Gordon Gekko

In Trouw schrijft Ger Groot over het lied Imagine van John Lennon. Groot schetst het mooie van de droom in het lied, maar ook de nachtmerrie die het kan worden als die droom werkelijkheid wordt. Zeker het lezen waard. In dit artikel de volgende zin: “Bezit houdt de hebzucht in bedwang, want we weten dat we nooit álles het onze kunnen noemen en ons dus moeten neerleggen bij ons deel.”

greed-is-good-gordon-gekko-parousie_ov-720x340Illustratie: tradeacademy.in

Bezit neemt een centrale plek in onze samenleving in. Bezit, bijvoorbeeld een huis of een lapje grond, is vermogen, kapitaal. En kapitaal kan productief worden gemaakt en dat levert inkomen op. Toch is er iets aan deze zin wat een belangrijke vraag oproept. Inderdaad kunnen we nooit alles bezitten en moeten we ons neerleggen bij ons deel. Maar houdt bezit werkelijk hebzucht in bedwang?

Wil de neoliberale vorm van kapitalisme, die nu dominant is, dat hebzucht in toom wordt gehouden? Pleit het neoliberalisme niet voor hebzucht en is het daarmee aanhanger van Gordon Gekko, de hoofdrolspeler in de film Wall Street gespeeld door Michael Douglas? Gekko zei: “The point is, ladies and gentleman, that ‘greed’ — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind. And greed — you mark my words — will not only save Teldar Paper, but that other malfunctioning corporation called the USA.”  En waarnaar moet die hebzucht leiden? Naar geld, macht, invloed, kennis, bezit en misschien wel allemaal tegelijk?

Waarop baseert Groot zijn uitspraak? Als ik kijk naar onze huidige samenleving dan zie ik dat iedereen zijn bezit wil uitbreiden. Als de buurman een nieuwe auto heeft, dan moet ik minstens een grotere. Heeft je vriend of collega de nieuwste telefoon, dan moet er ook bij jou iets gebeuren. Koopt een vriendin een nieuw, groter huis, dan begint het ook bij jou te kriebelen. Spiegelen we ons aan de mensen om ons heen en willen we die niet minsten evenaren en liefst overtreffen? Lokt bezit zo niet meer bezit uit? En versterkt het daarmee niet de hebzucht? Leven we niet in de wereld van Gekko?

 

Gratis kennis

De ‘Umwertung aller Werte,’ de herwaardering van alle waarden, een uitspraak van Friedrich Nietzsche waarmee hij God dood verklaarde en de mens opriep om in vrijheid en verantwoordelijkheid zijn eigen leven vorm te geven. Hier moest ik aan denken toen ik in de Volkskant een artikel las over het streven om alle wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk te maken. “Onderzoeksfinancier NWO scherpt volgende week de regels zodanig aan dat ieder nieuwe wetenschappelijk artikel direct gratis publiekelijk toegankelijk moet zijn.”

patentFoto: www.visionair.nl

Nu probeert iedere wetenschapper in zo prestigieus mogelijke tijdschriften te komen. Publiceren in Nature geeft immers meer status dan in Kijk. En om die artikelen te kunnen lezen, moet je een abonnement hebben, ook universiteiten. En de kosten van die abonnementen rijzen de pan uit. De universiteiten willen het nu omdraaien en het abonnementsgeld gebruiken om te betalen voor publicatie in een ‘Open Access’ systeem. Zo kan iedereen de kennis vrij toegankelijk raadplegen. Publiceert een wetenschapper toch in Nature, dan zal hij subsidie moeten terugbetalen. Dat is goed voor de wetenschap en de verspreiding van kennis onder de bevolking. Dit sluit goed aan bij de filosofie van de Ballonnendoorprikker die geeft immer ook alles cadeau.

Maar er is meer wetenschappelijke kennis dan artikelen. Hoe zit het met producten die zijn ontwikkeld met behulp van subsidies? Nu worden potentieel succesvolle ontwikkelingen aan het bedrijfsleven verkocht. Of er worden nieuwe bedrijfjes opgericht waarin die kennis verder wordt ontwikkeld. Verkocht bijvoorbeeld in de vorm van patenten. Bij succes vloeien de revenuen naar het bedrijf en de aandeelhouders en betaalt de belastingbetaler een tweede keer voor het patent.

Worden bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen patentvrij beschikbaar gesteld aan de hele wereld? Dat zou leiden tot een forse verlaging van de kosten van medicijnen. En niet alleen medicijnen, ook techniek en software? Dan had Google nooit zo’n dominante positie gehad. Brin en Page hadden hun algoritme immers vrij moeten publiceren en dan had iedereen erop voort kunnen borduren. Dan waren vele technische snufjes waarop een iPhone draait, ook voor andere telefoonbouwers toegankelijk. Die zijn namelijk met publiek geld ontwikkeld.

“Open Access is voor staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs een speerpunt tijdens het komende halfjaar voorzitterschap van de EU.” Gaat Dekker zich ook hard maken voor deze volgende stap? Een doodverklaring van intellectueel eigendom. Hoe zou Nietsche deze ontwikkeling betitelen?

Hoofdpijn van de Zorg

“De grote verzekeraars kunnen nog niet zeggen met welke ziekenhuizen ze volgend jaar een contract hebben.” Dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit werk moest eigenlijk al voor 19 november gereed zijn, omdat dit een onderdeel vormt van het aanbod dat de verzekeraars hun klanten voor die datum moeten doen. De klanten moeten nu een keuze maken op basis van een incompleet aanbod. Een keuzeproces dat ieder jaar weer voorbij komt en miljoenen kost aan reclame-inspanningen. De ‘beschermheer van de markt’, de Nederlandse Zorgautoriteit, geeft aan niet te gaan handhaven.

Gezondheidszorg Illustratie:  www.vhcbv.com

Op een normale markt heb je vragers en aanbieders. In de zorg ligt het wat anders. Je hebt een klant die liever niet naar de ‘winkel’ gaat. Wie wil er immers ziek zijn. En als ze het wel zijn, hebben ze niet de sterkste onderhandelingspositie. Met je gebroken been vraag je niet eerst drie offertes op. Het been moet in het gips. Dan kom je al snel in het dichtstbijzijnde ziekenhuis terecht. De markt faalt, omdat echt vrije keus niet mogelijk is. Om dit marktfalen op te heffen, komt de zorgverzekeraar in beeld. Die moet ‘bemiddelen’ tussen vraag en aanbod en moet daaraan een boterham over houden.

Zo maken we er twee nieuwe markten bij om het oorspronkelijke marktfalen op te lossen. Op de ene markt vechten de zorgverzekeraars met elkaar om de verzekerde en op de andere de ‘dokters’ om de gunst van de zorgverzekeraars. De zorgverzekeraars vervullen zo een centrale rol waarin ze de ‘dokters’ uitknijpen door de tarieven te verlagen en de verzekerde door zaken uit het pakket te kieperen en met de premie te spelen. Hierover schreef ik al eerder in (Marktwerking en solidariteit).

Ongereguleerd werken ook deze markten niet goed. Daarom maakt de overheid wetten om de verzekerde te beschermen tegen de zorgverzekeraar en de ‘dokter’, de ‘dokter’ tegen de zorgverzekeraar en de zorgverzekeraar voldoende macht te geven tegenover de verzekerde en de ‘dokter’. De Nederlandse Zorgautoriteit mag toezien op deze wetten en laat het nu dus afweten.

Nieuwe, op zichzelf ook falende, markten creëren om initieel marktfalen op te heffen, is dat wel de manier? Zou het niet anders kunnen? Minder omslachtig en bureaucratisch? Gaan markt en zorg wel samen?

Les Banlieues

Na de gebeurtenissen in Parijs van de afgelopen week, staan ze weer volop in de belangstelling: de banlieues of achterstandsbuurten waar de marginalen wonen. Mensen die er niet echt bij horen, mensen die op zichzelf zijn aangewezen.

BanlieuFotolefigaro.fr

De Franse socioloog Loïc Wacquant schreef een boek over deze wijken getiteld: Paria’s van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme. Hij geeft zes eigenschappen van opkomende marginaliteit:

  1. Werk is in toenemende mate flexibel in tijd en uren, parttime, met kortdurende contracten, met steeds minder sociale garanties en voorzieningen. Werk leidt hierdoor niet tot zekerheid.
  2. De marginalen profiteren niet van tijden van economische voorspoed en krijgen extra klappen in tijden van crisis.
  3. Marginaliteit is ruimtelijk gefixeerd in geïsoleerde afgegrensde buurten.
  4. De vierde eigenschap is wat Wacquant noemt ‘Ruimtelijke vervreemding en de ontbinding van de ‘plek’. Een plek is een ruimte geworden. Op een plek voel je je thuis en in een ruimte niet.
  5. Daar waar men bij verlies van baan in het verleden kon terugvallen op het netwerk in dorp, buurt of wijk, is dat nu steeds minder het geval.
  6. De laatste eigenschap noemt Wacquant sociale fragmentatie en symbolische versplintering, het uiteenvallen van de oude klassenstructuur.

Zouden deze oorzaken het voor mensen niet makkelijker en wellicht aantrekkelijker maken om zich bij extremistische en/of terroristische organisaties aan te sluiten? Organisaties die je het gevoel geven ergens bij te horen? Die je het gevoel geven aan een ‘belangrijke zaak’ te werken? Die je een gevoel van eigenwaarde geven?

Wanquant wijst het economisch systeem en de overheersende filosofie achter dit systeem, het neoliberalisme, als oorzaak hiervan aan. Zou hij hier een punt hebben? Moeten we niet op een andere manier naar de samenleving en de economie kijken? Een manier die mensen centraal stelt en niet de economie en de markt? Zou dit niet bijdragen aan het voorkomen van extremisme en terrorisme?

 

 

Komt ooit (n)ooit?

Afgelopen week nam ik, gelokt door de naam ervan, deel aan een training ‘Strategie met Ballen’. Een training waarbij je werd uitgenodigd om over jezelf en je toekomst na te denken. Als aandenken kregen we drie grote en vier kleine ballen aan een koord. Iedere bal stond ergens voor. Zonder de gehele inhoud van de training te vertellen, wil ik inzoomen op de eerste kleine bal.

(n)ooit

Illustratie: dagjeweg.nl

De bal genaamd OOIT. Deze bal staat voor je wens: wat zou je echt willen? Alle deelnemers zaten er betaald door hun werkgever. Bijzonder waren de antwoorden op deze vraag. Van de ongeveer twaalf deelnemers was er maar één die hier iets noemde wat gerelateerd was aan zijn huidige werk. Deze training werd twee keer gegeven en navraag leerde, dat er bij de andere training niemand was die een OOIT noemde dat was gerelateerd aan zijn werk.

Natuurlijk is deze waarneming niet wetenschappelijk verantwoord. Dat vraagt onderzoek op basis van een gedegen hypothese. Maar toch. De uitkomst roept de vraag op wat dit over onze maatschappij zegt?

Sluit onze maatschappij dan nog wel aan bij onze wensen en dromen? Zouden stress, burn-out en andere werkgerelateerde problemen hierin hun oorzaak vinden? Wat betekent dit voor ons onderwijs? Zou het onderwijs niet te veel op de economie en de arbeidsmarkt gericht zijn? Zou het onderwijs niet veel meer gericht moeten zijn op de persoon van de leerling en zijn dromen en verlangens? Heb je hiervoor niet creativiteit, fantasie en inlevingsvermogen nodig? En zou het onderwijs zich daar niet veel meer op moeten richten?

Zouden we onze samenleving niet zo kunnen inrichten dat we onszelf de mogelijkheid bieden om onze dromen na te jagen? Zou de technologie en de robotisering geen kans kunnen bieden om dit te realiseren?

Dan zouden we de revenuen eerlijker moeten verdelen. Dan zouden we bijvoorbeeld een basisinkomen moeten invoeren. Maar ja, hoe reëel is dat? Nee, positief: hoe bereiken we OOIT?

Vrije wil en referenda

Mijn vorige prikker, Scylla en Charybdis, handelde over de keuze tussen markt en overheid. Dit naar aanleiding van een artikel van Patrick van Schie in Trouw. In dit artikel brak hij een lans voor de vrije markt. Van Schie schrijft: De overheid dwingt ons daarentegen geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is.”  Van Schie suggereert hier dat een eigen gemaakte keuze altijd beter is dan een ‘gedwongen’ keuze.

Als we dit doortrekken naar de samenleving dan wordt de bewering: ‘het algemeen belang is het beste gediend als iedereen zijn eigen belang nastreeft’. Zo maximaliseren we het algemeen belang. Logisch toch, we weten immers zelf het beste wat goed voor ons is.

De Sjaak(foto: gemistvoornmt.nl)

Klopt dat wel? Weten we wat goed voor ons is? Kiezen we altijd voor ons eigen belang? En hoe weten we of iets in ons eigen belang is? Vraag aan mensen of zij zichzelf belachelijk willen maken op TV voor €250. Veel mensen doen dit maar is die keuze goed en in hun belang?

Als het al lastig is om het eigenbelang te bepalen, hoe weten we dan dat het algemeen belang het meeste gediend is bij de eigen vrije keuze? Hoe worden bijvoorbeeld de belangen van de generaties na ons meegenomen? Opwarming van de aarde met 2 graden over vijftig jaar, is voor mij geen probleem. Dus maar door verkwisten. Voor een pasgeboren baby ligt dat anders en voor mijn nog ongeboren kleinkinderen helemaal. Moeten die het dan maar uitzoeken? Het eigenbelang van VW was sjoemelsoftware en VW staat daarin niet alleen. Zie voor mooie voorbeeldenTegenlicht.

Als het algemeen belang geen optelling is van individuele belangen, wat betekent dat dan voor besluiten per referendum?

Scylla en Charybdis

Scylla en Charybdis(illustratie: papundits.wordpress.com)

In een artikel in Trouw vergelijkt Patrick van Schie, directeur van de liberale Telderstichting, de overheid met een monster. Hij vertrouwt liever op de vrije markt, door anderen een beest genoemd. “Dan liever de vrije markt. Niet omdat die heilig is, of door heiligen wordt bevolkt. Maar omdat alle overeenkomsten daar uit vrije wil tot stand komen. De markt is niet immoreel maar amoreel,” schrijft hij. Een betoog dat zeer vaak is te horen en dat logisch klinkt. Kiezend tussen twee kwaden, kiest hij liever het beest.

Zou een amorele markt tot immorele uitkomsten kunnen leiden? Of is een andere partij nodig om tot morele acceptabele uitkomsten te komen. Zou ‘de markt’ de slavernij hebben afgeschaft? Of de kinderarbeid? Of een beperking van de werkweek? Of tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden? Wie voorkomt dat de marktpartijen het milieu schade toebrengen?

Komen alle overeenkomsten tot stand uit vrije wil? Ik kan zelf kiezen bij welke bakker ik brood koop. Maar wie belet de bakkers om prijsafspraken te maken? Wie belet autofabrikanten om sjoemelsoftware in een auto te stoppen? Wie garandeert de naleving van de overeenkomsten?

Zijn alle deelnemers op de markt wel vrij? Hoeveel keus heeft iemand die moet kiezen tussen zijn dood en die van zijn gezin of voor een appel en een ei in een gevaarlijke mijn werken? Is de overheid echt een monster dat ons dwingt: “geld af te staan voor doeleinden waar wij uit vrije wil veelal niet voor zouden kiezen. Die zelfs nogal eens indruisen tegen onze vaste overtuiging van wat ‘het goede’ is,” zoals Van Schie schrijft?

Odysseus moest kiezen tussen twee kwaden, het veelkoppige monster Scylla of de draaikolk van het zeemonster Charybdis. Volgens Van Schie moeten ook wij kiezen tussen Scylla (de overheid) of Charybdis (de markt). Moet dat of zijn een sterke markt en een krachtige overheid twee zijden van dezelfde medaille?

Marktwerking en solidariteit

Verzekeren is solidariteit en kansberekenen. We lopen allemaal een risico. Meestal en bij de meeste mensen, treedt dat niet op. Soms is er wel iemand de klos. Om de kosten hiervan te dragen, berekent een verzekeraar hoe groot de kans is en wat de schade dan is. De verzekeraar berekent de premie die de schade en zijn onkosten dekt én nog wat winst voor hem oplevert. De kans op schade is afhankelijk van je omstandigheden.

Marktwerking en solidariteit

(Illustratie: http://www.visionair.nl/wp-content/uploads/2012/07/cartoon_2006_june.jpg)

Oudere mensen of mensen met een chronische aandoening lopen een grotere kans op schade en soms weet je de schade al. Bij jongere gezonde mensen is die kans weer kleiner. Door hier geen rekening mee te houden en te doen alsof ieder mens dezelfde kans heeft op schade, kan de premie voor een zorgverzekering voor iedereen even hoog zijn, het oude ziekenfonds.

Op een vrije markt zullen verzekeraars producten maken voor specifieke groepen. Lagere premies voor mensen die weinig risico lopen (en meer winst voor de verzekeraar). Dit betekent wel dat die mensen die een hogere kans op schade lopen, meer premie moeten betalen. Hoe nu de verzekering voor de laatste groep betaalbaar te houden?

Door verevening. En aan die vervening gaat wat veranderen: “De verzekeraar draagt volgend jaar een groter deel van de premie van een jonge, gezonde klant af aan de verzekeraar die chronisch zieken verzekert en dus hoge kosten maakt”, dit valt te lezen in de Volkskrant. Dit is een manier om solidariteit vorm te geven en de markt te beteugelen.

Zou er geen betere manier zijn om solidariteit vorm te geven nu de markt blijkbaar niet het gewenste resultaat oplevert? Een manier met minder bureaucratie? Een manier waarbij winst niet nodig is? Een manier die mensen als mens ziet en niet als een mogelijke winstbron? Een die lijkt op het oude …?

Talentverspilling

In mijn vorige prikker schreef ik over talent. Dit met de zin laat geen talent verloren gaan als aanleiding. Ik stelde de vraag waarom er geen talent verloren mag gaan. In deze prikker een andere benadering. Hierbij ga ik ervan uit dat het inderdaad zo is dat we geen talent verloren mogen laten gaan en dat het inderdaad de taak is van het onderwijs om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Deze manier van denken is een vorm van utilitarisme. Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijk nut. Zet geld en middelen daar in waar het grootste maatschappelijke nut te verwachten is.

Talentverspilling(illustratie: craftlean.com)

Als we talent niet verloren mogen laten gaan, dan moet het vervolgens ook op die plekken worden ingezet waar het grootste maatschappelijke rendement te verwachten is. En zijn dat niet uitdagingen als eerlijke handel, wereldvrede, het klimaat, ongelijkheid, vergrijzing, gezondheidszorg enzovoort. Uitdagingen die veel fantasie, denkkracht en doorzetting vragen van ieder van ons en zeker van onze knapste koppen.

Zouden we dan niet veel kostbaar opgeleid talent dat nu wordt ingezet in managementfuncties, vrij moeten maken? Zouden we dan niet het vele talent dat nu binnen bedrijven, onderwijs en overheden door de protocollen, procedures en machtsspelletjes aan banden wordt gelegd, daarvan moeten bevrijden? Zouden we dan niet het vele talent dat nu werkloos langs de kant staat, omdat ze te oud zijn of waarvoor geen werk is, moeten benutten. Zouden we dan niet het vele talent dat nu wordt ingezet bij het ontwikkelen van computerspelletjes, apps en financieel risicovolle producten, een maatschappelijk nuttigere opdracht moeten geven? Deze beperking van de keuzevrijheid willen we niet.

Waarom ontwikkelen we talent om het vervolgens zo ‘verloren’ te laten gaan? Waarom mag het onderwijs dan geen talent verloren laten gaan?

Middel of doel?

neoliberalisme(foto: tni.org)

Waartoe zijn wij op aarde? De katholieke catechismus antwoordt hierop met ‘om God te dienen.’ De mens als middel die werd beloond met een plaatsje in de hemel. Tegenwoordig wordt deze vraag anders beantwoord.

Het VVD kamerlid Pieter Duisenberg houdt er een human capital agenda op na. Duisenberg is niet de enige die in deze termen spreekt, zo worden deze woorden net als human capital roadmap gebruikt in beleidsdocumenten van diverse overheden. Deze woorden zijn tegenwoordig zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt.

Zijn ze wel zo gewoon? Welke denkwereld zit er achter deze woorden? Als we ze letterlijk vertalen dan staat er menselijk kapitaal. De mens als kapitaal dat net als grondstoffen en geldelijk kapitaal kan worden ingezet om iets te produceren. De mens wordt in de wereld van Duisenberg en andere ‘human capitaldenkers’ gezien als een middel. Een middel om een hoger doel te bereiken.

En dat doel is de ‘God’ van de economie en dan vooral de groei van die economie. Dit omdat ‘onze economie’ nu eenmaal moet concurreren met de economie van andere landen. En als we die concurrentieslag niet aangaan, of verliezen, zal onze economie terugzakken met alle gevolgen vandien. Om dit te voorkomen, moeten we alles wat ons ter beschikking staat zo goed mogelijk inzetten, grondstoffen, geld en ook de mensen. Maar wat is dan de beloning voor de mens? Welke ‘hemel’ wacht hem? Dat antwoord ontbreekt in deze ‘neoliberale’ catechismus.

Is dat ook onze wereld? Zijn wij mensen een middel om economische groei (het doel) te bereiken? Of is de economie en de eventuele groei ervan, een middel om doelen voor ons als mensen te realiseren? Is een mens een middel dat anderen (mensen of de godheid economie) ten doel staat? Of is iedere mens een doel op zich?