Letters van een geest of geest van de letters

In de Verenigde Staten moet een nieuwe opperrechter worden benoemd voor het Hoog Gerechtshof. Die worden voor het leven benoemd en dat betekent dat het land mogelijk nog jaren lang met de nu te benoemen persoon en de manier waarop die in het leven staat, te maken heeft. De opperrechter wordt door de president voorgedragen en vervolgens na goedkeuring door de senaat benoemd. Trumps kandidaat, Kavanaugh is van conservatieve snit en: “een aanhanger van “originalism” en “textualism”, die een letterlijke interpretatie van de Amerikaanse grondwet voorstaan,” zo meldt NOS.nl. Hij wil leven naar de letter.

caution-sign-to-auto-drivers-to-be-on-the-lookout-for-amish-horses-and-buggies-1024

Foto: Picryl

De Amerikaanse grondwet is zo tegen het einde van de Achttiende eeuw geschreven. Een tijd waarin slavernij nog welig tierde. Sterker nog Thomas Jefferson, een van de ‘founding fathers’, de opstellers van de grondwet, was zelf slavenhouder. Die opstellers leefden in een heel andere tijd met heel andere normen en waarden. Letterlijk interpreteren, betekent leven naar de letter van de tijdgeest van vroeger. Willen de aanhangers van die ‘letterlijke’ interpretatie dan ook alle amendementen wegnemen, die zijn immers later toegevoegd?

Zo werd bijna een eeuw later, in 1865, een amendement (nummer dertien) aangenomen dat slavernij verbood. Een halve eeuw later, 1919, het achttiende amendement, dat alcoholische drank verbied, aangenomen en begon de drooglegging. Een amendement dat in 1933 weer werd ingetrokken door het eenentwintigste amendement. Tussendoor, in 1920, werd het vrouwenkiesrecht bezegeld met het negentiende amendement. Laat de reeks amendementen niet zien dat tijden soms om aanpassing van de grondwet vragen? Dat de letter geïnterpreteerd moet worden naar de geest van nu?

Letterlijk interpreteren betekent al deze amendementen opzij schuiven en vrouwen het kiesrecht afnemen en slavernij weer invoeren. Alleen voor de drinkers onder de Amerikanen verandert er niets. Waarin verschilt deze letterlijke interpretatie van religieus fundamentalisme van bijvoorbeeld groepen moslims? Ook die willen nu de letter naleven naar de geest van toen.

Zou het prettiger zijn te leven naar de letters van een geest of naar de geest van de letters? 

Party poopers

“Bijna driekwart van de professionals bij gemeenten geeft aan niet voldoende kennis in huis te hebben over smart city-toepassingen.”  Dit blijkt uit een onderzoek waarover de site binnenlandsbestuur.nl bericht. Omdat ik werkzaam ben bij gemeenten betrok ik die conclusie op mezelf: heb ik er voldoende kennis van?

big-brother-2783030_960_720

Illustratie: Pixabay

“Doel van een slimme stad is de levenskwaliteit te verhogen door de stad efficiënter te organiseren en de afstand tussen de inwoners en het bestuur te verkleinen,” zo is te lezen op wikipedia. Een prachtig doel of eigenlijk twee. Hoe moet dat doel worden bereikt? “Alle onderdelen van de stad zijn verbonden via een netwerk van sensoren, internet en hoogstaande technologische apparaten met als motor het internet der dingen.” Dus door nog meer te meten, gegevens te verzamelen. Via sensoren en camera’s worden gegevens verkregen. Mijn vuilnisbak geeft door als hij geleegd moet worden en rijdt automatisch naar de straat. Dan moet hij wel de tussenliggende poorten kunnen openen. Dat is technisch best te realiseren. Handig. De tech-bedrijven zullen de slimme stad met dergelijke mooie voorbeelden verkopen. “Een stad waarbij informatietechnologie en het internet der dingen gebruikt worden on de stad te beheren en besturen.” 

Is het ook zo handig dat wordt bijgehouden hoevaak mijn bak vol is? En ik er allemaal ingooi? Dat via de lantaarnpaal voor ons huis wordt bijgehouden wie er hoevaak op bezoek komt? Wikipedia stelt een cruciale vraag: “is het wel ethisch verantwoord om de macht te leggen bij een aantal technologische bedrijven?” Zeker omdat: “Het concept is ontstaan door de techindustrie. Doordat steden aan de grond liggen van economische ontwikkeling en dit in combinatie met de technologische revolutie, is de slimme stad een goudmijn met een miljardenomzet.” Staat dat ‘beheren en besturen’ echt centraal of draait het om geld?

Nu zijn er steden die een democratische ‘slimme stad’ willen zijn, Barcelona bijvoorbeeld, zo las ik op bij mo.be. Die willen: “‘technologische soevereiniteit’: dat er democratische controle moet komen over stedelijke technologie, met participatie van onder uit en data commons.” Een andere insteek die wellicht meer aanspreekt. Alleen is ‘democratie’ een rekbaar begrip. Poetin en Erdogan noemen zich ook democraat en zelfs in ons eigen land wordt de dividendbelasting afgeschaft terwijl een overgrote meerderheid van de mensen en politieke partijen tegen is. Dus welke garantie geeft ‘democratische controle’?

Welke insteek je ook kiest, een slimme stad zal het ‘beheren’ verbeteren, of het besturen verbetert is maar zeer de vraag. Dat de bestuurder veel meer gegevens van de inwoner heeft, zal wel, maar wordt daardoor de ‘afstand’ tussen beiden kleiner? Die zou ook zomaar groter kunnen worden als de inwoner het gevoel krijgt ‘bespied’ te worden. Dan verliest de inwoner het vertrouwen in die ‘systemen’ en in de overheid of de bedrijven die ze beheren en exploiteren. Dan zal die inwoner zoeken naar manieren om het systeem te ‘foppen’

Besturen is besluiten nemen, gegevens kunnen daarbij helpen maar ook hinderen. Je hebt niets aan gegevens alleen, het gaat om kennis: de verbanden tussen die gegevens. Meer informatie betekent niet automatisch betere besluiten. Zo zou je kunnen besluiten om de verkoop van ijs te verbieden omdat hoge ijsverkoop correleert met veel verdrinkingsdoden. Alleen zal dat geen effect hebben want mensen gaan het water in omdat ze verkoeling zoeken, niet omdat ze een ijsje aten. Daar komt bij dat gegevens iets zeggen over het verleden, ze zeggen niets over de toekomst. Als we vervolgens kijken naar de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis van de mensheid, dan zijn dat bijna allemaal breuken met het verleden. Als de uitvinder van het wiel, wie dat ook geweest is, alleen maar naar het verleden had gekeken, dan hadden we nu nog steeds geen wiel gehad. Dan waren we, om sneller te kunnen reizen, snellere paarden aan het fokken in plaats van de auto uit te vinden.

Weet ik nu voldoende over ‘smart city-toepassingen’? Geen idee, immers wat is voldoende en wie bepaalt dat? Weet je er voldoende van als je vrolijk meedoet aan het enthousiasme van de tech-bedrijven en bestuurders die op dit gebied willen scoren? Wat ik in ieder geval weet is dat we dit niet aan die techneuten en enthousiaste bestuurders alleen moeten overlaten. Zou het geen goed idee zijn om  naast die techneuten ‘filosofen’ in dienst te nemen? ‘Party poopers’ die vragen blijven stellen, die zaken ter discussie stellen, die niet meegaan in het ‘enthousiasme’ van het moment, die niet met de lemmingen meelopen? Zou dat niet tot betere besluitvorming leiden, niet alleen over de ’smart city’ trouwens. Zou het niet ‘smart’ zijn van de ‘city’ als zij dat deed?

Maar ja, welke organisatie neemt mensen in dienst die het feestje lijken te bederven? 

Van ‘rechtsmensen’ die ‘links’ voorbij gaan

Ja ik lees het goed, Jan Gajentaan schrijft het echt in zijn artikel bij Opiniez. In zijn artikel geeft hij een definitie van wat een ‘rechtsmens’ volgens hem is. De ‘linksmens’ is, volgens hem, het tegenovergestelde daarvan. Waaraan herken je die ‘linksmens’? Een ‘linksmens’: 1. wil een grote overheidsbemoeienis en een grote overheid; 2. betaalt liever teveel belasting dan te weinig; 3. is gesteld op onrecht en chaos; 4. wil de grenzen wagenwijd openzetten voor migranten; 5. heeft een gesloten houding tegenover andere culturen en vindt zijn normen en waarden ondergeschikt aan die van anderen. Dat is precies het tegenovergestelde van de omschrijving die Gajentaan geeft van de ‘rechtsmens’. Wie herkent zich hierin?

go-left-or-right-160713_1280

Illustratie: pixabay

Gajentaan noemt de vergelijking: “simpel en karikaturaal.” Al kun je je afvragen of hij dat meent want hij vervolg met: “maar zolang we in Nederland geen realo-linkse beweging zien van enige importantie zoals in Denemarken, denk ik dat we het grosso modo zo kunnen stellen.” Zo daar wordt even een deel van de Nederlandse samenleving afgeserveerd als niet realistische ‘Gekke Henkie’. 

Nu is Gajentaan ook niet zuinig voor zijn collega ‘rechtsmensen’. Want er zijn er die: “al dan niet met financiële stimulans van George Soros – zwaar overhellen naar links.” Bovendien weten die ‘rechtsmensenbroeders’ van Gajentaan elkaar maar niet te vinden: “door de polarisatie en het mechanisme van uitsluiting, is “rechts” onderling zo verdeeld geraakt.” Dit tot zijn grote spijt. Gajentaan pleit ervoor dat: “er aan de rechterkant van het politieke spectrum gewerkt moet worden aan bundeling door gematigde krachten.” Bij die bundeling van ‘realo rechtse’ kracht, bijzonder dat gebruik van het woord realistisch om de eigen positie te beschrijven, zullen partijen: “zich moet(en) inzetten om de verschillen tussen VVD, CDA en SGP enerzijds en PVV en FvD anderzijds te verkleinen of in ieder geval behapbaar te maken.” Is de hele rechterkant ineens gematigd?

Als dat niet gebeurt dan hebben: “D66 en in de nabije toekomst ook GroenLinks, de wippositie (…) overgenomen die vroeger in handen was van het CDA.” En is: “Linksradicalisme (…) bon ton geworden.” Net a;s in Duitsland waar: “Die Linke en de Groenen worden geprezen als coalitiepartners om aan samenwerking met de AfD te ontkomen.”

Kun je na zo’n verhaal constateren dat ‘rechtsmensen’ die van recht en orde houden, openstaan voor andere culturen, de eigen waarden hooghouden en die zo realistisch zijn, dat ze elkaar de tent uit vechten?

Beleid of geen beleid, that’s the question

“De overheid is er voor haar inwoners, niet andersom,” zo luidt de kop boven een column in de Volkskrant van Amma Asante over de ‘participatiesamenleving. Zij constateert terecht dat: “Die vraagt namelijk om een overheid die loslaat, niet altijd het hoogste woord heeft, luistert en faciliteert.” Dat het woord participatiesamenleving geen gelukkige is, laat ik even buiten beschouwing, daarover schreef ik al eerder. Assante ziet goede voorbeelden: “Neem nu de gemeente Schagen. Die heeft een wethouder van Financiën en Geluk. Een wethouder die stuurt op het geluk van zijn inwoners: dat is toch fantastisch?! De gemeente ging de straat op en vroeg inwoners naar wat hen gelukkig maakt en gebruikte de uitkomsten voor het maken van beleid.” Is dit wel een goed voorbeeld?

Beleidscyclus_-_policy_cycle

Illustratie: Wikipedia

Als eerste die nadruk op geluk. Geluk meten is een lastige zaak, immers wat mij gelukkig maakt, maakt anderen wellicht ongelukkig. Zo zullen de Ajax-supporters overlopen van geluk na de ‘gelukkige’ zege op VVV. Bij mij ligt dat toch wat anders. 

Assante constateert terecht dat de overheid niet altijd het hoogste woord moet hebben, maar hoe verhoudt zich het niet hebben van het hoogste woord tot ‘sturen’? Als: “durven loslaten en vertrouwen in hun inwoners,” is wat gemeente moeten doen, zouden gemeenten dan geen beleid moeten maken? Door beleid te maken, trek je als overheid immers weer zaken naar je toe. Bepaal je, door beleid te maken, doelen te formuleren en de weg ernaar toe te beschrijven niet het ‘geluk’ voor een ander? Stuur je dan niet op zijn geluk, ook als dat hem ongelukkig maakt? 

Overheidsbeleid is er altijd op gericht om gelijke monniken een gelijke kap op te zetten, discriminatie is immers verboden. Beleid richt zich op de uitkomst, het resultaat. Vraagt ‘er zijn voor haar inwoners’ niet om een  overheid die niet is gericht op het resultaat maar op het proces om te komen tot dat resultaat? Het resultaat is immers van de inwoner of een groep inwoners. 

‘Krachtige democraten’

“Het beschermen van democratie in digitale tijden is niet eenvoudig.” Dit constateert D66-Europarlementariër Marietje Schaap in de VolkskrantZij ziet hierbij niets in “Snelle maatregelen die de vrije meningsuiting inperken, of technologiebedrijven de sleutels van vrije meningsuiting geven.” Wel moet er iets ondernomen worden tegen geautomatiseerde internet-accounts die zich als mensen voordoen en het denken proberen te beïnvloeden en tegen: “politieke advertenties op basis van micro-targeting.” Want, zo beweert Schaap: “Alleen op basis van transparantie en verantwoording kunnen we onze democratie ook online bewaken.” Een logisch verhaal?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikipedia

Schaap heeft gelijk dat maatregelen die de vrijheid van meningsuiting aantasten ons verder van huis brengen. Ook het geven van de ‘sleutels aan technologiebedrijven’ door: “bedrijven zoals Facebook en Twitter verantwoordelijk te maken voor het stoppen van de verspreiding van nepnieuws.” is geen goed idee. Laten we eens naar haar oplossing kijken. Transparantie en verantwoording als oplossing, dat klinkt mooi. Maar ….

Was de democratie in tijden voor de komst van het Internet zo transparant? Waren we toen gevrijwaard van ‘nepnieuws’? Was er toen niemand die de mening van mensen wilde beïnvloeden? Was toen precies duidelijk wie ons op welke manier probeerde te beïnvloeden? Was in die tijd alles transparant en legde iedereen eerlijk verantwoording af over het handelen? Laten we eens een recent analoog voorbeeld nemen: de afschaffing van de dividendbelasting. Nu, achteraf wordt er gereconstrueerd en worden de lijntjes duidelijk, alleen legt niemand verantwoording af. Als we Schaaps oplossing volgen, dan zouden die lijntjes ook al vooraf duidelijk moeten zijn, want dat is wat transparantie inhoudt. 

Zou de democratie niet beter af zijn met ‘krachtige democraten’? Met weerbare en nieuwsgierige burgers? Burgers die niets meteen voor ‘waar’ aannemen? Burgers die hun eigen denken ter discussie stellen? Burgers die met elkaar in gesprek gaan, die de dialoog met elkaar aangaan? Zouden we de democratie maar vooral onszelf als mensen niet een geweldige dienst bewijzen door onderwijs dat veel meer is gericht op het ontwikkelen van kritisch denkvermogen en veel minder op ‘arbeidsmarktvaardigheden’? Zou die arbeidsmarkt daar trouwens niet ook baat bij hebben?  

Beste PVV-kamerleden

Ik heb uw vragen in goede orde ontvangen. Bij deze mijn antwoorden op uw vragen. 

Mandela

Illustratie: Flickr

Ja, ik ben ermee bekend dat Syrische ouders hun kinderen naar weekendscholen sturen. Hoeveel van deze scholen er zijn en wie ze betaalt, weet ik niet. En ik moet u eerlijk bekennen, dat interesseert mij ook niet. Net zoals het mij ook niet interesseert dat christelijke ouders hun kinderen in het weekend naar een bijbelschool sturen of, ik weet niet of die er nog zijn, katholieke ouders hun kinderen naar de catechese sturen. Het interesseert mij ook niet dat u in weekenden mensen in klasjes ‘PVV-onderwijs’ aanbiedt. Het staat mensen vrij een dergelijke keuze te maken. 

Dat wij geen Syrische islamscholen nodig hebben, is niet aan mij of u om te beoordelen. Het staat mensen vrij om dergelijk onderwijs voor hun kinderen te zoeken en het te organiseren. Daar is geen toestemming van mij of van u voor nodig. Dat behoort tot de vrijheid van eenieder en aan die vrijheid wil ik niet tornen. Sterker nog, dat is het nemen van eigen verantwoordelijkheid, iets wat te prijzen is.

Ik ben het met u eens dat wij in Nederland gebaat zijn bij uitstekend onderwijs op legale scholen. Onderwijs dat is gericht op deelname in de Nederlandse maatschappij. Onderwijs dat erop gericht is onze kinderen voor te bereiden op het maken van eigen keuzes en een zelfstandig leven. Onderwijs dat hen laat zien wat er ‘te koop’ is de wereld ook op religieus gebied. Dus geen onderwijs dat is toegesneden op het promoten van joods-christelijke waarden, normen en cultuur. Iemand die dat wil, bezoekt daarvoor maar een weekendschool. Bent u er trouwens van op de hoogte dat christenen de joden eeuwenlang niet konden zien of luchten? En dat die joods-christelijke culturele eenheid die u suggereert een waanbeeld is?

Er is geen wet die mensen verbiedt om koranonderwijs of Arabisch te volgen. Van illegaliteit is daarom geen sprake. Dat maakt dat ik geen mogelijkheden heb om deze scholen te verbieden en deze mogelijkheden ook niet wil hebben. Ook de achterliggende organisatie kan en wil ik niet aanpakken puur en alleen omdat er onderwijs in Arabisch en kennis van de koran wordt bijgebracht.

Ja, ik heb ook een bericht gelezen dat Syrische vluchtelingen vanuit Libanon terug zouden gaan naar Syrië. En NEE, ik ben niet bereid om mensen te dwingen terug te gaan naar veilige gebieden in Syrië. Het is aan iedere Syriër zelf om te bepalen of hij terug wil naar het geboorteland. Voor mij staat ook op dit punt de keuzevrijheid centraal. Daarmee heb ik al uw vragen beantwoord en wens ik u een fijne voorzetting van uw zomerreces.

O, wat zou ik ervoor geven dat de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een dergelijk antwoord zouden geven op de door de PVV gestelde vragen.

Afhankelijkheidsdag

Het Plakkaat van Verlatinghe, een oud documenten uit 1581, staat de laatste tijd weer in de belangstelling. In de Volkskrant roept de historicus Geerten Waling de Staten-Generaal, wiens naamgenoot en voorganger het document opstelde, op om hiertoe het initiatief te nemen. Volgens Waling zou het een prominente plek moeten krijgen in de aanstaande verbouwing van het Binnenhof: “Opdat iedereen kan zien wat gezien mag worden: dat in 1581 in Den Haag een mijlpaal werd geslagen op de lange en kronkelige weg die ons voerde tot die mooie democratische rechtsstaat van vandaag.” Anderen, zoals de historicus Anton Van Hooff willen de dag van ondertekening, 26 juli, het liefst uitroepen tot een nationale feestdag, een soort ‘onafhankelijkheidsdag’ analoog aan Independence Day in de Verenigde Staten. 

Nicolas_Sarkozy_Bastille_Day_2008_n1

Foto: Wikipedia

Het bijzondere aan het plakkaat is dat het formuleerde dat een volk dat door een heerser slecht wordt behandeld, het recht heeft de heerser af te zetten. Dit terwijl de heersende opvatting in die tijd was dat de macht van de koning van God kwam. Nu moeten we bij het volk denken aan de wat lagere edellieden verenigd in de Staten Generaal. Wat verder bijzonder is, is dat de opstellers zich een leven zonder ‘koning’ niet konden voorstellen. Zij wilden Phillips II liefst inwisselen voor Frans van Valois, de hertog van Anjou en broer van de Franse koning.

Wat bijzonder is aan de redenering van Waling is dat hij het document ziet als een mijlpaal. Dit woordgebruik suggereert een plan met een begin, tussenstappen zoals het Plakkaat en met die ‘mooie democratische rechtstaat van vandaag’ als einddoel. Wat de Staten Generaal ook sloegen in 1581, het was geen mijlpaal op weg naar die ‘mooie democratische rechtsstaat van vandaag’. Het was een stap in een strijd tussen opstandelingen en de vorst. Een stap waarbij de Staten Generaal gebruik maakte van de nieuwe ‘contractredenering’ om zo hun strijdt van rechtmatigheid te voorzien. Rechtmatigheid tegenover toen gebruikelijke redenering dat de koning zijn rechten van god kreeg. Wellicht een belangrijke stap, maar niet meer dan dat.

Is het meest opmerkelijke niet dat het Plakkaat vierhonderd jaar later ineens een centrale plek moet krijgen? Een plek om het ‘bijzondere’ van Nederland te benadrukken. Nadruk op die ‘eigen plek’  en ‘eigenheid’ in een wereld waarin mensen steeds meer met elkaar zijn en worden verbonden. 

De beroemde econoom John Maynard Keynes zei dat ontwikkelen van nieuwe ideeën niet zozeer de moeilijkheid is, maar het ontsnappen aan de oude. Zouden we het oude idee van het ‘nationaal eigene, niet eens achter ons moeten laten? Zou het niet beter zijn om te pleiten voor een afhankelijkheidsdag? Een dag waarop we erbij stilstaan dat we allemaal met elkaar zijn verbonden op deze wereld? Dat wat wij hier doen, gevolgen heeft voor mensen elders op de wereld?

Middelmaat

Het advies van TPO-baas Bert Brussen aan de schrijvers van de brief in de Volkskrant naar aanleiding van de uitspraken van minister Blok: “Beste BN’ers, wij verzoeken u dringend om uw verantwoordelijkheid te nemen. Stop met het inspelen op het alsmaar groeiende moralisme en de door subsidie in leven gehouden hang naar middelmaat in onze samenleving. Stop met het uithollen van meningen op social media. Stop met het voeden van een tweedeling tussen een fictief ‘wij’ (de goeden die in de grachtengordel wonen) en ‘zij’ (extreem rechtse racisten die fout zijn want Baudet of Wilders stemmen).”  Volgens Brussen moeten de BN’ers stoppen omdat: “De effecten hiervan op onze samenleving zijn ontwrichtend, polariserend, en hebben reële effecten op echte mensen. Op Nederlanders, die net zo normaal en gewoon zijn als alle anderen. Nederlanders die het verdienen met respect vertegenwoordigd te worden door hun BN’ers.” Beste meneer Brussen, waarom houdt u en uw platform TPO zich niet aan uw eigen advies?

Bert Brussen

Foto: Flickr

Zouden er geen: “middelmatige maar uiterst hinderlijke moralisten in onze maatschappij zich gesterkt,” voelen door uw en andere berichten op uw platform? Berichten die: “onze vreedzame samenleving onder druk,” zetten? Berichten die: “vele andere ‘geëngageerde’ talentlozen op social media hun hetze tegen iedereen die anders is en wel geld verdient door er hard voor te werken,” legitimeren. Leest u de reacties op berichten op uw site wel eens? Het lijkt wel alsof u en iedereen die bericht op uw platform: “niet doorheeft dat die mening daardoor steeds waardelozer wordt en steeds verder raakt uitgehold. Steeds waardelozer naar de kant van grijsheid, middelmaat en humorloosheid.”  

Beste meneer Brussen op uw platform mag u schrijven wat u wilt. U mag iedereen, bekendere, zoals Jan Dijkgraaf en kamerlid Ronald van Raak, en onbekende Nederlanders een podium bieden om hetzelfde te doen. U mag afgeven op die andere ‘BN-ers’. U en de uwen mogen geloven dat: “Om te beginnen (…) minister Blok niets anders dan de waarheid (heeft) gesproken,” zoals u ‘conculega-BN-er’ Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard beweert. Dat mag u allemaal. U mag ook vinden dat u en de uwen boven de middelmaat uitsteken. Dat u en de uwen de enigen zijn die ‘Nederlanders met respect vertegenwoordigen’ en zo depolariserend werken. Die ‘andere BN-ers’ mogen echter op andere kanalen hun mening verkondigen waarvan zij vinden dat die hoogwaardig is en hun versie van de waarheid geven. 

Maar, beste meneer Brussen, zou het niet beter zijn als u en uw ‘BN-ers’ in gesprek zouden gaan met die andere ‘BN-ers’? In gesprek om weg te komen van die door u verafschuwde ‘middelmaat’? Zou dat niet een goed voorbeeld zijn voor die: ‘middelmatige maar uiterst hinderlijke moralisten in onze maatschappij’ en die ‘geëngageerde’ talentlozen op social media’? Zou dat niet een reëel, verbindend en depolariseren effect hebben om echte mensen? Worden de Nederlanders dan niet met respect vertegenwoordigd door ‘hun BN-ers’? Misschien leidt dat gesprek wel tot hoogwaardige middelmaat tussen de uitersten.

 

Agenten, geweld en klassenjustitie

“Agenten die juridische bijstand nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze geweld hebben gebruikt, mogen van hun werkgever kiezen voor een gespecialiseerde advocaat. De politie selecteerde veertien kantoren die kunnen worden ingeschakeld.” Zo is te lezen bij NOS.nl. Die kantoren verdienen er goed aan. Dat stoot andere advocaten tegen het zere been: “Ook advocaat Michiel Kuyp vindt het vreemd dat de overheid voor bijstand aan zichzelf kennelijk meer geld overheeft dan de 105 euro per uur die wordt vergoed voor bijstand aan ‘gewone’ verdachten. ‘Blijkbaar zijn de eigen ambtenaren voor de staat meer waard dan de burger die geen advocaat kan betalen.’” Zeker met de bezuinigingen op de rechtsbijstand in het achterhoofd: “Dat voelt als klassenjustitie.” Klassenjustitie is een mooi beeld, maar is het ook terecht?

Vondelstraat

Foto: Wikipedia

Er is sprake van klassenjustitie als mensen in eenzelfde situatie verschillend worden behandeld vanwege hun positie in de samenleving. Is er sprake van een gelijke positie? Het geweldsmonopolie berust bij de overheid, bij de politie in het bijzonder. De kans dat een agent bij het uitoefenen van zijn werk met geweld te maken krijgt is reëel. 

Geweld mogen toepassen vraagt om streng toezicht. Dat is vooraf geregeld in instructies. De agent moet snel een situatie beoordelen, langs die instructies leggen, en vervolgens handelen. Beoordelen of juist is gehandeld op die instructie kan alleen achteraf en dan is er tijd genoeg. De werkelijkheid past echter niet altijd bij een instructie en dan moet er toch worden gehandeld. Bovendien zal de partij die het geweld ondergaat, het in de regel anders zien en ervaren dan de agent. Dat maakt dat de agent het bedrijfsrisico loopt om aangeklaagd te worden voor misbruik van zijn geweldsbevoegdheid.

Het is daarom begrijpelijk dat de politie als organisatie de agenten de best mogelijke ondersteuning biedt. Dat is ook wat de korpschef zei bij het instellen van de pool: “Ik wil de garantie dat alleen de allerbeste advocaten mijn mensen verdedigen.” Deze advocaten zijn, volgens de politie, de beste omdat ze: “Op de schietbaan (hebben) gestaan en (hebben) meegedaan aan arrestatietrainingen. Ook moeten ze binnen een uur een agent bij kunnen staan voor verhoor.” 

Of die ‘beste advocaten’ uit die pool van veertien kantoren moeten komen en of het vijfmiljoen in drie jaar moeten kosten, is een andere zaak. Voor ruim anderhalfmiljoen per jaar kan een aardige afdeling advocaten in loondienst worden opgezet. Voor een salaris van een ton kun je er met werkgeverslasten al snel een stuk of tien in dienst nemen en zich laten specialiseren. Waarschijnlijk is tien te veel en vind je er ook die het voor minder dan een ton willen doen. 

Buitenlandse stemmen

“Ik ben het met Segers eens dat buitenlandse politiek in de zin van verkiezingen of kwesties die ons niks aangaan, niet moeten worden beslecht op Nederlandse bodem.” Aldus Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard naar aanleiding van een interview van de Telegraaf met ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Segers sprak over de Turkse verkiezingen omdat Nederland dan zegt: “dat het legitiem is wat daar gebeurt. En dat moeten we niet meer doen,” zo is in de Telegraaf te lezen. Willemsen verbreedt het tot alle verkiezingen of politieke activiteiten. 

polling-station-2643466_960_720

Foto: Pixabay

Dus geen Franse-, Britse-, Duitse- of Belgische-Nederlander die nog een stem mag uitbrengen op Macron, May, Merkel, Michel of hun tegenstrever. De Amerikaanse-Nederlander mag niet meer voor of tegen Trump stemmen. Wat vreemd is, is dat een Amerikaanse-, Duitse-, Engelse-, Franse- of Belgische-Nederlander daarbij nooit wordt beschuldigd van het bezitten van een dubbele loyaliteit. Iets wat Marokkaanse- en Turkse-Nederlanders wel steeds wordt verweten. Dat even terzijde.

Natuurlijk is dat wat lastig te regelen. Als Duitsland de Duitse-Nederlanders mee wil laten doen, dan staat dat haar vrij. Dan kan zij een manier zoeken om de Duits-Nederlandse inwoners hierin te faciliteren. Dat kan op verschillende manieren, per post, via stemmen op de ambassade of een consulaat of door op drie plekken in Nederland een lokaaltje af te huren alwaar gestemd kan worden. Net zoals de Turkse, Franse, Amerikaanse of welke regering dan ook, dat kan doen. Het is vervolgens aan de betreffende stemgerechtigde of er van die gelegenheid gebruik wordt gemaakt en de stem wordt uitgebracht. Daar kan Nederland weinig aan doen.

Waar Nederland wel iets aan kan doen is aan het stemmen door Nederlandse-Amerikanen, -Duitsers, -Fransen, -Belgen enzovoorts voor de Nederlandse Kamerverkiezingen. Bij de laatste Kamerverkiezingen waren dat er zo’n 77.500. Ruim een hele Nederlandse Kamerzetel. Zou het daarom niet logischer zijn als Willemsen ervoor zou pleiten om hieraan een einde te maken? Immers, als je niet wilt dat buitenlandse kwesties op jouw grondgebied worden beslecht, moet je het ook niet willen dat jouw kwesties op buitenlands grondgebied worden beslecht.