeven we ons dan ooit wat minder te schamen – als natie en als burger.” Zo schrijft hij in een bijdrage in de Volkskrant.

Steuben_-_Bataille_de_Poitiers

Illustratie:Wikimedia Commons

Ik schaam me niet voor activiteiten van de VOC, de WIC of wie dan ook een paar honderd jaar geleden. Ik schaam me ook niet voor de moordpartij van JP Coen of de acties van Generaal Van Heutz in Atjeh. Ik schaam me ook niet voor het slavenfort Elmina. Ik bied er ook geen excuses voor aan. Schamen doe ik me als ik zelf verkeerd handel en dan bied ik mijn excuses aan. Ik verwacht ook niet dat de huidige Nederlandse regering excuses aan gaat bieden voor de acties van Coen of het gebeuren in Elmina. Dan is het einde zoek.

Moeten de Italianen zich dan verexcuseren voor daden begaan ten tijde van het Romeinse rijk? Of moeten juist de nakomelingen van de Visigoten hun excuses aanbieden voor de plundering van Rome die het einde van het West-Romeinse rijk betekende? Want wellicht stonden we er dan nu veel beter voor. Moeten de islamieten hun excuses aanbieden voor de verovering van Spanje? Of moeten de nakomelingen van Karel Martel zich verexcuseren? Moeten de Mongolen dan wellicht hun excuses aanbieden voor de vernietiging van wat steden die zich tegen hun opmars verzetten? Of moeten ze zich verontschuldigen dat ze niet heel Europa hebben veroverd?

Wat dichter bij huis. Ik ben geboren in een dorp dat ten tijde van Elmina niet bij de Zeven Provinciën hoorde. Een gebied dat de ‘generaliteitslanden’ werd genoemd en dat betekende vooral dat er geregeld oorlogen werden uitgevochten. Wie moet zich daar dan voor verexcuseren?

Broek, en met hem vele anderen, kijken met de ogen van het heden naar het verleden. Hij beoordeelt daden uit het verleden met de waarden van het heden. Hoe kan er sprake zijn van misdaden tegen de menselijkheid in een tijd dat dit concept niet bestond? Waarom zouden we ons nu moeten schamen voor normen, waarden en opvattingen uit het verleden?Als we met de opvattingen, normen en waarden van nu het verleden beoordelen, dan zou het best wel eens kunnen dat we uiteindelijk allemaal aan elkaar excuses moeten aanbieden en we ons allemaal lopen te schamen.

‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

Paarse T-Ford

Het draait niet meer om grote instituties en instellingen maar om maatwerk, innovatie en informele oplossingen. Laten we in 2018 de nieuwe lichtpuntjes van vandaag waarderen, in plaats van de achterhaalde idealen van vroeger.” Met deze zinnen sluiten Felix Kievit en Levi van Dam hun artikel bij Joop af. Dit is de uitdaging waar Nederland volgens Kievit en Van Dam voor staat op het gebied van zorg en ondersteuning. Zij verzetten zich tegen: “heimwee naar vroeger de oplossing voor problemen van nu.” Kiezen tussen ‘instituten’ of ‘maatwerk’, dan is de keuze duidelijk.

T-Ford

Foto: Flickr

De auteurs schetsen een tegenstelling tussen grote instituties en instellingen aan de ene kant en maatwerk, innovatie en informele oplossingen aan de andere kant. Ongeveer de gehele gemeentelijke overheid gaat mee in deze tegenstelling en is daarom druk met ‘wijkteams’. De wijk is de nieuwe maat der dingen want op wijkniveau kun je maatwerk leveren en werken aan die informele oplossingen. Klein is flexibel en innovatief, groot is log, procedureel en bureaucratisch. Op grotere schaal lijkt dat niet te kunnen.

Nu kon het innovatieve Ford in de begintijd van de T-ford geen maatwerk leveren, die was in alle kleuren te verkrijgen zolang als het maar zwart was. Dat weerhield velen er niet van om toch een T-Ford aan te schaffen. Phillips was, tot de jaren van de ‘aandeelhouderswaarden’, een van de meest innovatieve bedrijven, we hebben er onder andere de cd aan te danken. Jammer genoeg waren ze wat minder in marketing. En nu is een van de grootste organisaties in de thuiszorg Buurzorg van Jos de Blok. Buurtzorg wordt geroemd om al die zaken waar het volgens de auteurs nu om draait. Zouden grote ‘instituties’ echt niet innovatief zijn en geen maatwerk kunnen leveren?

Als Buurtzorg het kan, als Phillips en Ford het konden en wellicht nog wel kunnen, waarom zouden andere grote instituties en instellingen dan niet kunnen zorgen voor maatwerk, innovatie en informele oplossingen? Creëren de auteurs niet een schijntegenstelling? Een schijntegenstelling die tot gevolg heeft dat veel energie lekt naar structuurdiscussies (grootte van organisaties) terwijl innovatie, maatwerk en informele oplossingen een kwestie van cultuur, van mentale instelling en houding is?

Sister- en brotherhood

Een feminist ben je als je voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen bent. Zo betoogt Anousha Nzume in een interview met Trouw. De krant interviewt vijf vooraanstaande vrouwen en Nzume is daar een van. Check, ik ben feminist. Ik ben namelijk voor gelijke rechten voor iedereen. Maar wacht eens, waarom moeten feministen dan nog steeds strijd voeren? Iedereen in dit land heeft dezelfde, en dus gelijke, rechten. De wetgever maakt geen onderscheid naar geslacht, kleur, religie of letter van het LHBTQI-alfabet.

feminismeFoto: Wikimedia Commons

Een bijzonder interview. Zo lees ik dat ik als man aardig wat gemist heb. “Vrouwen vallen elkaar zo af. Dat vind ik echt erg. We moeten veel meer sisterhood creëren. Mannen vallen elkaar nooit af, die beschermen elkaar.”  Iets verderop: “En vergeet ook niet dat mannen al duizenden jaren bij elkaar komen om die gezamenlijkheid te creëren. Zij hebben nogal een voorsprong.” Ik geloof dat ik die bijeenkomsten dan allemaal heb gemist. Dat voelt toch wel een beetje als of mannen mij wél afvallen.

Dat vrouwen elkaar afvallen, tonen de vijf vrouwen ook weer aan in dit interview. Vrouwen die kritiek hebben op zaken waar de vijf dames enthousiast over zijn moeten het ontgelden: “Je moet niet vergeten dat vrouwen die kritiek uiten, zelf baat hebben gehad bij de status quo.”  Die vrouw had waarschijnlijk het geluk dat ze: “er sexy en lekker uitziet. (En dat ze zich) voegt naar het patriarchaat.” Een van de dames kan het niet nalaten om de hoger opgeleide ‘witte’ vrouw nog even de wind van voren te geven en ze een ‘schuldcomplex’ aan te praten: “Met name in de VS speelt die (de schulddiscussie) al. Daar gaat het over de verantwoordelijkheid van hogeropgeleide witte vrouwen versus die van zwarte vrouwen. Het stemgedrag van zwarte vrouwen komt ook ten goede aan de positie van witte vrouwen, terwijl witte vrouwen ondertussen gewoon op Trump stemmen. Dat is een bekend mechanisme.” Want uiteindelijke moeten er schuldigen zijn die je met ‘pek en veren’ moet overladen, die je, om het moderne jargon te gebruiken, moet ‘slutshamen’.

Zo blijft er van die ‘sisterhood’ die de dames willen, weinig over. Net zoals die ‘brotherhood’ van mannen die al duizenden jaren bijeenkomen om gezamenlijkheid te kweken, niet bestaat. Als de dames in die ‘brotherhood’ blijven geloven, zal dan de emancipatie van vrouwen ooit slagen?