Beste Sid Lukkassen

“Wat ik wil, is rationaliteit tot de basis maken van discussies. Om ook de nuances te kunnen onderzoeken.” Die ik dat bent u, Sid Lukkassen, in een artikel bij ThePostOnline. Hier is de Ballonnendoorprikker het helemaal mee eens. Dus beste meneer Lukkassen, we kunnen elkaar op dit punt de hand geven en samen optrekken. Toch moet me iets van het hart over uw pleidooi. Iets waarbij ik me afvraag of u werkelijk het gesprek aan wilt gaan en wilt onderzoeken wat de ander drijft. Hoe dat komt?

framing

Foto: Geograph

De hierboven geciteerde zin wordt gevolgd door: “Een nationalistische jongere haat echt niet elke moslim maar ziet wel cultuurverschillen oprukken. En voor wie goed luistert zijn er ook in de moslimgemeenschap kritische stemmen te horen.”  Tot zover niets verkeerds. Iets verder: Een denken in termen van tegenstellingen (zoals ‘witte mensen’ versus ‘mensen van kleur’) wordt klakkeloos overgenomen uit het Anglo-Amerikaanse discours” Ook deze vorm van framing herken ik en ik stel me ertegen teweer. Op deze site kunt u er vele voorbeelden van aantreffen, neem bijvoorbeeld mijn brieven aan Sunny Bergman, Anousha Nzume of mijn reactie op de leer van Gloria Wekker. 

Waarom dan toch een brief aan u? Omdat er iets in uw betoog is waaruit mij blijkt dat u bent als de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Dat blijkt mij uit zinnen zoals: “Deze genuanceerde discussies worden totaal kapotgeslagen op het aambeeld van politiek-correcte frames die vanuit een Randstedelijke en Grachtengordeliaanse perceptie over de rest van Nederland en Vlaanderen worden uitgerold.” Is dat geen frame van de bovenste plank? Of het volgende frame: “Dit zullen de mainstream media echter niet doen want er zouden politiek-incorrecte conclusies kunnen bovenkomen die het dominante linksliberale wereldbeeld aantasten.”  Neem het stukje waar u iemand citeert die u parafraseert en waar u het mee eens bent: “Eentje waarin journalistieke en opiniefora als ThePostOnline, Café Weltschmerz en andere nieuw-realistische internetpublicaties en -uitzendingen de krachten kunnen bundelen.” Door het woord realistisch te gebruiken, wordt de ‘waarheid’ voor de eigen club geclaimd en worden anderen als niet realistische dromers weggezet. Een zin als: “Het linkerdeel van het politiek spectrum praat weliswaar over ‘verbinding’: in de praktijk is dit niet hoe zij opereren.” Ook hier veegt u allerlei groeperingen en stromingen op één hoop en verwijt hen nogal wat. Neem de volgende zin: “Degenen die dit spel met nuchterheid bekijken, zij zien inmiddels in: dit is trekken aan een dood paard.” Betekent dit dan dat iedereen die het anders ziet dan u, dronken is?

Allemaal voorbeelden van framing en stigmatisering. Voorbeelden waardoor ik de indruk krijg dat de rationaliteit die voor u de basis van discussie zou moeten zijn, uw rationaliteit is en dat mensen die er anders over denken niet realistisch of beter gezegd irreële dromers zijn. Het kan natuurljk dat ik u verkeerd heb begrepen en dat kan dan aan mij liggen. Toch zou ik, als ik u was, dan ook eens kritisch naar uzelf kijken, want dan is uw boodschap wellicht toch niet duidelijk. 

Do the math…

Volgens filosoof Sid Lukkassen is het Westen verdoemd. Lukkassen speelt ook een rol in het artikel in de Volkskrant waarover ik gisteren schreef. De blanke man krijgt het erg lastig: “Zij (hoog opgeleide vrouwen) gaan over de vorming van de jeugd, kunnen jongens zich daar nog in herkennen? … Daarnaast willen deze vrouwen niet downdaten, maar ze willen ook geen saaie accountant, ze wil een ervaring” Vervolgens komt migratie in beeld en dat zorgt ervoor dat: “De westerse beschaving () de verliezer (is). De netto-instroom van migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten creëert extra aanbod van jonge, viriele mannen. Zij trouwen wel jong en krijgen wel veel kinderen. Do the math.”

math

Illustratie: Flickr

‘Do the math’. Ik weet niet of de protestanten die uitdrukking in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook gebruikten. Want toen was de ‘Nederlandse beschaving’ zoals de protestanten het zagen, in gevaar. Wie zorgde er voor dat gevaar? De vermaledijde katholieken. Voor katholieken gold de leus ‘god en vaderland’ immers niet, die liepen aan de leiband van de paus van Rome. En omdat die ‘viriele katholieken’ zich voortplantten als ‘ratten’ zou het niet lang duren voordat ze een meerderheid vormden in dit land. Als dat zou gebeuren dan zou de ‘Nederlandse beschaving’ ten ondergaan.

Wat bleek, die viriele katholieken bleken toch niet zo viriel als gedacht. De roep van de paus en zijn lokale hulp de pastoor om ‘heen te gaan en te vermenigvuldigen’, bleek een stuk minder aanlokkelijk. De geboortecijfers van de katholieken zakten terug tot het niveau van de protestanten of zelfs nog lager. De ontkerkelijking zette in en de paus, ‘popie Jopie’, werd bij zijn bezoek aan Nederland behoorlijk belachelijk gemaakt. Inmiddels hoeft de rest van Nederland die ‘katholieken’ niet meer te vrezen. ‘The math’ bleek ineens heel anders te zijn.

Zou het met die ‘viriele’ mannen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika niet hetzelfde kunnen gebeuren? Hebben die ‘viriele mannen’ geen vrouwen nodig om zich voort te planten? Zouden die hoog opgeleide Nederlandse vrouwen zich hiervoor lenen? Een radicalere variant, niet Lukkassens redenering, die ook in het artikel wordt genoemd, denkt van wel: “ de ‘blanke man’ zal letterlijk verdwijnen door een desastreus verbond van sjw’s, feministen, moslims en Afrikanen.” Een bijzonder verbond waarbij er vanuit wordt gegaan dat alle blanke westerse vrouwen in een dergelijk ‘complot’ meegaan. 

Het meest opmerkelijke is dat Lukkassen er vanuit lijkt te gaan dat de nieuwkomers een uniform ‘waarden blok’ vormen en dat de ‘westerse waarden’ in deze ‘clash of civilisations’ het onderspit gaan delven. 

Vervloeken en verketteren

In de Volkskrant van zaterdag 21 april een artikel over de moderatoren van Facebook. Dat zijn er zo’n 1.100 en die werken vanuit Berlijn, Zij beoordelen alle bijdragen en verwijderen de bijdragen die echt niet door de beugel kunnen. Voor het karige minimumloon moeten zij alle bagger lezen en beoordelen. Nogal slecht betaald voor een tech-multinational met een extreem rijke eigenaar. Met de Uber-chauffeurs in het achterhoofd lijkt dit gebruik te zijn in de tech-business, maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over de conclusie van de moderatoren:  Nederlandse Facebookgebruikers blinken uit in haatberichten.

schelden

Illustratie: Wikimedia Commons

In dezelfde krant een artikel waarin  Jesper Jansen, een student filosofie die de titel ‘ boze blanke man’ als geuzenaam draagt, figureert. Jansen verzet zich fel tegen de ‘feministische ideologie’, tegen de ‘Gendernazi’s’ en de ‘Social Justice Wariors’ die hele leugens en halve waarheden verkondigen en al 150 jaar lang negatief te doen over mannen. 

De twee artikelen raken elkaar als in het interview met Jansen de naam van schrijver Phillip Huff valt. Huff had het gewaagd om kritiek te hebben op het, om de Volkskrant te citeren: “immens populaire maar ook ‘vrouwonvriendelijke wereldbeeld’ van Peterson. Het stokpaardje van de psycholoog – ‘de natuur is ongelijk, dus de maatschappij ook’ – zou volgens Huff bij Peterson vooral ten koste gaan van vrouwen.” Als Huff ter sprake komt dan gaat Jansen los: “Wat een loser, wat een pathetisch ‘kijk mij eens zien deugen’ stuk onderkruipsel.” 

Is een aanval op de persoon niet een zwaktebod? Is dit niet een schoolvoorbeeld van wat er mis is in, in ieder geval, Nederland? Iemand brengt een boodschap die je niet bevalt en in plaats van in te gaan op die boodschap, die boodschap kritisch tegen het licht te houden en te wijzen op alternatieven of op gebreken in de redenering van de ander, wordt de boodschapper afgebrand. Hij is een loser en een ‘pathetisch stuk onderkruipsel’. Tja, op wat zo iemand verteld, hoef je in te gaan, dat is bijvoorbaat al onzin. 

Mag je van een student filosofie niet een andere reactie verwachten?

Sperjesveld

In de Volkskrant houdt Eveline Wagenaar een pleidooi voor meer begeleiding van asielzoekers. Die worden nu veel te veel aan hun lot over gelaten. Dat moet anders: “vluchtelingen klaar (stomen) voor werk met intensieve aandacht voor de taal, een in de betreffende sector gepaste werkhouding, gevolgd door een praktijk-opleiding en vakinhoudelijke en mentale begeleiding tijdens het werk. Hierdoor zouden vluchtelingen binnen zes maanden taalvaardig kunnen zijn, voor werk beschikbaar en uit de bijstand.” Dat zou volgens Wagenaar zo’n 10 mille per deelnemer kosten en: “voldoende kunnen zijn om meer dan 140 mille aan bijstandskosten te besparen.”

asperges steken

Illustratie: Flickr

In haar bijdrage geeft ze een opsomming van knelpunten die ervoor zorgen dat vluchtelingen niet verder komen. Het eerste knelpunt:“Als je twee keer per week drie uur les hebt, zakt de kennis snel weg als je de stof niet oefent.” Vervolgens constateert zij: “Als je slaagt voor het inburgeringsexamen, is het de vraag of je kennis van Nederland voldoende is om werkelijk te participeren in onze samenleving.” Als derde: “Nederlanders en ook vluchtelingen van 30 jaar en ouder hebben geen recht meer op studiefinanciering, dus gesubsidieerd (bekostigd) onderwijs is voor hen niet toegankelijk. Zij kunnen vaak alleen participeren als zij zelf een baan vinden. Als er niets wordt ondernomen, blijft deze groep ‘gevangen’ in de bijstand.”Knelpunten die ervoor zorgen dat de vluchteling zijn weg niet vindt: “Toegang tot de arbeidsmarkt is niet mogelijk zonder beheersing van de taal en aanvullende opleidingen.”

Meer aandacht en begeleiding voor vluchtelingen is iets wat de Ballonnendoorprikker onderschrijft. Toch is er iets aan de redenering van Wagenaar dat knelt. Is het werkelijk zo dat de arbeidsmarkt alleen toegankelijk is als je de taal beheerst en een aanvullende opleiding hebt genoten? Hoe komt het dan dat Oost-Europese arbeiders massaal aan de slag zijn in Nederland? In productiebedrijven, de logistiek en de tuinbouw zijn er velen actief. Zeker in die laatste sector die veel seizoensarbeid kent zoals het aspergesteken waarvoor het nu weer het seizoen is? Velen van hen spreken geen woord Nederlands en zijn toch aan de slag.

Trouwens over dat asperges steken door Poolse arbeidsmigranten gesproken.  Dat wordt door de Venlose muzikant Frans Pollux mooi bezongen in Sperjesveld. Een Venlose vertaling van het nummer Erie Canal, te vinden op zijn prachtige cd Pollux duit Springsteen.

Lijden aan vrijheid

Afgelopen weekend werden er in Hongarije verkiezingen gehouden. De zittende premier Viktor Orbán kwam weer als winnaar uit de bus. Afgelopen zondag besteedde Tegenlicht aandacht aan Hongarije. Een verhelderende documentaire met als titel Slag aan de Donau. Verhelderend omdat de documentaire inzicht geeft in het Oost-Europese en in het bijzonder het Hongaarse perspectief op de wereld.

Boris_Yeltsin_with_Bill_Clinton-1

Foto: Wikimedia Commons

Kijkend naar deze documentaire moest ik denken aan het boek de toekomst is geschiedenis van Masha Gessen. Een tijdje geleden haalde ik er al iets uit aan. Gessen beschrijft in haar boek het wedervaren van Rusland en haar inwoners van grofweg 1985 tot en met nu. Zij doet dit voornamelijk aan de hand van de levensverhalen van drie generaties Russen. Kinderen die nu tussen de twintig en dertig zijn, hun ouders en hun grootouders. Enkele bijzondere personen vanwege de posities die zij, hun ouders of grootouders bekleden en bekleedden. Kinderen zoals de dochter van de vermoorde politicus Boris Nemtsov en de zoon van politbureaulid Jakovlev. Hun levens en de manier waarop ze worden beïnvloed door de gebeurtenissen zoals onder andere ‘Jeltsin op de tank’, de oorlogen in Tsjetsjenië en de gijzeling in het Doebrovtheater in Moskou, geven een indringend beeld van het Russische leven. Zeer lezenswaardig en een must om het huidige Rusland te begrijpen.  

Aan de hand van hun verhalen zoekt Gessen naar verklaringen. Bij dat zoeken haalt ze de Duitse psychoanalyticus Erich Fromm en zijn boek Escape from Freedom aan. Fromm probeerde zijn boek de psychologische oorsprong van het nationaalsocialisme te beschrijven. Gessen citeert Fromm die de mens uit de Middeleeuwen beschrijft: “iemand was toen identiek met zijn rol in de maatschappij; hij was boer, ambachtsman of ridder, niet een individu dat daarnaast een beroep had. de sociale orde werd opgevat als aan natuurlijke orde en daarvan deel te zijn gaf een veilig gevoel erbij te horen. Er was betrekkelijk weinig competitie. iemand werd geboren in een zekere economische positie die een door traditie bepaald levensonderhoud garandeerde.” De reformatie beëindigde die zekerheid en zorgde voor vrijheid maar die kwam met een prijs: “ Door zijn vaste plaats in een gesloten wereld kwijt te raken verliest de mens het antwoord op de betekenis van zijn leven; het resultaat is dat hij twijfels heeft gekregen over zichzelf en het doel van zijn leven.” Volgens Gessen gaat dit ook op voor de late Sovjetmens en zijn opvolger de huidige Rus. De Rus lijdt aan vrijheid?

Zou Gessen gelijk hebben? Zou dat dan niet ook voor de Hongaren en de Oost-Europeanen kunnen opgaan? Zouden ook westerlingen kunnen lijden aan vrijheid?

Vluchtelingen en vrijheid

In de Volkskrant een bijdrage van schrijver Arthur Umbgrove. Umbgrove heeft zich voor het schrijven van een roman verdiept in de vluchtelingenproblematiek. Volgens Umbgrove is het de vraag: “wat we belangrijker vinden: het lijden van homo’s en vrouwen, of het lijden van vluchtelingen. Dat is een afschuwelijk dilemma, maar het kan niet worden ontkend. Er is, vrees ik, geen beschaafde oplossing voor een barbaars probleem.”

sunset-3122491_960_720Illustratie: pixabay.com

Dat barbaarse probleem is dat het opnemen van vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika leidt tot: “vrouwen die voor de voeten worden gespuugd en uitgescholden als ze een kort rokje dragen; homo’s die niet meer hand in hand over straat durven.” Want: “Het is een utopie om te denken dat vluchtelingen deze denkbeelden bij de grens achterlaten.” Dit heeft dus: “onherroepelijk gevolgen voor de vrijheid van vrouwen en homo’s in Nederland.” Het alternatief, opvang in de regio maakt dat de vluchtelingen: “onder erbarmelijke omstandigheden verdwijnen in kampen in Libië, Libanon, Jordanië en Turkije.” Als je het zo schetst dan is een beschaafde oplossing inderdaad niet mogelijk. Maar, is die schets wel correct?

Vluchtelingen die onder erbarmelijke omstandigheden voor ons in de vergetelheid verdwijnen, dat is inderdaad een gevolg van ‘opvang in de regio’. Dat mensen hun opvatting achterlaten bij het oversteken van een grens, daar heeft Umbgrove een punt. Tenminste, op de korte termijn. Op de langere termijn kan het best dat die andere omgeving leidt tot andere opvattingen. Als een andere omgeving opvattingen van mensen kan doen veranderen, zouden dan ook opvattingen over vrouwen of homo’s kunnen veranderen?

Mochten die opvattingen niet veranderen, dan toch tenminste de manier waarop ze worden geuit. Over dat uiten en vooral de manier waarop dat gebeurd, gesproken, daar hebben we in Nederland wetten en regels voor. Wetten en regels die voor iedereen in dit land gelden, ook voor vluchtelingen. Als iemand zich niet aan die regels houdt moet er een waarschuwing of straf volgen. Als iemand een vrouw voor de voeten spuugt omdat zij een rokje draagt, dan moet zij, en iedereen die het ziet, de ‘spuger’ aanspreken op dit verkeerde gedrag, op zijn slechte manieren. Vrijheid verdwijnt alleen als we haar niet verdedigen.

Zijn het wel (alleen) vluchtelingen die vrouwen beschimpen en homo’s angst aanjagen?

Rijkaardweg of Pônniewaeg

In mijn geboorteplaats fietste ik vroeger door de Jan Verschurensingel, over het Professor Jansenplein en allerlei andere straten vernoemd naar een pastoor of kapelaan uit vroeger jaren. Al die namen zeiden me niets, behalve dan dat wat het bordje vermeldde: pastoor in Velden van … tot …. Later bleek dat een van die namen, professor Jansen, nog een voorvader van me was. Nu loop ik door Venlo over het Mgr Nolensplein, in de volksmond het Gaasplein, omdat er vroeger een gasfabriek (zie foto) stond en over de Deken van Oppensingel ook wel bekend als de Pônniewaeg waarvan de geschiedenis wordt bezongen in het liedje Merieke en zienen Huzaar. Vanwaar deze tocht door mijn verleden en heden?

Gaasplein

Foto: SeniorPlaza

D66 Rotterdam, nu nog in coalitie met Leefbaar Rotterdam maar straks natuurlijk niet meer, wil geen straten meer vernoemen naar ‘witte mannen’. De PvdA in onze hoofdstad is het hier helemaal mee eens en wil straatnamen naar migranten vernoemen. Volgens raadslid Sofyan Mbarki is ‘een betere afspiegeling van de diversiteit van Amsterdam’ hierbij het devies.” Dit lees ik in een korte bijdrage van Ewout Klei bij Jalta. Bij het artikel zelfs een tweet van iemand die Nijmegen als goed voorbeeld geeft: straten vernoemd naar vooraanstaande mensen uit de Indische gemeenschap. Ondanks de manier waarop de discussie wordt gevoerd, voelt Klei er wel wat voor: “Migranten en hun afstammelingen moeten zich ook thuis kunnen voelen in Nederland. Het is immers ook hun land.” En daarom: “Dus graag een Donald Jones park, een Anil Ramdas boulevard en uiteraard een Ruud Gullitlaan en een Frank Rijkaardweg,” aldus Klei. Inderdaad moet iedereen zich in dit land thuisvoelen en als straatnamen voor Rijkaard, Gullit, Ramdas en anderen daaraan bijdragen, waarom niet?

Ja, waarom niet? Tegenover de straten van al die ‘oude blanke Nederlanders’ zetten we straten van ‘gekleurde wat minder oude Nederlanders’, ter compensatie en evenwicht. Misschien niet omdat er juist nu zo’n discussie is ontstaan over straatnamen van mensen die honderd jaar geleden werden toegejuicht en nu worden verguisd? Een Heutszplein, Witte de Withstraat of een Coentunnel, roepen tegenwoordig heftige reacties op en er wordt zelfs gepleit om er andere namen aan te geven. Zou dat niet ook met mensen kunnen gebeuren waarnaar we nu straten vernoemen? Neem Gullit, een geweldige voetballer, maar als trainer wel actief in Grozny bij de club van de omstreden Ramzan Kadirov. Nu al een vlekje en wat als we voetbal in de toekomst verwerpelijk gaan vinden? Wie garandeert ons dat die ‘helden van nu’ over een paar generaties niet ook van hun sokkel vallen?

Zouden we niet af moeten zien van het vernoemen van straten en pleinen naar personen?  Liever de Pônniewaeg dan de Rijkaardweg!

Same zinge

Vastelaovend, ut is weer zoë wiet. Met de ‘ganse stad’ zingen we weer die goeie ouwe liedjes en niet alleen oude, ieder jaar worden er weer nieuwe juweeltjes gemaakt. De beste zijn tijdloze liedjes, liedjes die ‘ut geveul van Vastelaovend’ perfect weergeven. Vasteloavend beter bekend van de ondertitel Sjiengele boem! uit 1950 is zo’n liedje met de legendarische zin: “Zet alle zörg netjes op en ein kesje, heb toch maling aan d’n driét.”

Vastelaovend.jpeg

In andere liedjes kun je de tijdgeest aflezen. De Vastelaovend Disco Dens is er een voorbeeld van uit het discotijdperk met de prachtige openingzin: “Baer is al achenzeventig toere, maar as der bal is zitte veuraan. Nao ein van dreejendertig te loere, want dreej kier ellef det sprik um waal aan.” Dit begeleid door opzwepende discodreun. Het beste voorbeeld is toch De Kiepe van vrouw Fiepe. Een liedje uit 1984 met de emancipatie als thema. Een thema dat nu ineens weer actueel is. Want: “Die kiepe van vrouw Fiepe, maar waat stelle die zich aan want die wille neet miër kakele maar kreije.”

Een bijzondere categorie betreft liedjes handelend over Venlonaere in den vreemde die met Vastelaovend de ‘lokroep’ van de Venlose Vastelaovend niet kunnen weerstaan. Zo is er de prins van 2017, Lex I, die zijn heerschappij ‘bekroonde’ met het liedje Nao ’t Zuuje. Een liedje dat het voor mij nipt aflegt tegen Veur altijd eine Venlonaer uit 1994. De zin “ Ik kreeg ’t haos te kwaod , man wat deej det pien um met Vastelaovend neet in Venlo te zien,” geeft dat gevoel treffend weer. Een gevoel dat alleen nog wordt overtroffen door in de stad te zijn en door ziekte niet mee te kunnen zingen. 

Dan zijn er liedjes die de stad Venlo of delen ervan bezingen. Het eerste waaraan ik dan moet denken is Venlo Stedje van Fons van Grinsven uit 1936. Maar ook In ’t Jaomerdal een lied over de elfjes en feeën die “Dao achter de bovenste Meule. Wao knienkes en inketskes  speule,” ’s avonds bal hebben en de liefde bedrijven. Topper in deze categorie is en blijft echter As de sterre dao baove Straole. het bijzondere aan dit lied zit in het begin van het refrein: As de sterre dao baove Straole, en as de maon dao baove Haerunge hingk.” Een lied dat ook een Nederlands vertaling kent, Als de sterren daarboven stralen. Alleen mist die vertaling precies dat wat het lied bijzonder maakt. Want naast dat die ‘sterren daarboven stralen’, hangen ze ook boven Straelen een Duitse plaats op enkele kilometers van Venlo en de maan hangt boven het Duitse grensdorpje Herungen. Probeer dat maar eens te vertalen.

Ik heb er zin in. “Doezend stumme klinke as ein” zingen de makers van same zinge en dat zal ook deze Vastelaovend weer gebeuren. Achteraf weten we pas welk liedje het lied van 2018 wordt, vooraf kun je alleen maar gokken. ik gok op Geaf ’t Door.

Inburgeringsexamen

Het rijbewijs, dat was in mijn jeugdige jaren het bewijs dat je erbij hoorde. Bij de ‘onafhankelijke’ mensen van de wereld die zomaar ergens naar toe konden gaan als er maar een weg naar toe liep. Natuurlijk moest je dan wel een auto hebben, want met een rijbewijs alleen kun je niet rijden.

Rijbewijs_1928

Foto: Wikimedia Commons

Om zo’n bewijs te krijgen moet je het rijexamen met goed gevolg afleggen en dat bestaat uit een theorie- en een praktijkdeel. Bij het theoriedeel leer je de regels en in het praktijkdeel moet je die toepassen. Als ik me goed herinner heb ik een keer of drie, vier examen moeten afleggen alvorens ik het begeerde papiertje bezat. Vooral de eerste keer staat mij nog goed bij. Op een mooi tijdstip zo rond tien uur moest ik me melden. Ik was er helemaal klaar voor alleen het weer niet, zeer dichte mist en daarop werd mijn examen verplaatst naar een andere dag. Op die dag werd ik rond vijf uur verwacht, na een zware schooldag, werd dat geen succes. De tweede poging maakte ik een fout en ook de derde poging ging in twee keer omdat sneeuw met ijzel maakten dat ook die poging moest worden verplaatst. Maar uiteindelijk kreeg ik het begeerde bewijs en toen ik het papiertje in bezit had, kon ik zo instappen en rijden. Ik hoorde erbij.

Ik moest hieraan denken toen ik bij Binnenlandsbestuur las dat minister Koolmees van Sociale Zaken heeft besloten om het eindgesprek over de arbeidsmarkt te schrappen uit het inburgeringsexamen. Niet om inhoudelijke redenen, maar omdat er te weinig examinatoren zijn. Je kunt je afvragen of dat eindgesprek dan wel belangrijk was als je het ook zonder kunt? Waarom is het ooit onderdeel geworden van het examen als het niet zo belangrijk is?

Als dat onderdeel niet zo belangrijk is, zouden er dan nog meer onderdelen zijn die niet zo belangrijk zijn? Het examen kent ook een onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Een onderdeel waar vragen worden gesteld en de kandidaat moet kiezen uit een aantal mogelijke antwoorden. Vragen zoals: Is Nederland vaak droog of nat? Volgens de toets is ‘nat’ het goede antwoord terwijl het aantal uren zonder regen het aantal met regen ver overschrijdt. Of de vraag hoelang de Nederlandse staat al bestaat, vijftig of vierhonderd jaar? Dit terwijl het koninkrijk der Nederlanden in 2014 haar tweehonderdjarig bestaan vierde. Daarvoor bestond er geen centraal gezag en dus geen Nederlandse staat.

Sterker nog en daarom moest ik aan het rijbewijs en het rijexamen denken, als je het inburgeringsexamen met goed gevolg aflegt en je hebt het diploma, ben je dan ingeburgerd? Ben je dan Nederlander? Hoor je er dan echt bij?

Continuum

“We leven nu in de toekomst (zoals voorspeld in scifi-klassiekers) – is het echt zo somber?” De titel van een artikel in de Volkskrant waarin de volgende vraag centraal staat: “Het is 2018, we leven nú de toekomst van scifi-klassieker Rollerball. En 2019 is het jaar waarin Blade Runner zich afspeelt. Hebben we iets gehad aan al die sombere voorspellingen over ons huidige tijdperk?” Nu heb ik een voorliefde voor sciencefiction films omdat ze iets zeggen over hoe de makers ervan, naar hun eigen tijd kijken. Het is een uitvergroting van iemands kijk op het heden.

Continuum-TV-logo

Illustratie: Wikimedia Commons

De Volkskrant geeft een korte beschrijving van de film Rollerball uit 1975: “Het bedrijfsleven heeft de planeet overgenomen en monopolisten verdelen en heersen. Om het volk rustig te houden, gaan teams elkaar te lijf in het spel rollerball, een soort dodelijke combinatie van American football, stayeren achter een motor en freefighten.” Als we even afzien van het spel rollerball dat in de film een belangrijke rol speelt, is die ‘rollerballwereld’ werkelijkheid geworden? De film geeft geen gedetailleerd beeld van het ‘Rollerball 2018’ dat maakt het lastig om het alledaagse leven van nu te vergelijken met de film. Op een wat abstracter niveau zijn er aardig wat overeenkomsten. Het bedrijfsleven heeft op onze planeet inderdaad een zeer grote vinger in de pap. Je zou kunnen beweren dat in de Verenigde Staten een bedrijf de staat heeft overgenomen. Trouwens Italië heeft daar met Berlusconi ook al de nodige ervaring mee opgedaan. Als we kijken naar de Googles, Facebooks, Apples enzovoorts van deze wereld, zou je dan kunnen verdedigen dat ‘monopolisten verdelen en heersen’? De belangrijkste sporten (de rollerballteams in de film) zijn afhankelijk van zakentycoons.

Voor liefhebbers van het genre, de serie Continuum kent een vergelijkbaar scenario. Deze serie is een paar jaar oud en speelt in 2012 en in 2077. In 2077 hebben bedrijven de regering overgenomen en hebben te maken met een verzetsbeweging die ‘vrijheid’ wil en om die vrijheid te bereiken, geweld gebruikt. Die strijd speelt zich ook af in 2012 omdat de hoofdpersonen terugreizen in de tijd om er in 2077 voordeel van te hebben. Kijk vooral zelf.

Een film uit 1975 en een serie uit 2012. Zo ‘erg’ als Rollerball 2018 schetste, is het nu niet. toch zou je kunnen beweren dat we een heel eind in die richting zijn opgeschoven. Het 2077 uit Continuum is nog een eind weg, ook hiervan kun je zeggen dat we al een eind op weg zijn. Het 2012 uit Continuum lijkt wel verdacht veel op ons heden en met dat 2077 voor ogen, bekijk je het heden toch vanuit een ander perspectief.