Wat is wijsheid

Het versoepelen van kapitaaleisen aan pensioenfondsen en verzekeraars, zodat zij directe leningen aan bedrijven kunnen verstrekken, het makkelijker maken om een prospectus uit te geven om buiten het bankwezen om geld aan te trekken en als laatste het bundelen en verhandelen van schulden, moet worden bevorderd door deze producten te standaardiseren. “Ik kies voor pragmatisme. Deze drie maatregelen zijn op korte termijn haalbaar.” Dit zegt EU commissaris Jonathan Hill als hij de eerste stappen naar een Europese kapitaalunie presenteert. Kortom het moet makkelijk zijn om te lenen, om schulden te maken: de financiële markt moet efficiënter.

Kapitaal(foto: loeigoeiezuivel.nl)

Een heel andere boodschap vertelt de econoom Ha-Joon Chang. Hij stelt juist dat de financiële markten minder efficiënt moeten worden. Volgens Chang zijn die markten zo efficiënt in het zoeken van hoger rendement en winstkansen waar ook ter wereld, dat het tot instabiliteit leidt. En die jacht naar rendement zorgt er volgens hem voor dat bedrijven minder of niets investeren, omdat investeringen de winst drukken. De financiële markten zijn volgens Chang te efficiënt voor de reële economie. Hij concludeert in zijn boek 23 dingen over het kapitalisme die ze niet vertellen op pagina 267: “Onder de huidige omstandigheden moeten we ons financiële stelsel zodanig herontwerpen dat het bedrijven in staat stelt langetermijninvesteringen te plegen in fysiek kapitaal, menselijke vaardigheden en organisaties die uiteindelijk de bron zijn van economische ontwikkeling, en ze tegelijk van de noodzakelijke liquiditeiten voorzien.”

Het verhandelen van schulden (bijvoorbeeld bundels van verschillende soorten hypotheken) was een van de oorzaken van de crisis van 2008. Geld is goedkoop, het rentepercentage dat de ECB hanteert is 1%. Daarmee moet het krijgen van leningen geen probleem zijn. Ook wordt er volgens het CBS sinds 2008 veel minder geïnvesteerd. Wie volgen we Hill of Chang? Wat is wijsheid?

Prikker, donderdag 1 oktober 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015

Bijzondere reis

“De lifetimecareer bij één werkgever behoort in deze tijd meer en meer tot het verleden. Baanzekerheid verdwijnt en werkzekerheid wint terrein. Zorgen dat medewerkers werkneembaar zijn op de arbeidsmarkt van vandaag is daarom een taak waar veel werkgevers zich mee bezig houden,” aldus Arie Viskil in zijn ‘reclameblog’ op de website van Binnenlandsbestuur.

werkneembaarheid(illustratie: ronbausch.nl)

Wat is werkneembaarheid? Wie bepaalt wanneer iemand werkneembaar is? Wat draagt bij aan werkneembaarheid en wie bepaalt dat? Ben je werkneembaar als je alles een beetje kunt? Of loop je dan het risico dat een specialistischer iemand het werk mag doen? Moet je de beste zijn in iets, de specialist? En wat als je specialisme niet meer nodig is?

En als die vragen zijn beantwoord, de vraag wat werkneembaarheid bijdraagt aan het garanderen van werkzekerheid en dus aan het maken van de stap van baan- naar werkzekerheid? Zijn er wellicht andere middelen om die stap te zetten? Zo ja, waarom moet dan voor werkneembaarheid worden gekozen?

Dan nog wat aanvullende vragen. Is er nu sprake van baanzekerheid? Wat is werkzekerheid en hoe wordt die werkzekerheid vormgegeven? Is dat wel een zekerheid? Een paar vragen en slechts één antwoord. Nu is er geen sprake van baanzekerheid. En dat roept dan meteen de vervolgvraag wat het nieuwe vertrekpunt is? Als dat baanonzekerheid is, dan lijkt het een positieve ontwikkeling. Onzekerheid (baan) wordt voor zekerheid (werk) ingewisseld. Of is dat wel werkzekerheid maar geen inkomenszekerheid?

Viskil neemt ons mee op een bijzondere reis. We weten niet waar de reis start. We weten niet waar de reis naar toe gaat. We weten niet wat het hulpmiddel, werkneembaarheid, op die reis is en of het ons zal helpen bij onze reis naar een onbestemd doel. Gelukkig is het maar een reclame-blog.

Prikker, maandag 31 augustus 2015

Geschiedmisbruik

De democratie deels opheffen van landen die EU-hulp krijgen. Daarvoor pleit Harry Verbon, hoogleraar in de economie. Hij heeft hierbij Griekenland op het oog en beargumenteert dit met de Griekse monetaire geschiedenis, waarbij vooral democratische periodes een stijging van de staatsschuld lieten zien.

Harry Verbon(foto: www.tilburguniversity.edu)

Over de negentiende eeuw schrijft hij: “Uit (…) verzamelde gegevens blijkt dat in de 19de eeuw de Griekse schuld vrijwel voortdurend hoger was dan het nationaal inkomen, op de top zelfs vier keer zo hoog.” Griekenland stond daarin niet alleen. Nederland had die eeuw bijna altijd een staatsschuld die boven het nationaal inkomen lag. Met als topper de 245% van het jaar 1834. Zie hiervoor het CBS-rapport: De naakte feiten over de Nederlandse staatsschuld. Net als in Nederland werd in Griekenland in die tijd strijd geleverd voor meer democratie en de democratie was hierbij aan de winnende hand en ook in Nederland fluctueerde de staatsschuld.

Iets verder in de tijd verwijt Verbon de Grieken dat ze tijdens de crisis van de jaren dertig de drachme lang aan het goud gekoppeld lieten, wat tot grote economische ellende leidde. Griekenland stond hierin niet alleen. Neem Nederland dat in 1925 de goudkoppeling herstelde. Dit, omdat deze tijdens de Eerste Wereldoorlog was losgelaten. Pas in 1936, als een van de laatste landen in de wereld, werd de gulden weer losgekoppeld.

En tijdens het Kolonelsregime bleef de staatsschuld ‘ongrieks’ constant, aldus Verbon. Om vervolgens onder de democratie vanaf 1974 weer te stijgen. Nederland kende geen ‘kolonels’ maar de staatsschuld laat dit patroon ook voor Nederland zien.

Verbon maakt misbruik van de geschiedenis door er selectief en zonder context in te winkelen. Hij zal met betere of liever echte argumenten moeten komen.

Prikker, donderdag 27 augustus 2015

Griekse crisis

Hoogleraar econometrie Tom Wansbeek beschrijft  in drie simpele stappen de Griekse crisis en hoe die op te lossen. Dit in een reactie op een artikel van cultuurhistoricus Thomas von der Dunk. Die stappen zijn: één de lage arbeidsproductiviteit in Griekenland is een vrije keuze van de Grieken. Twee met deze keuze in een muntunie stappen met andersdenkende maakt dat je de mogelijkheid om je munt aan te passen (devalueren) afgeeft. Drie dit is alleen op te lossen door hervorming van de Griekse economie.

hervormen(illustratie: groene.nl)

Dit lijkt een logische redering, een die op veel bijval van politici in heel Europa, Griekenland uitgezonderd, kan rekenen. Als we nader naar de redenering kijken dan blijkt deze te haperen. Stap één en twee staan niet ter discussie. Wansbeek redeneert dat stap drie een logisch gevolg is van de eerste twee stappen en dat de Griekse economie daarom hervormd moet worden. Hier gaat hij de mist in.

Hoe? Hij mist de keerzijde van de medaille. Niet alleen Griekenland heeft stap één en twee gezet. Nemen we Nederland. Dat heeft, volgens Wansbeek, gekozen voor een hoge arbeidsproductiviteit en heeft er bewust voor gekozen om een muntunie aan te gaan met landen met een lagere arbeidsproductiviteit. Ook Nederland kan nu haar munt niet meer aanpassen. Dit levert een muntunie waarvan de munt voor beide landen eigenlijk niet passend is. Om het Nederlandse probleem op te lossen moet de Euro in waarde stijgen terwijl de munt voor de Grieken moet dalen. Allebei kan niet, daarom moet er iets anders gebeuren en dat kan aan beide zijden van de medaille en zelfs tegelijk.

Van Wansbeek en met hem bijna geheel politiek Europa, legt het probleem eenzijdig bij de Grieken. Zij missen de tweede zijde van de medaille.

Prikker, maandag 17 augustus 2015

De wereld van Uber

Uber de ‘taxidienst’ biedt mensen zonder een eigen auto de mogelijkheid om een auto met korting te huren. Zo kunnen ook zij aan de slag voor het bedrijf. “Voor ruim 28 euro per dag hebben ze een maand lang een auto, benzinekosten niet inbegrepen. Volgens Uber is dat bedrag makkelijk terug te verdienen: wie op de juiste tijden de weg op gaat, kan 120 euro per dag ophalen. Daar gaan wel nog bemiddelingskosten voor Uber (bijna 25 procent) vanaf. Ook moeten de chauffeurs belasting afdragen over hun inkomsten.*

Uber

(foto: onwardstate.com)

Je kunt dus makkelijk € 120 per dag ophalen.  Daar moet als eerste de 25% bemiddelingskosten vanaf, € 24. Vervolgens de huur van de auto, € 28. Blijft er € 68 over. Oh nee, de benzinekosten moeten er vanaf. Een taxi van een centrale rijdt gemiddeld 18 kilometer per uur**. Dat is bij een werkdag van acht uur ongeveer 145 kilometer. Bij een verbruik van 1 op 14 is dat 10 liter benzine van €1,70 per liter, dus €17 kosten. Zo blijft €51 over. Dat is € 6,375 per uur. Bijna € 2,30 minder dan het minimumloon bij een veertigurige werkweek.

Met een werkdag van acht uur per week, een werkweek van 40 uur en dat 52 weken per jaar, haalt de chauffeur een inkomen van € 13.260. Dus zonder vakantie. En daar moet nog belasting over worden betaald. €1.700 meer dan een alleenstaande bijstandsgerechtigde. Heeft de chauffeur een partner, dan is dit €3.200 minder dan hij aan bijstand zou ontvangen. Inderdaad is die huur makkelijk terug te verdienen, echter zonder er een boterham mee te verdienen.

Uber is een van die innovatieve bedrijven waarvoor de wet- en regelgeving niet meer past. Wellicht moeten we ons eerst afvragen in welke wereld we willen leven.

Prikker, dinsdag 28 juli 2015

Scheefwonen

“In Nederland verstrekte de Belastingdienst de afgelopen jaren inkomensgegevens aan verhuurders, waarmee zij zogenoemde “scheefwoners” (mensen met een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning) een extra huurverhoging konden geven.” Zo valt te lezen in een artikel op de website van Binnenlandsbestuur waarin wordt gepleit voor een inkomenstoets om te bepalen of een huurwoning passend is om zo de problemen op de woningmarkt aan te pakken.

scheefwonen(foto: www.wspforum.nl)

Het is goed dat de problemen op de woningmarkt aandacht krijgen en dat er wordt gezocht naar oplossingen. Toch knelt er iets bij deze aanpak van ‘scheefwonen’. Deze aanpak leidt ertoe dat mensen gedwongen worden om meer van hun inkomen uit te geven aan wonen. Hiermee bepaalt de verhuurder welk deel van zijn inkomen een huurder aan huur moet betalen. Voor eenzelfde huis kan het zo zijn dat er verschillende huur moet worden betaald. Terecht zullen de aanhangers van dit beleid zeggen. Dit zet de persoon die meer moet betalen aan tot het zoeken naar een andere woning.

Is dat zo? Als iemand prettig woont, waarom zou hij dan verhuizen naar aan andere woning waarvoor hij eenzelfde of hogere huur moet betalen? Is dit geen verkapte vorm van inkomenspolitiek? Wordt zo niet alleen de kas van de verhuurder gespekt?

Laten we dit ‘beleid’ eens op andere terreinen toepassen. Het brood, een eerste levensbehoefte. Ach, laten we dit voor alle producten doen. Dat nivelleert enorm. Iedereen kan dan precies hetzelfde krijgen alleen tegen een persoonlijke ‘inkomensafhankelijke’ prijs.

Absurd? Wellicht wel, maar waarom dan wel voor een huurwoning? Waarom mag iemand die meer kan betalen geen goedkopere woning huren? Als er te weinig goedkope huurwoningen zijn, zou het bouwen van huurwoningen dan geen oplossing kunnen zijn?

Prikker, woensdag 22 juli 2015

Modellen en de werkelijkheid

“Uiteindelijk is de enige oplossing dat Griekenland bereid is vergaande hervormingen door te voeren en moeilijke maatregelen te nemen.” Een zin uitgesproken door onze minister-president Mark Rutte.  Diverse Europese leiders deden al soortgelijke uitspraken. Een zin die precies aantoont wat er mis is in de Europese politiek.

MArk Rutte(foto: www.visionair.nl)

In de politiek gaat het over de maatschappij. Je hebt er een studie voor, genaamd politicologie en dat is een sociale wetenschap net als economie. Sociale wetenschappen zijn geen exacte wetenschappen, hoeveel wiskunde (zie economie) ze ook gebruiken om iets helder te maken.  Sociale wetenschappen gaan over mensen in hun omgeving en dat is complex. Om met die complexheid om te gaan worden modellen gebruikt.  Een model is een schematische weergave van de werkelijkheid. Een weergave die uitgaat van veronderstellingen. Een tegenwoordig veel gebruikte veronderstelling is dat markten vrij moeten zijn van overheidsingrijpen. Dat zou maatschappelijk gezien het meeste rendement opleveren.

Het gebruik van modellen in de sociale wetenschappen kent twee problemen. Als eerste beïnvloeden ze onze kijk op de werkelijkheid. We kijken met de bril van het model en zien alles volgens dat model. We zien niet de werkelijkheid, maar het door het model opgelegd beeld van die werkelijkheid. Pas als de signalen die niet in het model passen zo overvloedig zijn, dan pas stellen we het model ter discussie.

Het tweede probleem is dat modellen de werkelijkheid kunnen beïnvloeden. Als we een model hanteren dat de mens als een homo-economicus ziet, dan zal een groot deel van de mensen zich na verloop van tijd ook als zodanig gaan gedragen.

Ziet premier Rutte de werkelijkheid of zijn model?  Dat hij maar één oplossing ziet, baart zorgen. Dat wijst op modeldenken en dat zou jammer zijn want daarmee gaat een wereld verloren. Ook een wereld aan oplossingen.

Prikker, woensdag 8 juli 2015

Kosten medicijnen

“We moeten het probleem van schaarste in financiële middelen voor de zorg weghalen bij individuele artsen en ziekenhuizen. Dit is de kern van de oplossing die drie gezondheidseconomen van de Erasmus Universiteit voorstellen om de medicijnkosten structureel te beheersen. Zo moeten op politiek niveau grenzen worden gesteld aan welke prijs voor welke behandeling nog acceptabel is. De economen willen de zorgkosten beheersen door de vraag naar zorg te beheersen en te reguleren. Dit is een mogelijkheid. Gevolg hiervan blijft echter nog steeds dat specifieke behandelingen te duur gevonden zullen worden. Hiervan zijn patiënten de dupe.  Zijn er ook andere mogelijkheden?

kosten medicijnen

(foto: www.z24.nl)

Ja, die zijn er. Een mogelijkheid die al wordt toegepast is scherper onderhandelen met de producenten. Er zijn nog andere mogelijkheden om naar dit probleem te kijken. Volgens de producenten moeten de medicijnen zo duur zijn om de gigantische ontwikkelkosten eruit te halen. Dit speelt vooral bij een middel waar maar een paar patiënten gebruik van maken. Nu dragen overheden ook al voor een belangrijk, zo niet het belangrijkste, deel bij aan deze onderzoekskosten. De overheid krijgt hier nu bijna niets voor terug. Sterker, ze moet flink betalen voor de ontwikkelde medicijnen. Geld dat vooral bijdraagt aan de winst van de producenten. Wat als we de productontwikkeling scheiden van de productie?

Wat bedoel ik hiermee? De overheid neemt de ontwikkelkosten helemaal voor haar rekening en krijgt daarmee ook de patenten. Is een medicijn rijp voor gebruik, dan wordt de productie ervan aanbesteed. De overheid verkoopt het medicijn vervolgens tegen de productiekosten met een kleine opslag ter vergoeding van de onderzoekskosten. Die opslag wordt vervolgens weer in onderzoek gestopt.

Zou dat geen alternatief kunnen zijn, waarmee de medicijnkosten beheerst kunnen worden?

Prikker, dinsdag  23 juni 2015

Overheid als gezin

Door flink te bezuinigen en door de lasten te verhogen, probeerde de Nederlandse regering vanaf het begin van dit decennium het begrotingstekort te bestrijden. Hierbij maakten de regerende partijen vaak de vergelijking met een gezin. Een gezin kan niet onbeperkt meer uitgeven dan er binnenkomt, het moet de uitgaven aanpassen op de nieuwe inkomsten. Dat zou een overheid ook moeten doen.

gezin

(illustratie: www.janjans.nl.nu)

We zijn een paar jaar verder. Nu luidt de voorspelling (hoe betrouwbaar is die?) dat de Nederlandse economie iets meer groeit dan verwacht. Op basis van die voorspelling stijgen de overheidsinkomsten structureel met € 5 miljard. De regeringspartijen hebben deze week aangegeven hoe ze dit ‘voorspelde’ geld gaan uitgeven: verlaging van de belastingen.

Terug naar de analogie met het gezin. De ‘voorspelde’ extra belastinginkomsten zorgen er nog steeds niet voor, dat de overheidsfinanciën in evenwicht zijn. Er blijft een tekort. Een gezin zou dus nog verder moeten besparen op uitgaven of op zoek gaan naar extra inkomsten. De regering, het hoofd van het ‘gezin Nederland’, wijkt af van deze eerder gekozen lijn en geeft ‘voorspeld’ geld uit terwijl de ‘gezinsbeurs’ nog steeds een gat vertoont. Als een staat nu geen gezin meer is, was ze het dan eerder ook niet? En waren er toen ook andere keuzes mogelijk?

De antwoorden op deze vragen zijn nee, een staat is geen gezin en ja, er waren ander keuzes mogelijk. Inhoudelijke standvastigheid en consequent beargumenteren lijken ver te zoeken.

Zou die consequentheid en standvastigheid niet op een ander, veel banaler niveau liggen? ‘Regeren is vooruitzien’ zo luidt het spreekwoord, maar hoever vooruit? Tot de volgende verkiezingen? Wordt daaraan alles ondergeschikt gemaakt?

Prikker, zondag 21 juni 2015